blog

Column: Onrust en frustratie

Publicatie

7 aug 2013

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

Als er iets is waaraan chemiebedrijven een hartsgrondige hekel hebben, dan is het onstabiliteit en een mistig toekomstbeeld van belangrijke kostenposten. De onvoorspelbaarheid die nu in Europa heerst rond het actuele energiebeleid en denkpistes voor het decennium 2020-2030, en rond de energievoorziening en annex prijzen, zorgen voor onrust en frustratie in de chemie & life sciences.

Het is een sector die bij uitstek een energie-intensieve sector is. Energie is nu eenmaal nodig om de wetten van de formatie en transformatie van moleculen in de industriële praktijk te brengen. Energie is een noodzakelijk hefboom en de kost ervan is zonder twijfel een bepalende factor voor rendabiliteit van de chemische productie. Bovendien zijn sommige “brandstoffen” zoals bijvoorbeeld aardgas, ook grondstoffen en zijn ze een fundament in de valorisatie naar vele productwaardeketens.

Op het recente congres Deltavisie 2013 stond energie vaak in het middelpunt van referaten en gesprekken. Drie thema’s kwamen daarbij steevast aan bod: de vraag naar energie en dus de energievoorziening, de energieprijs en afgeleid het klimaatbeleid en met name de CO2-uitstoot die onlosmakelijk is verbonden met energievoorziening.

Tandje bijsteken

De vraag naar energie zal blijven toenemen, zeker als de BRIC-landen hun welvaart zullen en vooral willen zien toenemen. Bart Voet van Shell Pernis stipte terloops aan dat binnen dertig tot veertig jaar de energievraag wereldwijd zal verdubbelen en dus alle hens aan dek worden geroepen om die energievoorziening te waarborgen. Over de evolutie van de energieprijzen is het dan weer koffiedik kijken. De ontginning van schaliegas in Noord-Amerika maakt dat de gasprijzen daar zijn gekelderd en dat de Verenigde Staten opnieuw exporteur kunnen worden van steenkool en straks wellicht ook schaliegas.

Bovendien maakt de steenkoolprijs én het Emission Trading System het vandaag mogelijk dat sterk CO2-uitstotende kolencentrales het qua rendabiliteit beter doen dan gasgestookte WKK’s. Die worden zowel in Nederland als in België dan ook systematisch stilgelegd al is het voor alle experts duidelijk dat de vermindering van CO2-uitstoot het beste via dergelijke WKK’s gebeurt omdat het de goedkoopste methode is. Het leidt tot het perverse effect dat de goedkope steenkool het momenteel kan halen van het klimaatzuiverder aardgas.

‘Het is duidelijke dat Europa een tandje moet bijsteken. We hebben in het energiebeleid een meer Europees geharmoniseerde benadering nodig, dan de optelsom van het beleid van individuele lidstaten’, stelt Wouter De Geest, gedelegeerd bestuurder van BASF Antwerpen. Europa moet beslissen welke energiemix we nodig hebben. Zo zou de voorspelde werking van een EU-markt moeten worden verzekerd door de fysieke bottlenecks weg te werken en “connecting Europe” effectief te realiseren. ‘Ook dient Europa optimale locaties voor hernieuwbare energiebronnen vast te leggen, zodat tegen de meest efficiënte kost maximaal een Europese doelstelling wordt gehaald’, besluit hij. De netwerkinfrastructuur moet de hiermee gepaarde energietransitie kunnen volgen en de nodige aanpassingen en nieuwe investeringen moeten hiervoor dan ook worden gedaan. Dit zal een gecoördineerd overleg vereisen tussen de Europese lidstaten en een intensieve afstemming tussen buurlanden.

Danswerk

En dan is er nog het topic schaliegas. Chemische multinationals hebben grote sites in de States die precies profiteren van de daar gedaalde energieprijzen, maar vrezen dat de concurrentie vanuit de Verenigde Staten zo sterk zal worden dat de productiesites in Europa kunnen worden bedreigd. Moeten we dan maar meteen kiezen voor schaliegaswinning in Europa? De kansen en mogelijkheden moeten goed worden afgewogen tegenover de risico’s. In de eerste plaats moet duidelijk worden of we schalie- en aanverwante gassen economische rendabel kunnen winnen, rekening houdend met wellicht niet-eenvoudige milieuvoorschriften. Vanuit de chemie pleit men dus voor een én-én-verhaal, eerder dan een of-of-story.

Intussen zal de Europese chemiesector zich wel schrap moeten zetten, want de goedkopere energieprijzen geven de Amerikaanse chemie-ondernemingen wel een boost en ze zullen niet nalaten hun capaciteiten uit te breiden om hun producten te slijten op de Europese markt. Voor internationale groepen vergt dat wel wat “danswerk”. Daarom is het zo belangrijk dat Europa zich goed voorbereidt, de evolutie in de wereldwijde energiesector voor de komende decennia tijdig in kaart brengt en een toekomsttraject uittekent.

Jan Van Doorslaer

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.