Volgens het brandstofrapport van het IEA kan de invoer van gas uit Rusland met meer dan een derde worden teruggedrongen. Het internationale energie agentschap ziet met extra tijdelijke maatregelen, mogelijkheden om deze verlagingen te verdiepen tot meer dan de helft.

De afhankelijkheid van Europa van geïmporteerd aardgas uit Rusland is opnieuw in een schril daglicht komen te staan door de Russische inval in Oekraïne. In 2021 importeerde de Europese Unie gemiddeld meer dan 380 miljoen kubieke meter gas per dag via pijpleidingen uit Rusland, of ongeveer 140 miljard kubieke meter voor het hele jaar. Daarnaast leverde Russische staatsbedrijven ongeveer miljard kuub in de vorm van LNG. De totale invoer van 155 miljard kubieke meter uit Rusland was goed voor ongeveer 45 procent van de gasinvoer van de EU in 2021 en bijna veertig procent van haar totale gasverbruik.

Het agentschap stelt een reeks maatregelen voor die de jaarlijkse afhankelijkheid van de EU van Russisch gas binnen een jaar met meer dan vijftig miljard kuub verlaagt. Het tienpuntenplan van het IEA om de afhankelijkheid van de Europese Unie van Russisch aardgas te verminderen omvat een reeks aanvullende maatregelen die in de komende maanden kunnen worden genomen. Zoals een grotere afhankelijkheid van andere leveranciers en het aanboren van andere energiebronnen. Ook kernenergie kan Maar ook het versnellen van de inspanningen om consumenten, bedrijven en de industrie de middelen te geven om schone en efficiënte alternatieven voor aardgas te gebruiken.

De helft minder

Het IEA bekijkt ook de mogelijkheden voor Europa om nog verder en sneller te gaan om de afhankelijkheid van Russisch gas op korte termijn te beperken. Dit zou wel ten koste gaan van de EU-uitstoot. Als Europa deze extra stappen zet, kan de invoer van Russisch gas op korte termijn met meer dan 80 miljard kuub, ofwel ruim de helft, worden verminderd.

In de analyse belichten de onderzoekers enkele compromissen. Het versnellen van investeringen in schone en efficiënte technologieën vormt de kern van de oplossing. Maar zelfs een zeer snelle invoering zal tijd vergen om de vraag naar geïmporteerd gas aanzienlijk te doen dalen. Hoe sneller de EU-beleidsmakers afstand willen nemen van Russische gasleveringen, hoe groter de potentiële gevolgen in termen van economische kosten en/of emissies op korte termijn. De omstandigheden verschillen ook sterk binnen de EU, afhankelijk van de geografie en de leveringsregelingen.

Tien punten plan

  1. Geen nieuwe gasleveringscontracten met Rusland ondertekenen. Impact: Maakt een grotere diversificatie van de voorziening dit jaar en daarna mogelijk.
  2. Russische leveringen vervangen door gas uit alternatieve bronnen. Effect: Verhoogt de niet-Russische gaslevering met ongeveer 30 miljard kubieke meter binnen een jaar
  3. Minimumverplichtingen inzake gasopslag invoeren. Impact: Verbetert de veerkracht van het gassysteem tegen volgende winter
  4. Versnel de ontplooiing van nieuwe wind- en zonne-energieprojecten Effect: Vermindert het gasverbruik met 6 miljard kubieke meter binnen een jaar
  5. Maximaliseren van de elektriciteitsproductie uit bio-energie en kernenergie. Effect: vermindert het gasverbruik met 13 miljard kubieke meter binnen een jaar
  6. Voer op korte termijn belastingmaatregelen in op windfall profits om kwetsbare elektriciteitsverbruikers te beschermen tegen hoge prijzen. Impact: Verlaagt de energiefactuur, zelfs wanneer de gasprijzen hoog blijven
  7. Versnel de vervanging van gasketels door warmtepompen. Impact: Vermindert het gasverbruik met nog eens 2 miljard kubieke meter binnen een jaar
  8. Versnel energie-efficiëntieverbeteringen in gebouwen en de industrie. Impact: Vermindert het gasverbruik met bijna 2 miljard kubieke meter binnen een jaar
  9. Stimuleren van een tijdelijke thermostaatverlaging van 1 °C door consumentenImpact: Vermindert het gasverbruik met ongeveer 10 miljard kubieke meter binnen een jaar
  10. Intensivering van de inspanningen om de bronnen van flexibiliteit van het elektriciteitssysteem te diversifiëren en koolstofvrij te maken. Gevolgen: De sterke banden tussen de gasvoorziening en de elektriciteitszekerheid van Europa worden losser gemaakt

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt 6,8 miljard euro vrij voor extra CO2-reductie om de klimaatdoelen in het vizier te houden. Tegelijkertijd wil ze ETS-plichtige bedrijven verplichten energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend.

De afgelopen jaren nam het kabinet forse maatregelen en kondigde nieuwe maatregelen aan om de CO2-uitstoot te verminderen. Desondanks is een extra inspanning nodig om de doelstelling van 49 procent broeikasgasreductie in 2030 (t.o.v. 1990) in het vizier te houden. Daarom investeert het kabinet 6,8 miljard euro extra in klimaatmaatregelen zonder lastenverzwaringen.

Extra CO2-reductie in de industrie

De industrie mag vanaf 2050 bijna geen schadelijke stoffen meer uitstoten. Het kabinet werkt aan maatregelen om de emissies, zoals de uitstoot van lachgas, naar beneden te brengen. Ook breidt het kabinet de plicht om energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, uit naar grote industriële (ETS-)bedrijven. Er worden middelen vrijgemaakt zodat gemeenten en omgevingsdiensten de handhaving van deze plicht kunnen verbeteren.

1,3 miljard voor toekomstige energie-infrastructuur

De overheid wil dat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Infrastructuur voor schone energie is hiervoor essentieel. Daarom reserveert het kabinet 1,3 miljard euro voor energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de klimaat- en energietransitie. Dit bestaat uit subsidie voor een warmtetransportnet in Zuid-Holland. En 750 miljoen euro voor het ombouwen van delen van het bestaande gasnet tot een landelijke ‘Waterstof backbone’ die de Nederlandse industrieclusters verbindt.

Hulp bij verduurzamen

De overheid komt Nederlanders die duurzame keuzes maken tegemoet in de kosten. Daarom worden bestaande subsidieregelingen uitgebreid zodat consumenten een tegemoetkoming van 1000 tot 2100 euro kunnen krijgen voor de aanschaf van een hybride warmtepomp. Ook werkt het kabinet maatregelen uit gericht op extra stimulering van (betaalbare) elektrische auto’s en helpt het kabinet (MKB-)bedrijven bij verduurzaming door de aanschaf van elektrische bestelbussen te subsidiëren. Ook verhoogt het kabinet het budget van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) met drie miljard euro.

Energie-Nederland is blij met het nieuws dat het demissionair kabinet volgend jaar ruim 6,8 miljard euro extra uittrekt voor het verminderen van de CO2-uitstoot. Het geld zal onder andere worden gebruikt voor investeringen in noodzakelijke energie-infrastructuur zoals waterstof en de verduurzaming van huizen. De belangenvereniging vraagt wel om ook na 2030 oog te houden voor ondersteuning van duurzame energieprojecten.

De urgentie om méér te investeren in de klimaatmaatregelen wordt met de gepresenteerde begroting onderstreept. Om ook na 2022 te kunnen blijven toewerken naar de doelen van 2030, roept Vereniging Energie-Nederland het kabinet op om snel besluiten te nemen over het vergroten van het aanbod CO2-vrije elektriciteit. Daarnaast is het cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen in de energie-infrastructuur.

Meer aanbod CO2-vrije elektriciteit

Voor de elektrificatie van de industrie, vervoer en gebouwde omgeving is, bovenop de reeds bestaande plannen, extra aanbod van CO2-vrije elektriciteit nodig. Het extra budget van 3 miljard euro voor de SDE++ kan onder andere worden ingezet voor de ontwikkeling van extra zon- en windprojecten, maar helpt ook duurzame warmte en projecten in de industrie.

Om de komende jaren te kunnen blijven investeren in de verdere verduurzaming van de elektriciteitsproductie blijft een stabiel investeringskader ook na 2025 nodig. Dit kan door ontwikkelaars van zon- en windprojecten zekerheid te geven dat hun elektriciteit zal worden gebruikt door het gebruik van groene elektriciteit in de industrie te stimuleren. De verhoging van het SDE++ budget is hiertoe een eerste stap, maar er is ook een specifiek steunmechanisme nodig dat afkoerst op de concrete doelstellingen in 2030 en daarna. Door een koppeling aan te brengen tussen elektrificatie en extra productie van CO2-vrije elektriciteit, wordt de transitie verder versneld.

Naast deze koppeling tussen vraag en aanbod, blijft ook het financiële aspect aandacht vragen. Volgens de huidige plannen is de SDE++ al vóór 2025 niet meer beschikbaar voor nieuwe aanvragen voor zonne- en windenergie. Bij onzekerheid over de groei van de vraag naar duurzame elektriciteit, zullen investeerders niet geprikkeld zijn om nog grootschalig te investeren in duurzame productie. Dit terwijl de doelstellingen voor 2030 nog zullen worden verhoogd als gevolg van de Europese plannen, en daarnaast moet in 2050 onze gehele energievoorziening CO2-vrij zijn. Energie-Nederland pleit daarom voor bodemprijsregeling die de grootste risico’s bij tegenvallende elektrificatie wegneemt.

Noodzakelijke investeringen infrastructuur

In de begroting wordt ook aandacht besteed aan de noodzakelijke investeringen in het elektriciteitsnet. Het is cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen door (regionale) netbeheerders in elektriciteitsnetten. Er moet voldoende ruimte zijn om anticiperend te investeren en dit moet gemakkelijker worden, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van publieke middelen zoals het Recovery & Resilience fund. Tegelijkertijd blijven netbeheerders verplicht om tijdig te investeren. Er moet gekeken worden hoe netbeheerders gestimuleerd kunnen worden om anticiperend te investeren en of er andere structurele belemmeringen zijn die aangepakt moeten worden.

Energie-Nederland verwelkomt het vrijmaken van 750 miljoen euro voor een landelijke transportinfrastructuur voor groene waterstof (‘Waterstof Backbone’). En het extra budget voor het warmtetransportnet Zuid-Holland. Dit zijn belangrijke eerste stappen in de ontwikkeling van een waterstof-economie. Infrastructuur voor het transport van CO2-vrije waterstof is onontbeerlijk en de Europese Green Deal heeft dit belang verder vergroot.

Gasunie injecteerde succesvol waterstof in een boorgat op de locatie Zuidwending. Na verdere succesvolle afronding kan Gasunie verder met de ontwikkeling van opslag in vier zoutcavernes, waarvan de eerste in 2026 volledig in bedrijf kan zijn.

Gasunie inecteerde tijdens het demonstratieproject op de locatie Zuidwending waterstof in een boorgat om onderzoek te kunnen doen. De druk werd daarbij stapsgewijs opgevoerd tot meer dan 200 bar. Ook zijn materialen en onderdelen die nodig zijn voor gasopslag beoordeeld op geschiktheid voor de opslag van waterstof. De lopende fase van werkzaamheden neemt circa vier tot zes weken in beslag. Vanaf november tot voorjaar 2022 volgen nog verdere demonstraties en tests. Zoals gebruikelijk worden omwonenden van tevoren geïnformeerd over de activiteiten.

Vier cavernes

Wanneer het vervolgtraject eveneens succesvol verloopt, volgt volgend jaar naar verwachting een definitief besluit voor grootschalige waterstofopslag in zoutcavernes op de locatie Zuidwending. De eerste zoutcaverne zou in 2026 volledig operationeel kunnen zijn. Met groeimogelijkheden naar vier opslagcavernes in 2030. Daarmee ontstaat een opslagvolume dat past bij de huidige Nederlandse ambitie om in 2030 drie tot vier GigaWatt groene waterstof uit duurzame elektriciteit te realiseren. Aandachtspunt hierbij is wel dat Gasunie zal moeten voorinvesteren. Zo moet onder meer de benodigde infrastructuur direct gereed zijn voor een eindsituatie met vier zoutcavernes. Ook is voor ingebruikname van een zoutcaverne voor opslag een grote hoeveelheid waterstof nodig als ‘kussengas’ om de techniek haar werk te kunnen laten doen. Dat zijn kosten die in beide gevallen niet direct kunnen worden terugverdiend.

EnergyStock

Waterstof is een essentieel onderdeel van de duurzame energiemix van de toekomst. Om vraag en aanbod met elkaar te verbinden, ontwikkelt Gasunie een landelijke infrastructuur voor het transport van waterstof. Daarbij is grootschalige opslag van waterstof van onmisbaar belang.

Ondergrondse waterstofopslag in zoutcavernes is een veilige, efficiënte en betrouwbare manier om grote hoeveelheden energie op te slaan, ook voor langere tijd. De locatie Zuidwending biedt unieke omstandigheden om grootschalige waterstofopslag gereed te hebben voor de beoogde ontwikkeling van de waterstofmarkt. Bovendien beschikt Gasunie via dochteronderneming EnergyStock over de benodigde kennis en expertise, omdat al meer dan tien jaar op een veilige manier aardgas wordt opgeslagen in de zoutcavernes in Zuidwending.

Shell Ventures en BlueAlp kondigden een strategische samenwerking aan. De bedrijven ontwikkelen BlueAlps pyrolyse-technologie voor het omzetten van plastic afval naar een chemische grondstof om deze vervolgens op te schalen en te implementeren. De technologie zet moeilijk te recyclen plastic via pyrolyse om in een grondstof. Als onderdeel van de overeenkomst verwierf Shell een aandelenbelang van 21,25 procent.

Shell en BlueAlp richtten een joint-venture op voor de bouw van twee nieuwe conversie-installaties in Nederland. Men verwacht dat deze meer dan dertig kiloton plastic afval per jaar kunnen verwerken. De installaties moeten in 2023 operationeel zijn en leveren alle pyrolyse-olie als grondstof aan de krakers van Shell in Moerdijk en Duitsland. Shell onderzoekt ook of licenties kunnen worden verleend voor nog eens twee installaties in Azië die kunnen worden ingezet voor de bevoorrading van het Shell Energy and Chemicals Park Singapore.

Zuiverheid

BlueAlp ontwikkelde zijn technologie al op commerciële schaal. Het Shell-technologieteam in Amsterdam werkt nu met BlueAlp samen om de technologie verder te verbeteren en op te schalen. Momenteel belemmert de ongelijkmatige zuiverheid van de grondstoffen de productie van grotere hoeveelheden pyrolyse-olie. Shell wil eigen technologie inzetten om de zuiverheid van pyrolyse-olie in Shells installaties te verbeteren.

Succesvolle proef

Shell kan nu meer klanten ondersteunen bij het bereiken van hun duurzaamheidsdoelstellingen. De samenwerking volgt op een succesvolle proef met het gebruik van pyrolyse-olie in de petrochemische fabriek van Moerdijk die in augustus 2021 werd afgerond. En sinds november 2019 gebruikt het petrochemische complex Norco van Shell in de VS in toenemende mate gerecyclede grondstoffen.

Andere aandeelhouders van BlueAlp zijn Mourik, Rumali en Den Hartog en het Belgische Renasci.

 

Voor een Dragon’s Den of Transition, zoekt de organisatie van EIES2021 zowel dragons als innovators. Tijdens de afsluiting van European Industry and Energy Summit op 8 december in Rotterdam Ahoy kunnen zij deals sluiten over de ondersteuning van interessante energie-innovaties. Meld je nu aan als dragon óf innovator!

Dragon’s Den of Transition is een nieuw onderdeel van de Summit. De organisatie wil een podium bieden voor hoopvolle innovaties op het gebied van Europese industriële transformatie en ze ook verder omweg helpen. Het gaat om dus innovaties van bijvoorbeeld van starters, die een zetje in de rug kunnen gebruiken om tot wasdom te komen. De behoefte kan van financiële aard zijn, maar ook ondersteuning op het gebied van marketing, netwerk, ondernemerschap, business development en meer.

Aanbiedingen

Tijdens het laatste dagdeel van de tweedaagse Summit, op woensdagmiddag 8 december kunnen vijf geselecteerde bedrijven hun innovaties pitchen aan vijf Dragons, vertegenwoordigers van ontwikkelmaatschappijen, funds, overheden, banken en/of investeringsmaatschappijen. Zij kunnen zelf reageren op de pitches, contacten leggen en zelfs aanbiedingen doen.

Journalistieke nominatiefilm

Innovators kunnen zich aanmelden bij de redactie van Industrielinqs, organisator van het evenement. Die stelt een longlist samen. Uiteindelijk worden daar minimaal acht uitgekozen door een panel (redactie en een aantal experts). Van die finalisten worden journalistiek ingestoken nominatiefilms gemaakt van 112 seconden. Deze films worden vanaf eind oktober met korte artikelen gepubliceerd op de nieuwssite www.industryandenergy.eu. Samen met het publiek bepalen de dragons wie uiteindelijk op 8 december mogen pitchen in de Dragon’s Den of Transition.

Naast innovators is de organisatie ook nog op zoek naar dragons. Inmiddels hebben een paar organisaties al toegezegd een dragon te leveren, maar er zijn nog een paar stoeltjes vrij.

Innovators kunnen zich melden met een korte omschrijving van hun innovatie via redactie@industrielinqs.nl. 

Voor meer informatie over een Dragon-stoel kunnen belangstellende contact opnemen met hoofdredacteur Wim Raaijen: wim@industrielinqs.nl. 

Vattenfall voegt  Nobian’s chloorfabriek in Rotterdam toe aan zijn flexibele capaciteit om het stroomnet beter in balans te houden. Door de samenwerking met Vattenfall kan Nobian inspelen op de toenemende fluctuaties in het stroomaanbod. Dit is nodig door het stijgende aandeel van zonne- en windenergie. Door de samenwerking wordt 40MW aan flexibele capaciteit aan het net toegevoegd. Dit staat gelijk aan een vijfde van de chloorproductie van Nobian in Rotterdam.

Nobian zal de chloorproductie aanpassen als er plotseling meer of minder stroom beschikbaar is. Als er minder stroom beschikbaar is, wordt de chloorproductie automatisch afgeschaald. Het tempo wordt weer opgevoerd als het aanbod dat toelaat. Deze aanpassing gebeurt volautomatisch door real-time ondersteuning van Vattenfall.

Regelvermogen

Door het groeiende aandeel zonne- en windenergie kent het stroomaanbod steeds meer en grotere pieken en dalen. Om dit te balanceren gebruikt netbeheerder TenneT regelvermogen. Dit regelvermogen wordt ingekocht bij verschillende leveranciers, waaronder Vattenfall. Het regelvermogen bestaat uit een verzameling van productielocaties, met name gascentrales, die snel meer, of juist minder, stroom kunnen leveren. De chloorproductie van Nobian wordt hier nu aan toegevoegd.

Verminderen van gebruik fossiele elektriciteitsopwekking

Het huidige aanbod van regelvermogen komt tot nu toe vooral vanuit fossiele elektriciteitscentrales. Door de inzet van de flexibiliteit uit de chloorfabriek is minder fossiele energie nodig om het net te stabiliseren.

Industriële vraagsturing

Erik Suichies, wholesale directeur Vattenfall : ‘Stuurbare productie, zoals in gascentrales, gaat zijn basisrol steeds verder verliezen. De huidige energiecentrales zijn straks niet altijd meer nodig en zullen niet altijd meer draaien. Tegelijkertijd moet het elektriciteitsnet wel 24 uur per dag in balans blijven. We hebben nieuwe flexibiliteit nodig die daarop kan inspringen. Door een grote afnameklant toe te voegen aan onze flexibele asset pool maken we een transitie: we sturen niet langer alleen op productie, maar kunnen vanaf nu ook de vraag nauwkeurig aanpassen.’

Marcel Galjee, directeur Energy & New Business Nobian: ‘Met onze flexibele chloorproductie leveren we een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Waarbij de vraag naar elektriciteit het aanbod van (groene) elektriciteit gaat volgen. De samenwerking met Vattenfall is een volgende stap om de flexibiliteit binnen onze processen te gebruiken om te verduurzamen. Een wens voor de toekomst zou zijn dat we regel- en noodvermogen kunnen aanbieden vanaf dezelfde asset.’

Maarten Abbenhuis, COO TenneT: ‘Het belang van vraagsturing neemt toe doordat elektriciteit steeds meer wordt opgewekt met duurzame, maar weersafhankelijke wind en zon, en minder met niet weersafhankelijke beschikbare energiecentrales. Fluctuatie in de elektriciteitsproductie kan gedeeltelijk worden opgevangen met flexibele afname. Juist industriële grootverbruikers kunnen een substantiële bijdrage leveren aan deze flexibiliteit. Zeker als door elektrificatie het elektriciteitsverbruik voor industriële processen verder toeneemt. Met voldoende flexibiliteit kunnen kostbare maatregelen als import of – toch – regelbare centrales worden beperkt. In Nederland is het potentieel van industriële vraagsturing rond de 3.4 GW. De huidige inzet ligt tussen de 700 en 1900 MW. De mogelijke capaciteit van flexibel elektriciteitsgebruik door de industrie is veelbelovend.’

Het groene waterstof proefproject PosHYdon krijgt 3,6 miljoen euro uit het Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) subsidiefonds. PosHYdon is de eerste offshore groene waterstofpilot op een operationeel platform ter wereld. Met deze subsidie kan het consortium met de pilot van start gaan.

PosHYdon integreert drie energiesystemen op de Noordzee: offshore wind, offshore gas en offshore waterstof en zal plaatsvinden op het Q13a-A platform van Neptune Energy. Dit producerende productieplatform is het eerste volledige geëlektrificeerde platform op de Nederlandse Noordzee en ligt circa dertien kilometer voor de kust van Scheveningen.

Om groene waterstof te kunnen maken, zal zeewater op het platform worden omgezet in gedemineraliseerd water. Dit water wordt vervolgens door middel van elektrolyse omgezet in waterstof. Daarbij wordt stroom van wind gebruikt om deze groene waterstof te produceren. De pilot heeft als doel om ervaring op te doen met het integreren van werkende energiesystemen op zee en het vervaardigen van waterstof in een offshore omgeving. Daarnaast testen de onderzoekers de efficiency van een elektrolyzer met een variabele voeding vanuit offshore wind en bouwt men kennis op in de kosten, van zowel de installatie offshore als van het onderhoud.

De groene waterstof zal worden bijgemengd met het gas en via de bestaande gaspijpleiding richting de kust getransporteerd worden. De 1 MW electrolyser zal maximaal 400 kilo groene waterstof per dag produceren.

Systeemintegratie Noordzee

René Peters, Business Director Gas Technologies TNO: ‘PosHYdon is het ultieme voorbeeld van systeemintegratie op de Noordzee. In veel studies wordt waterstof ‘the missing link’ voor de energietransitie genoemd en wordt er veel over de mogelijkheden gesproken. Maar hier, voor de kust van Scheveningen, gaat het daadwerkelijk plaatsvinden. PosHYdon zal ons veel leren over de te zetten vervolgstappen richting grootschalige groene waterstofproductie op zee.’

Peters vervolgt: ‘Groene waterstofproductie offshore maakt het ook mogelijk dat grootschalige windparken ver op zee kunnen worden ontwikkeld. Offshore elektrolyzers zetten dan windenergie direct om naar groene waterstof, dat vervolgens via bestaande gasinfrastructuur de kust bereikt. Daardoor kunnen offshore windprojecten sneller gerealiseerd worden tegen significant lagere kosten voor de maatschappij.’

Jacqueline Vaessen, Managing Director Nexstep, nationaal platform voor hergebruik en ontmanteling: ‘Samen met een aantal operators en TNO is dit idee zo’n jaar of twee geleden voortgekomen uit een brainstormsessie van de ‘Re-purpose’ werkgroep binnen Nexstep. Vervolgens hebben we gekeken wat de beste locatie zou zijn en zijn toen op de Q13a-A van Neptune Energy uitgekomen. Aangezien dat platform al geheel middels groene stroom geëlektrificeerd is.’

 

Shell heeft op haar Duitse energie- en chemiepark Rheinland Europa’s grootste waterstofelektrolyser in zijn soort in gebruik genomen. Als onderdeel van het Refhyne-consortium en met financiering van de Europese Commissie maakt de tien megawatt PEM-elektrolyser gebruik van hernieuwbare energie om in eerste instantie tot 1.300 ton groene waterstof per jaar te produceren.

De groene waterstof zal in eerste instantie worden gebruikt voor de productie van brandstoffen met een lagere koolstofintensiteit in de raffinaderij. Shell werkt er ook aan om de groene waterstof te gebruiken voor het koolstofvrij maken van andere sectoren, zoals het wegvervoer.

De Refhyne-elektrolyzer is een tien megawatt PEM-elektrolyser en de grootste in zijn soort in Europa. De elektrolyzer is gebouwd door ITM Power en zal worden geëxploiteerd door Shell, dat 1.300 ton groene waterstof per jaar zal produceren uit hernieuwbare energie. Er zijn al plannen om de capaciteit van de elektrolyser uit te breiden tot honderd megawatt.

Meer raffinaderijen

In haar Powering Progress Strategy stelde Shell zich ten doel om in 2050 een energiebedrijf te zijn met een netto-nul-uitstoot. Als onderdeel van dit plan zal Shell tegen 2030 vijf kernraffinaderijen omvormen tot geïntegreerde energie- en chemieparken.

De transformatie van deze raffinaderijen houdt in dat er meer gerecyclede en hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, zoals waterstof en afgewerkte olie, en dat er minder ruwe olie wordt verwerkt. Als gevolg daarvan zal Shell tegen 2030 de productie van traditionele brandstoffen met 55 procent verminderen en meer koolstofarme brandstoffen, chemicaliën en energieproducten produceren.

Windmolenpark

Het uiteindelijke doel van Shell is om groene waterstof te produceren, via elektrolyse, met gebruikmaking van hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon. Maar het tempo van de energietransitie vraagt om zowel groene als blauwe waterstof.

Shell en Uniper ondertekenden een memorandum of understanding voor versnelling van de ontwikkeling van een Europese waterstofeconomie. De partijen zoeken gezamenlijke mogelijkheden om de vraag naar industriële waterstof en waterstof voor de mobiliteit te koppelen aan het aanbod, de productie en de opslag van waterstof.

De bedrijven zullen eerst nagaan welke mogelijkheden er zijn om potentiële synergieën te ontwikkelen die bestaande projecten versnellen in Duitsland, Nederland en mogelijk andere Europese landen. Op basis van een volledige waardeketenbenadering zullen Shell en Uniper de belangrijkste kansen identificeren om de basis te leggen voor een nieuwe waterstofeconomie in Europa.

Infrastructuur

Centraal in de aangekondigde samenwerking staat de verkenning van toekomstige opties. Waaronder de noodzakelijke infrastructuur voor grootschalig vervoer van waterstof en CO2 van de havens van Rotterdam en Wilhelmshaven naar Noordrijn-Westfalen (NRW).

Een van de projecten die in aanmerking komen, is Shell’s Rheinland-transformatie. Waar Shell een bestaand raffinagebedrijf omvormt tot een ultramodern energie- en chemiepark. Shell nam deze week een 10MW PEM-elektrolyser in gebruik en werkt met partners aan de uitbreiding van de capaciteit tot 100 MW.

Energiecentrales

Uniper zal de levering van waterstof vanuit de bestaande Uniper-productielocaties in Rotterdam en Wilhelmshaven aan de Shell Energy and Chemicals Park Rheinland-locaties in Wesseling en Godorf verder onderzoeken. Daarnaast wil Uniper  zijn elektriciteitscentrale in Gelsenkirchen Scholven en enkele grootschalige klanten aan te sluiten op zijn waterstofproductie-installaties aan de kust.