blog

Column: Europa mag best wat ambitieuzer zijn

Publicatie

24 jun 2014

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

De campagne voor de Europese verkiezingen loopt op haar laatste benen als ik deze column schrijf. Nog nooit stond het Europees project zo ter discussie als de voorbije maanden, weken en dagen. In Nederland zijn de uitgesproken non-believers sterk aanwezig in de media, in België ligt dat iets anders. Daar is de tegenstroom minder sterk, beperkt tot het thema van de migratie en ook milder. In Nederland willen sommigen alles terug zoals vroeger.

Wat ook de uitslag moge wezen – die weten we als deze column wordt gedrukt – ik hoop dat de “believers” het halen, want het Europees project terugschroeven, betekent dat ieder land terugplooit op zijn eigenheden en dus mekaar opnieuw zal beginnen te concurreren. Dan duikt terug de verdeel-en-heers-modus op en daarbij zullen de sterkste vooral heersen. Tijdens mijn driemaandelijks gesprek met Wouter De Geest, CEO van BASF Antwerpen kwam Europa eveneens op tafel.

Ambitie

Wouter De Geest is sinds kort opnieuw voorzitter van essenscia, de Belgische federatie van chemie en life sciences. Door een ongeplande vacature kwam de sector weer aan zijn mouw trekken. ‘En ja, ik had blijkbaar het goede profiel’, zegt hijzelf. Dat profiel was overigens bekend van de voorbije jaren voorzitterschap dat hij anderhalf jaar geleden doorgaf. Tijdens de jaarvergadering van 2012 werd hij daarvoor beloond met een stevig applaus. Hij stuurde de federatie resoluut de weg op van duurzaamheid en innovatie, en had voorbeeldige en correcte contacten met de politici en decision makers.

Net zoals vele captains of industry gelooft hij wel in de voordelen van een groot eengemaakt Europees marktsysteem. ‘Al mag Europa zelf wat meer ambitie tonen in het uittekenen van een industrieel beleid’, voegt hij er in een adem aan toe. Om dat te verduidelijken heeft essenscia een memorandum opgesteld ten behoeve van de politici die kandidaat zijn. ‘Wij willen als sterkste industriële sector in België het ondernemerschap aanwakkeren, en de creativiteit en het innovatieve onderzoek in de schijnwerpers plaatsen. We willen vooral de bijdrage van onze producten en processen aan een dynamische samenleving in de verf zetten. We gaan resoluut voor de open dialoog maar verwachten van onze partners en stakeholders ook een engagement.’

En hij zet die engagementen ook klaar en duidelijk op een rijtje: ‘Van de diverse overheden verwachten we dat ze de juiste randvoorwaarden scheppen door de juiste investeringen te doen, ondersteuning (geen subsidies) te verlenen en rechtszekerheid te bieden. Van de kennisinstellingen verwachten we dat ze hun kennis delen en samen met de industrie werken aan concrete nieuwe toepassingen. De ondernemingen moet visie hebben, flexibel en weerbaar zijn en bereid zijn tot dialoog.’ Voor elk wat wils dus, ook voor de eigen achterban.

Positieve keuze

Wat verwacht hij, en met hem de sector voor chemie en life sciences, dan van Europa? Want naast een nieuw Europees parlement komt er ook een nieuwe Europese Commissie. Volgens essenscia moet een Europees industrieel beleid steunen op drie pijlers: voorrang voor het innovatieprincipe eerder dan voor het voorzorgsprincipe, respect voor het gelijke speelveld en zorg voor een stabiel beleidskader.

Binnen dat algemene kader ziet essenscia drie accenten: een consistent Europees energie- en klimaatbeleid, en een geharmoniseerde aanpak voor de nano- en biotechnologie. ‘Wij denken daarbij aan een positieve en geen negatieve keuze (bijvoorbeeld inzake schaliegas en nieuwe nucleaire technieken), aan een energiemix die leidt tot leveringszekerheid, competitieve prijzen en minder broeikasgassenuitstoot, en aan een slim klimaatbeleid dat steunt op nieuwe technologieën en processen in plaats van op absolute doelstellingen. En voor nano- en biotech is er nood aan een geharmoniseerd beleid want nu treffen de nationale staten nog allerlei eigen maatregelen die ons verderaf brengen van één globaal speelveld waar iedereen met gelijke kansen aan de slag kan. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een Europees project’, besluit De Geest.

Jan Van Doorslaer

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.