blog

Column: Samen innoveren

Publicatie

15 apr 2013

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

Begin maart organiseerde de BASF-groep voor de tweede maal haar Marketplace of Innovations. Daarmee wil de chemiegroep aan een brede schare stakeholders duidelijk maken waarmee zij qua innovaties bezig is of wat ze al gerealiseerd heeft. Het loont alleszins de moeite een kijkje te nemen: www.we-create-chemistry-world-tour.basf.com.

De BASF-groep is bezig haar strategie “We create chemistry for a sustainable future” om te zetten, door de ontwikkeling en lancering van nieuwe producten. De transitie naar een nieuwe economie gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen past daarin. En over die transitie had ik het in mijn driemaandelijkse babbel met Wouter De Geest, CEO van BASF Antwerpen maar ook voorzitter van de Industrieraad Vlaanderen. Een raad die de Vlaamse regering moet adviseren inzake industrieel beleid.

Maken en doen

Hij definieert meteen wat industrieel betekent: zij die iets doen en maken, want zij zullen zorgen voor de oplossingen en dat reikt verder dan plannen en concepten. ‘Bedenken is niet voldoende’, zegt hij. In dat maken en doen, zullen we wel efficiënt moeten omgaan met middelen. En dat betekent meer doen met wat we ter beschikking hebben, niet noodzakelijk minder. Want als we ons neerleggen bij dat we het met minder zullen moeten doen, dan zijn we defaitistisch, vindt Wouter De Geest.

De creativiteit moet ons inspireren voor dé grote uitdaging: deze aardbol in stand houden voor alsmaar meer bewoners aan te kunnen. ‘Indien we niets veranderen, zullen we tegen 2050 driemaal de regeneratieve kracht van onze planeet nodig hebben om de verwachte negen miljard bewoners een waardig bestaan te geven.’

Om dat te kunnen realiseren, is innovatie nodig die voor Wouter De Geest grensoverschrijdend moet zijn ‘Als we een nieuw industrieel beleid willen ontwikkelen en als we oplossingen willen vinden, dan zullen ondernemingen of sectoren dat niet meer alleen kunnen. Dan zullen ze met andere ondernemingen uit andere sectoren, met klanten en onderzoeksinstellingen moeten samenwerken en samen oplossingen zoeken op een multidisciplinaire basis. Pas dan zullen ontwikkelingen kunnen worden versneld, zullen producten sneller bij de consument kunnen geraken, zullen we ook talenten optimaler kunnen benutten en inderdaad kunnen blijven groeien zonder roofbouw te plegen.’

Clusteren

Die “chemie” tussen ondernemingen uit diverse sectoren is volgens hem de noodzakelijke voedingsbodem. Van daaruit, redeneert De Geest verder, kunnen we nieuwe vindingen toetsen aan reële vragen van de maatschappij van morgen en overmorgen. Die vindingen of innovaties kunnen we dan samen met de participanten clusteren en samenbrengen in roadmaps om nieuwe en vernieuwende waardeketens te ontwikkelen.

Dergelijke routekaarten moeten op een heldere wijze de doelstellingen, mijlpalen en engagementen uitzetten om een transitieproject te realiseren. Want we zullen per regio in Europa en in de wereld moeten gaan bepalen waarin we willen excelleren. ‘Dat is wat we verstaan onder smart specialisation. We kunnen niet in alles de beste zijn, dus moeten we clusteren om zo de Fabrieken van de Toekomst te realiseren. De Fabrieken van de Toekomst die we willen creëren, moeten dingen naar de titel van wereldkampioen en dat kan best zijn in een combinatie van sterktes zoals chemie, informatica, machinebouw, zorgverstrekking, visie en strategie.’

Subsidiologen

Als we Wouter De Geest de vraag stellen wie dat dan wel moet sturen en we laten het woord overheid vallen, geeft hij meteen repliek. ‘De overheid moet de toekomst blijven verkennen, moet mee scenario’s ontwikkelen en de nodige randvoorwaarden scheppen om dergelijke bottom-up processen van transformatie te ondersteunen via een gericht industrieel beleid. Ook bij de overheid is daarom verdere transformatie nodig. Ze moet bijvoorbeeld ruimte geven door een open en niet risico-averse houding aan te nemen tegenover innovatie. Ze moet zelf haar structuren durven te vereenvoudigen. Vandaag kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er te veel instellingen zijn die zich bezighouden of buigen over innovatie, industrieel beleid… Deze versnippering leidt bovendien tot een complexiteit waardoor vaak alleen grote ondernemingen, die “subsidiologen” kunnen inhuren om de lange weg door de “instellingen” te bewandelen, uiteindelijk subsidies of steun binnenrijven.’

Om steun effectief en efficiënt te maken, suggereert Wouter De Geest meer gerichte steun met een focus op ondernemingen en projecten die uitvergrootbaar zijn en een strategische toets kunnen doorstaan. Dus weg van het “sprinklermodel” waarbij steun te verspreid wordt toegekend. En de toets? ‘De toets is een continu proces van evaluatie in functie van de roadmap en van een daarvoor gestipuleerd budget met een meerjarenhorizon.’

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.