De spanning op de arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2022 verder toegenomen. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. De toegenomen krapte is het resultaat van een aanhoudende groei van het aantal vacatures (met 59 duizend) en een verdere daling van het aantal werklozen (met 32 duizend). Het aantal banen nam toe met 127 duizend naar een recordhoogte van ruim 11 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Eind maart stonden er 451 duizend vacatures open, 59 duizend meer dan aan het einde van het vierde kwartaal. Hiermee is de toename sterker dan in de twee kwartalen ervoor, en wordt het record van het vorige kwartaal (392 duizend) overtroffen.

Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel (90 duizend), de zakelijke dienstverlening (74 duizend) en de zorg (61 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.

In het eerste kwartaal ontstonden er 418 duizend nieuwe vacatures, 43 duizend meer dan het kwartaal ervoor en 41 duizend meer dan het vorige record in het derde kwartaal van 2021. Er werden 6 duizend vacatures meer vervuld (inclusief vervallen vacatures), waardoor het record van het vorige kwartaal (353 duizend) werd overtroffen. In het eerste kwartaal waren er 360 duizend vervulde en vervallen vacatures.

Aantal banen stijgt fors

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 127 duizend toe naar een recordhoogte van 11 244 duizend (1,1 procent). In het vierde kwartaal van vorig jaar was de groei minder groot (+66 duizend). Het aantal banen lag daarmee 358 duizend hoger dan in het eerste kwartaal van 2020 (10 887 duizend).

Bij de uitzendbureaus kwamen er 57 duizend werknemersbanen bij in het eerste kwartaal, een stijging van liefst 7,6 procent. Dit is de grootste toename in de afgelopen 26 jaar. In de beschikbare tijdreeks is alleen de toename in het vierde kwartaal van 1995 groter (11,3 procent). Door dit herstel is de uitzendbranche weer terug op het niveau van voor corona.

Het aantal banen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (exclusief de uitzendbureaus) nam toe met 20 duizend. Andere stijgingen kwamen voor in de zorg (+15 duizend), in de handel, vervoer en horeca (+12 duizend) en het onderwijs (+10 duizend). Alleen in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij was er een daling (-3 duizend).

Meer flexibele en vaste werknemers

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 25 duizend meer dan een kwartaal eerder. Ondanks een stijging in de afgelopen drie kwartalen zijn dit er nog altijd iets minder dan bij het begin van de coronacrisis. Ook het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg verder met 37 duizend en bedroeg 5,3 miljoen. Het aantal zelfstandigen kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 1,5 miljoen, een toename met 21 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze toename betreft alleen zzp’ers.

Werkloosheid gedaald

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 338 duizend mensen werkloos, 3,5 procent van de beroepsbevolking. De werkloosheid bereikte hiermee een laagterecord in de reeks met kwartaalcijfers vanaf 2003. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 32 duizend. Bij 25- tot 45-jarigen en 45- tot 75-jarigen daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal naar respectievelijk 2,8 en 2,4 procent en bij jongeren naar 7,3 procent.

De ontwikkeling van de werkloosheid (-32 duizend personen) in het eerste kwartaal van 2022 is het resultaat van een aantal stromen op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal met 63 duizend.

Onbenut arbeidspotentieel afgenomen

In het eerste kwartaal van 2022 bestond het onbenut arbeidspotentieel uit 1,1 miljoen mensen, 75 duizend minder dan een kwartaal eerder. Daarmee is het onbenut potentieel voor het zevende achtereenvolgende kwartaal gedaald. In het tweede kwartaal van 2020, bij het uitbreken van de coronacrisis, nam het potentieel met ruim een kwart miljoen nog uitzonderlijk sterk toe. Vervolgens zette echter een daling in. Hierdoor was afgelopen kwartaal het onbenut potentieel 169 duizend lager dan in het eerste kwartaal van 2020, vlak voor de coronacrisis.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het eerste kwartaal naast 338 duizend werklozen om 182 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 119 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. Deze twee groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. De vierde groep bestaat uit 491 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij geven aan in deeltijd te werken, meer uren te willen werken en hier ook direct beschikbaar voor te zijn.

Werken in de hoogspanning klinkt als hogere wiskunde. Toch is Mateusz van Strien ervan overtuigd dat iedereen het kan leren. ‘Je moet natuurlijk wel een gezonde dosis nieuwgierigheid hebben en je willen ontwikkelen.’ De Techniekheld is zelf hét voorbeeld van hoe ver een carrière in de techniek je kan brengen. En nu leidt hij de techniekhelden van de toekomst op.

Als zeventienjarige stond hij op de stoep bij Omexom, één van de merken van VINCI Energies. Te jong om in het veld aan de slag te gaan, maar oud genoeg om elektrische besturingspanelen in elkaar te zetten. ‘Leren hoe je een technische werktekening leest, hoe een elektrisch schema in elkaar zit en dat vertalen naar een besturingsinstallatie. Allemaal in een omgeving waar voldoende begeleiding aanwezig is, waardoor er ruimte is om te leren én om fouten te maken. Want daar leer je misschien nog wel het meeste van.’

Waarom koos je eigenlijk voor elektrotechniek?

‘Eerlijk gezegd was dat niet zo’n bewuste keuze. Techniek heeft me altijd aangetrokken. Omdat ik niet goed wist wat precies bij me paste, heb ik me bij een regionaal opleidingscentrum georiënteerd. Zo koos ik uiteindelijk voor de richting Monteur Bedrijfsinstallaties. Met name de praktische kant trok me erg aan. Ik leer nu eenmaal liever door iets zelf uit te vinden dan door de theorie in te duiken. Iets is pas complex als je veel tegelijkertijd moet doen. Als je de kans krijgt om kleine, praktische stapjes te maken, leer je uiteindelijk meer. Al heb ik mijn kennis in de praktijk wel aangevuld met meer theorie. Zo volgde ik nog de opleidingen Eerste Monteur Bedrijfsinstallaties en Service Technicus Elektrotechniek.’

Wat maakt jouw vak speciaal?

‘Ik denk dat hoogspanningstechniek om een andere werkwijze vraagt en daarom ook om een bepaald type mens. Je weet dat een installatie onder hoogspanning kan staan. Je moet dus voorzorgsmaatregelen nemen voordat je aan het werk gaat. Als het fout gaat, zijn de gevolgen niet te overzien. Gelukkig heb ik zelf nog nooit ernstige ongevallen meegemaakt. Dat is het werk van het hele team. Samen zijn we alert en gaan we heel serieus om met alle veiligheidsvoorschriften.’

Dat klinkt heel spannend?

‘Het mooie is dat je met een team van specialisten aan veel verschillende projecten werkt. Deze verschillen niet alleen in omvang, maar ook in discipline. De ene keer ben je vooral bezig met inbedrijfstelling omdat je werkt aan een nieuwe installatie. De andere keer ben je bezig met een wat kleiner renovatieproject, waar je de oude installatie vervangt met behulp van de nieuwste technieken.

Uiteindelijk haal ik de meeste voldoening uit een complex project waar iedereen in het team zijn of haar eigen steentje aan bijdraagt. Ik heb als monteur, maar ook als voorman en projectleider diverse projecten mogen uitvoeren en begeleiden. Je komt zo op plekken waar anderen niet snel zullen komen, zoals grote hoogspanningsinstallaties die je langs de snelweg ziet. Maar ook grote petrochemische bedrijven werken met gigantische hoeveelheden stroom om hun installaties draaiende te houden. Ook die moeten worden voorzien van een energievoorziening .

Er is dus genoeg te doen binnen deze branche?

Dat klopt. Omdat energie een sleutelrol heeft in de energietransitie zijn de uitdagingen binnen deze branche gigantisch. En daarmee de kansen op de arbeidsmarkt enorm. Werken in de hoogspanning biedt uitdagingen voor iedereen met affiniteit voor techniek. Of je nu graag de handen uit de mouwen steekt, of liever een andere rol vervult binnen een technische organisatie. Je kunt namelijk ook de kant op van projectmanagement, of je bijvoorbeeld commercieel ontwikkelen. Sterker nog: ik heb het zelf allemaal gedaan.’

En wat ga je de komende jaren doen?

Vanuit Omexom kreeg ik via een ‘professional programma’ de mogelijkheid om een realiseerbaar verbetervoorstel te bedenken en te presenteren aan het management. Ik stelde voor om een leerplek te ontwikkelen waar jongeren en zij-instromers alle aspecten van het vak hoogspanning konden leren, in een veilige werkomgeving. Er werd zo enthousiast gereageerd op mijn plan dat ik een ‘go’ kreeg. We hebben er toen gelijk voor gekozen de doelgroep uit te breiden. Ook mensen die al jaren in het vak werken, zouden de kans moeten krijgen om zich verder te verdiepen. Met als resultaat: Omexom Institute. Een combinatie van e-learning, virtual reality, theorie en hands-on praktijkonderwijs. Voor laatstgenoemde hebben we zelfs een in-house hoogspanningsinstallatie gebouwd. Omexom Institute biedt nu verschillende opleidingen en trainingen aan. De eerste cursisten hebben inmiddels hun certificaat ontvangen.’

iLinqs 2022

De industrie en andere technische sectoren hebben veel techniekhelden nodig. Zeker nu transitie en digitalisering steeds om meer en andere expertise vragen. Industrielinqs wil daarom helden uit de techniek in het zonnetje zetten. Tijdens iLinqs, Festival van de Industrie wordt op 22 juni in Rotterdam de winnaar bekend gemaakt.

Techniekhelden zijn technici die onmisbaar zijn voor het bedrijf of die iets bijzonders doen of hebben gedaan met grote impact. Heeft u een collega die u in het zonnetje wilt zetten? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl

Vier de industrie! Het wordt tijd dat we de industrie niet alleen vereenzelvigen met het negatieve deel. We kennen het beeld wel, de industrie veroorzaakt veel problemen. Op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat bijvoorbeeld. Het is natuurlijk waar. Industriële productie heeft grote nadelen. Als we ons daar niet bewust van zijn, dan zijn de risico’s enorm. Levensbedreigend zelfs.

Tegelijkertijd kan de industrie juist onderdeel zijn van de oplossingen. Ook op dat vlak zijn de grote lijnen wel bekend. Zonder composieten zijn de moderne windmolens niet mogelijk en kunnen onze auto’s nauwelijks lichter en dus zuiniger worden. In de transitie naar schonere energiedragers en grondstoffen speelt de industrie een cruciale rol. En de industrie levert ons medicijnen, voeding, beschermingsmiddelen en ga zo maar door.

Echter, onbekend maakt onbemind. De samenleving lijkt het beeld van de vieze en gevaarlijke industrie te koesteren. Tegelijkertijd hebben veel industriële bedrijven en hun medewerkers moeite om uit hun schulp te kruipen. Misschien doordat ze zich in het defensief gedwongen voelen. Maar zeker ook onder druk van juristen en aandeelhoudersbelangen. Een negatieve status quo zo lijkt het.

Hoopgevend

Dat is jammer. Want er zijn veel mooie verhalen te vertellen over de industrie. Jaar na jaar treffen wij slimme en gedreven mensen in de industrie, bijvoorbeeld voor onze verkiezingen van de Plant Manager of the Year en de Techniekheld. Ze zijn zich terdege bewust van de risico’s, maar ook de kansen van hun vak en industriële omgeving. En ze eisen een rol op in de verbetering van de industrie. Ook zijn er voldoende interessante innovaties. Als redactie moeten we echter ons best doen om een deel van die vernieuwingen boven water te tillen. Alsof de meeste industriële bedrijven niet trots durven te zijn.

Blijkbaar niet genoeg allemaal. Al voor de coronapandemie rees daarom bij ons en enkele partners het idee om meer schijnwerpers op de industrie te zetten. Op de uitdagingen, maar ook de oplossingen. En niet alleen vergezichten, maar vooral de stappen die nu al worden gezet. Eerlijk, open en waar kan hoopgevend.

HYTE

De afgelopen tijd is daarom het idee van een industriefestival geboren. Dat idee begint concrete vormen aan te nemen. Sterker nog, we hebben een datum en een tijd. Samen met founding partner iTanks en – hopelijk veel – andere partners willen we op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods de industrie vieren. Schrijf dus in je agenda: iLinqs, festival van de industrie.

Een festival met innovaties, pitches en demonstraties. Zeker met bekende elementen, bijvoorbeeld van onze congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year bijvoorbeeld. Maar ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Om het allemaal nog intensiever te maken; een week later ga ik met drie young professionals op pad voor de Hydrogen Trail Europe, ofwel HYTE, van 27 juni tot 8 juli. Via vlogs, blogs, artikelen en een documentaire willen we laten zien waar de industrie in Europa mee bezig is. Dan wel specifiek op het gebied van transitie en met name waterstof. Ook weer op een eerlijke en hopelijk inspirerende manier.

Meer informatie over beide initiatieven volgt de komende weken en maanden. In onze beide magazines Petrochem en Industrielinqs, op onze sites en zeker ook op social media. Volg de pagina’s van Industrielinqs, Petrochem platform en Hydrogen Trail Europe op LinkedIn! Wil je met je bedrijf of organisatie actief deel uitmaken van onze initiatieven, neem gerust contact met me op. Laten we komend jaar vooral met ons allen de industrie vieren.

Reageren? wim@industrielinqs.nl

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Tata Steel zit in een roerige tijd waarin het een duurzame koers inzet terwijl corona ook nog niet verdwenen is. Plantmanager Lisette Sierevogel verdeelt haar aandacht dan ook over kwaliteitverbeterende en overlastverminderende projecten en de dagelijkse aansturing van zeshonderd mensen. ‘Ik heb de focus zien verschuiven van volume naar kwaliteit en nu ligt er een grotere nadruk op de omgeving. Dat vraagt om extra aandacht voor de werkvloer, maar brengt ook nieuwe perspectieven met zich mee.’

Je kunt zomaar 24 jaar bij Tata Steel werken en toch nooit te lang op dezelfde plek zitten. Tenminste, als je het carrièrepad van Lisette Sierevogel volgt. Want waar ze drie jaar geleden nog de hele wereld over reisde om klanten te ondersteunen bij hun kwaliteitsproblemen, is ze inmiddels al weer twee jaar plantmanager van de koudbandwalserij. Of om in Tata Steel-termen te blijven: bedrijfschef.

Die laatste stap was misschien wel de meest uitdagende stap in haar carrière,met name omdat corona ongeveer gelijktijdig de intrede deed. ‘En dan sta je in een fabriek die vijftig jaar oud is te regelen dat mensen niet te dicht op elkaar werken’, zegt Sierevogel. ‘Dat is in sommige bedieningshuizen best lastig voor elkaar te krijgen. En dus werkten we met mondmaskers, schermen en reinigingsprotocollen. Bovendien zorgt zo’n virus ook nog eens voor extra spanning. Bijvoorbeeld tussen het kantoor en de werkvloer. Als Rutte zegt dat iedereen zoveel mogelijk thuis moet blijven, is dat natuurlijk niet voor iedereen een optie. Onze operators en maintenance-ploegen blijven gewoon fysiek aanwezig, waarbij ze uiteraard hun werkplek veilig inrichten. Wij als management kunnen misschien wel gemakkelijker ons werk vanuit thuis doen, maar juist om de spanning weg te halen kozen we er toch voor zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Je wil uiteindelijk toch kunnen zien en voelen hoe iedereen met de nieuwe situatie omgaat en waar mogelijk onzekerheden wegnemen. Het laatste wat je wil, is dat je de fabriek vanuit je ivoren torentje probeert te managen.’

Kwaliteit

De koudbandwalserij staat aan het eind van de lange keten van ijzererts tot hoogwaardige staalplaten voor met name de automobielindustrie. Sierevogel zag het resultaat van haar huidige werk zeven jaar lang bij de wereldwijde klanten van Tata Steel. ‘Stond je bij een automobielfabrikant te kijken naar een partij afgekeurde achterkanten waarbij je wel heel goed in het juiste licht moest kijken wat er nu precies mis mee was. In het hoge segment waarvoor onze klanten auto’s produceren, moet je zeer kritisch zijn op kwaliteit en dus ook op de cosmetische aspecten. Om gewicht te besparen, willen fabrikanten bovendien steeds dunnere lagen lak aanbrengen. Daardoor zie je oneffenheden in het staal nog sneller.’

Lisette Sierevogel (Tata Steel): ‘Het laatste wat je wil, is dat je de fabriek vanuit je ivoren torentje probeert te managen.’

Dat betekent dat je in de productie nauwelijks fouten kunt veroorloven. ‘Die kwaliteit kunnen we alleen halen door een samenspel van het juiste recept bij de staalproductie en de behandeling daarna. Het walsen heeft dan ook wel degelijk invloed op het eindresultaat en is met name te sturen via de krachtverdeling over de vijf walsen. Het grootste risico dat we in het proces lopen, is dat de kop van een plaat tegen een wals aanstoot, waardoor deze een afdruk achterlaat in de wals. Op zich is dit probleem bekend bij zogenaamde batch-walsen. Maar we denken het wel te kunnen voorkomen door de vijftig jaar oude wals om te bouwen naar een continu-wals. Daarvoor bouwen we binnenkort een installatie die de platen aan elkaar last, zodat de walsen één continue plaat krijgen aangeboden. Aan het einde van het proces moeten we de plaat uiteraard ook weer in stukken knippen. Helaas heeft corona het project vertraagd, maar dit zal zeker het risico op afkeur een stuk verlagen en de klant­tevredenheid verhogen.’

Dertien fabrieken

De rol van de plantmanager van de koudbandwalserij verschuift voortdurend van projecten naar de dagelijkse uitdagingen in de productie. ‘Hoewel we spreken over één koudbandwalserij, is het eigenlijk een samenspel tussen dertien soorten fabrieken en fabriekjes’, zegt Sierevogel. ‘We rollen de twee tot drie millimeter dikke platen die we krijgen van de warmbandwalserij naar diktes van minimaal twee millimeter, maar ook ver daaronder. De dikkere platen hoeven verder weinig behandeling. Die worden bijvoorbeeld ingezet als rijplaten voor de bouwsector. De andere producten, die op meer zichtbare plekken komen, worden eerste gebeitst in een zuurbad dat het buitenste oxidelaagje eraf haalt. De platen krijgen daarna een olielaagje om verdere oxidatie te voorkomen. De koudwalsen zorgen vervolgens ervoor dat het staal nog dunner wordt. Die dikte kan behoorlijk verschillen, naar gelang de klantvraag. De dikkere platen eindigen bijvoorbeeld aan de onderkant van een auto, terwijl de autofabrikanten voor hun carrosserie steeds dunnere platen verlangen. Hoe lager het gewicht, hoe lager namelijk het energieverbruik. Voor de noodzakelijke volgende stap, moeten we de beitsbaan aanpassen. Om nog dunner staal te kunnen maken, moet het namelijk zo sterk zijn dat het breken van het oxide steeds lastiger wordt. We hebben dan krachtigere apparatuur nodig die dit aankan.’

Ook de nabehandeling hangt af van de klant waar het staal naar toe gaat. ‘De platen onder de één millimeter krijgen nog een zinkbehandeling, terwijl we ook staal voor de witgoedsector maken dat eerst nog naar de gloeierij gaat. En dan willen we het staal ook nog netjes verpakken, zodat we zeker weten dat het in dezelfde staat bij de klant aankomt.’

Mensenwerk

Met een dergelijk aantal fabrieken en ook nog een volcontinu proces dat via een vijfploegendienst wordt bemand, is het niet gek dat er zo’n zeshonderd mensen op de loonlijst staan. Sierevogel: ‘Gelukkig hoef ik die niet allemaal alleen aan te sturen. Tata Steel werkt bedrijfsbreed met een triostructuur waarin productie, maintenance en technologie op gelijke voet staan. De chef van de wacht stuurt operators en de storingsdienst aan, terwijl de dag- en kantoordienstorganisatie de onderhoudsafdeling aanstuurt. Uiteraard krijg ik de kritische KPI’s via het dashboard te zien en sturen we zwaar op kwaliteit, beschikbaarheid en veiligheid. Maar niet alles is in cijfers uit te drukken. Bovendien hebben we zeer ervaren medewerkers die heel goed weten wat ze doen. Ik probeer de verantwoordelijkheden dan ook zo laag mogelijk, liefst op de werkvloer, neer te leggen.’ Dat wil niet zeggen dat dat altijd vanzelf gaat. Sierevogel: ‘Zeker waar je werkt met meerdere teams in ploegendienst ontstaat nog wel eens een sfeer waarin de ene ploeg de andere ervan beschuldigt de problemen door te schuiven naar de volgende shift. We proberen nu in de hoofden te krijgen dat het installatiebelang boven het individuele belang gaat. Wat de een sloopt, kan de ander misschien wel oplossen. Maar dat betekent wel dat je daar open over moet communiceren en elkaar het vertrouwen geven dat je het beste doet voor de machine. Competitiedrang kan in sommige gevallen het beste bij mensen naar boven halen, maar niet als het gezamenlijke belang, de machine, daar onder lijdt.’

Die open dialoog wil Sierevogel ook graag rondom veiligheidsissues voeren. ‘Mensen moeten zich veilig voelen in het werk dat ze doen. Vroeger was dat heel tastbaar en fysiek. Maar veiligheid gaat veel verder. We hebben een gemêleerde groep met verschillende etnische achtergronden, religies, genders en levenswijzen. Iedereen moet zich veilig genoeg voelen zichzelf te zijn en ook de ander respecteren. Tegelijkertijd moeten mensen zich gesteund voelen door het management als er iets mis gaat. Als iemand een stalen rol laat vallen, kan dat grote gevolgen hebben, maar zo’n incident is niet meer terug te draaien. Veel mensen hebben er de grootste moeite mee om toe te geven dat ze een fout hebben gemaakt, terwijl dit nu eenmaal menselijk is. Bij dit soort incidenten is het vooral zaak te achterhalen wat er aan vooraf ging. Is er tijdsdruk, passen de procedures nog wel bij de huidige omstandigheden? Five why is wat dat aangaat een mooie tool om tot de kern van incidenten te komen.’

Tata Steel

Sierevogel: ‘Iedereen moet zich veilig genoeg voelen zichzelf te zijn en ook de ander respecteren.’

Vergrijzing

Het meest zorgen maakt Sierevogel zich nog om de braindrain die ook bij haar fabriek voor de deur staat. ‘Een traditie is dat iemand die veertig jaar in dienst is een taartje eet met de bedrijfschef. We hebben inmiddels al heel wat taartjes gegeten en al die kostbare kennis rent straks de deur uit. De generatie die deze mensen vervangt, kijkt bovendien heel anders naar een loopbaan. Die gaan niet voor veertig jaar bij dezelfde werkgever. We hebben dan ook een systeem nodig om al die kennis te borgen en tegelijkertijd het werk aantrekkelijk te houden voor de werknemer van de toekomst.’

Wat ook niet zal helpen bij het aantrekken van nieuw personeel is de negatieve aandacht die Tata Steel het afgelopen jaar kreeg. ‘Het beeld dat de pers schetste van Tata Steel zorgde hier op de werkvloer ook voor onrust’, blikt Sierevogel terug. ‘Het heeft zeker invloed gehad op de bedrijfsvoering. We hebben al heel wat projecten opgestart om geurhinder en de uitstoot van stof en andere emissies te beperken. In de 24 jaar dat ik hier werk heb ik de focus zien verschuiven van volume naar kwaliteit en nu ligt er een grotere nadruk op de omgeving. Onze fabriek gaat ook mee in die transitie en dat brengt nieuwe perspectieven met zich mee. Die nieuwe focus zorgt er namelijk ook voor dat we aantrekkelijker worden voor maatschappelijk geëngageerde werknemers. Hoewel de grootste verschillen te merken zullen zijn in de hoogovens, dragen wij ook ons steentje bij. Zo wist een van onze medewerkers die afstudeerde voor een hbo-studie een plan te maken om de geuroverlast te verminderen via operationele waarschuwingen en ingrepen. Door bijvoorbeeld langzamer te beitsen, is al heel veel geurhinder te vermijden. We bouwen binnenkort een nieuwe dampwasser om de hinder echt een halt toe te roepen, maar je merkt wel dat beperkingen ook de creativiteit aanwakkeren.’

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over het werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

Met een bijdrage van drie miljoen euro van Nationaal Programma Groningen kan het opleidingsprogramma Waterstof Werkt van start gaan. Met de subsidie uit het provinciaal programma stellen de projectpartners een breed opleidingsprogramma samen op het gebied van waterstof. Het gaat dan om opleidingen, trainingen, traineeships en stageplekken op mbo-, hbo-, wo- en professioneel niveau.

Afgelopen vrijdag overhandigden Adriaan Beenen (regioambassadeur Noord bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat) en Nienke Homan (gedeputeerde van de provincie Groningen en bestuurslid Nationaal Programma Groningen) een symbolische cheque aan de betrokken partners.

De provincie Groningen is enorm bezig met de waterstofeconomie. Ze krijgt investeringen van de overheid en het bedrijfsleven. Dit creëert kansen voor de regio op het gebied van groei, innovatie en werkgelegenheid. Om deze nieuwe energie-economie te laten slagen, is de beschikbaarheid van voldoende geschoolde mensen in de regio heel belangrijk. Onderwijsinstellingen werken daarom samen aan een gecoördineerde aanpak en programma in de noordelijke regio. Er wordt onder meer een leergemeenschap met het bedrijfsleven opgezet, met aandacht voor om- en bijscholing. Ook een kennisdatabank voor waterstof is in de maak.

Over het project

Het programma Waterstof Werkt is een initiatief van New Energy Coalition in samenwerking met onderwijsinstellingen en bedrijfsleven. Het programma heeft een totale omvang van ruim zeven miljoen euro. Verder wordt het gefinancierd door betrokken partners uit het bedrijfsleven, de onderwijsinstellingen en New Energy Coalition. Waterstof Werkt moet de komende jaren een impuls geven aan het regionale onderwijs om in te spelen op de kennisvraag voor banen in de duurzame energiesector en de waterstofeconomie in het bijzonder. Het project loopt van 2022 tot 2027.

Het projectconsortium bestaat uit: ROC Alfa-college, ROC Noorderpoort, Hanzehogeschool  Groningen, Rijksuniversiteit Groningen, New Energy Coalition.

Tijdens het voorprogramma van iMaintain Techport bespreken Robrecht Bakker en Frank Schouten de uitdagingen van de energietransitie voor asset management en human capital. Nu al dreigen tekorten op de arbeidsmarkt de noodzakelijke ingrepen in het energiesysteem dwars te zitten. De industrie zal dan ook slimmer moeten omgaan met zijn resources. U kunt zich nog inschrijven voor het live congres of de online registratie.

De industriële energie- en grondstoffentransitie is zeer uitdagend. Want waar bedrijven zullen moeten investeren in duurzame assets, lopen ze nu al aan tegen tekorten aan kennis en kunde. BuildingCareers verbindt hoogopgeleid technisch personeel met opdrachtgevers die een bijdrage leveren aan de verduurzaming van onze samenleving. Want de menselijke intuïtie en creativiteit is nog altijd superieur aan de kunstmatige intelligentie.

Dat merkte ook Frank Schouten van Compris. Hij begeleidde al veel bedrijven richting de ISO 55001 standaard voor asset management. Nu steeds meer bedrijven een asset manager aanstellen, liep Compris echter tegen dezelfde uitdagingen aan als zijn klanten: tekorten aan kennis en kunde. Samenwerking met BuildingCareers geeft de asset management-experts de nodige ruimte om het menselijke kapitaal waar nodig aan te vullen. Dat biedt Compris de ruimte om te blijven groeien.

13.50 – 14.20 Live talkshow met Robrecht Bakker van BuildingCareers   en Frank Schouten van Compris

 

Twaalf vakmensen uit de Belgische chemie- en farmasector geven dit schooljaar een aantal uur per week les op het middelbaar onderwijs. Door enkele uren per week voor de klas te staan, kunnen ze hun praktijkervaring doorgeven, meer meisjes en jongens warm maken voor wetenschappelijke en technische studies of beroepen en het lerarentekort een beetje helpen verzachten.

Vakmensen uit het bedrijfsleven die naast hun job ook deeltijds lesgeven in het secundair onderwijs. Dat is duaal lesgeven in een notendop. Dit schooljaar start het eerste proefproject dat de weg kan vrijmaken voor een bredere uitrol de komende jaren. Zo geeft Steven Rusch, procesingenieur bij Janssen Pharmaceutica, vanaf deze maand het vak ‘Scheidingstechnieken’ aan de TSO-leerlingen van het 6de jaar Chemie en het 7de jaar Productie- en Procestechnologie en Chemische Procestechnieken in het Stedelijk Lyceum Eilandje in Antwerpen.

Praktische toepassingen

Het voordeel is dat leerling les krijgen van experts uit de chemie- en farmasector die de formules uit theoretische handboeken kunnen illustreren met praktische toepassingen. Bedrijven kunnen de wisselwerking met het onderwijs versterken en hun medewerkers een waardevolle educatieve ervaring bieden die hun loopbaan verrijkt. Middelbare scholen uit ASO (Algemeen Secundair Onderwijs) en TSO (Technisch Secundair Onderwijs) kunnen via duaal lesgeven dan weer een beroep doen op lesgevers met praktijkervaring die ze momenteel moeilijk vinden.

Proefproject

Duaal lesgeven is een twee jaar durend proefproject gelanceerd door Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits en Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts, uitgewerkt in nauwe samenwerking met onder andere sectorfederatie essenscia vlaanderen en de bedrijven uit de chemie en life sciences. Het initiatief ontvangt onder de projecttitel ‘Teach Up’ financiële steun vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) en de Vlaamse Overheid en wordt inhoudelijk opgevolgd door een expertenpanel van academici en vertegenwoordigers uit het onderwijsveld, het bedrijfsleven en de overheid.

De eerste lichting van twaalf pioniers in duaal lesgeven zijn afkomstig van zes pioniersbedrijven: BASF, Eastman, INEOS, Janssen Pharmaceutica, Pfizer en Vynova. Ze volgden eerst een verplichte didactische en pedagogische vooropleiding. Ze geven onder andere les in biotechnieken, chemie, mechanica, systeemhydraulica en toegepaste fysica.

Foto ter illustratie

Het Circular Materials Center in Kortrijk (West-Vlaanderen) krijgt begin volgend jaar een volledig uitgebouwde recyclelijn om cursisten en bedrijven intensief op te leiden en vertrouwd te maken met de nieuwste recycleprocessen voor kunststoffen in een circulaire economie. De exploitatie van deze ‘circulaire fabriek’ is gegund aan opleidingsorganisatie Plastiq.

De ‘circulaire fabriek’ is een complete recyclelijn voor opleidingsprogramma’s en demonstratieprojecten rond de best beschikbare recycletechnieken voor het circulair gebruik van kunststoffen. Dit moet het mogelijk maken om kunststofafval en bepaalde reststromen binnen de kunststofproductie te verwerken tot grondstoffen voor hergebruik in nieuwe kunststofmaterialen. De installatie is naar verwachting in de eerste maanden van 2022 operationeel en wordt modulair opgebouwd uit een vermaler, meng- en doseersystemen, granulator en een profiel- en plaatextruder.

Plastiq zet de opleidingsinfrastructuur in voor de training en coaching van studenten, werkzoekenden, werknemers en bedrijven uit de kunststoffensector. De ‘circulaire fabriek’ staat in het recent geopende Circular Materials Center in Kortrijk. Dit onderzoeks- en opleidingscentrum voor de kunststoffen- en textielsector is een gezamenlijk initiatief van POM West-Vlaanderen, Centexbel, KU Leuven en Plastiq.

De investering in de ‘circulaire fabriek’ maakt deel uit van het EFRO-project Upskill dat de komende twee jaar acht miljoen euro investeert in hoogstaande opleidingsinfrastructuur om te beantwoorden aan de vraag van bedrijven naar divers talent met de noodzakelijke technische en digitale skills.

Fabrieken worden steeds slimmer. Sensoren, artificiële intelligentie en automatisering zorgen dat processen efficiënter, goedkoper en veiliger worden. We vroegen verschillende bedrijven op welke manieren zij al bezig zijn hun fabriek slim te maken en wat er in de toekomst nog staat te gebeuren.

In films zouden fabrieken waarschijnlijk helemaal door robots en artificiële intelligentie worden gerund. En dat zou dan mis gaan, want anders is het niet echt een spannend verhaal. Dat is in ieder geval niet de toekomst die de industrie voor zich ziet. Een autonome fabriek is geen doel op zich. ‘Mensen blijven nodig’, zei Staf Seurinck van technologiebedrijf ABB in de talkshow Industrielinqs LIVE op 30 april. ‘We kunnen niet volledig vertrouwen op de technologie. We kennen allemaal de doemscenario’s dat artificiële intelligentie de wereld gaat regeren. Belangrijk is dat wij als engineers kunnen verklaren hoe een autonoom systeem tot zijn beslissingen komt.’

Blind en gehoorzaam

Robots die nu in de industrie worden gebruikt zijn eigenlijk blind en gehoorzaam. Ze doen precies wat engineers van ze verwachten. Daarvoor moet heel veel worden geprogrammeerd. Nieuwe technologieën kunnen dankzij machine learning en artificiële intelligentie zelf bepalen hoe ze hun taak uit gaan voeren. Natuurlijk wel binnen een bepaald kader.

Mensen blijven volgens Seurinck ook nodig in fabrieken. ‘Laten we robots gebruiken voor repetitief, onveilig en niet-ergonomisch werk. Dan kunnen we medewerkers inzetten voor interessantere en complexere taken.’ Ook Henk Veldink (senior director European manufacturing bij chemisch bedrijf Hexion) zei in de talkshow te denken dat mensen altijd nodig blijven. ‘We denken wel aan een autonome fabriek in de toekomst. Maar helemaal zonder operators? Dat niet. Het werk gaat er wel heel anders uitzien. Het wordt veel veiliger, stabieler en meer schermwerk.’

Halvering ploegen

Vroeger zaten er vijftig man in een ploeg van Hexion, inmiddels zijn dat er nog maar twaalf. ‘Ik denk dat die trend doorzet’, zegt Veldink. ‘Operators hebben in de toekomst waarschijnlijk een aantal robots onder hun hoede en ze kijken hoe procesmodellen lopen. Ik denk dat binnen nu en tien jaar een halvering van de ploegen wel realistisch is.’

Bij de gasgestookte centrales van Engie in Nederland zijn ploegen vijf jaar geleden al gehalveerd. In plaats van vier mensen, doen er nu twee de bediening. Plantmanager Harry Talen: ‘Dat lukt door te automatiseren en er zo voor te zorgen dat processen minder ingrijpen nodig hebben. Ook werken we veel meer met camera’s op afstand. We maken onze centrales niet alleen slimmer, maar ook voorspelbaarder. We zorgen dat we met veel meer metingen en monitoring onderhoud beter kunnen voorspellen.’

Harry Talen (Engie): ‘Remote control is geen doel, maar het is een middel om zaken efficiënter en ook goedkoper te kunnen uitvoeren.’

Planbaar

Talen denkt dat in de toekomst vanuit één plek in Europa meerdere centrales worden bediend. ‘Maar dan moeten sites superbetrouwbaar en voorspelbaar zijn. Remote control is geen doel, maar het is een middel om zaken efficiënter en ook goedkoper te kunnen uitvoeren. Je hebt dan niet op elke site meerdere mensen nodig die het overzicht hebben. Er moet wel altijd iemand in de buurt zijn die actie kan ondernemen. In Nederland hebben wij al centrales die ‘s nachts en in het weekend op afstand worden bediend. Als het kan, is het zonde om ‘s nachts iemand op de site te laten zitten. Als mensen ouder worden, zijn nachtdiensten belastend. Op deze manier kunnen operators overdag andere taken doen. Het werk wordt meer planbaar.’

Vraag en aanbod afstemmen

Talen denkt dat er in de toekomst vooral veel is te winnen door vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. ‘Zeker in de energiesector is daar de grootste klap te maken qua optimaliseren. We moeten overkoepelend slimme dingen doen. De centrale alleen laten draaien als er geen wind en zon beschikbaar is. En we moeten zorgen dat de vraagkant wordt gestimuleerd om juist energie te gebruiken als er veel zon of wind is. Soms hebben we een contract waarbij wij 24/7 moeten draaien. Dat proberen we dan zo slim mogelijk en op afstand te doen. Terwijl je de centrale soms gewoon uit moet zetten, omdat je met een andere energiebron dat contract veel beter kunt behartigen. Met minder CO2-uitstoot. Wij hebben de eerste stap daarin gezet. ESD-Sic (producent van siliciumcarbide, red.) is een grote energieverbruiker.’ Engie mag bepalen wanneer het bedrijf wel of niet produceert.

Te groot gedacht

Bij Teijin Aramid zijn ze nog niet bezig met het besturen op afstand. Ze nemen kleine stappen. Sinds kort lopen medewerkers rond met een slimme helm. Het is onderdeel van een pilot die het bedrijf dat supersterke vezels maakt doet. Teijin Aramid onderzoekt of het lukt om met de helm direct data beschikbaar te hebben in een Google glass-achtige omgeving. ‘Ik zie allerlei toepassingen’, zei Edward Groen (directeur operations) in de talkshow. ‘Voor het vierogenprincipe bijvoorbeeld. Dat kan hiermee remote gebeuren.’

Groen ziet dat er vaak heel groot wordt gedacht als het om slimme fabrieken gaat. ‘Dan weet je niet waar je moet starten en doe je uiteindelijk niks. Het is belangrijk om organisaties de ruimte te geven om te starten met kleine pilots. Zo worden mensen enthousiast en dan gaat het vanzelf verder in de organisatie. Dan ga je veel sneller in je ontwikkeling.’

Mirjam Verhoeff (Covestro): ‘Je moet er vooral voor zorgen dat mensen leren omgaan met verandering.’

Aan elkaar plakken

Ook bij Covestro werken ze op die manier vertelt Mirjam Verhoeff (plantmanager in Hoek van Holland). ‘Als je niet begint, dan blijf je erover praten. We zijn bezig met verschillende dingen. Een daarvan is gericht op hardware, goed bereikbare wifi. Het is een basisinfrastructuur die je moet hebben. En dat valt nog niet mee met al dat staal in de fabriek. Ook kijken we naar informatievoorzieningen. Ik heb de grootste hekel aan het maken van een maandrapport. Tegenwoordig zit die informatie al in allerlei systemen. Kan je met dashboards en het aan elkaar knopen van informatiestromen zorgen dat je informatievoorzieningen krijgt die real-time zijn?’

Het derde waar Covestro mee bezig is zijn robots die manuele handelingen, repetitief en niet-ergonomisch werk automatiseren. Tegelijkertijd leidt het bedrijf mensen op voor het werk van de toekomst. Als vijfde kijkt Covestro naar het werken met artificiële intelligentie en data-analyse. Verhoeff: ‘Daar zijn we nog niet veel mee bezig. We hebben net een project achter de rug om ons hele DCS-systeem om te zetten. We zijn nu al onze systemen aan elkaar te plakken, zodat je één bron krijgt met alle data.’

slimmer

Rijden vorkheftrucks in de toekomst zelfstandig bij chemische bedrijven?

Zelfrijdende heftrucks

Ondertussen doet het chemiebedrijf pilots, bijvoorbeeld met zelfrijdende heftrucks. ‘De Amazons van deze wereld hebben overal die zelfrijdende karretjes. In de chemie zie je het nog heel weinig. We starten met een heftruck die van A naar B rijdt en terug. Pick-up en drop-off en niet ingewikkelder dan dat. Gewoon om te leren wat erbij komt kijken. Het gaat echt stapje voor stapje. We zetten een eerste versie neer, waar iedereen input op kan leveren. Daarna gaan we gauw door naar de tweede versie en zo verder. Zo krijg je ook heel snel gebruikers. Dat mensen het echt gaan gebruiken is natuurlijk ook een belangrijke factor.’

Dagelijks leven

Covestro besteedt daarom ook veel tijd aan de menselijke kant van digitalisering. Ze gaf workshops aan operators waarbij ze alle mogelijkheden in de toekomst liet zien. ‘Best wel futuristisch’, zegt Verhoeff. ‘Vervolgens hebben we ze gevraagd wat ze thuis al hebben dat anders is dan vijftien jaar geleden. Hierdoor gaan ze nadenken over hoe hun baan er over vijftien jaar uitziet en wat ze dan gedigitaliseerd willen zien. Ze zijn er niet meer bang voor, omdat ze het zelf kunnen aandragen. Ook zien operators dat het niet is tegen te houden, want in het dagelijks leven gebeurt het ook. Ik denk dan ook dat je als bedrijf niet zo zeer energie moet steken in het aanleren van digitale skills. Je moet er vooral voor zorgen dat mensen leren omgaan met verandering. En dat die steeds sneller gaat. Uiteindelijk wil je een organisatie waarin mensen van nature blijven leren, veranderen en verbeteren.’