Bij Damen Shiprepair in Schiedam is de FPSO Petrojarl 1, een drijvend productieplatform uit 1986, omgebouwd om voortaan in het Atlanta Field in Brazilië te kunnen opereren. Een complexe klus van engineering, procurement en constructie, waarbij met veel personeel op een klein oppervlak moest worden gewerkt tussen een heleboel kwetsbaar equipment.

Het 215 meter lange schip, een FPSO (floating, production, storage and offloading unit), is 28 jaar lang door Teekay gebruikt op de Noordzee. Een FPSO is een drijvend productieplatform dat op plekken in de zee kan worden ingezet waar het te diep is om een productieplatform te plaatsen.

Het bedrijf wil de Petrojarl 1 nu gaan gebruiken in het Atlanta Field in Brazilië, waar de samenstelling van de olie die wordt opgepompt en verwerkt anders is dan in de Noordzee. De procestechnologie op het schip moest daarom worden aangepast. Meer dan vijftig procent van de procesinstallaties is vervangen. Ook konden sommige installaties na al die jaren wel worden verbeterd.

Regelgeving

Bij de ombouw moest niet alleen worden gedacht aan nieuwe productietechnologie, maar moest ook rekening worden gehouden met de klasse (DNVGL) en Braziliaanse regelgeving voor FPSO. Die laatste is uiteraard niet van toepassing op de Noordzee. Zo moeten waarschuwingen zowel in het Engels als het Portugees worden aangegeven, gelden er strikte kleurcoderingen die afwijken van Europese standaarden en horen primaire vluchtroutes 1,20 meter breed te zijn. Ook hiervoor waren aanpassingen nodig, want de originele vluchtroutes waren maar een meter breed. Het was onmogelijk om de routes te verbreden tussen alle leidingen, daarom is ervoor gekozen om paden af te splitsen zodat mensen bij eventuele calamiteiten snel weg kunnen komen. 
Xander Smit, constructiemanager: ’Je moet je echt goed verdiepen in de regelgeving en alles daaromheen. Er wordt in Brazilië veel gewerkt met vakbonden die bijvoorbeeld bepalen of een apparaat aan de eisen voldoet of niet.’

Uitdagend

Het was een uitdagend project voor Damen. Smit: ‘We werkten met 650 man tegelijk op het schip. Dat waren veel disciplines, medewerkers en contractors op een klein oppervlak. We zijn dan ook trots dat we tijdens dit complexe project van 2,5 jaar veilig hebben gewerkt. Er zijn geen noemenswaardige incidenten gebeurd.’

Nog een uitdaging was dat de documentatie van elf eerdere conversies van het schip niet altijd goed is bijgehouden, waardoor er een hoop tijd in engineering ging zitten. Marc Derks, overall construction manager: ‘We hadden voor het procesgedeelte alleen al 22.000 unieke tags (unieke equipment items, red.) nodig. Smit vult aan: ‘We moesten onze logistiek en inkoop heel goed plannen. Als een onderdeel custom made is, dan kan het wel eens een half jaar duren voordat je het binnen hebt. Er zijn ook aparte dingen waar je rekening mee moet houden. Zo ging onze leverancier in Italië elf weken dicht in de zomer. Als je in die periode iets nodig hebt, ben je sowieso een aantal weken verder.’

Het schip heeft voor haar nieuwe functie een betrekkelijk klein process deck. Om alle nieuwe procestechnologie er op te krijgen, moesten extra verdiepingen worden gebouwd. Derks: ‘Het is een mooie prestatie dat het ons allemaal is gelukt.’

Het offshore schip is na 2,5 jaar weggevaren van de kade van Damen in Schiedam, en zal na een korte stop in Noorwegen doorgaan en worden ingezet in Brazilië. Damen heeft ervoor gezorgd dat alle procesapparatuur is geïnstalleerd en aangesloten. Teekay gaat het schip zelf in bedrijf stellen, het zogenaamde livening up and commissioning.

tekst gaat door na de foto
(c) Damen

(c) Damen

Zelf bouwen

Het ombouwen van de FPSO is heel wat anders dan bijvoorbeeld het (ver)bouwen van ‘gewone schepen’ zoals sleepboten, kustvaarders, veerboten en werkschepen. Smit: ‘De complexiteit van een offshore schip is veel groter dan die van een normale scheepsconfiguratie. Er komt niet alleen ambacht bij kijken, maar ook veel classifiseringen en certificeringen. De standaarden zijn hoger op veiligheidsvlak en kwaliteit.’

De Petrojarl 1 was niet het eerste offshore-project van de scheepsbouwer. Derks: ‘Als Damen willen we meer van dit soort projecten gaan doen. Het idee is om dit type schepen in de toekomst wellicht zelf te gaan bouwen.’ Hij denkt dat daar zeker een markt voor is. ‘Vroeger kon het niet op in de olie- en gasmarkt. Overal was geld voor, ook voor de schepen en equipment. Nu is dat niet meer zo, de industrie is aan het omschakelen om voor lagere prijzen olie en gas te kunnen winnen. Daar horen ook goedkopere schepen bij.’

Volgens Smit zijn de offshore-projecten heel leerzaam geweest voor Damen om in te kunnen spelen op de markt. ‘We zien nieuwe facetten in de FPSO’s, LNG wordt hier de nieuwe markt. Kijk maar naar Shell die kort geleden de Prelude presenteerde. Dat is op dit moment het grootste drijvende object dat de mensheid heeft gebouwd.’ Op de Prelude wordt uit de zeebodem gewonnen gas vloeibaar gemaakt, het zogenaamde liquefied natural gas (LNG). Smit: ‘De hoop in de olie en gas is nog niet weg, maar de vraag is wel wat je er mee gaat doen.’