CE Delft onderzocht in hoeverre  recycling en biobased plastics de CO2-uitstoot van de plasticsindustrie kan terugdringen. Als alle mogelijke acties worden doorgevoerd, blijkt het mogelijk om de CO2-emissie per kilo kunststof te halveren in 2030.

In opdracht van Federatie NRK en PlasticsEurope Nederland onderzocht CE Delft de verwachte vermindering van de CO2-uitstoot van de productie en de afdanking van rubber- en kunststofproducten in Nederland. Daarvoor rekende het onderzoeksbureau scenario’s door voor 2030 met daarin het effect van mechanische recycling, chemische recycling, biobased plastics en efficiëntie in de productie.

Daarnaast rekenden de onderzoekers zes praktijkcases door om de macro-scenario-analyse te illustreren. Hierin nam men ook mee dat kunststof en rubber vaak in de toepassing klimaatvoordelen realiseren. Zo maakt kunststof een vliegtuig lichter en dus energiezuiniger. Ook voorkomen veel plasticvoedselverpakkingen voedselbederf.

Recycling

Als alle mogelijke acties worden doorgevoerd blijkt het mogelijk om de CO2-emissie per kilo kunststof te halveren in 2030. Daarvoor is echter veel meer kunstofinzameling voor recycling nodig en veel meer recyclaattoepassing. Om dit op korte termijn te realiseren, is een steviger overheidsbeleid nodig. Met duidelijke regels voor zowel inzameling van plastic afval voor recycling als voor toepassing van recyclaat. En dat liefst op Europees niveau.

Routekaart

In het rapport wordt er van twee scenario’s uitgegaan; reductie via autonome doorontwikkeling en een via de ambitieuze transitieagenda. In deze transitie agenda zijn doelen opgesteld voor inzet van duurzame grondstoffen als recyclaat en biobased, maar ook voor een verbetering van de kwaliteit. Tastbare routekaarten zoals die voor de inzet van recyclaat maken de transitieagenda toepasbaar. Dit laatste scenario biedt de grootste reductie van CO2-emissie met een halvering van de uitstoot. Dat scenario gaat niet vanzelf, er moet aan een aantal flinke voorwaarden worden voldaan.

Super interessant: Brightsite doet op Chemelot onderzoek naar de mogelijkheden om met kunstmatige intelligentie incidenten te voorkomen. En de eerste resultaten bij chemiebedrijf Anqore zijn hoopgevend. Tijdens de European Industry & Energy Summit 2020 hadden we daar in december een interessante talkshow over in de livestream. Uitgezonden vanuit Chemelot.

Het is vooral interessant omdat de eerste resultaten van het onderzoek hoopgevend zijn. Met een beperkt aantal historische gegevensbronnen waren voorspellingen te doen over het gedrag van installaties. Zo kondigde zich een incident – dat ook daadwerkelijk plaatshad – zich al een tijdje van tevoren aan. Dat stond dus niet in de sterren, maar in de data geschreven.

Alleen heb je om dat te ‘lezen’ krachtige computers nodig. Dat is sowieso het mooie van deze tijd. In een iPhone zit inmiddels meer rekencapaciteit dan in zogenoemde supercomputers van een kwart eeuw geleden. Natuurlijk vraagt het ook om slimme analytische programma’s die de juiste verbanden kunnen leggen. Causaliteiten die voor de mens op het oog niet zichtbaar zijn en zelfs niet na uitvoerige papieren analyses. Ook op dat vlak zijn er interessante ontwikkelingen.

Tot nu toe leert de industrie vooral achteraf van incidenten. En ze hoopt met de nodige ervaring incidenten in de toekomst te voorkomen. Het vervelende is echter dat bijna geen ongeluk hetzelfde is. Dus het verleden zegt lang niet alles over de toekomst. De mogelijkheid om met heel veel beschikbare data risico’s te voorspellen kan dus een aardige stap voorwaarts zijn en de industrie weer significant veiliger maken.

Apple Carplay

Toch lijkt me hier wel een bijsluiter op zijn plaats. Het is door de jaren heen duidelijk geworden dat de menselijke verantwoordelijkheid ook heel belangrijk is bij de veiligheidscultuur in de industrie. Te veel vertrouwen op machines kan ook een ongewenste afhankelijkheid creëren.

De avond voor de talkshow op Chemelot werd ik nog eens met de neus op de feiten gedrukt. Op de heenweg naar het zuiden werkte de koppeling tussen mijn autocomputer en mijn iPhone niet. Oftewel, Apple Carplay deed zijn werk niet. Zo kon ik Google Maps niet openen. En toen merkte ik weer eens hoe afhankelijk ik ben geworden van routebegeleiding. Waar ik vroeger bepaalde bestemmingen eenvoudig en zonder enige hulp kon vinden, stuur ik tegenwoordig bijna bij elke rit op de routeplanner. Ook als ik er al meer dan vijf keer ben geweest.

Begrijp me niet verkeerd. Ik verlang niet per se terug naar de tijd dat je af en toe moest stoppen om het 100.000-stratenboek van Shell erbij te halen. Of die uitklapbare landkaarten. Die hadden wel hun charme, als je op vakantie ging. Voor zakelijk verkeer verlang ik daar zeker niet naar terug.

Extended

Wel lijkt het me essentieel om de eigen beoordeling van mensen voortdurend te blijven trainen. Om je niet reddeloos verloren te voelen als de routebegeleiding het onverhoopt niet doet. In de industrie lijkt het me van belang om operators te blijven trainen op bijzondere omstandigheden. Immers, ze kunnen incidenten dan lang niet altijd zien aankomen, maar ze kunnen in veel gevallen wel beter dan machines reageren op crises. Dit is ook regelmatig gebleken in het verleden.

Daarbij komt dat de gegevens waarop de computersystemen zich baseren bijvoorbeeld uit shift- en inspectierapporten komen. Door mensen ingevuld. Dus als zij een vergissing maken, wat menselijk is, kan de computer zich ook vergissen. En dan is het belangrijk dat de mens in sommige situaties nog een second opinion kan geven.

Geweldig dat kunstmatige intelligentie de industrie veiliger kan maken. Daar kunnen we zeker hoopvol over zijn. Maar laten we onze eigen verantwoordelijkheid en intelligentie tegelijkertijd niet teveel extended maken.

Reageren? Via de mail: wim@industrielinqs.nl of via Twitter: @wimraaijen

‘Actions speak louder than words, de industrie moet zich meer laten zien.’ Met deze woorden zette Marinus Tabak van RWE zijn kandidatuur voor de Plant Manager of the Year 2019 kracht bij. Zoals onze volgers inmiddels al weten, is hij onlangs ook verkozen. En terecht! Een nog jonge en vooral open kerel die met enthousiasme en scherpte het verhaal kan vertellen van de energietransitie. Eentje die niks uitsluit, maar juist inclusief is.

Lees de volledige column van Wim Raaijen in ons Petrochem e-magazine. Ook het magazine ontvangen? Meld u dan aan voor onze maillijst.

zomereditie

 De energietransitie heeft ook zijn weerslag op de wereld van natte bulk. Zo bouwt Alpha Terminals in Vlissingen een tankpark dat ook klaar is voor nieuwe, schonere brandstoffen als ammoniak. De uitbreiding van Vopak op de Botlek Terminal is weer een ander uitvloeisel van de energietransitie: styreen wordt namelijk ingezet voor isolatie en lichte materialen voor de transportsector. De investeringen versterken in ieder geval de hub-functie van de ARA-regio, die nog altijd een strategische positie inneemt in de wereldhandel.
Het is opvallend hoe veel momenteel wordt geïnvesteerd in nieuwe tankopslagcapaciteit. De economische hoogconjunctuur, nieuwe investeringen in de chemie, onrust op het internationale politieke speelveld en de overgang van een fossiele naar een koolstofloze energievoorziening dragen allemaal bij aan groei in de Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen (ARA) regio.

Wat dat aangaat profiteert ook Alpha Terminals van de gunstige omstandigheden. Het bedrijf ontwikkeld een tankpark aan de monding van de Sloehaven in Vlissingen-Oost. Alhoewel het bedrijf vooral voorsorteert op de komende energietransitie. CEO van het nieuw opgerichte bedrijf Mike van Croonenburg voorziet de komende jaren een volatielere markt waar fossiele brandstoffen langzaamaan plaats maken voor schonere alternatieven. ‘De energiehandel is sowieso een wereldhandel’, zegt Croonenburg. ‘De ARA-regio speelt al lang een spilfunctie in de handel met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Afrika en uiteraard het Europese achterland. De kracht van de terminal die we in Vlissingen gaan bouwen, is dat we hem zeer flexibel inrichten zodat we snel kunnen inspringen op verschuivingen in de markt. Dat doen we met name door de tanks en leidingen te configureren voor de vloeistoffen die hogere eisen stellen. Het is namelijk eenvoudiger om een minder veeleisende vloeistof op te slaan in een tank die zwaarder gedimensioneerd is dan andersom.’

Verder is tempo belangrijk voor de traders die gebruik maken van de terminal. ‘Om de laadtijden zo kort mogelijk te houden, kiezen we voor grotere pompen met meer capaciteit en grotere diameters leidingen. Daardoor hoeven schepen minder lang aan de steiger te liggen. Die kunnen overigens tijdens het laden gebruikmaken van walstroom, waardoor ze geen emissies hebben tijdens het laden en lossen.’

Verbreding

Dat de opslagmarkt gunstig is, blijkt wel uit de verbreding van de scope van het project. Croonenburg: ‘Initieel zouden we 34 tanks bouwen met een capaciteit van vijfhonderdduizend kuub. Inmiddels zitten we aan de 59 tanks met een capaciteit van 720.000 kuub. De oorspronkelijke investering van 250 miljoen euro, is nu dan ook verhoogd naar 450 miljoen euro. Havenbedrijf North Sea Port, een fusie tussen de havens van Gent en Zeeland Seaports, heeft zestien hectare grond beschikbaar gesteld om een park te bouwen dat aan de huidige, verscherpte wet- en regelgeving voldoet. Zo moeten de tanks verder uit elkaar staan dan in bestaande tankopslagparken gebruikelijk is. Maar ook andere milieu – en veiligheidsmaatregelen zijn strenger dan dertig jaar geleden, toen veel tankparken werden gebouwd. Al die maatregelen maken de bouw weliswaar duurder, maar we denken daar in de toekomst van te kunnen profiteren. We proberen de tanks te vergunnen op zo veel mogelijk producten, zodat we in de toekomst kunnen aansluiten op veranderingen in het energielandschap.’

Zo ligt in de lijn der verwachting dat diesel op den duur wordt uitgefaseerd. Aan de andere kant komen nieuwe brandstoffen op die de emissies van de transportsector en de energiebedrijven omlaag moet krijgen. ‘Zo bekijken we de mogelijkheden om ammoniak op te slaan. Maar ook LPG kent een betere CO2-footprint dan diesel en is daardoor een interessant alternatief’, aldus Croonenburg.

Lumpsum

Alpha Terminals is een dochterbedrijf van het Zwitserse PSB Alpha, dat al jarenlang actief is als vastgoedhandelaar in de energiemarkt. ‘We hebben heel wat parken helpen ontwikkelen en weten waar een goede terminal aan moet voldoen’, zegt Croonenburg. ‘Het zelf bedrijven van een terminal is wel nieuw, maar we zullen ervaren en bedreven mensen inzetten om het park zo goed en efficiënt mogelijk te managen. De contracten voor een aantal tanks liggen al klaar en we zullen het park ook inzetten voor tradingactiviteiten. De locatie van de haven van Vlissingen is gunstig omdat het aan zeer diep water ligt en bovendien toegang biedt tot de Westerschelde en het kanaal Gent-Terneuzen. Daarmee kunnen we zowel de internationale energiehandel als het Europese achterland bedienen.’

Zover is het nog niet. De MER-procedure is ingezet en de grond wordt nog onderzocht. Verder wordt ook nog akoestisch onderzoek verricht om de impact op de directe omgeving te meten. Croonenburg: ‘We krijgen alle medewerking van North Sea Port, dat blij is met de investering in de haven. De directe omgeving heeft nog steeds last van de gevolgen van het drama rondom fosforfabriek Thermphos, dat in 2012 failliet ging.’ Dat faillissement kostte niet alleen veel banen, maar had ook een vervelende nasleep omdat het terrein was vervuild met fosforslib. ‘We bieden werkgelegenheid aan zo’n tachtig lokale werknemers en vergroten de vloeibare bulkcapaciteit, wat de haven strategisch versterkt’, zegt Croonenburg. ‘Hoewel ook wij waar nodig automatiseren, vertrouwen we liever op de ogen en oren van de ervaren medewerkers. De mens kan vaak beter beslissingen nemen, uiteraard wel ondersteund door de mogelijkheden die de huidige techniek brengt.’

Zodra de MER-vergunningen rond zijn, kan de Frans/Griekse aannemer starten met de bouw van de tanks, steiger en leidingen. ‘We hebben een lumpsum turnkey contract afgesloten en verwachten begin 2020 te kunnen starten met de bouw. Dan hebben we 24 maanden nodig om in 2022 te kunnen beginnen met de handel.’

Styreen

Ook Vopak blijft uitbreiden. En ook deze uitbreiding heeft zijdelings te maken met de energietransitie. De uitbreiding vindt plaats op de Botlekterminal, een van de drie terminals die het bedrijf beheert in de Rotterdamse regio. De vijftien tanks, met een opslagcapaciteit van 63 duizend kubieke meter, worden speciaal gebouwd voor de opslag van styreen. Managing director Walter Moone: ‘Styreen wordt met name ingezet voor de productie van lichte materialen voor auto’s, isolatiemateriaal voor de bouw en diverse andere producten die het energieverbruik moeten temperen. Aangezien de komende jaren in het teken staan van energiebesparing en verduurzaming, verwachten we ook een groei in de op- en overslagbehoefte van deze chemische grondstof. Vanwege de eigenschappen van de stof, moeten de tanks worden uitgevoerd in roestvrij staal en zullen we zowel de tanks als de leidingen moeten isoleren. Styreen moet namelijk niet teveel opwarmen, anders gaat de kwaliteit onherstelbaar achteruit door polymerisatie.’

Uitbreiding van Vopak in Rotterdam (c) Vopak

Hoewel Vopak op zijn TTR-site al opslagcapaciteit voor styreen bood, past de verwachte groeimarkt meer bij de faciliteiten die de Botlek Terminal biedt. Moone: ‘De terminal heeft niet alleen veel waterkant, maar ook efficiënte bloktrein- en trucklaadsystemen. De nieuwe investering is dan ook deels een consolidatie van wat we al deden, maar we verwachten wel degelijk ook een groei de komende jaren. Zo zien we een verschuiving van importen uit Noord-Amerika, waar de petrochemie lagere kosten heeft voor energie en feedstock. Maar ook de Europese chemie investeert in uitbreiding van zijn productiecapaciteit.’

Flexibel

De op- en overslag van chemische producten is volgens Moone nauwelijks te vergelijken met de oliehandel. ‘Waar bij oliehandel snelheid en prijs vooral leidend is, is bij chemische producten de kwaliteitscomponent en leveringszekerheid belangrijker. Klanten willen zeker weten dat ze op tijd hun producten in de juiste kwaliteit geleverd krijgen en hebben meestal een directe relatie met hun leveranciers.’

De impact voor de Vopak Botleksite zal iets minder groot zijn dan die van Alpha Terminals in Vlissingen. De tanks kunnen worden aangesloten op bestaande infrastructuur en steigers. ‘We grijpen de gelegenheid wel aan om ook te investeren in een nieuw laadstation voor trucks en uitbreiding in de treinstation capaciteit.’

Bovendien merkt ook Moone dat de wet- en regelgeving strenger wordt. ‘Die zijn de afgelopen jaren behoorlijk aangescherpt. Zo merken we hogere eisen wat betreft emissiebeperking en brandbestrijding. Met name de stationaire brandblusvoorzieningen vergen extra investeringen. Die eisen zijn er niet voor niets, dus het zijn investeringen die je zeker doet. Tel daarbij op dat ook de aannemers profiteren van de hoogconjunctuur en onder druk staan wat betreft personeelsbezetting, waardoor projectkosten aardig kunnen oplopen. De verwachte waarde van een project moet zo’n investering wel kunnen verantwoorden. Gelukkig lukte dat voor dit project. Dat heeft met name te maken met het feit dat het systeem flexibel is ontworpen. Naast styreen kan het dus voor meerdere producten worden ingezet. We zouden de tanks nu al vol kunnen krijgen, dus hoe sneller we kunnen beginnen hoe beter.’

Supply chain

Inmiddels is de bouw van de tanks in volle gang. De Belgische aannemer Ivens Group is verantwoordelijk voor de bouw van de roestvrijstalen opslagtanks terwijl Spie mechanical engineering, piping en manifolds voor zijn rekening neemt. Het eveneens Belgische Cordeel bouwt de tankput voor vijftien opslagtanks, de fundaties voor het onderstation, weegbrug en leidingbruggen. Als alles goed verloopt, kan het park in het tweede kwartaal van 2020 in gebruik worden genomen.

Moone verwacht de komende jaren nog wel meer investeringen in de wereld van tankopslag. ‘Het is belangrijk om terminals up to date te houden, ook in het kader van de strenger wordende regelgeving. Maar ook de energietransitie vraagt om andere vormen van opslag. Ethanol is bijvoorbeeld een interessante biobrandstof die een belangrijke rol kan spelen in de transitie naar schonere brandstoffen. In het verlengde daarvan moet de branche ook nadenken over hoe we ons eigen systeem zoveel mogelijk kunnen verduurzamen. Met name wegtransport staat steeds meer onder druk omdat het lastig te verduurzamen is, maar ook congestie bevordert. Wij hebben zelf al meerdere tankopslaglocaties geïntegreerd via pijpleidingen en maken gebruik van zowel eigen leidingen als de multicore-leiding. Daarmee voorkom je weg- en binnenvaartverkeer en ontlast je de omgeving. We denken er over om onze eigen infrastructuur ook aan derden beschikbaar te stellen. Uiteindelijk moet ook daar de businesscase wel kloppen, maar de gehele branche, en het milieu is gebaat bij meer efficiency in de supply chain.’