blog

Column: Maatschappelijk draagvlak

Publicatie

23 jan 2012

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

Rapporteren en zeker als het gaat om activiteiten, prestaties of resultaten die moeten aantonen dat een onderneming bezig is met een duurzaam beleid, is altijd een wat heikele bedoening. Ik heb het jaren gedaan bij mijn vroegere onderneming, waar ik verantwoordelijk was voor de externe communicatie. Je moet samenwerken met diverse afdelingen en collega’s, je moet ze allemaal op dezelfde toonhoogte of lijn krijgen, je moet tegenover mekaar kritisch zijn inzake cijfermateriaal en interpretatie van die cijfers. Kortom het is groepswerk en dat moet de externe toets kunnen doorstaan. Geen eenvoudige opdracht.

Nu is zo’n duurzaamheidrapport een van de instrumenten waarmee een onderneming, en zeker een chemische, aan de buitenwereld kan tonen hoe zij op vlak van duurzaamheid presteert in haar core-businesses: creëren van toegevoegde waarde via productie (prosperity), beheersen van interne en externe sociale processen (people) en realiseren van leefmilieudoelstellingen (planet). Aandacht besteden aan de inhoud en vorm van een dergelijk rapport is bepalend voor de ernst waarmee een onderneming of organisatie haar duurzaamheidprestaties benadert en presenteert.

Voor een onderneming is dat nog overzichtelijk, maar als je als een hele sector aan een dergelijk duurzaamheidrapport begint, dan is dat nog een ander paar mouwen. Hoe krijg je als sector voldoende en betrouwbare cijfers bijeen van soms honderden ondernemingen? Die uitdaging ging essenscia al aan in 2009. De Belgische sector van chemie, kunststoffen en life sciences koos ervoor te rapporteren volgens de GRI-standaard. De Global Reporting Index is een methode die internationaal erkend is, die ook pragmatisch is (je hoeft niet alle details van de index op te volgen), als je maar uitlegt waarom je sommige gegevens niet kunt weergeven.

Daarmee beet de sector de spits af in België. En die best of class wilde de sector blijven. Daarom kondigden de bestuurders vooraf aan dat ze uitgerekend in het Jaar van de Chemie met hun tweede duurzaamheidrapport zouden uitpakken. En ze hielden woord. Ik moet als ervaringsdeskundige toegeven dat het een mooi werkstuk is geworden. Waarom? Er is een duidelijke indeling volgens de drie P’s en er is nog een vierde P aan toegevoegd, die van products. Daarmee wil de sector duidelijk maken dat ze producten ontwerpt en maakt die niet alleen de welvaart (prosperity), maar ook de mensen (people) en het leefmilieu (planet) ten goede komen. De cijfers in het rapport gaan terug tot het jaar 2009, net toen de hele industrie weer uit een dal opkrabbelde.

Het rapport is fris opgemaakt, bevat heel wat cijfergegevens en korte begeleidende teksten en getuigenissen van prominenten uit de stakeholders-groepen. Sterker nog, de samenstelling en interpretatie van de cijfergegevens gebeurde in samenspraak met stakeholders-groepen. Voor essenscia zijn dat vertegenwoordigers van de sociale gesprekspartners (vakbonden en ondernemers), maar evenzeer leden van de milieukoepel (Bond Beter Leefmilieu). Op de concrete resultaten kan ik hier niet ingaan. Die vindt de lezer op www.essenscia.be.

Nieuwsgierig ging ik ook eens kijken wat onze Noorderburen, de VNCI, aan rapportage doen. En daar stel ik vast dat er nog steeds geen duurzaamheidrapport voorhanden is. Wel het traditionele jaarverslag met de economische data van de sector en van de organisatie zelf, en daarnaast een Responsible Care-rapport. Samen ongeveer evenveel pagina’s als het essenscia-rapport maar heel veel tekst en relatief weinig cijfers. Het lijkt me de Angelsaksische benadering waar ze liever zuinig zijn met cijfers maar des te meer ‘wording’ nodig hebben. Ik betwijfel die benadering. En ik betwijfel de impact van de Responsible Care-benadering. Wie kent dat begrip buiten de chemiesector? Probeer het maar eens uit.

Maar, wie ben ik om de VNCI lessen te geven? Geen partij, maar ik zou ze aanraden om over de rapportering toch eens na te denken en te brainstormen. Wat de VNCI-rapporten dan weer wel hebben, is dat ze geëvalueerd zijn door professionele auditors. En dat kan dan weer een suggestie zijn voor de Belgen.

Bij de voorstelling van het duurzaamheidrapport werd ook een debat georganiseerd tussen essenscia en de stakeholders. Uiteraard kwam aan bod dat dit rapport nog voor verbetering vatbaar is, dat de sector naar nog meer duurzame oplossingen moet blijven zoeken en dat inzake het gebruik van energie, grondstoffen, levenscyclus van producten, flexibele inzet van (oudere) medewerkers en klimaatdoelstellingen nog een hele weg is af te leggen.

‘Aan die uitdagingen twijfel ik geen seconde’, zei essenscia-voorzitter Wouter De Geest. ‘Het voorliggende duurzaamheidrapport is wel de neerslag van ons sector-DNA. Ik ben blij dat we de weg van de duurzaamheid en dus van transformatie of transitie zijn ingeslagen, want het is de enige uitweg. Wij zijn als sector en ondernemingen bekommerd om de maatschappelijke ontwikkelingen en moeten daarom ons maatschappelijk draagvlak blijven zoeken, bewaren en verbreden.’ Stof tot nadenken.

(vragen en reacties zijn welkom op jan.van.doorslaer1@telenet.be)

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.