RWE neemt de gasgestookte Magnum-centrale in de Eemshaven over van Vattenfall. De Magnumcentrale staat dicht bij de reeds aanwezige elektriciteitscentrale van RWE in de Eemshaven. De koopprijs is 500 miljoen euro.

De Magnum-centrale, sinds 2013 operationeel, is een moderne gascentrale en heeft een vermogen van 1.4 gigawatt. De met steenkool en biomassa gestookte RWE-elektriciteitscentrale heeft een capaciteit van 1.560 megawatt. Voordeel is dat de twee centrales bestaande infrastructuur kunnen delen.

Een andere belangrijke reden van de overname is dat de Magnum-centrale geschikt om op groene waterstof te gaan draaien. De centrale kan technisch geschikt gemaakt worden om tot dertig procent waterstof mee te stoken, of zelfs volledig over te gaan op deze brandstof als vervanging van aardgas.

600 megawatt

Sopna Sury, COO Waterstof van RWE Generation SE: ‘Met de overname van de Magnumcentrale in de Eemshaven versterken wij het project Eemshydrogen. Hier willen we grootschalige productie van groene waterstof mogelijk maken zodat het betaalbaar wordt. Groene waterstof speelt een belangrijke rol in het decarboniseren van de industrie en is dan ook onmisbaar voor het doen slagen van de energietransitie.’

RWE ontwikkelt sinds 2020 Eemshydrogen, een project in de Eemshaven voor de productie van groen waterstof. Als onderdeel van de tender voor het offshore windpark Hollandse Kust West VII, wil RWE elektrolysers bouwen met een totale capaciteit van 600 megawatt.

Ondernemingsraad

De verwachting is dat de overname rond eind september 2022 is afgerond. Tevens onderdeel van de overname is een zonne-installatie met een capaciteit van 5.6 megawatt die op hetzelfde terrein is gevestigd. RWE neemt het al het personeel dat werkt bij de Magnumcentrale over van Vattenfall. De overname moet onder meer nog worden goedgekeurd door de ondernemingsraad van Vattenfall.

 

RWE neemt deel aan offshore wind tender Hollandse Kust West. Onderdeel van het bod is 600 megawatt elektrolysecapaciteit voor de productie van groene  waterstof,  e-boilers voor verwarming en batterijopslag.

RWE neemt deel aan de Nederlandse offshore wind tender voor Hollandse Kust West (HKW). Het bedrijf heeft biedingen ingediend voor zowel HKW locatie VI als HKW locatie VII. De locaties liggen in de Noordzee, ongeveer 53 kilometer uit de Nederlandse kust. Beide velden zullen elk meer dan 760 megawatt (MW) aan offshore windcapaciteit leveren. Daarnaast streeft het door RWE beoogde ontwerp voor HKW locatie VI naar een netto positief effect voor het ecosysteem van de Noordzee.

Ecologie

RWE’s concept voor het ontwerp van HKW VI beperkt de negatieve effecten van offshore wind op flora en fauna – boven én onder de zeespiegel. Er worden bijvoorbeeld innovatieve oplossingen gerealiseerd om vogels en vleermuizen veilig tussen de turbines en onder het rotor oppervlak door te laten vliegen. Verder wil RWE het gebied opnieuw laten verwilderen door er kunstmatige riffen en drijvende tuinen aan te leggen. Dit zal het leefgebied verbeteren, de voedselketen versterken en ten goede komen aan alle soorten, zoals vogels, vissen en zeezoogdieren. De bescherming van de fauna is ook tijdens de bouw een belangrijk punt: om de verstoring door het plaatsen van monopile funderingen tot een minimum te beperken, zal RWE een speciale vibro heitechniek toepassen.

Elektrolyzer

RWE combineert het HKW VII offshore wind park met een 600 megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof op land, waarbij zowel waterstof als elektriciteit geleverd wordt aan bestaande en nieuwe klanten en de industrie. Verder wil de onderneming e-boilers bouwen voor warmtevoorziening voor woonwijken, batterijopslag en laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen realiseren. Een groot deel van de investeringen wordt gepland in de provincies Groningen en Brabant. Daarnaast is RWE ook van plan om de commerciële toepassing van nieuwe technologieën te versnellen, door een groot aantal innovatieve bedrijven en startups te ondersteunen bij het demonstreren van hun innovatie in een operationele omgeving. Het uiteindelijke doel van het bedrijf is om de vraag naar energie af te stemmen op het flexibele opwekprofiel van het windpark en zo bij te dragen aan de netstabiliteit.

Diverse media besteden vandaag aandacht aan het onderzoek van het Ministerie van EZK naar mogelijkheden om in Nederland versneld meer CO2 te besparen om te voldoen aan de zogenoemde Urgenda uitspraak. Daarin spreekt men ook over het op korte termijn sluiten van de Eemshavencentrale. Daarvan is echter geen sprake.

Het nieuws werd vanochtend gebracht door NRC Next en is overgenomen door DvhN. Daarin wordt de suggestie gewekt dat wordt gesproken over de sluiting van de Eemshavencentrale.

‘Zoals alle grote bedrijven is ook RWE in regelmatig overleg met de overheid over bijdragen aan het behalen van klimaat- en energietransitie doelen’, aldus Taco Douma. ‘Versnelde sluiting van RWE centrales maakt hier geen onderdeel van uit.’

Marinus Tabak, plantmanager van de Eemshaven: ‘We laten met biomassaprojecten op de Amer en de Eemshaven juist zien hoeveel wij kunnen bijdragen aan het Urgenda vonnis. Deze projecten leveren veruit de grootste bijdrage aan CO2 reductie in Nederland. Daar moeten we op vertrouwen. En in deze tijden van crisis is het eens te meer duidelijk wat voor vitale rol wij spelen.’

CO2-afvang en opslag

Marinus Tabak werd vorig jaar nog verkozen tot Plantmanager of the Year. In een interview met het vakblad Petrochem vertelde hij dat de kolencentrale in de Eemshaven, waarover hij de scepter zwaait, voor een ombouw staat naar biomassa als brandstof. ‘Afval dat bijna nergens anders meer voor kan worden gebruikt’, voegt hij er direct aan toe. Vooral om niet meteen in een andere felle discussie over het verbranden van biomassa terecht te komen.

En daarmee is de kous nog niet af. Er zijn inmiddels plannen om straks de CO2 van de centrale af te vangen. Tabak: ‘We zijn straks niet CO2-neutraal, maar zelfs CO2-negatief. We willen een technologie toepassen waarmee we negentig procent van de kooldioxide kunnen afvangen. Twintig procent gaat dan naar BioMCN een eindje verderop op Chemiepark Delfzijl dat er methanol van kan maken door het aan waterstof te binden. En we zoeken ook een oplossing voor de overige zeventig procent. Mogelijk gaan we die ondergronds opslaan.’