Het College van Bestuur van de TU Twente benoemde professor Jos Keurentjes als programmadirecteur Energy Innovation. Duurzaamheid is een belangrijke pijler in de nieuwe missie, visie en strategie van de UT: Shaping2030. Eén van de kernactiviteiten waar de UT zich op gaat richten in dit verband, is de energietransitie. 

Sinds 2014 is Keurentjes als Chief Scientific Officer lid van de Raad van Bestuur van TNO geweest. Daar was hij verantwoordelijk voor de samenwerking tussen wetenschap, industrie en overheid, met name vormgegeven middels grootschalige Joint Innovation Centers. Daarnaast onderhield hij intensief contact met internationale industrie en was hij actief binnen het veld van de overheid.

Vóór zijn positie bij TNO was Jos Keurentjes werkzaam bij AkzoNobel, onder andere als Corporate Director Technology and Open Innovation en als Executive Vice President AkzoNobel Industrial Chemicals.

Sinds 1997 bekleedde Keurentjes de leerstoel ‘Process and Equipment Design’ bij de Technische Universiteit Eindhoven, eerst tien jaar voltijds en later parttime. Zijn onderzoek is gericht geweest op de ontwikkeling van duurzame concepten voor de procesindustrie, gebruik makend van key-enabling technologieën als membraantechnologie, superkritische vloeistoffen, oppervlakte-actieve systemen, en ultrasone technologie. Uit biomedische activiteiten binnen zijn leerstoel is een start-up (Ventinova) ontstaan (2004) voor de ontwikkeling van slimme apparaten voor medische beademing. Ook verscheen CarbonOrO (2013) als een startup in het cleantech-domein met focus op slimme CO2-afvang.

Energy Innovation

De positie van programmadirecteur Energy Innovation is een nieuwe functie, ingebed in het programma van Strategic Business Development (SBD). Duurzaamheid is een belangrijke pijler in de nieuwe missie, visie en strategie van de UT: Shaping2030. Eén van de kernactiviteiten waar de UT zich op gaat richten in dit verband, is de energietransitie. Nieuwe technologieën zijn nodig om de samenleving op duurzame wijze van energie te voorzien. Binnen de UT is reeds veel expertise op dit gebied aanwezig. De onderzoeksexpertise van de UT die kan worden ingezet voor deze maatschappelijke uitdaging is vooral gericht op emissiereductie, digitalisering van energiesystemen, batterijen en opslag en waterstofsystemen.

Batterijen

De programmadirecteur Energy Innovation gaat zich richten op het opzetten en coördineren van programma’s voor deze onderzoeksgebieden om van daaruit bij te dragen aan de energietransitie. Daartoe wordt aanwezige expertise van de UT gebundeld met die van externe partners, zoals bedrijven met expertise in energieconversie en transport, kennisinstellingen en openbare instellingen. Onder andere de verdere samenwerking met Münster op het gebied van batterijen is een belangrijke ambitie.

Onderzoekers van de Universiteit Twente ontdekten zwakke punten in zestig vitale infrastructuren. Of beter gezegd: in de besturingssystemen ervan. De zwakke punten kunnen zogenaamde honeypots zijn, die hackers in de val moeten lokken. Toch opteert hoogleraar Aiko Pras voor meer aandacht voor cybersecurity bij beheerders van vitale systemen zoals elektriciteitscentrales, ziekenhuizen, bruggen en sluizen.

Vergeet de klassieke terroristische aanslag. De nieuwste aanvallen komen van hackers en richten zich op elektriciteitscentrales, ziekenhuizen, bruggen, sluizen en kernreactoren. Ook de Nederlandse overheid neemt dit soort dreigingen serieus. Aiko Pras is hoogleraar internetveiligheid aan de Universiteit Twente. Pras en zijn onderzoeksgroep kregen opdracht van het ministerie om de vitale infrastructuren in Nederland onder de loep te nemen.

Vitale infrastructuren

Pras: ‘Allereerst onderzochten we hoeveel van dat soort vitale systemen in Nederland zijn te vinden door de hobbyist. Dat zijn er zo’n duizend. Vervolgens keken we hoeveel daarvan er ook daadwerkelijk kwetsbaar zijn, dus welke versies van bepaalde software draaien ze en kan je ze hacken? We vonden zestig vitale systemen met meerdere zwakke punten die te hacken zijn. Daarbij gaat het veelal om relatief kleine systemen die worden gebruikt voor besturingsdoeleinden, maar wat er precies achter zit, weten we niet.’

Honeypots

Pras en zijn collega’s beschrijven in het rapport Online Discoverability and Vulnerabilities of ICS/SCADA Devices in the Netherlands dat hun ontdekking twee dingen kunnen betekenen. ‘Allereerst kan je denken: dit is schokkend. Stel dat één of meerdere van die zestig besturingssystemen daadwerkelijk iets belangrijks is als een sluisdeur of elektriciteitscentrale? Het andere uiterste is dat het hier kan gaan om zestig systemen die bedoeld zijn om potentiele aanvallers te lokken, honeypots genaamd. Deze leiden af van de werkelijkheid, een valkuil voor hackers. Dit is gangbaar in de wereld van cybersecurity. We delen hoe dan ook onze bevindingen met de eigenaren van deze vitale infrastructuren.’

Politieke keuze

Voor Pras is de belangrijkste uitkomst van het rapport echter gericht op het voeden van het politieke debat over cybersecurity van vitale infrastructuren in Nederland. ‘Volgens ons moet de overheid zeggen: elk systeem dat vitaal is, moet niet onbeveiligd aan het openbare internet worden gehangen zodat kwaadwillende, eventueel buitenlandse hackers erbij kunnen. We signaleren al een tijd dat er in Den Haag relatief weinig kennis van ICT zit. Slechts een paar mensen hebben er echt verstand van en besluitvorming gaat traag.’

Apart internet

Pras pleit voor een apart stukje internet dat losstaand te beheren is. ‘Zoiets bestaat nog niet in Nederland. Alles is nu plat, met een paar verschillende aanbieders die in grote lijnen alle klanten hetzelfde behandelen. Aan zo’n gesloten netwerkstructuur gaat politieke besluitvorming vooraf en juist dat debat willen we met dit rapport aanjagen.’

U kunt het rapport downloaden op de site van de TU Twente.

Onder de naam Innovation Industries is een nieuw technologiefonds opgericht dat gaat investeren in circa twintig veelbelovende hightech bedrijven in Nederland. Het fonds wil hoogwaardige kennis, die aanwezig is op de technische universiteiten, binnen TNO en ECN, versneld omzetten in succesvolle bedrijven. Daarnaast is het doel om bestaande hightech bedrijven (zogenaamde scale-ups) te ondersteunen bij hun groei.

Vanuit dit investeringsfonds wordt 75 miljoen euro geïnvesteerd. Het fonds richt zich in het bijzonder op bedrijven die met hun producten of technologieën een positieve bijdrage leveren aan de grote maatschappelijke uitdagingen van dit moment waaronder klimaatverandering, zorg, mobiliteit en voeding.

De technische universiteiten en toegepaste kennisinstellingen zetten zich gezamenlijk in voor het effectief vertalen van kennis naar economische bedrijvigheid in Nederland. Voorheen werkte elke universiteit met een eigen investeringsfonds of methodiek om startups te helpen, maar er was geen landelijk systeem. Innovation Industries biedt coördinatie, versterking en de mogelijkheid tot opschaling van innovatieve ondernemers.

De Technische Universiteit Eindhoven, Universiteit Twente, Wageningen University & Research en TNO treden naast een samenwerking met het fonds tevens als investeerder toe tot het fonds. Het fonds heeft verder investeringen ontvangen van het Europese Investeringsfonds (European Investment Fund), het Pensioenfonds voor Metaal en Elektro (PME) alsmede ECN, PPM Oost, Topfonds Gelderland en het Innovatiefonds Overijssel. Ook de leden van het fondsmanagement zullen in het fonds participeren evenals een groep van overwegend Twentse investeerders, die al eerder investeerden in de voorloper van dit fonds; het Twente Technology Fund.