blog

Column: Creativiteit aanboren eenvoudiger dan schaliegas

Publicatie

22 apr 2014

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

‘Erg enthousiast is het IMF niet over België. De BTW-verlaging voor elektriciteit lust het niet, het ziet de voorsprong in productiviteit afkalven en stelt vast dat het met innovatie pover gesteld is.’ Dat citaat pluk ik uit de Vlaamse kranten van midden maart. Over die BTW-verlaging wil ik het niet hebben, al komt mij die goed uit, zelfs als kritisch energieverbruiker. Over de productiviteit laat ik me ook niet uit want er bestaan zoveel definities over productiviteit dat ik heb opgegeven ze te interpreteren en dus te duiden.

Laten we het hebben over innovatie. Nu weet iedere wakkere lezer van dit maandblad en deze rubriek dat meten een moeilijk proces is en normering vraagt. Hoe meet je innovatie? Aan het aantal nieuwe ideeën? Aan de omzetting van nieuwe ideeën in nieuwe applicaties? Aan de return-on-investment van die innovaties? Ik hou er mee op, want er zijn wellicht een paar honderd onderzoekers die mij kunnen leiden in de juiste definiëring en evaluatie van innovatie.

Creativiteit

Ik ben niet zo pessimistisch als het IMF. En waarom? Omdat in die globale wereld van grote getallen en megastromen er tal van kleine maar daarom niet minder enthousiasmerende initiatieven aan de gang zijn om de innovatie bij jongeren te prikkelen en uit te dagen.

In Vlaanderen heeft de chemiefederatie (essenscia) een reeks projecten lopen om jongeren tot innovatie uit te dagen. Een ervan is de creativiteitsmarathon. Daarbij worden jongeren (laatste jaar middelbaar onderwijs, zeg maar 17- tot 18-jarigen van alle soorten opleidingen) letterlijk uitgedaagd om in twee dagen tijd hun creativiteit los te laten op vragen die gevestigde chemische ondernemingen zich stellen. De marathons worden per provincie georganiseerd. Afgelopen maanden in Oost-Vlaanderen en Limburg, volgend jaar in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen. Ik was erbij in mijn thuisstad Gent, tevens hoofdstad van Oost-Vlaanderen.

Tijdens zo’n marathon krijgen honderd leerlingen uit negen scholen de opdracht om in gemengde teams (dus samengesteld met leerlingen van de diverse scholen) een creatieve oplossing te bedenken voor probleemstellingen die vier ondernemingen uit de sector chemie, life sciences en kunststoffen hebben geformuleerd. Het geheel wordt mee gestuurd en gestuwd moet ik zeggen door de Vlaamse populaire televisieweerman Frank De Boosere.

De probleemstellingen in Gent waren vrij eenvoudig: Hoe kan biotechnologisch onderzoek bijdragen tot duurzame landbouw? Bedenk het wasproces van de toekomst? Hoe kunnen we onze omgeving overtuigen dat we duurzaam produceren? Hoe overtuig je een autogebruiker om over te schakelen op de overdekte elektrische fiets? In totaal zestien teams konden aan de slag met deze vragen. Na een eerste selectie bleven er vier teams over die streden voor de meest creatieve ploeg. Ze kregen twee dagen om hun oplossing uit te werken en amper vier minuten om ze voor te stellen. Een krachttoer, als u het mij vraagt, waarmee vele hoger opgeleiden het moeilijk zouden hebben.

Briljante invallen

Na de presentaties en vóór het oordeel van de jury, ging mijn spontane voorkeur uit naar het team van de Bollievers, zoals ze zichzelf – met een knipoog – hadden gedoopt. Ze stelden voor om de vandaag bekende trommelwasmachines te vervangen door een intelligente bolwasmachine waarbij de bol met wasgoed magnetisch zouden worden aangedreven en 360 graden kon draaien. Met ingebouwde chips in de kledij zou de intelligente machine bovendien het wasprogramma automatisch kunnen afstemmen om het te wassen goed met de juiste (lees minimale) zeep- en waterdosering. In de bolmachine zou tevens een systeem van filtratie – een mini-wzi – kunnen worden ingebouwd waardoor de machine haar eigen waswater zou kunnen recycleren en dus hergebruiken. Kortom, ik zat verbaasd te luisteren naar zoveel even simpele als briljante invallen.

En inderdaad, bij de beoordeling door de CEO’s van de vier uitdagende bedrijven haalden de Bollievers het omwille van de creativiteit (meest uitgewerkt), de toepasbaarheid (best uitgewerkt) en het realisme (meest aan de zekerheid grenzende waarschijnlijkheid).

De Oostvlaams provinciegoeverneur – in Nederland Commissaris van de Koning genoemd – was evenzeer verrast door zoveel jong creatief geweld. Hij stelt zijn provincie Oost-Vlaanderen graag voor als kennisprovincie (biotechcluster in Gent en opkomende nieuwe media). Hij zei dat het aangenaam varen is op zo’n “kennisschip”. Ik kan hem niet tegenspreken. Ik denk zelfs dat het aanboren van creativiteit een stuk makkelijker moet zijn dan het aanboren van schaliegas, maar daarmee open ik weer een andere discussie.

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.