blog

Column: Benelux renaissance

Publicatie

4 apr 2015

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

Op 16 maart 1815, bijna exact tweehonderd jaar geleden, riep Willem I zichzelf uit tot koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Hij deed dat nog voor het Congres van Wenen – dat Europa moest hertekenen na de finale nederlaag van Napoleon in Waterloo – definitief was afgerond. Gelukkig volgde het Congres Willem I in zijn ambities om terug aan te knopen bij het jaar 1585, waar het allemaal was misgelopen tussen de Spanjaarden en de Geuzen van weleer. Na 230 jaar scheiding der Nederlanden werd Willem I vorst van België, Nederland en Luxemburg. Zeg maar Benelux avant la lettre.

 

Economische samenwerking
In mijn woonstad Gent wordt deze tweehonderdste verjaardag van het Hollands Bewind nogal nadrukkelijk gevierd met tal van events onder de slogan ‘Gent kleurt Oranje’. Niet geheel onterecht, want Willem I heeft Gent toch wel wat cadeaus gedaan: Willem I gaf Gent haar universiteit (1817), reorganiseerde en democratiseerde het onderwijs en liet het zestiende-eeuwse traject van de Sassevaart uitgraven tot het kanaal Gent-Terneuzen (1827).
Met onder andere die belangrijke beslissingen werden de drijvende politieke en intellectuele krachten in Gent hardnekkige ‘orangisten’. Dat werd hen in 1830, toen België na een ampele oproer – eerder een Brusselse opstootje – toch onafhankelijk werd, nogal kwalijk genomen. Maar dat is geschiedenis.
Ondanks de tweede scheiding van 1830 werd al vanaf 1840 opnieuw gezocht naar economische samenwerking tussen de Lage Landen en dat leidde in 1863 al tot een eerste Handels- en Scheepsverdrag. Het Benelux-idee dook nog sterker op in 1944, toen de gevluchte regeringen uit Nederland en België in Londen opnieuw werkten aan het concept van een douane-unie voor vrij onderling goederentransport en gelijke douanetarieven aan de gezamenlijk buitengrenzen.
In 1958 leidde dat tot het Benelux-verdrag, dat vaak als model wordt genoemd voor het Verdrag van Rome dat eveneens in 1958 de basis vormde voor de EU van vandaag.
In 2008 werd het Benelux-verdrag ter gelegenheid van het half-eeuwfeest hernieuwd, maar sindsdien kent het een wat sluimerend bestaan in de schaduw van een sterker EU-beleid en het groeiende debat over de Europese finaliteit.
Benelux Business Roundtable
Toch is de idee van de Benelux als experiment inzake samenwerking tussen buurstaten over de grenzen heen niet begraven. Er kondigt zich zowaar een kleine renaissance aan. Midden januari van dit jaar werd in het statige Egmontpaleis (overigens opgetrokken ten bate van Willem I en de Oranjedynastie) een niet onbelangrijke diner gehouden. De ‘Benelux Business Roundtable’ (BBR) werd er, in het bijzijn van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken en diplomatieke vertegenwoordigers van de Benelux-landen, boven de spreekwoordelijke doopvont gehouden.
Die BBR is een kransje van vijftien vertegenwoordigers (meestal CEO’s) uit de belangrijke economische sectoren van België, Nederland en Luxemburg. Aanwezig: de energiesector (gas en elektriciteit), de chemiesector en de dienstverlenende sector (consultancy, HR-beleid, industriële holdings en banken).

 

Grensoverschrijdend perspectief
Ook Wouter De Geest, CEO van BASF Antwerpen, zat aan tafel. ‘We willen voor een beperkt aantal economische facetten samen en vanuit onze diverse invalshoeken pragmatische – zeg maar bruikbare- aanbevelingen formuleren voor de Benelux-regeringen en bij uitbreiding voor de Europese Commissie. We beperken ons bewust tot die aspecten die ook een grensoverschrijdend en dus breder perspectief hebben zoals energiebeleid, arbeidsmobiliteit, infrastructuur, innovatie en de eengemaakte Europese markt. Dat is voor de sector van de chemie en petrochemie zeer belangrijk want we zijn, zeker in de Delta, gewoon buren’, argumenteert hij.
Het aantal deelnemers is beperkt omdat de groep kort op de bal wil spelen en ieder van de deelnemers zich engageert om op basis van de eigen specificiteit ‘position papers’ voor te bereiden die na overleg moeten uitmonden in suggesties voor flankerend industriebeleid. ‘Het is een hernieuwde poging om de positie van de Benelux-industrie binnen Europa te versterken en samen te zoeken naar oplossingen die onze concurrentiekracht kan versterken. Ook de Duitse industrie waarmee we een grote verwevenheid hebben, heeft daar baat bij’, zegt De Geest. Hij is alleszins overtuigd van het nut van een Benelux-renaissance. We kijken uit naar de eerste resultaten van de BBR. Erover communiceren staat alleszins in de streefdoelen.

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.