Nouryon Industrial Chemicals heeft een nieuwe naam: Nobian. Het is nog wel steeds een onderdeel van Nouryon, maar richt zich meer op basischemie. Nouryon blijft zich richten op specialistische chemicaliën.

De stap stelt de honderd procent dochteronderneming van Nouryon in staat om nog meer gerichte groeistrategieën te volgen.

Specialty Chemicals heeft vestigingen in Rotterdam, Hengelo en Delfzijl. Zij vallen voortaan onder Nobian. Hoewel de productie van monochloorazijnzuur in Delfzijl wel binnen Nouryon blijft. In een persbericht laat Nobian weten verantwoordelijk te zijn voor de duurzame productie van zout, chloor, energie en utilities.

In 2018 was er ook al een naamsverandering. Toen veranderde AkzoNobel Specialty Chemicals haar naam in Nouryon.

Met de subsidie duurzame energie en klimaat ondersteunt het kabinet ook power-to-x technologie. Elektrochemie, e-boilers en groene waterstof vermijden CO2-uitstoot en ondersteunen tegelijkertijd de elektriciteitssector bij het inpassen van windenergie. Frontrunner Nouryon past zijn processen al deels aan het aanbod van groene stroom aan en plukt daar de vruchten van.

In 2018 kregen AkzoNobel Specialty Chemicals, DSM, Google en Philips voor het eerst stroom van het windpark Bouwdokken. Een jaar later volgde de elektriciteit van windpark Krammer. De bedrijven investeerden samen in het windpark via een zogenaamd power purchase agreement (PPA). In de twee jaren daarvoor tekenden de partijen de samenwerkingsovereenkomst voor de bouw van de twee windparken met een gezamenlijk vermogen van 140 megawatt.

Alle vier de bedrijven streven naar een honderd procent groene energievoorziening. Net als overigens 96 andere bedrijven die zich committeerden aan de RE 100 doelstelling van honderd procent groene energie. Google en Philips hadden dat streven met deze investering al bereikt. Akzo, nu Nouryon zat ongeveer op de helft.

Het sluiten van PPA’s – oftewel lange termijn stroomcontracten – met een windpark ontwikkelaar kan een aantal voordelen opleveren voor zakelijke elektriciteitsverbruikers. Zo biedt een PPA voor de investeerder in het park zekerheid omdat de investeringsrisico’s worden gedekt door een lange termijncontact met afnemers. Die afnemers hebben prijszekerheid voor een lange termijn en de mogelijkheid om de groene stroom in te zetten voor het reduceren van de CO₂-emissies die zijn gekoppeld aan hun energiegebruik.

Volatiele bronnen

Voor Nouryon’s managing director Energy & New Business Marcel Galjee is duidelijk dat de strategische keuzes van Nouryon richting duurzame energie gaan. ‘We hebben nu eenmaal veel elektriciteit nodig voor het elektrolytisch scheiden van zout in chloor en loog. De energiekosten bepalen een groot deel van onze productiekosten en dus proberen we deze zo laag mogelijk te houden. Daarom investeerden we jaren geleden al in de warmtekrachtinstallatie Delesto en dus ook in het contracteren van lange termijn windenergie.’ Delesto 2, een van de grote industriële warmtekrachtinstallaties, heeft een aantal jaar in de mottenballen gelegen, maar krijgt momenteel een volledige revisie om weer stoom en stroom te leveren.

tekst gaat verder onder de afbeelding
power-to-x

Elektrolyse unit van Nouryon in Rotterdam

Over de vraag waarom Nouryon aandacht heeft voor duurzame energie hoeft Galjee niet lang na te denken. ‘De industrie staat net als de rest van de maatschappij voor de opgave om over te stappen van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Het is dan ook niet de vraag óf we in Nederland afhankelijk worden van wind- en zonne-energie, maar wanneer. Met die kennis in het achterhoofd willen we liever leiden dan achter de feiten aanlopen. Als een van de grootste stroomverbruikers hebben we een kans om groene elektronen in te zetten om groene moleculen te maken. Daarmee kunnen we een belangrijke rol spelen in zowel vergroening van de chemische sector als in de inpassing van volatiele energiebronnen in het energiesysteem.’

Flexibiliteitsproces

Die laatste rol vraagt om enige uitleg. Een interessante bijvangst van elektrolytische (chloor)chemie is dat de productiecapaciteit van elektrolysers kan worden op- en afgeschakeld. Daarmee ondersteunt Nouryon de netbeheerder met het aanbieden van noodvermogen en capaciteit op de flexibiliteitsmarkten. Maar het bedrijf kan ook acteren op de reguliere spotmarkten. ‘Natuurlijk moeten we rekening houden met onze processen en klanten in de chloorketen’, zegt Galjee. ‘We moeten dan ook altijd binnen de keten afstemmen om ervoor te zorgen dat de levering aan klanten niet wordt verstoord. Maar binnen die bandbreedte is nog veel mogelijk. Het mooie van deze flexibiliteitsmarkt is dat het mes aan twee kanten snijdt. We helpen de netbeheerder met het balanceren van het net, zodat de inpassing van zon- en windenergie niet tot te veel congestieproblemen of spanningsdips leidt. Tegelijkertijd kunnen we er ook geld aan verdienen, of in ieder geval kosten besparen.’

Sinds 2018 werkt Nouryon in zijn Rotterdamse fabriek met een geautomatiseerd flexibiliteitsproces (e-flex). De Rotterdamse site heeft de grootste single line elektrolyse unit van Europa en produceert daarmee jaarlijks 630.000 ton chloor, loog en waterstof. Deze software gebruikt data-analyse tools en algoritmes om de chloorproductie af te stemmen op de elektriciteitsmarkten.

SDEK

Inmiddels zijn de tarieven bekend geworden voor de subsidie duurzame energie en klimaat (SDEK, ook wel SDE++ genoemd). In de subsidieregeling die de operationele meerkosten afdekt van emissiebeperkende energietechnieken is onder andere geld vrijgemaakt voor power-to-heat en power-to-gas-oplossingen.

Ook Nouryon is geïnteresseerd in verdere elektrificatie. Galjee: ‘In veel van onze processen gebruiken we stoom, dat we tot nog toe met gasgestookte boilers produceren. We zouden die kunnen vervangen voor of aanvullen met e-boilers. Door hybride systemen in te richten, kunnen we het net ontlasten waar het kan en benutten wanneer dat nodig is. Natuurlijk vergt ook dit soort uitbreidingen op het stoomsysteem om maatwerk. Je moet wel een netaansluiting beschikbaar hebben die de extra capaciteit aankan. En voldoende ruimte om een e-boiler naast het bestaande systeem te plaatsen. De ondersteuning van de SDEK maakt investeringen in ieder geval aantrekkelijker. Al moeten we per casus bekijken of het de investering waard is.’

Zuurstofgas

Misschien nog interessanter is het feit dat Nouryon, misschien wel de partij met de meeste ervaring met elektrolyseprocessen, zijn kennis wil inzetten voor de productie van waterstof. Het bedrijf heeft meer dan honderd jaar ervaring met elektrolyse en beheert wereldwijd meer dan duizend megawatt aan elektrolysecapaciteit. Deze technologie wordt nu nog met name gebruikt voor de productie van chloraat, chloor en loog, maar door elektrolyse van water is het ook mogelijk op grotere schaal groene waterstof te produceren.

tekst gaat verder onder de afbeelding
power-to-x

Nouryon Rotterdam

Onlangs ontving het consortium Djewels elf miljoen euro subsidie van de Europese Unie. Onder deze naam plant Nouryon samen met Gasunie en een aantal technologiepartners en afnemers een elektrolyse-installatie van  twintig megawatt in het Groningse Delfzijl. Het consortium onderzoekt ook een verdere uitbreiding van deze capaciteit. Samen met BP bekijkt Nouryon de haalbaarheid van een 250 megawatt installatie in Rotterdam. En dan loopt er nog een soortgelijk samenwerkingsverband met Tata Steel. Daar moet een honderd megawatt elektrolyse-installatie waterstof produceren om de koolstofemissies van de staalproducent te reduceren. Het mooie van dit laatste project is dat Tata Steel ook het zuurstofgas dat aan de anode ontstaat kan inzetten bij zijn staalproductie.

Waterstofeconomie

Galjee: ‘Een groot nadeel van het elektrische energiesysteem is de volatiliteit. Om een duurzaam energiesysteem in balans te houden heb je hoe dan ook buffercapaciteit nodig. Nu kun je warmte bufferen, maar daar zit een tijdslimiet aan vast. En elektrische opslag in batterijen is behoorlijk kostbaar. Hier biedt waterstofgas een oplossing omdat gas nu eenmaal redelijk goedkoop is op te slaan. Nog beter is het om de groene stroom vast te leggen in groene moleculen. Door afgevangen CO2 te combineren met waterstofgas kan BioMCN hernieuwbare methanol produceren.’

De industrie moet zijn CO2-uitstoot snel en drastisch reduceren. De koppeling met waterstof maakt een geheel nieuwe route mogelijk naar duurzame chemicaliën. ‘Om dat mogelijk te maken, zal de industrie wel steeds meer onderdeel moeten worden van het energiesysteem en andersom. Dat vraagt om inspanningen van beide kanten, maar als het ergens zou moeten werken, dan is het wel in Nederland. De overheid denkt met ons mee en probeert de weg vrij te maken voor een dergelijke systeemintegratie. We zijn bij mijn weten het eerste land dat een SDEK-regeling heeft. Daar mogen we best trots op zijn. Natuurlijk moet de Capex van electrolysers omlaag en moeten de volumes snel omhoog om de waterstofeconomie op gang te helpen. Met een ambitieuze industrie, een sterke duurzame energiemarkt en een gedreven overheid gaan we iets doen wat op geen enkele plek gebeurt.’

Er valt veel positiefs te melden vanuit het Chemiepark Delfzijl, wil Johan Visser van Nouryon graag onderstrepen. Er wordt volop geïnvesteerd, onder meer in innovatieve pilot-installaties. Het industriële cluster in de Eemsdelta heeft volgens hem in het verleden al de basis gelegd om een voortrekkersrol te spelen bij de vergroening van de industrie. Ook de onderlinge band tussen de mensen kan daarbij een versterkende rol spelen.

‘Zoek maar eens de Latijnse naam van de vogel groeninger’, geeft Johan Visser aan het einde van het gesprek als opdracht mee. ‘Ik heb eens gezocht naar een optimistisch symbool voor Groningen. Een symbool dat ook beeldend is voor de positieve ontwikkelingen hier. Als tegenhanger voor de kommer en kwel die ook wel eens de boventoon kunnen voeren in het Noorden. Er komt namelijk ook heel veel goeds hier vandaan.’

In het gesprek heeft de site director van het Chemiepark Delfzijl (CPD) vooral verbanden gelegd tussen de vergroening van de chemie en de rol die chloorproductie daarin kan spelen. Een proces dat de chemie in de Eemsdelta groot heeft gemaakt en ook een sleutel kan zijn voor een duurzamere toekomst. ‘Ik kwam dus uit bij de groeninger. Een vrolijk en optimistisch klinkend vogeltje. En ik was echt verrast toen ik de Latijnse naam vond, dus zoek maar op.’

Het opgegeven huiswerk wordt uiteraard zeer serieus genomen. Snel googelen na het interview, nog voordat de auto is gestart en het parkeerterrein van het CPD afrijdt. De groeninger staat ook wel bekend als groenling, groenvink en groninger. Een overwegend groen zangvogeltje. Mannetjes feller groen dan vrouwtjes. Zingt met kanarie-achtige trillers en een nasaal ‘tsjwèè’. En jawel…de Latijnse naam is chloris chloris.

Transitie

De aanwezigheid van zout en Gronings aardgas waren indertijd de belangrijkste argumenten voor de aanleg van een chemiepark in Delfzijl. Door de jaren heen is het gebruik van laagcalorisch gas uit Slochteren steeds meer teruggebracht, onder andere vervangen door hoogcalorisch gas van elders. Maar het gebruik van aardgas voor proceswarmte is ook steeds meer gereduceerd en vervangen. ‘Door de jaren heen zijn we steeds meer gaan optimaliseren, processen op elkaar gaan afstemmen en restwarmte gaan hergebruiken. De laatste paar jaar hebben we ook nog eens enorme stappen gezet met de vervanging van stoom uit de warmtekrachtcentrale Delesto door biostoom.’ De transitie van morgen is gisteren dus al ingezet.

Elektrochemische processen

Waar het Groningse gas werd uitgefaseerd, nam het belang van zout en de chloorproductie juist toe. Chloor speelt al sinds jaar en dag een belangrijke en groeiende rol in veel chemische productieketens. Visser: ‘Bij de productie van algauw zestig procent van alle kunststoffen en verf is chloor nodig. En wist je dat bij tachtig procent van de medicijnen er ergens in de productieketen chloor aan te pas komt?’ Bij de vergroening van de chemie zal de rol van chloor en andere basischemische processen eerder toenemen dan afnemen, is zijn stellige overtuiging. ‘De chemie die we hier in het Noorden hebben, staat aan de basis van de vergroening van de industrie. Het zout, de belangrijke grondstof hier, kan ook een interessante rol spelen bij de energietransitie. Lege zoutcavernes kunnen bijvoorbeeld als opslag dienen voor methaan, stikstof en waterstof.’

Johan Visser (Nouryon): ‘Chemie Park Delfzijl is te klein om méé te spelen, maar je kunt er wel mee spélen.’

De Eemsdelta is een relatief klein industriecluster, ‘qua omvang de vijfde van Nederland’. Ze kan volgens Visser echter wel haar stempel drukken op het gebied van innovatie en vergroening. ‘Ik zeg weleens: Chemiepark Delfzijl is te klein om méé te spelen, maar je kunt er wel mee spélen.’ Hij ziet bijvoorbeeld veel mogelijkheden voor de site als proeftuin voor de nieuwe chemie. De omstandigheden zijn immers uitstekend. De aanwezige landbouw biedt extra mogelijkheden voor biogebaseerde processen. De nabijheid van veel energieproducenten en de aanlanding van steeds meer groene elektriciteit, ondersteunt de integratie van chemie en energie. Visser: ‘Die twee schuiven steeds meer in elkaar.’

In de Eemsdelta is inmiddels ruime ervaring met elektrochemische processen, waaronder natuurlijk de productie van chloor uit zout met elektrolyzers. In de toekomst zullen elektronen steeds meer worden ingezet als grondstof voor de chemie. Denk aan de productie van groene waterstof, waarvoor in het Noorden verschillende plannen worden ontwikkeld, onder andere door Nouryon, Gasunie en RWE. Visser ziet op termijn ook mogelijkheden voor elektrochemische processen voor de productie van nog hoogwaardigere en specifieke chemische bouwstenen.

Pole position voor het chemiepark

Een andere, niet de minst belangrijke succesfactor, ligt op het sociale vlak. ‘We hebben hier in het Noorden met z’n allen een enorme klik.’ Dat bleek wel vorig jaar bij de industrietafel. ‘Het enthousiasme van de 22 deelnemers was haast niet te stoppen.’ Dat biedt volgens Johan Visser een uitstekende basis voor samenwerking in de ketens. ‘Ik wil het daarom ook liever niet alleen maar hebben over de rol van Nouryon, maar veel meer over wat we kunnen bereiken als we gezamenlijk de ketens verbeteren en vernieuwen.’

Een mooi voorbeeld van zo’n opstuwende samenwerking ontstond een paar jaar geleden rond de proeffabriek bouw van de bioraffinaderij die vorig jaar in gebruik is genomen. Rond de technologie van Avantium werd een proactieve coalitie gesmeed met Staatsbosbeheer dat houtafval gaat leveren als grondstof. Nouryon doet mee omdat de raffinaderij daaruit bruikbare suikers produceert. RWE kan uit de lignine, waar nog geen chemische bouwstenen van zijn te maken, elektriciteit produceren.

Inmiddels bouwt Avantium een tweede pilot op het chemiepark, voor de productie van biologische mono-ethyleenglycol (MEG). MEG is een belangrijke grondstof voor PET en de nieuwe biogebaseerde kunststof PEF. Bij de productie van MEG worden nu vooral fossiele grondstoffen gebruikt. Avantium vervangt ze door biologische alternatieven. In de fabriek die nu wordt gebouwd, kan tien ton bio-MEG worden gemaakt. In november moet de fabriek opengaan.

Het is denkbaar dat Avantium ook een derde pilot gaat bouwen op het CPD. Later dit jaar maakt het bedrijf bekend waar de installatie komt voor de productie van PEF. Die was oorspronkelijk gepland op het terrein van BASF in Antwerpen. Begin dit jaar kocht Avantium BASF echter uit. Daarmee waren ook de plannen voor de fabriek in Antwerpen van de baan.

In de tweede helft van 2019 wordt bekend waar de fabriek nu wel wordt gevestigd. CEO Tom van Aken stelde zeer recent dat Avantium er alles aan doet om de fabriek in 2023 in gebruik te nemen. Delfzijl lijkt op pole position te staan.

Zwolle

Overigens is Visser wel kieskeurig. De processen van Avantium passen naadloos bij de plannen en de ketens van het chemiepark in Delzijl. Dat is wel een voorwaarde. ‘Alle nieuwkomers moeten een versterking zijn van de ketens op het park. Natuurlijk leveren we met alle liefde bijvoorbeeld biostoom aan nieuwe bedrijven, maar als ze verder geen toegevoegde waarde hebben, kan dat ook buiten het hek.’

Visser is bijzonder enthousiast over de bouw van de pilot-installatie van Photanol. De Amsterdamse technostarter bouwt een demofabriek waarin ze de productie van chemicaliën uit zonlicht en CO2 gaat testen. Daarvoor gebruikt Photanol blauwalgbacteriën en het principe van fotosynthese. Het bedrijf heeft deze bacteriën genetisch gemodificeerd zodat ze in een microfabriek zijn veranderen. In plaats van zonlicht en CO2 te gebruiken om te groeien, gebruiken ze die energie nu om chemische bouwstenen te maken, grondstof voor de chemische industrie.

tekst gaat verder onder de afbeelding

Johan Visser: ‘Chemie en energie schuiven steeds meer in elkaar.’

Een mooie match dus met de rest van het CPD. Ook bij dit project speelde de menselijke klik een belangrijke rol. Visser: ‘Een paar inspirerende ontmoetingen in Zwolle maakten op dat vlak al veel duidelijk.’

Kleine uurtjes

Het draait overigens niet alleen om de nieuwkomers. Ook met de bestaande partijen worden optimistische deuntjes gefloten. Zo heeft Visser op het moment veel respect voor BioMCN, die in de afrondende fase zit van de revamp van een productielijn voor methanol. Ofwel, een lijn die twaalf jaar niet heeft geproduceerd, is uit de mottenballen gehaald (zie ook pagina 15, red.). ‘Geweldig hoe ze die installatie aan de praat krijgen. Tot in de kleine uurtjes wordt daaraan gewerkt met Stork, een essentiële partner hier op het park. Dat blijft vaak onzichtbaar.’ Om maar even aan te geven dat het om samenwerking gaat door hele ketens heen.