De stikstofproblematiek raakt vele sectoren maar met name die van landbouw, industrie en verkeer. De MIA\Vamil-regeling kan helpen door fiscaal voordeel te bieden bij een besluit bedrijfsmiddelen die stikstof verminderen aan te schaffen.

Voor de industrie zijn er sinds 2020 diverse nieuwe bedrijfsmiddelen op de Milieulijst bijgekomen voor stikstof (NOx)- en fijnstofreductie. Er is meer informatie beschikbaar over stikstofreducerende bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan en in aanmerking komen voor fiscaal voordeel.

Ten aanzien van het verkeer stimuleert de MIA\Vamil-regeling diverse bedrijfsmiddelen die stikstof verminderen door elektrisch vervoer te stimuleren of NOx-reductiesystemen voor schepen, voertuigen en mobiele werktuigen.

Energie-investeringsaftrek

Ook de Energie-investeringsaftrek (EIA) biedt financiële mogelijkheden wanneer u besluit energiebesparende maatregelen in te zetten die leiden tot besparing van fossiele grondstoffen, door het inzetten van stikstof als hulpstof. Meer informatie hierover zijn te vinden onder code 32000 en 42000 in de Energielijst.

Landbouw

De Milieulijst bevat verschillende bedrijfsmiddelen die emissies van ammoniak (een verbinding van stikstof en waterstof) naar de omgeving sterk reduceren of de vorming van ammoniak aan de bron verminderen of voorkomen. Ook stimuleert de MIA\Vamil-regeling bedrijfsmiddelen die emissies verminderen bij het toedienen van meststoffen of in het teeltproces.

Het Nederlandse deel van het EITI (Extractive Industries Transparency Initiative, de gas-, olie- en zoutindustrie) heeft haar eerste transparantierapport over de delfstoffensector gepubliceerd. Dit rapport zal vanaf nu jaarlijks verschijnen. Het doel is het transparant beschikbaar stellen van feitelijke en begrijpelijke informatie over de delfstoffenwinning in Nederland en de financiële stromen tussen de delfstoffenindustrie en de Nederlandse overheid.

Daarnaast komt het belang van duurzaamheid en de transitie naar een duurzame energievoorziening aan bod. Het rapport is door minister Wiebes (EZK) mede namens minister Kaag (BZ/BHO) naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het vandaag gepubliceerde rapport geeft antwoord op vragen als: Welke wetgeving is in Nederland van toepassing op de delfstoffenindustrie en hoe verloopt het vergunningenproces? Welke olie- en gasbedrijven zijn actief in Nederland? Hoeveel dragen ze bij aan de Nederlandse schatkist? Wat doet de overheid met deze inkomsten? Welke andere bijdragen levert de delfstoffenindustrie nog aan de Nederlandse economie? Hoe zit het met de openbaarheid van contracten? Op deze manier krijgen burgers en bedrijven in al die 52 landen een beter beeld waar hun grondstoffen vandaan komen, hoe ze zijn gewonnen en wat er met de opbrengst is gebeurd

Het EITI is een vrijwillige wereldwijde standaard voor het transparant maken van de delfstoffenindustrie. 52 landen, waaronder Nederland, hebben besloten de EITI-standaard te implementeren. In dit rapport staan de olie- en gasindustrie centraal. In een volgend transparantierapport over de delfstoffensector komt naar verwachting ook de zoutindustrie aan bod. Beide ministers vinden transparantie een groot goed en juichen het rapport toe.

Tot het moment dat alle wereldwijd opgewekte energie hernieuwbaar is, is het winnen en gebruik van fossiele brandstoffen – in afnemende mate – noodzakelijk om aan onze energiebehoefte te voldoen.

Dit eerste Nederlandse EITI-rapport is opgesteld en uitgebracht door de Nederlandse EITI multi-stakeholder groep, bestaande uit afgevaardigden van het maatschappelijk middenveld, ngo’s, overheid en bedrijfsleven.

Op 23 april 2020 organiseert RVO.nl, in opdracht van de NL-EITI MSG, een evenement voor betrokken bedrijven, overheden, maatschappelijke organisatie en burgers.

RVO lanceert een nieuwe duurzame innovatieregeling met de naam Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI). De regeling richt zich op projecten voor ‘Wind op zee’, ‘Hernieuwbare energie op land’, ‘Gebouwde omgeving’ en de ‘Industrie’.

De Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de MMIP’s die aan de basis liggen van de MOOI-regeling. Zij kunnen in 2020 mogelijke indieners adviseren bij het vinden van goede partners en samenwerkingsverbanden. Ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ondersteunt mogelijke aanvragers met advies, toegang tot netwerken en informatie over energie-innovatie en de voorwaarden van de MOOI-regeling.

Budget

Voor de vier thema’s van de MOOI-regeling is in totaal 65 miljoen euro beschikbaar. Daarvan krijgt het thema Wind op Zee 10,1 miljoen, hernieuwbaar op land 10,9 miljoen en de gebouwde omgeving 27 miljoen euro. Innovaties die de industrie verduurzamen kunnen aanspraak maken op totaal 17 miljoen euro.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de MOOI-regeling moeten projecten een flinke omvang hebben van een nog nader te bepalen bedrag. Aanvragers moeten een innovatieplan voorleggen met daarin Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden (Smart) opgestelde mijlpalen om de voortgang te kunnen volgen. In het project moet duidelijk sprake zijn van een integrale aanpak. Daarom moeten meerdere bedrijven uit de innovatieketen aangesloten zijn bij het project. Dit zijn bij voorkeur organisaties vanuit verschillende disciplines en consortia.

Aanvragen

Samenwerkende partijen kunnen vanaf begin 2020 tot midden april de eerste schetsen van hun voorstel indienen bij RVO.nl. In deze vereiste voorronde toetst RVO of de aanvraag aansluit op de regeling.

RVO.nl geeft dan met een adviescommissie advies over het plan en de voorgestelde samenwerking. Soortgelijke projecten kunnen met elkaar in contact worden gebracht, waar de Topconsortia van Kennis en Innovatie (TKI) bij kunnen helpen. De partijen kunnen de adviezen verwerken in hun definitieve aanvraag. De voorronde sluit naar verwachting in april en de definitieve indiening in september.

De industrie staat voor een grote uitdaging om te verduurzamen. Het klimaatakkoord en de recente uitspraak in de Urgenda-zaak brengen die verduurzaming in een stroomversnelling. Dat biedt ook kansen voor de industrie in Nederland. Daarom heeft de overheid drie nieuwe stimuleringsmaatregelen in het leven geroepen. Tijdens European Industry & Energy Summit 2019 in Amsterdam staan adviseurs van de overheid op 10 december klaar om u verder wegwijs te maken.

Hoe kunt u met uw bedrijf de verduurzamingsslag maken? En op welke regelingen en ondersteuning in kennis en netwerken kunt u rekenen? Via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) biedt de overheid een aantal unieke mogelijkheden om met financiële ondersteuning versneld te verduurzamen. Met kennis, netwerken, financiering en innovatie ondersteund de overheid ondernemers bij het realiseren van deze verduurzamingsslag. Zo kan Nederland en haar industrie de goede concurrentiepositie behouden en tegelijkertijd verduurzamen.

Drie nieuwe regelingen

Tijdens het event European Industry & Energy Summit nemen adviseurs van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland u mee door alle ins en outs van de drie nieuwe voor industrie interessante regelingen: Versnelde klimaatinvestering Industrie (VEKI), Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie – Circulaire Economie (DEI+ CE) en InnovationFund. U komt alles te weten over de mogelijkheden en voorwaarden van deze regelingen, hoe u deze kansen kunt benutten èn er is gelegenheid om met de adviseurs over uw ideeën te sparren. Is uw bedrijf actief op het gebied van energie-efficiency, recycling en hergebruik van afval, CO2-reducerende technieken op de gebieden van reparatie en het gebruik van biobased grondstoffen?

Praktische informatie:

Adviseurs zijn aanwezig tijdens EIES 2019 op 10 december van 13.45 – 15.15u op Het Balkon, in de Kromhouthal in Amsterdam.

Meer informatie over de regelingen.

 

In 2018 investeerde de rijksoverheid 225 miljoen euro in energieonderzoek en -innovatie. Dit is het hoogste bedrag sinds 2011. De extra investeringen komen voort uit de klimaatenvelop om de CO2-uitstoot terug te dringen. Opvallend is dat industrieel onderzoek een steeds grotere bijdrage krijgt.

43 procent van de investeringen ging naar betere en goedkopere methoden om hernieuwbare energie te produceren. Denk bijvoorbeeld aan efficiëntere windturbines of nieuwe coatings voor zonnepanelen. Het Rijk investeerde 29 procent in onderzoek naar energiebesparing in onder meer woningen en industriële productieprocessen.

Industrieel onderzoek

Opvallend is de groeiende bijdrage aan industrieel onderzoek. Dit onderzoek is er om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen in laboratoriumomgevingen. Daarnaast steeg vooral de steun voor experimentele ontwikkeling, zoals pilots onder reële omstandigheden.

EZK grootste financier

Met 78 procent is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de grootste financier van energieonderzoek in Nederland. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap volgt met 12 procent. Relatief nieuw zijn de bijdragen van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Infrastructuur en Waterstaat.

Jaarlijkse monitor

De cijfers zijn afkomstig uit de Monitor publiek gefinancierd energieonderzoek. De monitor laat jaarlijks zien hoeveel de overheid investeert in verschillende soorten energieonderzoek. De cijfers zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het overheidsbeleid voor de energietransitie. Daarnaast gaan de uitkomsten naar het Internationaal Energieagentschap (IEA). De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) stelt de monitor op in opdracht van het ministerie van EZK.

Sinds vandaag zijn weer een reeks subsidieregelingen open van de Topsector Energie. Ze sluiten aan bij het (voorlopige) Klimaatakkoord. Daarom ligt de focus op energie-innovaties voor kosteneffectieve CO2-reductie in 2030. Voor deze regelingen is bij elkaar ruim 85 miljoen euro beschikbaar.

Hoewel het Klimaatakkoord nog niet is gesloten, sluiten de nieuwe subsidieregelingen aan op de doelen ervan. Ze moeten innovaties stimuleren die uiteindelijk helpen om de CO2-uitstoot sneller en goedkoper te verminderen.

Daarnaast zijn innovaties welkom rond flexibilisering van het elektriciteitssysteem en optimale benutting van het energielandschap. Belangrijk bij de beoordeling is de slagingskans van de innovatie in de markt en maatschappij.

De nieuwe regelingen richten zich vooral op R&D, onderzoek en ontwikkeling. Bedrijven en kennisinstellingen werken hierbij samen.

Aanvraagprocedure

Een andere belangrijke verandering is de aanvraagprocedure. De DEI heeft geen tenders meer. Bedrijven kunnen het hele jaar door aanvragen volgens het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Complete projectvoorstellen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Voordeel is dat bedrijven kunnen indienen wanneer het hen uitkomt, tot het budget is uitgeput.

Wie wil inschrijven voor projecten onder ‘CO2-reductie in de industrie’ heeft nog tot en met 4 juni de tijd.

Aardgasloze wijken, woningen en gebouwen

Vandaag opent ook de programmalijn Innovaties Aardgasloze wijken, woningen en gebouwen van de DEI+. Dit thema ondersteunt projecten waarin binnen één jaar prototypes van enkele of meer innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld voor aardgasvrije wijken.

10 oktober opende de subsidieregeling Waterstof. Ondernemers die samen werken aan innovatieve projecten met waterstof als energiedrager, komen in aanmerking voor deze regeling.

Volgens RVO draagt waterstof bij aan een klimaatneutraal energiesysteem. Deze koolstofvrije energiedrager biedt meerwaarde in de industrie, verkeer en vervoer, scheepsvaart, gebouwde omgeving en in de energiesector. Om innovatie rondom deze emissieloze energiedrager te stimuleren trok het kabinet 2,2 miljoen euro uit.

Openstelling

Innovatieve partijen en consortia kunnen tot en met 6 november hun aanvraag indienen via mijn.rvo.nl. Wie er zeker van wil zijn dat hij in aanmerking komt voor deze subsidie, kan zijn projectidee toetsen bij de adviseurs van RVO.nl. Indien het projectidee niet aan de voorwaarden voldoet, krijgt de indiener suggesties voor andere subsidiemogelijkheden voor zover van toepassing op uw project.

Criteria

De rangschikkingscriteria zijn voor de verschillende energie-innovatie subsidieregelingen zoveel mogelijk hetzelfde. Een project scoort hoger naarmate het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van de programmalijn en de mogelijke bijdrage van het project aan de Nederlandse economie groter is. Hoe vernieuwender een project is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek, hoe hoger de kans op toewijzing van subsidie, net als de mate waarin de techniek de Nederlandse kennispositie versterkt.

Uiteraard kijkt RVO ook naar de kwaliteit van het project. Dat moet blijken uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s en de uitvoerbaarheid van het project. Verder beoordeelt men ook de deelnemende partijen en de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet

Achtergrond

De subsidieregeling Waterstof maakt deel uit van de subsidieregelingen voor energie- en klimaatinnovaties binnen de Topsector Energie. Deze regelingen maken Nederland schoner en economisch sterker. Ook gaat het over energiebesparing en slimme inpassing.

Bedrijven die werken aan innovatieve oplossingen voor afvang, gebruik, transport en opslag van CO2, komen in aanmerking voor ondersteuning. Het gaat om de subsidie Carbon Capture, Utilisation and Storage (CCUS Tender 2018). RVO roept bedrijven op zich vanaf 1 oktober in te schrijven.

CCUS kan een belangrijke rol gaan spelen bij de terugdringing van de CO2-uitstoot. Vandaar dat de overheid één miljoen euro beschikbaar heeft gesteld om de technologie rondom de afvang, het gebruik of de opslag van kooldioxide vlot te trekken

Openstelling

Geïnteresseerden kunnen van 1 oktober tot en met 30 oktober hun aanvraag indienen via mijn.rvo.nl. Wie zeker wil weten of hij in aanmerking komt voor deze subsidie, kan zijn projectidee laten toetsen bij de adviseurs van RVO.nl. Mocht uw projectidee niet aan de voorwaarden voldoen, dan ontvangt u suggesties voor andere subsidiemogelijkheden voor zover van toepassing op uw project.

Projecten kunnen gaan over de hele keten van afvang, transport en hergebruik of opslag. Of over delen van de keten, inclusief transport van CO2 naar de glastuinbouw. Verder moet de CO2 afkomstig zijn uit energie-intensieve industrie, afvalverbranding, H2-productie, of biogene CO2 uit andere bronnen.

Subsidies energie-innovatie

De CCUS Tender 2018 maakt deel uit van de subsidieregelingen voor energie- en klimaatinnovaties binnen de Topsector Energie. Deze regelingen maken Nederland schoner en economisch sterker. Ook gaat het over energiebesparing en slimme inpassing.

 

Begin mei opent naar verwachting de nieuwe subsidieregeling ‘Beleidsexperiment CO2-reductie industrie’. Met deze regeling gaat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) – eenmalig – zowel pilot- als demonstratieprojecten stimuleren. Deze projecten moeten zorgen voor het kosteneffectief reduceren van CO2-emissies in de industrie.

Individuele ondernemingen kunnen subsidie krijgen voor projecten op het gebied van alternatieve grondstoffen, nieuwe productietechnieken, energie-infrastructuur en overige CO2-reducerende maatregelen. Projecten worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Aanvragers moeten het project nog in 2018 realiseren.

Het beschikbare budget ligt rond de 17,5 miljoen euro. Meer informatie over de voorwaarden en hoe men een aanvraag doet, komt beschikbaar na publicatie van de regeling in de Staatscourant.

Projecten die gaan over energie-efficiëntie en hernieuwbare energieproductie komen overigens niet in aanmerking voor de nieuwe regeling. Voor deze projecten kan men namelijk al terecht bij de subsidieregeling Demonstratie Energie-Innovatie (DEI), aldus de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).