De engineering voor Antwerp@C – de bouw van een gemeenschappelijke CO2-infrastructuur in de haven van Antwerpen – is begonnen. De initiatiefnemers van het project verwachten tegen het einde van dit jaar, na afronding van de engineering, een definitieve investeringsbeslissing te nemen voor de eerste fase.

Na het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie in 2021, heeft Antwerp@C nu de beslissing genomen om over te gaan naar de volgende fase en de engineering op te starten. In deze fase wordt de aanleg van een centrale “backbone” in de haven van Antwerpen uitgewerkt. Deze loopt langs de industriezones op zowel de rechter- als de linkeroever van de Schelde. Een gemeenschappelijke CO2-liquefactie-eenheid met tussentijdse opslag en maritieme laadfaciliteiten voor grensoverschrijdende scheepvaart maken ook deel uit van de engineering.

Intussen hebben Fluxys, Air Liquide en Pipelink (dochteronderneming van Port of Antwerp) bij bedrijven in het havengebied geïnventariseerd hoeveel interesse er is voor CO2-transport- en/of CO2-terminalinfrastructuur. Dit wordt meegenomen bij het nemen van een definitieve investeringsbeslissing eind 2022. Antwerp@C is een initiatief van Air Liquide, BASF, Borealis, ExxonMobil, INEOS, TotalEnergies, Fluxys en Port of Antwerp.

Kairos@C

Twee initiatiefnemers, Air Liquide en BASF, ontwikkelen tegelijkertijd het project Kairos@C. Zij willen gezamenlijk de CO2 van vijf fabrieken op de BASF-site in Antwerpen gaan afvangen en opslaan. Als het project doorgaat, moet het in 2025 operationeel zijn. Kairos@C zou dan worden aangesloten op de gedeelde CO2-infrastructuur van Antwerp@C.

De twee bedrijven verwachten 14,2 miljoen ton CO2 te kunnen vermijden in de eerste tien jaar van afvang en opslag. Het gaat om de CO2 van vijf verschillende eenheden: twee ethyleenoxidefabrieken en een ammoniakfabriek van BASF en twee waterstoffabrieken van Air Liquide op de site van BASF in Antwerpen.

> Lees meer over Kairos@C

Hyoffwind zet vaart achter de realisatie van een 25 megawatt elektrolyzer in Zeebrugge. Het Belgische consortium verwacht medio 2022 een vergunning te krijgen en in de loop van dit jaar een definitieve investeringsbeslissing te nemen.

Voor het ontwerp en de bouw van de elektrolyzer heeft Hyoffwind inmiddels een overeenkomst getekend met John Cockerill en BESIX. John Cockerill is ontwerper en fabrikant van alkalische elektrolyzers met hoge capaciteit. BESIX brengt de elektromechanische expertise van zijn dochteronderneming BESIX Environment in voor het ontwerp, de uitvoering en de inbedrijfstelling van de fabriek. Evenals haar capaciteiten in de bouw van complexe industriële projecten.

Het Hyoffwind-consortium bestaat uit Virya Energy en Fluxys. De eerste fase van het project bestaat uit een 25 megawatt installatie die elektriciteit omzet in waterstof. De partners streven er echter naar dit in een tweede fase op te schalen naar 100 megawatt.

Een consortium van bedrijven in de Eemshaven wil een oplossing bieden voor afgeschreven rotorbladen van windturbines. Onder de naam Decom North gaan de bedrijven afgeschreven windturbines ontmantelen om vervolgens van de rotorbladen korrels te maken.

Windmolenbladen bestaan voornamelijk uit composiet. En hoewel ze schone energie opwekken, vormen ze na hun productieve leven een dilemma omdat er niets meer mee te beginnen valt. Verschillende bedrijven, onderwijsinstellingen en organisaties slaan echter de handen ineen om recycling tóch mogelijk maken.

De bedrijven van het consortium Decom North vormen samen een complete waardeketen van ontmanteling tot nieuw product. Zij ontmantelen de afgeschreven windmolens en vervoeren de rotorbladen naar een toekomstige recyclingfabriek in of bij de Eemshaven. Daar worden de bladen in stappen verkleind tot er korrels overblijven. Die vormen de grondstof voor nieuwe producten, zoals oeverbeschoeiingen, mallen, bruggen en kraanmatten.

Proeffabriek

Binnen enkele jaren zijn de honderden windmolens op zee ten Noorden van de Eemshaven onderdeel van het integrale recyclingsysteem. Een proeffabriek nabij de terminal moet dan op volle toeren draaien. Totdat het zover is, wendt het consortium zich tot Neocomp in Bremen. Dat bedrijf verwerkt de glasvezels en kunsthars uit geknipte rotorbladen in cement.

Het consortium Decom North bestaat uit: Buss Terminal, Mammoet, Lubbers Transport, DHSS Eemshaven, Bek & Verburg, Nehlsen metaalrecycling, CRC Industries, SCS Logistics/Shipco Transport en Nedcam Solutions.

RWE en Neptune Energy stappen samen in een consortium om het offshore demonstratieproject H2opZee te ontwikkelen. Vóór 2030 wil het consortium 300 tot 500 megawatt elektrolyzer-capaciteit bouwen op de Noordzee, om met offshore wind groene waterstof te produceren. Deze waterstof wordt vervolgens via een (bestaande) pijpleiding naar land getransporteerd.

Het project is een initiatief van TKI Wind op Zee. H2opZee bestaat uit twee fases. In het tweede kwartaal van dit jaar begint een haalbaarheidsstudie. In deze eerste fase wordt ook een platform opgezet voor kennisdeling met de industrie. Bedrijven kunnen zich aansluiten, bijna veertig relevante organisaties hebben al een support letter getekend. In de tweede fase wordt het project daadwerkelijk gerealiseerd.

PosHYdon

Neptune is met haar Q13a-A platform ook betrokken bij het pilotproject PosHYdon. Op het offshore productieplatform wordt naast gas ook groene waterstof geproduceerd. Daarvoor wordt zeewater op het platform omgezet in gedemineraliseerd water en dit wordt vervolgens met een PEM-elektrolyzer omgezet in waterstof. Daarbij wordt stroom van wind gebruikt. Het project integreert daarmee drie energiesystemen op de Noordzee: offshore wind, offshore gas en offshore waterstof.

Doel van de pilot is om ervaring op te doen met het integreren van werkende energiesystemen op zee en het produceren van waterstof in een offshore omgeving. Wat is de efficiency een elektrolyzer met een variabele voeding vanuit offshore wind? Hoe zit het met de kosten van zowel de installatie offshore als van het onderhoud? Wat doen offshore condities, waaronder zout, met de elektrolyzer?

Lessen

De PosHYdon-installatie heeft een vermogen van 1,25 megawatt en kan dagelijks vijfhonderd kilo groene waterstof produceren. Dit wordt vermengd met het lokaal geproduceerde gas en gaat op die manier via een bestaande gaspijpleiding naar de kust. ‘Met de PosHYdon-pilot zijn we één van de koplopers op het gebied van offshore energie systeemintegratie en hergebruik. De lessen die uit dit project worden geleerd, zijn van toepassing op H2opZee’, aldus Lex de Groot, managing director van Neptune Energy Netherlands.

Gasunie en Perpetual Next gaan samenwerken om uit reststromen groen gas te produceren en distribueren. Ze verwachten in het najaar van 2022 te kunnen beginnen met de bouw van de fabriek, die in Delfzijl komt te staan. De opstart is voorzien in 2024.

De twee partners hebben een 50/50 joint venture overeenkomst gesloten voor de ontwikkeling en realisatie van het project Torrgas Delfzijl. De fabriek begint met een groengasproductie van 12 miljoen kubieke meter per jaar. Mogelijk wordt dit snel opgeschaald naar 40 dan wel 120 miljoen kubieke meter groen gas per jaar. Met de eerste fase van het project is een investering gemoeid van circa 60 miljoen euro.

Perpetual Next neemt de verantwoordelijkheid voor het beheren en bedrijven van de installatie. Gasunie verzorgt de distributie van de gassen die via het landelijke aardgasnetwerk aan de bebouwde omgeving en industrie worden geleverd.

Technologie

Perpetual Next heeft een technologie ontwikkeld om organische reststromen, groenafval en sloophout via torrefactie om te zetten in een hoogwaardig grondstof. Deze wordt per binnenvaartschip naar de fabriek gebracht. Door deze grondstof vervolgens in twee verhittingsstappen te vergassen – een ontwikkeling van technologie-partner Torrgas – ontstaat syngas. Uit syngas kan vervolgens onder meer groen gas, methanol en waterstof worden gemaakt. Fase 1 van Torrgas Delfzijl richt zich echter voornamelijk op het maken van groen gas.

Chemelot is weer een stukje groener nu USG Industrial Utilities groene stroom afneemt van Eneco. Het gaat jaarlijks om zo’n 350 GWh aan windenergie afkomstig van Windpark Fryslân. Een capaciteit die gelijk staat aan 21 windturbines.

USG heeft een corporate Power Purchase Agreement gesloten met Eneco. De leverancier van gas, water, stoom en elektriciteit voor industrieterrein Chemelot kan daarmee tot en met 2036 gebruik maken van zo’n 90 MW aan opgesteld vermogen van Windpark Fryslân.

Sabic neemt het grootste deel van de groene stroom van USG af. Het gaat jaarlijks om 300 GWh, zo’n dertig procent van de jaarlijkse stroombehoefte van het bedrijf. Ook AnQore, producent van onder andere acrylonitril op Chemelot, neemt groene stroom van USG af. ‘Deze overeenkomst draagt eraan bij dat AnQore vanaf dit jaar honderd procent van haar verbruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen betrekt’, vertelt CEO Pieter Boon. ‘We zijn er als acrylonitril-producent trots op dat koolstofvezel, onmisbaar voor het versterken van de wieken van windmolens, gemaakt wordt uit acrylonitril.’

Windpark Fryslân

Sinds kort is Windpark Fryslân volledig operationeel. De 89 windturbines in het IJsselmeer zorgen voor een opgesteld vermogen aan groene windenergie van in totaal 382,7 MW. Het windpark produceert op jaarbasis zo’n 1,5 terawattuur. De bouw ervan begon in maart 2019 en duurde tot en met december 2021.

Het projectmanagement van Windpark Fryslân is uitgevoerd door Ventolines. Het aannemersconsortium Zuiderzeewind – Siemens Gamesa en Van Oord – waren verantwoordelijk voor de bouw. Siemens blijft zestien jaar verantwoordelijk voor het onderhoud en het beheer van het windpark.

Yara wil in Noorwegen groene waterstof inzetten bij de productie van ammoniak. Het bedrijf heeft Linde Engineering opdracht gegeven een elektrolyser te bouwen op de site in Porsgrunn. Deze moet medio 2023 in productie gaan.

De 24 MW elektrolyser in Porsgrunn gaat gedeeltelijk de waterstofproductie op basis van koolwaterstoffen in het bestaande ammoniakproces van Yara vervangen. De nieuwe installatie krijgt een capaciteit van zo’n 10.000 kg groene waterstof per dag. Dit is voldoende om 20.500 ton groene ammoniak per jaar te produceren. En dit kan vervolgens worden omgezet in 60.000 tot 80.000 ton groene meststoffen.

Voor Linde Engineering wordt het de twee 24 MW PEM-elektrolyser die ze bouwt. De eerste wordt op dit moment gebouwd in het Leuna Chemical Complex in Duitsland. Deze gaat vanaf de tweede helft van dit jaar 3.200 ton groene waterstof per jaar produceren.

In januari kondigde Yara al een commerciële overeenkomst met Lantmännen aan om vanaf 2023 fossielvrije meststoffen op de markt te brengen. > Lees meer

HyCC en BP hebben een joint development agreement gesloten voor het project H2-Fifty. De twee partijen willen in 2023 een finale investeringsbeslissing nemen over de bouw van de 250 megawatt elektrolyser in Rotterdam.

Een haalbaarheidsstudie heeft laten zien dat het project een forse bijdrage kan leveren aan vergroening van de industrie in de regio. De groene waterstof van H2-Fifty, maximaal 45.000 ton per jaar, zal worden ingezet om de raffinaderij van BP en andere industrieën in het havengebied te verduurzamen.

In de haalbaarheidsstudie is onder andere de techniek verder uitgewerkt. Ook de locatie van de elektrolyser is bepaald, deze komt op de Maasvlakte. Het komende jaar gaan de partners een technologieleverancier selecteren, het ontwerp van de installatie verder uitwerken en starten met de milieustudies voor het vergunningentraject. Volgend jaar volgt een investeringsbeslissing.

Djewels 1

Halverwege dit jaar neemt HyCC samen met Gasunie een investeringsbeslissing over het veel kleinere waterstofproject Djewels 1. Het gaat hierbij om een 20 megawatt elektrolyser op Chemiepark Delfzijl, die ongeveer 3.000 ton groene waterstof per jaar gaat maken voor BioMCN. Eind 2024 willen HyCC en Gasunie de installatie operationeel hebben

De volgende fase van het project is Djewels 2. Daarbij gaat de capaciteit van de installatie naar 60 megawatt. De extra 6.000 ton geproduceerde groene waterstof is bestemd voor SkyNRG, dat het gebruikt om biokerosine te maken van afval- en reststromen, zoals gebruikt frituurvet van regionale industrieën. KLM gaat de biokerosine afnemen. Een investeringsbeslissing over Djewels 2 volgt later dit jaar.

Lees hier een interview met  Joost Sandberg, projectleider van Djewels 1 en commercieel directeur bij HyCC.

Het Finse UPM begon vorig jaar al met de basic engineering voor een geavanceerde bioraffinaderij. Toen had het bedrijf nog geen beslissing genomen over de locatie – Kotka (Finland) of Rotterdam – maar inmiddels is duidelijk dat de bioraffinaderij in Rotterdam komt te staan.

Het Finse UPM maakt van reststromen hernieuwbare materialen. De producten van de geplande bioraffinaderij kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt als duurzame vliegtuigbrandstof. Grondstoffen zijn houtige biomassa, vloeibaar afval en andere restgrondstoffen. De beoogde raffinaderij in Rotterdam krijgt een capaciteit van 500.000 ton hernieuwbare brandstoffen per jaar. Het havenbedrijf Rotterdam heeft voor UPM een terrein op Maasvlakte 2 gereserveerd.

UPM is niet van plan verdere beslissingen over het project te nemen voor het einde van het jaar. ‘De huidige investeringsomgeving is zeer uitdagend voor nieuwe grote projecten zoals deze, in termen van middelen, schema’s en kosten’, laat het bedrijf in een persbericht weten. Zo loopt de bouw van een bioraffinaderij in Leuna ook al aanzienlijke vertraging op vanwege de pandemie. ‘Verstoringen van wereldwijde toeleveringsketens hebben zowel de beschikbaarheid als de kosten van kritieke bouwmaterialen beïnvloed. Als gevolg hiervan actualiseren we onze plannen en schatten dat de opstart eind 2023 zal plaatsvinden. De raming van de investeringsuitgaven zal te zijner tijd worden bijgewerkt.’

Jaar later

UPM raamde de investeringskosten voor de bioraffinaderij in Leuna eind 2020 nog op 550 miljoen euro. De verwachting was toen dat deze eind 2022 zou kunnen worden opgestart. Dat wordt nu dus een jaar later. De bioraffinaderij in Leuna krijgt een capaciteit van 220.000 ton bioMEG (monoethyleenglycol) en op lignine gebaseerde vulstoffen per jaar. Daarnaast gaat de installatie bioMPG (monopropyleenglycol) en industriële suikers produceren. Als grondstof wil UPM beukenhout gebruiken dat regionaal in Duitsland wordt gewonnen.

Het NextGen District in de haven van Antwerpen heeft de eerste twee pioniers binnen: Triple Helix en Bolder Industries. Samen investeren ze ongeveer 100 miljoen euro in hun nieuwe fabrieken. Na het aanvragen van de nodige vergunningen willen de twee tegen 2023-2024 operationeel zijn.

Op de voormalige 88 hectare van General Motors in de haven van Antwerpen komt een hotspot voor circulaire economie: het NextGen District. Het wordt een plek waar de proces- en maakindustrie end-of-life-producten een nieuw leven geven, circulaire koolstofoplossingen onderzoeken en testprojecten met hernieuwbare energie uitvoeren.

Het Antwerpse bedrijf Triple Helix gaat er een pilotfabriek bouwen om polyurethaanschuim, afkomstig van onder meer afgedankte matrassen, isolatiepanelen en autostoelen samen met gebruikte PET uit de retail- en voedingsindustrie om te zetten in polyolen en amines. Deze chemische stoffen kunnen dan opnieuw worden ingezet, onder meer bij de productie van nieuwe polyurethaan-producten. De fabriek zal volledig circulair werken en in haar eigen energiebehoeftes voorzien.

Pyrolyse-fabriek

Het Amerikaanse Bolder Industries heeft een gepatenteerd proces ontwikkeld dat chemische stoffen uit afgedankte autobanden haalt. De producten BolderBlack en BolderOil zijn geschikt voor hergebruik in rubber, plastic en petrochemische producten. In het terugwinningsproces wordt 98 procent van de materialen van de band gebruikt. Maar liefst 75 procent van de vaste stoffen en vloeistoffen vinden hun weg terug naar nieuwe banden, rubberproducten en kunststoffen.

Bolder Industries heeft al een pyrolyse-fabriek in Maryville (Missouri). In 2020 breidde het bedrijf de productiecapaciteit uit met een tweede productielijn. Daarmee ging de capaciteit van 24 ton per dag naar 60 ton per dag.