Twaalf vakmensen uit de Belgische chemie- en farmasector geven dit schooljaar een aantal uur per week les op het middelbaar onderwijs. Door enkele uren per week voor de klas te staan, kunnen ze hun praktijkervaring doorgeven, meer meisjes en jongens warm maken voor wetenschappelijke en technische studies of beroepen en het lerarentekort een beetje helpen verzachten.

Vakmensen uit het bedrijfsleven die naast hun job ook deeltijds lesgeven in het secundair onderwijs. Dat is duaal lesgeven in een notendop. Dit schooljaar start het eerste proefproject dat de weg kan vrijmaken voor een bredere uitrol de komende jaren. Zo geeft Steven Rusch, procesingenieur bij Janssen Pharmaceutica, vanaf deze maand het vak ‘Scheidingstechnieken’ aan de TSO-leerlingen van het 6de jaar Chemie en het 7de jaar Productie- en Procestechnologie en Chemische Procestechnieken in het Stedelijk Lyceum Eilandje in Antwerpen.

Praktische toepassingen

Het voordeel is dat leerling les krijgen van experts uit de chemie- en farmasector die de formules uit theoretische handboeken kunnen illustreren met praktische toepassingen. Bedrijven kunnen de wisselwerking met het onderwijs versterken en hun medewerkers een waardevolle educatieve ervaring bieden die hun loopbaan verrijkt. Middelbare scholen uit ASO (Algemeen Secundair Onderwijs) en TSO (Technisch Secundair Onderwijs) kunnen via duaal lesgeven dan weer een beroep doen op lesgevers met praktijkervaring die ze momenteel moeilijk vinden.

Proefproject

Duaal lesgeven is een twee jaar durend proefproject gelanceerd door Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits en Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts, uitgewerkt in nauwe samenwerking met onder andere sectorfederatie essenscia vlaanderen en de bedrijven uit de chemie en life sciences. Het initiatief ontvangt onder de projecttitel ‘Teach Up’ financiële steun vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) en de Vlaamse Overheid en wordt inhoudelijk opgevolgd door een expertenpanel van academici en vertegenwoordigers uit het onderwijsveld, het bedrijfsleven en de overheid.

De eerste lichting van twaalf pioniers in duaal lesgeven zijn afkomstig van zes pioniersbedrijven: BASF, Eastman, INEOS, Janssen Pharmaceutica, Pfizer en Vynova. Ze volgden eerst een verplichte didactische en pedagogische vooropleiding. Ze geven onder andere les in biotechnieken, chemie, mechanica, systeemhydraulica en toegepaste fysica.

Foto ter illustratie

De Nederlandse overheid stelt 2 miljard euro beschikbaar voor CCUS-project Porthos. Porthos wil CO2 van de industrie in de Rotterdamse opslaan in lege gasvelden onder de Noordzee. Dat meldt NOS.

De CO2 die door Porthos wordt getransporteerd en opgeslagen, wordt afgevangen door verschillende bedrijven. De bedrijven leveren hun CO2 aan een verzamelleiding die door het Rotterdamse havengebied loopt. Vervolgens wordt de CO2 in een compressorstation op druk gebracht.

De CO2 gaat per onderzeese pijpleiding naar een platform in de Noordzee, circa twintig kilometer uit de kust. Vanaf het platform wordt de CO2 in een leeg gasveld gepompt. De lege gasvelden bevinden zich in een afgesloten reservoir van poreus zandgesteente, ruim drie kilometer onder de Noordzee.

Naar verwachting wordt de eerste jaren van het project circa 2,5 miljoen ton CO2 per jaar opgeslagen. Porthos heeft samenwerkingsovereenkomsten getekend met vier bedrijven: Air Liquide, Air Products, ExxonMobil en Shell.

Eindelijk lijkt er een aanzetje voor een duidelijk industriebeleid in Nederland. ‘Nederland heeft de ambitie en de kans om de (Europese) vestigingsplaats te zijn voor duurzame (basis)industrie,’ stelt minister Wiebes van EZK 15 mei in een brief aan de Tweede Kamer. Een kabinetsvisie als aanzet voor industriebeleid?

Decennialang leken Nederlandse regeringen meer oog te hebben voor de dienstensector, dan voor de “vieze en gevaarlijke” industrie. Dat terwijl de Nederlandse economie ook voor een groot deel dreef op de industrie in en rond Rotterdam, Zuid Limburg, Zeeuws-Vlaanderen, het Noordzee-kanaal, de Eemsdelta en meer clusters. Als dat al werd onderkend, dan werd de industrie vooral gezien als noodzakelijk kwaad. Hooguit een moetje.

De afgelopen jaren zag ik regelmatig optredens van minister Wiebes, die daarover gelukkig net iets anders lijkt te denken. Dat bleek telkens weer als hij sprak voor een industrieel publiek, zoals bij het Deltalinqs Diner, de opening van nieuwe fabrieken of tijdens ons eigen congres Eemsdeltavisie 2019. Hij ziet wel een belangrijke rol voor de industrie, met name ook bij de energietransitie en het realiseren van de klimaatambities.

Mondjesmaat

Ook voor hem is dat regelmatig zwemmen tegen de maatschappelijke stroom in. Het imago liep de afgelopen jaren extra deuken op. De discussies over het klimaatakkoord, de plastic soup, mogelijke afschaffing van dividendbelasting, hoge salarissen in de top en meer deden het – toch al niet geweldige – imago van de industrie geen goed. Soms terecht, soms ook niet. Natuurlijk deed de industrie zelf pogingen om het imago wat op te vijzelen. Door te laten zien dat ze aan veel mooie producten bijdraagt. Dat auto’s lichter en dus zuiniger worden door kunststoffen en dat windmolens en zonnepanelen niet zonder composieten kunnen. Maar de boodschap kwam vaak niet aan.

En industriële bedrijven blinken doorgaans niet uit in transparantie. Ze werken vaak achter gesloten deuren aan energiezuinige processen en verschillende innovaties die fabrieken minder “vies en gevaarlijk”  maken. Dat komt maar mondjesmaat naar buiten. Veel te voorzichtig, of bang voor wat dan ook. De communicatie-afdelingen zitten vaak op dezelfde gang als legal. En meer dan eens zit het hoofdkantoor vast in de houdgreep van de aandelenbeurs of private equity. Open en enthousiaste vertegenwoordigers van bedrijven worden al gauw de mond gesnoerd. Dat is allemaal niet best voor het imago… Onbekend maakt onbemind.

Nieuwe realiteit

Je mag het misschien niet zeggen, maar de huidige coronacrisis is haast een reddende engel voor de industrie. Of op zijn minst een blessing in disguise. Het laat zien dat plastic veel meer is dan alleen het afval in de oceanen. Het materiaal kan ook levens redden en de basisindustrie blijkt vitaler voor de samenleving is dan vaak lijkt. Of zoals de minister het in zijn brief verwoordt: ‘De COVID-19-uitbraak heeft ons laten zien dat de basisindustrie ook tal van producten levert die noodzakelijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van besmetting en het behandelen van patiënten. Gezien de belangrijke functie in de keten behoren de beroepen in de basisindustrie tot de cruciale beroepsgroepen ten tijde van de COVID-19-uitbraak.’ De minister is alvast wakker.

Tegelijkertijd grijpt hij dit momentum handig aan om de vitale industrie te koppelen aan de uitdagingen op het gebied van het klimaat. ‘De Nederlandse basisindustrie heeft nu een goede positie op wereldwijde markten. De wereldwijde spelregels veranderen echter sterk door de invoering van klimaatbeleid. Uiteindelijk worden alle landen hierdoor geraakt; de toekomst van deze industrieën zal in belangrijke mate bepaald worden door de snelheid waarmee landen zich kunnen aanpassen aan deze nieuwe realiteit.’

Experts

Uiteraard gaan we nog heel wat discussies krijgen over de richtingen die de minister kiest. Met enige nuance kiest de minister wel een duidelijke lijn, waarbij hij oplossingen niet op voorhand uitsluit. In de discussie over CO2-opslag bijvoorbeeld: ‘Het kabinet zet in op grootschalige opwekking en omzetting van groene energiedragers (waterstof, groene elektriciteit) en verwerking van CO2 in nieuwe producten (CCU) of zolang dat niet kan CCS in lege gasvelden op zee.’

Voor het eerst sinds lange tijd laat een minister zien dat hij ook op de hoogte is van belangrijke nieuwe technologieën. Waterstof, groen gas, CCUS kon hij natuurlijk niet missen. Maar dat hij ook uitgebreide aandacht besteedt aan elektrificatie, elektrochemische conversie en chemische recycling geeft aan dat hij niet over één nacht ijs gaat, of in ieder geval aandachtig heeft geluisterd naar experts in de industrie.

Veertig tot vijftig miljard

Ook lijkt de minister het advies van Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur serieus te nemen. Dat presenteerde daags voor de brief van de minister een uitgebreid rapport. Daarin raadt ze aan om een centrale energie-infrastructuur te ontwikkelen en een gezamenlijk CCUS-netwerk aan te leggen. Daarnaast zou Nederland moeten investeren in een grensoverschrijdend waterstofnet. Het gaat bij deze investeringen in de infrastructuur al gauw om veertig tot vijftig miljard euro.

Of dat geld zo maar op de plank ligt, is natuurlijk zeer de vraag in deze bijzondere periode. Vast staat wel dat vitale sectoren in de huidige crisis veel zichtbaarder zijn geworden. De zorg, het onderwijs, de voedselvoorziening, maar ook de procesindustrie. En dat een stevig beleid en ook ondersteuning nodig is om deze sectoren te versterken en waar nodig ook richting te geven, moge ook duidelijk zijn.

Producent van hernieuwbare diesel uit afval- en reststoffen Neste streeft naar een koolstofneutrale productie in 2035. De nieuwe doelstelling is een aanvulling op Neste’s andere strategische klimaatdoelstelling om de uitstoot van broeikasgassen door klanten vanaf 2030 te verminderen met minstens 20 miljoen ton per jaar. 

‘We moeten ons inzetten om de directe klimaatimpact van onze eigen activiteiten te verminderen. Daarom hebben we een concrete mijlpaal gesteld om in 2035 een koolstofneutrale productie te realiseren. Dit is een enorme onderneming die nieuwe manieren van denken, innovatie en veel samenwerking vereist’, zegt CEO Peter Vanacker.

Gedetailleerd plan

Alle aspecten van de uitstoot van broeikasgassen in de productie van de Finse producent worden geanalyseerd. Het bedrijf heeft al meer dan vijftig verschillende maatregelen en acties geïdentificeerd om hun doel te bereiken. Zo wil Neste bijvoorbeeld:

  • Energie-efficiëntie centraal blijven stellen om het gebruik van brandstofgas, elektriciteit, waterstof en stoom bij de productie te optimaliseren. De verbeteringen bij de raffinaderij in Porvoo in 2020 zullen de productie-emissies met meer dan 100 kt CO2eq per jaar verminderen.
  • Het gebruik van groene stroom op haar productielocaties verhogen. Zo heeft Neste al toegezegd om in Finland windenergie te gaan gebruiken.
  • Nieuwe, minder vervuilende productiemethoden verkennen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van biogas of elektrolyse voor de productie van waterstof.

Neste werkt aan een gedetailleerder plan en tijdschema voor de uitvoering van de verschillende initiatieven met een duidelijke strategische richting: koolstofneutrale productie in 2035. Dit streven ligt in het verlengde van de ambitieuze doelstelling van Finland om tegen 2035 koolstofneutraal te zijn, en loopt vooruit op de respectieve doelstelling van de Europese Unie voor 2050. Het Finse bedrijf heeft in Nederland een productielocatie op de Maasvlakte.

Vanaf zomer 2022 is er in een gemiddeld jaar geen gaswinning meer nodig uit het Groningenveld. Dit heeft het kabinet al eerder besloten om de oorzaak van de aardbevingen aan te pakken. Nu blijkt dat er dit jaar een verdere verlaging van de winning mogelijk is: van de verwachte 11,8 miljard kubieke meter dit jaar naar 10 miljard kubieke meter per jaar.

Deze vermindering komt doordat een nog hogere stikstofinzet wordt gehaald. Daarnaast kon de gasopslag Norg verder worden verruimd. Ook de zachte winter speelt een rol. De jaarlijkse raming van de netbeheerder over de nog benodigde gaswinning uit het Groningenveld heeft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aan de Tweede Kamer gezonden.

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert een winning onder de 12 miljard kubieke meter in een gemiddeld jaar. Het kabinet blijft zoeken naar verdere mogelijkheden om de gaswinning te verlagen. Dit jaar kan de winning in het huidige gasjaar inderdaad nog verder beperkt worden. Dit kan bijvoorbeeld door hogere inzet van stikstof. Het bijmengen van stikstof maakt van hoogcalorisch gas het voor consumenten en industrie geschikte laagcalorische gas.

Verlaging gaswinning tot 3 miljard Nm3

Uitgaande van een gemiddeld temperatuurverloop is de benodigde gaswinning in het komend gasjaar 2020/2021 9,3 miljard Nm3. In het gasjaar 2021/2022 daalt de winning vervolgens tot circa 3 miljard Nm3. De winning kan vanaf het voorjaar 2022 naar nul. Het veld blijft daarna alleen nog enkele jaren nodig als reservemiddel om leveringszekerheid te borgen voor extreem koude situaties.

Gasunie Transport Services (GTS) geeft aan dat als de afbouw van de vraag volgens planning verloopt het veld in 2025/2026 definitief kan worden gesloten. Vanaf halverwege 2022 blijft er een aantal productielocaties standby. Alleen in een koud jaar is volgens GTS nog een klein restant, maximaal 0,5 miljard kubieke meter, nodig uit het veld. De sluiting en ontmanteling van productielocaties is al ingezet (zoals in Ten Post). Dit wordt de komende jaren voortgezet. Samen met de regio, TNO, toezichthouder SodM en de Mijnraad wordt uitgewerkt hoe op een verantwoorde wijze de overige clusters kunnen worden gesloten.

Dit alles laat zien dat het kabinet samen met alle partners alles op alles blijft zetten om de gaswinning zo snel mogelijk naar nul te krijgen.

 

 

Zonne-auto’s, zoals Lightyear worden wellicht de volgende generatie EV’s. Volgens Bonna Newman (TNO) hoeven deze auto’s over een paar jaar niet tien keer per maand te worden ingeplugd, maar gemiddeld vier keer. En in de zomer hoeft er – zelfs in Nederland – niet via de stekker te worden geladen. Kijk hier de talk terug die ze gaf tijdens  European Industry & Energy Summit, 11 december 2019 in Amsterdam. 

Het industriecluster Eemsdelta heeft een ambitieus doel: in 2050 duurzaam en CO2-neutraal produceren. Er zijn vele concrete en ook minder concrete ideeën die hieraan zouden kunnen bijdragen. Dat bleek ook uit de ingeleverde whitepapers voor de scenariowedstrijd Northern Back from the Future. De jury was het meest onder de indruk van het team ‘(Water)stof tot nadenken’. Zij gaan op studiereis naar Japan.

Met een heel degelijk en afgewogen white paper van team ‘(Water)stof tot nadenken’ wisten de drie young professionals en promovendi van TNO, Wageningen UR en TU Eindhoven: Tes Apeldoorn, Carina Nieuwenweg en Leon Rosseau de jury en de zaal te overtuigen dat hun visie het meest realistisch en innovatief is. Hun whitepaper ‘(Water)stof tot nadenken’ combineert verschillende hoopvolle ontwikkelingen tot een congruente en inclusieve verkenning.

Strijd

Tijdens Eemsdeltavisie 2019 op 16 oktober in Delfzijl was de spanning van de gezichten af te lezen. Wie zou de wedstrijd, met als prijs een studiereis naar Japan gaan winnen? De teams was gevraagd een visie op te stellen op basis van de Industrie-agenda met focus op 2050 en de resultaten van de Industrietafel Noord met het vizier op 2030 en deze informatie te vertalen naar natural steps. Welke interessante stappen zagen zij voor de korte en middellange termijn om vaart te maken met de klimaatambities richting 2030 en 2050?
De jury en het publiek kozen uiteindelijk het team ‘(Water)stof tot nadenken’. Zij namen het op tegen een team van werkstudenten van MAAK Techniek en Proces en een team van Avantium/Universiteit van Amsterdam.

Japan

Het team heeft een studiereis naar Japan gewonnen waar ze bij Kikkoman, Teijin Aramid en Yokogawa. Daarnaast mogen ze, net als de andere twee teams, ook een dag meevaren met zeilschip Ecolution. Dit schip is gebouwd in opdracht van oud-astronaut Wubbo Ockels. Het zeiljacht zit vol innovaties op het gebied van groene energie en moderne zeiltechnieken.

Wedstrijd Northern Back from the Future

De wedstrijd Northern Back From the Future wordt georganiseerd door Industrielinqs, de uitgever van Het nieuwe Produceren en Petrochem. Mede-initiatiefnemers zijn EemsdeltaGreen en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI). De wedstrijd wordt mede ondersteund door Chemport Europe, Groningen Seaports, Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta (SBE) en Chemiepark Delfzijl.

Lees hieronder de whitepapers van (Waterstof) tot nadenken en de twee andere finalisten.

Volgens minister Wiebes (Economie en Klimaat) is systeemintegratie de oplossing voor de energietransitie. Dat zei hij gisteren op ons congres Eemsdeltavisie in Delfzijl.

Dat sectoren los van elkaar staan, kan volgens de minister niet meer. ‘De tijd dat de industrie hier zat, de landbouw daar en elektriciteitsopwekking daar, is voorbij. De oplossing is systeemintegratie en dat wordt een hele klus. We moeten nog uitdenken hoe we dat gaan doen en dat moeten we met zijn allen doen.’

Wiebes geeft aan dat het noorden van Nederland een voorbeeld voor de rest van het land kan zijn. ‘Het is heel veel benadrukt dat als we ergens een transitie geloofwaardig zien gebeuren het in het noorden is. Hier moet de transitie tussen industrie, elektriciteits- en energieopwekking lukken vanwege de wind op zee en waterstof. Als we het hier verkloten dan lukt het nergens.’

Samenwerking

Het valt de minister op dat de samenwerking tussen de verschillende industrieën en lokale overheden in het noorden uitmuntend is. ‘Dat gaat hier geweldig goed. De industrietafel die we hier hadden voor het klimaatakkoord draait gewoon door. Daar wordt op allerlei samengewerkt. Ik heb denk ik wel met twintig bazen van lokale industrieën gesproken en allemaal vertelden ze alleen door samenwerking te kunnen doen wat ze doen. Dat is ook logisch. Zo zit het transitievraagstuk ook in elkaar. Alles moet je op elkaar aansluiten en niks kan je meer los van elkaar zien.’

Air Liquide Rozenburg won onlangs de VOMI Safety eXperience Award. Een goede sfeer, laagdrempeligheid en het hebben van een dagdienstploeg zijn volgens André Rekveld en Rob Laarman de elementen die zorgen voor een veilige werkomgeving. Maar van achterover leunen en vergenoegd genieten van deze winst is er niet bij. Laarman: ‘Het is geen groot sporttoernooi met de winst als ultiem eindresultaat. Voor veiligheid moet continu aandacht zijn.’

Lees het volledige artikel in de digitale Petrochem!

 

Emerald Kalama kiest Rotterdam als locatie voor haar Europees hoofdkantoor. Het nieuwe kantoor dient als centrale hub gericht op het bedienen van klanten in Europa, het Midden-Oosten en Afrika.

Emerald Kalama heeft al een grote productiefaciliteit in de Botlek. Daarom is Rotterdam volgens het bedrijf een strategische locatie waar productie, logistiek, management, verkoop en klantenservice elkaar versterken.

De Rotterdamse productiefaciliteit telt momenteel ongeveer 150 medewerkers. Het produceert benzoëzuur, benzaldehyde en gerelateerde downstream-producten. Deze worden gebruikt als bestanddeel voor voedingsmiddelen, cosmetica, huishoudelijke verzorgingsproducten, kleefstoffen en verven.

Emerald werft momenteel voor zo’n tien functies in het Europees hoofdkantoor, dat in de herfst van 2019 open gaat.