Het kabinet kondigt het eerste niveau van een gascrisis af: de vroegtijdige waarschuwing. Daarmee treedt het Bescherm en Herstelplan Gas in werking. Rusland levert momenteel veel minder gas aan Europa dan afgesproken waardoor het risico op gastekorten in Europa toeneemt. Het kabinet scherpt daarnaast de energiebesparingsplicht voor bedrijven aan en zal een nationaal doel voor energiebesparing uitwerken.

Het kabinet neemt deze stap om Nederland zo goed mogelijk voor te bereiden op de winterperiode. Met de inwerkingtreding van het Bescherm en Herstelplan moeten gasbedrijven dagelijks gedetailleerde informatie over gasleveringen met de overheid delen. Daardoor kan het kabinet de gasmarkt nog strakker monitoren en aanvullende maatregelen nemen wanneer de situatie daarom vraagt.

Het kabinet heft daarnaast de productiebeperking voor kolencentrales per direct op om gas te besparen voor het vullen van de gasopslagen, en kondigt een nationaal doel voor energiebesparing en een tijdelijke gasbesparingstender aan.

Waarschuwing

In het Bescherm en Herstelplan Gas staan de maatregelen opgenomen die Nederland kan nemen als er een tekort aan gas dreigt. De vroegtijdige waarschuwing is de eerste van in totaal drie crisisniveaus. Er zijn nu geen acute gastekorten in Nederland, maar de teruglopende gasleveringen kunnen wel gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor de energieprijzen en voor het vullen van de gasopslagen in Nederland en Noordwest Europ. Dat vullen is  dat nodig om zeker te zijn dat er voldoende gas beschikbaar is voor de komende winterperiode.

Met het afkondigen van het eerste niveau van een gascrisis moeten gasbedrijven dagelijks aanvullende gedetailleerde informatie aanleveren over actuele gasleveringen en -voorraden. Hiermee kan het kabinet de gasmarkt nog strakker monitoren en direct aanvullende maatregelen nemen wanneer de situatie daarom vraagt.

Energiebesparing

De urgentie om energie te besparen is door de teruglopende leveringen van Russisch gas nog verder toegenomen. Het kabinet doet daarom een dringende oproep aan bedrijven en huishoudens om zoveel mogelijk energie te (blijven) besparen, ook in de zomer. Op 4 juli gaat de Energiebesparingscampagne ‘Zet ook de knop om’ verder met nieuwe besparingsadviezen voor bedrijven en huishoudens die zijn gericht op de zomerperiode.

Onderdeel van de campagne voor bedrijven is een tool voor het MKB waarmee ondernemers direct kunnen zien welke energiebesparings- en verduurzamingsmaatregelen zij in hun bedrijf kunnen nemen en welke subsidies daarvoor beschikbaar zijn. Het kabinet scherpt daarnaast de energiebesparingsplicht voor bedrijven aan en zal een nationaal doel voor energiebesparing uitwerken.

Kolencentrales

Omdat het risico op gastekorten groter is geworden heeft het kabinet besloten per direct de productiebeperking voor kolencentrales voor 2022 tot en met 2024 in te trekken. Dat betekent dat de kolencentrales weer op vol vermogen mogen produceren, waardoor er minder gas nodig is voor de productie van elektriciteit door gascentrales. Hiermee wordt het risico op gastekorten kleiner en kan het makkelijker worden om de gasopslagen in Nederland en Europa te vullen. Het doel is daarbij om de gasopslagen in Nederland dit jaar verder te vullen dan Europees is afgesproken. Het kabinet komt binnenkort met aanvullende maatregelen om de extra CO2-uitstoot van de kolencentrales te compenseren. En werkt op korte termijn een tijdelijke gasbesparingstender uit waarmee grote gasverbruikers een financiële prikkel krijgen om hun gasverbruik te verminderen.

Groningen

Staatssecretaris Vijlbrief heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat Groningenveld in oktober dit jaar, zoals toegezegd, op de waakvlam gaat. Het kabinet wil het Groningenveld in 2023 kunnen sluiten. Vanwege de onzekere geopolitieke ontwikkelingen heeft staatssecretaris Vijlbrief er voor gekozen om dit jaar nog geen putten definitief te sluiten.

Een verscherpte CO2-heffing, CO2-minimumprijs en directe afspraken met de twintig grootste industriële uitstoters moet de industrie versneld verduurzamen. Dat schrijft Minister Micky Adriaansens van EZK in een kamerbrief over verduurzaming van de industrie. De minister wil de industrie ondersteunen met infrastructuur, subsidie en snelle vergunningverlening. Ook werkt het kabinet aan een uitvoeringsprogramma circulaire economie.

Het kabinet zet voor de verduurzaming van de industrie in op vier lijnen. Zo wil men de CO2-heffing aanscherpen en komt er een CO2 minimumprijs voor de industrie. Daarnaast intensiveert de overheid bestaande subsidies voor de verduurzaming van de industrie. De minister wil  bindende maatwerkafspraken maken met de twintig grootste industriële uitstoters van broeikasgassen. Maar ook  wederkerige afspraken maken met de overige bedrijven over extra en snellere CO2 reductie in 2030. Verder zet men in op versnelling van kritische infrastructuur, financiële ondersteuning en snelle en efficiënte vergunningverlening. Ook werkt het kabinet aan een uitvoeringsprogramma circulaire economie. Slim omgaan met grondstoffen en het vervangen van fossiele grondstoffen door hernieuwbare grondstoffen is essentieel voor de industriële verduurzaming.

Extra subsidie

De minister wil de bestaande industriële subsidieprogramma’s aanpassen om de CO2-uitstoot versneld terug te dringen. Zo is het openstellingsbudget voor de komende SDE++-ronde fors verhoogd tot 13 miljard euro. Bovendien verhoogt de minister het plafond voor CCS in de industrie voor de SDE++-regeling, met ingang van de 2022-ronde. De inzet van CCS zal geleidelijk afnemen in het transitieproces naar schone industrie.

Het voornemen is om ook de DEI+ regeling uit te breiden, waardoor toepassing van nieuwe klimaatneutrale- en circulaire technologie nog breder kan worden ondersteund. Hetzelfde geldt voor de VEKI-regeling.

Ook EIA en MIA/VAMIL zijn met ingang van 2022 aangepast. Waardoor een aantal technieken beter kunnen worden ondersteund. In het coalitieakkoord is daarnaast afgesproken om meer geld voor de regelingen uit te trekken.

Het kabinet ontwikkelt ook een nieuw subsidie-instrument: de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI). Deze is volgens de minister van groot belang om innovatieve technieken zoals groene chemie of elektrificatie grootschalig uit te rollen in de industrie. De NIKI-regeling ondersteunt omvangrijkere duurzame investeringen met een subsidie voor de aanloopjaren.

Infrastructuur

Tijdige realisatie van de energie-en grondstoffeninfrastructuur is een kritische randvoorwaarde voor het bereiken van de klimaatdoelen. Daarom voert het kabinet regie op infrastructuurprojecten van nationaal belang via het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (MIEK). Het MIEK-projectenoverzicht laat echter een gat zien tussen de gewenste realisatiedata van de industriële clusters en de voorlopig geplande ingebruiknamedata van de netbeheerders. Doorlooptijden van procedures, stikstof en voldoende uitvoeringscapaciteit staan tijdige aanleg in de weg. Het kabinet spant zich in om deze belemmeringen weg te nemen.

Het Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) werkt daarnaast met industrie, netbeheerders, energieproducenten en mede-overheden aan mogelijkheden om de gewenste realisatiedata van de industrie en de geplande ingebruiknamedata van infrastructuur dichter bij elkaar te brengen.

Lees hier de kamerbrief

In het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) dat minister Sigrid Kaag van Financiën naar de Tweede Kamer stuurde, adresseert het kabinet ook de groene transitie. Zo hervormt het kabinet de energiebelastingen en scherpt men de CO2-heffing voor de industrie en de vliegbelasting aan. Ook de nieuw aangekondigde offshore windparken (1,25 miljard euro) en bestaande waterstofinitiatieven (73 miljoen euro) staan in het voorstel voor Europese steun.

De EU-landen werden het in 2020 eens over een coronaherstelfonds van 750 miljard euro. De EU helpt met dit geld landen bij het herstel van hun economie na de coronacrisis. EU-landen kunnen aanspraak maken op het geld door plannen uit te voeren waarmee zij hun economieën sterker en weerbaarder maken. De EU eist dat lidstaten minstens 37 procent van de uitgaven besteden aan klimaatgerelateerde investeringen.

Het Nederlandse conceptplan bestaat uit 39 maatregelen, waarvan 23 investeringen en 16 hervormingen. De focus van de plannen ligt onder meer op klimaat, digitalisering, volkshuisvesting, kansengelijkheid, en de arbeidsmarkt.

Groene transitie

Het conceptplan bevat een pakket aan maatregelen die de groene transitie in Nederland moeten bevorderen. Zo hervormt het kabinet de auto- en energiebelastingen en scherpt men de CO2-heffing voor de industrie en de vliegbelasting aan.

Het kabinet stelt ook voor te investeren in groene waterstof. Het voorstel Groenvermogen van de Nederlandse economie investeert in een groene-waterstof-ecosysteem met klein- en grootschalige demonstratieprojecten, een R&D-programma en een human capital programma. Het voorstel moet toepassingen van groene waterstof in de chemie, transport en zware industrie versneld mogelijk via innovatie en kostenreductie.

De indieners van het plan willen starten met een aantal kleinschalige projecten van maximaal vijftig megawatt. Deze moeten regionale ketens ontwikkelen van productie, opslag, transport en toepassing van groene waterstof. Vervolgens wil men een aantal faciliteiten bouwen voor grootschalige productie van waterstof  (totaal 300 megawatt) .

Als laatste stelt men voor één of meerdere faciliteiten te bouwen voor grootschalig gebruik van groene waterstof in processen die nu nog afhankelijk zijn van aardgas. De demonstratiefaciliteiten moeten de haalbaarheid demonstreren van grootschalige (circa 100 megawattt) elektrolyse en toepassing van waterstof.

Offshore wind

Een belangrijk onderdeel van de Nederlandse aanpak voor de energietransitie is de inzet op windenergie op zee. Om extra windenergie op zee mogelijk te maken wijst het kabinet in het Programma Noordzee 2022-2027 windenergiegebieden aan. Met ruimte voor 10,7 gigawatt extra windenergie tot en met 2030 (tot een totaal van 21 gigawatt in 2030). Het realiseren van extra windenergie veroorzaakt wel inpassingskosten voor andere sectoren. Onder andere de netversterking op land zal extra kosten met zich meebrengen.

Keuzes

Alle voorstellen samen tellen op tot een hoger bedrag (7,7 miljard euro) dan waar Nederland aanspraak op kan maken (4,7 miljard euro). Op basis van de inbreng van de Tweede Kamer, de consultatie van de belanghebbenden, en de dialoog met de Europese Commissie werkt het kabinet aan het opstellen van een finaal plan. Het streven is om dit in juni 2022 aan de Tweede Kamer te presenteren.

 

Het kabinet neemt maatregelen om de afhankelijkheid van gas uit Rusland zo snel mogelijk af te bouwen en de beschikbaarheid van voldoende gas de komende winter zeker te stellen. De maatregelen zijn gericht op het voorbereiden op komende winter door meer (vloeibaar) gas uit andere landen te importeren en te zorgen dat de gasopslagen voldoende gevuld worden. Meer energie te besparen waardoor er minder gas nodig is. En versneld te verduurzamen en meer hernieuwbare energie te produceren.

Door de buitengewoon hoge gasprijzen en bijkomende risico’s op verliezen is het op dit moment niet aantrekkelijk voor bedrijven om de gasopslagen voldoende te vullen. Het kabinet wil daarom op korte termijn aanvullende maatregelen nemen om te garanderen dat ook de gasopslagen die niet onder de bestaande afspraken van de overheid vallen (Norg Akkoord) op 1 oktober voldoende gevuld zijn. Hiervoor worden de komende weken verschillende opties uitgewerkt zoals het ingrijpen via marktprikkels door het afdekken van prijsrisico’s, vulverplichtingen voor de gasopslagen en het vullen van de gasopslagen door een door de overheid aangewezen partij. Naast snelle inzetbaarheid staat het beperken van financiële en marktverstorende risico’s hierbij centraal.

LNG

Daarnaast neemt het kabinet maatregelen om op korte termijn de importcapaciteit van vloeibaar gas (LNG) in Nederland te vergroten. Hierdoor wordt het mogelijk om meer gas uit andere landen te importeren. Dit kan door de capaciteit van de bestaande LNG terminal in Rotterdam waar LNG wordt omgevormd naar gasvormig aardgas uit te breiden, waardoor er zo’n 5 tot 8 miljard m3 gas per jaar extra geïmporteerd kan worden. Een andere mogelijkheid is de inzet van een drijvende LNG faciliteit in de Eemshaven waarmee zo’n 4 miljard m3 gas extra geïmporteerd kan worden. Netwerkbedrijf Gasunie en het ministerie van EZK werken beide opties uit en nemen zo snel mogelijk een beslissing.

Sneller verduurzamen

Energie besparen en sneller overgaan op duurzame energie maakt Nederland en Europa minder afhankelijk van fossiele brandstoffen en draagt bovendien bij aan de klimaatdoelen. Het kabinet wil maatregelen nemen om het energieverbruik van bedrijven, de overheid en huishoudens sneller terug te dringen en de uitbreiding van duurzame energieproductie op te schalen. Bijvoorbeeld door de energiebesparingsplicht voor bedrijven aan te scherpen, de productie van groen gas op te schalen en de installatie van zonne-energie en windmolens op zee te versnellen.

Crisisplannen

Het kabinet stuurde ook het geactualiseerde Nationale Crisisplan Elektriciteit en het Nationale Crisisplan Gas aan de Tweede Kamer. De Nationale Crisisplannen zijn onderdeel van een langlopend traject en zijn opgesteld voorafgaand aan de Russische invasie in Oekraïne. De plannen beschrijven wat de overheid en betrokken crisisorganisaties doen om de maatschappelijke impact bij een ernstige verstoring in de Nederlandse elektriciteit- of gasvoorziening zoveel mogelijk te beperken. Het Nationaal Crisisplan Gas is een aanvulling op het eerder gepubliceerde Bescherm- en Herstelplan Gas (BHG). Het BHG beschrijft de maatregelen die de overheid kan nemen om de effecten van een gascrisis op het gassysteem zoveel mogelijk te beperken en beschermde afnemers zo lang mogelijk van gas te blijven voorzien.

Nederland sluit zich alsnog aan bij de coalitie van landen die op korte termijn willen stoppen met directe overheidssteun voor internationale fossiele energieprojecten. In Glasgow heeft Nederland hiertoe een verklaring getekend, zo schrijft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer. Vorige week gaf het demissonaire kabinet nog aan niet te tekenen en dat deze kwestie aan een volgend kabinet is, wat tot protest in de Kamer en bij verschillende milieuorganisaties leidde.

De ondertekening betekent dat het kabinet in 2022 zal werken aan nieuw beleid voor het beëindigen van internationale overheidssteun aan de fossiele energiesector. Dit geldt in het bijzonder voor de exportkredietverzekering (ekv). Het streven is dit voor eind 2022 te implementeren. Ook hoopt het kabinet dat zoveel mogelijk andere landen de verklaring ook willen ondertekenen, om een gelijk speelveld te behouden voor Nederlandse bedrijven en hun buitenlandse concurrenten.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt 6,8 miljard euro vrij voor extra CO2-reductie om de klimaatdoelen in het vizier te houden. Tegelijkertijd wil ze ETS-plichtige bedrijven verplichten energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend.

De afgelopen jaren nam het kabinet forse maatregelen en kondigde nieuwe maatregelen aan om de CO2-uitstoot te verminderen. Desondanks is een extra inspanning nodig om de doelstelling van 49 procent broeikasgasreductie in 2030 (t.o.v. 1990) in het vizier te houden. Daarom investeert het kabinet 6,8 miljard euro extra in klimaatmaatregelen zonder lastenverzwaringen.

Extra CO2-reductie in de industrie

De industrie mag vanaf 2050 bijna geen schadelijke stoffen meer uitstoten. Het kabinet werkt aan maatregelen om de emissies, zoals de uitstoot van lachgas, naar beneden te brengen. Ook breidt het kabinet de plicht om energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, uit naar grote industriële (ETS-)bedrijven. Er worden middelen vrijgemaakt zodat gemeenten en omgevingsdiensten de handhaving van deze plicht kunnen verbeteren.

1,3 miljard voor toekomstige energie-infrastructuur

De overheid wil dat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Infrastructuur voor schone energie is hiervoor essentieel. Daarom reserveert het kabinet 1,3 miljard euro voor energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de klimaat- en energietransitie. Dit bestaat uit subsidie voor een warmtetransportnet in Zuid-Holland. En 750 miljoen euro voor het ombouwen van delen van het bestaande gasnet tot een landelijke ‘Waterstof backbone’ die de Nederlandse industrieclusters verbindt.

Hulp bij verduurzamen

De overheid komt Nederlanders die duurzame keuzes maken tegemoet in de kosten. Daarom worden bestaande subsidieregelingen uitgebreid zodat consumenten een tegemoetkoming van 1000 tot 2100 euro kunnen krijgen voor de aanschaf van een hybride warmtepomp. Ook werkt het kabinet maatregelen uit gericht op extra stimulering van (betaalbare) elektrische auto’s en helpt het kabinet (MKB-)bedrijven bij verduurzaming door de aanschaf van elektrische bestelbussen te subsidiëren. Ook verhoogt het kabinet het budget van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) met drie miljard euro.

De Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur bood haar rapport aan minister Erik Wiebes aan. De taskforce raadt aan om een centrale energie-infrastructur te ontwikkelen en een gezamenlijk CCUS-netwerk aan te leggen. Daarnaast zou Nederland moeten investeren in een grensoverschrijdend waterstofnet. De kosten hiervoor zullen tot 2030 neerkomen op zo’n veertig tot vijftig miljard euro.

Overheid, industrie en infrastructuurbedrijven dragen bij aan de realisatie van de transitie. Om deze te laten slagen is een integrale aanpak nodig. De industrie investeert in de verduurzaming van haar processen en producten en infrastructuurbedrijven investeren in de noodzakelijke kabels en leidingen. De taak van de overheid hierbij is verantwoordelijkheid te dragen voor de juiste randvoorwaarden. Met dat uitgangspunt stelde de Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur (TIKI) een advies op in opdracht van minister Wiebes van EZK.

Afstemming

Om het centrale doel van het nationaal klimaatakkoord te kunnen realiseren, is alleen al tot 2030 een investering in de infrastructuur nodig van veertig tot vijftig miljard euro. Die infrastructuur is nodig om aan de toenemende vraag naar klimaatneutrale waterstof, elektrificatie en de afvang en opslag en hergebruik van CO2 te kunnen voldoen.

Daarvoor zijn samenwerking tussen de industrie, netwerkbedrijven en overheden essentieel. Maar ook een afstemming tussen netwerkcapaciteitsplanning en de zes industriële clusterstrategieën. Met een afsprakenstelsel over onder meer data-uitwisseling en financieringsarrangementen.

Taskforce

Minister Wiebes startte de Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur (TIKI) in 2019. De energie, industrie en infra-experts kregen de opdracht de knelpunten in de infrastructuur te benoemen. Ook vroeg de minister met oplossingen te komen. In december 2019 rapporteerde de taskforce, bestaande uit Carolien Gehrels (Arcadis), Marc van der Linden (Stedin) en Hans Grünfeld (VEMW) haar tussentijdse analyse. Ondertussen is de wereld veranderd door de Corona-crisis. Volgens de taskforce kan uitvoering van de adviezen na de crisis een handvat zijn om te starten met investeren in de energie- en industrietransitie.

Oplossingsrichtingen

De adviezen van de taskforce zijn samen te vatten in vier oplossingsrichtingen. Op de eerste plaats is de ontwikkeling van een integrale energiehoofdinfrastructuur nodig. Deze infrastructuur moet een oplossing bieden voor de toenemende vraag naar klimaatneutrale waterstof, elektrificatie en de afvang, opslag of hergebruik van CO2.

CO2-netwerk

Volgens de taskforce moet er ook infrastructuur komen voor carbon capture and storage (CCS) en carbon capture and usage (CCU). Een snelle realisatie kan door voort te bouwen op de vlagschip-projecten Porthos en Athos. Dat is van belang omdat CCS op relatief korte termijn een doelmatige manier is om een substantiële bijdrage te leveren aan de industriële reductieopgave van 14,3 megaton CO2.

Waterstof

Daarnaast dient onderzoek plaats te vinden naar een grensoverschrijdend waterstof /CO2-netwerk. Hierin zit een verdienpotentieel door aansluiting op Duitse en Vlaamse onderdelen van het zogenaamde ARRRA-cluster, dat het grootste chemisch industriële complex op het continent omvat.

Vandaag start minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat de bouw van een mengstation voor aardgas in Zuidbroek. Deze installatie wint stikstof uit de lucht en mengt dit met hoogcalorisch gas. Zo ontstaat laagcalorisch gas wat wél bruikbaar is voor Nederlandse consumenten en bedrijven. Dit is één van de maatregelen die ervoor zorgt dat het Groningenveld al in 2022 kan sluiten. Zuidbroek levert vanaf 2022 jaarlijks zeven miljard kubieke meter bruikbaar aardgas op.

Het hoogcalorische gas voor het mengstation in Zuidbroek komt uit het buitenland en uit kleine gasvelden in Nederland. De installatie haalt lucht naar binnen en scheidt stikstof en zuurstof. De zuurstof verlaat de installatie en de stikstof wordt bij het hoogcalorisch gas gevoegd. Het resultaat is laagcalorisch gas. Dit pseudo-Groningengas kunnen consumenten en bedrijven gebruiken in hun bestaande apparatuur.

Stikstof Wieringermeer

Gasunie nam eind 2019 nog de uitbreiding van de bestaande installatie in Wieringermeer in gebruik. Daarmee verhoogde de stikstofcapaciteit al met 80.000 kuub per uur. De installatie In zuidbroek voegt daar straks nog eens 180.000 kuub per uur extra stikstof aan toe. Naast deze stikstoffabrieken staat er ook nog een in Ommen. Ook het hoogcalorische gas van de Gate Terminal kan met stikstof uit een locale installatie naar Groningenkwaliteit worden omgezet.

Zuidbroek

Air Products bouwt de stikstofinstallatie bij Zuidbroek. De installatie beslaat een terrein van ongeveer twaalf hectare en krijgt een capaciteit van 180.000 kuub stikstof per uur. Deze capaciteit is ruim tien keer groter dan de bestaande stikstofinstallatie in Zuidbroek. Het stikstofmengstation is gegund aan een joint venture van Visser & Smit Hanab en A.Hak Leidingbouw.

Reductie Groningengas

In 2022 gaat het mengstation in Zuidbroek van start en komt het eerste gas uit de installatie beschikbaar. Het maakt een reductie mogelijk van het Groningengas van ongeveer zeven miljard kuub per jaar, tot tien miljard in een koud jaar. Dit is bijna dertig procent van het binnenlands verbruik. Het nieuwe mengstation komt te staan naast een bestaande installatie en gaat circa vijfhonderd miljoen euro kosten.

Grootverbruikers

In januari 2018 heeft de minister 200 industriële grootverbruikers van G-gas per brief aangegeven dat de voorziening van G-gas wordt afgebouwd en zij tot 2022 (4 jaar) de tijd hebben om daarop maatregelen te treffen. Inmiddels is dat aantal teruggebracht tot de negen grootste verbruikers.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat stelt  eerste ronde van de verbrede Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) tussen 29 september en 22 oktober 2020 open. Dat schrijft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de Tweede Kamer. Naast hernieuwbare energieproductie komen in de nieuwe regeling ook CO₂-reducerende technologieën in aanmerking voor subsidie. De SDE++ kent dit jaar een verplichtingenbudget van vijf miljard euro.

CO₂-reductie is de centrale pijler in het Nederlands klimaatbeleid. Met de verbreding van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) komen ook CO₂-reducerende technologieën in aanmerking voor subsidie. De doelstelling van de SDE++-regeling is dan ook: op kosteneffectieve wijze zoveel mogelijk emissiereductie bereiken. Op die manier levert de regeling een  bijdrage aan de afspraak om in 2030 49 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990.

De SDE++ werkt net als zijn voorganger als een gefaseerd opengestelde veiling. De maximale subsidiebehoefte waarvoor bedrijven projecten kunnen indienen, neemt per fase toe. Deze methode stimuleert aanvragers om projecten voor een zo laag mogelijke subsidie in te dienen. De SDE++ is bovendien techniekneutraal. Dit betekent dat alle technologieën een eerlijke kans krijgen en direct met elkaar concurreren.

Technieken krijgen in de SDE++ een rangschikking op basis van de subsidiebehoefte per vermeden ton CO₂. Projectontwikkelaars dienen een subsidieaanvraag in voor de onrendabele top. Dit is het verschil tussen de kostprijs van de techniek die de CO₂ reduceert en de marktwaarde van de geproduceerde eenheid. Bedrijven kunnen in 2020 aanspraak maken op driehonderd euro per ton CO₂. Technieken met een hogere subsidiebehoefte kunnen wel aanspraak maken op de SDE++. Deze projecten krijgen echter niet de gehele onrendabele top vergoed.

Nieuwe technieken

EZK voegt in 2020 worden een aantal nieuwe technieken toe aan de SDE++. Dit geldt voor CO₂-afvang en -opslag (CCS), industriële restwarmte, warmtepompen, elektrische boilers en waterstofproductie door elektrolyse. Enkele hernieuwbare energietechnieken krijgen een nieuwe categorie. Een aantal technieken krijgen daarbij beperkingen, bijvoorbeeld ten aanzien van het aantal vollasturen dat ze voor subsidie in aanmerking komen.

Daarnaast gelden de plafonds zoals die zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Met een plafond wordt een grens gesteld aan de productie van of de uitgaven aan een bepaalde sector of techniek, om te voorkomen dat al het geld naar één sector gaat of de energietransitie afhankelijk wordt van één specifieke techniek. Dit geldt voor CCS zonne- en windenergie op land en de uitgaven aan CO₂-reducerende technieken in de industrie.

Met de openstelling in het najaar van 2020 wordt een eerste belangrijke stap gezet voor de verbreding van de SDE+ naar de SDE++, maar de verbreding is hiermee nog niet afgerond. Technieken die in 2020 nog niet in aanmerking komen voor subsidie kunnen op een later moment nog in de SDE++ worden opgenomen. Zo wordt voor de openstelling in 2021 een aantal nieuwe technieken doorgerekend door PBL, waaronder de productie van geavanceerde biobrandstoffen, circulaire en biobased technieken en CO2-levering aan de glastuinbouw. Om de benodigde inbreng van bedrijven mee te kunnen nemen wordt een marktconsultatie gehouden.

Bekijk hier de nieuwe categoriën. Categorieen+verbrede+SDE+met+belangrijkste+subsidieparameters+op+basis+van+eindadvies+PBL

De vrees dat minister Wiebes de waterstofambities van de industrie de grond  in drukt zijn onterecht. Groene waterstof krijgt kansen. De minister reserveerde in de Klimaatenvelop van de DEI een bedrag van zestig miljoen euro voor opslag en conversie. Daar valt ook waterstof onder. Ook SDE++ financiering voor waterstof sluit Wiebes niet uit, maar de minister wil wel een garantie hebben dat waterstofprojecten daadwerkelijk tot CO2-reductie leiden.

Onlangs stuurde een aantal initiators van waterstofprojecten een brandbrief naar minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. De bedrijven zijn namelijk bang dat de eisen om in aanmerking te komen voor een SDE++ subsidie te hoog gegrepen zijn. Ze vinden met name de emissiefactor van 183 gram per kilowattuur die het Planbureau voor de Leefomgeving hanteert voor de productie van groene waterstof een doorn in het oog.

D66-raadslid Matthijs Sienot vroeg de minister om opheldering en kreeg vooral te horen dat het PBL-rapport nog niet definitief is. Daarbij liet de minister ook doorschemeren dat SDE++ subsidie voor groene waterstof nog niet definitief van de baan is.

CO2-reductie

Wiebes baseert zijn beslissing rondom groene waterstof op het definitieve rapport van het PBL over SDE++ voor CO2-reducerende opties dat in november verschijnt. Het concept-rapport gaat nog uit van een emissiefactor van 183 gram per kilowattuur. Deze emissiefactor is belangrijk omdat het doel van de SDE++ CO2- reductie is en het de vraag is hoeveel CO2-uitstoot de productie en inzet van waterstofer in totaal reduceert.

Vertrekpunt voor het PBL is dat in 2030 de voor elektrolyse benodigde elektriciteit nog niet volledig duurzaam is. Over tien jaar komt nog steeds een deel van de stroomvoorziening van gascentrales. Of waterstof daadwerkelijk groen is, is dan voornamelijk afhankelijk van het tijdstip dat de stroom wordt ingezet voor waterstofproductie.

Miljoenen euro’s

Wiebes: ‘In het Klimaatakkoord is een ambitieus waterstofprogramma aangekondigd met een gefaseerde aanpak. De focus ligt eerst op pilots en demonstratiefaciliteiten om opschaling en kostenreductie te ondersteunen. Uit de Klimaatenvelop is er voor opslag en conversie, inclusief waterstof, een bedrag oplopend tot zestig miljoen euro per jaar beschikbaar uit de DEI+-regeling. Er is hiermee ruime ondersteuning voor innovatieve waterstofprojecten.’

Aanlanding wind op zee

Wiebes zet bovendien in op het creëren van de juiste randvoorwaarden voor waterstofprojecten. Onderdeel hiervan is onder andere het grootschalig stimuleren van hernieuwbare energie om straks ook voldoende groene waterstof te kunnen produceren.

De minister onderzoekt bovendien de rol die tenders voor wind op zee kunnen spelen in systeemintegratie. In het Klimaatakkoord wordt aangegeven dat in de toekomst opties zoals uitbreiding van interconnectie en conversie naar waterstof tot de mogelijkheden behoren voor een kosteneffectieve inpassing van meer wind op zee. Deze optie wordt volgens Wiebes nog onderzocht.

Deltavisie

Minister Eric Wiebes spreekt tijdens Eemsdeltavisie op woensdag 16 oktober in Delfzijl. De minister van Economische Zaken en Klimaat geeft zijn visie op de industrie in Noord-Nederland en gaat in gesprek met de zaal. Het congres wordt dit jaar georganiseerd in combinatie met Behind the Scenes van de VNCI.

Ik ben een bericht kader. Klik op de knop Bewerken om deze tekst te veranderen.