Met Diederik Samsom zit sinds een jaar een echte bèta op één van de belangrijkste Europese stoelen. Een prima timing ook. Het momentum voor een stevig Europees klimaatbeleid lijkt beter dan ooit. Het gaat goed met offshore-wind en waterstof komt er aan. Alleen lijkt de circulaire economie een decennium achter te lopen. ‘Ik wacht nog op een gevoel van urgentie.’ Diederik Samsom is 8 december een van de sprekers in de openingstalkshow van de European Industry & Energy Summit 2020.

Je kunt zeggen dat Diederik Samsom als kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans voor het eerst in zijn loopbaan direct aan de knoppen zit. ‘Dat klopt inderdaad,’ reageert hij. ‘Ook vroeger bij Greenpeace dachten we veel verschil te maken, maar dat konden we niet van dag tot dag vaststellen. Het was altijd even afwachten wat ons effect zou zijn.’ En ja, hij heeft korter geleden een grote rol gehad als partijleider van de PvdA bij het tot stand komen van kabinet Rutte II. Maar hij verkoos toen om zelf in de kamer te blijven, als fractievoorzitter.

Nu in zijn huidige rol als kabinetschef kan hij zelf architect zijn van de Europese Green Deal, samen met Timmermans. En ook daadwerkelijk het beleid uitvoeren. ‘Zelden heb ik op een plek gezeten waar ik zoveel verschil kon maken.’

Vergroening en modernisering

De timing lijkt haast perfect. ‘Laten we eerlijk zijn. Klimaatbeleid is twintig jaar lang sappelen geweest. Mijn hele volwassen leven heb ik me leren voorbereiden op uitstel, teleurstelling en tegenslag. De afgelopen tijd – zeg de laatste vijf jaar – is dat echt veranderd.’ Een combinatie van drie factoren spelen daarbij een rol. ‘Zo is er het laatste decennium sprake van versnelde innovatie. Denk aan offshore-wind, zonne-energie, elektrische auto’s en dus ook batterijtechnologie. Ik verwacht dat de versnelling het komende decennium doorzet. Komende tien jaar zou zo maar het decennium van innovatie kunnen worden.’

Daarnaast is volgens Samsom het maatschappelijke klimaat veranderd. ‘Met name onder invloed van jongeren. De beweging rond Greta Thunberg heeft zich echt verbreed en genesteld in de samenleving.’ Én we zijn in Europa veel beter geworden in samenwerken, stelt hij. ‘Ondanks al het gemopper. Als je kijkt hoe de financiële crisis van 2009 werd bestreden, dan herinneren we ons allemaal het gedoe met Griekenland. En de ellende die we met elkaar hadden. Nu is de opdracht vele malen groter. Een herstelpakket voor heel Europa. Dat heeft in juni ook echt vier dagen van de regeringsleiders gevraagd, maar toen was het ook geregeld. Een ongekende extra investering, die ook richting vergroening en modernisering van de samenleving gaat.’

Elon Musk

Dat is allerminst vanzelfsprekend. De vraag is meermalen gerezen: Is de huidige crisis goed of juist slecht voor de nodige transitie? Samsom is optimistisch. Het is nu echt anders. ‘Er was al eens eerder een maatschappelijke opleving van klimaaturgentie. Vlak voor de financiële crisis. Aangezwengeld door Al Gore, met An Unconvenient Truth. Ik was toen Kamerlid en dacht echt: nu gaat het gebeuren. Maar toen viel Lehman Brothers om. We werden eerst afgeleid door de kortetermijnnoodzaak om de crisis te repareren. Daarna kwamen er ook – vooral nationale – herstelpakketten. Daar zat wel veel groene retoriek in, maar geen echte actie.’

SamsomHet ontbrak vooral aan de mogelijkheden. ‘Herstellen doe je via businesscases. Offhore-wind was in die tijd nog stervensduur. Datzelfde gold voor zonne-energie en alle andere innovatieve technologie. De eerste tien jaren van deze eeuw waren op het vlak van innovatie buitengewoon teleurstellend. Die hebben eigenlijk alleen de iPhone opgeleverd.’

In het tweede decennium is een enorme inhaalslag gemaakt. ‘De Chinezen zijn als een malle gaan investeren in zonne-energie. Dat leverde een kostencurve op die adembenemend stijl naar beneden liep. Elon Musk heeft zich enorm kwaad gemaakt over de auto-industrie en heeft met Tesla iets bijzonders neergezet. En in Europa is offshore-wind veel betaalbaarder geworden.’

Extra impulsen

De ontwikkelingen in Amerika en China lijken grootser dan in Europa. Waarom zijn hier geen bedrijven als Tesla die de boel kunnen opschudden? ‘De structuur van de Europese samenleving is gewoon anders. Waarin je wel gelukkiger kunt zijn dan elders in de wereld. Dat blijkt uit alle onderzoek. Daar zou ik zeker geen afscheid van nemen. Dat betekent wel dat rechttoe-rechtaaninnovatie hier minder gemakkelijk vorm krijgt. Vergeet niet: China is een land met de omvang van een continent, met een doorzettingsmacht zonder weerga. Het kan innovatie er gewoon doorheen duwen. Amerika heeft een ondernemersklimaat dat bedrijven oplevert met de grootte van een continent. Denk bijvoorbeeld aan de big four, Apple, Google, Amazon en Facebook.’

Toch is Samsom optimistisch over de kracht van Europa. ‘We zitten er tussenin met een uniek model van losse landen en met bedrijven van een bescheidener omvang. Offshore-wind is hier toch van de grond gekomen. En met batterijen gaat het ook goed. De European Battery Alliance levert al de eerste resultaten op. Dat kunstje willen we ook herhalen met waterstof. Daarom zetten we nu vol in op elektrolyzer-technologie. Europa heeft zich wel gerealiseerd dat haar model veel extra inspanning vereist om tot resultaten te komen. Vanuit de Green Deal geven we daar extra impulsen aan.’

Alert blijven

Samsom is erg blij met de plannen van Europese gastransportbedrijven om een continentale waterstofruggegraat aan te leggen. Dat kan voor driekwart bestaan uit huidige aardgasverbindingen. ‘Als je bestaande gasleidingen kunt refitten om er grote hoeveelheden waterstof door te transporteren, maak je een enorme stap. Voordeel van waterstof ten opzichte van elektriciteit is dat je het gemakkelijker kunt opslaan en goedkoper over lange afstanden kunt transporteren. Maar, je moet het nog wel maken.’

Diederik Samsom: ‘Klimaatbeleid is twintig jaar lang sappelen geweest. De afgelopen tijd is dat echt veranderd.’

Samsom – van huis uit natuurkundige – is techneut genoeg om zich niet in kritiekloos optimisme mee te laten sleuren. ‘Op het vlak van groene waterstofproductie zijn er nog twee belangrijke uitdagingen. Er moet elektrolyzer-technologie komen en de prijs van groene stroom moet omlaag. Dat laatste loopt inmiddels als een zonnetje. In Portugal maken ze nu al zonnestroom voor 1,7 cent per kilowattuur. Al drie maal zo goedkoop als elektriciteit uit de goedkoopste fossiele centrale. En de prijs daalt nog steeds. Dan ga je concurreren met aardgas. Maar er moet nog wel het een en ander gebeuren. Bedrijven moeten wel zelf de investeringen doen. Als Europa willen we ze dan graag ondersteunen.’

Helemaal als bedrijven en landen gaan samenwerken. ‘Het lijkt me niet verstandig als 27 landen het allemaal zelf gaan doen. Maar met waterstof kan het hard gaan als landen als Frankrijk en Duitsland gaan samenwerken, zoals nu op het gebied van waterstof. Nederland en België kunnen beter maar alert blijven, hoewel de ligging straks natuurlijk veel voordelen kan opleveren.’

Suf

Overigens ligt niet alle focus van Europa op groene waterstof. ‘We houden eveneens gasreforming in combinatie met CCS (blauw) op de radar en ook bijvoorbeeld methaanpyrolyse (turquoise). Het afvangen van en opslaan van CO2 is misschien niet de meest elegante methode, maar ik denk dat we het wel nodig hebben. Er is zoveel koolstof in de lucht geschoten dat we ook negatieve emissies nodig hebben.’

Al met al wel heel veel aandacht voor waterstof. ‘Ook bij waterstof loert de hype om de hoek. In de hypecurve zit ook een ontluisteringsfase. Die kan tot de ondergang leiden van een veelbelovende technologie. Hier in Brussel lopen gelukkig veel experts rond. Die laten zich echt niet gek maken. Waterstof is gewoon een goed sluitstuk in een energievoorziening die steeds meer is gebaseerd op stromingsbronnen. Bovendien is waterstof een waardevolle basisgrondstof voor de chemie.’

In de industrie is al een markt voor waterstof en die groeit alleen maar. ‘Dat waterstof een grote toegevoegde waarde in de industrie heeft, is evident.’ Daar liggen de grotere  mogelijkheden dan bijvoorbeeld in de bebouwde omgeving. ‘Als natuurkundige ga ik ook altijd uit van de exergie van een brandstof. Met waterstof kan je duizend graden Celcius maken. Je kunt er een raket mee naar de maan sturen. Dan is het suf om met zo’n gigantische brandstof een kamer op twintig graden te brengen. Daar zijn andere oplossingen veel beter geschikt voor. Bijvoorbeeld restwarmte van vijftig graden.’

Urgentie

Met Diederik Samsom zit een echte bèta – zo blijkt maar weer – op een van de belangrijkste Europese stoelen. Minder uniek dan het klinkt. ‘In en rond de Europese Commissie wemelt het van de expertise. Daar was ik echt positief door verrast. Met Den Haag is er nog een ander verschil. Afwezigheid van hijgerigheid maakt het een stuk gemakkelijker om gestaag door te werken en goed werk te leveren. Ik hoef niet meer constant over mijn schouder te kijken of ergens een been is uitgestoken of een camera is opgesteld.’

Meer tijd voor de echte inhoud dus. ‘Daarbij komt dat de Green Deal verder strekt dan alleen energie. De Deal gaat ook over biodiversiteit, natuur, landbouw en andere vervuilingen dan alleen de emissie van CO2. We maken integrale plannen. Ik weet zeker dat de chemie daar ook behoefte aan heeft. Daardoor wordt het beleid ook bestendiger. Omdat alles elkaar dan niet bijt, maar juist versterkt.’

Onderdeel is ook het grondstoffenvraagstuk, waaronder het recyclen van materialen. ‘Heb je oneindig veel energie tot je beschikking, dan kun je alle plastics weer terug stampen tot de originele chemische bouwstenen. Maar dat is niet zo. Vol overgave richten we ons daarom ook op andere routes om plastics te hergebruiken, zonder dat we ze helemaal afbreken. Dan maak je een veel kortere bocht.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

Samsom

Diederik Samsom: ‘Ik heb nog steeds het idee van een vergadering die bijna is afgelopen, als iemand zijn vinger opsteekt en vraagt: moeten we ook nog iets met circulaire economie?’

Nog steeds wordt slechts een klein deel van de kunststoffen hergebruikt. ‘Ik denk dat de circulaire economie een decennium achterloopt op duurzame energie. Ik wacht nog op een gevoel van urgentie. Het lijkt een vergadering die bijna is afgelopen, en dat iemand zijn vinger opsteekt en vraagt: moeten we ook nog iets met circulaire economie? En dat dan iedereen snel zijn koffer pakt. “Volgende keer gaan we het er over hebben.” Ik hoop dat de chemie en andere betrokken sectoren het been ook hier snel bijtrekken. Zoals dat al wel gebeurt op het vlak van energie-efficiëntie, verduurzaming en bijvoorbeeld elektrificatie.’

Haasje-over

Een onderdeel van de Green Deal is ook dat er een CO2-heffing komt aan de buitengrenzen. Met haar systeem voor emissiehandel is Europa al strenger dan de rest van de wereld. ‘Tot nu toe hebben we daarom in het ETS-systeem vrije rechten toegekend aan Europese bedrijven. Dat is goed voor het gelijke speelveld met bedrijven van andere continenten die producten importeren. Maar niet goed voor het klimaat. Daarom gaan we het nu omdraaien. De producenten buiten Europa moeten aan de Europese eisen voldoen. Zo niet, dan moeten ze een CO2-heffing betalen op te importeren producten. Natuurlijk zijn ze daar niet blij mee aan de andere kant van het water. Maar ik vind ook dat Europa iets minder naïef moet worden.’

Ook heeft hij de klachten uit de industrie wel gehoord. Kan dit de export schaden? ‘Europa loopt op veel terreinen voor in de wereld. Op het gebied van milieu, veiligheid, arbeidsomstandigheden en meer. Regelmatig heeft dat tot discussies geleid met bedrijven. Maar elke keer zijn we er ook uitgekomen. Dus daar maak ik me geen grote zorgen over. Het is juist de bedoeling dat de rest van de wereld ook volgt. Zoals zo vaak.’

Als afzonderlijke landen, zoals Nederland, ook nog afzonderlijke CO2-heffingen willen invoeren, vindt Samsom prima, maar misschien niet nodig. ‘Nederland wil met een extra CO2-heffing een verschil dichten. Ze wil 49 procent CO2-reductie in 2030 terwijl de Europese Unie op veertig procent koerste. Maar inmiddels heeft Europa haasje-over gedaan naar 55 procent. Wel kan Nederland volgend jaar al beginnen, terwijl de invoering in Europa – zoals vaak – meer tijd nodig heeft. Koplopers zorgen er vaak voor dat anderen volgen.’

European Industry & Energy Summit 2020

Tijdens European Industry & Energy Summit 2020 op 8 en 9 december zenden wij uit vanuit vier studio’s: Amsterdam, Eemshaven (Groningen Seaports), Rotterdam (Plant One Rotterdam) en Geleen (Brightsite Chemelot Campus).  We bespreken thema’s als Europese plannen, waterstof, infrastructuur, innovatie en systeemintegratie. Verschillende partners presenteren in side-events hun visie op onderwerpen als CCUS, elektrificatie, elektrochemie, energiebesparing- en opslag, en veel meer.

Inschrijven voor de livestreams is kosteloos (pay as you like).

Yara heeft ammoniakfabriek Reforming-D in Sluiskil uit bedrijf genomen voor grootschalig onderhoud. Turnaround manager Maarten Van De Ginste bereidde de stop met zijn team gedegen voor. ‘We willen in de eerste plaats een veilige stop zonder ongevallen, en in dit geval een stop zonder coronauitbraak.’

Operators van Reforming D zetten donderdag 22 oktober de stopmanoeuvres in gang om hun ammoniakfabriek uit bedrijf te nemen. Na zes jaar non-stop produceren, was het tijd voor een grote onderhoudsstop. De fabriek van Yara in Sluiskil is in de dagen erna gespoeld en veilig gezet om de maandag erop met de turnaround te kunnen beginnen.

Omdat de fabriek zes jaar lang niet uit bedrijf is geweest, is er een uitgebreid inspectiepakket. ‘We verwachten diverse klussen te moeten aanpakken die we van tevoren niet hebben ingepland’, vertelt turnaround manager Maarten Van De Ginste. ‘Dat is bij elke stop natuurlijk wel zo, maar nu nog net iets meer omdat de fabriek zo lang door kon produceren. We hebben daardoor weinig informatie. Maar ook dit hebben we voorbereid door extra materiaal in te kopen.’

Record

Naast de wettelijke inspecties pakt Yara complexe onderhoudsklussen aan. Zo worden onder andere compressoren en turbines onderhouden. ‘Die zijn ook al die jaren, meer dan vijftigduizend uur, onafgebroken in bedrijf geweest. En dat is echt indrukwekkend. Reforming D heeft met zijn zes jaar non-stop produceren een wereldrecord behaald. Niet alleen binnen Yara, maar ook binnen de ammoniakindustrie wereldwijd. Het vorige record van deze fabriek staat op drieënhalf jaar productie zonder stop, ook al een record.’

Het doel is natuurlijk om deze prestatie te evenaren, maar dat is niet gemakkelijk, stelt Van De Ginste. ‘Vaak is er toch iets kleins waardoor de fabriek uit bedrijf moet worden genomen. Het vorige stopteam heeft het gewoon heel erg goed gedaan. Maar ook het design van de plant is goed, en de mensen die haar dagelijks opereren en onderhouden, hebben hun werk erg goed gedaan.’

Op de vraag of hij extra druk op zijn schouders voelt vanwege voorgaande prestaties, reageert Van De Ginste nuchter. ‘We kunnen het niet beter doen, want we zitten aan onze maximale termijn van zes jaar. En als we het even goed doen, is dat heel mooi. Maar we willen in de eerste plaats een veilige stop zonder ongevallen, en in dit geval een stop zonder Covid-uitbraak. Daarnaast gaan we voor een rustige en veilige opstart. En vervolgens pas dat de fabriek zo veilig en betrouwbaar mogelijk in bedrijf kan blijven tot de volgende stop.’

Rust uitstralen

Ook over de manier waarop hij al die doelen kan behalen, is Van De Ginste nuchter. ‘Het komt erop neer om tijdig te beginnen aan de voorbereiding en om je niet te laten opjagen, ook als de afwerking nabij is. Veiligheid is onze eerste prioriteit, maar kwaliteit de tweede. Deze moet hoog blijven. Als we daarvoor een dag extra nodig hebben, dan moeten we die tijd nemen. Controles zijn uitermate belangrijk.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

Yara

 

Maarten Van De Ginste (Yara): ‘We dachten in maart misschien wel naïef dat de uitvoering zou kunnen plaatsvinden op een normale wijze.’

Zijn collega, turnaround manager Martin Walhout, had de vorige stop en ook die daarvoor van Reforming D onder zijn hoede. Van De Ginste: ‘Martin had er tijdens de vorige turnaround een groot project bij, waarvoor extra tijd was ingepland. Onder andere daardoor konden ze de zaken dubbel controleren en dat heeft geloond. Het is echt belangrijk om rust te blijven uitstralen. Alle checks zijn belangrijk en die moeten een voor een worden uitgevoerd. Daarover sluiten we geen compromissen.’

Ook dit jaar is er iets meer tijd voor de turnaround ingepland. ‘Normaal gesproken duurt de stop van Reforming D drie tot vier weken. Maar omdat we een aantal uitgebreide projecten uitvoeren, hebben we meer tijd nodig. Het langste project van de stop duurt vijf weken.’

Complex

Een van de grotere klussen tijdens deze turnaround is het inspecteren van een absorptietoren. Daarvoor heeft Yara een steiger laten bouwen van 74 meter hoog, vertelt Van De Ginste. ‘Vroeger zou er gewoon een steiger zijn neergezet, maar nu berekenen we of de toren de extra krachten van de wind op de steiger kan opnemen. We voorzagen daar problemen mee en hebben er een andere oplossing voor gezocht. Een brede, zelfdragende steiger neemt veel ruimte in, dus dat is niet werkbaar voor andere deelprojecten. Daarom hebben we nu een slanke steiger gebouwd en de toren getuid met staalkabels. Met deze tuien kunnen we de extra windbelasting opvangen.’

Het werk aan de toren is verder niet zo spannend. Alle isolatie moet eraf, hij moet worden gezandstraald en vervolgens geïnspecteerd, onder andere met wanddiktemetingen. Daarna volgt schilderwerk voor de komende twintig jaar. Van De Ginste: ‘Soms moet je vooraf iets complex doen, om iets simpels te kunnen uitvoeren. We hebben de steiger ook helemaal met folie ingepakt om de meest ideale werkcondities te creëren. Want op het moment dat de absorptietoren is gezandstraald, blijft er naakt staal over, wat snel zou roesten.’

45 miljoen

Naast inspecties en onderhoud investeert Yara tijdens de turnaround, die ruim 45 miljoen euro kost, in projecten om de veiligheid, betrouwbaarheid en energie-efficiency verder te verbeteren. ‘De fabriek is gebouwd in 1984 en ondanks haar nummer-1 status dus al behoorlijk op leeftijd’, vertelt Van De Ginste. ‘Ze heeft in de loop van de jaren al veel veranderingen ondergaan, waaronder projecten om de productie te verhogen. Tijdens deze turnaround zetten we met name in op projecten die gericht zijn op energie en het milieu.’

Zo zijn er energiebesparende projecten op de lucht- en synthesegascompressoren. ‘We vervangen de internals, waardoor die tien procent efficiënter worden. Van het fornuis vervangen we warmtewisselaars. Verder vervangen we de coldbox en enkele koelbanken.’ De extra projecten leveren samen een energiebesparing op die resulteert in 23.700 ton CO2-reductie per jaar.

Aparte ingang

Bij al deze projecten staat steeds centraal dat het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de dagelijkse bedrijfsvoering in andere afdelingen op het terrein niet mogen ontregelen of in gevaar brengen. De onderhoudsstop vindt dan ook plaats op een afgebakend terrein. De medewerkers in de controlekamers worden zoveel mogelijk geïsoleerd van de mensen die in de onderhoudsstop zelf bezig zijn.

Yara heeft een aparte ingang voor de onderhoudsstop gecreëerd, met een zogenoemde ‘onboarding tent’. Daar wordt iedereen die in de onderhoudsstop werkt, gecheckt op gezondheidsklachten. Er zijn ook temperatuurmeetstraten waar medewerkers en contractors doorheen gaan voor ze het terrein kunnen betreden. Ook zijn er coronatesten beschikbaar en heeft Yara afspraken gemaakt met laboratoria om snel een testuitslag te hebben.

Naïef

Toen in maart de coronacrisis begon, was het turnaround-team eerst nog vooral bezorgd over de levering van materialen. ‘We dachten indertijd misschien wel naïef dat de uitvoering zou kunnen plaatsvinden op een normale wijze’, vertelt Van De Ginste. ‘Iets later bleek dat zeker niet het geval te zijn en hebben we diverse scenario’s overwogen. Doen we de stop? Kunnen we hem verplaatsen? Op welke manier doen we de stop? We kregen informatie van ons moederbedrijf in Noorwegen over andere stops binnen Yara, en van andere chemiebedrijven. En we gingen op bezoek bij collega-chemiebedrijven in de buurt, die op dat moment een turnaround hadden.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

Yara

Maarten Van De Ginste (Yara): ‘Alle checks zijn belangrijk en die moeten een voor een worden uitgevoerd. Daarover sluiten we geen compromissen.’

Het concept van de temperatuurmeetstraat heeft Yara overgenomen van een collega in de sector. ‘We hebben daarnaast geleerd om met verschillende tijdslots te werken voor elke contractor, zodat mensen elkaar niet allemaal tegenkomen. Je kunt de ruimtes dan ook efficiënt benutten en tussendoor goed schoonmaken.’ Van De Ginste legt uit dat de kastjes in de kleedruimtes allemaal naast elkaar zijn geplaatst, maar verschillende kleuren hebben gekregen. ‘Door alleen teams van een bepaalde kleur op hetzelfde moment te laten binnenkomen, kun je de afstand op die manier mooi garanderen. En zo creëer je ‘bubbels’ die geïsoleerd van elkaar zijn. In geval van een besmetting kun je dan ook gericht in die specifieke bubbel de nodige maatregelen nemen.’

Voor de contractors is het ook goed om in een gelijkaardige situatie terecht te komen, stelt Van De Ginste. ‘Veel contractors die bij ons aan de slag zijn, hebben eerder bij andere bedrijven in een Covid-proof onderhoudsstop gewerkt. Het is voor hen belangrijk om een bepaalde uniformiteit in de aanpak te zien, dat de regels niet opeens helemaal anders zijn.’

Accepteren

De testafspraken met laboratoria zijn voortgevloeid uit Yara’s bedrijfspolicy voor het dagelijkse werk. ‘Ook dan werken de mensen in onze ploegen nauw samen. Dus als iemand verdacht is, dan wil je heel snel uitsluitsel hebben voor de andere mensen van die ploeg en een besmetting isoleren om verspreiding tegen te gaan. Dat traject hebben we doorgetrokken naar de stop.’

De situatie is nu anders dan in het voorjaar, vindt Van De Ginste. ‘In het begin van de coronacrisis was een mondkapje of gelaatscherm nog niet vanzelfsprekend, maar nu is iedereen eraan gewend geraakt. Bovendien zijn de mensen heel gemotiveerd om aan de slag te gaan. Ze beseffen dat er zonder die maatregelen geen werk is. Niemand wil een totale lockdown, niemand wil thuis zitten wachten tot hij weer aan de slag kan. Mensen beseffen dat deze maatregelen nodig zijn om het werk veilig te kunnen uitvoeren. Dat helpt zeker om de maatregelen te accepteren.’

Planning

De planning van de werkzaamheden is in ieder geval niet aangepast vanwege de extra coronamaatregelen. ‘We gaan ervan uit dat we het werk min of meer op de normale wijze kunnen uitvoeren en verwachten dat we begin december weer terug in bedrijf zijn.’

Complexiteit komt in vele vormen. Turnaround manager Aura Cuellar van Shell Moerdijk werkte vorig jaar nog aan de technisch meest complexe turnaround van Shell Moerdijk ooit uitgevoerd. Maar ook de twee kleinere stops die ze dit jaar uitvoerde, hadden wat betreft coronamaatregelen hun eigen uitdagingen. In beide gevallen is nauwe samenwerking tussen opdrachtgever en partners cruciaal.

Bij Shell spreekt men over een zeer complex project als het aantal manuren de 750 duizend uur overtreft. De turnaround van de stoomkraker en twee kleinere onderhoudsstops op de site van Shell Moerdijk haalden dat aantal uren gemakkelijk. Turnaround & projects manager Aura Cuellar kijkt terug op geslaagde events. ‘De voorbereiding van een complexe turnaround zoals van onze kraker vraagt minstens twee jaar voorbereiding. Zo’n megaklus klaar je dan ook nooit alleen. We besloten onze contractorpartners al bij de voorbereidingen te betrekken. Samen bepaalden we de reikwijdte van de contracten en de inhoud van de werkpakketten. De complexiteit zat deels in het feit dat we veel engineeringsprojecten planden. We investeerden in modificaties die de veiligheid en betrouwbaarheid vergrootten, maar ook een aantal verduurzamingsstappen. Een voorbeeld is het elektrificeren van diverse fabrieksonderdelen. Zo vervingen we de stoomaandrijving van een fabriek door een elektrische aandrijving.’

Ook op het gebied van procesveiligheid voerde Shell diverse aanpassingen in de fabrieken door. ‘Bijvoorbeeld op de kraakfornuizen waar we grote afsluiters vervingen voor een ander ontwerp. Dit op basis van incidenten in de industrie waarvan we willen voorkomen dat die ook bij ons zouden kunnen gebeuren.’

Menselijke maat

Tegelijkertijd gebruikte Shell de turnaround voor de gebruikelijke keuringen en wettelijke inspecties. Cuellar: ‘Hoewel je nooit precies weet wat je aantreft als je isolatie van installaties verwijdert en ze openmaakt, kan je veel verrassingen wel voor zijn. Met risk based inspections en een grondige analyse van procescondities en -data kan je grofweg al bepalen welke assets ‘verdacht’ zijn. We gebruiken risicomanagementtools om te kunnen inschatten waar we problemen kunnen verwachten en hebben scenario’s klaarliggen als de verwachtingen uitkomen.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
shell moerdijk

Turnaround manager Aura Cuellar van Shell Moerdijk

Toen de werkpakketten duidelijk waren, kon het team kijken waar het de complexiteit terug kon brengen naar de menselijke maat. Bijvoorbeeld door ze op te delen in kleinere pakketten, maar ook door werkzaamheden eerder of slimmer uit te voeren. ‘Zo besloten we het werk aan leidingen en laswerk op de site zoveel mogelijk te beperken. Veel hiervan kan off-site worden uitgevoerd.’

Covid-19

Na een dergelijk grote turnaround leken de twee stops van Shell Moerdijk dit jaar een routineklus te worden. Maar toen diende Covid-19 zich aan. Shell besloot in overleg met haar partners om de voor het voorjaar geplande grote onderhoudsstop uit te stellen tot direct na de zomer.

Cuellar: ‘In het begin was het echt schakelen. Gelukkig had Shell Pernis hiervoor al protocollen opgesteld waarmee we ons voordeel konden doen. Daarnaast stelden we coaches aan die iedereen extra alert maakten op de social distance.’

Roel De Vil was nog niet heel lang naar Ineos overgestapt toen corona zich aandiende. En dat midden in een turnaround. De plantmanager kreeg het uiteindelijk samen met de contractors voor elkaar de stop goed af te ronden. Ineos werd zelfs een belangrijke leverancier van handgels. ‘Zo zie je dat een crisis ook het beste in mensen naar boven kan halen. Al moeten we oog blijven houden voor de impact van deze crisis op de menselijke psyche.’

De switch die plantmanager Roel De Vil vorig jaar maakte van Nippon Shokubai naar Ineos kwam vooral voort uit ambitie. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Ik had nood aan nieuwe zuurstof. Na veertien jaar Nippon Shokubai, waarvan zes jaar als plantmanager, wilde ik een nieuwe uitdaging aangaan. We hadden een stevig nieuwbouwproject achter de rug, met de nodige organisatorische naweeën. Gelukkig pakte het team dit zeer goed op. Daarmee was de grootste uitdaging een succes geworden, maar wat doe je daarna? Wetende dat er nog een twintig jaar actieve loopbaan volgt? Het was tijd voor iets nieuws.’

De Vil nam dan ook in goede verstandhouding afscheid van het Japanse bedrijf en maakte de overstap naar het Britse Ineos. Geografisch was de zet niet zo spannend. Ineos zit immers op dezelfde site als Nippon Shokubai. Wat betreft bedrijfscultuur en onderlinge verhoudingen veranderde er wel veel. Wat dat laatste betreft is het grootste verschil dat Nippon Shokubai klant was bij Ineos wat betreft dienstverlening en energielevering op de site in Zwijndrecht. De omvang van Ineos is weliswaar groter, maar De Vil zal meer rekening moeten houden met zijn on-site klanten zoals Borealis, Kurarai, en Nippon Shokubai.

Sportmentaliteit

Dat de cultuur anders is, lijkt voor de hand liggend. ‘Een Japans bedrijf wordt nu eenmaal anders geleid dan een Brits bedrijf’, zegt De Vil. ‘Maar Ineos verschilt in meerdere opzichten van de traditionele chemiebedrijven. Het bedrijf is in privéhanden en niet beursgenoteerd. En hoewel chemie de boventoon voert, investeert Ineos ook in diverse sportteams en bouwt het momenteel een 4X4 als alternatief voor de verloren gegane Land Rover Defender (Ineos Grenadier, red.).’

Roel De Vil (Ineos): ‘Ik denk dat de chemie de afgelopen maanden kon laten zien hoe belangrijk haar maatschappelijke rol is.’

Ineos-eigenaar Sir Jim Ratcliffe investeerde in een eigen wielerteam, sponsort het Mercedes Formule 1-team, is eigenaar van twee voetbalteams en heeft een zeilteam dat meedoet aan de America’s Cup. De Vil: ‘Dat sportieve en competitieve zie je ook in de bedrijfscultuur. Jonge ambitieuze mensen die instappen in het bedrijf krijgen de kans om mee te doen aan een uitdagende race. In het driejaarlijkse programma traint Ineos talenten in zowel persoonlijke ontwikkeling als leiderschap. Met als einddoel een zeven dagen durende ren- en fietstocht door de woestijn van Namibië. Zo’n tocht laat zien dat zelfs het schier onmogelijke mogelijk is. Die sportmentaliteit vind je door alle lagen van het bedrijf. De directie verwacht van zijn medewerkers dan ook doorzettingsvermogen, teamwork en ondernemerschap, terwijl er gelukkig ook ruimte overblijft om veel te lachen!’

Corona

Die positieve cultuur kwam misschien wel extra goed uit toen Covid-19 uitbrak. Voor De Vil een extra lakmoesproef om zijn leiderschapskwaliteiten te tonen. ‘We waren net aan een onderhoudsstop begonnen toen de eerste gevallen van corona bekend werden. Op de site zaten Poolse stellingbouwers en Kroatische pijpfitters die direct naar huis wilden. Gelukkig kon dit gat met andere lokale contractors worden dichtgefietst. Terwijl we de shiften heel snel moesten omwisselen, dachten we tegelijkertijd na over de maatregelen die we konden nemen om besmettingen te voorkomen. Let wel, het was maart toen we met de shutdown startten en we hadden nog geen idee hoe ernstig dit virus zou worden. Naast de inmiddels bekende maatregelen als social distancing, gebruik van mondmaskers en handgel organiseerden we onze eigen interne contacttracers. Die polsten vertrouwelijk zowel bij de contractors als de eigen organisatie de gezondheid van de werknemers en namen snel maatregelen als de ziektebeelden op corona leken. Wie niet op de site aanwezig hoefde te zijn, moest zoveel mogelijk thuiswerken. Waarbij we als management wel hebben uitgesproken dat de kapiteins zolang mogelijk op het schip blijven.’

Uiteindelijk lukte het om de verloren tijd in te halen en rondde het team de turnaround op tijd en zonder besmettingen af. ‘Wel tegen iets hogere kosten dan we van tevoren hadden gepland, maar ook die vielen gezien de situatie behoorlijk mee.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
ineos

Ineos Zwijndrecht

Handgel

Dat een crisissituatie ook het beste uit mensen naar boven kan halen, bewees Ineos, net als overigens een aantal andere chemiebedrijven, met de levering van handgels. De Vil: ‘Vooral in het begin kampten ziekenhuizen en zorgcentra met ernstige tekorten aan alcoholische handgels. Op onze site begonnen we in sneltempo handgel te maken. Ook andere vestigingen in Duitsland, Engeland en Frankrijk konden hun productie in tien dagen tijd omstellen naar de productie van alcohol. De bedrijfsleiding besloot de handgels gratis aan te bieden en vroeg de sites of zij wisten waar die gel het hardste nodig was. Uiteindelijk is voor meer dan een miljoen euro aan handgels verspreid onder zorgcentra, maar bijvoorbeeld ook aan voedselbanken, gehandicaptenzorg en bijzonder onderwijs. Onze collega’s hebben zich echt ingezet om de gel daar te krijgen waar de nood hoog was.’

Inmiddels is Ineos een nieuwe divisie rijker: Ineos Hygienics. Dus het opportunisme gaat hand in hand met de sociale rol van de chemiedivisie. ‘Ik denk dat de chemie de afgelopen maanden kon laten zien hoe belangrijk haar maatschappelijke rol is’, zegt De Vil. ‘De hygiënische producten die onze branche levert, voorkomen besmettingen. Tegelijkertijd moeten we blijven aantonen dat we veiligheid en het milieu serieus nemen. Als we dat niet onder controle hebben, kan het opgebouwde imago in één keer weer omslaan.’

Aging assets

Wat betreft milieu is het nieuwbouwproject Project One het meest in het oog springend. De nieuwe ethaankraker zal de best presterende zijn op het gebied van koolstof- en energie-efficiëntie. Terwijl de propaan dehydrogenation (PDH)-unit voornamelijk op groene stroom zal draaien. De waterstof die bij het dehydrogeneringsproces vrijkomt, kan het bedrijf weer inzetten als brandstof. Maar deze installaties komen op de rechteroever van de Haven van Antwerpen.

De Vil: ‘Hier in Zwijndrecht hebben we uiteraard een andere dynamiek want we willen met onze aging assets aan een volledig nieuwe fabriek gelijkwaardige prestaties halen. We investeren jaarlijks zeer grote bedragen in het vernieuwen en betrouwbaarder maken van onze assets. Helaas luidde de coronacrisis ook een economische crisis in en staan kapitaalsinvesteringen onder druk. De boodschap van CEO Jim Ratcliffe was in ieder geval duidelijk: ‘Don’t bring our assets at risk’.’

De investeringen komen zowel de omgeving als de veiligheid ten goede, maar uiteindelijk is dit ook een zakelijke overweging. ‘Ons imago kan drastisch veranderen als we ons werk niet goed doen. En dus moeten we ook onze installaties zo efficiënt mogelijk inrichten. De oplopende prijzen voor emissiehandel leggen daarbovenop een extra uitdaging om de CO2-voetafdruk te verlagen. Zo bedrijven we een aardgasgestookte warmtekrachtinstallatie die onze processen van stoom en elektriciteit voorziet. We bekijken nu of we het beste de CO2 kunnen afvangen of de installatie juist op waterstof te stoken. Dat eerste is niet geheel nieuw voor ons. We vangen al tien jaar de CO2 af die bij de productie van etheenoxide vrijkomt en voeren dat af naar Beco2. Die maken er onder meer droog ijs mee, wat wel eens een belangrijke rol zou kunnen spelen in het transporteren van Covid-19 vaccins.’

Roel De Vil: ‘Momenteel is de grootste uitdaging om mensen gemotiveerd te houden die thuiswerken of hun routines op de site moeten omgooien.’

Samenwerking

Een andere manier om de efficiency van de site te verhogen, is de uitkoppeling van restwarmte naar de gebouwde omgeving. ‘Technisch is het mogelijk, maar net als bij de inzet van waterstof geldt dat het bedrijfsleven wel ruggensteun nodig heeft om projecten vlot te trekken. We delen de site met verschillende derde partijen en halen daar veel synergievoordeel uit. Maar het lage fruit is nu wel geplukt. Willen we echt nog stappen maken, dan moeten we de maatschappelijke baten ook meenemen in onze investeringsoverwegingen. We kunnen 150 graden stoom naar de gebouwde omgeving transporteren, maar dat is niet onze hoofdtaak. We moeten dan ook nog meer samenwerken met publieke partijen.’

Risk based maintenance

De Vil verwacht wel meer ondersteuning te krijgen vanuit technologische hoek. ‘Met name op het gebied van inspecties zien we steeds meer mogelijkheden om het beste uit de installaties te halen. Tot nog toe voeren we nog veel onderhoud volgens vaste tijdslimieten uit. We kunnen echter steeds meer gebruikmaken van online of onsite metingen en daarmee risk based inspections uitvoeren. Langzamerhand zullen we dan het tijdgebonden onderhoud overhevelen naar een risicogebaseerde aanpak. Het feit blijft dat als je honderd procent zeker wilt zijn dat een drukvat integer is, je hem moet leegmaken en inspecteren. Als we dit echter voor alle assets moeten doen, zou dit echter bijna ondoenlijk worden. We kunnen hetzelfde veiligheids- en betrouwbaarheidsniveau bereiken met andere, slimme technieken. We maken ook steeds meer gebruik van drones voor inspecties op hoogte, zodat je geen dure en tijdrovende steigers hoeft te bouwen voor een schouwing.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

ineos

De Vil paste onlangs dan ook de maintenanceorganisatie aan. ‘Inspectie is één van de vier pijlers waarop de nieuwe organisatie is gefundeerd. Het klassieke preventieve en correctieve onderhoud verschuift steeds meer naar risk based maintenance. We doen dit niet alleen voor onze eigen assets, maar leveren ook maintenance als dienst voor onze site-
genoten. Die volgende stap in de volwassenheid van de maintenanceorganisatie vraagt ook om duidelijke prestatie-indicatoren en een striktere uitvoering van de werkzaamheden.’

Motiveren

De Vil ziet zijn eigen rol in deze complexe, continu veranderende omgeving vooral als facilitator. ‘Ik ben niet de voorman die voor de troepen uitloopt’, zegt hij. ‘Noem mijn aanpak maar ondersteunend leiderschap. Liever maak ik mensen sterker zodat ze groeien in hun functie en verantwoordelijkheden. Het geeft me de meeste voldoening als ze zo kunnen groeien dat ze een volgende stap kunnen zetten in de organisatie. Momenteel is de grootste uitdaging om mensen gemotiveerd te houden die thuiswerken of hun routines op de site moeten omgooien vanwege corona. Dat vraagt extra energie van mensen en als leiding moet je dit herkennen en erkennen. Het raakt mensen emotioneel als ze afgesneden zijn van hun collega’s of elke dag de coronamaatregelen strikt moeten respecteren. Een goed leider heeft ook daar oog voor.’

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren? Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

Veel energie-experts achten het fysiek onmogelijk om de duizend petajoule fossiele energie die de industrie nu jaarlijks gebruikt een-op-een te vervangen voor lokaal opgewekte duurzame alternatieven. De omwenteling naar duurzame energie moet dan ook hand in hand gaan met energiebesparing. Innovatieve techniek maakt niet alleen besparing mogelijk, maar opent ook de weg naar samenwerking met de energiesector.

De Nederlandse en Vlaamse petrochemische industrie maakt zich klaar voor de energietransitie. Inmiddels verkent een aantal partijen de mogelijkheden van elektrificatie en groene of blauwe waterstof. Shell Moerdijk verving vorig jaar een aantal stoomaandrijvingen voor elektrische varianten. Total Raffinaderij Antwerpen gebruikt de huidige stop om hetzelfde te doen. In de tussentijd experimenteert Dow Benelux met stoomrecompressie, waarbij het laagwaardige stoom van drie bar overdruk elektrisch opwaardeert naar twaalf bar. Ook de investeringen van Shell en Dow in elektrische krakers laat zien dat elektrificatie een belangrijke route is naar een CO2-neutrale industrie in 2050.

Voor processen die lastiger te elektrificeren zijn, kan blauwe of groene waterstof een CO2-neutraal alternatief bieden. Hoewel de industrie veel ervaring heeft met grijze waterstof, staan de CO2-neutrale varianten nog in de kinderschoenen.

Nieuwe rol

Het TKI Energie en Industrie van de Topsector Energie staat aan de voorkant van de innovaties die nodig zijn om het industriële energieverbruik te temperen. Directeur Rob Kreiter merkt dat veel energiegrootverbruikers moeten wennen aan de nieuwe rol die energie speelt in de toekomstscenario’s. ‘Tot nog toe is energie ruim voor handen en relatief goedkoop’, zegt Kreiter. ‘Met de huidige coronacrisis zijn de gasprijzen zelfs historisch laag. De prikkel om energie te besparen zou dan ook met name moeten komen van de CO2-prijs. Maar die is ook nog niet op het niveau dat dit investeringen in emissieloze techniek voldoende bevordert. Toch zullen bedrijven nu al moeten voorsorteren op toekomstige ontwikkelingen. Helemaal omdat de meeste interventies zo ingrijpend zijn dat ze alleen tijdens een turnaround kunnen worden doorgevoerd.’

Veel bedrijven kennen een turnaround cyclus van zes jaar of soms zelfs langer. Als Shell vorig jaar niet zijn elektrische installaties had ingepast, had het bedrijf dit pas in 2025 kunnen doen.

Membraantechnologie

Hoewel in Nederland nog niet heel veel membraantechnologie wordt ingezet in chemische processen, is er een bedrijf dat specialistische oplossingen biedt. Solsep gebruikt nanofiltratie voor het opwerken van oplosmiddelen, katalysatorrecycling en kleurstofwinning. De organic solvent nanofiltration-techniek werd onder meer ingezet bij producent van eetbare oliën en vetten LodersCroklaan voor het afscheiden van aceton uit bio-olie. Exxon Mobile heeft in het verleden al proeven gedaan met membraanfiltratie voor het ontwaxen van diesel.

Stoom

Of de vervanging van stoomaandrijvingen voor elektrische aandrijvingen ook energiebesparing oplevert, verschilt volgens Kreiter per geval. ‘Bedrijven hebben vaak lagedrukstoom over uit hun hogetemperatuur-processen die ze nog nuttig kunnen inzetten voor aandrijvingen. Een elektrische aandrijving is in de regel een stuk efficiënter dan een stoomaandrijving. Maar als de lagedrukstoom vervolgens wordt afgeblazen, win je daar natuurlijk niks mee. Het is sowieso verstandig om eerst de stoombalans in kaart te brengen alvorens te investeren in dit soort elektrische systemen. En dat is natuurlijk precies wat bedrijven doen.’

Gelukkig zijn er steeds meer technieken voorhanden om die lagedrukstoom weer op te waarderen. Met mechanische damprecompressie, maar bijvoorbeeld ook met warmtepompen. Hiermee kunnen bedrijven hun energieverbruik fors terugdringen. Kreiter: ‘Ik zie die technieken eerder als efficiencymaatregel dan als elektrificatiestap. Bedrijven met reststromen met temperaturen boven de tachtig à negentig graden Celsius zouden moeten nadenken over hoe ze die zo efficiënt mogelijk kunnen inzetten. Een e-boiler daarentegen krijgt een heel andere rol in het energiesysteem. Het is namelijk alleen maar aantrekkelijk zo’n boiler in te zetten op momenten dat de elektriciteitsprijs onder de gasprijs daalt. Dat is nu nog niet zo heel vaak, maar het aantal uren neemt door het grotere aandeel zonne- en windenergie de komende jaren snel toe.’

Scheiden

Ondanks dat er nog steeds winst te behalen valt met optimalisatie van de procesindustrie, merkt Kreiter dat een echte transitie een andere aanpak vergt. ‘Steeds meer energie-experts waarschuwen ervoor dat we niet te lang moeten doorgaan met het optimaliseren van processen die tegen het einde van hun houdbaarheidsdatum lopen. Soms moet je even doorgaan op de oude, minder efficiënte voet om resources vrij te maken voor doorbraaktechnologie.’

Kreiter ziet dat bijvoorbeeld bij scheidingstechnologie. ‘Bij toekomstige processen speelt scheidingstechnologie nog steeds een grote rol. Bijvoorbeeld als restgassen van de staalindustrie worden ingezet in de petrochemie (steel-to-chemicals, red.). Ook voor biobased grondstoffen kan energie-efficiënte scheidingstechnologie de businesscase een stuk aantrekkelijker maken. Er zijn al partijen die bio-olie bewerken met behulp van membranen. Juist bij dat soort nieuwe ontwikkelingen loont het om doorbraaktechnologie in te zetten.’

Warmtepompen en stoomrecompressie

Het TKI Energie en Industrie participeerde in meerdere onderzoeken naar warmtepompen. Zo onderzocht een van de innovatiepartners een meertraps compressiewarmtepomp, die werkt op pentaan als werkmedium. Deze warmtepomp krikt de temperatuur van laagwaardige (rest)warmte van circa zestig graden Celsius in twee treden op naar temperaturen rond de 150 graden Celsius.

Thermo-akoestische warmtepomp

Een andere, innovatieve manier om de temperatuur efficiënt te liften is via de thermo-akoestische warmtepomp. Dit systeem werkt op het expanderen van helium bij de warmtebron en afgeven van die warmte door compressie. Dat lijkt op wat in een geluidsgolf gebeurt. Zo’n warmtepomp kan flexibel werken op verschillende brontemperaturen en is geschikt om warmte tot circa tweehonderd graden Celsius op te wekken. De experimenten hierbij zijn gericht op een zo compact mogelijk systeem, dat lagere investeringskosten vergt.

Stoomrecompressie

Bij stoomrecompressie wordt lagedruk reststoom mechanisch gecomprimeerd, waardoor de druk en daarmee de temperatuur oploopt. De benodigde elektrische energie die daarvoor nodig is, is veel lager dan de thermische energie die zo’n systeem oplevert. De coëfficiënt of performance (COP) ofwel de verhouding geproduceerde warmte versus de ingevoerde hoeveelheid elektriciteit kan dan ook oplopen tot een waarde van negen tot soms wel elf. Ofwel één megajoule elektrisch levert elf megajoule thermisch op.

Basischemie

Dat de Nederlandse petrochemische industrie nog niet volop overgaat naar duurzame technieken heeft volgens Kreiter met name te maken met de volumes. ‘Nederland heeft nu eenmaal veel basischemie. Die sector kan alleen maar concurrerend blijven als ze grote volumes tegen een zo laag mogelijke prijs produceert. Investeringen in bijvoorbeeld een elektrische kraker lopen dan al snel in de miljarden, terwijl elektrificatie verder in de keten eenvoudiger en vooral goedkoper is in te passen. Daardoor zie je dat de fijnchemie of voedingsmiddelenindustrie vaak eerder elektrificatieprocessen of andere duurzame ingrepen doorvoert. Zodra de randvoorwaarden echter gunstiger worden, komen de innovaties ook bij de basischemie terecht. De mechanische damprecompressie die Dow nu test, gebruikt de voedingsindustrie al langer. De volumes zijn bij Dow echter vele malen groter, waardoor je ook veel grotere compressoren nodig hebt. Het is dan ook niet vreemd dat Dow eerst zeker wil weten of zo’n ingreep betrouwbaar is en dus de processen niet verstoort.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

energiebesparing

Warmteterugwinning

De rookgassen van industriële ovens, fornuizen en boilers bevatten nog veel warmte die de lucht in verdwijnt. Warmtewisselaars in schoorstenen kunnen die warmte terugwinnen, maar corroderen en vervuilen snel door de zure stoffen in het rookgas. De polymere warmtewisselaar van HeatMatrix heeft hier geen last van en zorgt daarmee voor een significante energiebesparing. De ontwikkelaars van de HeatMatrix polymere air preheater-technologie toonden aan dat de helft van de verloren energie alsnog kan worden teruggewonnen.

Imago

Kreiter vervolgt: ‘Een andere reden waarom de innovatiebereidheid bij de fijnchemie groter is, zit in het feit dat deze dichter op de klant zit. Die stelt steeds meer vragen over de herkomst van producten. Zodra grote merken hun levenscyclusanalyse verder in de keten doortrekken, krijgt ook de basischemie een prikkel om haar voetafdruk te verlagen.’

Volgens Kreiter beseft de chemische sector heel goed dat de energiemarkt en de industrie steeds meer versmelten. ‘Bedrijven zagen gas en elektriciteit doorgaans als een utiliteit waar niet heel veel aandacht voor nodig was. In ieder geval niet vergeleken met de kernprocessen die grotendeels de concurrentiepositie bepalen. Het energielandschap van de toekomst zal wat dat aangaat veel complexer worden. Met een toenemende elektrificatie krijgt een utility manager meer mogelijkheden om de energiemix af te stemmen op het marktaanbod. Helemaal als bedrijven hybride systemen gebruiken die snel kunnen switchen tussen bio- aard- of waterstofgas en elektriciteit. Grote energieverbruikers die hun systemen slim inrichten kunnen bovendien ook flexcapaciteit leveren door hun productie aan te passen op het volatiele aanbod van duurzame elektriciteit. Met de toenemende mogelijkheden van automatiseringstechnologie en ICT groeien bedrijven naar virtuele energiecentrales. Als ze dat goed doen, verandert hun hele businesscase en levert verduurzaming ook geld op.’

Digitalisering

EnerGQ zegt met zijn kunstmatige intelligente systemen tien tot dertig procent energie te kunnen besparen. De technologie geeft, na een nulmeting van vier maanden, aan waar en wanneer er sprake is van overtollig energieverbruik. De software laat zien of de oorzaak ervan moet worden gezocht bij menselijk handelen of niet  optimaal functionerende apparatuur. Maatregelen die het overtollig gebruik elimineren zijn dan ook operationeel van aard en kunnen direct worden genomen zonder te investeren. De technologie maakt ook meteen de besparingen zichtbaar.

Roterende apparatuur

Semiotic Labs tekende onlangs een raamovereenkomst met Nouryon voor de implementatie van zelflerende technologie. De algoritmes helpen Nouryon te voorspellen wanneer pompen en andere roterende apparatuur moeten worden onderhouden en vervangen. De technologie maakt gebruik van elektrische golfvormen die tot vijf maanden van tevoren negentig procent van de komende onderhoudsbehoeften in roterende apparatuur (zoals pompen, compressoren en transportbanden) nauwkeurig kunnen voorspellen. Semiotic Labs en Nouryon kijken ook naar manieren om meer waarde te genereren uit golfvormanalyse door functies te ontwikkelen die de het energieverbruik temperen.

‘Virgin plastic’, een term die voor mij nieuw was, was het onderwerp in een van de artikelen in Petrochem 7 van dit jaar. Het ging erover dat een grote frisdrankproducent geen nieuw plastic meer gaat gebruiken voor de productie van haar drankflessen. Alles volledig op recycling. Iets dat door het statiegeldsysteem goed te controleren en managen is. De stromen kunnen redelijk zuiver worden gehouden, waardoor het opnieuw blazen van flessen uit ‘oud plastic’ verantwoord en wellicht ook efficiënt blijkt te zijn. Dat er winst is voor het milieu, dat snapt iedereen.

Hulde. En zo’n eenvoudig idee, dat we daar niet eerder op gekomen zijn! Met glas of asfalt gebeurt dit al jaren. Dus waarom niet ook met modernere stoffen? Kunststoffen bepalen ons hele leven. Gek toch dat we daar zo veel van consumeren en er vervolgens niet veel anders mee kunnen doen dan verbranden?

Uit of in

Het grote probleem is dat er tegenwoordig zoveel verschillende kunststoffen zijn. En die worden veelal ook nog samen in één product gebruikt. Zie dat maar eens te scheiden! Daardoor is het moeilijk zuivere recyclestromen te verkrijgen, die van voldoende kwaliteit zijn om direct opnieuw te worden gebruikt. Kijk maar eens thuis. Ik heb een container voor verpakkingsplastic. Daar gaat dus vanalles in. Ik bedoel allerlei soorten plastic bij elkaar. Als technoloog heb ik er nog wel oog voor, maar ik vraag me af of ik het mijn buren uitgelegd zou krijgen dat ze PP niet bij PE mogen gooien, of PS niet bij PET. PVC moet zeker apart, PVA krijgt ook zijn eigen bakje en ga zo maar door. Hoeveel containers moet ik dan wel niet in mijn tuin zetten? Je zou zo’n beetje afgestudeerd moeten zijn op de verschillende kunststoffen om je afvalscheiding thuis goed te krijgen… Nee, dat wordt het dus niet.

Toch lijkt het haast wel noodzakelijk. Als ik terugdenk aan mijn studie, dan realiseer ik me dat ‘IN – UIT = Ophoping’. Stel dat ik het winnen van olie, gas en kolen beschouw als de ‘invoer’ van nieuwe koolstof in ons milieu, dan realiseer je je ook al snel dat er geen ‘UIT’ is en er dus ophoping plaatsvindt. Voornamelijk na verbranding als koolstofdioxide, tenzij we het langdurig opslaan als microplastics in bodem of water. Als we dit soort effecten willen stoppen als mens, dan moeten we dus óf een ‘UIT’ creëren, óf de ‘IN’ drastisch verlagen, liefst naar nul. Nu heb ik nog geen plannen gehoord over de grootschalige opslag van plastics in oude olievelden – ik weet ook niet of we dát moeten willen – dus ben ik bang dat er maar één optie over blijft: de ‘IN’ reduceren.

Containers

Gelukkig helpen dit soort initiatieven hier goed bij. Want voorlopig zie ik geen mondiale ‘importbelasting’, of beter een ‘importverbod’, op de ‘invoer’ van koolstof komen. Dus moeten we het hergebruik van koolstof zodanig aantrekkelijk maken, dat we geen import meer nodig hebben. Hoe mooi zou het zijn als we bijvoorbeeld alle afvalplastic een soort kraker in kunnen sturen, waar weer grondstoffen uitkomen, die als voeding voor de kunststofindustrie kunnen worden gebruikt? Dan is er pas sprake van een echte circulaire economie!

Grootste hobbel die hierbij vooral te nemen is, is het aspect energie. Iedereen voelt wel aan dat de rendementen van dit soort processen nu nog veel te laag zijn en zoiets dus een bulk aan energie gaat kosten. Die moeten we dan natuurlijk niet halen uit het verbranden van koolstofproducten. Dus vrees ik dat we allemaal verplicht aan de zonnepanelen en windmolens op onze daken moeten, want anders denk ik dat er niets anders op zit dan uw tuin vol te zetten met afvalcontainers voor de plastic-scheiding-aan-huis. Al was het maar vanwege de opslag van koolstof, die gewonnen wordt door de hoeveelheid kunststof van de containers zelf? En, oh ja, houd ze wel een beetje schoon, want we moeten de afvalcontainers zelf natuurlijk ook kunnen recyclen.

Chris Aldewereld is ingenieur Scheikundige Technologie en werkzaam als Adviseur Industriële Veiligheid.