blog

Column: Steunberen

Publicatie

7 dec 2016

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

Aan het einde van dit toch merkwaardig internationaal gekleurd en vaak ook schokkend verlopen jaar nemen we in de Rijn/Schelde-delta afscheid van twee merkwaardige figuren die hun stempel, elk op hun eigen manier, hebben gedrukt op de ontwikkeling van die delta. Ik heb het over Cees Jan Asselbergs en Eddy Bruyninckx. Wouter De Geest suggereerde me om deze twee trekkers voor het voetlicht te brengen. Terecht, want beider loopbaan verliep nagenoeg parallel.

Opgestroopte mouwen

Het zijn geen echte ‘havenbaronnen’, zoals CEO’s van grote logistieke en havengebonden ondernemingen wel eens worden genoemd. Beiden zijn eerder uit het serviele hout gesneden, de dienstenstand. Merkwaardig is dat beiden een loopbaan hebben van bijna of helemaal een kwarteeuw die begin jaren negentig startte. Economisten noemen dat de jaren van de ‘omgekeerde olieschok’. Sterk gedaalde grondstoffenprijzen en het aantrekken van de vraag naar basischemicaliën zorgden voor mooie resultaten en dus geld voor investeringen.
Cees Jan kwam uit de ondernemerskoepel en verkaste naar de Europoort Botlek Belangen, zeg maar de Rotterdamse industriële poot, die tien jaar later fuseerde met de scheepvaartvereniging. Meteen verzoende hij twee belangrijke spelersgroepen en wist hij een belangengroep te smeden met achthonderd bedrijven die samen veertien sectoren en 180.000 medewerkers vertegenwoordigden.
In Antwerpen konden ze daar alleen jaloers om worden, want daar duurde het een stuk langer voordat de spreidstand tussen de industriële en logistieke havengebruikers kon worden overbrugd. Cees Jan realiseerde dat in no time, omdat hij als afgestudeerde in de architectuur wist hoe het bouwen ineen zat en hij bovendien een doener was van het soort dat liefst met opgestroopte mouwen aan de slag ging. Met zijn Deltalinqs zette hij zes werven op: ondernemingsklimaat, onderwijs en arbeidsmarkt, veiligheid, infrastructuur, en bereikbaarheid en innovatie. Die werven kregen vorm en inhoud met gezamenlijke praktijkinitiatieven, opleidingsacademies en oefenplants.
Cees Jan was overigens een van de eersten om mee te duwen aan de kar van het Chemvision-platform waarbij gepoogd werd de chemie van Antwerpen en Rotterdam structureel rond de tafel te krijgen. Niet om afspraakjes in achterkamers te maken, maar om samen te denken aan de verbetering van de randvoorwaarden. Helaas bleek het water tussen de twee koningskinderen – Rotterdam en Antwerpen – nog altijd te diep.

Bruggenbouwer

Eddy Bruyninckx had een ander profiel en legde dus een ander parcours af. Hij komt uit de wereld van de gedegen ambtenaren en heeft ministeriële kabinetservaring. Zijn opdracht is niet min: een stadsdienst – en dan nog een van de meest winstgevende – omvormen tot een echt bedrijf, een havenbedrijf met 1500 medewerkers en vele opdrachten, tentakels en vele klanten. Eddy toonde zich een voorzichtig, aftastend manager, een bruggenbouwer die ook besefte dat de havenbelangen niet ophielden aan de grenzen van die haven, maar veel verder economisch en sociaal rimpelden. Hij moest ook laveren in de spreidstand tussen de industriële havengebonden ondernemingen en de puur logistieke spelers. Na-ijver tussen die twee was jarenlang een thema in Antwerpen, maar hij slaagde er met voldoende back-up en doorzetting in om van deze spreidstand een sterkte te maken.

Gedroomde samenwerking

Soms worden de gigantische chemische installaties in Antwerpen en Rotterdam wel eens vergeleken met moderne industriële kathedralen van de 20ste en 21ste eeuw. Kathedralen, zeker de gotische, werden meer dan vijfhonderd jaar geleden uitgerust met steunberen, die de belangrijke gewelven kracht en weerstand moesten geven.
Cees Jan Asselbergs en Eddy Bruyninckx waren in hun sector zulke steunberen. Aan hun opvolgers om die functie verder in te vullen en waar te maken. En komt er van nog wat van die vaak gedroomde samenwerking tussen Rotterdam en Antwerpen? ‘Alleen als we voor beide industrie- en havengebieden een toegevoegde waarde kunnen waarmaken, zal die samenwerking er stapsgewijs wel komen’, bedenkt Wouter De Geest.

Bron: Petrochem 12, 2016

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.