Begin voorjaar was de overname van DSM Resins & Functional Materials een feit. ‘Wow, was mijn eerste reactie, toen ik zag hoeveel specifieke kennis op het gebied van materialen beschikbaar is binnen Covestro. Dat kan verschillende ontwikkelingen enorm versnellen.’ Managing director Covestro Nederland Aukje Doornbos ziet vooral veel mogelijkheden.

De aanleiding voor een interview kan tegenwoordig zo maar een bericht zijn op social media. LinkedIn in dit geval. De bijdrage ging over DSM, dat onlangs aankondigde de laatst overgebleven materiaalactiviteiten in een apart onderdeel te bundelen en in de etalage te zetten. De laatste der Mohikanen. Vanaf de aankoop van Gist Brocades (en de latere overname van de Roche Vitamins business) veranderde het bedrijf zich in meer dan twintig jaar van basischemie- en materialenproducent naar een grote speler in wat je kunt samen vatten onder het kopje life science. Met enige fantasie: Gist Brocades 2.0.

Alom veel respect voor DSM als nationaal recordhouder transformatie. Want de historie en de totale make-over gaan nog veel verder terug, naar de Staatsmijnen. Ook veel lof voor het feit dat het bedrijf telkens frontrunner is op het gebied van innovatie en verduurzaming. Met veel erkenning in tal van internationale benchmarks.

Toch valt er ook wel een kritische noot te plaatsen, met name als je verduurzaming bekijkt in een groter geheel, vanuit volledige industriële ketens bijvoorbeeld. DSM heeft door zich door de decennia heen telkens versterkt in de onderdelen waarin veel aanknopingspunten liggen voor innovatie en verduurzaming. Denk aan ingrediënten voor voeding en gezondheidsproducten. In de basischemie- en kunststoffenproductie – die in verschillende deals zijn afgestoten – zijn er weliswaar ook mogelijkheden, maar die zijn schaarser en vragen wellicht om grotere, complexere acties.

Het gaat dus niet alleen over de toekomst van DSM, maar ook over het nalatenschap. Vanuit het grotere industriële systeem is het van belang hoe de kopers de voormalige DSM-onderdelen voortzetten.

Aukje Doornbos (Covestro): ‘Er is heel veel aandacht geweest voor de cultuurverschillen. Er wordt ook echt met interesse geluisterd.’

Sterk dna

Een van de commentaren op het LinkedIn-bericht kwam van Aukje Doornbos, sinds april managing director van Covestro Nederland. Volgens haar profiel op LinkedIn werkte ze daarvoor – op een maand na – zeventien jaar in verschillende functies bij DSM. Zij ging dus in het afgelopen voorjaar mee met de recente verkoop van DSM: De overgang van de activiteiten op het gebied van Resins & Functional Materials (RFM) naar Covestro. De voorlaatste groep der Mohikanen, zou je kunnen zeggen.

Doornbos begrijpt de kritische noot wel. Ze heeft met heel veel plezier en bezieling bij DSM gewerkt. Met overtuiging ook. ‘DSM heeft een heel sterk dna waarin de passie voor verduurzaming, de wereld beter te maken, heel belangrijk is. Ik had het erg naar mijn zin’, stelt ze. Dan kun je alleen maar hopen dat de nieuwe eigenaar daar ook ruimte voor geeft.

doornbos

Op dat vlak is Doornbos optimistisch gestemd. Ze is vanaf het begin betrokken geweest bij de overname, zelfs een paar maanden eerder dan bijna al haar collega’s. ‘Ik moest een tijdje echt mijn lippen stijf op elkaar houden.’ Tijdens het overnameproces en ook in de afgelopen zes maanden binnen Covestro heeft ze veel respect gevoeld. ‘Er is heel veel aandacht geweest voor de cultuurverschillen. Er wordt ook echt met interesse geluisterd. Hoe vaak heb ik de vraag gekregen: ‘Hoe doen jullie dat dan?’ Over en weer willen we veel van elkaar leren.’

Iedereen lijkt er van doordrongen dat veel fusies en overnames niet goed uit de verf komen door cultuurverschillen. Want die verschillen zijn er zeker. Zelfs sommige stereotypen blijken te kloppen. Doornbos: ‘Binnen DSM waren we gewend om iets minder strak op de beslissingen te zitten. Dat zit wat meer in de Nederlandse en misschien ook wel Limburgse cultuur. Dat geeft flexibiliteit. Covestro heeft meer strakke processen. Dat kennen we van de Duitse cultuur. Ja is ja en nee is nee. Dat geeft wel veel duidelijkheid.’ Maar over alles is open te praten en weinig is van tevoren in beton gegoten. ‘Behalve over de inrichting van SAP. Daar moesten we wel in mee’, glimlacht ze.

Versnellen

Het lijkt er sterk op dat Covestro delen van het DSM-dna omarmt. Toen het chemiebedrijf zich in 2015 afscheidde van Bayer, had het innovatie en verduurzaming meteen hoog in het vaandel staan. De gedrevenheid die de voormalig DSM-ers binnenbrengen kan die ambitie nog meer impulsen geven. Doornbos: ‘Met RFM waren we mondiaal koploper op verschillende gebieden, bijvoorbeeld in het vervangen van zorgwekkende stoffen en het introduceren van producten op basis van hernieuwbare grondstoffen. En neem bijvoorbeeld het onderdeel Niaga, waarbij we heel ver gaan met de recycling van tapijt. We gaan dan ook echt naar veranderingen in het product tapijt zelf. Design for sustainability.’

Doornbos verwacht dat deze posities binnen Covestro juist nog meer zijn uit te breiden. ‘Binnen DSM had ik toch soms het gevoel dat beschikbaar kapitaal eerder in andere onderdelen werd geïnvesteerd. Hier bij Covestro lijkt veel meer mogelijk, alleen al op het gebied van investeringen. Er is bijvoorbeeld een miljard euro beschikbaar voor diverse investeringen met een focus op circulariteit. Wow, was mijn eerste reactie, toen ik zag hoeveel specifieke kennis op het gebied van materialen beschikbaar is binnen Covestro. Dat kan verschillende ontwikkelingen enorm versnellen.’

Individueel bewijsdrang

Het was in het overnameproces ook opgevallen dat bij RFM veel vrouwen belangrijke posities bekleedden. Doornbos zelf en bijvoorbeeld ook Mirjam Verhoeff, Plant Manager of the Year 2019. ‘Daar is bij DSM heel veel op gestuurd. Sowieso op meer diversiteit, dus niet alleen meer vrouwen op belangrijke posities. Daarbij gaat het om goede rolmodellen. Helen Mets heeft op dat vlak binnen DSM heel veel betekent. Tegelijkertijd moeten we uitkijken dat we niet te veel in categorieën gaan denken. Inclusiviteit is niet alleen een kwestie van vinklijstjes. Hoewel ik graag rolmodel wil zijn, sta ik niet met een spandoek ‘Vrouw met twee kinderen’. Bij inclusiviteit gaat het er ook om hoe je met elkaar omgaat. Hoewel ik nu in een team zit met minder vrouwen dan eerder, voelt het wel inclusiever. Er is veel meer sprake van een hecht team en minder individuele bewijsdrang.’

Samenwerking

Ook in omvang lijkt het voormalige DSM RFM groot genoeg om een rol van betekenis te spelen binnen Covestro. ‘Het hoofdkantoor voegt wat dat betreft ook daad bij het woord. Zo is zestig procent van het management van het onderdeel Coatings & Adhesives voormalig DSM.’

‘Heel veel mensen hebben het gevoel dat er voor hen is besloten. En dat is natuurlijk ook een hele reële emotie.’

Voor het eerst wordt Covestro vol zichtbaar in de Nederlandse chemie, met vestigingen in Hoek van Holland, Geleen, Waalwijk, Zwolle en Amsterdam. Weliswaar is het concern al langer vijftig procent eigenaar van Lyondell­Basell op de Maasvlakte, maar Covestro is niet betrokken bij het opereren van de fabriek. Aan Doornbos nu de taak om Covestro Nederland op de kaart te zetten met bijbehorende infrastructuur. ‘Uiteraard zoeken we ook veel samenwerking met Antwerpen, waar Covestro een grote productielocatie heeft. Bijvoorbeeld op het gebied van corporate communicatie gaan we veel samen doen. Van een Benelux-organisatie is echter geen sprake geweest. Er zijn te veel specifieke zaken per land. Bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

doornbos

Reële emotie

Al met al was het afgelopen jaar – sinds de aankondiging op 30 september 2020 – een emotionele achtbaan voor Doornbos en haar collega’s die de overstap maakten. ‘Ik vergelijk het wel eens met een verhuizing van het ene mooie dorp naar het andere mooie dorp. De nieuwe buren zijn heel vriendelijk, maar het is natuurlijk wel erg wennen. En nog steeds zijn we soms op zoek naar waar de melk staat in de lokale supermarkt.’

Ze is er zich ook van bewust dat het voor haar gemakkelijker is geweest dan voor haar collega’s, omdat ze vanaf het begin dichter op het vuur zat. ‘Heel veel mensen hebben het gevoel dat er voor hen is besloten. En dat is natuurlijk ook een hele reële emotie. Daarom zijn we ook heel open over het proces geweest. Mensen moeten ook de tijd en ruimte krijgen. Er is vanuit Covestro ook alles aan gedaan om op 1 april iedereen welkom te laten voelen. Vanwege de overname hebben we gelukkig nauwelijks medewerkers verloren.’

Bij een rondje langs de duurzame investeringsplannen van een aantal grote petrochemische bedrijven viel me een aantal dingen op. Ten eerste willen er nog weinig als petrochemisch bedrijf te boek staan, maar worden ze liever energiebedrijf genoemd. Misschien aanvullend aan die bevinding: ze waren nog heel petrochemisch. Want hoewel het indrukwekkend is hoeveel tijd en geld de industrie besteedt aan waterstof, biobrandstoffen en CCUS, de investeringen in zowel fossiele upstream- als downstream-activiteiten waren minstens zo groot. Ook niet heel gek als olieprijzen de pan uitrijzen en overheden met de handen in het haar zitten vanwege krapte op de gasmarkt.

Ten tweede viel de diversiteit aan oplossingen voor dat ene grote klimaatprobleem op. Bedrijven zetten voorzichtige passen richting elektrificatie, het aantal circulaire projecten lijkt wel de afvalstromen te overtreffen en emissiearme producten hebben echt een green premium gekregen. In alle plannen speelt groene waterstof wel een of andere rol.

Meebetalen

Voor het Eemsdeltavisie congres (4 november, CIC Farmsum) kozen we voor het thema ‘truth or dare’. De industrie wordt uitgedaagd om sprongen vooruit te maken zonder soms maar ook te weten waar ze uiteindelijk landt. Je kunt nog zulke mooie vergezichten schetsen, de dagelijkse werkelijkheid is soms wat weerbarstiger. Eigenlijk is er maar één ding zeker: niet alle mooie plannen slagen. En dat kan de industrie er eigenlijk niet bijhebben, gezien het wankele imago.

Ik sprak er onlangs nog over met een Nederlandse politicus, die bij veel Kamerleden een aversie proefde tegen de industrie. De volksvertegenwoordigers luisteren, zoals het hoort, naar hun achterban. Maar die achterban weet ook niet goed wat ze wil. Eigenlijk weten veel partijen vooral wat ze níet willen. Geen windturbines in de tuin, geen biomassa in de centrales en geen emissies, van welke aard dan ook, van de industrie. Ga dan maar eens vertellen dat Tata Steel straks alle extra windenergie zal opsouperen als de staalgigant overstapt op groene waterstof. Goed nieuws natuurlijk voor de directe omgeving van de hoogovens, maar de rest van Nederland zal zich afvragen waarom ze daar aan meebetalen.

Keuzes maken

Aan de andere kant framen veel Kamerleden technische oplossingen als panacee. Kernenergie, liefst een thoriumcentrale, de waterstofeconomie of zelfs kernfusie lossen de klimaatcrisis wel op. Allemaal afleiding om de echte grote keuzes door te schuiven naar de volgende generatie.

Het eerlijke verhaal voor de petrochemische industrie is dat ze keihard haar best doet om het CO2-schip te keren. Maar dat de wereld tegelijkertijd in paniek raakt als de energieprijzen verachtvoudigen. De wereld zal langzaam aan het idee moeten wennen dat de goedkope energiebronnen die het klimaat bedreigen plaatsmaken voor op het oog duurdere alternatieven. Wind en zon zijn dan wel gratis, wind- en zonne-energie zijn dat verre van. Aan de andere kant: reken maar eens uit wat klimaatadaptatie kost.

Verduurzaming en decarbonisatie hebben baat bij hoge energie­prijzen, maar zoals nu blijkt, zitten daar ook grenzen aan. Een aantal grote energieverbruikers schroeft de productie noodgedwongen terug of stopt zelfs geheel tot de prijzen weer op concurrerend niveau zitten. Met als gevolg dat dezelfde productie verschuift naar concurrenten in gebieden met minder stringente CO2-normen.

De werkelijkheid is dat er niet één oplossing is voor de energie- en grondstoffentransitie. En dat er weinig revoluties geweldloos verlopen. Het is de vraag welke industriële of politieke ‘influencers’ durven op te staan om dit eerlijke verhaal te vertellen. Het is misschien niet de mooiste boodschap, maar dan kunnen er wel keuzes worden gemaakt. Welke negatieve gevolgen die keuzes ook mogen hebben: niks doen levert meer problemen op.

 

Wegens vakantie van hoofdredacteur Wim een commentaar van collega David van Baarle. Reageren? david@industrielinqs.nl

Gasprijzen van rond de honderd euro per megawattuur dwingen bedrijven hun productie terug te draaien. Met name grote elektriciteitsverbruikers zoals Damco Aldel, Nyrstar en ESD-Sic kunnen met de huidige gasprijzen niet uit de voeten. Grootste boosdoener blijkt de Europese focus op de korte termijnhandel. Terwijl de leveringszekerheid van met name LNG meer baat heeft bij langetermijnverplichtingen.

Met gasprijzen die zelfs even de 160 euro per megawattuur aantikten, is er een golf van paniek ontstaan in Europa. Een combinatie van een koude winter, energietekorten in het Verre Oosten en handelaren die garen spinnen bij een overspannen gasmarkt drijft de Title Transfer Facility (TTF) Future prijs tot niet eerder geziene hoogte. Elektriciteitsgrootverbruikers als aluminiumproducent Damco Aldel, zinkproducent Nyrstar en ESD-Sic meldden al de productie stop te moeten zetten in afwachting van betere tijden. De gascentrales draaien namelijk op volle toeren en die rekenen de hogere CO2-prijzen door in de elektriciteitskosten.

Ook Yara Sluiskil, dat aardgas gebruikt als grondstof voor de productie van kunstmest schroeft zijn productie voorlopig terug. Het bedrijf kocht vorig jaar nog gas in voor vier euro per megawatt­uur terwijl de prijzen op de intraday markt voor december op bijna 88 euro staan. De Europese Unie kondigde al een toolbox aan om EU-burgers te beschermen tegen de gevolgen van de huidige prijzen, maar of de industrie daarin wordt meegenomen, is nog maar de vraag. De EU kan eigenlijk voornamelijk sturen op het verlagen van de energiebelasting. Maar grootverbruikers krijgen al kortingen.

Perfecte storm

Het lijkt de perfecte storm voor de gasmarkt. De snel herstellende economie na de coronacrisis verraste veel bedrijven en gascentrales draaiden op volle toeren. Dankzij de koude winter waren bovendien de strategische gasvoorraden al flink aangesproken, terwijl de gascentrales dankzij een hete zomer ook overuren draaiden. Die hete zomer had ook gevolgen voor Brazilië, dat voor zijn stroomvoorziening afhankelijk is van waterkracht. Toen de stuwdammen leeg raakten, moest het land ook naar alternatieve energiebronnen zoeken. Dan is LNG de meest voor de hand liggende optie.

Coby van der Linde (Clingendael International Energy Programme): ‘Overheden moeten nadenken over flankerend beleid om de leveringszekerheid veilig te stellen.’

Voorheen kwam veel van het vloeibare gas uit de Verenigde Staten. Maar de Amerikaanse schaliemarkt ondervond veel last van de oververzadigde gasmarkt tijdens de piek van de Covid-crisis. Het gas klotste toen nog tegen de plinten, wat tot een heroriëntatie van het businessmodel bij de schalieproducenten leidde.

En toen kregen China en Australië ook nog eens ruzie. De Australiërs wilden namelijk onderzoeken waar de bron van Covid-19 precies lag. En dat was tegen het zere been van Peking, dat gelijk de kolenimport uit Australië verbood. Beide landen zijn zeer van elkaar afhankelijk, aangezien China jaarlijks zo’n twaalf miljard euro aan steenkool inkoopt. Het land heeft wel zelf mijnen in Mongolië, maar dat steenkool was dankzij de coronacrisis moeilijk naar China te vervoeren. Twee belangrijke truckroutes werden namelijk gesloten om verspreiding van het virus te voorkomen. In de tussentijd koopt China alle LNG-voorraden op die maar beschikbaar zijn, waardoor de Europese LNG-terminals vooralsnog werkeloos toekijken.

Langetermijncontracten

Coby van der Linde, directeur van Clingendael International Energy Programme, ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. ‘Eerst nog maar afwachten hoe structureel de problemen zijn’, zegt Van der Linde. ‘Zijn er echt fysieke tekorten, of zijn er handelaren die van de huidige paniek profiteren? Wat betreft de laagcalorische gasvoorraden hoeven we ons volgens mij geen zorgen te maken. Gasunie en GasTerra zijn wettelijk verplicht zorg te dragen voor de seizoensvoorraad. Dat is voor de H-gas berging in Bergermeer wel anders, waar vooral handelsvoorraden worden aangehouden. Die zit dan ook verre van vol.’

Volgens Van der Linde zijn de energiegrootverbruikers grotendeels zelf verantwoordelijk voor de huidige situatie. ‘Met de invoering van de TTF werd de koppeling tussen de olie- en de gasprijs losgelaten. Marktpartijen concentreerden zich steeds meer op de kortetermijnmarkten en hun klanten profiteerden daar tot voor kort behoorlijk van door het ruime gasaanbod. Inmiddels is de mondiale markt echter zodanig gegroeid en het aanbod is verkrapt.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
gas

(c) Nyrstar

Al enkele jaren neemt in de wereld buiten de EU de voorkeur voor langetermijncontracten toe. ‘Zolang er een kopersmarkt bestond was deze druk in Europa niet zo groot. Maar met het ontstaan van een verkopersmarkt neemt de voorkeur voor het langer vastleggen van de gasaanvoer via pijpleiding en LNG in de industrie wellicht weer toe. Zeker de Aziatische LNG-markt is een typische markt die drijft op een combinatie van langetermijncontracten en kortetermijnaankopen. Producerende partijen moeten onder andere investeren in productie en liquefactiecapaciteit, wat je alleen maar doet als je zeker weet de komende jaren behoorlijke volumes te kunnen leveren.’ De liquefactiecapaciteit vormt momenteel ook een bottleneck voor extra LNG uit bijvoorbeeld de VS. China had dit al eerder begrepen en werkte al veel met langetermijncontracten, waar het nu van profiteert. Maar ook Bangladesh, India en Pakistan consumeren inmiddels een groot deel van het LNG-aanbod via langetermijncontracten.

Nu de Chinezen op zoek moeten naar alternatieven voor het staalkool, kopen ze alle kortetermijnaanbod op wat maar beschikbaar is. Van der Linde: ‘Grote kans dat de Chinese overheid daarbij steun biedt. Dat maakt het erg moeilijk voor Europese marktpartijen om daar tegenop te bieden. Overheden moeten dan ook nadenken over flankerend beleid om de leveringszekerheid veilig te stellen. De markt zorgt daar niet altijd voor.’

Samenwerking

Europa leunt voor zijn gasvoorziening sterk op Rusland. Waarbij de grootste uitdaging is het Russische gas richting Europa te transporteren. Vooral conflicten met de Oekraïne leverden nog wel eens leveringsproblemen op in het verleden. Maar Gazprom sloot eind december 2019 nog een vijfjarige overeenkomst met het Oekraïense Naftogaz voor continuering van transit van Russisch gas via Oekraïne naar de EU. Daarnaast werd gerekend op het opengaan van Nordstream2 dat deze winter verlichting zou kunnen geven in de krapte van de gasmarkt. Die leiding zou al klaar moeten zijn, maar Amerikaanse inmenging zorgde ervoor dat een aantal contractors afhaakte waardoor het project vertraagde. De pijpleiding wacht nu op de laatste toestemming van de Duitse reguleringsinstanties.

Van der Linde: ‘De Nederlandse overheid koos voor een volledig liberale energiemarkt zonder rekening te houden met de impact van krap aanbod.’

Van der Linde: ‘Europa is voor zijn gasvoorziening grotendeels afhankelijk van Noorwegen, Algerije en Rusland. Voor een markt die zelf nauwelijks gas produceert is het best tricky om dan weinig langetermijncontracten te hebben en veel te rekenen op aanvoer uit de korte termijnmarkt. Bovendien moet men nadenken over spreiding van de risico’s. Ook Rusland had last van Covid waardoor de gasproducenten soms noodzakelijk onderhoud voor zich uit moesten schuiven. Dat legt uiteindelijk druk op het systeem. Maar tot nog toe houdt Rusland zich netjes aan de leveringsverplichtingen. Dat moet ook wel omdat er forse boeteclausules zijn afgesproken in de contracten met Gazprom.’

Bijkomende factor is dat de investeringsrisico’s in de ontwikkeling van nieuwe gasreservoirs ook steeds meer toenemen. ‘De Europese Green Deal spreekt van uitfasering van het gasverbruik richting 2030 en 2050. Dan zijn partijen minder snel geneigd om hoge investeringen te doen in gasvelden zonder contractuele ondersteuning.’

Politieke keuze

De oplossing voor de huidige crisis ligt dan ook met name bij de politiek. Van der Linde: ‘De Nederlandse overheid koos voor een volledig liberale energiemarkt zonder rekening te houden met de impact van krap aanbod. Landen als Frankrijk en Spanje doen dat wel. In Frankrijk heeft men een eigen strategische gasreserve terwijl Spanje marktpartijen verplicht om vijftien procent boven op de afgesloten gascontracten aan te houden als reservevoorraad.’

Voorlopig voelt demissionair premier Rutte niets voor de vorming van een strategische gasreserve door de Europese Unie. Ook het gezamenlijk inkopen van gas door de EU-lidstaten zag hij niet zitten. Dit zei Rutte in een debat in de Tweede Kamer naar aanleiding van de EU-top over de gascrisis.

Volgens Rutte duurt het vijf jaar voordat zo’n gasreserve klaar is en zou het dus geen oplossing bieden voor de huidige crisis. Ook een Europees inkoopblok zou volgens de premier geen effect hebben op de mondiale gasmarkt.

Industrie in paniek

Steeds meer bedrijven kondigen aan de productie terug te schroeven. Aldel, ESD-SIC en Nyrstar schreven al een brandbrief aan demissionair minister van EZK Stef Blok.

Aldel

Aluminiumfabriek Aldel in Delfzijl schroefde zijn productie terug tot eenderde van de gebruikelijke hoeveelheid. Volgens CFO Erik Wildschut kan hij niet concurrerend blijven. Een paar maanden geleden was de prijs van een megawattuur elektriciteit zo’n 109 euro, dat is nu bijna 170 euro per megawattuur.Met deze prijzen kost een ton aluminium 2550 euro aan elektriciteit. En dat terwijl de marktprijs voor een ton aluminium 2500 euro is.

ESD-Sic

Voor het produceren van siliciumcarbide is veel energie nodig. ESD-SIC verbruikt jaarlijks zo’n 420.000 megawatt- uur. Daarmee is het bedrijf in grootte de achtste stroomafnemer van Nederland. Onder de huidige stroomprijs, kan het bedrijf niet concurreren tegen bedrijven uit het verre oosten.

Nyrstar

Zinkfabrikant Nyrstar besloot zijn productie tot maximaal de helft terug te schroeven. Op volle capaciteit draaien is volgens het bedrijf economisch niet meer haalbaar. De elektriciteitsprijs volgt voor een belangrijk deel de gasprijs en energiebedrijven rekenen de hogere CO2-kosten door aan hun klanten.Het gaat om fabrieken in het Brabantse Budel, Balen in België en het Franse Auby.

Yara

Yara heeft de productie van ammoniak uit aardgas in Europa met veertig procent verminderd. De ammoniak die Yara nodig heeft voor de productie van kunstmest wordt nu deels ingekocht. In Sluiskil draaien de drie ammoniakfabrieken sinds kort op een laag pitje. Een deel van het terugdraaien van het productievolume heeft ook te maken met de naderende onderhoudsstop in Sluiskil.

Begin voorjaar was de overname van DSM Resins & Functional Materials een feit. ‘Wow, was mijn eerste reactie, toen ik zag hoeveel specifieke kennis op het gebied van materialen beschikbaar is binnen Covestro. Dat kan verschillende ontwikkelingen enorm versnellen.’ Managing director Covestro Nederland Aukje Doornbos ziet vooral veel mogelijkheden.

Verder in dit blad:

Eemsdeltavisie is ook dit jaar weer het podium voor de Northern Enlightenmentz-verkiezing. In willekeurige volgorde presenteren Uppact, Senbis, Ocean Grazer en Purified Metal Company hun innovaties aan het publiek in het Chemport Innovation Center.

Gasprijzen van rond de honderd euro per megawattuur dwingen bedrijven hun productie terug te draaien. Grootste boosdoener blijkt de Europese focus op de kortetermijnhandel. Terwijl de leveringszekerheid van met name LNG neer baat heeft bij langetermijnverplichtingen.

Energieleverancier Vattenfall kan bij een tekort aan stroom zorgen dat de chloorfabriek van Nobian in Rotterdam tijdelijk en beperkt minder produceert. Dat was heel erg wennen, vertelt operations manager Toine van de Lindeloof.

Thema: Sustainability

Rechtszaken en activistische beleggers dwingen grote petrochemische bedrijven tot de vlucht voorwaarts. Verschillende bedrijven kondigden het afgelopen jaar dan ook veel nieuwe investeringen aan in een zeer divers scala aan duurzame energieprojecten.

Shell wil uiterlijk in 2025 één miljoen ton plastic afval per jaar verwerken in haar chemiefabrieken wereldwijd. Samen met BlueAlp gaat het bedrijf BlueAlps technologie voor het omzetten van plastic afval naar pyrolyse-olie verder ontwikkelen, opschalen en implementeren.

Dit en meer leest u in Petrochem 7, 2021. 2 november bij lezers op de mat en nu tijdelijk online al door te bladeren!

De fabriek zo goed en zoveel mogelijk laten draaien als kan. Dat is wat bedrijven graag willen. Bij de chloorfabriek van Nobian in Rotterdam is het zoveel mogelijk laten draaien een beetje losgelaten. De fabriek helpt het stroomnet in balans te houden. Energieleverancier Vattenfall kan bij een tekort aan stroom zorgen dat de chloor­fabriek tijdelijk en beperkt minder produceert. En dat was heel erg wennen, vertelt operations manager Toine van de Lindeloof.

In de fabriek in Rotterdam maakt Nobian chloor, loog, waterstof en stoom. De belangrijkste grondstof is elektriciteit en daar gebruikt het bedrijf dan ook een heleboel van. Vandaar dat hij een rol kan spelen in het in balans houden van het stroomnet. Is er weinig stroom beschikbaar dan kan Vattenfall de productie van Nobian binnen bepaalde marges verlagen. Dit wordt ook wel e-flex genoemd. Van de Lindeloof: ‘In de klassieke situatie wordt het net in balans gehouden door gas- of kolencentrales hoger of lager te laten draaien. Nu doen we dat ook door onze productie hoger of lager te laten draaien.’ Een besparing op het gebruik van fossiele brandstoffen.

Telefoontje

Dit is volgens de operations manager nodig om de transitie naar het duurzaam opwekken van energie mogelijk te maken. ‘Door de verschuiving van gas en kolen naar onder andere zonne- en windenergie is er behoefte aan meer samenwerking tussen gebruikers en producenten van elektriciteit. Als bedrijf kunnen wij een rol spelen, omdat we een grootverbruiker zijn van elektriciteit. Ook is ons type fabriek redelijk makkelijk aan te passen in de hoeveelheid belasting. We doen dit ook omdat het nodig is voor de maatschappij om dat elektriciteitsnetwerk te kunnen houden. Dat hebben wij natuurlijk als bedrijf weer nodig om op de lange termijn onze producten te kunnen maken.’

Helemaal nieuw is het trouwens niet dat Nobian de productie aanpast als er weinig stroom beschikbaar is op het net. Maar eerder deed het bedrijf dat alleen in noodsituaties. Het was onderdeel van het zogeheten noodvermogen. ‘Dan kregen we een telefoontje met de vraag of we wat konden doen en dan pasten we de productie zelf aan met de hand. Het verschil is dat we nu onderdeel uitmaken van het continu regelvermogen van Vattenfall.’

Automatische verbinding

Klanten merken er volgens Van de Lindeloof niets van. ‘Daarom kunnen wij het doen, want ons bestaansrecht is dat wij klanten kunnen beleveren met onze producten. Het overgrote deel van de tijd is het elektriciteitsnet behoorlijk goed in balans en kunnen wij normaal draaien. Het komt erop neer dat we enkele keren per week een kwartiertje wat lager draaien. Als je op het totale volume kijkt, dan kom je onder de één procent uit.’

Omdat Nobian nu continu deel uitmaakt van het in balans houden van het elektriciteitsnet, is er een automatische verbinding met het netwerk van Vattenfall. De energieleverancier kan daardoor met een druk op de knop de productie van de chloorfabriek aanpassen. En dat voelt wel eens raar, zegt Van de Lindeloof. ‘We zijn al tientallen jaren bezig om zelf heel strak de touwtjes in handen te hebben om ervoor te zorgen dat we alles blijven beheersen. Het vergt een grote mate van vertrouwen in het systeem en de andere partij dat dat goed blijft gaan.’

Infrastructuur
Als er minder stroom beschikbaar is, wordt de chloorproductie van Nobian automatisch afgeschaald. Het tempo wordt weer opgevoerd als het aanbod dat toelaat. Deze aanpassing gebeurt volautomatisch door real-time ondersteuning van Vattenfall. Door de samenwerking wordt veertig megawatt aan flexibele capaciteit aan het net toegevoegd. Dit staat gelijk aan een vijfde van de chloorproductie van Nobian in Rotterdam.Om het af- en opschalen voor elkaar te krijgen, staat Nobian in verbinding met Vattenfall. En dat stelt andere eisen aan de infrastructuur. ‘Je moet nu ook met een IT-systeem een verbinding hebben met het netwerk van Vattenfall en dat moet ook weer verbonden zijn met het regelsysteem van de fabriek’, zegt Van de Lindeloof. ‘Het was nog best wel een uitdaging om dat goed voor elkaar te krijgen.’ Cybersecurity is dan ook een groot onderwerp geweest in gesprekken tussen de twee partijen.Dankzij het IT-systeem kan Nobian berekenen wat de optimale setting van de fabriek is. ‘Als Vattenfall besluit om de chloorfabriek minder elektriciteit te geven, worden de ideale ‘setpoints’ berekend. Uiteindelijk wordt de productie dan zo verdeeld over de cellen die chloor produceren dat er een minimaal elektriciteitsverbruik is.’

Toine van de Lindeloof: ‘Het komt erop neer dat we enkele keren per week een kwartiertje wat lager draaien.’

Operators kunnen altijd kiezen

Zeker in het begin vonden medewerkers het spannend. ‘Het voelt alsof we het stuurwiel een stukje in de handen van Vattenfall leggen, terwijl we juist heel diep in onze cultuur hebben dat je binnen je eigen productie alles zelf aanstuurt. Daarom hebben we vaak gevraagd hoe iedereen zich erbij voelt. Dat klinkt misschien wat zweverig. Maar als je het over bijvoorbeeld veiligheid hebt, is hoe medewerkers zich erbij voelen heel belangrijk. Veiligheid is ook een stuk beleving. We voeren veel gesprekken over hoe we ervoor hebben gezorgd dat we veilig blijven werken.’

Er zijn daarom belangrijke waarborgen in gebouwd. In de eerste plaats zijn dat allerlei veiligheidssystemen. Als bepaalde lichten in de fabriek niet op groen staan, kan Vattenfall de productie niet verlagen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan procesparameters die belangrijk zijn voor het stabiel bedrijven van de fabriek. ‘Daarnaast kunnen onze operators er altijd voor kiezen geen e-flex te doen. Als we net door eigen handelen al een grote wijziging hebben gehad bijvoorbeeld, gaan we niet nog een verandering voor het elektriciteitsnet doen. Het is niet veilig om hele grote slingeringen in jouw proces aan te brengen. Je wilt rustig en beheerst een fabriek bedrijven. In 99,5 procent van de gevallen is dit helemaal niet van toepassing, maar het is belangrijk om te weten dat we altijd veilig kunnen blijven draaien. Als Vattenfall ons laat flexen, zijn de veranderingen daarom ook beperkt. Maar daarmee hebben we wel degelijk een groot effect omdat we een grote afnemer zijn van elektriciteit.’

Breder bezig

Nog steeds hebben Van de Lindeloof en zijn medewerkers het vaak over e-flex. ‘In chemische fabrieken ben je eigenlijk continu bezig om ervoor te zorgen dat je zo hoog mogelijk draait. Het heeft veel geld gekost om de installatie te bouwen en je wilt dat apparaat zo goed en zoveel mogelijk gebruiken. Nu doen we iets waardoor we de installatie af en toe wat minder gebruiken. En dat valt op. Ik kijk regelmatig hoe de fabriek draait. Als ik zie dat we lager draaien, dan denk ik aan de e-flex.’

De samenwerking met Vattenfall zorgt er volgens de operations manager voor dat iedereen ziet dat ze ergens deel van uitmaken. ‘Je bent breder bezig dan de fabriek. Als de e-flex een langere periode aanhoudt, zie je dat mensen gaan opzoeken wat er aan de hand is in het elektriciteitsnetwerk. Is er een probleem? Het maakt de wereld weer breder dan de fabriek. Ik vind dat goed. Je bent onderdeel van een groter geheel.’

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over het werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?

Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

Rechtszaken en activistische beleggers dwingen grote petrochemische bedrijven tot de vlucht voorwaarts. Bedrijven als Shell en BP kondigden het afgelopen jaar dan ook veel nieuwe investeringen aan in een zeer divers scala aan duurzame energieprojecten. Het is wel de vraag of het tempo van de transitie snel genoeg is naar de smaak van de NGO’s. Want de gewonnen rechtszaken, lijken naar meer te smaken.

Milieudefensie schreef eind mei naar eigen zeggen geschiedenis. Samen met 17.000 mede-eisers spande de milieu­organisatie een klimaatzaak aan tegen Shell. Volgens Milieudefensie schendt Shell zijn wettelijke zorgplicht doordat de activiteiten van het bedrijf klimaatschade veroorzaken en de klimaatdoelen van Parijs ondermijnen. De eisers wilden dan ook via de rechter afdwingen dat Shell zijn beleid en investeringen in lijn brengt met de klimaatdoelen van Parijs. Bovendien zou Shell zijn olie- en gasproductie af moeten bouwen en zijn uitstoot terugbrengen naar nul in 2050.

De rechter gaf de eisers op veel punten gelijk. Zo beval de rechter Shell in 2030 zijn CO2-uitstoot ten opzichte van 2019 met netto 45 procent terug te brengen. In diezelfde tijdsspanne van negen jaar moet het bedrijf zich verplicht inspannen om de CO2-uitstoot van toeleveranciers en afnemers te verminderen met 45 procent netto.

Niet geheel onverwacht gaat Shell in beroep tegen de uitspraak. CEO Ben van Beurden verklaarde dat Shell vooral in hoger beroep gaat omdat een rechterlijke uitspraak tegen één enkel bedrijf niet effectief is. ‘Er is duidelijk, ambitieus beleid nodig dat fundamentele verandering in het hele energiesysteem stimuleert’, aldus Van Beurden.

Ineos kondigde een investering aan van meer dan twee miljard dollar in de productie van groene waterstof in heel Europa.

Kantelen

Het Nederlands/Britse bedrijf meldde wel dat het zijn Powering Progress-strategie wil versnellen. Het einddoel is ook voor Shell netto nul uitstoot in 2050, maar de tussendoelen wijken af van de door de rechter opgelegde 45 procent reductie in 2030. Zo communiceerde Shell dat het de netto carbon footprint in 2030 met twintig procent wil verlagen, dat is fors minder dan de 45 procent die Milieudefensie wil afdwingen. Dat doel zou volgens de plannen van Shell wel vijf jaar later kunnen worden gehaald.

Shell bouwde in Duitsland een 10 megawatt elektrolyzer (c) Shell

In Shell Venster zegt van Beurden dat hij de bestaande business wil gebruiken om te kantelen. ‘We hebben een groot voordeel dat we een raffinaderij hebben in Pernis. Die gebruiken we in de overgang van een grijze naar een groene waterstof­economie. Zo werken we aan een waterstoffabriek om te investeren in zwaar transport op waterstof. Die fabriek draait op de energie van ons windpark. En terwijl we ons samen met klanten voorbereiden op deze nieuwe energiedrager, vergroenen wij met waterstof de fabrieken van Shell Pernis. Restwarmte leveren we aan woningen. We maken nog meer biobrandstoffen. En straks nog meer synthetische producten. De bestaande fabrieken gebruiken we als springplank voor de energietransitie.’

Meerdere routes

Shell zal in februari bekendmaken hoe het verder denkt de ambitie te kunnen waarmaken om qua CO2-uitstoot netto neutraal te worden. Maar de koers lijkt in ieder geval al ingezet met meerdere routes. Zo was het opvallend dat het energiebedrijf niet snel na de uitspraak van de rechter aankondigde een biobrandstoffenfabriek te bouwen in Pernis met een capaciteit van 820.000 ton per jaar. Het Shell Energie- en Chemiepark Rotterdam is daarmee het tweede park dat werd aangekondigd, na de lancering van het Energy and Chemicals Park Rheinland in Duitsland in juli van dit jaar. In dit Duitse chemiepark nam het bedrijf pas nog een tien megawatt PEM-elektrolyzer in gebruik. Goed voor de jaarlijkse productie van 1.300 ton groene waterstof.

Shell Moerdijk gooit het over een andere boeg en investeerde in nieuwe fornuizen, waarmee de site tien procent van zijn uitstoot reduceert. Samen met Dow onderzoekt men ook de volgende stap: de introductie van elektrische ethyleenstoomkrakers. Na toekenning van een subsidie van 3,5 miljoen euro onderzoeken de bedrijven nu de mogelijkheden voor de aanleg van een multi-megawatt proefinstallatie met potentiële opstart in 2025. Daarnaast kondigden Shell Ventures en BlueAlp een strategische samenwerking aan. De bedrijven ontwikkelen BlueAlps pyrolyse-technologie voor het omzetten van plastic afval naar een chemische grondstof om deze vervolgens op te schalen en te implementeren.

Zo bindt het bedrijf steeds meer duurzame innovators aan zich. Samen met Nordsol en Renewi bouwde het bedrijf de eerste bio-LNG-installatie van Nederland. De nieuwe installatie produceert naar verwachting zo’n 3,4 kiloton bio-LNG per jaar uit organisch afval.

Ook aan de achterkant ziet Shell steeds meer langlopende onderzoeksprocessen tot wasdom komen. Zo test het bedrijf zijn samen met de universiteit van Wenen ontwikkelde Solid Sorbent Technology bij BMC Moerdijk. De proefinstallatie met een CO2-afvangcapaciteit van één ton per dag boekte eerder veelbelovende resultaten in het inmiddels voltooide ViennaGreenCO2-project.

Een andere aantrekkelijke optie is de inzet van circulaire grondstoffen. Zo doopten Shell, Enerkem en Air Liquide hun gezamenlijke waste-to-chemicals-project nog om tot waste-to-jet. Het proces van Enerkem creëert ultra-schoon syngas uit afval. De Fischer-Tropsch­technologie van Shell kan dit syngas weer opwaarderen tot duurzame vliegtuigbrandstof.

Beyond petroleum

Shell staat zeker niet alleen in deze duurzame ambities. BP kondigde al langer aan afscheid te nemen van zijn petrochemische activiteiten en door te gaan als energiebedrijf. In lijn met deze strategie verkocht het bedrijf begin dit jaar nog zijn laatste wereldwijde petrochemische activiteiten aan het eveneens Britse Ineos voor een totaalbedrag van vijf miljard dollar. Ineos had al in 2005 een groot deel van BP’s chemische activiteiten overgenomen, maar nu neemt het bedrijf ook de productie van met name aromaten en acetylproducten in veertien productiefabrieken in Azië, Europa en de VS over.

Ook interessant om te melden is de aankondiging van Ineos van een investering van meer dan twee miljard dollar in de productie van groene waterstof in heel Europa. De eerste fabrieken worden gebouwd in Noorwegen, Duitsland en België en er zijn ook investeringen gepland in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Eerder dit jaar kondigde BP een overeenkomst met Sabic aan om de productie van grondstoffen uit gebruikte gemengde kunststoffen op te voeren.

Tegelijkertijd stort BP zich op de productie van duurzame grondstoffen. Zo gingen de Britten recent een strategisch partnerschap aan met Lanxess Antwerpen voor duurzaam geproduceerd cyclohexaan. Lanxess gebruikt cyclohexaan als precursor bij de productie van hoogwaardige nylon 6-harsen. BP zet biogebaseerde en biocirculaire grondstoffen, zoals koolzaadolie of biomassa, in voor de productie van groen cyclohexaan.

BP Cherry Point in de VS (c) BP

Eerder dit jaar kondigde BP al een overeenkomst aan met Sabic om de productie van grondstoffen uit gebruikte gemengde kunststoffen op te voeren. Daarmee kan Sabic de hoeveelheid fossiele grondstoffen terugdringen in zijn petrochemische fabrieken in het Duitse Gelsenkirchen.

Om deze duurzame koers kracht bij te zetten, haalde het bedrijf onlangs nog Anja-Isabel Dotzenrath van RWE Renewables over naar de gas- en koolstofarme energiedivisie. De duurzame divisie investeert en bouwt een hernieuwbare energiecapaciteit van twintig gigawatt in 2025 dat moet oplopen naar vijftig gigawatt in 2030. Daarnaast investeert BP Gas & Low Energy ook in aardgas, biobrandstoffen voor de zware transportsector en CCUS en waterstof.

Up- en downstream

Helemaal afscheid nemen van de olie doet BP zeker niet. Zo investeert het bedrijf nog volop in de ontwikkeling van olievelden, getuige de aankondiging van de ingebruikname van het Thunder Horse South Expansion Phase 2-project. Deze uitbreiding levert een extra productie op van 25.000 vaten olie-equivalent in de Golf van Mexico. Verdere uitbreiding met nog eens zes bronnen moet uiteindelijk een productie opleveren van 400 duizend vaten olie.

Ook de raffinageactiviteiten blijven een belangrijk deel van het BP-portfolio beslaan. Het bedrijf kondigde wel grote aanpassingen aan in zijn Cherry Point Refinery in Washington. Zo moet een investering van 169 miljoen euro de efficiëntie van de hydrocracker verbeteren en het geplande onderhoud terugdringen. Na voltooiing van het project zal de hydrocracker minder waterstof verbruiken en bovendien op lagere temperaturen kunnen opereren.

Tegelijkertijd verbetert de raffinaderij de koelwaterinfrastructuur. Door het koelwater vaker te recirculeren, neemt het warmteverlies aanzienlijk af. Optimalisatie van de bedrijfstemperatuur van de kraakprocessen moet bovendien leiden tot een efficiëntere conversie waardoor minder lichtere fracties ontstaan zoals methaan en ethaan. De raffinaderij verbrandt deze restgassen tot nog toe voor procesverwarming.

BP investeert ook in de Verenigde Staten in biodiesel. Met een bedrag van 45 miljoen dollar verdubbelt het bedrijf de biodieselproductie in de Cherry Point Refinery naar 2,6 miljoen vaten per jaar.