Vier de industrie! Het wordt tijd dat we de industrie niet alleen vereenzelvigen met het negatieve deel. We kennen het beeld wel, de industrie veroorzaakt veel problemen. Op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat bijvoorbeeld. Het is natuurlijk waar. Industriële productie heeft grote nadelen. Als we ons daar niet bewust van zijn, dan zijn de risico’s enorm. Levensbedreigend zelfs.

Tegelijkertijd kan de industrie juist onderdeel zijn van de oplossingen. Ook op dat vlak zijn de grote lijnen wel bekend. Zonder composieten zijn de moderne windmolens niet mogelijk en kunnen onze auto’s nauwelijks lichter en dus zuiniger worden. In de transitie naar schonere energiedragers en grondstoffen speelt de industrie een cruciale rol. En de industrie levert ons medicijnen, voeding, beschermingsmiddelen en ga zo maar door.

Echter, onbekend maakt onbemind. De samenleving lijkt het beeld van de vieze en gevaarlijke industrie te koesteren. Tegelijkertijd hebben veel industriële bedrijven en hun medewerkers moeite om uit hun schulp te kruipen. Misschien doordat ze zich in het defensief gedwongen voelen. Maar zeker ook onder druk van juristen en aandeelhoudersbelangen. Een negatieve status quo zo lijkt het.

Hoopgevend

Dat is jammer. Want er zijn veel mooie verhalen te vertellen over de industrie. Jaar na jaar treffen wij slimme en gedreven mensen in de industrie, bijvoorbeeld voor onze verkiezingen van de Plant Manager of the Year en de Techniekheld. Ze zijn zich terdege bewust van de risico’s, maar ook de kansen van hun vak en industriële omgeving. En ze eisen een rol op in de verbetering van de industrie. Ook zijn er voldoende interessante innovaties. Als redactie moeten we echter ons best doen om een deel van die vernieuwingen boven water te tillen. Alsof de meeste industriële bedrijven niet trots durven te zijn.

Blijkbaar niet genoeg allemaal. Al voor de coronapandemie rees daarom bij ons en enkele partners het idee om meer schijnwerpers op de industrie te zetten. Op de uitdagingen, maar ook de oplossingen. En niet alleen vergezichten, maar vooral de stappen die nu al worden gezet. Eerlijk, open en waar kan hoopgevend.

HYTE

De afgelopen tijd is daarom het idee van een industriefestival geboren. Dat idee begint concrete vormen aan te nemen. Sterker nog, we hebben een datum en een tijd. Samen met founding partner iTanks en – hopelijk veel – andere partners willen we op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods de industrie vieren. Schrijf dus in je agenda: iLinqs, festival van de industrie.

Een festival met innovaties, pitches en demonstraties. Zeker met bekende elementen, bijvoorbeeld van onze congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year bijvoorbeeld. Maar ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Om het allemaal nog intensiever te maken; een week later ga ik met drie young professionals op pad voor de Hydrogen Trail Europe, ofwel HYTE, van 27 juni tot 8 juli. Via vlogs, blogs, artikelen en een documentaire willen we laten zien waar de industrie in Europa mee bezig is. Dan wel specifiek op het gebied van transitie en met name waterstof. Ook weer op een eerlijke en hopelijk inspirerende manier.

Meer informatie over beide initiatieven volgt de komende weken en maanden. In onze beide magazines Petrochem en Industrielinqs, op onze sites en zeker ook op social media. Volg de pagina’s van Industrielinqs, Petrochem platform en Hydrogen Trail Europe op LinkedIn! Wil je met je bedrijf of organisatie actief deel uitmaken van onze initiatieven, neem gerust contact met me op. Laten we komend jaar vooral met ons allen de industrie vieren.

Reageren? wim@industrielinqs.nl

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Tata Steel zit in een roerige tijd waarin het een duurzame koers inzet terwijl corona ook nog niet verdwenen is. Plantmanager Lisette Sierevogel verdeelt haar aandacht dan ook over kwaliteitverbeterende en overlastverminderende projecten en de dagelijkse aansturing van zeshonderd mensen. ‘Ik heb de focus zien verschuiven van volume naar kwaliteit en nu ligt er een grotere nadruk op de omgeving. Dat vraagt om extra aandacht voor de werkvloer, maar brengt ook nieuwe perspectieven met zich mee.’

Je kunt zomaar 24 jaar bij Tata Steel werken en toch nooit te lang op dezelfde plek zitten. Tenminste, als je het carrièrepad van Lisette Sierevogel volgt. Want waar ze drie jaar geleden nog de hele wereld over reisde om klanten te ondersteunen bij hun kwaliteitsproblemen, is ze inmiddels al weer twee jaar plantmanager van de koudbandwalserij. Of om in Tata Steel-termen te blijven: bedrijfschef.

Die laatste stap was misschien wel de meest uitdagende stap in haar carrière,met name omdat corona ongeveer gelijktijdig de intrede deed. ‘En dan sta je in een fabriek die vijftig jaar oud is te regelen dat mensen niet te dicht op elkaar werken’, zegt Sierevogel. ‘Dat is in sommige bedieningshuizen best lastig voor elkaar te krijgen. En dus werkten we met mondmaskers, schermen en reinigingsprotocollen. Bovendien zorgt zo’n virus ook nog eens voor extra spanning. Bijvoorbeeld tussen het kantoor en de werkvloer. Als Rutte zegt dat iedereen zoveel mogelijk thuis moet blijven, is dat natuurlijk niet voor iedereen een optie. Onze operators en maintenance-ploegen blijven gewoon fysiek aanwezig, waarbij ze uiteraard hun werkplek veilig inrichten. Wij als management kunnen misschien wel gemakkelijker ons werk vanuit thuis doen, maar juist om de spanning weg te halen kozen we er toch voor zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Je wil uiteindelijk toch kunnen zien en voelen hoe iedereen met de nieuwe situatie omgaat en waar mogelijk onzekerheden wegnemen. Het laatste wat je wil, is dat je de fabriek vanuit je ivoren torentje probeert te managen.’

Kwaliteit

De koudbandwalserij staat aan het eind van de lange keten van ijzererts tot hoogwaardige staalplaten voor met name de automobielindustrie. Sierevogel zag het resultaat van haar huidige werk zeven jaar lang bij de wereldwijde klanten van Tata Steel. ‘Stond je bij een automobielfabrikant te kijken naar een partij afgekeurde achterkanten waarbij je wel heel goed in het juiste licht moest kijken wat er nu precies mis mee was. In het hoge segment waarvoor onze klanten auto’s produceren, moet je zeer kritisch zijn op kwaliteit en dus ook op de cosmetische aspecten. Om gewicht te besparen, willen fabrikanten bovendien steeds dunnere lagen lak aanbrengen. Daardoor zie je oneffenheden in het staal nog sneller.’

Lisette Sierevogel (Tata Steel): ‘Het laatste wat je wil, is dat je de fabriek vanuit je ivoren torentje probeert te managen.’

Dat betekent dat je in de productie nauwelijks fouten kunt veroorloven. ‘Die kwaliteit kunnen we alleen halen door een samenspel van het juiste recept bij de staalproductie en de behandeling daarna. Het walsen heeft dan ook wel degelijk invloed op het eindresultaat en is met name te sturen via de krachtverdeling over de vijf walsen. Het grootste risico dat we in het proces lopen, is dat de kop van een plaat tegen een wals aanstoot, waardoor deze een afdruk achterlaat in de wals. Op zich is dit probleem bekend bij zogenaamde batch-walsen. Maar we denken het wel te kunnen voorkomen door de vijftig jaar oude wals om te bouwen naar een continu-wals. Daarvoor bouwen we binnenkort een installatie die de platen aan elkaar last, zodat de walsen één continue plaat krijgen aangeboden. Aan het einde van het proces moeten we de plaat uiteraard ook weer in stukken knippen. Helaas heeft corona het project vertraagd, maar dit zal zeker het risico op afkeur een stuk verlagen en de klant­tevredenheid verhogen.’

Dertien fabrieken

De rol van de plantmanager van de koudbandwalserij verschuift voortdurend van projecten naar de dagelijkse uitdagingen in de productie. ‘Hoewel we spreken over één koudbandwalserij, is het eigenlijk een samenspel tussen dertien soorten fabrieken en fabriekjes’, zegt Sierevogel. ‘We rollen de twee tot drie millimeter dikke platen die we krijgen van de warmbandwalserij naar diktes van minimaal twee millimeter, maar ook ver daaronder. De dikkere platen hoeven verder weinig behandeling. Die worden bijvoorbeeld ingezet als rijplaten voor de bouwsector. De andere producten, die op meer zichtbare plekken komen, worden eerste gebeitst in een zuurbad dat het buitenste oxidelaagje eraf haalt. De platen krijgen daarna een olielaagje om verdere oxidatie te voorkomen. De koudwalsen zorgen vervolgens ervoor dat het staal nog dunner wordt. Die dikte kan behoorlijk verschillen, naar gelang de klantvraag. De dikkere platen eindigen bijvoorbeeld aan de onderkant van een auto, terwijl de autofabrikanten voor hun carrosserie steeds dunnere platen verlangen. Hoe lager het gewicht, hoe lager namelijk het energieverbruik. Voor de noodzakelijke volgende stap, moeten we de beitsbaan aanpassen. Om nog dunner staal te kunnen maken, moet het namelijk zo sterk zijn dat het breken van het oxide steeds lastiger wordt. We hebben dan krachtigere apparatuur nodig die dit aankan.’

Ook de nabehandeling hangt af van de klant waar het staal naar toe gaat. ‘De platen onder de één millimeter krijgen nog een zinkbehandeling, terwijl we ook staal voor de witgoedsector maken dat eerst nog naar de gloeierij gaat. En dan willen we het staal ook nog netjes verpakken, zodat we zeker weten dat het in dezelfde staat bij de klant aankomt.’

Mensenwerk

Met een dergelijk aantal fabrieken en ook nog een volcontinu proces dat via een vijfploegendienst wordt bemand, is het niet gek dat er zo’n zeshonderd mensen op de loonlijst staan. Sierevogel: ‘Gelukkig hoef ik die niet allemaal alleen aan te sturen. Tata Steel werkt bedrijfsbreed met een triostructuur waarin productie, maintenance en technologie op gelijke voet staan. De chef van de wacht stuurt operators en de storingsdienst aan, terwijl de dag- en kantoordienstorganisatie de onderhoudsafdeling aanstuurt. Uiteraard krijg ik de kritische KPI’s via het dashboard te zien en sturen we zwaar op kwaliteit, beschikbaarheid en veiligheid. Maar niet alles is in cijfers uit te drukken. Bovendien hebben we zeer ervaren medewerkers die heel goed weten wat ze doen. Ik probeer de verantwoordelijkheden dan ook zo laag mogelijk, liefst op de werkvloer, neer te leggen.’ Dat wil niet zeggen dat dat altijd vanzelf gaat. Sierevogel: ‘Zeker waar je werkt met meerdere teams in ploegendienst ontstaat nog wel eens een sfeer waarin de ene ploeg de andere ervan beschuldigt de problemen door te schuiven naar de volgende shift. We proberen nu in de hoofden te krijgen dat het installatiebelang boven het individuele belang gaat. Wat de een sloopt, kan de ander misschien wel oplossen. Maar dat betekent wel dat je daar open over moet communiceren en elkaar het vertrouwen geven dat je het beste doet voor de machine. Competitiedrang kan in sommige gevallen het beste bij mensen naar boven halen, maar niet als het gezamenlijke belang, de machine, daar onder lijdt.’

Die open dialoog wil Sierevogel ook graag rondom veiligheidsissues voeren. ‘Mensen moeten zich veilig voelen in het werk dat ze doen. Vroeger was dat heel tastbaar en fysiek. Maar veiligheid gaat veel verder. We hebben een gemêleerde groep met verschillende etnische achtergronden, religies, genders en levenswijzen. Iedereen moet zich veilig genoeg voelen zichzelf te zijn en ook de ander respecteren. Tegelijkertijd moeten mensen zich gesteund voelen door het management als er iets mis gaat. Als iemand een stalen rol laat vallen, kan dat grote gevolgen hebben, maar zo’n incident is niet meer terug te draaien. Veel mensen hebben er de grootste moeite mee om toe te geven dat ze een fout hebben gemaakt, terwijl dit nu eenmaal menselijk is. Bij dit soort incidenten is het vooral zaak te achterhalen wat er aan vooraf ging. Is er tijdsdruk, passen de procedures nog wel bij de huidige omstandigheden? Five why is wat dat aangaat een mooie tool om tot de kern van incidenten te komen.’

Tata Steel

Sierevogel: ‘Iedereen moet zich veilig genoeg voelen zichzelf te zijn en ook de ander respecteren.’

Vergrijzing

Het meest zorgen maakt Sierevogel zich nog om de braindrain die ook bij haar fabriek voor de deur staat. ‘Een traditie is dat iemand die veertig jaar in dienst is een taartje eet met de bedrijfschef. We hebben inmiddels al heel wat taartjes gegeten en al die kostbare kennis rent straks de deur uit. De generatie die deze mensen vervangt, kijkt bovendien heel anders naar een loopbaan. Die gaan niet voor veertig jaar bij dezelfde werkgever. We hebben dan ook een systeem nodig om al die kennis te borgen en tegelijkertijd het werk aantrekkelijk te houden voor de werknemer van de toekomst.’

Wat ook niet zal helpen bij het aantrekken van nieuw personeel is de negatieve aandacht die Tata Steel het afgelopen jaar kreeg. ‘Het beeld dat de pers schetste van Tata Steel zorgde hier op de werkvloer ook voor onrust’, blikt Sierevogel terug. ‘Het heeft zeker invloed gehad op de bedrijfsvoering. We hebben al heel wat projecten opgestart om geurhinder en de uitstoot van stof en andere emissies te beperken. In de 24 jaar dat ik hier werk heb ik de focus zien verschuiven van volume naar kwaliteit en nu ligt er een grotere nadruk op de omgeving. Onze fabriek gaat ook mee in die transitie en dat brengt nieuwe perspectieven met zich mee. Die nieuwe focus zorgt er namelijk ook voor dat we aantrekkelijker worden voor maatschappelijk geëngageerde werknemers. Hoewel de grootste verschillen te merken zullen zijn in de hoogovens, dragen wij ook ons steentje bij. Zo wist een van onze medewerkers die afstudeerde voor een hbo-studie een plan te maken om de geuroverlast te verminderen via operationele waarschuwingen en ingrepen. Door bijvoorbeeld langzamer te beitsen, is al heel veel geurhinder te vermijden. We bouwen binnenkort een nieuwe dampwasser om de hinder echt een halt toe te roepen, maar je merkt wel dat beperkingen ook de creativiteit aanwakkeren.’

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over het werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

De industrie wemelt van de techniekhelden die in de anonimiteit hun werk doen. Want hoe kunnen we de basisproducten maken voor auto’s, smart phones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Al was het maar om een volgende generatie te inspireren voor techniek te kiezen.

De redactie van Industrielinqs Magazine zoekt daarom technici die enthousiast over hun beroep kunnen vertellen. Wat voor diegene misschien een heel normaal dagelijks beroep is, is voor anderen onbekend en bijzonder. Denk bijvoorbeeld aan een monteur op hoogte, onderwaterlasser, data-analist, drone-piloot, wachtchef, robotmonteur, een specialist in industriële reiniging. Maar uiteraard zijn ook onder de pijpfitters, installateurs en E&I experts helden zonder cape te vinden.

Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over zijn of haar beroep. Laat het ons weten! Dan laten wij in ons magazine de grote verscheidenheid aan beroepen in de industriële omgeving zien. Mail naar redactie@industrielinqs.nl.

Het thema van dit oktobernummer is onderhoudsstops. Met het stijgen van de jaren van industriële assets nam de complexiteit van turnarounds toe. Gelukkig hoeft die toegenomen complexiteit de duur van een gemiddelde shutdown niet te verlengen. Het vereist echter wel een degelijke voorbereiding met de juiste managementtools en de juiste informatie over de conditie van de assets. Althans, dat stellen Walter Mesterom van expertisebureau PDM en Marc Dassen van technisch dienstverlener Sitech.

Verder in dit nummer

‘De industriële revolutie was eigenlijk meer een evolutie. Als je het op microniveau beschouwt, ging het om een proces van heel veel kleine stapjes’, stelt Jeroen van Woerden, kwartiermaker van het nieuwe Fieldlab Industriële Elektrificatie. ‘De huidige transitie van de industrie zal ook niet van de ene op de andere dag gaan, maar we kunnen er wel alles aan doen om die te versnellen.’

De eerste recyclingfabriek voor vervuild staal ter wereld is eind september geopend in Delfzijl. Purified Metal Company kan hier staal dat bijvoorbeeld is vervuild met asbest of chroom-6 een nieuw leven geven.

Van alle energieverbruikers is de luchtvaart een van de lastigste om te verduurzamen. De druk op de sector om de CO2-uitstoot te verlagen, neemt ondertussen toe.

Grote industriële elektriciteitsverbruikers kunnen een rol spelen in netbalancering en zo een virtuele batterij vormen. Als dat goed gebeurt, profiteert daar zowel de industrie als de netbeheerder van.

Dit en veel meer leest u in het Industrielinqs oktobernummer!

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Gebruik kortingscode ILQS20GRATIS voor een gratis proefabonnement!

VDL Groep en Koninklijke DSM starten een joint venture die kwalitatief hoogwaardige medische mondmaskers gaat maken. De bedrijven produceren voor het eerst filtermateriaal  in Nederland. De nieuwe gemeenschappelijke onderneming, Dutch PPE Solutions, biedt bij de start werkgelegenheid aan enkele tientallen medewerkers in Helmond en Geleen.

Beide bedrijven investeren meerdere miljoenen in de aanschaf van machines en het bouwen van een productielocatie voor meltblown polypropyleen. Dit is de kritische filterlaag in medische gezichtsmaskers die virussen filtert. Ook investeert men in de productie van gezichtsmaskers. De joint venture start in oktober 2020 in Helmond met de productie van medische maskers, type FFP2. De meltblown polypropyleenfabriek in Geleen is naar verwachting operationeel vanaf april 2021.

Eerste in Nederland

De gemeenschappelijke onderneming helpt in het voorzien in de urgente behoefte om de wereldwijde, grootschalige productie en leveringsketens van persoonlijke beschermingsmiddelen te diversifiëren. En de afhankelijkheid van een beperkt aantal producenten te verminderen. Deze eerste permanente productiefaciliteit voor kritisch filtermateriaal in Nederland zorgt voor meer veerkracht wanneer de vraag naar gezichtsmaskers toeneemt.

Dutch PPE (Personal Protective Equipment) Solutions is een onderneming die DSM’s specialistische expertise van materialen combineert met de kennis van productie en processen van VDL. De samenwerking voorziet met dit initiatief in de voortdurende en urgente vraag naar gezichtsmaskers en filtermateriaal. De prioriteit ligt in eerste instantie bij de gezondheidszorg. De productie wordt stapsgewijs uitgebreid met gezichtsmaskers voor professionals in andere sectoren zoals het openbaar vervoer, scholen en onderwijsinstituten en bedrijven in heel Europa.

Duurzaamheid

PPE wil voornamelijk snel, betrouwbaar en stabiel hoognodige medische gezichtsmaskers produceren. Tegelijkertijd kijken DSM en VDL naar innovatieve en duurzame manieren om de groeiende afvalberg van gebruikte gezichtsmaskers terug te dringen. Bijvoorbeeld door gedurende de productontwikkeling te onderzoeken in hoeverre circulair afbreekbare materialen kunnen worden gebruikt.

Voorzien in eigen behoeften

President-directeur Willem van der Leegte van VDL Groep: ‘De coronacrisis heeft de voorbije maanden aangetoond dat een pandemie zich niet laat sturen. En dat het belangrijk is dat werelddelen gaan voorzien in de eigen behoeften. Daardoor zijn we het aan onszelf verplicht om dicht bij huis zekerheden te creëren. Dat geldt zeker voor persoonlijke beschermingsmiddelen voor medewerkers in de zorg en natuurlijk ook voor andere beroepsgroepen.’

Hoogwaardige productieketen

Pieter Wolters, directeur van DSM PPE Plus BV en vice-president DSM Innovation: ‘De wereldwijde vraag naar medische gezichtsmaskers en kritische filters om mensen te beschermen tegen corona overstijgt het beperkte aanbod. Daarnaast is de behoefte aan betrouwbare leveringsketens groter dan ooit. Ik ben er trots op dat we door onze samenwerking met VDL Groep in staat zijn om in Nederland een betrouwbare, duurzame en hoogwaardige productieketen op te zetten. Daarmee is Europa minder afhankelijk van leveringen van andere continenten. Dutch PPE Solutions is een purpose-led commerciële onderneming. Dit markeert een nieuwe fase die voortbouwt op DSM’s eerdere initiatieven om te helpen om op eigen bodem medische mondmaskers, desinfectiemiddel en teststaafjes te maken toen de nood hoog was en onmiddellijke acties nodig waren in de strijd tegen corona.’

Jan-Willem van der Pol (Engie), Andries Visser (Philips) en Jochen Schulz (OCI Nitrogen) zijn de finalisten van de verkiezing Techniekheld 2020. Techniekhelden zijn technici die meer doen dan van ze wordt gevraagd, die continu bezig zijn zichzelf te verbeteren en die hun enthousiasme voor techniek over weten te brengen op anderen. Op vrijdag 9 oktober tijdens het congres iMaintain Techport 2020 maken wij de winnaar bekend.

Met de Techniekheld verkiezing zetten wij technici in het zonnetje en willen we anderen inspireren om ook voor een technisch vak te kiezen. Van der Pol, Visser en Schulz zijn allemaal aangemeld door hun bedrijf omdat ze onmisbaar zijn en hun bedrijf trots op ze is. Daarnaast weten ze anderen enthousiast te maken voor techniek. Hieronder stellen we de finalisten aan jullie voor.

Jan-Willem van der Pol

De 57-jarige Jan-Willem van der Pol is werkvoorbereider bij Engie Services. Maar daarnaast staat hij ook wekelijks een dag voor de klas bij het Techniek College in Rotterdam. In januari heeft hij daarvoor zijn diploma hybride instructeur behaald. ‘Het is leuk om in de laatste fase van mijn werk iets heel uitdagends ernaast te doen. Steeds meer bedrijven krijgen te maken met de schaarste aan technisch personeel, onder andere door vergrijzing. Ook voor de klas is er meer vergrijzing en staan docenten soms ver van de werkvloer af. In de energietransitie waarin we ons bevinden, hebben we nu juist extra handen nodig om samen die enorme uitdaging te kunnen oppakken. Door technisch personeel in te zetten als hybride instructeurs kunnen studenten enthousiast worden gemaakt voor de sector.’

techniekheld 2020

Jan-Willem van der Pol en Levi van Ree, eerstejaars mbo-student Middenkader Engineering (Da Vinci College, Dordrecht).

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Dit artikel komt uit de eerste editie van het Industrielinqs magazine, dat zich richt op de procesindustrie, energiesector en onderlinge infrastructuur. Met het magazine verbinden we industriële ketens zodat ze van elkaar kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: innovatie, energietransitie, onderhoud en veiligheid.

Gebruik kortingscode ILQS20GRATIS voor een gratis proefabonnement!

Van der Pol wil studenten graag een goede beroepshouding meegeven. ‘Dan bedoel ik op tijd komen, veiligheids-voorschriften goed volgen, pbm’s dragen, hoe werk je met bepaalde materialen, noem het maar op. Zo bereid je ze alvast voor op een toekomstige baan. Ik probeer dat veel te herhalen en laat regelmatig filmpjes over deze thema’s zien, om het tastbaar maken. Bovendien weten sommige studenten nog niet precies welke banen bij hun studierichting passen. Het is fijn te merken dat ze enthousiast worden door de praktijkverhalen die ik deel.’

Andries Visser

Andries Visser (32 jaar) denkt in toekomstige Industrie 4.0 oplossingen, inspireert collega’s, is een drijvende kracht binnen predictive maintenance en laat zien hoe mooi het onderhoudsvak is. Zijn collega’s hebben mooie woorden over voor Visser die maintenance engineer is bij Philips in Drachten. Als maintenance engineer is hij verantwoordelijk voor het onderhoud in het gedeelte van de fabriek waar scheerapparaten worden gemaakt. Daarnaast heeft hij een centrale rol in robotonderhoud en predictive maintenance en doet hij ook een studie technische bedrijfskunde.

techniekheld 2020

Andries Visser in de fabriek in Drachten, waar scheerapparaten worden gemaakt.

‘Toen ik begon, ben ik mij gaan verdiepen en specialiseren in het onderhoud van robots. We wilden onderhoud dat toen extern werd gedaan, zelf oppakken. Dat hebben we in goede samenwerking met de leverancier gedaan. Ook zijn we een opleiding gestart voor monteurs zodat zij het onderhoud zelf kunnen doen. Deze opleiding hebben we zelfs uitgerold naar onze Philips-site in Klagenfurt, waarmee we nog altijd goed contact onderhouden.’

Vanuit het robotonderhoud is hij samen met zijn collega’s ook veel bezig met predictive maintenance. ‘Daarbij denken we echt een stap vooruit om te voorkomen dat een robot stuk gaat en om zijn standtijd te verlengen. In de loop der jaren hebben we een enthousiast team gevormd, waarmee we predictive maintenance uitrollen in de fabriek. Het is mooi om anderen mee te krijgen in die flow.’

Jochen Schulz

Lead operator Ammonia Loading Jochen Schulz (49 jaar) werkt bij OCI Nitrogen op Chemelot en zet zich in om jongeren enthousiast te maken voor techniek. Hij geeft gastlessen, helpt bij een miniplant op een middelbare school, bij stages en meeloopdagen. ‘Het zijn mijn collega’s van de toekomst.’

techniekheld 2020

Jochen Schulz met student Ilse, die een dagje meeloopt.

OCI Nitrogen heeft een miniplant op een middelbare school in de buurt geadopteerd. ‘Die stond in de mottenballen’, legt Schulz uit. ‘Ik heb de hele installatie gecontroleerd zodat deze weer kon draaien en de ruimte aantrekkelijk gemaakt. Het was voor mij hobbymatig, ik vond het leuk om te doen. De miniplant is een verwarmingsproces met twee vaten waarin je alles uit de procestechniek tegenkomt. Voordat de leerlingen in de miniplant komen, spelen ze een game op hun computer waarin ze de plant leren kennen. Daarna mogen ze met twee of drie leerlingen de miniplant besturen.’

Schulz hoopt jongeren te kunnen prikkelen om voor techniek te kiezen. ‘Als ze interesse hebben, probeer ik daarom te regelen dat ze een kijkje kunnen nemen bij ons bedrijf. OCI Nitrogen ziet ook het belang. Want de leerlingen van nu zijn straks onze nieuwe medewerkers. Het zijn mijn collega’s van de toekomst. Het is mooi als we ons steentje kunnen bijdragen. Techniek is gewoon een heel mooie omgeving om in te werken.’

Verkiezing

Van alle finalisten worden filmpjes gemaakt die op dinsdag 6 oktober aan middelbare scholieren worden getoond tijdens de Techport Techniekweek. Samen met een vakjury bepalen zij de winnaar. Deze maken wij vervolgens op 9 oktober tijdens het congres iMaintain Techport 2020 bekend. Tijdens dit congres staat het Schaduwparlement van Onderhoud centraal. Wij hebben een eigen schaduwparlement opgericht. Op de tweede vrijdag van oktober dienen verschillende schaduwkamerleden moties, wetswijzigingen en begrotingsvoorstellen in die de staat van de Nederlandse assets moeten versterken. Zowel in de infrastructuur als in de industrie.
Debatteer met ons mee. Aanmelden kan via imaintain.info.

Hoewel digitale simulaties van de fysieke wereld niet nieuw zijn, is de daadwerkelijke koppeling van de twee werelden dat wel. Een digital twin kan de industrie helpen om complexe systemen zoals een petrochemische plant te optimaliseren met behulp van kunstmatige intelligentie. Om dat goed te doen, is wel veel data nodig uit de operationele wereld.

Die data is gelukkig steeds meer beschikbaar. De koppeling van de operationele technologie aan informatietechnologie vraagt wel om extra beveiligingsmaatregelen. Want wat virtueel geen schade kan aanrichten, kan in de echte wereld toch tot incidenten leiden.

Het viel Heinrich Wörtche al op toen hij een nieuwe laptop kocht. De hoogleraar miniature wireless explorative sensor systems aan de TU Eindhoven hoefde alleen toestemming aan het systeem te geven de digitale gegevens van zijn oude laptop over te nemen. ‘Alles wat ik de afgelopen jaren heb gedaan op de laptop, de afspraken die ik heb gemaakt, de routeinformatie die ik kreeg: alles was ergens te vinden in de cyberwereld. Eigenlijk hebben wij al een digital twin in de cloud. Onze smartphones en laptops zijn de sensoren die bijhouden hoeveel stappen we hebben gezet, welke plaatsen we hebben bezocht en welke hobby’s en liefhebberijen we hebben. Mijn smartphone weet via mijn agenda waar ik die dag moet zijn en waarschuwt me dat ik op tijd moet vertrekken omdat het druk op de weg is. We zijn snel gewend geraakt aan de gemakken van de ICT-wereld. Je kunt daar van alles van vinden wat betreft privacy, maar het schept ook zeer veel mogelijkheden.’

5G

Wörtche doet met name onderzoek naar sensorsystemen die hij vergelijkt met biologische neurale systemen. ‘De industrie en ingenieursbureaus maken al langer gebruik van computertekeningen voor het ontwerp van machines en fabrieken. Ze gebruiken de cyberwereld om de echte wereld te modelleren. We noemen zo’n cybersysteem echter pas een digital twin als hij via sensoren en actuatoren actief verbonden is met het fysieke systeem. Anders dan een cybersysteem kan een digital twin dus de werkelijkheid beïnvloeden. Die laatste eigenschap roept direct een aantal veiligheidsvragen op. Want waar je in een virtuele omgeving nog straffeloos fouten kunt maken, kunnen die in een digital twin wel degelijk fysieke gevolgen hebben. Daar moeten geen partijen met slechte bedoelingen toegang toe krijgen.’

Toch wil Wörtche niet te lang stilstaan bij de nadelen van een dergelijk systeem. ‘De industrie staat wereldwijd voor grote veranderingen’, zegt hij. ‘Met name de energiesystemen worden multimodaal. De industrie kan meerdere energiebronnen zoals wind- en zonne-energie in verschillende vormen inzetten. Als stroom- of warmtebron of bijvoorbeeld voor de productie van waterstof. De optimale toestand tussen die verschillende modi is lastig te vinden in de fysieke wereld. Dan is het eenvoudiger om eerst computermodellen te gebruiken en die vervolgens terugbrengen naar de realiteit. Daarbij geldt dat hoe meer vrijheidsgraden zo’n systeem heeft, hoe lastiger een accurate voorspelling te maken is. De waarde van een digital twin valt of staat dan ook bij de waarde van de data. Inmiddels is de rekenkracht van computers geen belemmering meer en ook de kunstmatige intelligentie is slim genoeg om complexe omgevingen te structureren. Sensoren worden steeds accurater en goedkoper. De enige bottleneck waar we nu nog tegenaan lopen, is de interconnectie. Met 5G zou ook die laatste hindernis moeten wegvallen en kunnen we zo goed als realtime data binnen krijgen en verzenden.’

Fysische modellen

Het samenwerkingsverband Digital Twin van zes universiteiten en twaalf industriële partners geeft een eigen betekenis aan de term digital twin. Het programma dat de komende vijf jaar onderzoek doet, maakte een eigen acroniem van de term: Integration of Data-driven and model-based engineering in future industrial Technology With value chain optimization.

digital twin

Heinrich Wörtche (TU Eindhoven): ‘Met 5G kunnen we zo goed als real-time data binnen krijgen en verzenden.’

Hoogleraar Bayu Jayawardhana, Rijksuniversiteit Groningen, geeft leiding aan het onderzoek dat vorig jaar vier miljoen euro subsidie kreeg van NWO. De industriële partners voegden daar nog 1,6 miljoen euro bij. ‘De maakindustrie gebruikt al langer computer aided design en manufacturing (CAD/CAM) technieken om machines te ontwerpen’, zegt Jayawardhana. ‘In die software kunnen ook theoretische fysische berekeningen worden gemaakt. Met zogenaamde eindige elementenanalyse kan je sterkteberekeningen maken of bijvoorbeeld stromingsgedrag nabootsen. Toch blijkt steeds weer dat de praktijk weerbarstiger blijkt dan de modellen kunnen voorspellen. We willen dan ook graag meetgegevens koppelen aan de modellen zodat het fysieke systeem de digitale werkelijkheid corrigeert. Als we theoretische modellen combineren met kunstmatige intelligentie en meet- en regeltechniek, ontstaat een zelflerend systeem dat zichzelf continu verbetert. Dat is niet alleen handig in de operationele fase, maar ook bijvoorbeeld voor predictive of prescriptive maintenance. In dat laatste geval geeft de machine zelf aan wanneer hij welk onderhoud nodig heeft. Een machine weet in het ideale geval wat er mis dreigt te gaan en welke afwijkende omstandigheden daartoe hebben geleid.’

In de toekomst zou een klant van bijvoorbeeld Philips of ASML niet alleen een fysiek product kopen, maar daar ook een digitale versie van krijgen. Jayawardhana: ‘Zo ziet een klant van hightech producten of een product geschikt is voor zijn processen, maar ook of het verenigbaar is met de andere systemen. Daarna blijft hij de digitale tweeling gebruiken om modificaties te testen of procesoptimalisaties door te voeren.’

Virtueel opschalen

Jayawardhana geeft het voorbeeld van de Hisarna-reactor bij Tata Steel. ‘Dit is een nieuw zeer complex elektrochemisch systeem dat potentieel veel energiezuiniger staal kan maken. Nu is men begonnen met een pilotplant op kleine schaal. Wil men dit proces opschalen, dan moet Tata Steel zekerheden hebben over het gedrag van de installatie bij langetermijn-productie. Op zo’n grotere schaal veranderen de omstandigheden dermate dat de fysische eigenschappen onvoorspelbaarder worden. Er ontstaan bijvoorbeeld cyclonen in de reactor die met de stromingsleer wel te verklaren, maar lastig te voorspellen zijn. En dan heb je ook nog te maken met heterogene producten zoals ijzererts en gas die het proces positief dan wel negatief kunnen beïnvloeden. Als we het proces opschalen met kunstmatige intelligentie die feedback krijgt van de fysieke pilot-installatie, kan je als het ware virtueel opschalen naar een hoger technology readiness level (TRL, red.). Zonder dat je eerst een fysieke fabriek op ware grootte bouwt, weet je al hoe de installatie zich kan gedragen onder diverse omstandigheden. De virtuele wereld stuurt dan de fysieke wereld bij.’

Bayu Jayawardhana (Rijksuniversiteit Groningen): ‘Door te leren van de fouten in de virtuele wereld, hoef je deze niet te maken in de fysieke.’

Het doel van Jayawardhana en zijn onderzoekers is dan ook om de digital twin in te zetten om de time to market van producten te versnellen. ‘De belofte van digital twins is groot: zero design loss, foutloos produceren, zero downtime en predictive en prescriptive maintenance. Door te leren van de fouten in de virtuele wereld, hoef je deze niet te maken in de fysieke omgeving. Dat maakt processen ook nog een stuk veiliger.’

Operator room

Dat de digital twin niet puur theoretisch is, bewijst Emerson. Toen het bedrijf een nieuwe operator room bouwde voor Huntsman, besloot men daar eerst een virtuele versie van te maken. Jacqueline de Waal is lifecycle services business manager bij Emerson. ‘Voordat we een operator room daadwerkelijk inrichten, doen we eerst een factory acceptance test. Zo kunnen we met behulp van een digitaal model testen of de gebruikte hard- en software goed op elkaar is afgestemd. Omdat Huntsman zijn operators graag alvast wilde voorbereiden op de nieuwe DCS- en SIS-omgeving, besloten we het bestaande model te upgraden naar een digital twin. Nu kunnen operators de omgeving nog steeds gebruiken voor trainingen, maar ook om modificaties virtueel te testen.’

De Waal ziet zeker meer kansen voor digital twins voor de procesindustrie. Alhoewel ze wel waarschuwt voor te grote verwachtingen. ‘Technisch is veel mogelijk, maar je moet wel goed nadenken over waarom je een dergelijke virtuele omgeving wil koppelen aan je fysieke proces. Het is namelijk niet eenvoudig een realistische kopie te maken van de procesomgeving. Natuurlijk zijn de simulatiemodellen wel aanwezig, maar de kennis van de operators en maintenance-afdeling zit met name in de hoofden van de experts. De meeste tijd gaat dan ook zitten in het vertalen van praktijkervaring naar realistische modellen.’

Toch wil De Waal de petrochemische industrie niet ontmoedigen. ‘De voordelen kunnen groot zijn, dus zijn de inspanningen de moeite waard. Maak het vooral niet te groot. Begin bij een klein project om ervaring te krijgen met het digitaliseren van processen en procedures. Breid het daarvandaan uit en voeg steeds meer kennis toe. Een digital twin is continu in beweging en moet dus ook continu worden geactualiseerd. De waarde groeit met data uit de keten via sensoren, maar ook de input over kennis en gedrag van de mensen door de hele keten heen. Laat de hokjes los en laat maintenance op gelijk niveau samenwerken met operations en QHSE-specialisten. Hoe meer disciplines bij het virtuele model worden betrokken, hoe meer waarde je uit een digital twin kunt halen.’

Locatie-informatie

Leveranciers van geografische informatiesystemen (GIS) zien steeds meer mogelijkheden om hun software in te zetten voor het bouwen van digital twins. Door locatiegebonden software aan de digital twin toe te voegen, weet een plantmanager waar zijn assets zich bevinden. Dat is geen overbodige luxe, blijkt uit de praktijk. Voor de productiesystemen hebben de meeste bedrijven de data namelijk goed op orde, maar hoe zit het bijvoorbeeld met brandblussystemen of andere secundaire systemen? Van sommige assets kent men nauwelijks de locatie of de onderhoudsgeschiedenis, wat soms tot gevaarlijke situaties kan leiden. Het is met bestaande data, al redelijk eenvoudig een 3D-model van een site te maken en blinde vlekken in het asset management op te sporen.Als er al 3D-tekeningen beschikbaar zijn, kunnen die in het model worden opgenomen. Een GIS-beheerder kan zo’n model vervolgens steeds meer verfijnen en uitbreiden.

Door integratie ontstaat innovatie. Sinds kort komen de werelden van de Europese industrie en energiebedrijven samen op het Industry & Energy Platform. Met de website www.industryandenergy.eu en de jaarlijkse Industry & Energy Summit koppelt het nieuwe platform de industriële transitie naar fossielvrije en circulaire productie aan de opgave van Europese energiebedrijven om het aandeel duurzame energie fors te vergroten.

Via een breed scala aan communicatiekanalen informeert het Industry & Energy Platform de proces-, voedingsmiddelen- en zware industrie als ook energiebedrijven over duurzame energievoorziening, duurzame grondstoffen en circulaire, CO2-emissievrije productie.

Het platform verbindt meerdere communities die invulling geven aan de energie- en grondstoffentransitie via biomassa, chemcycling, carbon capture, usage and storage (CCUS), elektrificatie, emissievrije waterstof, energiebesparing en nog veel meer.

Op de nieuwe website vindt u naast het nieuws over de laatste ontwikkelingen op het gebied van duurzame, emissieloze productie en producten ook achtergrondartikelen over grote technische en economische trends. Zo volgen we de Europese Green Deal op de voet en geven we bijvoorbeeld inzicht in de schakels die de Europese waterstofketen kunnen versterken. Het journalistieke platform zoekt continu naar voorbeelden van Europese integratie en samenwerking tussen industrie en energiebedrijven.

Ook vindt u op www.industryandenergy.eu de laatste informatie over de European Industry & Energy Summit die dit jaar, zij het in aangepaste vorm, weer wordt gehouden in Amsterdam. 8 en 9 december zal een selecte groep vertegenwoordigers van de industrie en energiewereld samenkomen in de Kromhouthal. Maar een veel grotere groep krijgt de mogelijkheden het plenaire programma en de vele break outs te volgen via een online live registratie.

Wat we al een tijdje van plan waren, gaan we nu eerder doen. We gaan verschillende papieren magazines vanaf september combineren tot een integraal blad: Industrielinqs magazine. Als voorproefje daarop ontvangt u nu alvast een digitale versie.

In dit zomernummer:

Toen de coronamaatregelen in maart van kracht gingen, reageerden bedrijven die een onderhoudsstop gepland hadden verschillend: sommigen stelden hun stop uit, anderen stelden alleen niet per se noodzakelijke deelprojecten uit of gingen (met extra maatregelen) gewoon door. Hoe pakten bedrijven die hun turnaround doorzetten het aan en hoe ging het?
Hoewel veel projecten nog in de planfase zitten, lijkt het er op dat de komende jaren veel blauwe en groene waterstof op de markt komt. De projecten concentreren zich met name rondom de vijf Nederlandse industrieclusters. We geven u een overzicht van de plannen.
En verder: interviews met plantmanager Susanne Peters van Heineken, maintenance manager Johan Verdoes van Duinrell en techniekheld Andries Visser van Philips Drachten.

Dit en meer leest u in het ons Industrielinqs e-magazine!