Voor Vlaanderen en Nederland liggen er voldoende kansen in de energietransitie. Zeker als ze de samenwerking opzoeken, bijvoorbeeld op het gebied van waterstof, CCS en wind op zee. Nederlandse consul-generaal in Antwerpen Bert van der Lingen: ‘Het zou mooi zijn als we op dit vlak een bescheiden rol kunnen spelen door partijen bij elkaar te brengen.’

Volg je Bert van der Lingen op LinkedIn, dan vallen een paar zaken op. Zo is de Nederlandse consul-generaal in Antwerpen benaderbaar, zichtbaar en open. Zeker voor een diplomaat die naar eigen zeggen eigenlijk liever op de achtergrond opereert. ‘Het moet daarom wel functioneel blijven’, voegt hij er direct aan toe.

Ook is er een patroon te herkennen in zijn berichten en reacties. Veel gaan over technologische ontwikkeling, energietransitie en samenwerking op deze gebieden. Een diplomaat met voorliefde voor techniek; geen dagelijkse combinatie. ‘Ik zie momenteel veel interessante ontwikkelingen. Heel gaaf allemaal. Daar reageer ik proactief op en ik wil ook contacten leggen waar dat kan, uiteraard binnen de afgesproken bevoegdheden.’

Trilaterale initiatieven

In zijn vorige betrekking als Nederlands ambassadeur in Litouwen – tot september 2018 – toonde hij al zijn voorliefde. Daar stond energietransitie hoog op zijn agenda. Zo haalde hij in Nederland kennis op voor de aanleg van een infrastructuur voor vloeibaar aardgas in Litouwen. Ook dacht hij mee over een value chain voor getorreficeerde biomassa van de Baltische staat naar Nederland en de kansen van wind op zee voor Nederlandse bedrijven.

Bert van der Lingen: ‘In het Vlaamse regeerakkoord wordt Nederland maar liefst zestien keer genoemd.’

Toen twee jaar geleden de post van Nederlandse consul-generaal in Antwerpen voorbij kwam, greep hij die dan ook met twee handen aan. Want waar zijn er meer mogelijkheden voor gezamenlijke transitie dan bij twee buurlanden?

De post is ook nog eens in de enorme Antwerpse industriehaven. Aanknopingspunten te over. Bert van der Lingen: ‘België is na Duitsland de tweede handelspartner van Nederland, nog voor Frankrijk en Groot-Brittannië. En 86 procent van de meer dan 50 miljard goederenexport gaat naar Vlaanderen, waaronder ook naar de regio Antwerpen.’ Er is in Vlaanderen ook behoefte aan samenwerking met Nederland. Van der Lingen: ‘Wist je dat Nederland in het Vlaamse regeerakkoord maar liefst zestien keer wordt genoemd?’

Er is duidelijk momentum voor meer samenwerking tussen Nederland, Vlaanderen en ook Noordrijn-Westfalen. Zo zijn er ambitieuze initiatieven. Van der Lingen: ‘Denk aan de Trilaterale Chemiestrategie die in 2018 is begonnen. Daarin werken Nederland, Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen samen in drie werkgroepen. Op het vlak van innovatie heeft Nederland de lead, Vlaanderen heeft het voortouw op het gebied van energie en feedstocks en Noordrijn-Westfalen op het gebied van infrastructuur.’

Contacten

Hij besloot om er daarom nog een keer vol voor te gaan; over twee jaar gaat Van der Lingen met pensioen. En dan kan hij zich met zijn voorliefde voor transitie en technologie geen beter sluitstuk wensen. ‘Echt een fantastische uitdaging.’ Hoewel het maar weinig had gescheeld of het consulaat-generaal in Antwerpen had niet meer bestaan. In 2013 dreigden bezuinigingen er een einde aan te maken. Maar onder andere VNO-NCW was het daar niet mee eens, vanwege het enorme economische belang. ‘Uiteindelijk zorgde een motie in de Tweede Kamer ervoor dat het consulaat-generaal open bleef.’

Maar wel met een hoofdzakelijk economische inslag. Geen uitgifte van paspoorten meer. ‘Gelukkig hebben we nog wel culturele taken. Want onderschat niet de rol van culturele uitwisseling. Ook niet bij uitwisselingen op zakelijk vlak. Er wordt vaak gezegd dat het in Nederland om contracten gaat en in Vlaanderen om contacten, maar zo scherp is het onderscheid allang niet meer.’ Juist door uitwisseling zijn de verschillen volgens Van der Lingen steeds minder groot en worden ze in ieder geval gemakkelijker overbrugd.

Silver bullet

De consul ziet tal van interessante perspectieven op het gebied van samenwerking. Helemaal op het gebied van energietransitie. Neem bijvoorbeeld waterstof. Van der Lingen: ‘Als je ziet hoeveel plannen er momenteel zijn op het gebied van waterstof. Alleen al in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan NortH2, het ambitieuze plan dat Groningen Seaports, Gasunie en Shell in februari presenteerden.’ Hij volgt de ontwikkelingen op de voet. Haalt verschillende rapporten en plannen aan. Enthousiast en geïnteresseerd.

Hij ziet nu ook verschillende andere landen met interessante vergezichten komen. De Duitse regering heeft bijvoorbeeld ook een waterstofplan van negen miljard euro gepresenteerd. Op het gebied van transport en productie kunnen Nederland en Vlaanderen daarbij zomaar een belangrijke rol spelen. Denk aan een verbindingen vanuit Nederland en Vlaanderen naar het Ruhrgebied.

Ook Frankrijk, Spanje, Portugal en bijvoorbeeld Marokko hebben sinds kort grote ambities op het gebied van waterstof. Niet verwonderlijk. Hoe zuidelijker je komt, des te goedkoper zonne-energie is op te wekken, waardoor waterstof daar ook goedkoper kan worden geproduceerd. En er kan aan de rest van Europa worden geleverd. Van der Lingen: ‘Vooropgesteld dat waterstof niet de silver bullet is, kan het gas wel een belangrijke rol spelen bij de transitie die nodig is. En de komende tien jaar kunnen op dat vlak enorme stappen worden gemaakt.’

Waterstof-backbone

Goed dat die plannen er zijn, maar het zou nog veel beter zijn als ze niet op zichzelf blijven staan. ‘Als diplomaat zoek ik altijd de verbinding. Het zou mooi zijn als we ook op dit vlak als consulaat-generaal een bescheiden rol kunnen spelen door partijen bij elkaar te brengen. Ik heb al plannen gezien voor waterstofpijpleidingen tussen Noord-Afrika en Zuid-Europa. Met alle plannen samen worden de contouren zichtbaar van een Europese waterstofinfrastructuur tot aan Scandinavië.’

Nederland en Vlaanderen kunnen in het centrum van deze infrastructuur terecht komen. Daarbij kan het van enorm belang zijn dat hier al een uitgebreide gasinfrastructuur ligt. ‘Het doet me deugd dat Gasunie en het Belgische Fluxis nauw betrokken zijn bij het plan voor een Europese waterstof-backbone, dat half juli werd gepresenteerd, samen met negen andere Europese gasinfrastructuurbedrijven.’

De bedrijven voorzien vanaf medio 2020 een geleidelijke ontwikkeling van een pijpleidingnetwerk dat in 2030 een totale omvang van 6.800 kilometer bereikt en dat waterstofclusters met elkaar verbindt. In 2040 moet er een waterstofnetwerk van 23.000 kilometer liggen, dat voor 75 procent bestaat uit omgebouwde aardgasleidingen. Uiteindelijk zullen er twee parallelle gastransportnetwerken ontstaan: één speciaal voor waterstof en één voor (bio)methaan. Deze aankondiging kwam een week nadat de Europese Commissie haar waterstofstrategie bekend heeft gemaakt. Daarin benadrukt de Commissie dat er een specifiek waterstofleidingnetwerk moet komen.

Koplopers

Van der Lingen ziet ook kansen voor de toeleverende industrie in Nederland en België. De ambitieuze waterstofplannen kunnen bijvoorbeeld niet zonder een enorme groei van wind op zee. Sowieso worden er de komende decennia enorm veel windparken bijgebouwd. In de Noordzee, maar ook in de rest van de wereld. ‘Prognoses van de IEA gaan uit van een toekomstige mondiale offshore capaciteit van 3,1 terawatt. Alleen al op het Nederlandse deel van de Noordzee zal de capaciteit tot 2030 meer dan verelfvoudigen. Onder andere Duitsland, de VS en Denemarken zijn sterk in de productie van windturbines en respectievelijk -molens. Nederland en Vlaanderen zijn echter mondiale marktleiders op het gebied van waterbouw op zee, met hun grote contractors voor de offshore. Die nemen nu ook het plaatsen en onderhouden van windparken op zich. Door meer samen op te trekken kan die positie alleen maar beter worden.’

Honderd jaar

Er liggen ook kansen voor de maakindustrie. Hij haalt daarbij het rapport van onder andere FME aan, waarin mogelijkheden voor de productie van elektrolyzers in worden beschreven. ‘Denk ook aan de recycling van de rotorbladen van windmolens.’ Een uitdaging op zich. Ze bestaan uit vezelversterkte composieten, die net zo moeilijk zijn te recyclen als bijvoorbeeld multilayer verpakkingen. ‘Nu al kan het gerecyclede materiaal worden gebruikt als versterking van bijvoorbeeld beton.’

Maar het is mooier als er hoogwaardigere bouwstenen uit worden gehaald, weet Van der Lingen. ‘Via pyrolyse bijvoorbeeld. Ik zie hier kansen voor recyclingbedrijven, bijvoorbeeld bij North Sea Port in Vlissingen.’
Vlaanderen

‘Onderschat niet de rol van culturele uitwisseling. Ook niet bij uitwisselingen op zakelijk vlak.’

Van der Lingen kent ook de plannen om van de Noordzee een “energiezee” te maken. Daarin kan de bestaande offshore-infrastructuur een belangrijke rol spelen. ‘Windenergie zal lang niet altijd in de vorm van elektronen aan wal komen, maar ook als moleculen.’ Op afgeschreven platforms, die anders moeten worden afgebroken, kunnen waterstoffabrieken worden gebouwd. ‘De gasinfrastuctuur in de Noordzee kan een belangrijke rol spelen bij het transport van waterstof. Het leidingennet kan nog wel honderd jaar mee.’

CO2-footprint

Een deel van de infrastructuur kan ook worden ingezet voor transport van CO2, om die op te slaan in lege gasvelden (carbon capture and storage, CCS red.). Op dat vlak zijn er ook interessante initiatieven voor een Vlaams-Nederlandse samenwerking. Door bijvoorbeeld de Antwerpse industrie aan te sluiten op het enorme Rotterdamse Porthos-project voor CCS. ‘Dat is echt een positief verhaal. Er kunnen tot 2050 enorme hoeveelheden CO2 worden opgeslagen in lege Nederlandse olie- en gasvelden, waardoor ook de CO2-footprint van de Antwerpse industrie enorm kan worden verlaagd. Er is zelfs sprake van een mogelijke verbinding met het Athos-project in de IJmond.’ Mogelijkheden genoeg in ieder geval.