Ørsted en TotalEnergies bundelen hun krachten bij de aanbesteding voor de offshore windparken Hollandse Kust West. Beide bedrijven doen voorstellen om een netto-positieve impact voor biodiversiteit en het Nederlandse energiesysteem te realiseren. De offshore windparken komen circa 53 kilometer uit de Nederlandse kust te liggen en krijgen een gezamenlijk vermogen van ongeveer 1,5 GW.

Ørsted en TotalEnergies zullen bijdragen aan de Nederlandse doelstelling om in 2050 meer dan zeventig gigawatt offshore windcapaciteit gerealiseerd te hebben voor elektriciteits- en waterstofproductie. Ørsted zet in op duurzame en milieuvriendelijke bouw en onderhoud  en een netto positieve impact op de biodiversiteit in 2030. De Denen zijn al eigenaar van windpark Borssele 1 en 2. TotalEnergies zet zijn expertise in offshore-activiteiten en zijn positie als geïntegreerd energiebedrijf in Nederland in. Dat doet het met een investeringsprogramma voor groene energie en waterstofproductie.

Ook RWE, Vattenfall en Shell/Eneco hebben inmiddels een bod uitgebracht op het offshore windpark

Ecologie

Het bod voor kavel  VI verandert de manier waarop windparken zich verhouden tot ecologie. In het bod zijn nieuwe maatregelen, een monitoringsprogramma en een samenwerking met kennisinstituten, universiteiten en milieuorganisaties opgenomen. Hierdoor kan de juiste kennis worden opgebouwd en kunnen nieuwe technologieën worden uitgerold die nodig zijn om windparken vanaf nu de natuur te laten versterken.

Waterstof

Zeeland is het grootste waterstofcluster van Nederland. Met 600 megawatt elektrolysecapaciteit wordt in 2027 het grootste groene waterstofcluster ter wereld mogelijk gemaakt. Windpark Hollandse Kust West speelt daar een belangrijke rol in. Aangevuld met onder meer elektrisch vervoer, opslag en directe elektrificatie van de industrie kan maximale systeemintegratie bereikt worden.

De winnaars van de aanbestedingen worden naar verwachting in de herfst bekendgemaakt door de Nederlandse overheid.

RWE neemt deel aan offshore wind tender Hollandse Kust West. Onderdeel van het bod is 600 megawatt elektrolysecapaciteit voor de productie van groene  waterstof,  e-boilers voor verwarming en batterijopslag.

RWE neemt deel aan de Nederlandse offshore wind tender voor Hollandse Kust West (HKW). Het bedrijf heeft biedingen ingediend voor zowel HKW locatie VI als HKW locatie VII. De locaties liggen in de Noordzee, ongeveer 53 kilometer uit de Nederlandse kust. Beide velden zullen elk meer dan 760 megawatt (MW) aan offshore windcapaciteit leveren. Daarnaast streeft het door RWE beoogde ontwerp voor HKW locatie VI naar een netto positief effect voor het ecosysteem van de Noordzee.

Ecologie

RWE’s concept voor het ontwerp van HKW VI beperkt de negatieve effecten van offshore wind op flora en fauna – boven én onder de zeespiegel. Er worden bijvoorbeeld innovatieve oplossingen gerealiseerd om vogels en vleermuizen veilig tussen de turbines en onder het rotor oppervlak door te laten vliegen. Verder wil RWE het gebied opnieuw laten verwilderen door er kunstmatige riffen en drijvende tuinen aan te leggen. Dit zal het leefgebied verbeteren, de voedselketen versterken en ten goede komen aan alle soorten, zoals vogels, vissen en zeezoogdieren. De bescherming van de fauna is ook tijdens de bouw een belangrijk punt: om de verstoring door het plaatsen van monopile funderingen tot een minimum te beperken, zal RWE een speciale vibro heitechniek toepassen.

Elektrolyzer

RWE combineert het HKW VII offshore wind park met een 600 megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof op land, waarbij zowel waterstof als elektriciteit geleverd wordt aan bestaande en nieuwe klanten en de industrie. Verder wil de onderneming e-boilers bouwen voor warmtevoorziening voor woonwijken, batterijopslag en laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen realiseren. Een groot deel van de investeringen wordt gepland in de provincies Groningen en Brabant. Daarnaast is RWE ook van plan om de commerciële toepassing van nieuwe technologieën te versnellen, door een groot aantal innovatieve bedrijven en startups te ondersteunen bij het demonstreren van hun innovatie in een operationele omgeving. Het uiteindelijke doel van het bedrijf is om de vraag naar energie af te stemmen op het flexibele opwekprofiel van het windpark en zo bij te dragen aan de netstabiliteit.

Initiatiefnemers Industrielinqs en iTanks vieren samen met partners  de industrie op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods. Een festival met plenaire sessies, side events, pitches en demonstraties. Wilt u als partner bijdragen aan het iLinqs Industriefestival? Bekijk dan nu de mogelijkheden in de Mediakit.

Op verschillende terreinen is de industrie in transitie. Denk aan energie, grondstoffen, water, veiligheid maar ook op het gebied van digitalisering en asset management. Op die manier kan zij oplossingen bieden voor grote maatschappelijke uitdagingen. Echter, om deze transformatie mogelijk te maken is veel nodig: innovaties, investeringen, infrastructuur en niet te vergeten heel veel mensen. Het wordt tijd om de industrie in het spotlicht te zetten als stabiele, creatieve en vooral ook aantrekkelijke sector voor nieuwe generaties.

Het festival is opgebouwd uit vele bekende elementen, zoals de congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year . Maar biedt ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Inschrijven kan hier.

De potentie van aardwarmte is enorm. Toch bleef de Nederlandse productie van aardwarmte in 2021 nagenoeg gelijk ten opzichte van 2020. De doubletten produceerden in 2021 6,4 petajoule warmte tegenover 6,2 petajoule in 2020. Geothermie Nederland ziet dat er nog zeventig projecten wachten op subsidie en vergunningen. De vereniging vraagt de overheid om versnelling van de vergunningverlening en subsidiebeoordeling.

Negentien nieuwe projecten hebben een SDE-subsidie en willen tot productie komen. Voor het merendeel van deze projecten is het nog onzeker of zij tijdig van de grond zullen komen. Zij hebben te maken met vertraagde vergunningverlening of de warmtevraag in de gebouwde omgeving is nog complex. Geothermie Nederland pleit daarom voor een verlenging van de realisatietermijn van de SDE voor geothermie naar zes jaar. In totaal zijn er nog circa zeventig projecten die de komende jaren willen starten, mits subsidie, vergunningen en warmtevraag tijdig worden geregeld.

Actie nodig

Hans Bolscher, voorzitter Geothermie Nederland: ‘Er is actie van de overheid en politiek nodig om die projecten die nog steeds in ontwikkeling zijn ook daadwerkelijk van de grond te krijgen. De sector staat klaar voor een sterke groei maar de afgelopen twee jaar zijn er geen SDE-subsidies voor Geothermie verstrekt. Tientallen projecten staan klaar als het beter gaat met vergunningen en subsidies.’

Geothermie kan ongeveer 25 procent van de Nederlandse warmtevraag invullen. Voor de glastuinbouw zou zelfs meer dan de helft van de warmtevraag via geothermie kunnen worden ingevuld.

Opgetogen is hij zeker, helemaal nu de omgevings­vergunning binnen is. John McNally mag als CEO van Project One de komende jaren de veelbesproken ethaankraker van Ineos bouwen in de Antwerpse haven. Een miljardeninvestering die de Europese chemie qua omvang in decennia niet heeft gezien. Alle kritiek ten spijt wordt die significant schoner dan welke Europese kraker ook. McNally: ‘Wachten we op de ultieme auto, of willen we nu al vooruit?’

John McNally deelt een grafiek, want beelden zeggen vaak meer dan woorden. Bovenin een grillige lijn met in de huidige maanden enorme pieken. Het is de gasprijs in Europa. ‘Kijk nu naar die grijze lijn onderin’, verzoekt hij. ‘Die is stabiel en laag. Dat is de prijs van aardgas in de Verenigde Staten.’

Dat de prijs van ethaan gekoppeld is aan die van aardgas, hoeft dus geen probleem te zijn voor de ethaankraker van Ineos die straks in de Antwerpse haven verrijst, impliceert de project­directeur. ‘Ook niet als de gasprijzen in Europa hoog blijven. We kunnen ethaan overal vandaan halen. Uit de gaswinning in de Noordzee, uit Noorwegen, maar zeker ook uit de Verenigde Staten. Nu al importeren we veel ethaan uit de VS naar fabrieken in Schotland in Noorwegen. Dat wordt straks alleen maar meer.’

Een derde

Ethaan is een bijproduct van de aardgaswinning en werd vroeger als “nutteloos gas” afgefakkeld. Alleen methaan telde. McNally: ‘Gelukkig zijn we erachter gekomen dat ook ethaan een waardevol product is.’ Bijvoorbeeld als grondstof van etheen, ofwel ethyleen, misschien wel de belangrijkste bouwsteen in de chemie. Als gevolg van de schaliegasrevolutie zijn al verschillende ethaankrakers gebouwd in de Verenigde Staten. In Europa zijn enkele krakers inmiddels zo aangepast dat ze onder andere ook ethaan als grondstof kunnen inzetten, zoals de aangepaste kraker van Total in Antwerpen. Maar een speciaal ontworpen ethaankraker was er nog niet. En daar brengt Ineos de komende jaren dus verandering in. De nieuwe kraker moet in 2026 in gebruik zijn.

John McNally (Ineos): ‘We stoten straks slechts een derde uit van wat nu gemiddeld is bij Europese krakers.’

Traditioneel draaien krakers vooral op nafta, één van de producten uit een aard­olieraffinaderij. De productie van ethyleen uit ethaan is veel directer. Simpel gezegd ontstaat er uit iedere molecuul ethaan een molecuul ethyleen (C2H4) en een molecuul waterstofgas (H2). Bijkomend voordeel is dat de waterstof, die in grotere hoeveelheden vrijkomt dan bij het kraken van nafta, als brandstof kan fungeren. Daar heeft Ineos ook voor gekozen. McNally: ‘Met de waterstof kunnen we meteen al zestig procent van het aardgas vervangen dat we normaal nodig zouden hebben. Omdat we consistent hebben gekozen voor de best beschikbare technieken van vandaag, stoot de kraker straks 58 procent minder CO2 uit dan de tien procent schoonste concurrerende installaties in Europa. En het verschil met een doorsnee kraker is nog veel groter. We stoten straks slechts een derde uit van wat nu gemiddeld is bij Europese krakers.’

Groene waterstof

Het is zelfs goed mogelijk dat de kraker tegen 2036 zelfs helemaal CO2-neutraal is. ‘De kraker is zo ingericht dat deze volledig op waterstof als brandstof kan draaien. Als straks veel meer groene waterstof beschikbaar komt in Antwerpen, kunnen we uiteindelijk ook de overige veertig procent vervangen.’

McNally schat in dat het na ingebruikname van de kraker in 2026 het een decennium kan duren voordat er voldoende betaalbare groene waterstof beschikbaar is. ‘Echt goed inschatten kan ik dat natuurlijk niet. Het zou zo maar heel snel kunnen gaan met waterstof. Wellicht dat blauwe waterstof, waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, ook een rol kan spelen. Import uit landen waar relatief goedkoop waterstof kan worden geproduceerd, sluit ik ook niet uit.’

ineos

Voor zichzelf ziet Ineos ook mogelijkheden voor de productie van groene waterstof. Expertise op het gebied van elektrolyse, de kerntechnolgie hiervoor, is volop aanwezig. Zo is dochterbedrijf Inovyn met diens chloorproductie een belangrijke industriële operator in elektrolyse in Europa.

Een paar maanden geleden kondigde CEO Jim Ratcliffe aan dat het chemieconcern de komende jaren twee miljard euro investeert in de productie van groene waterstof. De eerste fabrieken wil Ineos de komende tien jaar bouwen in Noorwegen, Duitsland en België, terwijl ook investeringen zijn gepland in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Een eerste project in België, waarvoorhet bedrijf samenwerkt met een consortium van zes partners, is het power-to-methanol­project voor de productie van groene methanol.

Suikerbieten

Veel aanstekelijke ambities dus. Toch heeft Ineos de nodige kritiek over zich heen gekregen na de aankondiging van de enorme investeringen in de Antwerpse haven. ‘Het is heel belangrijk om de keuzes uit te leggen. Natuurlijk zijn er altijd mensen die kritisch blijven. Maar we hebben veel energie gestoken in communicatie. We laten zien dat de investeringen gezond zijn voor de regionale economie. Het vernieuwt het petrochemische cluster in Antwerpen en levert veel werkgelegenheid op. Met Project One brengen we ongeziene vernieuwing in de petrochemische cluster in Antwerpen na een periode van stilstand. Het is 25 jaar geleden dat Europa nog een dergelijke investering kon aantrekken. Elders in de wereld zoals in China, de VS en het Midden-Oosten wordt massaal geïnvesteerd in soortgelijke nieuwe installaties. Willen we onze industrie ‘offshoren’ en afhankelijk worden van import uit regio’s waarvan we de milieuvoorschriften zelf niet in de hand hebben? Vergeet niet dat de vergunningsprocedure in Vlaanderen strenger is dan waar dan ook. Daar hebben we het onszelf misschien niet gemakkelijker mee gemaakt. Maar we wisten dat we met hoge standaards te maken kregen. Our eyes were wide open.’

‘Onze ethaankraker zal eerder in de verre toekomst als laatste overblijven, the last one standing.’

Veel aandacht ging naar het beantwoorden van vragen. Waarom bijvoorbeeld in deze tijd nog een kraker bouwen met fossiele bronnen als grondstof? Het antwoord van McNally is dat er op korte en middellange termijn nog geen betere alternatieven zijn. ‘We kunnen natuurlijk de ultieme auto willen, maar blijven we daar nog decennia op wachten of willen we nu al klimaatwinst boeken door de best mogelijke technologie van vandaag in te zetten? Natuurlijk zijn bijvoorbeeld biogrondstoffen interessant. Zo is het jammer dat bio-ethaan nog niet bestaat. Productie van ethyleen via bio-ethanol is zeker een interessante route. Maar met de volumes van deze kraker is dat niet realistisch. Suikerbieten vormen wellicht de beste bron voor bio-ethanol. Maar toch geen serieuze optie voor grootschalige chemie. Voor de productievolumes van de nieuwe kraker, zou je al de volledige agrarische oppervlakte van Vlaanderen nodig hebben voor de suikerbieten.’

Elektrisch aangedreven

Met meer dan gemiddelde aandacht volgt McNally de ontwikkelingen op het gebied van circulaire grondstoffen en bijvoorbeeld elektrificatie. Veel grote chemiebedrijven onderzoeken de mogelijkheden van elektrische fornuizen. Vandaag zijn industrieel schaalbare elektrische krakers nog verre toekomstmuziek, stelt McNally. ‘Ze veronderstellen bovendien gigantische hoeveelheden beschikbare energie. Maar zijn elektrische fornuizen in de toekomst wel realiseerbaar, dan sluit ik niet uit dat Ineos daar bij eventuele vervolginvesteringen serieus naar kijkt.’

ineos

John McNally van Ineos – Copyright Bart Dewaele

Hij benadrukt dat Ineos nu de meest realistische stap zet. Eentje die voor het klimaat een enorme stap voorwaarts is en ook verschillende mogelijkheden biedt voor vervolgacties. Niet alleen op het gebied van waterstof, maar ook op andere vlakken. Zo zullen veel onderdelen, denk aan pompen en afsluiters, elektrisch aangedreven zijn. Dat alleen biedt kansen voor vergroening.

Last one standing

Ineos zet breder in op elektrificatie, in combinatie met duurzaam opgewekte stroom. ‘Alle extern betrokken stroom voor Project One zal afkomstig zijn van offshore windparken.’ Begin januari sloot het chemiebedrijf nog een overeenkomst met energiebedrijf Eneco. De komende tien jaar neemt Ineos 250 gigawattuur stroom af van het grootste Belgische offshore windpark Seamade in de Noordzee. De hernieuwbare energie is bestemd voor Belgische en Duitse vestigingen van Ineos. Dit is overigens het derde contract voor windenergie op rij dat Ineos aangaat. In combinatie met eerder overeenkomsten komt de afname van Belgische offshore windparken in totaal op 750 gigawattuur per jaar.

Dat de komende decennia krakers verdwijnen, is volgens de projectdirecteur zeker niet uitgesloten. Maar de kraker van Ineos zal daar hoogstwaarschijnlijk niet bij zijn. ‘Onze ethaankraker zal eerder in de verre toekomst als laatste overblijven, the last one standing.’

Vlaggenschip

Aan vertrouwen dus geen gebrek. Vertrouwen dat continu wordt gevoed, bijvoorbeeld door grote ingenieursbureaus. Ineos zit momenteel in de afrondende fase van de selectie voor de EPC-contractor. ‘De bedrijven die daarvoor in aanmerking komen, zijn natuurlijk wel bekend. Maar nog meer dan normaal doen ze hun best om hier bij te zijn. Het is een uniek project met een investering van ruim drie miljard euro. Helemaal voor Europa. Een vlaggenschip.’

Vier de industrie! Het wordt tijd dat we de industrie niet alleen vereenzelvigen met het negatieve deel. We kennen het beeld wel, de industrie veroorzaakt veel problemen. Op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat bijvoorbeeld. Het is natuurlijk waar. Industriële productie heeft grote nadelen. Als we ons daar niet bewust van zijn, dan zijn de risico’s enorm. Levensbedreigend zelfs.

Tegelijkertijd kan de industrie juist onderdeel zijn van de oplossingen. Ook op dat vlak zijn de grote lijnen wel bekend. Zonder composieten zijn de moderne windmolens niet mogelijk en kunnen onze auto’s nauwelijks lichter en dus zuiniger worden. In de transitie naar schonere energiedragers en grondstoffen speelt de industrie een cruciale rol. En de industrie levert ons medicijnen, voeding, beschermingsmiddelen en ga zo maar door.

Echter, onbekend maakt onbemind. De samenleving lijkt het beeld van de vieze en gevaarlijke industrie te koesteren. Tegelijkertijd hebben veel industriële bedrijven en hun medewerkers moeite om uit hun schulp te kruipen. Misschien doordat ze zich in het defensief gedwongen voelen. Maar zeker ook onder druk van juristen en aandeelhoudersbelangen. Een negatieve status quo zo lijkt het.

Hoopgevend

Dat is jammer. Want er zijn veel mooie verhalen te vertellen over de industrie. Jaar na jaar treffen wij slimme en gedreven mensen in de industrie, bijvoorbeeld voor onze verkiezingen van de Plant Manager of the Year en de Techniekheld. Ze zijn zich terdege bewust van de risico’s, maar ook de kansen van hun vak en industriële omgeving. En ze eisen een rol op in de verbetering van de industrie. Ook zijn er voldoende interessante innovaties. Als redactie moeten we echter ons best doen om een deel van die vernieuwingen boven water te tillen. Alsof de meeste industriële bedrijven niet trots durven te zijn.

Blijkbaar niet genoeg allemaal. Al voor de coronapandemie rees daarom bij ons en enkele partners het idee om meer schijnwerpers op de industrie te zetten. Op de uitdagingen, maar ook de oplossingen. En niet alleen vergezichten, maar vooral de stappen die nu al worden gezet. Eerlijk, open en waar kan hoopgevend.

HYTE

De afgelopen tijd is daarom het idee van een industriefestival geboren. Dat idee begint concrete vormen aan te nemen. Sterker nog, we hebben een datum en een tijd. Samen met founding partner iTanks en – hopelijk veel – andere partners willen we op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods de industrie vieren. Schrijf dus in je agenda: iLinqs, festival van de industrie.

Een festival met innovaties, pitches en demonstraties. Zeker met bekende elementen, bijvoorbeeld van onze congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year bijvoorbeeld. Maar ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Om het allemaal nog intensiever te maken; een week later ga ik met drie young professionals op pad voor de Hydrogen Trail Europe, ofwel HYTE, van 27 juni tot 8 juli. Via vlogs, blogs, artikelen en een documentaire willen we laten zien waar de industrie in Europa mee bezig is. Dan wel specifiek op het gebied van transitie en met name waterstof. Ook weer op een eerlijke en hopelijk inspirerende manier.

Meer informatie over beide initiatieven volgt de komende weken en maanden. In onze beide magazines Petrochem en Industrielinqs, op onze sites en zeker ook op social media. Volg de pagina’s van Industrielinqs, Petrochem platform en Hydrogen Trail Europe op LinkedIn! Wil je met je bedrijf of organisatie actief deel uitmaken van onze initiatieven, neem gerust contact met me op. Laten we komend jaar vooral met ons allen de industrie vieren.

Reageren? wim@industrielinqs.nl

Chemelot is weer een stukje groener nu USG Industrial Utilities groene stroom afneemt van Eneco. Het gaat jaarlijks om zo’n 350 GWh aan windenergie afkomstig van Windpark Fryslân. Een capaciteit die gelijk staat aan 21 windturbines.

USG heeft een corporate Power Purchase Agreement gesloten met Eneco. De leverancier van gas, water, stoom en elektriciteit voor industrieterrein Chemelot kan daarmee tot en met 2036 gebruik maken van zo’n 90 MW aan opgesteld vermogen van Windpark Fryslân.

Sabic neemt het grootste deel van de groene stroom van USG af. Het gaat jaarlijks om 300 GWh, zo’n dertig procent van de jaarlijkse stroombehoefte van het bedrijf. Ook AnQore, producent van onder andere acrylonitril op Chemelot, neemt groene stroom van USG af. ‘Deze overeenkomst draagt eraan bij dat AnQore vanaf dit jaar honderd procent van haar verbruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen betrekt’, vertelt CEO Pieter Boon. ‘We zijn er als acrylonitril-producent trots op dat koolstofvezel, onmisbaar voor het versterken van de wieken van windmolens, gemaakt wordt uit acrylonitril.’

Windpark Fryslân

Sinds kort is Windpark Fryslân volledig operationeel. De 89 windturbines in het IJsselmeer zorgen voor een opgesteld vermogen aan groene windenergie van in totaal 382,7 MW. Het windpark produceert op jaarbasis zo’n 1,5 terawattuur. De bouw ervan begon in maart 2019 en duurde tot en met december 2021.

Het projectmanagement van Windpark Fryslân is uitgevoerd door Ventolines. Het aannemersconsortium Zuiderzeewind – Siemens Gamesa en Van Oord – waren verantwoordelijk voor de bouw. Siemens blijft zestien jaar verantwoordelijk voor het onderhoud en het beheer van het windpark.

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Het kabinet wil dat er een landelijk transportnetwerk voor waterstof komt. Het is een opdracht waarmee Hynetwork Services aan de slag gaat. De eerstvolgende stap voor deze volle dochter van Gasunie is het verbinden van vijf grote industriële clusters. ‘Het is nu van belang dat we een markt op gang brengen’, stelt Eddie Lycklama à Nijeholt.

De aanleg van een infrastructuur voor waterstof vraagt om een nuchtere blik. Want zo nieuw en technisch ingewikkeld is het ook weer niet, stelt Eddie Lycklama à Nijeholt, programma manager Hydrogen Backbone Netherlands bij Gasunie. Tot zestig jaar geleden was stadsgas een belangrijke energiedrager in Nederland en daarbuiten. ‘Dat bestond al gauw voor de helft uit waterstof’, stelt hij. In Nederland verdwenen de gasfabrieken, waarin de mengsels van waterstof, methaan en koolmonoxide werden geproduceerd met de opkomst van aardgas.

Juist de aardgasinfrastructuur die toen werd aangelegd, biedt momenteel een springplank voor de wederopstanding van waterstof. Lycklama à Nijeholt: ‘Om de vijf grote industriële clusters in Nederland aan elkaar te verbinden, is circa twaalfhonderd kilometer leiding nodig. Daarvoor kan meer dan duizend kilometer bestaande infrastructuur worden ingezet. Dat voorkomt al veel overlast voor de omgeving. Zie het als een snelweg, die moet worden gerenoveerd. We vervangen alleen de toplaag.’

50 bar

Nadat een deel van de aardgasinfrastructuur wordt losgekoppeld, is slechts een beperkt aantal aanpassingen nodig. ‘Natuurlijk inspecteren we de leidingen en vervangen we delen waar nodig. Ook maken we ze schoon en moeten we afsluiters vervangen. Echter, bij waterstof is niet zoals bij aardgas elke tien kilometer een afsluiter nodig, maar maximaal elke tachtig kilometer. Dus dat scheelt alvast.’

Doordat de moleculen van waterstof lichter zijn dan die van aardgas, is in Nederland geen extra compressie onderweg nodig. De druk die bij de invoer wordt meegegeven, kan zelfs lager zijn dan bij aardgas. Zelfs dan gaat waterstof ongeveer drie keer zo snel door de buis. Lycklama à Nijeholt: ‘Aardgas krijgt een druk mee van 66 bar. Waterstof krijgt straks bij de invoer 50 bar mee. Dat is genoeg om aan de grens met Duitsland nog 30 bar over te houden. Dat is voldoende. Gaan we waterstof straks exporteren, dan is wellicht op de grens wel extra compressie nodig.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

Lycklama

Eddie Lycklama à Nijeholt (Gasunie): ‘Hoe meer waterstof je naar Chemelot brengt, hoe minder CO2 je hoeft af te voeren.’

Hydrogeneren

Het ministerie van EZK heeft Gasunie aangewezen om in Nederland een waterstofinfrastructuur aan te leggen, de zogenoemde backbone. Die handschoen heeft Gasunie opgepakt. Dat gebeurt echter wel onder een andere naam en juridische entiteit. ‘Gasunie is indertijd opgericht om aardgas te transporteren. Willen we waterstof of bijvoorbeeld CO2 transporteren, dan moeten we daar andere organisaties voor oprichten. Voor CO2 is dat bijvoorbeeld onder meer Porthos.’

Voor waterstof is de nieuwe entiteit Hynetwork Services. ‘Al eerder hebben we deze honderd procent dochter opgericht voor transport van waterstof tussen Dow in Terneuzen en Yara in Sluiskil.’ Sinds eind 2018 wisselen de twee chemiebedrijven waterstof uit via een niet meer in gebruik zijnde gastransportleiding van Gasunie. De oprichting van een nieuwe entiteit is dus niet meer nodig. ‘Binnen Hynetwork Services gaan we ook de backbone uitrollen.’

Het verraadt meteen ook de volgorde van de eerste stappen die Hynetwork Services zet. Lycklama à Nijeholt: ‘Eerst onderzoeken we binnen grote industriële clusters zelf hoe we vraag en aanbod van waterstof aan elkaar kunnen koppelen. Zoals bij Dow en Yara. Als de één te veel heeft, dan brengen we dat bij een ander die juist waterstof kan gebruiken.’ Verschillende industriële clusters werken al aan een regionale waterstof infrastructuur.

De volgende stap is om dat ook landelijk te gaan doen. De aanleg van de zogenoemde backbone, de ruggengraat van het toekomstige waterstofnet. ‘Dat betekent dat we ons gaan richten op het verbinden van de vijf grote industriële clusters.’ Daarbij gaat het om de Rijnmond, de IJmond, het gebied van North Seaports (Zeeland en Gent), de Eemsdelta en Chemelot.

Het lijkt niet meer dan een logische stap. In de procesindustrie is al veel vraag naar waterstof, bijvoorbeeld voor de ontzwaveling van brandstoffen en de productie van kunstmest. En ook voor nieuwe ontwikkelingen is straks waterstof nodig. Denk aan de chemische recycling van afvalplastics. Hydrogeneren lijkt de aangewezen route om bijvoorbeeld chloor en fosfor uit de stromen te halen.

Elektronen

Bijzonder is de puzzel rond Chemelot, ziet ook Lycklama à Nijeholt. De andere vier clusters liggen aan zee, dus dicht bij bestaande en toekomstige offshore windparken. De productie van groene waterstof zal daar eenvoudiger zijn. Bovendien zijn daar ook meer mogelijkheden voor blauwe waterstof. CO2 kan dichtbij in uitgeproduceerde gasvelden worden opgeslagen. Chemelot en ook grote Duitse industrieclusters iets verderop, liggen wat dat betreft minder gunstig. Er wordt zelfs onderzocht of CO2 uit Limburg en Duitsland naar de Noordzee kan worden gebracht. ‘Dat kan natuurlijk ook. Echter hoe meer waterstof je naar Chemelot brengt, hoe minder CO2 je hoeft af te voeren.’

Chemelot en ook de Duitse chemiebedrijven onderzoeken daarom meer opties. Zo krijgt de turquoise route daar meer aandacht. Via methaanpyrolyse kan ook waterstof worden geproduceerd uit aardgas met koolstof als tweede product. Grootschalige aanvoer van aardgas is voor Chemelot vooralsnog geen probleem.

Ook elektrificatie van fabrieken is een belangrijke route. Niet voor niets zet Chemelot de lobby voor verzwaring van het elektriciteitsnet rond het cluster zwaar aan. Lycklama à Nijeholt begrijpt dat volkomen. ‘Je moet je altijd afvragen wat het meest efficiënt is. Dat kan per situatie verschillend zijn. In veel gevallen kan elektrificeren het meest voor de hand liggen.’

Wel wil hij het toch wat in perspectief zetten. ‘Momenteel wordt tachtig procent van ons energieverbruik geregeld met moleculen en slecht twintig procent met elektronen.’ De meeste auto’s rijden nog op benzine en diesel. Ook aardgas is nog steeds een belangrijke brandstof op heel veel plaatsen, stelt hij. ‘Het zou al heel knap zijn als het in 2050 fifty-fifty is.’

Scheiden

Bij het verbinden van de vijf clusters komt ook wat de projectdirecteur het zesde cluster noemt in beeld. ‘Dat zijn alle industrieën samen die niet in één van de vijf clusters liggen. Daar krijgen we als Gasunie ook veel vragen over. “Wanneer worden wij aangesloten op het waterstofnet?” Liggen de fabrieken toevallig op de route van de backbone, dan is een aansluiting relatief eenvoudig te realiseren. Het meest tricky is de afstand tot het hoofdnetwerk.’

LycklamaHet levert weer nieuwe puzzels op. Regionale netwerken kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Als verschillende andere bedrijven in een regio ook waterstof kunnen en willen gebruiken is dat natuurlijk een groot voordeel. ‘Bij ons geldt re-use before buy before build. Als we een bestaand regionaal gasnet kunnen inzetten voor waterstof, dan heeft dat natuurlijk voordelen.’ Maar ook dat is niet eenvoudig. Wat betekent het voor de leveringszekerheid? En wil en kan iedereen wel over? ‘We onderzoeken volop technieken om bijvoorbeeld aardgas en waterstof te scheiden. Dan kan na gemengd transport het aardgas bijvoorbeeld richting de huishoudens en waterstof richting een deel van de industrie.’

Eddie Lycklama à Nijeholt (Gasunie): ‘Bij ons geldt re-use before buy before build.’

Extra zuiveren

Een belangrijke doelgroep voor waterstof lijkt ook vrachttransport. Hoewel er al personenauto’s op waterstof op de markt zijn en Lycklama à Nijeholt er zelf ook één rijdt, heeft de batterijenauto een duidelijke voorsprong opgebouwd. Dat ligt wellicht anders bij zwaar vrachttransport over de weg, via het water en mogelijk zelfs via de lucht. Batterijen nemen al gauw veel gewicht en ruimte in, wat ten koste gaat van de lading. ‘Vrachtvervoer is naar ons idee de volgende stap, na de regionale industrie. Daarbij onderzoeken we of de distributie van waterstof dan via flessen moet gebeuren, of dat we daar de backbone ook al voor kunnen inzetten.’

Er zijn veel discussies over de gewenste zuiverheid. Elektrolyse van water levert zuivere waterstof op. Bij de gangbare productie van waterstof uit methaan ligt de zuiverheid echter op ongeveer 96 procent. ‘De brandstofcellen in vrachtauto’s vragen om 99,9 procent zuiverheid. In de industrie ligt dat anders. Uit een marktconsultatie blijkt dat de meeste klanten prima uit de voeten kunnen met 98 procent. Dan rijst natuurlijk de vraag: tot welk niveau ga je extra zuiveren? Het is nu van belang dat we een markt op gang brengen en dan is het wenselijk om de kosten zo laag mogelijk te houden en de toegankelijkheid open.’ Het lijkt hem daarom verstandiger dat waterstof indien gewenst na transport extra wordt gezuiverd.

Tien procent

Dan het huishoudelijke gebruik. Voor velen is het de vraag of waterstof ooit een belangrijke rol gaat spelen in onze huizen. Aardgas is niet op korte en middellange termijn weg te denken. Als vervanging wordt stevig ingezet op elektrificatie, warmtepompen, betere isolatie. ‘Vergeet biogas niet’, vult Lycklama à Nijeholt aan. Nu al is vijf procent van het aanbod biogas, en dat aandeel neemt alleen maar toe, is zijn overtuiging. Het is ook niet ondenkbaar dat het huishoudelijke gas in de toekomst weer een mengsel wordt, net als in de tijd van het stadsgas. ‘Volgens onderzoek kan het huidige aardgas voor huishoudelijk gebruik zonder problemen worden bijgemengd met tien procent waterstof. Sommige bronnen beweren al twintig procent. Maar daar durf ik mijn hand nog niet voor in het vuur te steken. Nu is 0,02 procent toegestaan. Het lijkt me logisch dat dat verandert.’

European Industry & Energy Summit 2021

Tijdens de European Industry & Energy Summit 2021 (7 en 8 december in Rotterdam Ahoy en online) is Eddie Lycklama à Nijeholt een van de podiumgasten in het onderdeel Next Steps in Hydrogen. Dan vertelt hij meer over de aanleg van het waterstofnetwerk in Nederland. Het is dan mogelijk om vragen te stellen, ook online.

Kijk voor het volledige programma op www.industryandenergy.eu

Je kunt er momenteel niet omheen (en terecht). Het wordt wel het grootste probleem van deze tijd genoemd en ten tijde van het schrijven van deze column is de top in Glasgow gaande. Natuurlijk heb ik het over de klimaatproblematiek. Inmiddels al omgedoopt tot klimaatcrisis, want het is wel duidelijk dat er geen tijd meer te verliezen is. We moeten allemaal ons steentje bijdragen, maar weet u wat dat precies moet zijn?

Alternatief opwekken

Zelf ben ik recentelijk verhuisd, vanwege een nieuwe baan. Een uitgesproken kans om, naast de al geplande verbouwingen in het kader van comfort en onderhoud, ook investeringen te doen om het energieverbruik te reduceren en mijn verantwoordelijkheid in het klimaatprobleem te nemen. Dat is nodig, want de woning is uit de jaren dertig van de vorige eeuw, dus gebouwd in een periode waarin men zich totaal niet realiseerde dat we als mens invloed op het klimaat hebben. Eigenlijk erg vergelijkbaar met de situatie waar een groot deel van de chemische industrie ook in verkeert. De fabrieken zijn niet bepaald ontworpen voor een klimaatneutrale energiehuishouding en toch willen we allemaal iets doen om de status van energieneutraliteit te bereiken. Maar hoe die te bereiken? Dat is de uitdaging.

In mijn persoonlijke situatie heb ik meerdere opties tegen elkaar afgewogen. De makkelijkste optie is het beperken van het energieverbruik door bijvoorbeeld isoleren, dubbel glas en betere apparatuur zoals verwarmingsketel. Want wat je niet aan energie hoeft te gebruiken, hoeft ook niet te worden opgewekt. Dit geldt natuurlijk ook voor de procesinstallaties in de industrie. Het vervangen van verouderde grote energieverbruikers door modernere zuinigere installaties is haast een must. Dit vraagt natuurlijk wel flinke investeringen en de terugverdientijd is vaak (te) lang. Maar daarmee alleen kom je er niet. Dus is ook de optie voor het alternatief opwekken van energie een logische stap. Zonnepanelen op het dak dan maar. Iets met aardwarmte misschien? Een windmolen in de tuin komt er toch echt niet! En kernenergie heb ik maar achterwege gelaten…

Restenergie

Voor de industrie is dit een lastigere optie, omdat het opwekken van energie een eigen tak van sport is. Toch zijn er ook bedrijven die hun opslagtanks hebben voorzien van zonnepaneel-folie. En wat te doen met de daken van de controlekamers, kantoren en lege ruimtes rondom de fabrieksinstallaties? Hoewel het misschien niet veel lijkt, is dit toch een geval van alle beetjes helpen.

Maar de zon schijnt niet ’s nachts en ook waait het niet altijd als je meer energie nodig hebt. Opslag dan maar? Maar hoe dan? Een batterij? Of toch waterstof? Methaan en ammoniak worden tegenwoordig ook al als optie genoemd. Maar hoe te kiezen tussen al deze opties? Daar zit het grote probleem. Want elke optie heeft zijn voor- en zijn nadelen. Waterstof produceren met een overschot aan elektriciteit op zonnige dagen zou handig kunnen zijn, omdat er mogelijk een landelijk netwerk wordt gerealiseerd. Maar zou u mijn buurman willen zijn, als u weet dat er een waterstofgenerator en -opslag achter de heg komt te staan? En dat landelijke netwerk is ook niet zeker. De overheid heeft hierin nog niet beslist.

Voor de industrie zit hier misschien nog wat onontgonnen ruimte. Want het gebruik van restenergie elders in de installatie of bij een naastgelegen installatie is ons niet vreemd. Denk aan de Verbund-sites. Toch wordt er nog genoeg energie door de schoorsteen of via andere reststromen uitgestoten. Misschien goed om daar ook nog eens te kijken of er iets bruikbaars mee kan worden gedaan. Is het mogelijk deze energie in het landelijke netwerk te steken? Wat dat landelijke netwerk ook moge zijn, elektra of iets anders.

Verantwoordelijkheid pakken

Zo ziet u dat er voldoende uitdagingen en onzekerheden zijn. Er is geen totaaloplossing. De overheid gaat de uiteindelijke richting ook niet bepalen en wat voor de een werkt, past bij de ander totaal niet. Toch moeten we allemaal onze bijdrage leveren. Wat is uw bijdrage? Laten we als industrie niet wachten op andere bedrijven, sectoren of overheden en zelf onze verantwoordelijkheid pakken. Gelukkig lopen er al veel initiatieven in de industrie, maar of het voldoende is? Dat mag u zelf bepalen.

 

Chris Aldewereld is ingenieur Scheikundige Technologie en werkzaam als HSE-specialist. Aldewereld@gmail.com