Air Liquide investeert 125 miljoen euro in de bouw van een nieuwe luchtscheidingsinstallatie (ASU) in Moerdijk. Het is een nieuwe generatie ASU met een dagelijkse zuurstofproductiecapaciteit van 2.200 ton.

De ASU is in een aantal opzichten bijzonder innovatief. Zo ligt het energieverbruik tien procent lager dan bij de vorige generatie en zal de ASU worden gebruikt om het nationale elektriciteitsnet te stabiliseren, waardoor een breder gebruik van hernieuwbare energiebronnen wordt vergemakkelijkt.

Een luchtseparatie-eenheid is een industriële installatie die atmosferische (buiten)lucht scheidt in stikstof-, zuurstof- en argongas. De gassen worden vervolgens via pijpleidingen of vrachtwagens aan industriële gebruikers geleverd. De onderliggende technologie is gebaseerd op het feit dat elk van deze gassen een verschillend kookpunt heeft. De buitenlucht wordt aangezogen en eerst gefilterd en samengeperst. Vervolgens wordt de lucht – een mengsel van gassen – afgekoeld tot -173°C zodat het bijna vloeibaar wordt. Het afgekoelde gasmengsel wordt vervolgens in drie destillatiekolommen gescheiden in zuivere zuurstof, stikstof en argon.

Modulaire bouw

De bouw van ASU is momenteel in volle gang in Moerdijk en de start van de productie is gepland voor de zomer van 2022. De ASU in Moerdijk bestaat uit verschillende grote modules, waarvan de zwaarste 580 ton weegt en afmetingen heeft van 10 x 10 x 65 meter. De modules werden in de haven van Moerdijk op een ponton overgeladen met behulp van drijvende kranen. Vervolgens zijn ze met een zelfrijdende modulaire transporteur (SPMT) over het terrein vervoerd naar hun uiteindelijke bestemming, waar twee grote kranen ze op hun plaats hebben gehesen.

Strategische locatie

De locatie in Moerdijk is strategisch gekozen, zo bevestigt projectdirecteur Abel Slabbekoorn: ‘De locatie is gunstig gelegen ten opzichte van een aantal grote klanten in de industriehaven van Moerdijk. En Moerdijk ligt op een knooppunt van pijpleidingen naar Rotterdam en Antwerpen. Vanuit deze locatie kunnen we via onze pijpleidingen een groot deel van de Benelux bereiken. Wij kunnen nu ook per vrachtwagen vloeibare gassen leveren aan klanten in Nederland die momenteel vanuit België worden bevoorraad. Voor deze klanten zal dit resulteren in lagere transportkosten en dus een lagere CO2-voetafdruk voor de levering van de gassen.’

Zuurstof uit de ASU zal onder meer worden gebruikt in de chemische en glasindustrie en voor de staalproductie, terwijl de stikstof vooral zal worden gebruikt als inert veiligheidsgas in een reeks industrieën en bij de verpakking van levensmiddelen. Het gewonnen argon zal ook worden gebruikt als inert veiligheidsgas in de metaal-, automobiel-, elektronica- en levensmiddelenindustrie.

Verminderde CO2-voetafdruk

Het energieverbruik van de nieuwe ASU zal ongeveer tien procent lager liggen dan dat van ASU’s van de vorige generatie. ‘Dit hebben we bereikt door de compactere, modulaire constructie van de ASU en door verbeteringen aan luchtcompressoren, warmtewisselaars en turbines’, legt Abel uit. ‘Daardoor daalt niet alleen het specifieke energieverbruik – en dus de kosten die we onze klanten aanrekenen – maar ook de CO2-footprint. We hebben ook een stroominkoopovereenkomst van 25 megawatt gesloten, wat betekent dat de ASU’s worden voorzien van groene stroom uit windmolenparken in de Noordzee. Op termijn zal de ASU volledig op hernieuwbare energie draaien.’

Hernieuwbare energie

Een bekend probleem met duurzame energiebronnen, zoals zon en wind, is dat de stroom die ze leveren sterk afhankelijk is van de lokale weersomstandigheden. Toch moeten vraag en aanbod op het nationale net altijd perfect in balans zijn. Een systeem dat tijdelijk energie kan opslaan en deze energie vervolgens kan gebruiken wanneer de vraag weer toeneemt, is dan ook een belangrijke drijfveer voor een breder gebruik van hernieuwbare energie.

Daarom ontwikkelde Air Liquide het Alive-systeem dat voor het eerst in Moerdijk wordt gebruikt. De installatie maakt gebruik van cryogene vloeibare lucht voor tijdelijke energieopslag. Hierdoor kan het energieverbruik gedurende een periode worden verlaagd, zonder dat de productie daalt. Dit helpt het net te stabiliseren, terwijl de voorzieningszekerheid toch gewaarborgd blijft.

Een van de doelen van Philippe Engels is om mensen in een veranderende en uitdagende industriële omgeving te begeleiden. De plantmanager van Air Liquide in Rozenburg zit daarvoor op een uitstekende plek, midden in de haven van Rotterdam. Een groeiende omgeving waar hard wordt gewerkt aan de energietransitie. Air Liquide speelt daarin een grote rol op het gebied van waterstof.

‘Het liefste werk ik met mensen’, zegt Philippe Engels (58 jaar, 32 jaar in dienst). ‘Ik wil hen vooruithelpen.’ Een functie waarbij hij ‘alleen op de winkel past’, past niet bij hem. Hij gaat graag aan de slag om projecten op te zetten en verbeteringen en veranderingen door te voeren. Dat kan allemaal op de site in Rozenburg waar Air Liquide waterstof, koolmonoxide, CO2, elektriciteit en stoom produceert.

Dat er groei en innovatie mogelijk is, is niet alleen economisch gezien een voordeel voor het bedrijf, maar het helpt volgens Engels eveneens om zijn teams te motiveren. ‘Ik heb vroeger ook in streken in Frankrijk gewerkt waar de industrie eerder achter- dan vooruitging. Daar werd afgebouwd en men ging meer naar een dienstenomgeving toe. Dan is het moeilijker om teams te motiveren en om te verbeteren op de site. Dat is hier helemaal het geval niet. In de wereld in het algemeen wordt er veel naar duurzaamheid gekeken, maar Rotterdam is daar een voortrekker in. Het is leuk om projecten op dat gebied te zien verschijnen en om er denkoefeningen over op te zien komen. Hoe gaan we er over tien, twintig en dertig jaar mee om?’

Philippe Engels (Air Liquide): ‘De betrouwbaarheid van onze installaties moet enorm zijn. Een heel stuk van de Botlek hangt aan elkaar.’

Energietransitie

Air Liquide is zelf volop bezig met de energietransitie. Engels: ‘Wij produceren al enkele decennia waterstof. Op dit moment is dat voornamelijk grijze waterstof. Maar binnen de groep wordt gewerkt aan het maken van koolstofarme en koolstofvrije waterstof. We nemen bijvoorbeeld deel aan het Rotterdamse Porthos-project voor CO2-afvang en opslag. Hierbij worden pijpleidingen gelegd om de afgevangen CO2 naar een onderzees gasveld te brengen. Op die manier komt er geen CO2 in de atmosfeer, kunnen wij blauwe waterstof produceren en bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.’

Air Liquide neemt onder andere ook deel aan het project H-vision. Als eerste willen de partijen in dit project twee grootschalige blauwe waterstoffabrieken bouwen waarbij de CO2 wordt afgevangen, getransporteerd en onderzees opgeslagen. De kennis, investeringen en infrastructuur moeten uiteindelijk de weg effenen naar groene waterstof.

Elektrolyzers

‘De plannen voor elektrolyzers liggen bij ons op tafel’, zegt Engels. ‘Maar voordat we die uitvoeren, moet er goed worden gekeken naar capaciteit. Als je de waterstofproductie van vandaag zou willen maken via elektrolyzers, dan wordt dat heel moeilijk. Om die volumes te houden moet je reusachtige elektrolyzers bouwen. Daar heb je plaats voor nodig en ook windmolens en zonnepanelen die genoeg elektriciteit leveren. Dat is een stap die we samen met de overheid moeten bekijken.’

Een ander punt waar Air Liquide rekening mee moet houden, is de prijs van groene waterstof. Het is vandaag nog een stuk duurder dan grijze of blauwe waterstof. ‘De overheid zal daar ook een stukje in mee moeten helpen. De toekomst is groene waterstof. Technologieën zullen de komende decennia evolueren zodat er kleinere installaties of meer intensieve installaties kunnen worden gebouwd.’

Mobiliteit

Ondertussen merkt Engels dat de vraag naar blauwe en groene waterstof van klanten groter wordt. ‘We zien dat klanten bereid zijn om wat duurdere waterstof te kopen. Dat is een trend.’ Net als dat waterstof een rol gaat spelen in mobiliteit. ‘Samen met het Havenbedrijf Rotterdam hebben we het plan om voor 2025 een duizendtal vrachtwagens op waterstof te laten rijden. Om het vrachtvervoer van Rotterdam naar het achterland duurzamer te maken.’ Sinds 2014 heeft Air Liquide al een waterstoftankstation in Rhoon, naast de A15. Het bedrijf wil deze uitbreiden zodat er naast personenauto’s en vervoersbussen van Connexion, ook vrachtwagens terecht kunnen.

‘We moeten nu nog een goede manier vinden tussen het correctieve onderhoud, het plannen van dagelijks onderhoud en gepland onderhoud.’

Warmtekrachtcentrales

Air Liquide richt zich voor de energietransitie niet alleen op de verschillende kleuren waterstof, maar kijkt ook naar haar warmtekrachtcentrales. In Rozenburg staan er drie. Engels: ‘Warmtekrachtcentrales zijn de meest efficiënte manier om stoom mee te maken omdat je ook nog eens elektriciteit produceert. Ook daar kijken we naar verduurzaming. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over een stoomnetwerk in de Botlek met verschillende bedrijven die stoom produceren en andere die stoom nodig hebben. Daarnaast zijn ook e-boilers een mogelijkheid. Die wereld verandert de komende jaren.’

plantmanagerAir Liquide houdt de veranderende wereld en bedrijven in Rotterdam goed in de gaten, want als een bedrijf uitbreidt, moet de leverancier van gassen daarop in kunnen spelen. Veel bedrijven zijn voor hun productie afhankelijk van de producten van Air Liquide.

Dat zorgt voor een van de grootste uitdagingen van Engels. ‘De betrouwbaarheid van onze installaties moet enorm zijn. Een heel stuk van de Botlek hangt aan elkaar. Als wij een storing hebben, is dat een breder probleem. Om onze klanten zo weinig mogelijk te storen, zijn wij altijd heel keen op de betrouwbaarheid van onze installaties. We zien daar altijd nog verbetermogelijkheden.’

Onderhoud

Zo loopt er momenteel een project om de maintenance excellence verder te verbeteren. Daar is mee begonnen nadat er een aantal wijzigingen zijn doorgevoerd in de organisatie. Het meerjaarlijkse onderhoud werd namelijk eerst door een apart team voor de hele Benelux voorbereid. Dat is nu nog maar deels zo. Een aantal taken zijn bij sites zelf terecht gekomen. ‘Dat gaat om het stuk rond elektriciteit en instrumentatie’, legt Engels uit. ‘We moeten nu nog een goede manier vinden tussen het correctieve onderhoud, het plannen van dagelijks onderhoud en gepland onderhoud. Dat vraagt een aanpassing aan de organisatie en de manier van werken van de medewerkers.’

In Rozenburg worden daarom de methodes toegepast van het centrale team voor de Benelux. Zo moeten de lokale teams die eerder verantwoordelijk waren voor het dagelijkse en correctieve onderhoud transformeren naar verantwoordelijken voor langetermijnonderhoud.

Turnarounds zijn een grote uitdaging voor Engels. Er moet rekening worden gehouden met al die bedrijven die afhankelijk zijn van de producten van Air Liquide. ‘Turnarounds moet je heel goed inplannen zodat ze zoveel mogelijk gelijklopen met plannen van klanten.’ Er moet voldoende waterstof kunnen worden geproduceerd voor de afnemers. Verschillende waterstofinstallaties verbonden aan een pijpleidingennetwerk dat zelfs reikt tot Noord-Frankrijk moeten aan de vraag kunnen voldoen. Er zijn daarom niet veel windows, waarin een stop kan plaatvinden.

Porthos

Air Liquide is betrokken bij Porthos, het project voor CO2afvang en opslag in Rotterdam. Ze heeft subsidievragen ingediend en werkt nu mee aan technische ontwikkelingen. Het project loopt op schema. Vanaf 2024 moet met het project jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 van de industrie worden opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Eind vorig jaar hebben vier bedrijven (Air Liquide, Air Products, ExxonMobil en Shell) samen ingeschreven op in totaal twee miljard euro uit de SDE++-regeling voor de komende vijftien jaar. In het voorjaar wordt de toekenning van deze subsidie verwacht.

Eind 2021 zijn naar verwachting de vergunningprocedures achter de rug. 2021 wordt door de bedrijven vooral benut om zich voor te bereiden op de aanleg van de afvanginstallaties. De Porthos-projectorganisatie (EBN, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam) gebruikt dit jaar om de aanleg van de pijpleidingen op het land en in de zeebodem, het compressorstation en aanpassing van het platform op zee technisch voor te bereiden. Begin 2022 is de finale investeringsbeslissing voor Porthos gepland en kan de realisatie van start gaan.

Belangrijke ontwikkelingen in het afgelopen jaar waren het indienen van het milieueffectrapport (MER) en een aantal vergunningaanvragen, het maken van afspraken tussen Porthos en de vier bedrijven die van het Porthos-systeem gebruik willen gaan maken en de toezegging van de EU om 102 miljoen euro aan het project bij te dragen.

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl