Air Products en Gunvor Petroleum Rotterdam hebben een ontwikkelingsovereenkomst ondertekend voor een importterminal in Rotterdam. Als de uiteindelijke investeringsbeslissing positief uitvalt, kan de importterminal naar verwachting in 2026 de eerste groene waterstof leveren.

Het Gunvor-terrein in Europoort Rotterdam is één van de Europese locaties waar Air Products een importterminal zou willen bouwen. Het terrein is een strategische locatie voor het aanlanden van groene ammoniak vanuit grootschalige en overzeese waterstofproductielocaties van Air Products en haar partners.

Zo investeert Air Products samen met ACWA Power en NEOM vijf miljard dollar in een grootschalige faciliteit in Saoedi-Arabië. Deze gaat vanaf 2025 meer dan vier gigawatt hernieuwbare energie, afkomstig van zonne- en windenergie, gebruiken voor de productie van 650 ton waterstof per dag en 1,2 miljoen ton groene ammoniak per jaar. Air Products wordt de exclusieve afnemer van deze groene ammoniak.

Bij aankomst in Rotterdam wordt de groene ammoniak terug omgezet in groene waterstof en gedistribueerd naar Europese markten. Met groene waterstof kunnen lastig te decarboniseren sectoren, zoals zwaar transport en industrie, toch verduurzamen.

Voldoende vertrouwen

Zodra Air Products en Gunvor voldoende vertrouwen hebben in het wet- en regelgevingskader, het vergunningsproces en de financieringssteun volgt een investeringsbeslissing. Certificering van groene waterstof moet ervoor zorgen dat de geïmporteerde groene ammoniak, en de daaruit resulterende groene waterstof, ook als zodanig worden erkend en meegeteld in de Europese doelstellingen voor hernieuwbare energie. En met het oog op financiële steun moet het project worden erkend als een Important Project of Common European Interest om het financiële gat te dichten tussen het gebruik van grijze en groene waterstof.

ACE Terminal

Ook Gasunie, HES International en Vopak hebben plannen om in Rotterdam een importterminal voor groene ammoniak als waterstofdrager te ontwikkelen. Deze ACE Terminal op de Maasvlakte zou vanaf 2026 operationeel moeten zijn. Het uiteindelijke investeringsbesluit moet nog worden genomen en zal worden gebaseerd op onder andere klantcontracten en de benodigde vergunningen inclusief een m.e.r.-procedure. De ACE Terminal krijgt een onafhankelijke en open access infrastructuur. De partners zullen dus zelf geen eigenaar zijn van de groene ammoniak.

Uitbreiding

OCI heeft al een importterminal voor ammoniak in de haven van Rotterdam en investeert in een uitbreiding daarvan. In een eerste fase gaat de capaciteit van 400 kiloton naar maximaal 1.200 kiloton per jaar. Deze uitbreiding realiseert OCI met relatief goedkope upgrades van de bestaande infrastructuur van OCI. De totale investeringskosten voor deze fase worden geschat op minder dan 20 miljoen dollar. Naar verwachting is deze eerste uitbreiding in 2023 klaar.

Voor de tweede fase heeft OCI een basis engineeringpakket afgerond voor de bouw van een nieuwe ammoniaktank op de terminal. Deze maakt een toename van de overslag tot boven de 3 miljoen ton per jaar mogelijk. Hiervoor moet ook de aanlegsteigerinfrastructuur worden uitgebreid. OCI wil nog dit jaar met de activiteiten voor vergunningverlening beginnen.

Stargate Terminal

Wellicht volgt binnenkort ook nieuws van Global Energy Storage (GES) over het importeren van ammoniak in Rotterdam. GES heeft een deel van de Stargate Terminal van Gunvor in de Europoort overgenomen. Het bedrijf wil er tankopslag voor producten met een laag koolstofgehalte realiseren, waaronder ammoniak. Het terrein in de Europoort heeft een oppervlakte van ruim twintig hectare braakliggend land waar GES diverse projecten kan ontwikkelen.

Neste investeert 1,9 miljard euro in de bouw van een nieuwe fabriek in Rotterdam. Het bedrijf heeft daarover een definitieve investeringsbeslissing genomen. Doel is om de productie-eenheid in de eerste helft van 2026 op te starten.

In maart 2020 kondigde Neste al aan dat het van plan was haar productiecapaciteit voor hernieuwbare producten in Europa te vergroten. De twee mogelijke locaties: Rotterdam of Porvoo in Finland. In maart vorig jaar hakte het bedrijf deze knoop door: het verschil in kosten woog significant in het voordeel van Rotterdam. Doorslaggevend waren de logistieke kosten, de locatie-specifieke bouwkosten en de beschikbaarheid van koolstofarme waterstofvoorzieningen.

De nieuwe fabriek voor hernieuwbare producten wordt gebouwd op de Eerste Maasvlakte in Rotterdam. Het bedrijf heeft daar al een raffinaderij voor duurzame diesel. De huidige capaciteit van 1,4 miljoen ton in Rotterdam is de grootste in Europa. Daar komt met de nieuwe productie-eenheid nog eens 1,3 miljoen ton per jaar bij. De totale capaciteit van hernieuwbare producten in Rotterdam komt dan op 2,7 miljoen ton per jaar, waarvan 1,2 miljoen ton duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) wordt.

Overname

Eind 2020 nam Neste ook al de Rotterdamse raffinaderij van Bunge Loders Croklaan over. De raffinaderij staat naast de bioraffinaderij van Neste en bestaat uit een voorbehandelingsinstallatie, een tankpark, steigers en een pijpleidingverbinding naar het terrein van Neste.

Met de overname van de raffinaderij wilde Neste de voorbehandelingscapaciteit voor hernieuwbare grondstoffen in Rotterdam sneller opschalen. En het bedrijf wil in de overgenomen raffinaderij een steeds complexere afval- en reststoffenstroom kunnen verwerken. Het bedrijf betaalde 258 miljoen euro voor de overname.

Vanmiddag is Roel Jolling van Polyscope tijdens het iLinqs Festival uitgeroepen tot Plant Manager of the Year 2022. Roel Jolling  is daarmee een jaar lang het boegbeeld van de Nederlandse procesindustrie.

Van plantmanager Roel Jolling en zijn team wordt veel flexibiliteit verwacht. Ondanks de volcontinue manier van produceren, moeten ze de fabriek van Polyscope regelmatig omstellen. Deze pitstops vragen om specifieke competenties. ‘Je past hier, of je past hier niet. Daar zit niets tussenin.’ Lees hier het hele interview

Roel Jolling nam het tijdens de verkiezing op tegen Lisette Sierevogel, Wilfred de Jager en Paul Karrenbeld.

Verkiezing
De Plant Manager of the Year wordt gekozen door internetstemmen (20 procent van de punten), stemmen van de (online) bezoekers van Deltavisie (20 procent) en een jury (60 procent). De jury bestond uit Jan Zuidam (voormalig DSM-bestuurder), Mirjam Verhoeff (Covestro, Plant Manager of the Year 2020), Marinus Tabak (RWE, Plant Manager of the Year 2019), Manon Bloemer (VNCI), Yolande Verbeek (Uniper), Nickel van de Mortel (Digitalisering techniek) en Willem Henk Streekstra (Votob).

 

Shell en Dow hebben op de Energy Transition Campus in Amsterdam een unit gebouwd voor onderzoek naar het elektrisch verwarmen van kraakovens. Hiermee kunnen de twee bedrijven een theoretisch model testen voor het aanpassen van de huidige gasgestookte ovens van stoomkrakers.

Met de resultaten van het onderzoek willen de twee bedrijven het model valideren. Daarna volgt het ontwerp en de bouw van een multi-megawatt proeffabriek. Bij het ontwerp en de bouw van de proefinstallatie zullen de gegevens van de experimentele unit centraal staan. De proeffabriek zou mogelijk al in 2025 kunnen opstarten, onder voorbehoud van investeringssteun.

Koolstofarm

Shell en Dow hebben het technologieprogramma om stoomkraakovens te elektrificeren gezamenlijk opgezet. Stoomkrakers zijn een van de meest koolstofintensieve eenheden van de petrochemische productie. In de krakers wordt de uit olie gedestilleerde nafta gekraakt tot kleinere, onverzadigde moleculen als etheen, propeen, butadieen en benzeen. Dit zijn de grondstoffen voor de honderden producten die andere fabrieken maken. Het kraken gebeurt met veel thermisch geweld. De voeding wordt opgewarmd tot boven achthonderd graden Celsius.

Door hun krakers te elektrificeren willen de bedrijven een grote stap zetten naar het koolstofarm maken van hun activiteiten. E-kraakovens die werken op hernieuwbare elektriciteit hebben het potentieel om 90 procent van de scope1-emissies te verminderen tegen economisch concurrerende kosten met conventionele krakers.

Naast Shell en Dow werken ook BASF, Sabic en Linde samen om de mogelijkheden van elektrisch kraken te onderzoeken. En Sabic zit ook nog in een ander consortium met BASF, Borealis, BP, LyondellBasell en Total. Zij werken samen in het Cracker of the Future Consortium, dat wordt getrokken door Brightlands Chemelot Campus.

OCI investeert in een uitbreiding van haar importterminal voor ammoniak in de haven van Rotterdam. In een eerste fase gaat het om een verdrievoudiging van de importcapaciteit, maar het bedrijf wil met een nieuwe derde tank naar 3 miljoen ton overslag per jaar toe.

In een eerste fase gaat de capaciteit van 400 kiloton naar maximaal 1.200 kiloton per jaar. Deze uitbreiding realiseert OCI met relatief goedkope upgrades van de bestaande infrastructuur van OCI. De totale investeringskosten voor deze fase worden geschat op minder dan 20 miljoen dollar. Naar verwachting is deze eerste uitbreiding in 2023 klaar.

Voor de tweede fase heeft OCI een basis engineeringpakket afgerond voor de bouw van een nieuwe ammoniaktank op de terminal. Deze maakt een toename van de overslag tot boven de 3 miljoen ton per jaar mogelijk. Hiervoor moet ook de aanlegsteigerinfrastructuur worden uitgebreid. OCI wil nog dit jaar met de activiteiten voor vergunningverlening beginnen.

Hub

OCI Nitrogen beschikt sinds 2011 over de ammoniakterminal in de haven van Rotterdam. In 2015 en 2016 zijn de twee ammoniaktanks op de terminal volledig gerenoveerd. Dit zorgde toen al voor een verdubbeling van de capaciteit.

De terminal ligt strategisch en kan de opkomende vraag naar ammoniak voor het bunkeren van zeeschepen vergemakkelijken. Ook kan de terminal een hub zijn voor waterstof die wordt geïmporteerd in de vorm van ammoniak uit regio’s met voldoende aardgas en hernieuwbare bronnen, zoals het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

De scheepvaart is momenteel goed voor bijna 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, maar is een van de moeilijkst te decarboniseren sectoren vanwege de kosteneffectiviteit van zware stookolie en verspreid tanken. Ammoniak en methanol, twee van OCI’s kernproducten, zijn alternatieve producten die de decarbonisatie van de maritieme industrie kunnen stimuleren.

Karen de Lathouder vult haar functie als CEO BP Nederland zichtbaar met veel energie en plezier in, al was het maar omdat ze zich nu ook over de retail van de BP stations mag buigen. ‘Een heel andere wereld, waar je veel dichter op de klant zit’, aldus De Lathouder. ‘Dat is ook zeer leerzaam voor onze andere activiteiten. Want we zullen de klant moeten meenemen in de transitie waar we nu voor staan.’ Lees het volledige interview met De Lathouder in het juni-nummer van Petrochem.

Verder in deze editie een artikel over schaarste en hoe daarmee om te gaan. Staal, aluminium, papier, hout en computerchips: het is of helemaal niet te krijgen, of tegen absurd hoge prijzen. De combinatie van hoge energieprijzen, de nasleep van de coronacrisis en de onzekere Oekraïnecrisis zetten de industrie momenteel voor grote dilemma’s. De hoge prijs van staal en andere bouwstoffen maken een projectbegroting haast onmogelijk.

Plantmanager Henk Feddes van Corbion staat voor een heel andere uitdaging. De vraag naar melkzuur is wereldwijd gestegen, maar de ruimte op het historische CSM-terrein is beperkt. Toch lukt het hem en zijn team met incrementele stappen steeds efficiënter te produceren en op te schuiven in de waardeketen. Vakmanschap en eigenaarschap zijn daarin belangrijke factoren.

Lees er meer over in het juni-nummer van Petrochem. Bij de lezers op 29 juni op de mat, maar nu tijdelijk online al door te bladeren.

Technici die meer doen dan van ze wordt gevraagd, die continu bezig zijn zichzelf te verbeteren en die hun enthousiasme voor techniek over weten te brengen op anderen. Dat zijn Techniekhelden. Wij hebben vier geweldige finalisten dit jaar. Wie vindt u dat Techniekheld 2022 moet worden? Dio Kip (SPIE), Mateusz van Strien (Omexom), Christian Spruijt (Huntsman) of Gaby op ’t Holt (BioBTX). Bekijk de filmpjes waarin ze zich voorstellen en stem!

Stemmen kan tot en met 22 juni 12.00 uur. Op die dag houden wij het iLinqs festival. Rond 16 uur maken we daar bekend wie met de titel naar huis gaat.  

Naast deze publieksstemmen tellen ook stemmen van een vakjury mee.

Dio Kip

Een dag op de site van BP Rotterdam ziet er voor Dio Kip nooit hetzelfde uit. Alhoewel hij met name de beveiligingen op de site test, zijn er zoveel van dit soort systemen dat hij steeds weer voor nieuwe uitdagingen komt te staan. Dat niet BP, maar SPIE zijn loon betaalt, maakt volgens de Techniekheld niet uit: ‘Uiteindelijk ben je als één team verantwoordelijk voor de veiligheid van de site.’  Lees hier het hele interview

Mateusz van Strien

Werken in de hoogspanning klinkt als hogere wiskunde. Toch is Mateusz van Strien ervan overtuigd dat iedereen het kan leren. ‘Je moet natuurlijk wel een gezonde dosis nieuwgierigheid hebben en je willen ontwikkelen.’ De Techniekheld is zelf hét voorbeeld van hoe ver een carrière in de techniek je kan brengen. En nu leidt hij de techniekhelden van de toekomst op. Lees hier het hele interview

Christian Spruijt

Als operator ging Christian Spruijt bij Huntsman in Rotterdam van fabriek naar fabriek. Hij leerde daardoor telkens bij en het werd nooit saai. Nu hij zich met automatiseringsprojecten bezighoudt, veranderen mogelijkheden en zijn omgeving bijna met de dag. ‘Ik verveel me echt geen moment.’ Lees hier het hele interview

Gaby op ’t Holt

Vorige zomer kwam ze binnen als stagiaire, maar inmiddels mag ze zich procesoperator noemen van een pilot-installatie. En als het aan haar ligt, is Gaby op ’t Holt over ruim twee jaar meewerkend voorvrouw van de fabriek die BioBTX in Delfzijl gaat bouwen. Lees hier het hele interview

Jij mag meebepalen wie zich komend jaar Plant Manager of the Year 2022 mag noemen. Wie moet volgens jou het nieuwe boegbeeld van de Nederlandse procesindustrie worden? Is dat Wilfred de Jager (EEW), Roel Jolling (Polyscope), Paul Karrenbeld (Van Wijhe) of Lisette Sierevogel (Tata Steel). Bekijk nog even hun filmpjes, lees hun achtergrond en breng je stem uit! 

Stemmen kan tot en met 23 juni 13.00 uur. Op die dag houden wij het iLinqs festival. Rond 16 uur maken we daar bekend wie met de titel naar huis gaat.  

 

Naast het stemmen via internet (goed voor 20 procent van de punten), brengen ook de bezoekers van het congres (20 procent) en een jury (60 procent) hun stem uit. 

Roel Jolling

Een relatief kleine, onbekende fabriek op Chemelot en toch wereldmarktleider. Door de verschillende variaties van het SMA-copolymeer dat Polyscope produceert, wordt veel flexibiliteit van plantmanager Roel Jolling en zijn team verwacht. Ondanks de volcontinue manier van produceren, moet de fabriek regelmatig worden omgesteld. Deze pitstops vragen om specifieke competenties. ‘Je past hier, of je past hier niet. Daar zit niets tussenin.’ Lees hier het hele interview

Wilfred de Jager

De afvalenergiecentrale van EEW speelt een steeds belangrijkere rol in de verduurzaming van de energievoorziening van de bedrijven in de Eemshaven. Aan plantmanager Wilfred de Jager de taak om de fabriek niet alleen uit te breiden, maar ook steeds meer afvalstromen te verwaarden. Lees hier het hele interview

Paul Karrenbeld

Het is niet eenvoudig als je de derde speler bent in de Champions League van de verfindustrie en niet het budget van de grote teams hebt. Toch weet Koninklijke Van Wijhe Verf op te boksen tegen de grote jongens. Door de kwaliteit en leverbetrouwbaarheid hoog te houden weet het Operations Team van Van Wijhe de aansluiting te houden bij de wensen van zijn klanten. Het is aan Plant Manager Paul Karrenbeld om het 63 koppige team naar de toekomst in te leiden. Want daar voert met name duurzaamheid de boventoon. Lees hier het hele interview

Lisette Sierevogel

Tata Steel zit in een roerige tijd waarin het een duurzame koers inzet terwijl corona ook nog niet verdwenen is. Plantmanager Lisette Sierevogel verdeelt haar aandacht dan ook over kwaliteitverbeterende en overlastverminderende projecten en de dagelijkse aansturing van zeshonderd mensen. ‘Ik heb de focus zien verschuiven van volume naar kwaliteit en nu ligt er een grotere nadruk op de omgeving. Dat vraagt om extra aandacht voor de werkvloer, maar brengt ook nieuwe perspectieven met zich mee.’ Lees hier het hele interview

RWE neemt de gasgestookte Magnum-centrale in de Eemshaven over van Vattenfall. De Magnumcentrale staat dicht bij de reeds aanwezige elektriciteitscentrale van RWE in de Eemshaven. De koopprijs is 500 miljoen euro.

De Magnum-centrale, sinds 2013 operationeel, is een moderne gascentrale en heeft een vermogen van 1.4 gigawatt. De met steenkool en biomassa gestookte RWE-elektriciteitscentrale heeft een capaciteit van 1.560 megawatt. Voordeel is dat de twee centrales bestaande infrastructuur kunnen delen.

Een andere belangrijke reden van de overname is dat de Magnum-centrale geschikt om op groene waterstof te gaan draaien. De centrale kan technisch geschikt gemaakt worden om tot dertig procent waterstof mee te stoken, of zelfs volledig over te gaan op deze brandstof als vervanging van aardgas.

600 megawatt

Sopna Sury, COO Waterstof van RWE Generation SE: ‘Met de overname van de Magnumcentrale in de Eemshaven versterken wij het project Eemshydrogen. Hier willen we grootschalige productie van groene waterstof mogelijk maken zodat het betaalbaar wordt. Groene waterstof speelt een belangrijke rol in het decarboniseren van de industrie en is dan ook onmisbaar voor het doen slagen van de energietransitie.’

RWE ontwikkelt sinds 2020 Eemshydrogen, een project in de Eemshaven voor de productie van groen waterstof. Als onderdeel van de tender voor het offshore windpark Hollandse Kust West VII, wil RWE elektrolysers bouwen met een totale capaciteit van 600 megawatt.

Ondernemingsraad

De verwachting is dat de overname rond eind september 2022 is afgerond. Tevens onderdeel van de overname is een zonne-installatie met een capaciteit van 5.6 megawatt die op hetzelfde terrein is gevestigd. RWE neemt het al het personeel dat werkt bij de Magnumcentrale over van Vattenfall. De overname moet onder meer nog worden goedgekeurd door de ondernemingsraad van Vattenfall.

 

Gashandelaar GasTerra heeft besloten niet in te gaan op de eenzijdige betalingseisen van Gazprom. Deze betalingseisen zijn een gevolg van een door de Russische president Poetin opgesteld decreet over de betaling van de levering van Russisch gas. Gazprom heeft als reactie op dit besluit van GasTerra kenbaar gemaakt de levering met ingang van 31 mei 2022 te staken.

In het op 31 maart jl. afgekondigde decreet stelt de Russische president Poetin dat Russisch gas voortaan in roebels betaald moet worden. Hiertoe moeten door de koper van het gas zowel een euro- als een roebelaccount geopend worden bij de Gazprombank in Moskou. GasTerra gaat niet in op deze betalingseisen. Dit omdat zij een risico zijn voor schending van de door de EU opgestelde sancties, maar ook omdat er te veel financiële en operationele risico’s kleven aan de vereiste betalingsroute. Met name het openen van rekeningen in Moskou onder Russisch recht en de controle hiervan door het Russische regiem zijn een te groot risico voor het bedrijf uit Groningen.

Alternatieve bronnen

De staking van de levering door Gazprom houdt in dat tot 1 oktober 2022, de datum waarop het contract eindigt, ongeveer 2 miljard m3 aan gecontracteerd gas niet geleverd gaat worden. GasTerra heeft hierop geanticipeerd door elders gas in te kopen.

De Europese gasmarkt is sterk geïntegreerd en groot. Het is op voorhand niet te zeggen welke invloed het wegvallen van 2 miljard m3 Russisch gas heeft op de vraag-/aanbodsituatie en of de Europese markt dit wegvallende aanbod met beperkte consequenties kan opvangen.

GasTerra heeft er herhaaldelijk bij Gazprom op aangedrongen de contractueel afgesproken betalingsconstructie en leveringsverplichtingen te respecteren, helaas tevergeefs.