Karen de Lathouder vult haar functie als CEO BP Nederland zichtbaar met veel energie en plezier in, al was het maar omdat ze zich nu ook over de retail van de BP stations mag buigen. ‘Een heel andere wereld, waar je veel dichter op de klant zit’, aldus De Lathouder. ‘Dat is ook zeer leerzaam voor onze andere activiteiten. Want we zullen de klant moeten meenemen in de transitie waar we nu voor staan.’ Lees het volledige interview met De Lathouder in het juni-nummer van Petrochem.

Verder in deze editie een artikel over schaarste en hoe daarmee om te gaan. Staal, aluminium, papier, hout en computerchips: het is of helemaal niet te krijgen, of tegen absurd hoge prijzen. De combinatie van hoge energieprijzen, de nasleep van de coronacrisis en de onzekere Oekraïnecrisis zetten de industrie momenteel voor grote dilemma’s. De hoge prijs van staal en andere bouwstoffen maken een projectbegroting haast onmogelijk.

Plantmanager Henk Feddes van Corbion staat voor een heel andere uitdaging. De vraag naar melkzuur is wereldwijd gestegen, maar de ruimte op het historische CSM-terrein is beperkt. Toch lukt het hem en zijn team met incrementele stappen steeds efficiënter te produceren en op te schuiven in de waardeketen. Vakmanschap en eigenaarschap zijn daarin belangrijke factoren.

Lees er meer over in het juni-nummer van Petrochem. Bij de lezers op 29 juni op de mat, maar nu tijdelijk online al door te bladeren.

Vorige zomer kwam ze binnen als stagiaire, maar inmiddels mag ze zich procesoperator noemen van een pilot-installatie. En als het aan haar ligt, is Gaby op ’t Holt over ruim twee jaar meewerkend voorvrouw van de fabriek die BioBTX in Delfzijl gaat bouwen. Bekijk nu haar nominatiefilm voor de verkiezing van de Techniekheld van het jaar 2022.

Vorige zomer kwam ze binnen als stagiaire, maar inmiddels mag ze zich procesoperator noemen van een pilot-installatie. En als het aan haar ligt, is Gaby op ’t Holt over ruim twee jaar meewerkend voorvrouw van de fabriek die BioBTX in Delfzijl gaat bouwen. Dit jaar is Gaby finalist van de verkiezing van de Techniekheld van het Jaar. Op 22 juni tijdens het iLinqs-festival is de bekendmaking.

Dat is het voordeel als je jong bij een starter in dienst komt. Je kunt meegroeien met het bedrijf zelf. En dat ziet de twintigjarige Gaby op ’t Holt zeker zitten. Nu zit ze aan de knoppen van een proefinstallatie die als model dient voor de fabriek die vanaf dit jaar wordt gebouwd op Chemie Park Delfzijl. Daar gaat BioBTX afvalplastic omzetten in de chemische bouwstenen benzeen, tolueen en xyleen (BTX). De eerste fase van de fabriek moet al in 2024 draaien en in 2027 moet de volledige fabriek operationeel zijn. Een investering van in totaal tachtig miljoen euro. Uiteindelijk wil het bedrijf elk jaar 50.000 ton plastic verwerken. En daar wil Gaby op ’t Holt graag aan meewerken.  

Hoe kwam je op het idee in de techniek te gaan werken? 

 ‘Ik ben eigenlijk nooit een meisje-meisje geweest. En ik heb altijd graag met mijn handen willen werken. Ik ging ook wel eens met mijn vader mee, die ook operator is. Toen een dansopleiding er niet inzat en ook de fotografie-opleiding geen plaats meer had, leek de MBO-opleiding voor procesoperator me wel wat. Dat bleek meteen de beste keus van mijn leven.’ 

Niet iets waar veel jonge meiden aan denken, toch? 

 ‘Dat klopt. Ik kwam een klas met bijna alleen maar jongens terecht. Slechts één ander meisje. Ik had het vanaf het begin af aan erg naar mijn zin. Ik heb ook het gevoel dat heel veel andere vrouwen het leuk zouden vinden, maar dat het van huis uit niet echt wordt gestimuleerd. Dat is best jammer. Er was zelfs een leraar die zei dat het niet voor mij was weggelegd. Dat gaf me alleen maar extra motivatie. Ik dacht: “nu ga ik bewijzen dat ik het wel kan”. Dat het me is gelukt kan ook een voorbeeld zijn voor andere vrouwen. Daar wil ik me heel graag sterk voor maken’ Toch ging het bijna nog mis met afstuderen. ‘Ik liep een paar maanden stage bij een kartonfabriek. Op het moment van afstuderen kreeg ik te horen dat mijn stage werd afgebroken. Ik weet nog steeds niet waarom. Sowieso een reden die buiten mij om ging. Iets tussen school en het bedrijf. Daardoor liep ik bijna een jaar vertraging op.’ 

Maar toen kwam BioBTX?

‘Ja, ik kon meteen op gesprek komen. Ze hadden nog nooit een stagiair gehad, maar het was een heel leuk gesprek. Tijdens mijn studie dacht ik dat het mechanische gedeelte me meer trok. Maar toen ik hier kwam, bleek ik juist de chemische richting ook erg interessant te vinden. Tegen het einde van mijn stage einde zomer afgelopen jaar, gaf ik aan dat ik graag wilde blijven. Dat kon gelukkig. Ik ben nu de enige procesoperator hier. Dus ik zit hier aan de knoppen. Ik voel me helemaal op mijn plaats. Rijbewijs? Nee, die heb ik nog niet. Dus ik bestuur eerder een chemische installatie dan een auto.’  

En nu?

‘Ik heb geleerd om telkens één stap vooruit te kijken. In 2024 neemt BioBTX de eerste fase van de fabriek in Delfzijl in gebruik. Ik zou dan graag meewerkend voorvrouw willen zijn. Leidinggeven trekt me zeker, maar ik wil vooral ook met mijn handen blijven werken.’

iLinqs 2022

De industrie en andere technische sectoren hebben veel techniekhelden nodig. Zeker nu transitie en digitalisering steeds om meer en andere expertise vragen. Industrielinqs wil daarom helden uit de techniek in het zonnetje zetten. Tijdens iLinqs, Festival van de Industrie wordt op 22 juni in Rotterdam de winnaar bekend gemaakt.

Techniekhelden zijn technici die onmisbaar zijn voor het bedrijf of die iets bijzonders doen of hebben gedaan met grote impact. Heeft u een collega die u in het zonnetje wilt zetten? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl

Waste2Func bouwt een platform voor het efficiënt inzamelen van voedselafval van de landbouw, de voedingsindustrie, supermarkten, veilingen en restaurants. Het project brengt twaalf partners uit vijf landen samen, waaronder grote ondernemingen als Croda, Evonik en Ecover, onderzoeksinstituten en landbouwverenigingen.

Voedselresten worden momenteel vaak weggegooid, op het veld achtergelaten of verbrand en hebben dus geen waarde. Maar het zijn waardevolle grondstoffen die kunnen worden omgezet in bijvoorbeeld bioplastics.

Zo heeft het Israëlisch/Belgische TripleW technologie ontwikkeld om gemengde partijen voedselafval om te zetten in functionele moleculen. Het bedrijf is al begonnen met de productie van melkzuur in een demonstratiefabriek op de site van Group Op de Beeck in Kallo, België. En Universiteit Gent en Bio Base Europe Pilot Plant hebben het spin-off bedrijf Amphi-star opgericht om hun technologie voor de productie van microbiële biosurfactants op de markt te brengen. Grote bedrijven als Evonik, Croda en Ecover gaan de producten die binnen het project worden geproduceerd testen.

Registratiewebsite

Voor de efficiënte inzameling van voedselreststromen ontwikkelt het project een registratiewebsite/app. Daarmee kunnen voedselreststromen uit de landbouw en voedingsindustrie worden geregistreerd voor inzameling door een afvalinzamelaar. Boeren worden daarbij intensief geraadpleegd over hoe de inzameling voor hen de moeite waard kan zijn en welke vergoeding daarbij past. Uiteindelijk doel van Waste2Func is om inzicht te krijgen in het potentieel van het opzetten van een bioraffinaderij die voedselafval omzet in functionele moleculen.

Vier de industrie! Het wordt tijd dat we de industrie niet alleen vereenzelvigen met het negatieve deel. We kennen het beeld wel, de industrie veroorzaakt veel problemen. Op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat bijvoorbeeld. Het is natuurlijk waar. Industriële productie heeft grote nadelen. Als we ons daar niet bewust van zijn, dan zijn de risico’s enorm. Levensbedreigend zelfs.

Tegelijkertijd kan de industrie juist onderdeel zijn van de oplossingen. Ook op dat vlak zijn de grote lijnen wel bekend. Zonder composieten zijn de moderne windmolens niet mogelijk en kunnen onze auto’s nauwelijks lichter en dus zuiniger worden. In de transitie naar schonere energiedragers en grondstoffen speelt de industrie een cruciale rol. En de industrie levert ons medicijnen, voeding, beschermingsmiddelen en ga zo maar door.

Echter, onbekend maakt onbemind. De samenleving lijkt het beeld van de vieze en gevaarlijke industrie te koesteren. Tegelijkertijd hebben veel industriële bedrijven en hun medewerkers moeite om uit hun schulp te kruipen. Misschien doordat ze zich in het defensief gedwongen voelen. Maar zeker ook onder druk van juristen en aandeelhoudersbelangen. Een negatieve status quo zo lijkt het.

Hoopgevend

Dat is jammer. Want er zijn veel mooie verhalen te vertellen over de industrie. Jaar na jaar treffen wij slimme en gedreven mensen in de industrie, bijvoorbeeld voor onze verkiezingen van de Plant Manager of the Year en de Techniekheld. Ze zijn zich terdege bewust van de risico’s, maar ook de kansen van hun vak en industriële omgeving. En ze eisen een rol op in de verbetering van de industrie. Ook zijn er voldoende interessante innovaties. Als redactie moeten we echter ons best doen om een deel van die vernieuwingen boven water te tillen. Alsof de meeste industriële bedrijven niet trots durven te zijn.

Blijkbaar niet genoeg allemaal. Al voor de coronapandemie rees daarom bij ons en enkele partners het idee om meer schijnwerpers op de industrie te zetten. Op de uitdagingen, maar ook de oplossingen. En niet alleen vergezichten, maar vooral de stappen die nu al worden gezet. Eerlijk, open en waar kan hoopgevend.

HYTE

De afgelopen tijd is daarom het idee van een industriefestival geboren. Dat idee begint concrete vormen aan te nemen. Sterker nog, we hebben een datum en een tijd. Samen met founding partner iTanks en – hopelijk veel – andere partners willen we op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods de industrie vieren. Schrijf dus in je agenda: iLinqs, festival van de industrie.

Een festival met innovaties, pitches en demonstraties. Zeker met bekende elementen, bijvoorbeeld van onze congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year bijvoorbeeld. Maar ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Om het allemaal nog intensiever te maken; een week later ga ik met drie young professionals op pad voor de Hydrogen Trail Europe, ofwel HYTE, van 27 juni tot 8 juli. Via vlogs, blogs, artikelen en een documentaire willen we laten zien waar de industrie in Europa mee bezig is. Dan wel specifiek op het gebied van transitie en met name waterstof. Ook weer op een eerlijke en hopelijk inspirerende manier.

Meer informatie over beide initiatieven volgt de komende weken en maanden. In onze beide magazines Petrochem en Industrielinqs, op onze sites en zeker ook op social media. Volg de pagina’s van Industrielinqs, Petrochem platform en Hydrogen Trail Europe op LinkedIn! Wil je met je bedrijf of organisatie actief deel uitmaken van onze initiatieven, neem gerust contact met me op. Laten we komend jaar vooral met ons allen de industrie vieren.

Reageren? wim@industrielinqs.nl

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Het is Covestro samen met Genomatica gelukt HMDA te maken uit hernieuwbare grondstoffen. Hexamethyleendiamine wordt gebruikt bij de productie van nylon-6,6 en zit ook in coatings en lijmen van Covestro.

De twee bedrijven zijn nu hun eerste productiemateriaal aan het testen en verwerken. Vast staat dat het bio-HMDA van hoge zuiverheid en kwaliteit is. De volgende stap is om de productie van bio-HMDA naar volledige commerciële schaal te brengen. Covestro heeft een optie van Genomatica gekregen om de HMD-procestechnologie in licentie te geven voor commerciële productie.

De markt voor HMDA (voluit hexamethyleendiamine) bedroeg in 2021 twee miljoen ton, die momenteel bijna allemaal wordt geproduceerd uit fossiele grondstoffen, meestal butadieen. HMDA is allereerst een belangrijke grondstof voor nylon-6,6, met een markt van 6,4 miljard dollar. Daarnaast gebruikt de automobielmarkt jaarlijks 500.000 ton polyurethaancoating op basis van HMDA.

Belangrijke pijler

‘Het toegenomen gebruik van alternatieve grondstoffen, inclusief het gebruik van biotechnologie, is een belangrijke pijler van onze aanpak om de circulaire economie volledig te omarmen’, zegt Markus Steilemann, CEO van Covestro. Zo heeft Covestro al een R&D-competentiecentrum voor biotechnologie opgericht om zijn algemene knowhow op dit gebied verder te versterken. Biogebaseerde grondstoffen en biotechnologie zijn ook een van de vijf aandachtsgebieden bij Covestro’s Venture Capital-benadering.

Vorig jaar nam Covestro de Resins & Functional Materials-activiteiten van DSM over. Daarmee verbreedde Covestro haar portfolio van duurzame coatingharsen al aanzienlijk. Het bedrijf was al een grote wereldwijde leverancier van watergedragen polyurethaandispersies. De overname voegde daar een compleet assortiment polyacrylaatharsen op waterbasis aan toe.

Ondanks alle klimaatdoelstellingen blijft aardgas voorlopig onze grootste energiebron. Steeds meer daarvan moet uit het buitenland komen. Dat gebeurt onder meer door meer import van LNG (vloeibaar aardgas). Gate terminal, een joint venture van Gasunie en Vopak, verhoogt daarom de capaciteit op de Maasvlakte.

Francis Voermans

Nederland moet in 2050 het gebruik van fossiele brandstoffen naar bijna nul hebben gereduceerd. Dat betekent onder meer dat we af moeten van aardgas: nu de bron van 40 tot 45 procent van het energieverbruik en de brandstof voor zo’n negentig procent van alle huizen.

Hoewel er al zo’n twintig jaar klimaatbeleid wordt gevoerd, is er vooralsnog geen sprake van een vermindering van het gasverbruik. Het totale verbruik schommelt sinds halverwege de jaren zeventig tussen zo’n veertig à vijftig miljard kubieke meter per jaar en een significante daling is nog niet ingezet.

Wel is er een grote verschuiving in waar het vandaan komt. Tot een paar jaar geleden was dat voornamelijk uit eigen bodem. Het Groningse gasveld, en later ook de kleine velden, leverde genoeg gas om in de eigen vraag te voorzien, plus nog ongeveer eenzelfde hoeveelheid voor export. Vanwege aardbevingen besloot de overheid om de gaswinning in Groningen terug te schroeven en in 2022 helemaal te stoppen. Dan wordt er alleen nog gas gewonnen uit de kleine velden. Hierdoor is Nederland sinds 2018 een netto importeur geworden van aardgas. Dat wil zeggen dat er nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid gas Nederland uitgaat, maar dat de invoer nog veel groter is. Vanwege het goede netwerk met veel capaciteit is Nederland een aantrekkelijk land om gas doorheen te transporteren.

Schommelingen

Het grootste deel van het gas komt uit Noorwegen en Rusland per pijpleiding. Een deel van de import gebeurt per schip, waarbij het gas in vloeibare vorm (LNG) wordt vervoerd. Het aandeel van LNG is niet zo groot, maar het is wel van groot strategisch belang. Via LNG kan ook gas uit immense velden in Qatar en Australië worden geimporteerd. En uit de VS, dat steeds meer gas exporteert dat wordt gewonnen uit schalie, of één van de andere twaalf LNG-producerende landen.

In Nederland is één plek waar LNG­schepen kunnen aanlanden: Gate terminal op de Maasvlakte. De terminal bestaat uit drie opslagtanks, drie aanlegsteigers, drie laadplaatsen voor tankwagens en een omgeving waar LNG wordt omgezet in aardgas. De terminal is sinds 2011 in bedrijf en heeft een capaciteit van twaalf miljard kubieke meter per jaar (bcm). Die capaciteit werd de eerste jaren maar mondjesmaat benut, maar de laatste jaren is de doorzet fors gestegen. Daardoor ontstond in 2019 het idee om de interesse in de markt te peilen voor uitbreiding van de terminal. Die bleek er te zijn. In juli van dit jaar kondigde Gate terminal aan de capaciteit met 0.5 bcm te vergroten en in oktober maakte het bekend nog één bcm extra capaciteit te installeren.

Stefaan Adriaens (Gate terminal): ‘Het aantal schepen dat op LNG vaart is snel toegenomen.’

De uitbreiding betreft enkel de proces­equipment voor hervergassing van het LNG. Gate terminal bekijkt momenteel met welke engineering contractor het gaat werken. Vanaf oktober 2024 kan de terminal 13.5 bcm per jaar verwerken. Dat is ongeveer een derde deel van de Nederlandse gasvraag, maar zoveel wordt er niet ingevoerd, zegt Stefaan Adriaens van Gate terminal. ‘Bij periodes zitten we op de volle capaciteit van de terminal. Afgelopen mei was een record, toen is de terminal volledig benut. Op jaarbasis verwerken we zo’n vijftig tot zestig procent van onze capaciteit. Er zitten veel schommelingen in de vraag.’

Compenseren

Het grootste deel van de nieuwe capaciteit is gecontracteerd door Uniper. Vanaf oktober 2024 wordt het Duitse energie­bedrijf de grootste gebruiker van de terminal met een langetermijncontract voor een capaciteit van vier bcm. Met nu nog tien megawatt aan elektriciteitsproductiecapaciteit uit kolen en bruinkool in Europa, staat het bedrijf onder druk om de activiteiten te verduurzamen. Bijna al deze centrales moeten voor 2030 sluiten, waaronder de 1070 megawatt MPP3-centrale op de Maasvlakte in 2029. Uniper is momenteel bezig om de kolencentrale in Scholven om te bouwen naar een gasgestookte centrale. ‘Gas is momenteel de meest effectieve manier om te ontkolen. (…) Het zorgt voor back-up voor de energietransitie en is de ideale partner voor vluchtige hernieuwbare energiebronnen. Ons gasportfolio is een pijler van de energietransitie’, aldus Uniper CEO Klaus-Dieter Maubach in mei.

Het grootste deel van het LNG dat bij Gate terminal aanlandt, wordt na hervergassing in het Nederlandse gasnetwerk gepompt. Zo kan het verder door Europa worden vervoerd. De Maasvlakte is niet de enige plek waar de importcapaciteit wordt uitgebreid. Door heel Europa wordt flink geïnvesteerd in de gasinfrastructuur (zie kader). Dat moet compenseren voor de lagere productie: De hoeveelheid gas die in de EU-landen wordt gewonnen is de laatste tien jaar gehalveerd. De EU importeert nu negentig procent van het aardgas.

Transport

Wat die importafhankelijkheid kan betekenen voor de prijs, hebben we de afgelopen tijd ervaren. De gasprijs is het laatste half jaar sterk gestegen met in oktober pieken tot ruim boven de euro per kuub. Die hoge prijzen komen vooral door de lage voorraden na een lange koude winter vorig jaar en minder opbrengst van windmolens, in combinatie met dat Rusland geen extra gas leverde. Maar ook de LNG-markt dreef de prijs op. De vraag in Azië, en dan vooral in China, steeg door allerlei factoren, zoals het economisch herstel na de Covid-crisis, een koude winter en het vervangen van kolen door gas. De prijs is inmiddels weer wat gedaald, maar de krapte op de markt houdt waarschijnlijk nog wel even aan. Het online komen van extra LNG-importcapaciteit kan daar weinig aan veranderen. Hoewel de gasvraag in Europa stabiel blijft of licht gaat dalen, blijft wereldwijd het gasverbruik stijgen tot ongeveer 2040, zo is de verwachting. De grote uitbreiding van de LNG-productie in Qatar, waar de komende jaren aan wordt gewerkt, is niet voldoende om aan de stijgende vraag te voldoen, voorspelt Shell in haar LNG Outlook. Meer investeringen in nieuwe LNG-productie zijn nodig.

De gestegen LNG-prijs is slecht nieuws voor trucks en schepen op LNG. Het gebruik van LNG als transportbrandstof vormt een klein deel van het geheel. Bij Gate terminal gaat het om zo’n vijf tot tien procent. ‘Maar het is een groeimarkt. Het aantal schepen dat op LNG vaart, is snel toegenomen en er komen ook steeds meer trucks op LNG’, zegt Adriaens.

Biogas

Rijden op LNG was tot voor kort goedkoper dan rijden op diesel. ‘In de twaalf jaar dat wij LNG leveren, is het altijd aanzienlijk goedkoper geweest dan diesel, maar nu is dat even niet zo. We hopen dat dat weer terugkomt’, zegt Herbert Boender van Rolande, dat veertien van de dertig LNG-tankstations opereert die Nederland momenteel telt. Dat aantal groeit nog wel, zegt Boender, maar het bedrijf richt de pijlen momenteel meer op Duitsland en België. ‘We willen de komende tijd tien nieuwe stations per jaar erbij bouwen, de meeste in Duitsland. Daar is het transport op LNG laat op gang gekomen, maar nu gaat het snel. Omdat vrachtwagens in vijf tot zeven jaar worden afgeschreven, kan het snel gaan.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
LNG

(c) Adobestock

Herbert Boender (Rolande): ‘Bio-LNG is de enige duurzame optie voor zwaar wegtransport die nu beschikbaar is.’

Rolande ziet het rijden op LNG als opstap naar bio-LNG, een brandstof met – nagenoeg – geen CO2-emissie. Nu al kunnen klanten kiezen voor een blend met twintig procent bio-LNG. Maar de ambities van Rolande reiken verder. ‘Met trucks op LNG maken we een kleine stap in CO2-reductie. Met bio-LNG kan het lukken om de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 te halen. Een LNG-truck kan zonder problemen overschakelen op bio-LNG.’

Afvalstromen

Het bedrijf importeert bio-LNG uit Scandinavië. Sinds kort wordt het ook in Nederland gemaakt. In Amsterdam nam Nordsol onlangs een installatie in gebruik, die biogas omzet in bio-LNG. Het bedrijf werkt samen met Shell en Renewi. Renewi zamelt organisch afval in, verwerkt het en zet het om in biogas. Shell stelt het bio-LNG beschikbaar aan trucks bij haar LNG-tankstations in Nederland. De installatie werkt met de iLNG-technologie van Nordsol, waarbij het zuiveren van het methaan en het afkoelen tot -162 graden zijn geïntegreerd. Dit maakt kleinschalige bio-LNG productie mogelijk. De installatie kan zo’n 3.400 ton bio-LNG per jaar produceren. Het doel van Nordsol is om in 2025 meerdere installaties met een totale capaciteit van 25.000 ton bio-LNG operationeel te hebben.

Ook Rolande wil zelf bio-LNG produceren. Het bedrijf heeft plannen in Leeuwarden en Duitsland, in samenwerking met andere partijen. ‘We willen niet volledig afhankelijk zijn van inkoop. Door als afnemende partij mee te investeren, kunnen we het verschil maken bij investeringsbeslissingen’, aldus Boender.

Niet alle vrachtwagens kunnen op bio-LNG rijden, daarvoor zijn niet genoeg afvalstromen beschikbaar. Maar een significant aandeel is zeker mogelijk. ‘De Nederlandse overheid voorziet biogasprojecten voor de productie van twee bcm. Wij vinden dat dit moet worden ingezet waar het de meeste CO2-reductie oplevert en waar geen alternatieven voorhanden zijn. Dat is in de zware industrie en in het zware wegtransport. Alternatieven als elektrisch rijden en waterstof komen er ook, maar bio-LNG is de enige duurzame optie voor zwaar wegtransport die nu beschikbaar is.’

Veel investeringen in gasinfrastructuur

Op veel plaatsen in Europa wordt de importcapaciteit uitgebreid. In België verdubbelt Fluxys de capaciteit van de terminal in Zeebrugge: van de huidige capaciteit van 9 bcm in twee fasen naar 17 bcm in 2026. De LNG-terminal van Polskie LNG in Polen wordt uitgebreid van 5 bcm tot 8,3 bcm. Begin dit jaar is in Kroatië een nieuwe LNG-terminal in gebruik genomen met een capaciteit van 2,3 bcm.In Duitsland zijn er plannen voor twee nieuwe terminals. De Hanseatic Energy Hub studeert op een terminal in Stade, die met name gas moet leveren aan de productiesite van Dow. Gasunie, Vopak en Oiltanking overwegen een LNG-terminal te bouwen in Brunsbüttel.

De Isle of Grain terminal in Engeland wordt uitgebreid tot ruim 25 bcm, waarmee het de grootste terminal in Europa wordt. Engeland is na Spanje de grootste LNG-importeur van Europa. Ook komt er extra capaciteit via nieuwe FSRUs (Floating Storage and regasifications units) bij Griekenland, Cyprus en Polen.

Ondertussen worden ook invoermogelijkheden per pijpleiding vergroot. Zo is sinds begin dit jaar de Trans Adriatic Pipeline (TAP) in gebruik, het laatste stuk van de Zuidelijke gascorridor, die gas van Azerbeijan brengt naar Griekenland, Bulgarije en Italië. Vanaf eind 2022 gaat de nieuwe Baltic Pipe in bedrijf, die wordt aangesloten op de gasinfrastructuur van Noorwegen in de Noordzee en loopt naar Denemarken en Polen.

De omstreden pijpleiding Nordstream 2 tussen Rusland en Duitsland is gereed en wacht alleen nog op een vergunning van de Duitse toezichthouder voordat er gas mag worden getransporteerd.

Zoals een aantal jaren geleden veel projecten werden opgezet om biobrandstoffen te maken van plantaardig materiaal, schieten nu diverse projecten om afval om te zetten in allerlei grondstoffen als paddestoelen uit de grond. Zo richten verschillende bedrijven zich op het verwerken van afvalplastic dat niet geschikt is voor recycling. En zelfs CO2 is straks een nuttige materiaalstroom.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

For a Dragon’s Den of Transition, the organization of the European Industry and Energy Summit 2021 (EIES2021) is looking for both dragons and innovators. During the closing of the EIES2021 on December 8 in Rotterdam Ahoy, they can make deals to support interesting energy innovations. Sign up now as a dragon or innovator!

Dragon’s Den of Transition is a new part of the Summit. The organization wants to provide a stage for hopeful innovations in the field of European industrial transformation and also help them along the way. These are innovations from start-ups, for example, that could use a boost to reach maturity. The need can be financial, but also support in the areas of marketing, networking, entrepreneurship, business development and more. That is the role of the dragons.

Offers

During the last day part of the two-day Summit, on Wednesday afternoon December 8, five selected companies can pitch their innovations to five Dragons, representatives of development companies, funds, governments, banks and/or investment companies. They can respond to the pitches, make contacts and even make offers.

Journalistic nomination film

Innovators can apply to the editorial staff of Industrielinqs, the organizer of the event. The editors will compile a longlist. Ultimately, at least eight will be selected by a panel (editors and a number of experts). Journalistically prepared nomination films of 112 seconds will be made of these finalists. These films will be published from late October with short articles on the news site www.industryandenergy.eu. Together with the public, the Dragons will determine who will pitch in the Dragon’s Den of Transition on December 8.

Besides innovators, the organization is also looking for dragons. A few organizations have already agreed to provide a dragon, but there are still a few seats available.

Innovators can apply with a brief description of their innovation via redactie@industrielinqs.nl.

For more information about a Dragon chair you can contact editor in chief Wim Raaijen: wim@industrielinqs.nl.