Ook kunstmestproducent Yara Sluiskil mag de Kamer toespreken over zijn bijdrage aan het Klimaatakkoord. Niet geheel onverwacht is het pleidooi vooral ingestoken tegen een extra CO2-heffing. De fabriek in Sluiskil hoort bij de wereldtop wat betreft prestaties en een ongunstig fiscaal klimaat zou volgens Gijsbrecht Gunter niet bijdragen aan CO2-verlaging voor de kunstmestindustrie. Het bedrijf ziet nu al dat investeringen dankzij het politieke klimaat buiten Sluiskil worden gedaan.

Kunstmest is wereldwijd verantwoordelijk voor één procent van de broeikasgasemissies. Zonder kunstmest zou volgens Yara echter vijftig procent minder voedsel zijn op aarde. De uitvinder ervan ontving ooit de Nobelprijs en kunstmestproductie werd vorig jaar uitgeroepen tot de beste chemische uitvinding van de eeuw. De wereldwijde vraag naar kunstmest stijgt dan ook gemiddeld 1,5 tot twee procent per jaar.

Gunter: ‘Dankzij voortdurende innovatie behoren de fabrieken in Sluiskil behoren tot de veiligste, betrouwbaarste en energiezuinigste ter wereld. De fabrieken presteren beter dan de Europese benchmark, maar lopen wel tegen een keiharde asymptoot aan. Namelijk de minimale hoeveelheid energie die natuurkundig nodig is om een ton ammoniak te maken in een fabriek. Een nationale CO2 heffing kan de asymptoot die de natuurwet bepaalt niet verleggen en werkt juist contraproductief voor bedrijven die vanwege grote inspanning op energiebesparing in de achterliggende tijd tegen deze asymptoot aanschurken.

Platte boete

Er is meer nodig, namelijk nieuwe technologie, en die ontwikkel je niet verder door op nationaal niveau platte boetes op te leggen aan bedrijven die tot de best presterende ter wereld behoren. Sterker, daarmee katalyseert de boete de wereldwijde klimaatproblematiek via verschuiving van de productie naar buitenlandse, meer emitterende concurrenten. Sinds 1990 heeft Yara Sluiskil haar broeikasgasemissie maar liefst met 55 procent gereduceerd, ondanks dat de productie met twee miljoen ton toenam in dezelfde periode.

Meer dan negentig procent van de kunstmestfabrieken wereldwijd heeft een aanzienlijk hogere broeikasgasemissie, tot wel driemaal hoger in landen als China, Rusland, Oekraïne en de VS. Bovendien rekent de NeA alle emissies van Yara Sluiskil mee die optellen tot 3,8 megaton (2017), terwijl momenteel reeds 1,4 megaton middels Carbon Capture & Usage wordt verwerkt in producten die verkocht worden zoals meststoffen, AdBlue en bubbels voor de frisdrankindustrie en derhalve niet gereduceerd kunnen worden. In werkelijkheid komt er dus nog ‘slechts’ 2,4 megaton CO2-equivalenten vrij in Sluiskil.

Groene waterstof

Gunter meldt verder dat Yara al vele experimenten uitvoerde met groene waterstof, maar steeds aanloopt tegen het feit dat daarmee de prijs twee tot vier keer hoger wordt dan grijze waterstof. En de markt kiest nog steeds vooral voor de laagste prijs. Toch geeft Yara niet op en ook in Nederland doet het bedrijf actief mee in initiatieven zoals de Waterstofcoalitie, de één gigawatt-studie van ISPT, het Battolyser project. Toch bleek dat het moederbedrijf de beslissing nam om samen met Engie een 100 megawatt solar based electrolyser in Australië te gaan ontwikkelen en niet in Nederland. Sterker, Yara Sluiskil liep het achterliggende jaar twee grote investeringen mis, voor een belangrijk deel te wijten aan de onduidelijkheid rondom (klimaat)wetgeving in Nederland.

Yara wil  geen dreigement uitspreken richting de politiek en/of overheid, maar constateert wel dat investeringen momenteel elders plaatsvinden en daarmee een directe weerslag hebben op de toekomst van de Zeeuwse productievestiging.

Het debat in de Tweede Kamer over de doorberekening van het ontwerp-Klimaatakkoord ging met name over de lastenverlichting van de burger. Dat het bedrijfsleven een groter deel van de CO2-lasten voor zijn rekening neemt, lijken de meeste partijen een goede zaak te vinden. Wiebes stelt wel dat hij het opgehaalde geld wil terugsluizen naar de industrie om vergroening te stimuleren.

Worden de doelstellingen gehaald en hoeveel gaat het kosten? Dat waren de belangrijkste vragen in het debat met premier Rutte en minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over het ontwerp klimaatakkoord. In reactie op de doorrekening en om het politieke draagvlak te verbreden kondigde de regering onder andere de volgende aanvullende maatregelen aangekondigd: een lastenverschuiving van burgers naar bedrijven, een verstandige CO2-heffing voor bedrijven en ondersteuning van de landbouwsector voor een extra CO2-reductie.

CO2-heffing

Hoe de CO2-heffing voor de industrie er precies gaat uitzien, is nog niet geheel duidelijk. Het is belangrijk om die op een slimme manier in te vullen, zegt Dijkhoff (VVD), zodat we geen bedrijven de grens over jagen. Er mogen geen banen uit Nederland verdwijnen, zegt Buma (CDA), en een CO2-heffing mag niet leiden tot extra CO2-uitstoot elders. De bedoeling van het kabinet is om het opgehaalde geld terug te sluizen naar de industrie, zegt minister Wiebes, en zo vergroening te stimuleren.

Belastingverlaging burger

Blij verrast, zo reageert Klaver (GroenLinks) op de maatregelen van het kabinet. Ook volgens Asscher (PvdA) is er reden tot optimisme. Marijnissen (SP) heeft echter grote twijfels: is het een verkiezingsstunt of bereiken we echt iets? Trap er niet in, zegt Wilders (PVV): het kabinet is bang om een pak slaag te krijgen van de kiezers. Het verlagen van de energierekening is belangrijk voor het draagvlak, zegt Dijkhoff (VVD). Segers (ChristenUnie) wil dat ook mensen met een kleine beurs het kunnen meemaken. Daarom zou de rekening volgens Klaver (GroenLinks) niet pas in 2020 maar al in 2019 omlaag moeten.  Minister Wiebes vindt het een sympathiek idee om de energiebelasting al in 2019 te verlagen, maar betwijfelt of de Belastingdienst dit kan uitvoeren. Hij belooft wel om staatssecretaris Snel (Financiën) ernaar te laten kijken.