De spanning op de arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2022 verder toegenomen. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. De toegenomen krapte is het resultaat van een aanhoudende groei van het aantal vacatures (met 59 duizend) en een verdere daling van het aantal werklozen (met 32 duizend). Het aantal banen nam toe met 127 duizend naar een recordhoogte van ruim 11 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Eind maart stonden er 451 duizend vacatures open, 59 duizend meer dan aan het einde van het vierde kwartaal. Hiermee is de toename sterker dan in de twee kwartalen ervoor, en wordt het record van het vorige kwartaal (392 duizend) overtroffen.

Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel (90 duizend), de zakelijke dienstverlening (74 duizend) en de zorg (61 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.

In het eerste kwartaal ontstonden er 418 duizend nieuwe vacatures, 43 duizend meer dan het kwartaal ervoor en 41 duizend meer dan het vorige record in het derde kwartaal van 2021. Er werden 6 duizend vacatures meer vervuld (inclusief vervallen vacatures), waardoor het record van het vorige kwartaal (353 duizend) werd overtroffen. In het eerste kwartaal waren er 360 duizend vervulde en vervallen vacatures.

Aantal banen stijgt fors

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 127 duizend toe naar een recordhoogte van 11 244 duizend (1,1 procent). In het vierde kwartaal van vorig jaar was de groei minder groot (+66 duizend). Het aantal banen lag daarmee 358 duizend hoger dan in het eerste kwartaal van 2020 (10 887 duizend).

Bij de uitzendbureaus kwamen er 57 duizend werknemersbanen bij in het eerste kwartaal, een stijging van liefst 7,6 procent. Dit is de grootste toename in de afgelopen 26 jaar. In de beschikbare tijdreeks is alleen de toename in het vierde kwartaal van 1995 groter (11,3 procent). Door dit herstel is de uitzendbranche weer terug op het niveau van voor corona.

Het aantal banen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (exclusief de uitzendbureaus) nam toe met 20 duizend. Andere stijgingen kwamen voor in de zorg (+15 duizend), in de handel, vervoer en horeca (+12 duizend) en het onderwijs (+10 duizend). Alleen in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij was er een daling (-3 duizend).

Meer flexibele en vaste werknemers

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 25 duizend meer dan een kwartaal eerder. Ondanks een stijging in de afgelopen drie kwartalen zijn dit er nog altijd iets minder dan bij het begin van de coronacrisis. Ook het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg verder met 37 duizend en bedroeg 5,3 miljoen. Het aantal zelfstandigen kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 1,5 miljoen, een toename met 21 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze toename betreft alleen zzp’ers.

Werkloosheid gedaald

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 338 duizend mensen werkloos, 3,5 procent van de beroepsbevolking. De werkloosheid bereikte hiermee een laagterecord in de reeks met kwartaalcijfers vanaf 2003. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 32 duizend. Bij 25- tot 45-jarigen en 45- tot 75-jarigen daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal naar respectievelijk 2,8 en 2,4 procent en bij jongeren naar 7,3 procent.

De ontwikkeling van de werkloosheid (-32 duizend personen) in het eerste kwartaal van 2022 is het resultaat van een aantal stromen op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal met 63 duizend.

Onbenut arbeidspotentieel afgenomen

In het eerste kwartaal van 2022 bestond het onbenut arbeidspotentieel uit 1,1 miljoen mensen, 75 duizend minder dan een kwartaal eerder. Daarmee is het onbenut potentieel voor het zevende achtereenvolgende kwartaal gedaald. In het tweede kwartaal van 2020, bij het uitbreken van de coronacrisis, nam het potentieel met ruim een kwart miljoen nog uitzonderlijk sterk toe. Vervolgens zette echter een daling in. Hierdoor was afgelopen kwartaal het onbenut potentieel 169 duizend lager dan in het eerste kwartaal van 2020, vlak voor de coronacrisis.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het eerste kwartaal naast 338 duizend werklozen om 182 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 119 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. Deze twee groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. De vierde groep bestaat uit 491 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij geven aan in deeltijd te werken, meer uren te willen werken en hier ook direct beschikbaar voor te zijn.

Vier de industrie! Het wordt tijd dat we de industrie niet alleen vereenzelvigen met het negatieve deel. We kennen het beeld wel, de industrie veroorzaakt veel problemen. Op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat bijvoorbeeld. Het is natuurlijk waar. Industriële productie heeft grote nadelen. Als we ons daar niet bewust van zijn, dan zijn de risico’s enorm. Levensbedreigend zelfs.

Tegelijkertijd kan de industrie juist onderdeel zijn van de oplossingen. Ook op dat vlak zijn de grote lijnen wel bekend. Zonder composieten zijn de moderne windmolens niet mogelijk en kunnen onze auto’s nauwelijks lichter en dus zuiniger worden. In de transitie naar schonere energiedragers en grondstoffen speelt de industrie een cruciale rol. En de industrie levert ons medicijnen, voeding, beschermingsmiddelen en ga zo maar door.

Echter, onbekend maakt onbemind. De samenleving lijkt het beeld van de vieze en gevaarlijke industrie te koesteren. Tegelijkertijd hebben veel industriële bedrijven en hun medewerkers moeite om uit hun schulp te kruipen. Misschien doordat ze zich in het defensief gedwongen voelen. Maar zeker ook onder druk van juristen en aandeelhoudersbelangen. Een negatieve status quo zo lijkt het.

Hoopgevend

Dat is jammer. Want er zijn veel mooie verhalen te vertellen over de industrie. Jaar na jaar treffen wij slimme en gedreven mensen in de industrie, bijvoorbeeld voor onze verkiezingen van de Plant Manager of the Year en de Techniekheld. Ze zijn zich terdege bewust van de risico’s, maar ook de kansen van hun vak en industriële omgeving. En ze eisen een rol op in de verbetering van de industrie. Ook zijn er voldoende interessante innovaties. Als redactie moeten we echter ons best doen om een deel van die vernieuwingen boven water te tillen. Alsof de meeste industriële bedrijven niet trots durven te zijn.

Blijkbaar niet genoeg allemaal. Al voor de coronapandemie rees daarom bij ons en enkele partners het idee om meer schijnwerpers op de industrie te zetten. Op de uitdagingen, maar ook de oplossingen. En niet alleen vergezichten, maar vooral de stappen die nu al worden gezet. Eerlijk, open en waar kan hoopgevend.

HYTE

De afgelopen tijd is daarom het idee van een industriefestival geboren. Dat idee begint concrete vormen aan te nemen. Sterker nog, we hebben een datum en een tijd. Samen met founding partner iTanks en – hopelijk veel – andere partners willen we op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods de industrie vieren. Schrijf dus in je agenda: iLinqs, festival van de industrie.

Een festival met innovaties, pitches en demonstraties. Zeker met bekende elementen, bijvoorbeeld van onze congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year bijvoorbeeld. Maar ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Om het allemaal nog intensiever te maken; een week later ga ik met drie young professionals op pad voor de Hydrogen Trail Europe, ofwel HYTE, van 27 juni tot 8 juli. Via vlogs, blogs, artikelen en een documentaire willen we laten zien waar de industrie in Europa mee bezig is. Dan wel specifiek op het gebied van transitie en met name waterstof. Ook weer op een eerlijke en hopelijk inspirerende manier.

Meer informatie over beide initiatieven volgt de komende weken en maanden. In onze beide magazines Petrochem en Industrielinqs, op onze sites en zeker ook op social media. Volg de pagina’s van Industrielinqs, Petrochem platform en Hydrogen Trail Europe op LinkedIn! Wil je met je bedrijf of organisatie actief deel uitmaken van onze initiatieven, neem gerust contact met me op. Laten we komend jaar vooral met ons allen de industrie vieren.

Reageren? wim@industrielinqs.nl

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

(branded content)

Hoewel de producten van Lengkeek Staalbouw niet als eerste opvallen wanneer je een chemische plant op loopt, zijn ze wel essentieel voor de veiligheid en bereikbaarheid van de assets. De staalconstructies zoals trappen, bordessen en leidingbruggen zijn overal te vinden. Toch merkt directeur Dick Bikker dat de producten die het bedrijf al decennia lang maakt niet altijd die importantie krijgen die ze zouden moeten hebben.

Veel opdrachtgevers werken niet met meerjarenonderhoudsplannen voor hun staalconstructies, zegt Bikker. ‘Ze komen er daardoor pas achter dat ze een vervangingsinvestering moeten doen als er zichtbare degradatie optreedt. Wanneer men bijvoorbeeld tijdens een stop merkt dat staalconstructies een reparatie nodig hebben of tegen het einde van de levensduur aan lopen, worden we snel ingeschakeld. En dan moeten we ook direct kunnen ingrijpen. Met onze eigen engineering-, productie- en montage-afdeling kunnen we dat gelukkig.’

Snel reageren

Op het moment van schrijven, zit Lengkeek in zo’n drukke periode. ‘Veel bedrijven zijn geneigd hun reparaties en investeringen door te schuiven naar het einde van het jaar. En dus is het nu aanpoten voor zowel het kantoor, als de productie en de buitendienst. Ons bedrijf is gelukkig ingericht om snel te kunnen reageren op dit soort verzoeken. We zijn gewend aan ad-hoc-opdrachten en wisselen rustige periodes af met hectische periodes waar we alle zeilen bij moeten zetten.’

‘Overigens kunnen we ook inspecties voor bedrijven uitvoeren. Een expert ziet nu eenmaal meer, ook bijvoorbeeld of belangrijke onderdelen ontbreken. Bijkomend voordeel is dat wij eerder degradatie kunnen registreren zodat we wellicht vervangingen kunnen voorkomen. Of in ieder geval eerder zien dat een vervanging noodzakelijk is.’

Flexibel personeel

Van de kleine honderd man die bij Lengkeek Staalbouw werkt, zit ongeveer de helft op locatie bij de klanten. ‘Met nog ongeveer tien medewerkers op engineering en twintig in onze productie hebben we de operationele ploeg genoemd. De anderen zijn ondersteunend aan deze afdelingen middels projectleiding, inkoop, werkvoorbereiding, administratie en QA/QC-veiligheid.’

Het zal niet verbazen dat zowel de technici als het ondersteunend personeel behoorlijk flexibel moeten zijn. ‘Als een klant ons benadert met een acuut probleem, pakken we meteen door om snel ter plekke te kunnen zijn. De mensen die hier werken, moeten dan ook niet alleen technisch goed geschoold zijn, maar ook binnen de servicegerichte cultuur passen.’

Matchmaking

Net als veel technische bedrijven zoekt ook Lengkeek eigenlijk continu naar technici, maar ook naar ondersteunend personeel. Het bedrijf werkt daarvoor al langer samen met Stratt+. Dit bedrijf levert technische capaciteit, projectmanagement en advies op maat binnen de industrie, luchtvaart en aan de (semi)overheid.

Bikker: ‘Matchmaking is voor ons heel belangrijk. Eigenlijk hebben we geen tijd voor ellenlange selectieprocedures, maar we willen wel meer van iemand weten dan welke diploma’s hij heeft. Gelukkig doet Stratt+ al veel van dat voorwerk voor ons en kunnen ze zelf inschatten of het ook op persoonlijk vlak zal klikken.’

Die klik was er in ieder geval bij werkvoorbereider Mark van Toor en controller Leo Valster. Die laatste wist al snel dat de controller-functie meer vergde dan alleen administratie. ‘Inmiddels weet ik ook het nodige van personeelsmanagement, ICT en autobeheer’, lacht Valster. ‘En ook hoeveel tijd die ’niet-kerntaken‘ kosten. Ze moeten dan ook niet ten koste gaan van mijn administratieve taken, maar het maakt mijn werk wel een stuk uitdagender. Tegelijkertijd is het net zo belangrijk dat de klant de juiste factuur krijgt en onze administratie op orde is zodat we geen nare verrassingen achteraf krijgen.’

Dagelijks bijschakelen

Ook Van Toor weet inmiddels in wat voor soort bedrijf hij is terechtgekomen. ‘Eigenlijk moet je dagelijks bijschakelen en continu kijken waar je mensen vandaan kunt halen of herplannen. Ik heb zelfs al een keer moeten bijspringen bij een project waar we ineens met een paar zieken zaten. Dat snel schakelen ligt me wel. Ik kom bij een bedrijf vandaan dat veel groter is dan Lengkeek. Maar juist dat familiegevoel trekt me heel erg aan. We pakken projecten met zijn allen aan en gaan pas naar huis als het probleem is opgelost. Zonder dat we concessies doen aan de veiligheid en kwaliteit. Ik ben dan ook heel tevreden over de wijze waarop Stratt+ heeft bemiddeld.’

Die houding is volgens Bikker cruciaal in de sector waar Lengkeek zijn diensten en producten aanbiedt. ‘Onze opdrachtgevers beoordelen eerst de veiligheid, dan de kwaliteit en planning en kijken in tweede instantie of ook de prijs marktconform is, hoewel deze criteria wel dicht bij elkaar liggen. Als je veiligheidscultuur op orde is en je ook kwaliteit biedt, zijn opdrachtgevers geneigd tot een lange duurzame samenwerking. Wij hebben de nodige veiligheidscertificeringen, waaronder VCA-P, die garandeert dat onze mensen op de hoogte zijn van de veiligheidsmaatregelen. Maar nog belangrijker is hun gedrag.’

Battle for talent

De battle for talent zal volgens Bikker nog wel even voortduren. ‘Als branche kan je meehelpen door bijvoorbeeld BBL-plaatsen aan te bieden. Doordat wij zowel engineering als productie en montage in huis hebben, kunnen we leerlingen alle facetten van het vak laten zien. We blijven echter ook een bureau als Stratt+ nodig hebben, omdat we nu eenmaal niet continu de markt kunnen afspeuren naar nieuwe talenten.’

Mensen staan centraal

Stratt+ levert al meer dan veertig jaar technische capaciteit, projectmanagement en advies op maat binnen de industrie, luchtvaart en aan de (semi)overheid. Het bedrijf biedt een compleet dienstenpakket voor de diverse projectfasen, van haalbaarheidsstudie tot de optimalisatie van technische installaties. Bij Stratt+ staan mensen centraal. Dat geldt zowel voor opdrachtgevers als voor de eigen technici.

Wat gaat er gebeuren als al het uitgestelde werk straks in korte tijd moet worden gedaan? Dubbele druk op de technische arbeidsmarkt? Helemaal als veel mensen een flexibele baan voor de zekerheid van een vaste baan gaan inruilen. Want dat gebeurt momenteel.

Een greep uit Industrielinqs LIVE vanochtend! Met aan de digitale tafel:   Wies van ’t Slot Philippe Engels Cees Alderliesten Rene Hartman – STORK John Schonewille en Jan Peter Kruiger

Kijk het gerust nog een keertje terug. En zet 9 en 17 juni alvast in jullie agenda’s!

 

De druk op de technische arbeidsmarkt groeide de afgelopen jaren. Het was moeilijk voor de industrie om aan gekwalificeerd personeel te komen. De coronacrisis lijkt daar verandering in te brengen. Maar hoe?

In de derde Industrielinqs LIVE op 27 mei staat de industriële arbeidsmarkt centraal. Met tafelgasten onderzoeken Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger in de digitale talkshow welke gevolgen de huidige crisis heeft op het werk in de industrie. De gasten zijn inmiddels bekend: sitemanager Philippe Engels van Air Liquide Rozenburg, Cees Alderliesten van Deltalinqs, René Hartman van Stork, DGA Wies van ’t Slot van 365Werk en CEO John Schonewille van Stratt+.

Anticiperen

Hoe staat het met de druk op de arbeidsmarkt tijdens de crisis?  Hoe gaan fabriekseigenaren met de huidige omstandigheden om? Wat zijn de gevolgen voor contractors en detacheringsbureau’s die tot voor kort met veel moeite voldoende goed opgeleid en ervaren personeel op de been konden brengen?

En wat gebeurt er als straks uitgestelde onderhoudsstops en ander uitgesteld werk in korte tijd moet worden uitgevoerd? Een dubbele druk op de arbeidsmarkt dreigt dan. Hoe kan de industrie daar op anticiperen? Deze editie van Industrielinqs LIVE wordt mede mogelijk gemaakt door Stratt+, partner van het Petrochem Platform.

Schrijf hier in voor de talkshow op 27 mei, 9.00-10.30.

Industrielinqs LIVE is een digitale talkshow over actuele ontwikkelingen in de industrie.

 

De laatste jaren werd de druk op de technische arbeidsmarkt alsmaar groter. Wij zijn benieuwd wat voor impact corona heeft op de technische arbeidsmarkt. Is het drukker, of juist niet? Wat zijn uitdagingen en wat zijn redenen waardoor werk nu stil komt te liggen. Via een vragenlijst willen wij wat meer inzicht krijgen. Vult u hem ook in? Het duurt ongeveer 2 minuten. De resultaten worden gebruikt in de digitale talkshow Industrielinqs LIVE op 27 mei over ‘Werk!’.

Tijdens deze talkshow staat de industriële arbeidsmarkt centraal. Met tafelgasten onderzoeken Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger welke gevolgen de huidige crisis heeft op het werk in de industrie. Wat zijn de gevolgen voor contractors en detacheringsbureau’s die tot voor kort met veel moeite voldoende goed opgeleid en ervaren personeel op de been konden brengen? En wat gebeurt er als straks uitgestelde onderhoudsstops en ander uitgesteld werk in korte tijd moet worden uitgevoerd? Een dubbele druk op de arbeidsmarkt dreigt.

U kunt zich hier aanmelden voor de talkshow op 27 mei, 9.00-10.30.

Producenten in de industrie zetten in het tweede kwartaal van 2018 6,7 procent meer om. Hiermee steeg de omzet voor het zevende kwartaal op rij. Het producentenvertrouwen is opnieuw minder positief. Ondernemers zien het tekort aan personeel als één van de grootste belemmeringen. Dat meldt het CBS in het kwartaalbeeld industrie.

De industriële omzet binnen Nederland nam toe met 9,3 procent, terwijl de groei van de buitenlandse omzet 5,2 procent bedroeg. De afzetprijzen in de industrie stegen voor het zevende kwartaal op rij; ditmaal met 3,2 procent.

Grote omzetgroei in petrochemie

In alle hoofdbranches nam de omzet in het tweede kwartaal van 2018 toe. De omzet groeide het meest in de aardolie-, chemische, farmaceutische en rubber- en kunststofproductenindustrie met 11,3 procent. Binnen deze hoofdbranche behaalden voornamelijk de aardolieproducenten zowel binnen als buiten Nederland een stevige jaar-op-jaargroei (27,5 procent). De afzetprijzen stegen in de aardolie-industrie ook het meest: 27,8 procent. In de andere deelbranches van de aardolie-, chemische, farmaceutische en rubber- en kunststofproductenindustrie nam de omzet toe, maar minder fors dan in de aardolie-industrie.

Voedingsmiddelen

Van alle hoofdbranches in de industrie groeide de voedings- en genotmiddelenindustrie met 1,1 procent het minst. Hoewel de omzetten van de voedingsmiddelenindustrie (-0,3 procent) en de tabaksindustrie (-5,3 procent) krompen, kwam de omzetontwikkeling in de gehele hoofdbranche wel positief uit door een stijging voor de producenten van dranken (18,5 procent).

Tekort aan personeel

Eerder berichtte het CBS al dat het producentenvertrouwen in de industrie positief is, maar daalt. Bedrijven zien, net als vorig kwartaal, het tekort aan personeel als één van de grootste belemmeringen in de industrie. Aan het begin van het derde kwartaal gaf 21 procent van de producenten aan dat de bedrijfsactiviteiten belemmerd worden door een tekort aan arbeidskrachten. Een jaar eerder was dit nog 14 procent.

Dat het aantrekken van personeel lastiger is geworden, is ook zichtbaar in het aantal openstaande vacatures. Aan het eind van het tweede kwartaal stonden meer dan 22 duizend vacatures open. Hiermee is het aantal openstaande vacatures met 6 duizend gestegen ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Producenten in de industrie behaalden in het eerste kwartaal van 2018 een omzetgroei van 3,0 procent vergeleken met een jaar eerder. De omzet van de producenten steeg hiermee voor het zesde kwartaal op rij. Wel zeggen ondernemers in toenemende mate te kampen met een tekort aan personeel. Dat meldt het CBS op basis van het kwartaalbeeld industrie.

De omzetgroei binnen Nederland kwam hoger uit dan de omzetgroei in het buitenland. De industriële omzet die Nederlandse producenten binnen Nederland behaalden lag 3,5 procent hoger, de buitenlandse omzet nam met 2,8 procent toe. De afzetprijzen in de industrie stegen in het eerste kwartaal van 2018 voor het zesde kwartaal op rij, en wel met 0,8 procent.

Groei

De omzetgroei in het eerste kwartaal van 2018 was met 11,2 procent opnieuw het hoogst in de transportmiddelenindustrie. De producenten van auto’s zorgden in deze branche voor de grootste groei (12,8 procent). Producenten van transportmiddelen zoals schepen, treinen, vliegtuigen en (brom)fietsen boekten eveneens meer omzet dan een jaar eerder: 7,9 procent. Hoewel deze producenten in het binnenland minder omzetten dan een jaar eerder, groeide de omzet in het buitenland met 13,5 procent.

De producenten in de raffinaderijen en chemie realiseerden een omzetgroei van 5,0 procent door positieve omzetontwikkelingen binnen en buiten Nederland. De producenten in de aardolie-, de chemische, de farmaceutische, de rubber- en kunststofproductenindustrie genereerden meer omzet dan een jaar eerder. De omzetstijgingen waren het grootst in de farmaceutische industrie (10,8 procent) en de aardolie-industrie (8,9 procent).

De omzetgroei van producenten in de basismetaal- en metaalproductenindustrie was met 0,5 procent bescheiden. De buitenlandse omzet daalde in deze branche met 2,5 procent, na negen kwartalen van stijgingen. Doordat metaalproducenten in het binnenland 4,4 procent meer omzet behaalden, kwam de totale omzetontwikkeling toch positief uit.

Aantrekken personeel lastiger

Het vertrouwen van industriële ondernemers is na januari afgenomen tot 8,2 in april. Sinds begin 2014 overheerst het positieve sentiment onafgebroken. Per saldo verwacht 1 op de 5 ondernemers een hogere omzet te behalen in het tweede kwartaal. Ook denkt per saldo 15 procent van de ondernemers meer personeel aan te trekken in het tweede kwartaal. Nog niet eerder gaven zoveel ondernemers in de industrie aan meer personeel aan te willen nemen.

Bedrijven zien het tekort aan personeel als één van de grootste belemmeringen. Aan het begin van het tweede kwartaal gaf 17 procent van de producenten aan dat de bedrijfsactiviteiten belemmerd worden door een tekort aan arbeidskrachten. Een jaar eerder was dit nog 10 procent. Dat het aantrekken van personeel lastiger is geworden, is ook zichtbaar in het aantal openstaande vacatures. Aan het eind van het eerste kwartaal stonden meer dan 20 duizend vacatures open, het hoogste aantal in bijna tien jaar.

Volgens ondernemers in de industrie loopt het tekort aan personeel op. Aan het begin van het vierde kwartaal van dit jaar meldde bijna zestien procent van de industriebedrijven dat personeelstekort de productie belemmert. Sinds de start van de conjunctuurmeting in 1985 lag dat aantal niet zo hoog. In de industrie werken bijna negen procent minder mensen dan in 2005, terwijl de sector steeds verder vergrijst. Dit meldt het CBS op basis van nadere analyse van cijfers.

Het opgelopen personeelstekort valt samen met een toegenomen vraag: het percentage bedrijven dat een tekort aan vraag als belemmering ervaart, ligt namelijk op het laagste punt sinds eind 2008. Met het gestegen personeelstekort en de hogere vraag naar hun producten stijgt het aantal vacatures in de industrie: sinds het derde kwartaal van 2008 stonden er niet zoveel vacatures open. Per duizend banen van werknemers waren er aan het eind van het derde kwartaal 23 vacatures. Bij de chemische, aardolie-, farmaceutische, dranken- en schoenenindustrie is het personeelstekort minder nijpend: 1,5 tot vijf procent van de bedrijven heeft te weinig personeel.

Grootste personeelstekort in machine-industrie

Binnen de industrie knelt het personeelstekort het meest bij bedrijven die werkzaam zijn in de machine-industrie en de reparatie en installatie van machines. Aan het begin van het vierde kwartaal zat bijna een kwart van de bedrijven in deze branches verlegen om personeel.

In de bouwgerelateerde industriebranches neemt het personeelstekort snel toe. Het aantal bedrijven dat een personeelstekort meldde steeg tussen het derde en het vierde kwartaal van twaalf naar negentien procent. In de meubelindustrie steeg het aantal bedrijven met personeelstekort ook fors: van dertien procent in het derde kwartaal naar twintig procent in het vierde kwartaal.

Personeel industrie meer vergrijsd

De werkgelegenheid in de industrie daalde tussen 2005 en 2016 met 8,9 procent: van 873 duizend naar 795 duizend banen. De afgelopen jaren vergrijsde de beroepsbevolking in de industrie relatief sterk: het aandeel 45-plussers groeide van 36,3 procent in 2005 naar 51,1 procent in 2016. Vooral de groep werkenden van 55 tot 65 jaar nam fors in aandeel toe, van 11,2 naar 19,9 procent.

Niet alleen in de industrie vergrijsde de beroepsbevolking: in dezelfde periode steeg het aandeel 45-plussers in de werkzame beroepsbevolking als geheel van 35,0 naar 43,7 procent.

De meest vergrijsde branche binnen de industrie is de chemische industrie: 60,4 procent van de werkenden was hier in 2016 45 jaar of ouder. De farmaceutische industrie is het minst vergrijsd: 57,9 procent van de werkenden was in 2016 nog geen 45 jaar. Voor de totale werkzame beroepsbevolking geldt dat 56,3 procent in 2016 jonger was dan 45 jaar.