Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Shell gaat een biobrandstoffenfabrieken bouwen in Pernis met een capaciteit van 820.000 ton per jaar. De fabriek start vanaf 2024 met het produceren van biobrandstoffen zoals duurzame vliegtuigbrandstof en hernieuwbare diesel uit afval. Denk daarbij aan gebruikt frituurvet, dierlijk vet en andere industriële en agrarische restproducten.

Eenmaal gebouwd, is de fabriek een van de grootste in zijn soort in Europa. Met de hoeveelheid hernieuwbare diesel die een fabriek van dit formaat kan produceren, is 2,8 miljoen ton CO2-uitstoot per jaar te vermijden. Dit is gelijk aan het van de weg halen van ruim een miljoen auto’s in Europa. Het is de bedoeling dat de CO2-uitstoot van het productieproces wordt afgevangen, waarna de CO2 in een leeg gasveld onder de Noordzee kan worden opgeslagen via het Porthos-project. Het definitieve investeringsbesluit voor Porthos valt waarschijnlijk volgend jaar.

Transformatie

Shell transformeert haar raffinaderijen (waarvan het bedrijf er in oktober 2020 wereldwijd veertien had) tot vijf energie- en chemieparken. Dit maakt onderdeel uit van de Powering Progress-strategie van het bedrijf. Shell streeft ernaar om de productie van traditionele brandstoffen in 2030 met 55 procent te verminderen en meer koolstofarme brandstoffen te leveren, zoals biobrandstoffen voor wegvervoer, luchtvaart en waterstof. Het Shell Energie- en Chemiepark Rotterdam (nu Shell Pernis) is het tweede park dat wordt aangekondigd, na de lancering van het Energy and Chemicals Park Rheinland in Duitsland in juli van dit jaar.

De industrie wemelt van de techniekhelden die in de anonimiteit hun werk doen. Want hoe kunnen we de basisproducten maken voor auto’s, smart phones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Al was het maar om een volgende generatie te inspireren voor techniek te kiezen.

De redactie van Industrielinqs Magazine zoekt daarom technici die enthousiast over hun beroep kunnen vertellen. Wat voor diegene misschien een heel normaal dagelijks beroep is, is voor anderen onbekend en bijzonder. Denk bijvoorbeeld aan een monteur op hoogte, onderwaterlasser, data-analist, drone-piloot, wachtchef, robotmonteur, een specialist in industriële reiniging. Maar uiteraard zijn ook onder de pijpfitters, installateurs en E&I experts helden zonder cape te vinden.

Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over zijn of haar beroep. Laat het ons weten! Dan laten wij in ons magazine de grote verscheidenheid aan beroepen in de industriële omgeving zien. Mail naar redactie@industrielinqs.nl.

Koninklijke DSM wil een nieuw hoofdkantoor bouwen in Maastricht. De bouw moet in 2023 klaar zijn. Op het moment staat het hoofdkantoor in Heerlen.

Het nieuwe kantoor wordt een ‘visuele vertaling van de cultuur van DSM en onderbouwt de hybride manier van werken van het bedrijf in een clubhuisachtige omgeving waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en samenwerken’. DSM past in het ontwerp en bij de bouw van het energieneutrale kantoorpand de hoogste duurzaamheidsnormen (BREEAM) toe. De gebruikerservaring en de hybride werkprincipes van DSM vormen de basis voor het ontwerp van het nieuwe pand.

De nieuwe locatie is gevestigd in het centrum van Maastricht (Wyck). Het perceel bestaat uit twee gebouwen – een historisch monument en een bioscoop – die worden samengevoegd, gerenoveerd en opgeknapt waarmee het pand een nieuwe bestemming krijgt en nieuw leven wordt ingeblazen.

DSM heeft diverse mogelijkheden verkent om zijn huidige kantoreninfrastructuur in Limburg toekomstbestendig te maken. Dit heeft onder andere geleid tot de beslissing om het kantoor in Sittard niet te heropenen. Het heeft bovendien laten zien dat het bouwen van een nieuw hoofdkantoor op het perceel in Maastricht een waardevolle, langetermijnoplossing biedt die de hybride manier van werken van het bedrijf faciliteert. DSM wil nauw samenwerken met de gemeente Heerlen om een geschikte nieuwe eigenaar voor het kantoor in Heerlen te vinden.

Foto: Artistieke impressie van het nieuwe hoofdkantoor. Credit: DSM

Dow wil in Terneuzen een ‘schone waterstoffabriek’ bouwen die bijproducten omgezet in waterstof en CO2. Die CO2 wordt vervolgens afgevangen en opgeslagen. Het is de eerste fase van het stappenplan van het chemiebedrijf naar CO2-neutraliteit tegen 2050. Dat maakte Dow deze week bekend.

Dow wil in drie stappen naar de emissieloze productie toewerken in Terneuzen. De eerste fase is de nieuwe waterstoffabriek plus de bouw van infrastructuur voor de opslag en afvoer van CO2, zuurstofproductie en waterstofdistributie. De waterstoffabriek start naar verwachting in 2026 op en stelt Dow in staat om de CO2-uitstoot met ongeveer 1,4 miljoen ton per jaar te verminderen. Dit staat gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van meer dan 300.000 auto’s.

Vierduizend banen

De waterstoffabriek zet bijproducten om in waterstof en CO2. De waterstof gebruikt Dow als schone brandstof in het productieproces. De CO2 wordt afgevangen en opgeslagen totdat alternatieve technologieën zijn ontwikkeld. Dow zoekt ook naar manieren om CO2 in haar processen te kunnen gebruiken in plaats van het op te slaan.

Voor de bouw van de nieuwe waterstoffabriek en de bijbehorende infrastructuur zijn naar verwachting 3500 tot 4000 banen in engineering en bouw nodig over een periode van drie jaar. Ook levert het 400 tot 500 vaste banen op bij Dow, in de regio en bij toeleveranciers.

Elektrificeren fornuizen stoomkrakers

In de tweede fase, tegen 2030, wil Dow CO2 van zijn ethyleenoxidefabriek afvangen en een aantal gasturbines vervangen door elektromotoren. Hierdoor vermijdt het bedrijf nog eens 300.000 ton CO2-uitstoot per jaar.

In de derde en laatste fase van het plan wil het bedrijf aanvullende baanbrekende technologieën ontwikkelen en implementeren om het gebruik van brandstof in de productieprocessen te vervangen. Een voorbeeld hiervan is de eerder aangekondigde samenwerking van Dow met Shell om de fornuizen in de ethyleen stoomkrakers te elektrificeren. Deze fornuizen zijn momenteel afhankelijk van het gebruik van brandstof, waardoor ze veel CO2 uitstoten als ze niet op schone waterstof worden gestookt. Overschakeling op elektrisch kraken met schone elektriciteit brengt het CO2-profiel van het productieproces terug tot bijna nul emissies.

In 2022 verwacht Dow Terneuzen een voorlopig investeringsbesluit over de uitvoering van de routekaart.

 

Vier nieuwe buisleidingen tussen Rotterdam, Chemelot en Noordrijn-Westfalen kunnen de industrie helpen verduurzamen. Kosten van het tegelijk aanleggen van de vier leidingen zijn ruim één miljard euro.

Het plan is om de buisleidingen te gebruiken voor het transport van C4-LPG, propeen, waterstof en CO2. Uit een haalbaarheidsstudie die is gedaan in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Havenbedrijf Rotterdam en chemisch industrieterrein Chemelot blijkt dat de leidingen voordelen opleveren op het gebied van veiligheid, energietransitie en economie.

De aanleg van de buisleidingen, project ‘Delta Corridor’ genoemd, zorgt ervoor dat er minder treinen met gevaarlijke stoffen over de Brabantroute rijden waardoor kansen ontstaan voor woningbouw langs het spoor. Daarnaast krijgt de industrie op Chemelot er veilige en duurzame verbindingen met andere industrieclusters bij. Dit versterkt de concurrentiepositie van Chemelot. Nog een voordeel is dat de industrie met de leidingen voor waterstof en CO2 mogelijkheden krijgt om productieprocessen te verduurzamen. Ook de leidingen voor C4-LPG en propeen dragen bij aan de transitie volgens het onderzoek. C4-LPG is een duurzamer alternatief voor nafta en propeen kan op termijn vervangen worden door bio-propeen. De aanleg van de leidingen is ook belangrijk voor de haven van Rotterdam om zich te ontwikkelen tot duurzame energiehaven. En ten slotte ontstaan er voor bedrijven langs de route die een of meerdere van deze vier stoffen kunnen gebruiken of produceren ‘meekoppelkansen’. Bijvoorbeeld voor de industrie op Moerdijk.

Noordrijn-Westfalen en Antwerpen nodig

Het tegelijk aanleggen van de vier leidingen tussen Rotterdam en Chemelot kost ruim één miljard euro. Als de leidingen een voor een worden aangelegd, dan is dat 365 miljoen euro duurder en is de overlast tijdens de aanleg aanzienlijk groter. Uit het onderzoek komt het tracé Rotterdam-Moerdijk-Tilburg-Venlo-Chemelot als meest gunstig naar voren voor de ‘Delta Corridor’.

Uit het onderzoek blijkt ook dat een buisleidingenbundel financieel niet haalbaar is voor alleen het Nederlandse deel. Het verlengen van de leidingen naar Noordrijn-Westfalen en Antwerpen maakt dat ze aanzienlijk beter benut worden. Dat is essentieel voor het terugverdienen van de kosten.

De industrie op Chemelot gaat de komende jaren meer C4-LPG als grondstof gebruiken. Dat maakt het wenselijk de leidingen snel aan te leggen, staat in een persbericht. Ook heeft de industrie behoefte aan duidelijkheid over aanleg van de leidingen, vanwege het maken van lange termijn plannen. Nu de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek positief zijn, kunnen de plannen verder worden uitgewerkt.

Technologiebedrijf Avantium heeft meer tijd nodig om te voldoen aan de definitieve investeringsbeslissing (FID) voor de bouw van haar commerciële FDCA-fabriek. Als gevolg van de wereldwijde COVID-19-crisis hebben de onderhandelingen met financiële, commerciële en andere strategische partners meer tijd in beslag genomen dan verwacht.

De FDCA-fabriek moet in Delfzijl komen te staan en zal vijf kiloton FDCA (furandicarbonzuur) per jaar produceren. Dat is een belangrijke bouwsteen voor PEF (polyethyleen furaonaat), een honderd procent plantaardige en recyclebare polymeer.

Avantium heeft vanwege de coronacrisis extra tijd nodig hebben om te bepalen of ze in staat is om aan alle voorwaarden voor een positieve FID te voldoen. Avantium verwacht op 24 maart 2021, de publicatiedatum van haar 2020 jaarresultaten, een verdere update over de FID te kunnen geven.

Voorwaarden

Voor de bouw van de fabriek moet een financiering van 150 miljoen euro zijn verzekerd. Daarnaast is een afnameverplichting van ongeveer vijftig procent van de capaciteit van de fabriek nodig. Ook moet de engineering zijn afgerond en de toeleveringsketen georganiseerd.

Inmiddels is 95 miljoen van de doelstelling van 150 miljoen voor de FDCA-fabriek voorwaardelijk veiliggesteld. Ook heeft Avantium een kaspositie van circa 26 miljoen euro.
Avantium heeft de eerste twee voorwaardelijke afnameovereenkomsten ondertekend voor de levering van PEF voor de productie van voedselverpakkingen voor flessen en folies. Dit vertegenwoordigt ongeveer twintig procent van de productiecapaciteit van de FDCA-fabriek.

De front-end-engineering en design (FEED) fase van de commerciële FDCA-fabriek is bijna afgerond.

Het thema van dit oktobernummer is onderhoudsstops. Met het stijgen van de jaren van industriële assets nam de complexiteit van turnarounds toe. Gelukkig hoeft die toegenomen complexiteit de duur van een gemiddelde shutdown niet te verlengen. Het vereist echter wel een degelijke voorbereiding met de juiste managementtools en de juiste informatie over de conditie van de assets. Althans, dat stellen Walter Mesterom van expertisebureau PDM en Marc Dassen van technisch dienstverlener Sitech.

Verder in dit nummer

‘De industriële revolutie was eigenlijk meer een evolutie. Als je het op microniveau beschouwt, ging het om een proces van heel veel kleine stapjes’, stelt Jeroen van Woerden, kwartiermaker van het nieuwe Fieldlab Industriële Elektrificatie. ‘De huidige transitie van de industrie zal ook niet van de ene op de andere dag gaan, maar we kunnen er wel alles aan doen om die te versnellen.’

De eerste recyclingfabriek voor vervuild staal ter wereld is eind september geopend in Delfzijl. Purified Metal Company kan hier staal dat bijvoorbeeld is vervuild met asbest of chroom-6 een nieuw leven geven.

Van alle energieverbruikers is de luchtvaart een van de lastigste om te verduurzamen. De druk op de sector om de CO2-uitstoot te verlagen, neemt ondertussen toe.

Grote industriële elektriciteitsverbruikers kunnen een rol spelen in netbalancering en zo een virtuele batterij vormen. Als dat goed gebeurt, profiteert daar zowel de industrie als de netbeheerder van.

Dit en veel meer leest u in het Industrielinqs oktobernummer!

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Gebruik kortingscode ILQS20GRATIS voor een gratis proefabonnement!

Toen corona een paar maanden geleden om zich heen begon te grijpen, kwamen berichten naar buiten dat opslagtanks snel vol zouden zitten. Michiel Flier, managing director van Vesta Terminals in Antwerpen en Vlissingen, herkent de berichten, maar plaatst er ook een kanttekening bij. Hij vertelt over de impact van corona, de flexibilisering van terminals en een uitbreiding waar hard aan wordt gewerkt.

Tijdens de coronacrisis stonden op een gegeven moment veel vliegtuigen aan de grond en veel auto’s bleven op de parkeerplaats staan. Brandstoffen die ineens niet meer werden gebruikt, moesten toch ergens worden opgeslagen. Bij opslagtanks zou het daarom tegen de daken aanklotsen. Michiel Flier herkent de berichten, maar wil er ook een kanttekening bij maken. ‘Corona was een factor die bijdroeg aan de grote vraag naar opslag. Maar al voor corona begon, was de markt na een aantal moeilijkere jaren gedraaid. Dat kwam door de beperkte vraag naar een aantal producten door de warme winter en vervolgens met name door de geopolitieke situatie. Saoedi-Arabië, Rusland en de Verenigde Staten wilden hun spierballen laten zien en schroefden hun productie van ruwe olie op. Hierdoor kwam er een overaanbod aan producten de markt op en ging de prijs van ruwe aardolie onderuit. Dat leidt automatisch tot een grotere vraag naar tankopslag.’

Pieken en dalen

Dat is kassa, denk je als buitenstaander. Bedrijven zitten met grote hoeveelheden aardolie of brandstoffen in hun maag die ze ergens moeten opslaan, terwijl er weinig plek over is. Toch werkt dat bij Vesta Terminals niet zo. ‘Wij waarderen structurele relaties’, legt Flier uit. ‘Allereerst zijn contracten vaak voor langere termijn. Maar daarnaast betekent het niet dat als het jou uitkomt en jouw klant omhoog zit, je de klant tegen de muur zet. Als de marktomstandigheden minder gunstig zijn, willen we dat klanten ook bij ons blijven. Je zoekt naar een balans om niet afhankelijk te zijn van pieken en dalen in de markt. Als je kiest voor de hoogste bieder en die is een jaar later weer weg, dan heb je daar relatief weinig aan gehad. We moeten zowel in goede als in slechte tijden kijken naar een structureel businessmodel.’

Flexibel

Daarbij hoort ook een flexibele tankterminal. De investeringen van de afgelopen jaren hebben grotendeels als doel gehad om tanks voor meerdere producten in te kunnen zetten. Flier: ‘Als een markt tegenzit voor je klant, maar op een ander product zijn marktomstandigheden beter, heeft dat waarde voor een klant en voor ons. Daar willen we op in kunnen spelen. We willen de inhoud van onze tanks heel makkelijk kunnen switchen en leidingsystemen om kunnen zetten. De meeste van onze tanks zijn inmiddels al voor meerdere producten inzetbaar. Tanks die in het verleden alleen voor diesel geschikt waren, hebben we nu bijvoorbeeld uitgerust met warmtespiralen en aansluitingen om stikstofdekens te leggen, waardoor er ook biobrandstoffen in kunnen worden opgeslagen. Daar is een toenemende vraag naar.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

vesta terminals

Michiel Flier (Vesta Terminals): ‘Al voor corona begon, was de markt na een aantal moeilijkere jaren gedraaid.’

Uitbreiding

In Antwerpen worden nu ook vijf splinternieuwe tanks gebouwd die moeten bijdragen aan de flexibiliteit. De tanks kunnen elk 30.000 kubieke meter opslaan. Ze komen deels in plaats van bestaande tankage die wat ouder is. ‘Nieuwbouw is in dit geval een betere optie voor ons dan renovatie. Met de nieuwbouw vergroten we onze capaciteit en zijn we meer flexibel.’

De nieuwe tanks zijn geschikt voor (bio)jet fuel, diesel, en HVO (hydrotreated vegetable oil, red.). Opslag van jet fuel is nieuw voor Vesta Terminals. Het is een uitbreiding van haar portfolio en sluit mooi aan bij de grotere vraag naar vliegtuigbrandstoffen. Ook kocht het bedrijf een aantal jaar geleden al een stuk pijpleiding van de Nato. Flier: ‘Die pijpleiding is aangesloten op de meeste belangrijke vliegvelden in Noordwest-Europa. Wij worden daarmee onderdeel van de infrastructuur voor deze belangrijke industrie.’

Bedrijfsnoodplan

Ondanks corona loopt de uitbreiding volgens schema. Dat is een bewuste keuze geweest volgens Flier. ‘We hadden een heel pakket aan projecten waar we mee bezig waren. We hebben gekeken met welke we veilig door kunnen gaan. Projecten waar veel mensen op een klein oppervlakte aanwezig moesten zijn, zijn bijvoorbeeld uitgesteld. Ook hebben we al onze contractors gevraagd om een coronaveiligheidsplan. Op basis daarvan zijn projecten wel of niet doorgezet. De uitbreiding in Antwerpen blijkt heel goed te managen met het houden van afstand en andere regels.’

Michiel Flier: ‘De term social distancing is eigenlijk fout.’

Corona is een onderwerp wat Fliers werk momenteel erg beheerst. Er wordt gewerkt met een minimale bezetting op de terminals en veel kantoorpersoneel werkt thuis. Op de terminals is het bedrijfsnoodplan in werking gezet en zijn een hoop maatregelen genomen om veilig door te kunnen werken. ‘Behalve aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen, hebben we een serie afstands- en hygiëneregels. Ook hebben we kantoren aangepast zodat we veilig kunnen werken. Zo zijn bijvoorbeeld de toiletten en wasbakken aangepast en zijn handdoekrollen vervangen door papieren handdoekjes.’

Foute term

Maar naast dit soort praktische zaken hebben Flier en zijn team vooral zorg besteed aan hoe het met het personeel gaat. ‘Hoe gaat het met mensen op de terminal en met de mensen die thuis zitten? We willen onze waardering laten zien voor iedereen. Ook proberen we goed in de gaten te houden of het goed gaat met mensen. Dat is niet altijd zo. Je hebt persoonlijke problemen en sommige problemen tussen collega’s die zich normaal bij de koffieautomaat oplossen, doen dat nu niet. Het geeft een andere dynamiek als je elkaar niet ziet.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
vesta terminals

Vesta Terminals Antwerpen

Een performance psycholoog is er onder andere bij betrokken. Hij helpt om sterkere teams te bouwen. ‘Op een gegeven moment hadden wij een gesprek en hij vatte de situatie mooi samen door te stellen dat de term social distancing eigenlijk fout is’, vertelt Flier. ‘We moeten een fysieke afstand houden om besmettingen te voorkomen, maar juist geen sociale afstand. Die wil je juist zo klein mogelijk houden. Dat hebben we gebruikt om te kijken hoe we ondanks een fysieke afstand toch bij elkaar kunnen zijn.’

Pubquiz

Daarop is onder andere een filmpje gemaakt waarvoor iedereen een foto kon insturen van hoe ze erbij zaten tijdens het werken. Er komen laptops op de keukentafel voorbij, huisdieren en kinderen. Flier: ‘Het was bedoeld om iedereen een hart onder de riem te steken en om het groepsgevoel te houden. Vervolgens hebben we ook een online pubquiz gedaan op een vrijdagavond, waarbij we veel hebben gelachen. Daarnaast verzorgen we ook maaltijden voor het personeel op de terminals.’

Flier noemt het zijn grootste uitdaging op het moment om de gevolgen van deze crisis op te pakken. ‘Wat kunnen we uit deze situatie leren en hoe kunnen we een sterker bedrijf worden? Aan de andere kant is het ook een uitdaging om te zorgen dat onze projecten tot een goed einde komen, terwijl we alweer doordenken aan de volgende stappen die we als bedrijf willen zetten na de huidige uitbreiding. Die zijn nog niet in een fase dat we dat kunnen delen, maar we hebben een aantal mooie stappen in ons hoofd zitten.’

Feiten en cijfers

  • Vesta Terminals is een Nederlands bedrijf met hoofdkantoor in Utrecht en eigendom van Mercuria Energy Trading en Sinomart.
  • De terminals in Antwerpen en Vlissingen hebben samen 1,2 miljoen kuub opslagcapaciteit.
  • De terminal in Antwerpen is de grootste en kan een grote range producten opslaan zoals feedstocks voor chemie en alle soorten (bio)brandstoffen.
  • In Vlissingen wordt de terminal vooral gebruikt voor de opslag van diesel, biodiesel en nicheproducten.
  • Samen met de Haven van Antwerpen en chemiebedrijf Ineos is Vesta Terminals bezig om een nieuwe kademuur te realiseren waardoor het bedrijf de infrastructuur aan de waterkant verder kan ontwikkelen. Het is de tweede kade waaraan de terminal de grootste producttankers ter wereld (160.000 ton) kan ontvangen.

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren? Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

Wat we al een tijdje van plan waren, gaan we nu eerder doen. We gaan verschillende papieren magazines vanaf september combineren tot een integraal blad: Industrielinqs magazine. Als voorproefje daarop kunt u nu alvast een digitale versie lezen.

In dit e-magazine:

De flexibele schil die de technische arbeidsmarkt jarenlang kon ondersteunen, dreigt gevaar te lopen door de coronacrisis. Bedrijven zullen hun best moeten doen om jong technisch talent aan zich te binden. Want wie de technische arbeidsmarkt verlaat, komt zelden terug.
Noord-Nederland haalt de Parijsdoelen op zijn sloffen, maar Groningen Seaports-directeur Cas König wil graag nog veel verder.
Ook offshore gaat het werk tijdens de coronacrisis door. Maar hoe doe je dat als je twee weken lang met een hecht team op een platform zit?

Dit en meer leest u in het allereerste Industrielinqs e-magazine!