Air Liquide investeert 125 miljoen euro in de bouw van een nieuwe luchtscheidingsinstallatie (ASU) in Moerdijk. Het is een nieuwe generatie ASU met een dagelijkse zuurstofproductiecapaciteit van 2.200 ton.

De ASU is in een aantal opzichten bijzonder innovatief. Zo ligt het energieverbruik tien procent lager dan bij de vorige generatie en zal de ASU worden gebruikt om het nationale elektriciteitsnet te stabiliseren, waardoor een breder gebruik van hernieuwbare energiebronnen wordt vergemakkelijkt.

Een luchtseparatie-eenheid is een industriële installatie die atmosferische (buiten)lucht scheidt in stikstof-, zuurstof- en argongas. De gassen worden vervolgens via pijpleidingen of vrachtwagens aan industriële gebruikers geleverd. De onderliggende technologie is gebaseerd op het feit dat elk van deze gassen een verschillend kookpunt heeft. De buitenlucht wordt aangezogen en eerst gefilterd en samengeperst. Vervolgens wordt de lucht – een mengsel van gassen – afgekoeld tot -173°C zodat het bijna vloeibaar wordt. Het afgekoelde gasmengsel wordt vervolgens in drie destillatiekolommen gescheiden in zuivere zuurstof, stikstof en argon.

Modulaire bouw

De bouw van ASU is momenteel in volle gang in Moerdijk en de start van de productie is gepland voor de zomer van 2022. De ASU in Moerdijk bestaat uit verschillende grote modules, waarvan de zwaarste 580 ton weegt en afmetingen heeft van 10 x 10 x 65 meter. De modules werden in de haven van Moerdijk op een ponton overgeladen met behulp van drijvende kranen. Vervolgens zijn ze met een zelfrijdende modulaire transporteur (SPMT) over het terrein vervoerd naar hun uiteindelijke bestemming, waar twee grote kranen ze op hun plaats hebben gehesen.

Strategische locatie

De locatie in Moerdijk is strategisch gekozen, zo bevestigt projectdirecteur Abel Slabbekoorn: ‘De locatie is gunstig gelegen ten opzichte van een aantal grote klanten in de industriehaven van Moerdijk. En Moerdijk ligt op een knooppunt van pijpleidingen naar Rotterdam en Antwerpen. Vanuit deze locatie kunnen we via onze pijpleidingen een groot deel van de Benelux bereiken. Wij kunnen nu ook per vrachtwagen vloeibare gassen leveren aan klanten in Nederland die momenteel vanuit België worden bevoorraad. Voor deze klanten zal dit resulteren in lagere transportkosten en dus een lagere CO2-voetafdruk voor de levering van de gassen.’

Zuurstof uit de ASU zal onder meer worden gebruikt in de chemische en glasindustrie en voor de staalproductie, terwijl de stikstof vooral zal worden gebruikt als inert veiligheidsgas in een reeks industrieën en bij de verpakking van levensmiddelen. Het gewonnen argon zal ook worden gebruikt als inert veiligheidsgas in de metaal-, automobiel-, elektronica- en levensmiddelenindustrie.

Verminderde CO2-voetafdruk

Het energieverbruik van de nieuwe ASU zal ongeveer tien procent lager liggen dan dat van ASU’s van de vorige generatie. ‘Dit hebben we bereikt door de compactere, modulaire constructie van de ASU en door verbeteringen aan luchtcompressoren, warmtewisselaars en turbines’, legt Abel uit. ‘Daardoor daalt niet alleen het specifieke energieverbruik – en dus de kosten die we onze klanten aanrekenen – maar ook de CO2-footprint. We hebben ook een stroominkoopovereenkomst van 25 megawatt gesloten, wat betekent dat de ASU’s worden voorzien van groene stroom uit windmolenparken in de Noordzee. Op termijn zal de ASU volledig op hernieuwbare energie draaien.’

Hernieuwbare energie

Een bekend probleem met duurzame energiebronnen, zoals zon en wind, is dat de stroom die ze leveren sterk afhankelijk is van de lokale weersomstandigheden. Toch moeten vraag en aanbod op het nationale net altijd perfect in balans zijn. Een systeem dat tijdelijk energie kan opslaan en deze energie vervolgens kan gebruiken wanneer de vraag weer toeneemt, is dan ook een belangrijke drijfveer voor een breder gebruik van hernieuwbare energie.

Daarom ontwikkelde Air Liquide het Alive-systeem dat voor het eerst in Moerdijk wordt gebruikt. De installatie maakt gebruik van cryogene vloeibare lucht voor tijdelijke energieopslag. Hierdoor kan het energieverbruik gedurende een periode worden verlaagd, zonder dat de productie daalt. Dit helpt het net te stabiliseren, terwijl de voorzieningszekerheid toch gewaarborgd blijft.

Engie en Equinor onderzoeken de technische en economische haalbaarheid van een fabriek die blauwe waterstof produceert in Gent. Het H2BE-project gebruikt autothermische reforming-technologie (ATR) om waterstof uit aardgas te produceren. Afgevangen CO2 wordt vervolgens getransporteerd en opgeslagen onder de Noorse Noordzee.

Naast commerciële gesprekken met potentiële afnemers van waterstof starten ENGIE en Equinor nu dus ook een haalbaarheidsstudie naar de technische en economische geschiktheid van een locatie in Gent. Met het havenbedrijf lopen er al besprekingen over de integratie met de haveninfrastructuur. ‘Het H2BE-project past in ons strategisch plan Connect 2025 omdat het de overgang naar klimaatneutraliteit en de ontwikkeling van de vereiste waterstof- en CO2-infrastructuur versnelt’, aldus Daan Schalck, CEO van North Sea Port.

Infrastructuur

De aanwezigheid van waterstof- en CO2-infrastructuur is van cruciaal belang voor het welslagen van het project. Daarom hebben ENGIE en Equinor hun krachten gebundeld met Fluxys Belgium, de onafhankelijke beheerder van het aardgastransportnet in België. Door grote volumes op de markt te brengen, kan het H2BE-project belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de waterstof- en CO2-infrastructuur met open toegang van Fluxys.

In januari vroeg Fluxys al aan mogelijke gebruikers en industriële spelers van het toekomstige waterstof- en CO2-netwerk deel te nemen aan een informatieve marktraadpleging. Nu vraagt het bedrijf aan industriële partijen hun belangstelling uit te spreken voor een aansluiting. Dit is een volgende stap in de richting van het aanleggen van nieuwe leidingen en het herbestemmen van bestaande infrastructuur. Op die manier kan Fluxys tegen midden 2026 zorgen voor efficiënt vervoer van zowel waterstof als CO2 in.

In de haven van Antwerpen werken verschillende partners samen aan een warmtenetwerk. In eerste instantie voorzien Indaver en Port of Antwerp er een basisnet naar de industrie. Vervolgens zal een derde partij er in opdracht van de stad Antwerpen een residentieel warmtenet aan koppelen.

Om warmtenetten mogelijk te maken, zijn contracten met industriële afnemers een bijzondere troef. Grote spelers zorgen er immers voor dat ook buiten het ‘stookseizoen’ nog volop nuttige warmte wordt afgenomen wat zorgt voor een betere benutting van het warmtenet. Voor dit laatste is Boortmalt nu ingestapt.

Moutproces

Boortmalt gaat de restwarmte van Indaver gebruiken. Het bedrijf heeft op zo’n acht kilometer van Indaver zijn grootste mouterij. Met een productiecapaciteit van 470.000 ton per jaar wordt hier genoeg mout gemaakt om zo’n zestien miljard biertjes per jaar te brouwen. Tijdens het moutproces zijn grote hoeveelheden warmte nodig.

Boortmalt maakt momenteel gebruik van warmtekrachtkoppelingen en gasbranders om deze proceswarmte te produceren. Wanneer Boortmalt in de toekomst rechtstreeks warmte tapt uit het warmtenetwerk, spaart het bedrijf een hoeveelheid aardgas uit die vergelijkbaar is met de jaarlijkse consumptie van ongeveer tienduizend gezinnen. Transportvennootschap ‘Warmtenetwerk Antwerpen Noord’ gaat de warmtelevering aan Boortmalt regelen. Partners in dit transportbedrijf zijn Indaver en Port of Antwerp.

Stad Antwerpen

Het tweede stuk, de residentiële warmtelevering, wordt door Fluvius in opdracht van Stad Antwerpen gerealiseerd. Dit stuk kan rekenen op grote afnemers zoals sociale huisvestingsmaatschappij Woonhaven die er haar gebouwen met zo’n 3.200 woningen in de wijken Luchtbal en Rozemaai aan zal koppelen. Zodra Boortmalt en Woonhaven zijn aangesloten, zal het warmtenet de uitstoot van zo’n 35.000 ton CO2 per jaar vermijden.

De kolencentrale van Onyx Power in Rotterdam krijgt subsidie om vrijwillig en volledig te sluiten. Het gaat om maximaal 212,5 miljoen euro subsidie. Zodra aan alle voorwaarden zijn voldaan, moet de centrale binnen twee maanden stoppen met kolen en binnen drie jaar zijn ontmanteld.

Met het uitfaseren van de kolencentrale wordt de energievoorziening in Nederland schoner. De Onyx-centrale stoot nu nog jaarlijks zo’n 3 megaton CO2-uit. De resterende drie kolencentrales blijven de komende jaren overigens nog wel nodig om stroom te leveren als er veel vraag naar is, bijvoorbeeld in periodes van weinig wind en zon.

Aan de subsidie zijn een aantal voorwaarden verbonden. Zo moet Onyx Power een adequaat sociaal plan vaststellen en steun geven aan werknemers die hun baan verliezen. Ook moet de Europese Commissie uitsluitsel geven dat er geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Zodra aan deze voorwaarden is voldaan, krijgt de centrale twee maanden de tijd om definitief te stoppen met de elektriciteitsproductie met kolen. Vervolgens duurt de ontmanteling van de centrale maximaal drie jaar.

Publieke opinie

Onyx Power is een dochter van het Amerikaanse Riverstone. Dit investeringsbedrijf nam de kolencentrale eind 2019 van Engie over. De centrale op de Eerste Maasvlakte heeft een vermogen van 731 MW en is pas sinds 2015 in bedrijf. Bij het plannen van de centrale – op verzoek van minister Laurens Jan Brinkhorst – wogen diversificatie van het energieaanbod, lage energieprijzen en leveringszekerheid zwaarder dan de nadelen voor het milieu. Sindsdien is de publieke opinie behoorlijk verschoven.

TenneT en VEMW roepen de industrie op te onderzoeken welke rol ze kan spelen bij het flexibel gebruiken van energie. Dat is niet alleen nodig om het elektriciteitsnet te balanceren en leveringszekerheid te vergroten, maar biedt bedrijven ook interessante financiële kansen.

Door de energietransitie zal het aandeel van zon- en windenergie in de energievoorziening sterk groeien. ‘Omdat dit, in tegenstelling tot de huidige kolen- en gascentrales, weerafhankelijke bronnen zijn, neemt het vermogen om de elektriciteitsproductie te sturen af’, aldus Maarten Abbenhuis, COO van TenneT. ‘Daarom wordt flexibel elektriciteitsgebruik, zeker door grote industriële afnemers, waardevol én noodzakelijk om de leveringszekerheid te vergroten.’

Tegelijkertijd biedt industriële flexibiliteit ook kansen, stelt Hans Grünfeld, algemeen directeur VEMW. ‘Bedrijven kunnen hun energierekening verlagen door in te spelen op schommelende elektriciteitsprijzen op de spot-, onbalans- en reservemarkten.’

Gezamenlijke actie

Het verzilveren van het flexibiliteitspotentieel van grootverbruikers vergt een serieuze inspanning van bedrijven, in nauwe samenwerking met netbeheerders en de overheid. Er is inzicht nodig in potentiëlen en verdienmodellen. Een aantal barrières moet bovendien nog uit de weg worden geruimd.

Het aanbieden van industriële flexibiliteit is relatief nieuw, vergt investeringen en kan voor sommige bedrijven ingewikkeld zijn. De huidige prijsspreads op de spotmarkten zijn soms nog onvoldoende om investeringen in flexibiliteit te rechtvaardigen en meer zekerheid is dan ook gewenst. Ook is niet altijd duidelijk of voldoende netcapaciteit beschikbaar zal zijn om verder te elektrificeren.

Tot slot omvat de huidige nettariefstructuur barrières voor verdienmodellen van industriële flexibiliteit. TenneT en VEMW roepen daarom op tot gezamenlijke actie van netbeheerders, industrie en overheid om industriële flexibiliteit stevig op alle duurzaamheidsagenda’s te verankeren.

Vind hier het actieplan van TenneT en VEMW.

Gate breidt de capaciteit van haar LNG-terminal op de Maasvlakte uit met 1,0 bcm per jaar. Eerder dit jaar kondigde het bedrijf ook al een uitbreiding met 0,5 bcm aan. Daarmee komt de totale capaciteit van de terminal straks op 13,5 bcm per jaar.

De nu aangekondigde extra capaciteit is nodig voor de groeiende LNG-activiteiten van Uniper en moet vanaf oktober 2024 beschikbaar zijn. Op dat moment wordt Uniper de grootste capaciteitshouder bij Gate terminal met een capaciteit van 4 bcm onder een langetermijncontract. Andreas Gemballa, director LNG bij Uniper: ‘De LNG Trading-activiteiten zijn aanzienlijk gegroeid van minder dan dertig ladingen in 2016 tot meer dan driehonderd tot nu toe dit jaar.’

Record hervergassing

Gate terminal is een joint venture van Gasunie en Vopak. De terminal kende de laatste jaren periodes met een zeer hoge bezettingsgraad. In mei behaalde de terminal een record hervergassing van ongeveer 1,1 bcm. Omdat er voldoende bindende marktinteresse was, besloot Gate daarom in juli al de capaciteit met 0,5 bcm per jaar te verhogen. Ook deze capaciteit komt in oktober 2024 beschikbaar.

Gate is de eerste Nederlandse LNG-importterminal en operationeel sinds 2011. De capaciteit van de LNG-terminal dekt ongeveer eenderde van het nationale gasverbruik. De terminal heeft drie opslagtanks, drie aanlegsteigers, drie laadplaatsen voor tankwagens en een omgeving waar LNG wordt omgezet in aardgas.

Gasunie en North Sea Port hebben een overeenkomst ondertekend voor de ontwikkeling van een regionaal transportnetwerk voor waterstof in Zeeland. Het Hydrogen Delta Network NL moet een open netwerk worden dat in 2027 wordt verbonden met de landelijke waterstofinfrastructuur die Gasunie in Nederland ontwikkelt.

Momenteel is het Zeeuwse industriële cluster, met 520.000 ton per jaar, goed voor 35 procent van de vraag naar waterstof in Nederland. Voor een regionale infrastructuur voor waterstof moet de markt zich ontwikkelen en zijn ook aanvullende activiteiten noodzakelijk. Zo wordt gewerkt aan elektrolyse, waarbij met duurzaam opgewekte elektriciteit CO2-vrije waterstof wordt gemaakt. In Zeeland zijn inmiddels al meerdere elektrolyseprojecten aangekondigd. Naast de ontwikkeling rondom grootschalige elektrolyse biedt de regio ook goede kansen voor import van waterstof via locaties in het havengebied van North Sea Port.

Het aanbod van waterstof komt vooral uit Vlissingen en de afnemers van waterstof zitten vooral in de Kanaalzone Terneuzen-Gent. De komende periode wordt gekeken naar de beste manier om Vlissingen en Terneuzen met elkaar te verbinden. De regio biedt kansen voor het hergebruik van bestaande aardgasleidingen (via land) maar ook het kruisen van de Westerschelde behoort tot de mogelijkheden (wellicht een gezamenlijke kruising met meerdere soorten leidingen en kabels).

Netwerk België

Gelijktijdig met de ontwikkeling van het Zeeuwse waterstofnetwerk ontwikkelt North Sea Port samen met gastransportbedrijf Fluxys en ArcelorMittal een vergelijkbaar regionaal netwerk in België. Eind 2025 is de waterstofinfrastructuur in de deltaregio gereed.

Naar verwachting wordt het Zeeuwse netwerk in 2027 verbonden met de landelijke waterstofinfrastructuur die Gasunie in Nederland ontwikkelt. Deze backbone verbindt niet alleen de Nederlandse industriële clusters met elkaar, maar heeft ook verbindingen met de waterstofopslag in Noord-Nederland, Duitsland en andere delen van België.

Hydrogen Delta Network NL wil de ontwikkeling van de vraag naar en het aanbod van waterstof door bedrijven in de Zeeuwse regio faciliteren. Via een ‘Expression of Interest’ worden de specifieke activiteiten, wensen en eisen voor vraag en aanbod op het gebied van capaciteit en volume in kaart gebracht. Hiermee wordt de leidingcapaciteit, -dimensionering en -route verder bepaald. Op basis van de uitkomsten hiervan wordt begin 2022 de route voor het regionale waterstofnetwerk bepaald. Eind 2022 moeten vervolgens de noodzakelijke investeringsbesluiten genomen worden.

For a Dragon’s Den of Transition, the organization of the European Industry and Energy Summit 2021 (EIES2021) is looking for both dragons and innovators. During the closing of the EIES2021 on December 8 in Rotterdam Ahoy, they can make deals to support interesting energy innovations. Sign up now as a dragon or innovator!

Dragon’s Den of Transition is a new part of the Summit. The organization wants to provide a stage for hopeful innovations in the field of European industrial transformation and also help them along the way. These are innovations from start-ups, for example, that could use a boost to reach maturity. The need can be financial, but also support in the areas of marketing, networking, entrepreneurship, business development and more. That is the role of the dragons.

Offers

During the last day part of the two-day Summit, on Wednesday afternoon December 8, five selected companies can pitch their innovations to five Dragons, representatives of development companies, funds, governments, banks and/or investment companies. They can respond to the pitches, make contacts and even make offers.

Journalistic nomination film

Innovators can apply to the editorial staff of Industrielinqs, the organizer of the event. The editors will compile a longlist. Ultimately, at least eight will be selected by a panel (editors and a number of experts). Journalistically prepared nomination films of 112 seconds will be made of these finalists. These films will be published from late October with short articles on the news site www.industryandenergy.eu. Together with the public, the Dragons will determine who will pitch in the Dragon’s Den of Transition on December 8.

Besides innovators, the organization is also looking for dragons. A few organizations have already agreed to provide a dragon, but there are still a few seats available.

Innovators can apply with a brief description of their innovation via redactie@industrielinqs.nl.

For more information about a Dragon chair you can contact editor in chief Wim Raaijen: wim@industrielinqs.nl.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt 6,8 miljard euro vrij voor extra CO2-reductie om de klimaatdoelen in het vizier te houden. Tegelijkertijd wil ze ETS-plichtige bedrijven verplichten energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend.

De afgelopen jaren nam het kabinet forse maatregelen en kondigde nieuwe maatregelen aan om de CO2-uitstoot te verminderen. Desondanks is een extra inspanning nodig om de doelstelling van 49 procent broeikasgasreductie in 2030 (t.o.v. 1990) in het vizier te houden. Daarom investeert het kabinet 6,8 miljard euro extra in klimaatmaatregelen zonder lastenverzwaringen.

Extra CO2-reductie in de industrie

De industrie mag vanaf 2050 bijna geen schadelijke stoffen meer uitstoten. Het kabinet werkt aan maatregelen om de emissies, zoals de uitstoot van lachgas, naar beneden te brengen. Ook breidt het kabinet de plicht om energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, uit naar grote industriële (ETS-)bedrijven. Er worden middelen vrijgemaakt zodat gemeenten en omgevingsdiensten de handhaving van deze plicht kunnen verbeteren.

1,3 miljard voor toekomstige energie-infrastructuur

De overheid wil dat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Infrastructuur voor schone energie is hiervoor essentieel. Daarom reserveert het kabinet 1,3 miljard euro voor energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de klimaat- en energietransitie. Dit bestaat uit subsidie voor een warmtetransportnet in Zuid-Holland. En 750 miljoen euro voor het ombouwen van delen van het bestaande gasnet tot een landelijke ‘Waterstof backbone’ die de Nederlandse industrieclusters verbindt.

Hulp bij verduurzamen

De overheid komt Nederlanders die duurzame keuzes maken tegemoet in de kosten. Daarom worden bestaande subsidieregelingen uitgebreid zodat consumenten een tegemoetkoming van 1000 tot 2100 euro kunnen krijgen voor de aanschaf van een hybride warmtepomp. Ook werkt het kabinet maatregelen uit gericht op extra stimulering van (betaalbare) elektrische auto’s en helpt het kabinet (MKB-)bedrijven bij verduurzaming door de aanschaf van elektrische bestelbussen te subsidiëren. Ook verhoogt het kabinet het budget van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) met drie miljard euro.

Energie-Nederland is blij met het nieuws dat het demissionair kabinet volgend jaar ruim 6,8 miljard euro extra uittrekt voor het verminderen van de CO2-uitstoot. Het geld zal onder andere worden gebruikt voor investeringen in noodzakelijke energie-infrastructuur zoals waterstof en de verduurzaming van huizen. De belangenvereniging vraagt wel om ook na 2030 oog te houden voor ondersteuning van duurzame energieprojecten.

De urgentie om méér te investeren in de klimaatmaatregelen wordt met de gepresenteerde begroting onderstreept. Om ook na 2022 te kunnen blijven toewerken naar de doelen van 2030, roept Vereniging Energie-Nederland het kabinet op om snel besluiten te nemen over het vergroten van het aanbod CO2-vrije elektriciteit. Daarnaast is het cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen in de energie-infrastructuur.

Meer aanbod CO2-vrije elektriciteit

Voor de elektrificatie van de industrie, vervoer en gebouwde omgeving is, bovenop de reeds bestaande plannen, extra aanbod van CO2-vrije elektriciteit nodig. Het extra budget van 3 miljard euro voor de SDE++ kan onder andere worden ingezet voor de ontwikkeling van extra zon- en windprojecten, maar helpt ook duurzame warmte en projecten in de industrie.

Om de komende jaren te kunnen blijven investeren in de verdere verduurzaming van de elektriciteitsproductie blijft een stabiel investeringskader ook na 2025 nodig. Dit kan door ontwikkelaars van zon- en windprojecten zekerheid te geven dat hun elektriciteit zal worden gebruikt door het gebruik van groene elektriciteit in de industrie te stimuleren. De verhoging van het SDE++ budget is hiertoe een eerste stap, maar er is ook een specifiek steunmechanisme nodig dat afkoerst op de concrete doelstellingen in 2030 en daarna. Door een koppeling aan te brengen tussen elektrificatie en extra productie van CO2-vrije elektriciteit, wordt de transitie verder versneld.

Naast deze koppeling tussen vraag en aanbod, blijft ook het financiële aspect aandacht vragen. Volgens de huidige plannen is de SDE++ al vóór 2025 niet meer beschikbaar voor nieuwe aanvragen voor zonne- en windenergie. Bij onzekerheid over de groei van de vraag naar duurzame elektriciteit, zullen investeerders niet geprikkeld zijn om nog grootschalig te investeren in duurzame productie. Dit terwijl de doelstellingen voor 2030 nog zullen worden verhoogd als gevolg van de Europese plannen, en daarnaast moet in 2050 onze gehele energievoorziening CO2-vrij zijn. Energie-Nederland pleit daarom voor bodemprijsregeling die de grootste risico’s bij tegenvallende elektrificatie wegneemt.

Noodzakelijke investeringen infrastructuur

In de begroting wordt ook aandacht besteed aan de noodzakelijke investeringen in het elektriciteitsnet. Het is cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen door (regionale) netbeheerders in elektriciteitsnetten. Er moet voldoende ruimte zijn om anticiperend te investeren en dit moet gemakkelijker worden, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van publieke middelen zoals het Recovery & Resilience fund. Tegelijkertijd blijven netbeheerders verplicht om tijdig te investeren. Er moet gekeken worden hoe netbeheerders gestimuleerd kunnen worden om anticiperend te investeren en of er andere structurele belemmeringen zijn die aangepakt moeten worden.

Energie-Nederland verwelkomt het vrijmaken van 750 miljoen euro voor een landelijke transportinfrastructuur voor groene waterstof (‘Waterstof Backbone’). En het extra budget voor het warmtetransportnet Zuid-Holland. Dit zijn belangrijke eerste stappen in de ontwikkeling van een waterstof-economie. Infrastructuur voor het transport van CO2-vrije waterstof is onontbeerlijk en de Europese Green Deal heeft dit belang verder vergroot.