Gidara Energy en OCAP krijgen subsidie voor de afvang en distributie van CO2 bij de nieuwe geavanceerde-methanolfabriek in Amsterdam. Het gaat om een maximum subsidiebedrag van 110 miljoen euro.

Gidara Energy bouwt in Amsterdam een fabriek die vanaf 2024 niet-recyclebaar afval gaat omzetten in methanol. De fabriek, Advanced Methanol Amsterdam genoemd, krijgt een capaciteit van 90.000 ton methanol. Daarvoor zet de installatie zo’n 180.000 ton lokaal, niet-recyclebaar afval om dat momenteel wordt verbrand. Gidara Energy steekt 250 miljoen euro in de bouw van deze eerste productiefaciliteit.

Tijdens het proces ontstaat CO2 dat OCAP wil afvangen, zuiveren en distribueren naar kassen. Het gaat om minimaal 84.000 ton groene CO2. OCAP is een dochteronderneming van Linde Gas en vangt al sinds 2005 CO2 af uit industriëlebronnen om het na zuivering via een pijpleiding te leveren aan kassen om de groei van gewassen te stimuleren. Inmiddels levert het bedrijf al meer dan 500 kiloton gerecyclede CO2 per jaar.

Tweede fabriek

Onlangs maakte Gidara bekend in de haven van Rotterdam een tweede fabriek te willen bouwen, identiek aan die in Amsterdam. Vanaf 2025 gaat het bedrijf er geavanceerde methanol produceren. Als de vergunning is verstrekt, begint het bedrijf in de eerste helft van 2023 met de gedetailleerde engineering en constructie van de fabriek in het Botlek-gebied. Ook daar wil Gidara CO2 afvangen en naar kassen in de regio transorteren.

> Lees meer over Advanced Methanol Amsterdam

Op het terrein van HVC in Dordrecht is een demofabriek geopend die grondstoffen voor een nieuwe, natuurlijke plastic-vervanger produceert uit natuurlijke reststoffen. Deze zijn afkomstig uit afvalwater.

Het materiaal heeft de voordelen van plastic maar niet de nadelen. Het is licht en vormbaar, is verwerkbaar als plastic én volledig biologisch afbreekbaar. Daardoor worden er geen microplastics in de natuur achtergelaten. De samenwerkingspartners achter de fabriek zien legio mogelijkheden voor de toekomst: van schoenzolen tot landbouwplastic en kweekpotjes, tot zelfhelend beton in tunnels en kelders.

Het nieuwe materiaal wordt gemaakt uit natuurlijke reststoffen. Deze zijn afkomstig van afvalwater, waarin veel vetzuren zitten. De bacteriën in de demonstratie-installatie zetten deze vetzuren om. Zoals mensen vet in het lichaam opslaan, slaan deze bacteriën dit materiaal als een energiereserve in hun cel op. De stof wordt uit de bacteriën gehaald en kan vervolgens worden gebruikt als natuurlijke plastic-vervanger.

Samenwerkingsverband

De installatie is mogelijk dankzij een bijzondere samenwerking tussen private en publieke partijen. Het samenwerkingsverband bestaat uit vijf waterschappen: Brabantse Delta, De Dommel, Hollandse Delta, Scheldestromen en Wetterskip Fryslân. Met daarnaast STOWA, Paques Biomaterials en HVC.

Met de demonstratiefabriek willen de samenwerkingspartners een brug slaan naar een commerciële productie van de natuurlijke plastic-vervanger. De demo-installatie maakt het voor een groot aantal geïnteresseerde bedrijven mogelijk om het nieuwe materiaal te testen en toe te passen in hun producten als alternatief voor plastic. Het is de bedoeling na de demofase op te schalen en grotere installaties neer te zetten die de natuurlijke plastic-vervanger op de markt zal brengen.

> Lees hier meer over het project

Initiatiefnemers Industrielinqs en iTanks vieren samen met partners  de industrie op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods. Een festival met plenaire sessies, side events, pitches en demonstraties. Wilt u als partner bijdragen aan het iLinqs Industriefestival? Bekijk dan nu de mogelijkheden in de Mediakit.

Op verschillende terreinen is de industrie in transitie. Denk aan energie, grondstoffen, water, veiligheid maar ook op het gebied van digitalisering en asset management. Op die manier kan zij oplossingen bieden voor grote maatschappelijke uitdagingen. Echter, om deze transformatie mogelijk te maken is veel nodig: innovaties, investeringen, infrastructuur en niet te vergeten heel veel mensen. Het wordt tijd om de industrie in het spotlicht te zetten als stabiele, creatieve en vooral ook aantrekkelijke sector voor nieuwe generaties.

Het festival is opgebouwd uit vele bekende elementen, zoals de congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year . Maar biedt ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Inschrijven kan hier.

Het is niet eenvoudig als je de derde speler bent in de Champions League van de verfindustrie en niet het budget van de grote teams hebt. Toch weet Koninklijke Van Wijhe Verf op te boksen tegen de grote jongens. Het is aan Plant Manager Paul Karrenbeld om het 63 koppige team naar de toekomst te leiden. Want daar voert met name duurzaamheid de boventoon. Karrenbeld is finalist Plant Manager of the Year.

Natuurlijk is Paul Karrenbeld niet onbevooroordeeld. Maar als je volgens hem schilders blind laat kiezen tussen de gangbare verfmerken, komt Wijzonol vaak als beste uit de bus. Die kwaliteit en reputatie bouwde het familiebedrijf in ruim honderd jaar op en moet nog steeds dagelijks worden waargemaakt.

Intussen worden de eisen en omstandigheden er niet eenvoudiger op. ‘De milieuvoorschriften worden steeds strenger, waardoor we bijvoorbeeld steeds minder conserveringsmiddelen mogen gebruiken’, zegt Karrenbeld. ‘Als het zo doorgaat, komt er een tijd dat de houdbaarheid van verf steeds kritischer wordt. En dat betekent automatisch ook dat je steeds minder voorraden kunt aanhouden en nog meer hygiënische maatregelen in de fabrieken zult moeten nemen.’

Duurzaam

De inspanningen van Van Wijhe om zo duurzaam mogelijk te produceren, zijn al gehonoreerd met het toekennen van de B-Corp status. Uiteraard hebben de inspanningen op de werkvloer grote invloed op de uitvoering van de duurzame ambities. Zo bracht men het waterverbruik significant terug door een zogenaamde dubbele pig en beperkt men de logistieke bewegingen door anders te stapelen.

Zelfs in het logistieke deel van de fabriek zijn onlangs nog optimalisatieslagen gehaald. ‘Afgelopen zomer bouwden we vijf silo’s voor de opslag van poeders’, zegt Karrenbeld. ‘We kozen  ervoor omdat hiermee de handling van de poeders een stuk efficiënter werd, terwijl het ook transport, op- en overslagverliezen en afval voorkomt.’

Familie

Hoe de procesverbeteringen ook bijdragen aan de efficiency, het mooiste van zijn werk vindt Karrenbeld de menselijke kant ervan. Natuurlijk stuur ook ik op KPI’s, maar dit zijn maar cijfers. Belangrijker is om de acties achter de cijfers te doorgronden. Als je mensen het vertrouwen geeft, zijn ze heel goed in staat om zelf te analyseren waar het probleem zit en met fantastische ideeën te komen.’

Lees hier het hele interview met Paul Karrenbeld.

Verkiezing PMY

De verkiezing van de Plant Manager of the Year wordt jaarlijks georganiseerd en is een initiatief van Industrielinqs in samenwerking met de VNCI, Votob, VOMI, Deltalinqs, Nogepa, het Havenbedrijf Rotterdam. De verkiezing draagt bij aan een positief imago van de Nederlandse industrie door de inspanning en prestaties van plantmanagers te benoemen en te waarderen. Tijdens het iLinqs-festival maken we op 23 juni bekend wie zich komend jaar Plant Manager of the Year 2022 mag noemen.

Groningen Seaports investeert een bedrag van 43,7 miljoen euro in het industriegebied Oosterhorn-Zuid in Delfzijl. Het betreffende gebied behoort al tot de gronden van Groningen Seaports en is dus geen uitbreiding.

Ontwikkeling van dit gebied is noodzakelijk, aangezien de beschikbare ruimte in de haven steeds schaarser wordt, terwijl de industriële markt en bijbehorende ruimtevraag blijven groeien. Groningen Seaports ziet dit terug in een sterk toegenomen aantal bedrijven dat zich wil vestigen in haar beheersgebied. De circulaire- en biobased economie in Delfzijl is volop in ontwikkeling, waarbij wordt ingezet op verdere vergroening. De uitgevoerde marketingstrategie hierbij levert vele bedrijven op die zich willen vestigen in het gebied.

Groene groei

Door het inrichten van het gebied Oosterhorn-Zuid geeft Groningen Seaports invulling aan haar missie om op duurzame wijze industrieterreinen te ontwikkelen, te exploiteren en bij te dragen aan de werkgelegenheid in de regio. Groningen Seaports’ CEO Cas König is dan ook blij dat het algemeen bestuur heeft ingestemd met de plannen: ‘Wij zien al langere tijd dat de Groninger havens volop in ontwikkeling zijn. Zowel de Eemshaven als de terreinen in Delfzijl zijn gewilder dan ooit. Er zijn al vele partijen die een terreinreservering hebben afgesloten op Oosterhorn-Zuid of in de laatste fase zijn voor het afsluiten van een terreinreservering. De invulling van Oosterhorn-Zuid is van groot belang om als haven groen te kunnen blijven doorgroeien.’

Waterbouwbedrijf Van Oord is in het Rotterdamse havengebied begonnen met het opspuiten van 55 hectare land. Dit is bestemd voor bedrijven die hernieuwbare brandstoffen en chemische producten maken. 

Aanleiding voor het opspuiten van het terrein is dat het Finse bedrijf UPM onlangs bekend maakte zich alleen nog te richten op Rotterdam als locatie voor een nieuwe bioraffinaderij. UPM maakt van reststromen hernieuwbare materialen. De producten van de geplande bioraffinaderij kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt als duurzame vliegtuigbrandstof. Grondstoffen zijn houtige biomassa, vloeibaar afval en andere restgrondstoffen. De beoogde raffinaderij in Rotterdam krijgt een capaciteit van 500 kiloton hernieuwbare brandstoffen per jaar. Een definitieve beslissing over de nieuwe fabriek wordt op z’n vroegst eind dit jaar verwacht.

Nieuw cluster

UPM kan met de bioraffinaderij het eerste bedrijf zijn van een nieuw cluster voor het produceren van hernieuwbare brandstoffen en chemicaliën. Dat cluster krijgt naar verwachting de omvang van ongeveer 90 hectare. Door bedrijven die producten maken uit reststoffen bij elkaar te vestigen, ontstaat een cluster dat gebruik kan maken van dezelfde infrastructuur, zoals buisleidingen.

Van Oord spuit in totaal 5 miljoen kubieke meter zand op in het zuidelijke deel van de Prinses Alexiahaven. In afwachting van concrete plannen voor invulling van het gebied was dit deel van Maasvlakte 2 nog niet opgespoten. In juli is Van Oord naar verwachting klaar met het werk. Het zand moet dan nog een half jaar inklinken voordat er op kan worden gebouwd.

Het Finse UPM begon vorig jaar al met de basic engineering voor een geavanceerde bioraffinaderij. Toen had het bedrijf nog geen beslissing genomen over de locatie – Kotka (Finland) of Rotterdam – maar inmiddels is duidelijk dat de bioraffinaderij in Rotterdam komt te staan.

Het Finse UPM maakt van reststromen hernieuwbare materialen. De producten van de geplande bioraffinaderij kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt als duurzame vliegtuigbrandstof. Grondstoffen zijn houtige biomassa, vloeibaar afval en andere restgrondstoffen. De beoogde raffinaderij in Rotterdam krijgt een capaciteit van 500.000 ton hernieuwbare brandstoffen per jaar. Het havenbedrijf Rotterdam heeft voor UPM een terrein op Maasvlakte 2 gereserveerd.

UPM is niet van plan verdere beslissingen over het project te nemen voor het einde van het jaar. ‘De huidige investeringsomgeving is zeer uitdagend voor nieuwe grote projecten zoals deze, in termen van middelen, schema’s en kosten’, laat het bedrijf in een persbericht weten. Zo loopt de bouw van een bioraffinaderij in Leuna ook al aanzienlijke vertraging op vanwege de pandemie. ‘Verstoringen van wereldwijde toeleveringsketens hebben zowel de beschikbaarheid als de kosten van kritieke bouwmaterialen beïnvloed. Als gevolg hiervan actualiseren we onze plannen en schatten dat de opstart eind 2023 zal plaatsvinden. De raming van de investeringsuitgaven zal te zijner tijd worden bijgewerkt.’

Jaar later

UPM raamde de investeringskosten voor de bioraffinaderij in Leuna eind 2020 nog op 550 miljoen euro. De verwachting was toen dat deze eind 2022 zou kunnen worden opgestart. Dat wordt nu dus een jaar later. De bioraffinaderij in Leuna krijgt een capaciteit van 220.000 ton bioMEG (monoethyleenglycol) en op lignine gebaseerde vulstoffen per jaar. Daarnaast gaat de installatie bioMPG (monopropyleenglycol) en industriële suikers produceren. Als grondstof wil UPM beukenhout gebruiken dat regionaal in Duitsland wordt gewonnen.

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

CE Delft onderzocht in hoeverre  recycling en biobased plastics de CO2-uitstoot van de plasticsindustrie kan terugdringen. Als alle mogelijke acties worden doorgevoerd, blijkt het mogelijk om de CO2-emissie per kilo kunststof te halveren in 2030.

In opdracht van Federatie NRK en PlasticsEurope Nederland onderzocht CE Delft de verwachte vermindering van de CO2-uitstoot van de productie en de afdanking van rubber- en kunststofproducten in Nederland. Daarvoor rekende het onderzoeksbureau scenario’s door voor 2030 met daarin het effect van mechanische recycling, chemische recycling, biobased plastics en efficiëntie in de productie.

Daarnaast rekenden de onderzoekers zes praktijkcases door om de macro-scenario-analyse te illustreren. Hierin nam men ook mee dat kunststof en rubber vaak in de toepassing klimaatvoordelen realiseren. Zo maakt kunststof een vliegtuig lichter en dus energiezuiniger. Ook voorkomen veel plasticvoedselverpakkingen voedselbederf.

Recycling

Als alle mogelijke acties worden doorgevoerd blijkt het mogelijk om de CO2-emissie per kilo kunststof te halveren in 2030. Daarvoor is echter veel meer kunstofinzameling voor recycling nodig en veel meer recyclaattoepassing. Om dit op korte termijn te realiseren, is een steviger overheidsbeleid nodig. Met duidelijke regels voor zowel inzameling van plastic afval voor recycling als voor toepassing van recyclaat. En dat liefst op Europees niveau.

Routekaart

In het rapport wordt er van twee scenario’s uitgegaan; reductie via autonome doorontwikkeling en een via de ambitieuze transitieagenda. In deze transitie agenda zijn doelen opgesteld voor inzet van duurzame grondstoffen als recyclaat en biobased, maar ook voor een verbetering van de kwaliteit. Tastbare routekaarten zoals die voor de inzet van recyclaat maken de transitieagenda toepasbaar. Dit laatste scenario biedt de grootste reductie van CO2-emissie met een halvering van de uitstoot. Dat scenario gaat niet vanzelf, er moet aan een aantal flinke voorwaarden worden voldaan.

De pas geopende fabriek van Nordsol in Amsterdam heeft inmiddels ook de eerste commerciële lossing van bio-LNG achter de rug. Uit de analyse voorafgaand aan de verlading bleek dat de kwaliteit van het bio-LNG uitstekend is. Naar verwachting gaat de nieuwe installatie zo’n 3.400 ton bio-LNG per jaar produceren.

De bio-LNG-installatie van Nordsol is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen Renewi, Shell en Nordsol. De drie initiatiefnemers hebben elk hun eigen aandeel in de productie van biobrandstof. Renewi zamelt in heel Nederland organisch afval in, zoals verlopen producten uit supermarkten. De recycler verwerkt het afval en zet het om in biogas. De nieuwe bio-LNG-installatie van Nordsol werkt het biogas vervolgens op tot bio-LNG. Dit scheidingsproces vereist geen warmte of chemicaliën, is energie-efficiënt en maakt compacte installaties mogelijk. Tot slot stelt Shell de bio-LNG beschikbaar aan haar klanten bij LNG-tankstations in Nederland.

Zelfbedieningsproces

De installatie is ontworpen voor 24/7 onbemand bedrijf en bewaking op afstand. Het lossen is dan ook een zelfbedieningsproces dat wordt uitgevoerd door de chauffeur van de brandstoftruck, niet door gespecialiseerde operators. Dit is een van de zeer innovatieve aspecten van de bio-LNG-installatie.