Mijnbouwondernemingen in Nederland moeten meer aandacht besteden aan veiligheid na het sluiten van een winningslocatie. Dat stelt Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in haar jaarverslag van 2019.

Energiewinning gaat met risico’s gepaard: tijdens de winning, maar ook na afloop van de winning. Tijdens de energiewinning nemen ondernemingen de eisen die aan hen worden gesteld serieus. Ze besteden veel energie aan de veiligheid en de bescherming van het milieu. Volgens SodM blijkt die aandacht in de nazorgfase echter niet altijd voldoende.

In Limburg beweegt bijvoorbeeld de bodem nog steeds plaatselijk door steenkoolwinning uit het verleden. En in Groningen blijven aardbevingen ook voorkomen na het stoppen van de gaswinning. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de stabiliteit van afgesloten zoutcavernes in de diepe ondergrond in de verre toekomst niet vanzelfsprekend is.

In 2019 vroeg SodM meer aandacht voor de lange termijn-nazorg van gasvelden, zoutcavernes en de steenkolenwinning. In 2020 gaat SodM daarmee door. Het is nu belangrijk, omdat nieuwere, duurzamere energiebronnen zoals geothermie en windenergie op zee een flinke vlucht nemen. De veiligheid voor de mens en de bescherming van het milieu moeten ook in de nazorgfase in deze nieuwe sectoren voldoende zijn geborgd.

Gemeente Den Helder gaat een partnership aan met New Energy Coalition (NEC). Deze organisatie helpt met diverse partners de energietransitie versnellen. Op 16 januari 2020 vond de officiële ondertekening plaats. De betrokken partners willen samen slimme oplossingen in de energietransitie realiseren. De overeenkomst wordt in eerste instantie aangegaan voor twee jaar en loopt van 1 januari 2020 tot 1 januari 2022.

Noord-Holland Noord heeft uitstekende vooruitzichten om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van waterstof tot een succes te maken. Inzetten op waterstof biedt perspectief de regionale economie te versterken door bestaande en potentiële knelpunten in de huidige energie-infrastructuur aan te pakken en met belangrijke positieve uitstraling naar het omringende gebied. Dat zal een van de acties van de samenwerking zijn.

Waterstofprogramma Noord-Holland Noord

Kees Visser, wethouder energietransitie Noordzee: “Den Helder heeft een strategische positie in het hart van de nieuwe energie-ontwikkelingen. Met deze samenwerking zijn we bijvoorbeeld rechtstreeks betrokken bij de uitvoering van het waterstofprogramma Noord-Holland Noord. Door aan te sluiten bij dit netwerk staan we vooraan bij de ontwikkelingen die op ons afkomen en kunnen we er deel van uitmaken.”

Volgens de gemeente Den Helder is met name het ‘aan land komen’ van de NAM-pijpleidingen een belangrijke troefkaart. “Met deze pijpleidingen komt Noordzee-gas aan land bij Den Helder bij het grootste gasbehandelingsstation van Europa. Die infrastructuur biedt kansen om in de toekomst waterstof die op de Noordzee is geproduceerd, naar land te transporteren. Daarnaast biedt die infrastructuur kansen voor transport en opslag van CO2 naar lege gasvelden op de Noordzee”, volgens communicatie-adviseur Marja de Wit van de gemeente Den Helder desgevraagd.

Olie- en gaswinning nog belangrijk

De inzet op waterstofeconomie is verbonden met de opwekking van duurzame energie op de Noordzee in wind- en zonneparken. Voor de nabije toekomst blijft ook de olie- en gaswinning op de Noordzee, in samenwerking met NOGEPA (Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie) nog van belang voor de energievoorziening.

Den Helder zet zich in voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Zo had de stad vijf jaar geleden het voornemen 20% van de energiebehoefte uit duurzame energie te halen. Hiervoor werd ingezet op 35 ha oppervlakte bestemd voor zonnepanelen. Met als doel om wonen, werken en reizen ook in de toekomst mogelijk te maken. Als partner van New Energy Coalition biedt Den Helder haar expertise, kennis en middelen aan ter ondersteuning van het gezamenlijke doel: optimaliseren van de energietransitie.

New Energy Coalition brengt partijen samen en jaagt met haar partners tal van projecten aan die bijdragen aan de energietransitie. ‘We staan voor een enorme opgave in ons land – en daarbuiten. Met de Gemeente Den Helder willen we de kansen die juist hier liggen op het gebied van o.m. waterstof, groen gas en wind-op-zee, verzilveren,’ aldus Harold Veldkamp, operationeel directeur van de coalitie.

Het Groningen gasveld was jarenlang de cash cow van Nederland en ruggengraat van de Nederlandse energievoorziening. Toen in 1995 duidelijk werd dat de natuurlijke druk van het veld zou afnemen, besloot de NAM deze kunstmatig op te voeren. Om dit te kunnen realiseren riep het bedrijf Groningen Long Term (GTL) in het leven. Idee was om de bestaande clusters te voorzien van compressoren. Om dat mogelijk te maken moesten twintig clusters een grondige renovatie ondergaan.

Behalve drukverhoging, wilde NAM ook een modernisering van de gaswinningslocaties. Als laatste wilde het bedrijf installaties op afstand kunnen bedienen. Het twee miljard kostende project was naast de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn een van de grootste infrastructuurprojecten die Nederland sinds lange tijd had gezien.

De uitvraag van het multidisciplinaire project mondde uit in een redelijk unieke samenwerking. NAM vroeg geïnteresseerde partijen om als consortium in te schrijven. Hoofdaannemer Stork Engineers & Contractors, later Jacobs Engineering, wist in 1997 een keur aan partners samen te brengen die in het dagelijkse leven ook concurrenten van elkaar konden zijn. De betrokken partijen Stork Industry Services, Siemens, Siemens Industrial Turbomachinery, Jacobs Engineering en Yokogawa richtten een vof op waarin ze als gelijkwaardige partners acteerden. Juist die gelijkwaardigheid lag ten grondslag aan het succes van het project, dat ook werd erkend door de jury van de Petrochem Projectprijs.

Partners

Opvallend in het project was dat er een aantal nieuwe technieken voor het eerst werd toegepast. Zo zette Siemens voor het eerst 23 megawatt compressoren in met magnetische lagers. Deze hadden als voordeel dat ze een heel groot operationeel bereik hadden, veel minder geluid produceerden en ook niet hoefden te worden gesmeerd.

Het besturingssysteem kwam van Yokogawa dat gelijk het grootste DCS-systeem sinds zijn geschiedenis leverde. Maar misschien de grootste innovatie was de projectaanpak. Omdat de gasproductieclusters veel op elkaar leken, zat er een zekere herhaling in de projecten. De partners hadden afgesproken het programma per cluster aan te pakken. Voordat men aan de tweede cluster begon analyseerden de partners wat er goed ging tijdens de eerste en wat er beter kon. Zo konden ze de geleerde lessen meenemen naar het volgende cluster. Met name de engineering van Jacobs en de uitvoering van Stork werden steeds gestroomlijnder waardoor de oplevering van de project steeds eenvoudiger en sneller ging. De vijf partners zaten ook fysiek onder één dak, wat het mogelijk maakte om buiten de eigen kaders mee te denken over projectoptimalisaties.

Blauwdruk

In 1997 begon het consortium met de renovatie van winningslocatie Tjuchem. Dit werd de blauwdruk voor de andere clusters. Daarna werden alleen nog wijzigingen doorgevoerd als ze significante en aantoonbare voordelen meebrachten. Het tweede cluster, in Bierum, werd drie jaar later opgeleverd. Maar daarna ging het hard. Met de geleerde lessen lukte het om jaarlijks drie clusters op te leveren. En op 25 september 2009 leverde het consortium het laatste cluster, Slochteren, op aan de NAM. Daarmee namen de partijen echter geen afscheid van hun opdrachtgever, al was het maar omdat er nog een 25 jarig onderhoudscontract lag.

Het succes smaakte echter naar meer en de vijf partners opperden om de ondergrondse opslag in Grijpskerk en Norg, het tankerpark in Delfzijl en de ondergrondse leidingen in beheer te nemen. NAM had al plannen klaarliggen om de opslag in Norg uit te breiden en via een dertig kilometer lange pijpleiding te koppelen aan de Groningen clusters.

GLT Plus

De lang gekoesterde voortzetting kwam er. In 2010 sloot het consortium onder de naam GLT-Plus een nieuw servicecontract af met NAM. Inmiddels is de situatie rondom het Groningenveld behoorlijk veranderd. Al in 1986 voelden de bewoners van Assen op Tweede Kerstdag een aardbeving. Men vermoedde toen dat er een relatie bestond met de gaswinning in het gebied. Sindsdien is het aantal aardbevingen toegenomen. Als in 2014 een aardbeving van 3,6 op de schaal van Richter wordt gemeten in Huizinge, betekent dit een kantelpunt in de politieke besluitvorming rondom het gasveld. De overheid besloot dan ook meerdere malen de gaskraan verder dicht te draaien.

Kosten besparen

De reactie van de partners op de veranderde marktomstandigheden bevestigt volgens managing director Sebastiaan van der Wal van GLT-Plus de kracht van het raamcontract. ‘Het idee van een dergelijk contract is dat je mee veert met de omstandigheden. Je deelt als volwaardige partners zowel de lusten als de lasten. We hebben de organisatie dan ook behoorlijk omgegooid en zochten direct naar mogelijkheden om dezelfde kwaliteit en veiligheid te kunnen garanderen tegen lagere kosten.’

De afronding van het Stork GLT-project luidde indirect de facility development asset Groningen (FDAG) fase in. De gewenste scope-uitbreiding kwam er. Bovendien werd direct gesproken over een tweede compressiefase. Men verwachtte namelijk dat de druk in het veld op den duur zo laag zou worden dat een tweede compressor nodig was.

Van der Wal: ‘Ook hier kozen we voor een aanpak waarbij we eerst een vooruitgeschoven project uitvoerden. Nog voordat NAM hem daadwerkelijk nodig had. De projectervaringen namen we mee naar de volgende productiefaciliteiten. We startten de voorbereidingen in 2011 om in 2013 de eerste second stage compressor op te leveren op productielocatie Schaapbulten. Helaas is het daarbij gebleven. De omstandigheden waren inmiddels dermate veranderd dat we de kracht van het partnership konden beproeven. De productie van de velden ging naar beneden, en daarmee ook de inkomsten van NAM. De uitgaven voor het verstevigen van woningen stegen echter, waardoor de kostendruk voor het bedrijf behoorlijk toenam.’

Het consortium sprong eigenlijk redelijk natuurlijk in op de veranderde omstandigheden. ‘We zijn direct bij elkaar gaan zitten om te kijken waar we konden bijdragen en riepen een aantal werkgroepen in het leven om kosten te besparen. Het uitgangspunt was dat we niet wilden inleveren op kwaliteit en veiligheid. We startten een campagne waarbij we goede besparingsideeën met elkaar deelden door er een flyer van te maken. We konden ze uiteindelijk bundelden in een behoorlijk dik boek.’

Een van de uitdagingen was bijvoorbeeld dat de veldapparatuur verouderde. Hoewel de apparatuur zelf het nog prima deed, zat de uitdaging vooral in de software en de softwarekennis. ‘Door die kennis bij te spijkeren voorkwamen we een dure investering, met behoud en borging van de veiligheid.’

Hetzelfde geldt voor de magnetische lagers. De controllers die het magneetlagersysteem regelden waren ook verouderd. ‘Er waren geen reserveonderdelen meer verkrijgbaar en we zouden een nieuwe generatie controllers moeten kopen en implementeren. Dit zou tientallen miljoenen kosten. We besloten alternatieve routes te onderzoeken om toch aan reservecontrollers te komen. Siemens bood toen samen met haar leverancier Waukesha aan de oude NGC-controller te herontwikkelen. De verouderde technologie werd samengesteld uit componenten die nog wel op de markt verkrijgbaar waren.’

Nieuwe fase

Inmiddels is het raamcontract met GLT-Plus per 31 december 2020 opgezegd. NAM wil het onderhoud van al zijn
landassets onderbrengen in één OneShore organisatie zoals zijn offshore assets in OneGas. Van der Wal: ‘De veranderende omstandigheden noodzaken NAM om anders met zijn assets om te gaan. Ze gaan dan ook hun portfolio herschikken. We kregen van NAM wel duidelijk te horen dat ze het contract alleen maar opzegden omdat de inhoud niet meer passend was, niet vanwege de prestaties. We zullen dan ook zeker als consortium bieden op het landcluster. We willen twintig jaar ervaring inzetten om ook onder de nieuwe omstandigheden nog jaren de gasvelden te servicen zodat NAM deze kan blijven inzetten in de veranderende energiemarkt.’

We hebben de komende decennia in Nederland nog gas nodig. ‘Vooral offshore liggen er veel kansen en die moeten we absoluut blijven ontwikkelen.’ Aan het woord is production unit manager offshore Lennard Luijt van de NAM. Hij is verantwoordelijk voor de gehele operatie op de Nederlandse Noordzee van het gasbedrijf. ‘Ik wil dat offshore Nederland de kweekvijver is voor de energietransitie van gas naar nieuwe energievormen.’

Offshore is de plek waar de energietransitie volgens Lennard Luijt (42) moet gebeuren. ‘De infrastructuur is er, we moeten door met nieuwe energievormen.’ Als production unit manager is hij verantwoordelijk voor de gehele operatie op de Noordzee van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Daaronder vallen acht bemande en negentien onbemande platforms. Hij vindt dat gas een belangrijke rol heeft in de energietransitie. ‘Ik ben echt gepassioneerd over de mogelijkheden van gas. Ons bedrijf is zich aan het positioneren om de energietransitie mogelijk te maken.’

Verduurzaming offshore

Zo werkt NAM aan de verduurzaming van zijn offshore-platformen. Een concreet project is het elektrificeren van het platform bij Ameland. Er is een kabel getrokken van het midden van het eiland naar de NAM-locatie aan de oostkant van Ameland. Het plan is om deze kabel door te trekken naar het offshore Amelandplatform. De planning is om het project in 2022 af te ronden. ‘Dat is snel’, zegt Luijt. De elektrificatie van de productie-unit op Ameland en het Ameland-platform levert uiteindelijk een reductie van 600.000 ton CO2-uitstoot op.

Daarnaast bereiden het Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN gezamenlijk carbon capture usage & storage (CCUS) voor. Bijvoorbeeld in het project Porthos, dat staat voor Port of Rotterdam CO₂ Transport Hub & Offshore Storage. Het project is een publiek-private samenwerking en moet afgevangen CO₂ uit de industrie gaan transporteren naar – en opslaan in – uitgeproduceerde gasvelden diep onder de Noordzeebodem. De uitgeproduceerde offshore-velden en -infrastructuur van NAM zijn geschikt voor deze CO2-opslag.

Grootste gevaar

We hebben veel technische kennis, stelt Luijt. ‘De uitdaging van de transitie wordt dan ook niet het bedenken van nieuwe dingen, maar het realiseerbaar maken ervan.’ Daarom is hij zijn teams aan het klaarstomen voor de toekomst. ‘We doen veel trainingen om multi-skilled medewerkers te krijgen, zodat we echt klaar zijn voor de transitie.’ En daar zit meteen ook zijn grootste uitdaging: het vinden van technisch personeel op mbo- en hbo-niveau. ‘Iedereen is op zoek, maar de mensen zijn er niet. Dat is het grootste gevaar.’ NAM is daarom erg actief werknemers aan het zoeken om de energietransitie mede vorm te kunnen geven. Ze doet dit onder meer door technische studenten uit te nodigen voor ‘The Offshore Experience’. Deze dag staat in het teken van offshore werken, op het gebied van gaswinning en nieuwe energiebronnen.

Creatief

Wat zeker helpt, is dat de offshore-wereld volgens Luijt een enorm innovatieve omgeving is. Zijn collega’s zitten twee weken op het platform en zijn dan weer twee weken vrij. ‘Je zit daar. Als er iets gebeurt, kan je bellen, maar meestal moet je het als team op zien te lossen. Je ziet dat mensen daardoor veel creatiever en innovatiever zijn, want ze moeten het doen met de middelen die er zijn. Dat is het leuke van die omgeving. En het is een werkplek zonder veel rangen en standen. ’s Avonds zit je meestal met zijn allen naar dezelfde tv te kijken.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

Noordzee

Het beeld dat de meeste mensen van de offshore-wereld hebben, klopt volgens Luijt dan ook niet. ‘Iedereen heeft in films gezien dat het rough and tough is, maar dat is helemaal niet zo. In een kantooromgeving werk je acht uur met je collega’s, je gaat naar huis en leeft je eigen leven. Offshore leef je 24 uur per dag, twee weken lang met je collega’s samen. Het sociale aspect daarvan wordt vaak onderschat. Het teamgevoel is in het offshoreleven vele malen groter dan op land. Mijn mensen zijn enorme teamspelers. Als je op zee zit en er gebeurt iets in je leven, dan kan je alleen terugvallen op jouw hmi (hoofd mijnbouw installatie, verantwoordelijke op het eiland, red.) en de hmi kan weer alleen op mij terugvallen.’

Diversiteit

Luijt vliegt elke maand naar een ander platform. ‘Dat doe ik bewust, want verschil kan je alleen maken met de mensen in het veld.’ Hij vindt het leuk dat hij in dit werk met veel verschillende nationaliteiten, afkomsten en soorten mensen te maken heeft. De NAM kiest daar ook duidelijk voor, vertelt hij. ‘In het aannamebeleid spelen diversiteit en inclusiviteit een zeer belangrijke rol. Op dit moment worden drie vrouwen opgeleid tot hoofd mijnbouw installatie (HMI), oftewel de baas van het platform. Je ziet nu nog weinig vrouwen in dit soort rollen en dat vind ik enorm jammer. Teams worden veel krachtiger als je er een brede diversiteit van mensen in hebt zitten. Daar geloof ik heel sterk in.’

Lennard Luijt

Als voorbeeld noemt hij zijn managementteam. Dat zijn mensen die juist niet op hemzelf lijken. ‘Daar kies ik bewust voor. Je merkt dat zo’n team door de diverse samenstelling en brede ervaring goed raad weet met onverwachte zaken op een platform. Je kunt ook veel meer met elkaar spelen en brainstormen. Het leuke is dat nu de drie vrouwen die worden opgeleid tot HMI dit in hun omgeving delen, ik steeds meer vragen van vrouwen krijg of het voor hen ook mogelijk is.’

Kennis uitwisselen

Voor de energietransitie is echter meer nodig dan de creativiteit en diversiteit van de werknemers van de NAM. ‘We moeten samenwerken met anderen’, zegt Luijt. ‘Consortia moeten de transitie inzetten. Het kan niet zo zijn dat één bedrijf dat doet. Kijk alleen al waar wind en gas elkaar op gaan zoeken, daar zitten verschillende partijen tussen en die moeten samen werken. Op de Noordzee kan alles perfect aan elkaar worden gelinkt, daar ligt een infrastructuur. Daar moeten we elkaar gaan vinden. Ik zie ook al dat iedereen elkaar veel meer op zoekt. We moeten veel creatiever kijken, anders gaat het te lang duren. In je eentje red je het niet. Vroeger waren bedrijven veel meer gesloten. Nu praten we zelfs als gasbedrijven onderling meer samen. Dat is leuk om te zien. We zijn veel opener naar elkaar. Ook praten we veel meer met onze stakeholders en spelen we een belangrijke rol in steeds meer samenwerkingsverbanden.’

Verschil maken

Luijt wil dat offshore-Nederland de kweekvijver wordt van de energietransitie van aardgas naar nieuwe energievormen. ‘Wij onderzoeken mogelijkheden met waterstof en CO2-opslag en dit is de omgeving om het te doen. Op zee is er ruimte. De kansen die er liggen, hebben meteen een grote impact op de klimaatdoelstellingen, zonder veel impact op de directe omgeving van mensen. Als je ergens het verschil kunt maken, dan is het wel offshore.’

Toekomst

Gas uit Nederlandse kleine velden blijft zeker nog jaren nodig om Nederland van energie te voorzien. Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) schreef in mei 2018 een brief over gaswinning aan de Tweede Kamer waarin hij aangaf de investeringsaftrekregeling voor de opsporing en winning van kleine gasvelden te willen verbeteren. De investeringsaftrek is aangekondigd, maar is er een jaar later nog steeds niet. De maatregel kan volgens Luijt een positief effect op het investeringsklimaat hebben. ‘Hij is van groot belang om nieuwe investeringen in de opsporing en winning van kleine gasvelden op het Nederlandse deel van de Noordzee mogelijk te maken. Daarmee kan de infrastructuur die er is goed worden benut voor de productie van Nederlands aardgas en kan er ook voor worden gezorgd dat de infrastructuur beschikbaar blijft voor de energietransitie.’Luijt ziet veel positieve ontwikkelingen offshore. Met de naderende sluiting van het Groningen-gasveld, wordt gaswinning op zee nog belangrijker. Ook biedt de Noordzee andere energiebronnen die een enorme impact zullen hebben op de klimaatdoelstellingen en werkgelegenheid. ‘Ik geloof er dan ook in dat we een grote bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie. De toekomst ligt op zee.’

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?

Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

 

Nu we in de toekomst van het gas af moeten en er al steeds minder gas uit het Groningen-veld mag worden geproduceerd, is de NAM bezig om zich te heroriënteren als energiebedrijf. Er wordt onder andere gekeken naar geothermie en waterstof. Binnen twee tot drie jaar gaat industriële geothermie plaatsvinden. Dat vertelde directeur Johan Atema deze week tijdens een bijeenkomst in Den Helder.

Zolang het mogelijk is, wil NAM gas blijven produceren. ‘Gas is nog lang nodig. Maar ook in de toekomst willen we een energiebedrijf blijven en kijken hoe we Nederland kunnen blijven voorzien van energie.’ Het bedrijf richt zich daarbij niet alleen op gas, maar kijkt naar alternatieven.

Directeur Johan Atema.

Geothermie

Zo wordt onderzocht of platforms in de Noordzee kunnen worden gebruikt om met behulp van windenergie groene waterstof te maken. Verder is het bedrijf bezig met geothermie, waarbij bestaande warmte uit aardlagen op dieptes tussen de vijfhonderd en vierduizend meter wordt gewonnen. Atema: Wij kunnen dit, want we hebben de knowhow voor geothermie. Wij kunnen grote complexe technische projecten aan en we kunnen zelf funding doen. Er zijn al licenties aangevraagd voor industriële geothermie. Dat gaat binnen twee tot drie jaar plaatsvinden.’ Volgens de directeur lijkt Zuid-Holland het meest veelbelovend op het gebied van geothermie.’

Johan Atema zal per 1 september 2018 de nieuwe directeur zijn van de NAM. Hij volgt Gerald Schotman op, die bij Shell de rol van vice president Joint Ventures Delivery & Excellence gaat vervullen.

Atema werkt sinds 1997 bij Shell. Hij vervulde verschillende technische managementfuncties, zowel in het verleden bij de NAM als onder meer voor Shell in Maleisië. Sinds 2014 werkt hij als vice president Manage Producing Assets bij Shell International in Den Haag.

Atema is geboren en getogen in het Noorden en woon ook nu al geruime tijd in Groningen. ‘Ik ben me dan ook goed bewust van de impact die de gaswinning in Groningen met zich mee brengt en heb begrip voor de besluiten die hieromtrent zijn genomen. Ik kijk er dan ook naar uit om met mijn NAM-collega’s de komende jaren zorg te dragen voor een veilige en betrouwbare energievoorziening, waarbij we tegelijkertijd werken aan de afbouw van de productie in Groningen en een naadloze transitie naar een duurzame toekomst.’

We moeten van het Groningse aardgas af. Veel bedrijven hebben van de minister van Economische Zaken & Klimaat een brief gekregen dat ze dat in 2022 voor elkaar moeten hebben. Schreef ik jaren geleden in mijn column in Petrochem dat zijn voorganger schandelijk genoeg aardgasproductie nog boven veiligheid liet gaan, door de productie tegen het advies in van Staatstoezicht op de Mijnen juist op te voeren in plaats van fors te verlagen, nu is het tij dan definitief gekeerd.

Met zijn allen zullen we de energietransitie vorm moeten geven. Energie direct van de zon opgewekt middels PV, dan wel indirect via wind en water, zal vooral als elektrische energie tot ons komen. Een hele verandering, ook in de mindset. Als iemand mij een paar jaar geleden had gezegd dat hij zijn huis elektrisch verwarmde, had ik hem vermanend toegesproken dat dit toch wel heel erg dom was. Want, zoals ik het eerstejaars studenten placht uit te leggen, van twee tankers die vol olie de haven van Rotterdam binnenkomen, wordt er één omgezet in elektriciteit, de andere gaat als warmte de atmosfeer in. Het rendement van een elektricititeitscentrale is immers ongeveer vijftig procent. Om er daarna weer warmte te maken, zonder warmtepomp want die waren er toen amper, is energetisch dus het paard achter de wagen spannen. Nu gaan we dat wel doen, we moeten wel.

Alleen zitten we nog met het probleem van beschikbaarheid en opslag van elektriciteit. Het handigste is om de energie direct te gebruiken als die beschikbaar is. Zo hoorde ik laatst dat waterschappen het peil van het water wat lager instellen als het hard waait, om zo wat ruimte te hebben als het wat minder hard waait. Slim verzonnen? Dat deden we eeuwen geleden toch ook al toen windmolens rechtstreeks voor dat doel werden ingezet? Grootverbruiker ESD-SIC in Groningen heeft met haar elektriciteitsleverancier Engie afgesproken dat de leverancier bepaalt wanneer ESD wel of niet produceert. Samen waren zij hiermee finalist voor de Northern Enlightenmentz verkiezing. Het mes snijdt daarmee aan twee kanten: Engie kan haar energie kwijt wanneer er weinig vraag is, kan die vervolgens elders inzetten wanneer de vraag groot is en de producent betaalt een lagere prijs. Uiteraard moet het proces daar wel geschikt voor zijn.

Energieheffingen

Die optimalisatie is in woonhuizen ook prima mogelijk. Dankzij de nieuwe speler op de energiemarkt easyEnergy.com kunnen particuliere huishoudens met een slimme meter elektriciteit geleverd krijgen tegen per uur wisselende prijzen conform de tarieven op de EPEX-beurs, de vroegere APX-beurs. Die tarieven zijn ’s nachts een factor twee of soms zelfs een factor drie lager dan overdag. Zo laag dat elektrische energie goedkoper is dan aardgas, zelfs als je die direct omzet in warmte. Dan moeten we wel van de oude mindset af: de verwarming ’s nachts uitzetten om energie te besparen. Energetisch bezien is dat prima, maar dan hebben we ’s ochtends wel een piek in de vraag naar energie die dan minder voorhanden is en daarmee ook veel duurder is. Het kan dus beter zijn om ’s nachts het huis juist op temperatuur te houden, ook al kost dat overall gezien meer energie.

Echter, de overheid legt huishoudens, in tegenstelling tot aan de industrie, zulke merkwaardige energieheffingen op dat er geen reden is om tot deze optimalisatie over te gaan. De energieheffing op elektriciteit is per gigajoule (GJ) een factor vier hoger dan die op aardgas. Zelfs al is elektriciteit gratis, dan nog legt een elektrisch kacheltje het af tegen aardgas wegens die heffingen. Ook met een forse investering in een warmtepomp red je het niet in bestaande huizen. Door die malle energieheffingen remt de overheid de energietransitie af en laten we de Groningers langer beven dan nodig is. Terwijl de oplossing zo simpel is: Maak de energieheffingen voor de verschillende energievormen gelijk en net zo variabel als de energieprijs van levering zelf.

Volgens Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) moet de gasproductie in Groningen flink omlaag in verband met de veiligheid van de inwoners van Groningen. Voor de provincie is code rood afgegeven, het hoogste alarmeringsniveau. SodM gaat de komende twee weken bepalen met hoeveel en hoe de gasproductie moet worden verminderd. Hierover wordt een advies gegeven aan minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat, die uiteindelijk beslist wat er met de gasproductie moet gebeuren.

Na de aardbeving maandag in Zeerijp moest de NAM binnen 48 uur met een evaluatie en maatregelen komen. In haar rapport van woensdag gaf de gaswinner aan dat de gaskraan verder dichtgedraaid moet worden enkel voor de veiligheidsbeleving van de inwoners van Groningen. Volgens SodM kun je niet stellen dat er verder geen concrete veiligheidsrisico’s zijn. In haar maatregelen stelt de NAM voor een aantal clusters in te sluiten. SodM gaat kijken of dit voldoende en de juiste clusters zijn om de seismische risico’s in het Loppersum-veld te verminderen.

Gevolgen huishoudens

De NAM stelt ook voor de jaarlijkse productie van het Groningenveld te verlagen, maar geeft hierbij niet concreet aan met hoeveel. SodM gaat onderzoeken hoe hoog deze vermindering concreet moet zijn en of er specifieke clusters zijn waar de productievermindering het meeste effect heeft. Daarnaast onderzoekt SodM in welke mate vlakke productie noodzakelijk is – zowel per cluster als regionaal, vanuit het perspectief van de veiligheid.

Het terugdraaien van de gaswinning heeft eventueel gevolgen voor de levering van gas aan bedrijven en huishoudens. Het advies van SodM zal daar geen rekening mee houden maar alleen gebaseerd zijn op veiligheidsoverwegingen. Het is vervolgens aan de minister om zo nodig een afweging te maken tussen veiligheid en leveringszekerheid. De minister beslist uiteindelijk wat er met de gasproductie in Groningen moet gebeuren.

De Tweede Kamer wil opheldering over de bijdrage van 48,7 miljoen euro van de Nederlandse staat aan de reorganisatie van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). 

De Volkskrant meldde woensdag dat Energie Beheer Nederland (EBN), voor honderd procent eigendom van de Nederlandse staat, onder druk miljoenen betaalt aan de NAM. Het geld zou anders naar de schatkist zijn gegaan. EBN is een onderneming die namens de Staat investeert in de opsporing, winning en opslag van gas en olie. 

De Volkskrant schrijft dat EBN aanvankelijk niet instemde met de bijdrage, maar na tussenkomst van accountant Ernst & Young werd akkoord gegaan.  

Onder andere Agnes Mulder (CDA) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) hebben Kamervragen gesteld over de bijdrage van EBN. Ze willen onder andere weten waarom de Tweede Kamer er niet over is ingelicht. Henk Nijboer (PvdA) heeft een debat over het onderwerp aangevraagd. 

De minister van Economische Zaken en Klimaat moet een nieuw besluit nemen over de gaswinning in Groningen. Zijn eerdere besluit om de komende vijf jaar 21,6 miljard kubieke meter per gasjaar te winnen, heeft hij niet goed onderbouwd. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van vandaag.

De minister heeft het risico voor de mensen in het aardbevingsgebied niet genoeg betrokken in zijn motivering. Hij heeft ook niet gemotiveerd waarom de leveringszekerheid als ondergrens is genomen voor de hoeveelheid te winnen gas, ondanks de onzekerheid over de gevolgen. Bovendien heeft hij niet duidelijk gemaakt welke maatregelen mogelijk zijn om de behoefte aan gas te beperken. De minister krijgt een jaar de tijd om een nieuw, beter onderbouwd besluit te nemen. Tot die tijd ligt de gaswinning niet stil. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in de uitspraak bepaald dat de NAM in de tussenliggende periode gas mag blijven winnen. Totdat er een nieuw besluit ligt, mag de NAM het komende jaar 21,6 miljard kubieke meter gas winnen.

Instemmings- en wijzigingsbesluit vernietigd

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft zowel het instemmingsbesluit van de toenmalige minister van Economische Zaken van september 2016 als zijn wijzigingsbesluit van mei 2017 vernietigd. Bij dat laatste besluit stond hij toe dat de NAM de komende jaren 21,6 miljard kubieke meter gas per jaar mag winnen uit het Groningenveld. Tegen beide besluiten waren ruim twintig bezwaarmakers in beroep gekomen, waaronder de Groninger Bodem Beweging, individuele burgers, het college van gedeputeerde staten van Groningen en diverse Groningse gemeenten.