Waterbouwbedrijf Van Oord is in het Rotterdamse havengebied begonnen met het opspuiten van 55 hectare land. Dit is bestemd voor bedrijven die hernieuwbare brandstoffen en chemische producten maken. 

Aanleiding voor het opspuiten van het terrein is dat het Finse bedrijf UPM onlangs bekend maakte zich alleen nog te richten op Rotterdam als locatie voor een nieuwe bioraffinaderij. UPM maakt van reststromen hernieuwbare materialen. De producten van de geplande bioraffinaderij kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt als duurzame vliegtuigbrandstof. Grondstoffen zijn houtige biomassa, vloeibaar afval en andere restgrondstoffen. De beoogde raffinaderij in Rotterdam krijgt een capaciteit van 500 kiloton hernieuwbare brandstoffen per jaar. Een definitieve beslissing over de nieuwe fabriek wordt op z’n vroegst eind dit jaar verwacht.

Nieuw cluster

UPM kan met de bioraffinaderij het eerste bedrijf zijn van een nieuw cluster voor het produceren van hernieuwbare brandstoffen en chemicaliën. Dat cluster krijgt naar verwachting de omvang van ongeveer 90 hectare. Door bedrijven die producten maken uit reststoffen bij elkaar te vestigen, ontstaat een cluster dat gebruik kan maken van dezelfde infrastructuur, zoals buisleidingen.

Van Oord spuit in totaal 5 miljoen kubieke meter zand op in het zuidelijke deel van de Prinses Alexiahaven. In afwachting van concrete plannen voor invulling van het gebied was dit deel van Maasvlakte 2 nog niet opgespoten. In juli is Van Oord naar verwachting klaar met het werk. Het zand moet dan nog een half jaar inklinken voordat er op kan worden gebouwd.

Havenbedrijf Rotterdam wil groene waterstof uit IJsland importeren. Om de haalbaarheid daarvan te onderzoeken heeft ze een memorandum van overeenstemming getekend met Landsvirkjun, het nationale energiebedrijf van IJsland.

De haven van Rotterdam is de grootste haven en energiehub van Europa en heeft een ambitieus waterstofmasterplan ontwikkeld. Ze wil onder andere de belangrijkste importhub worden voor waterstof voor Noordwest-Europa. ‘We verwachten dat waterstof de huidige positie van olie zal overnemen, als energiedrager en als grondstof voor de industrie,’ zegt Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam. ‘Daarom verkennen we de mogelijkheden om waterstof te importeren uit landen die de potentie hebben om grote hoeveelheden waterstof te produceren tegen een concurrerende prijs, zoals IJsland.’

Waterkrachtcentrale

Onlangs kondigde Landsvirkjun aan een haalbaarheidsonderzoek te doen naar de ontwikkeling van een fabriek voor groene waterstof bij de waterkrachtcentrale Ljósifoss, circa zeventig kilometer van Reykjavik. De productie wordt koolstofvrij, door de elektrolyse van water met hernieuwbare energie. Momenteel wordt het grootste deel van de waterstofvoorziening wereldwijd nog geproduceerd met aardgas.

 

 

Veertien partijen die betrokken zijn bij groene waterstofprojecten schreven een brandbrief naar minister Wiebes van EZK. De bedrijven zijn bang dat de eisen om in aanmerking te komen voor een SDE++ subsidie te hoog gegrepen zijn. Grootschalige waterstofproductie via elektrolyse is volgens de partijen niet mogelijk als de minister vasthoudt aan de emissiefactor van 183 gram per kilowattuur. Ook achten de bedrijven een grootschalig elektrolyse-systeem op de korte termijn niet haalbaar.

Veertien bedrijven, waaronder Shell, Nouryon en Yara, schreven een brandbrief naar minister Erik Wiebes van Economische Zaken en Klimaat als reactie op het conceptadvies van het planbureau voor de leefomgeving (PBL) voor de inrichting van de SDE++ regeling. De subsidie is een vervolg van de SDE+ regeling, maar focust zich meer op CO2-besparing binnen de industrie. Het geld voor de regeling komt uit de CO2-heffing die Wiebes eerder bekend maakte.

Emissiefactor 183 gram

De bedrijven vinden het vooral bezwaarlijk dat de minister uitgaat van een emissiefactor van 183 gram per kilowattuur voor een electrolyser. Dit zou betekenen dat een electrolyser meer CO2 uitstoot dan de fossiele installaties die het vervangt. De partijen gaan er van uit dat de electrolyser wordt gevoed met groene stroom waardoor de CO2-uitstoot op nul komt. Als de minister het advies van het PBL opvolgt, zal groene waterstof volgens de briefschrijvers helemaal buiten de boot vallen.

Ook de schaalgrootte schoot de schrijvers van de brandbrief in het verkeerde keelgat. Hoewel er wel onderzoeken zijn gepland naar gigawatt-electrolysers, zijn er veel kleinere tussenstappen nodig om de techniek te ontwikkelen. De bedrijven benadrukken bovendien dat waterstof een integraal onderdeel is van het energiesysteem. Met name voor de opslag van overtollige windenergie biedt waterstof goede economische en ecologische perspectieven.

Vertraagd

Op basis van de aannames over onder andere de te hanteren emissiefactor en de referentie-installatie verwachten partijen dat de eerste (kleinschalige) groene waterstofprojecten niet (of pas ver na 2020) in aanmerking komen voor SDE++. Partijen zijn daarom bezorgd dat onder deze uitwerking van de SDE++ voor waterstof de benodigde opschaling vele jaren wordt vertraagd.

De brandbrief is ondertekend door Nouryon, Engie, BP, Havenbedrijf Rotterdam, Vattenfall, Shell Nederland, BioMCN, Tata Steel Nederland, Port of Amsterdam, Innogy, Yara, SkyNRG, Groningen Seaports en Gasunie.

Een consortium van Air Liquide, AkzoNobel, Enerkem en het Havenbedrijf Rotterdam gaat investeren in een waste-to-chemistry installatie in Rotterdam. De fabriek is een duurzamer alternatief voor afvalverbranding, door van plastic en gemengd afval nieuwe grondstoffen te maken voor de industrie.

Voor detailengineering, het oprichten van een speciale joint-venture en het afronden van de vergunningsprocedure is negen miljoen euro nodig. De finale beslissing voor de bouw van de fabriek moet eind dit jaar vallen. Daarbij gaat het om ongeveer 200 miljoen euro.

Groene methanol

De installatie kan 360.000 ton afval per jaar verwerken tot 220.000 ton of 270 miljoen liter ‘groene’ methanol. Dit is meer dan de totale jaarlijkse hoeveelheid afval van 700.000 huishoudens en vermindert de CO2-uitstoot met ongeveer 300.000 ton.

‘Dit is een belangrijke mijlpaal voor het project en een grote stap op weg naar een duurzame en circulaire chemische industrie’, stelt Marco Waas, directeur RD&I van AkzoNobel Specialty Chemicals en voorzitter van het consortium. ‘We kunnen niet-recycleerbaar afval verwerken tot methanol, een essentiële grondstof voor een groot aantal alledaagse producten, zoals duurzame transportbrandstof. Aan de ene kant kan methanol in bestaande toeleveringsketens worden gebruikt als vervanger van fossiele grondstoffen. Aan de andere kant biedt dit het voordeel dat er geen CO2 wordt uitgestoten door afval te verbranden.’

Eerste in Europa

De installatie met de technologie van het Canadese Enerkem komt te staan in het Botlek-gebied van de Rotterdamse haven. Het is de eerste van dit type in Europa. Niet-recycleerbaar gemengd afval, waaronder plastic, wordt eerst verwerkt tot synthesegas en daarna tot schone methanol voor de chemische industrie en de transportsector. Methanol wordt nu nog meestal uit aardgas of kolen geproduceerd. De fabriek zal worden uitgerust met twee productielijnen. Dit is de dubbele capaciteit van de grootschalige installatie van Enerkem in Edmonton, Canada.

De installatie in Rotterdam profiteert van de aanwezige infrastructuur van de Rotterdamse haven en van de samenwerking met Air Liquide en AkzoNobel voor het leveren van de benodigde zuurstof en waterstof. AkzoNobel is ook afnemer van de ‘groene’ methanol.

De productie van methanol lijk overal in de lift. Lees hierover het artikel in de recente Petrochem.

Het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) is toegetreden tot het groene waterstofconvenant ‘Energy Island’ Goeree-Overflakkee. Bij de proeftuin draait het om het opwekken van waterstof via elektrolyse met groene stroom. Interessant is hierbij ook de productie van groen ammoniak. 

In december hebben verschillende overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven een waterstofconvenant ondertekend. Ze willen zich daarmee inzetten voor de ontwikkeling van economisch haalbare waterstofprojecten.

Nu blijkt dat ook het Havenbedrijf Rotterdam bij het initiatief heeft aangesloten. Bij de eventuele opschaling en synergie met industriële ontwikkelingen kan de Rotterdamse haven een belangrijke rol spelen. ‘Groene waterstof is als grondstof en brandstof essentieel om onze economie te verduurzamen’, stelt Allard Castelein, president-directeur van HbR.

Groen ammoniak

Al in 2020 verwacht Goeree-Overflakkee een overschot van twintig procent aan duurzame opgewekte stroom op het eiland. De ongebruikte energie kan dan worden ingezet om waterstof te genereren.  Projecten waarover zou worden nagedacht zijn ondermeer het bouwen van installaties die waterstof maken uit groene stroom, het toevoegen van waterstof aan het lokale aardgasnet, elektrische voertuigen die op waterstof rijden en een of twee waterstoftankstations.

Daarnaast wordt gekeken naar een kunstmestfabriek waar waterstof wordt omgezet in groen ammoniak. Momenteel zijn kunstmestfabrieken een van de grootste energieslurpers van de Nederlandse economie. Bij elkaar nemen kunstmestfabrikanten Yara en OCI Nitrogen bijna tien procent van het totale aardgasgebruik voor hun rekening. De waterstof om ammoniak te produceren wordt nu nog uit aardgas gehaald. Bovendien kost dit proces ook veel energie, eveneens in de vorm van aardgas. Door via elektrolyse waterstof uit water te halen, kan dus een enorme stap worden gemaakt.

Niet voor niets is kunstmestfabrikant Yara in Sluiskil een van de ondertekenaars van het convenant. Luc Haustermans, vice-president innovation management bij Yara: ‘Ammoniak is een essentiële molecuul in de uitbouw van een groene waterstof economie voor energie, chemie, transport en landbouw. Dit convenant biedt een uitstekende kans om dit te demonstreren.’

 

Het vorig jaar opgerichte Rotterdam Port Fund (RPF) heeft de twee eerste investeringen gedaan. Het investeringsfonds dat gericht is op de havensector, stopt geld in de bedrijven Wuvio en Van Aalst Groep. Het gaan om bedragen tussen de vijf en tien miljoen euro.

Wuvio uit Maasdijk heeft een circulair product ontwikkeld voor stofbestrijding. Van gerecyclede vezels maakt het bedrijf een substantie die als een beschermingslaag over kolen of agrarische bulkgoederen wordt gelegd. Dit gaat stofvorming tegen en vermindert waterverbruik.

De Van Aalst Groep uit Dordrecht heeft vers kapitaal nodig voor de ontwikkeling en op de markt brengen van Safeway. Dit is een vinding waarmee het op volle zee gemakkelijker en veiliger is om van een werkschip op een offshore-installatie te komen.

Energietransitie

Het fonds is opgericht door vijf partijen: de Rotterdamse investeerder Peter Goedvolk, ondernemer en reder Jan Willem Doeksen, Havenbedrijf Rotterdam, zakenbank NIBC en het regionale investeringsfonds Innovation Quarter. Samen hebben deze partijen 50 miljoen euro in het fonds gestoken. De Rotterdamse haven wil haast maken met de energietransitie. Mede door dit fonds wordt daar een bijdrage aan geleverd.

Innovators Ben Arntz en Nick Noordam van GBM Works in Den Haag hebben een methode ontwikkeld voor het geluidloos plaatsen van monopiles in de zeebodem. Hiermee hebben ze de Philips Innovation Award gewonnen en krijgen ze een investering van 50.000 euro. Hun vinding kan flink kosten besparen bij het plaatsen van funderingen in water. 

Het geluidsniveau van heien kan schadelijk zijn voor dieren. In sommige landen zoals Duitsland geldt strikte wetgeving. De geluidsterkte mag de 160 decibel niet overstijgen. Voor de geluidreductie bij het plaatsen van monopiles wordt daarom vaak gebruikgemaakt van een bubbelscherm. Dit is een geperforeerde buis die met behulp van een extra schip rondom de heipaal wordt gelegd, waarna met perslucht een scherm van bubbels wordt gecreëerd. Deze bubbels breken deels de trillingen waardoor het geluid verzwakt. Dit kost veel geld.

Geluidloos

Het idee van GBM Works is om ervoor te zorgen dat een monopile nagenoeg geluidloos de zeebodem ingaat. In plaats van gebruik te maken van een hamer willen de innovators liquefactie toepassen. Liquefactie is in de geologie het verschijnsel waarbij de grond zijn samenhang en sterkte verliest. De grond wordt als het ware tijdelijk vloeibaar en de fundering kan erin zakken.

De laatste hand wordt nu gelegd aan de technische tekeningen voor het eerste prototype. In juni en juli worden de eerste testen gedaan.

Een nieuw kabinet moet jaarlijks minstens één miljard euro extra investeren in slimmere en nieuwe infrastructuur. Dit stelt een coalitie van achttien organisaties uit het bedrijfsleven nadat uit een onderzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu blijkt dat goederenstromen in Nederland bij verdere economische groei verder vastlopen. De organisaties willen dat een nieuw kabinet een goed geoliede goederenstroom over de weg, het water, het spoor en door de lucht zeker stelt door extra geld vrij te maken voor het hele logistieke netwerk – fysiek en digitaal.

Nederlanders verdienen hun geld voor een groot deel met handel, ondersteund door een slimme logistiek. Het ministerie spreekt echter over ‘aanzienlijke mobiliteitsopgaven’ over de weg, het water, het spoor en door de lucht bij een hoge economische groei. Zo staan steeds meer chauffeurs nodeloos lang stil op de weg, wachten binnenvaarders voor te drukke sluizen en raken machinisten van goederenwagons in de knel tussen een toenemend aantal reizigerstreinen. Ook komen steeds meer productielijnen stil te liggen en loopt de afwikkeling van goederenstromen op Schiphol en de zeehavens tegen de grenzen aan. De totale maatschappelijke kosten lopen hierdoor in 2040 op tot maar liefst zes miljard euro per jaar. Eerder bleek uit onderzoek van TNO al dat de economische schade door files de afgelopen jaren steeg naar ruim één miljard euro per jaar.

Oplossingen

Volgens het bedrijfsleven tonen alle onderzoeken aan dat extra investeringen in slimmere en nieuwe infrastructuur de hoogste politieke prioriteit verdienen. Om het tij snel te kunnen keren, willen zij met een nieuw kabinet samenwerken aan slimme oplossingen voor de grootste knelpunten. Naast investeringen in meer wegen, vaarwegen en spoorwegen zien ondernemers ook oplossingen in digitalisering en internationale samenwerking. Omdat veel bruggen, tunnels en sluizen halverwege de vorige eeuw gebouwd zijn, is er volgens de organisaties jaarlijks minstens 500 miljoen euro extra nodig om de infrastructuur op peil te houden. Stremmingen door bijvoorbeeld de lange afsluiting van de Merwedebrug, zorgden recent voor forse economische schade.

In Barendrecht opent nog dit jaar het meest geavanceerde en ook een van de grootste maritieme trainingscentra ter wereld: Simwave. Op 5.000 vierkante meter worden 59 simulatoren geplaatst, waaronder enkele 1-op-1 nabootsingen van de brug en machinekamer van een schip. Volgens de oprichters wordt er volgend jaar een tweede centrum in Singapore geopend en moeten er uiteindelijk vijf van dit soort centra op maritieme hotspots in de wereld gerealiseerd worden.

Op dit moment zijn de voorbereidingen volop onderweg om een pand in Barendrecht te transformeren tot het trainingscentrum. Mede-oprichter Marcel Kind: ‘We bieden rederijen en andere maritieme organisaties de mogelijkheid om onder eigen naam en met eigen look & feel, trainingen, assessments en onderzoek bij ons te doen. Ze kunnen dan gebruik maken van onze faciliteiten, maar we kunnen ook uitgebreide ondersteuning bieden door middel van opleidingsspecialisten, mathematische modelleerders en andere deskundigen.’

Simulatoren

In het trainingcentrum komen onder andere ‘full mission’ simulatoren waarbij de gehele brug van een schip nagenoeg 1-op-1 is nagebouwd, ondersteund door 360 graden projectie. Een mondiale primeur betreft hierbij de grondprojectie (water, kade) vanuit de brugvleugels. Voor de zeven machinekamersimulatoren wordt een machinekamer van een schip nagebouwd over twee verdiepingen van het gebouw. Aanvullend komen er simulatoren voor sleepboten, offshore support vessels, binnenvaartschepen en voor navigatie, communicatie en emergency respons operations voor het vervoer van chemicaliën, LNG, LPG en olieproducten.

Tenslotte is het centrum zo opgezet dat terminal operations geoefend kunnen worden, maar bijvoorbeeld ook de plannen voor de uitbreiding of aanleg van een haven of vaarwegen, het verplaatsen van grote objecten en het inzetten van sleepboten vooraf uitgebreid getest kunnen worden op toegankelijkheid en veiligheid.