De nieuwe demiwaterfabriek op de site van BASF Antwerpen is officieel geopend. ‘Ik ben er trots op dat, ondanks corona, de nieuwe fabriek binnen de planning en in eigen beheer is gerealiseerd’, aldus Annette Ottolini, algemeen directeur Evides Waterbedrijf.

In september 2020 tekenden BASF en Evides Industriewater een overeenkomst tot strategische samenwerking. Het ontwerp en de bouw van de nieuwe demiwaterfabriek en de levering van de juiste hoeveelheden voedingswater is onderdeel van deze overeenkomst. De fabriek vervangt de huidige BASF-installatie.

Evides heeft de nieuwe fabriek in nauwe samenspraak met BASF Antwerpen ontworpen, gebouwd en in bedrijf genomen. Er is gezamenlijk afgestemd hoe de nieuwe fabriek optimaal kon worden geïntegreerd in het complexe warmte- en productie-Verbund van de BASF-site in Antwerpen.

Duurzaam watermanagement

BASF Antwerpen blijft met de ingebruikname van de nieuwe fabriek duurzaam watermanagement toepassen. Zo is BASF al in 1995 gestart met hergebruik van geschikte interne waterstromen als voedingswater voor de demiwaterproductie. Ook Evides Industriewater streeft naar hergebruik en duurzaam water- en energiegebruik, en dat komt tot uiting in de nieuwe installatie.

Daarin wordt condensaat van stoom, afkomstig uit een specifieke installatie, hergebruikt als voedingswater in het deminproces. Ook draait de volledige demiwaterproductie op groene stroom en wordt restwarmte gebruikt voor het opwarmen van voedingswater. Er zijn bovendien minder chemicaliën nodig bij de zuivering naar demiwater. Ook is de installatie geschikt om in de toekomst andere waterbronnen te kunnen inzetten.

Een konijnenpoot van zijn voorganger was achteraf welkom geweest. Want vlak nadat Jan Remeysen begin 2020 het roer van BASF Antwerpen overnam van Wouter De Geest, kwam hij in een snelkookpan terecht. Eerst de coronacrisis en nu de Oekraïne-crisis. ‘Af en toe heb ik het gevoel dat iemand naar mij toekomt en zegt: “Tot zover uw live assessment test”.’ Toch is hij optimistisch, zeker nu de industrie voor grote transities staat.

Een paar maanden geleden stelde Melanie Maas Brunner, CTO van BASF, in een interview met Industrielinqs dat de Antwerpse site van BASF straks de eerste volledig CO2-neutrale Verbund-site in Europa is. De ligging biedt immers unieke kansen voor de inzet van offshore wind en grootschalige opslag van CO2. Dat is zeker stimulerend om te horen, vindt Jan Remeysen, CEO van BASF Antwerpen. Hij ziet zelf ook de voordelen ten opzichte van bijvoorbeeld binnenlandse sites. En deze visie van het hoofdkantoor is ook niet nieuw voor hem, maar het is altijd prettig als een bestuurder van het hoogste niveau het openbaar bevestigt.

Rekenkracht

Wel benadrukt Remeysen dat een silver bullet niet bestaat. Er zal veel moeten gebeuren. Zo blijft de Antwerpse vestiging sowieso voortborduren op het bekende Verbund-principe van BASF. Oftewel maximale integratie van de productieprocessen. Als ergens een overschot aan energie of bijvoorbeeld chemische bouwstenen is, dan zal er altijd elders op de site een bestemming voor worden gezocht. Zo worden energie en grondstoffen tot de laatste molecuul of elektron ingezet.

Jan Remeysen (BASF Antwerpen): ‘Nog steeds lukt het ons om incrementele verbeteringen door te voeren.’

Nog steeds lukt het ons om incrementele verbeteringen door te voeren, stelt Remeysen. ‘Daarbij schakelen we tegenwoordig ook de enorme rekenkracht van computers in. Via data analytics zie je soms heel andere patronen. Onlangs hebben we bijvoorbeeld een oplossing gevonden voor een puzzel die ons al een tijdje bezighield. Van een van onze fabrieken wilden we al langer de hoeveelheid benodigde grondstoffen reduceren. Dat kregen we niet voor elkaar. Met data-analyse kregen we nieuwe inzichten en is het nu wel gelukt.’

Stroomvraag

Een tweede belangrijke stap van BASF Antwerpen is de inkoop van duurzaam opgewekte stroom. Het concern heeft bijna een kwart van de aandelen van het Nederlandse windpark Hollandse Kust Zuid dat in 2023 volledig operationeel zal zijn. Het is dan het grootste offshore windpark ter wereld met 140 windturbines en een totaal geïnstalleerd vermogen van 1,5 gigawatt.

Het is de bedoeling dat BASF Antwerpen vanaf volgend jaar jaarlijks ongeveer een vierde van de windstroom van het park gaat afnemen. Daarmee kan de site de bestaande stroomvraag vergroenen. Ook zullen bestaande installaties steeds meer stroom als energiedrager gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen.

Elektrische fornuizen

Een volgende, derde stap komt hier direct uit voort: de bouw van nieuwe elektrische installaties of onderdelen daarvan. Remeysen: ‘We doen bijvoorbeeld onderzoek naar de inzet van e-boilers. En als we op den duur ook waterstof willen gaan produceren, bijvoorbeeld via methaanpyrolyse, dan is daarvoor ook veel elektriciteit nodig.’

Aan de horizon gloort ook de elektrische kraker. Net als verschillende andere chemiebedrijven onderzoekt BASF momenteel de mogelijkheden van elektrische fornuizen in de krakers. Remeysen: ‘Toegegeven, dat heeft wel meer tijd nodig. De eerste elektrische krakers verwacht ik niet voor 2030.’

Backbone

De vierde oplossing zal eerder zijn beslag krijgen: het opvangen en opslaan van CO2. Remeysen: ‘CCS wordt een belangrijke hefboom voor Antwerpen. De groepsdoelstelling van BASF is om in 2030 25 procent minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 2018. Onder andere door de plannen met CCS en door de groene stroom van het offshore windpark ligt Antwerpen op koers om in 2025 al 50 procent reductie te halen. We lopen dus voor.’ Volgens Remeysen is dat geen reden om met het hoofd in de wolken te lopen. ‘Aan de top blijven, is veel moeilijker dan daar komen.’

Hoewel Remeysen CCS als een overbruggende oplossing ziet, is die volgens hem de komende decennia broodnodig, ‘Uiteindelijk willen we naar CO2-neutrale processen, maar die zijn er nog nauwelijks. Tot die tijd zullen we echt CO2 moeten afvangen en offshore opslaan. Het loopt vaker zo in de evolutie van technologieën. Eerst komen de end-of-pipe-oplossingen, om vervolgens steeds meer aan het begin te verbeteren.’

Voor dit traject zoekt BASF veel samenwerking. Bijvoorbeeld binnen het consortium Antwerp@C. ‘Samen met Air Liquide, Borealis, ExxonMobil, Ineos, Fluxys, Port of Antwerp en Total Energies onderzoeken we de technische en economische haalbaarheid van CO2-infrastructuur. Hoe gaan we bijvoorbeeld CO2 afvangen? Ook bestuderen we samen de aanleg van een CO2-infrastructuur, een backbone in de Antwerpse haven. Op die manier kunnen de bedrijven de afgevangen CO2 in de pijpleiding brengen. Gezamenlijk onderzoeken we hoe we de CO2 transporteren vanuit de haven. En natuurlijk is het nog mooier als we steeds meer van de afgevangen CO2 weer als grondstof kunnen inzetten. Ook daarvoor is dan goede infrastructuur nodig.’

Zuidelijker

Samen met Air Liquide kan BASF de komende jaren al een grote eerste stap zetten. Eind 2021 werd bekend dat zij een grote subsidie kunnen verwachten voor hun project Kairos@C. De Vlaamse krant De Tijd wist onlangs te melden dat het om een bedrag van 360 miljoen euro gaat.

Jan Remeysen (BASF Antwerpen): ‘Gaan we op den duur ook elektrisch kraken, dan hebben we vier- tot vijfmaal zoveel stroom nodig.’

Binnen dit project zullen Air Liquide en BASF bij vijf van hun chemische installaties CO2 afvangen. Het gas wordt via een pijpleidingennetwerk in de haven afgevoerd, om het definitief ondergronds op te slaan in oude gasvelden onder de Noordzee. Dat kan door het per pijpleiding naar Rotterdam te transporteren of door het te vervoeren in speciale schepen. Voor die laatste optie moet een fabriek worden gebouwd om het gas eerst vloeibaar te maken.

Grote investeringen in infrastructuur zijn sowieso cruciaal voor de transitie van de industrie, benadrukt Remeysen. ‘Op dat vlak moeten industrie, overheden en ook de verschillende landen de krachten bundelen. Dat is geen terrein waarop we elkaar moeten beconcurreren.’ Hij volgt met veel interesse de plannen van de Delta Corridor tussen Rotterdam, Limburg en het Ruhrgebied voor transport van waterstof en CO2. De route, die nu van Rotterdam via Limburg naar Duitsland is getekend, mag van hem wel iets zuidelijker komen te liggen. ‘Waarom niet vanuit Rotterdam via Moerdijk, Zeeland en Antwerpen – en misschien een zijtak van en naar Gent – richting Nederlands Limburg en Duitsland? Dan sluit je er nog meer industrie op aan.’

Vier- tot vijfmaal

Naast een infrastructuur voor CO2 en waterstof is ook de verzwaring van het elektriciteitsnet van groot belang, stelt Remeysen. De industrie zal net als verschillende andere sectoren steeds meer stroom gaan gebruiken. ‘We hebben al berekeningen gemaakt. Gaan we verder elektrificeren en op den duur ook elektrisch kraken, dan hebben we vier- tot vijfmaal zoveel stroom nodig bij BASF Antwerpen. Dat vraagt enorme investeringen in infrastructuur, alleen al om die stroom hier te krijgen.’

Nabije omgeving

Als het om verduurzaming van de industrie gaat, valt vaak de term decarbonisatie. En dat is ook nodig, vooral bij brandstoffen. In de chemie draait het echter om koolstofverbindingen. Daar lijkt de term recarbonisatie meer op zijn plaats. Remeysen: ‘Uiteindelijk moeten we af van lineaire processen. We moeten het woord kunststofafval maar schrappen, het is grondstof. In de toekomst zullen we in onze krakers steeds minder verse, fossiele grondstoffen gebruiken. We hebben dan alleen nog maar extra koolstof – bio of fossiel – nodig voor de groei van de vraag en voor dat kleine deel dat je op geen manier kunt recycleren.’

Bij BASF Antwerpen zijn al tests met circulaire grondstoffen gedaan bij de kraker. ‘Bijvoorbeeld met pyrolyse-olie. Het blijkt nu al goed mogelijk om met gerecycleerde grondstoffen te werken.’ BASF lijkt vooralsnog niet van plan om zelf fabrieken te bouwen voor de chemische recycling van grondstoffen. ‘Graag bouwen we met partners een waardeketen op voor circulaire grondstoffen.’

Circulaire grondstoffen hebben naast verduurzaming nog een ander groot voordeel. ‘De coronacrisis en ook nu weer de oorlog in Oekraïne hebben duidelijk gemaakt dat we beter een aantal producten hier kunnen produceren en dat afhankelijkheid van grondstoffen uit andere delen van de wereld zijn nadelen heeft. Circulaire grondstoffen halen we direct uit onze nabije omgeving.’

Hutsepot

Toen hij in 2020 Wouter de Geest opvolgde, was Jan Remeysen goed voorbereid. Sinds 1996 had hij in verschillende functies de hele organisatie van BASF Antwerpen doorlopen. En een betere leermeester dan De Geest kon hij niet wensen. ‘Vergeet ook niet dat ik hier een geweldig team van zeer gemotiveerde mensen om mij heen heb. Ik doe het echt niet in mijn eentje. Verre van dat.’

Toen kwam corona. ‘Ik heb nog regelmatig contact met Wouter. Het enige wat hij me nog had kunnen geven, was een konijnenpoot, heb ik hem wel eens gezegd. De afgelopen jaren waren een hutsepot of eigenlijk nog meer een snelkookpan. Af en toe heb ik het gevoel dat iemand naar mij toekomt en zegt: “Tot zover uw live assessment test”.’ Maar er is geen reden om somber te zijn. Er staan immers ook veel interessante dingen te gebeuren.

Vattenfall en BASF hebben overeenstemming bereikt over de verkoop van 49,5 procent van het offshore windpark Hollandse Kust Zuid voor een bedrag van 0,3 miljard euro. Inclusief de bijdrage aan de bouw, zal de totale investering van BASF uiteindelijk 1,6 miljard euro bedragen. Afronding van de transactie wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2021 en is afhankelijk van de goedkeuring door de relevante autoriteiten.

De bouw van windpark Hollandse Kust Zuid start in juli 2021 en zal naar verwachting in 2023 volledig operationeel zijn. Het is dan het grootste offshore windpark ter wereld met 140 windturbines en een totaal geïnstalleerd vermogen van 1,5 Gigawatt. Hollandse Kust Zuid wordt het eerste volledig commerciële offshore windpark ter wereld dat geen enkele subsidie ontvangt voor de geproduceerde stroom.

Vattenfall zal zijn aandeel van de productie onder andere gebruiken om zijn klanten in Nederland van fossielvrije elektriciteit te voorzien. BASF zal zijn deel van de elektriciteit gebruiken om de chemische productie op locaties in heel Europa te ondersteunen.

PPA

BASF verwerft de elektriciteit van het windpark voor zijn eigendomsaandeel via een power purchase agreement. Het stelt BASF in staat om innovatieve en emissiearme technologieën toe te passen op verschillende van zijn productielocaties in Europa. De Verbund-productielocatie van BASF in Antwerpen gaat het meest profiteren van de duurzame energie. De Antwerpse locatie is de grootste chemische productielocatie in België en de op één na grootste BASF productielocatie ter wereld.

Levering aan andere Europese BASF-locaties is afhankelijk van de ontwikkeling van regelgeving voor duurzame energie. Met het windpark wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het behalen van de Nederlandse doelstellingen op het gebied van de opwekking van duurzame energie en vermindering van broeikasgassen. BASF heeft in Nederland ruim 1.500 mensen in dienst, die op verschillende locaties producten voor tal van sectoren ontwikkelen, produceren en verkopen.

Transformatie

Martin Brudermüller, voorzitter van de raad van bestuur van BASF SE: ‘Dit windpark is een belangrijke bouwsteen om onze locatie Antwerp Verbund en andere Europese locaties van hernieuwbare elektriciteit te voorzien. Het is de eerste grote investering van BASF in installaties voor hernieuwbare energie. Door deze investering waarborgen we aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit uit hernieuwbare bronnen voor BASF, wat een belangrijk element is van onze transformatie naar klimaatneutraliteit.’

Anna Borg, president en CEO van Vattenfall: ‘Vattenfall en BASF delen de doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen binnen onze bedrijfsvoering af te bouwen. Met deze samenwerking bewijst Vattenfall eens te meer dat overeenkomsten met industriële partners een sleutelrol spelen bij het versnellen van de Europese energietransitie in de verschillende sectoren. Ik ben er bijzonder trots op dat we tegelijkertijd óók de levering van fossielvrije elektriciteit aan onze Nederlandse klanten kunnen veiligstellen.’

BASF wil haar vestiging in De Meern te verkopen. Op deze locatie produceert en ontwikkelt het chemieconcern hoogwaardige katalysatoren. Enkele activiteiten en producten die goed passen haar de strategie verplaatst BASF naar andere productielocaties. Andere producten verkoopt het bedrijf samen met de vestiging.

BASF wil het liefst de vestiging verkopen aan een bedrijf dat de site zal exploiteren met de bestaande configuratie. De vestiging in De Meern continueert haar productieactiviteiten om tot aan de verkoop aan haar klantenvraag te blijven voldoen. Gedurende deze periode zullen er ook geen veranderingen zijn voor de omgeving. Daarbij doet BASF geen concessies aan veiligheid, stelt site-directeur Paul Evers. Deze speciale nadruk komt niet uit de lucht vallen. Jarenlang waren er uitdagingen op het gebied van veiligheid, in combinatie met de nabijheid van het dichtbevolkte gebied in de regio Utrecht. De laatste jaren lijkt BASF De Meern zich op dat gebied sterk te verbeteren.

Onmisbaar

Twee jaar geleden vierde BASF nog het vijftigjarige bestaan van de locatie. Lees hier een uitgebreid artikel over de site in De Meern. Kernactiviteit door de jaren heen is de ontwikkeling en productie van katalysatoren. Inmiddels zijn die onmisbaar in tal van chemische processen, maar ook bijvoorbeeld in auto’s. Katalyse gaat wellicht een nog essentiëlere rol spelen, onder meer in de energietransitie. Welke activiteiten BASF zelf houdt, is nog onduidelijk.

BASF Antwerpen is al jaren bezig met duurzaamheid op het gebied van water. Ze wisselde ooit al van het gebruik van drinkwater naar oppervlaktewater, maar de toekomst vraagt om meer verandering. Vlaanderen ligt bijvoorbeeld in een waterstressgebied. Tijdens het congres Watervisie 2021 vertelde operations manager utilities Jürgen Moors op welke manieren er nog meer duurzaam met water wordt omgegaan.

Water wordt bij BASF op verschillende manieren gebruikt. In processen zelf kan het dienen als scheidingsstof of als een soort oplosmiddel. Wat veel mensen volgens Moors niet weten is dat het in de chemie de grootste waarde heeft als energiedrager. ‘Het kan een energiedrager zijn op het gebied van warmte, in de vorm van stoom en calorieën. Of het kan dienen als koelwater.’De Verbundsite van BASF in Antwerpen, waar 56 fabrieken staan, leent zich goed om zo weinig mogelijk verliezen van water te realiseren. Dat doet het chemiebedrijf met behulp van cascadering. Moors heeft er drie voorbeelden van.

Koelwater

Het eerste gaat over koelwater. Dat pompt BASF op uit een dok. Dat water heeft, in een normale lente of zomer, een temperatuur van 20 tot 25 graden. ‘Dat water brengen we naar bedrijven die hun warmte kwijt moeten’, legt Moors uit. ‘Zij verhogen de koelwatertemperatuur naar 25 tot 30 graden. Daarna transporteren we het water naar bedrijven die een hoger warmteniveau hebben. Zij verwarmen het water uiteindelijk tot 35 of 40 graden. Vervolgens koelen we het in een koeltoren af om het opnieuw in te kunnen zetten. Op deze manier kunnen we het koelwater een aantal keer achter elkaar gebruiken.’

Stoom

Hetzelfde principe past het chemiebedrijf toe bij stoom. Moors: ‘Stoom produceren we bij bedrijven die warmte op een hoog niveau produceren. Dan hebben we het over meer dan honderd bar. Vervolgens gaan we in verschillende cascades naar beneden zodat bedrijven de warmte in kunnen zetten op het niveau dat ze nodig hebben. Zo link je eigenlijk alles aan elkaar.’

Afvalwater

Ook bij afvalwater gebruikt BASF weer cascadering. ‘Afvalwater van het ene bedrijf bevat soms wel verontreinigingen, maar die storen absoluut niet in het proces van een ander bedrijf. Dat water transfereren wij ook weer via een cascade voordat we het naar onze waterzuivering brengen.’

‘We hebben gekozen voor een technologie op basis van membranen om zeker te zijn dat we die stap altijd kunnen zetten.’

Jürgen Moors, manager utilities BASF Antwerpen

Het zijn drie voorbeelden van hoe BASF op het moment werkt aan waterduurzaamheid. In de toekomst wil ze nog meer doen. Daarom bouwt ze bijvoorbeeld met Evides Industriewater aan een nieuwe demiwaterfabriek. In het ontwerp van de demiwaterinstallatie is ingezet op het optimaliseren van het proces door hergebruik van verschillende waterstromen uit de productie en gebruik van restwarmte uit condensaat. Dit resulteert in efficiënter watergebruik en een lagere energie- en chemicaliënverbruik. Moors: ‘We hebben gekozen voor een technologie op basis van membranen om zeker te zijn dat afhankelijk van de richting die we uitgaan, we die stap altijd kunnen zetten.’

Met de membraantechnologie zet BASF nu al een stap naar zuiverder water. In de toekomst moet de techniek ook de kern zijn om andere bronnen aan te boren door bijvoorbeeld nog een extra stap voor of na te schakelen. De bouw van de fabriek is momenteel bezig. De verwachting is dat Evides in het voorjaar van 2022 het eerste water zuivert.

Grens

Daarnaast kijkt BASF naar andere mogelijkheden zoals het samenwerken met andere partijen in de omgeving op het gebied van water. Moors: ‘Er is al een pijpleidingennetwerk voor andere producten zoals stikstof en waterstof. Ik denk dat we meer en meer naar een maatschappij evolueren waar ook deze aspecten worden onderzocht. Denk maar aan CO2 dat ook een van de parameters is. Ik denk dat dat ook de toekomst voor water is. In de Antwerpse haven wordt er al naar gekeken om op de middellange termijn die richting op te bewegen en waarom zouden we de grens niet oversteken op termijn?

Centrale Afvalwaterzuivering Botlek

Evides Industriewater is Centrale Afvalwaterzuivering Botlek (CAB) aan het opstarten. Dat vertelde directeur Jan Robert Huisman. De CAB staat op het terrein van Huntsman in de Botlek, waar verschillende ondernemingen uit de petrochemische chemie zijn gevestigd. ‘Het is complex afvalwater’, zegt Huisman. ‘Maak maar eens van die complexe soep schoon afvalwater dat je netjes kunt lozen.’

water

Jan Robert Huisman, Evides Industriewater

Duurzaamheid speelt bij elk project een grote rol voor Evides. ‘Circulariteit is altijd ons uitgangspunt’, zegt Huisman. ‘Maar dat is niet iets dat je vaak in de volle breedte in één keer kunt ontwikkelen. Soms moet dat stap voor stap. Bij de CAB is het al een hele uitdaging dat de installatie goed draait. Dus we beginnen om hem goed in te regelen en te zorgen dat we aan de vergunning voldoen. Vervolgens zijn er natuurlijk nog mogelijkheden om hergebruik toe te passen.’

Niet al het afvalwater hoeft bijvoorbeeld direct naar de zuivering. Dat zie je bij BASF. Huisman neemt stoomcondensaat als voorbeeld. ‘Vaak is het de gewoonte om dat via het riool naar de zuivering te laten lopen. Maar het is relatief schoon water dat je met een vrij eenvoudige techniek op specificatie kunt brengen. Dat ontlast de zuivering, maakt de investering lager en je bent sneller circulair. Je moet meer naar het totale system kijken.’

BASF in Heerenveen heeft een succesvolle onderhoudsstop achter de rug. Alle drie fabrieken op de site lagen drie weken stil om onderhoudswerkzaamheden, inspecties, kalibraties en aanpassingen aan de installaties uit te voeren.

In totaal voerden 65 externe bedrijven 269 werkzaamheden door. Zo’n 150 extra contractors per dag waren op de locatie aanwezig. Er zijn geen noemenswaardige incidenten voorgevallen en het geplande pakket aan werkzaamheden kon volledig worden verricht binnen de geplande drie weken.

Natuurlijk waren er extra veiligheidsmaatregelen nodig als gevolg van COVID-19. Zo heeft BASF een contractor yard gebouwd, met een extra parkeerplaats en portiersloge. In deze barakken konden medewerkers zich omkleden, vergaderen en lunchen. Twee extra medewerkers hielden toezicht op de algemene veiligheid en het naleven van de maatregelen.

25 jaar

BASF produceert in Heerenveen watergedragen harsen en dispersies voor de drukinkt- en coatingindustrie. Het overgrote deel van de watergedragen polymeerproducten wordt gebruikt in inkten voor voedselverpakkingen. Daarnaast maakt het bedrijf er hoogwaardige additieven. Deze zorgen voor een optimale kleur en glans van verf en gaan schuimen tegen. De eerste productie op de site in Heerenveen begon 25 jaar geleden.

De onderhoudsstop duurde drie weken, van 26 oktober tot en met 13 november. Na de stop zijn alle fabrieken met succes weer opgestart.

Evides Industriewater is gestart met de bouw van een nieuwe slimme demiwaterinstallatie op de site van BASF in Antwerpen. De installatie gebruikt verschillende waterstromen uit de productie van BASF en zet restwarmte uit condensaat in voor verduurzaming van de zuivering.

Op dit moment zijn twee heimachines bezig met het heien van de ruim zeshonderd funderingspalen van de nieuwe demiwaterinstallatie van Evides Industriewater. De verwachting is dat dit tot de kerst van 2020 duurt. Daarna start de bouw van de hal en de demiwaterinstallatie. 2021 staat in het teken van de verdere realisatie en in het voorjaar van 2022 zal Evides het eerste water zuiveren.

Duurzaamheid

Als tweede grootste vestiging van BASF werkt de site in Antwerpen al enkele jaren sterk  aan de ambitie van de BASF-groep om uiterlijk in 2025 duurzaam watermanagement toe te passen op haar grote ‘Verbundsites’ en op alle vestigingen in waterstressgebieden. BASF baseert zich daarvoor op de ‘European Water Stewardship’ standaard, die uitgaat van vier principes: gebruik maken van een duurzame wateronttrekking, verzekeren van een goede waterkwaliteit, behoud van beschermde gebieden, alsook continu verbeteren van de processen. In dit kader wordt onder meer onderzoek gedaan naar een verdere reductie van de waterfootprint door hergebruik van gezuiverd afvalwater.

Samen met Evides Industriewater zet BASF Antwerpen deze principes om naar de praktijk. Zo ontstaat duurzame waarde die tevens een bijdrage levert aan de Evides ambitie om in 2025 energie- en klimaatneutraal te zijn.

Hergebruik

In het ontwerp van de demiwaterinstallatie is ingezet op optimaliseren van het proces door hergebruik van verschillende waterstromen uit de productie en gebruik van restwarmte uit condensaat. Dit resulteert in efficiënter watergebruik en een lagere energie- en chemicaliënverbruik.

Deze technologiekeuze is ondersteund door het onderzoeksproject IMPROVED, met als partners onder meer BASF, de Universiteit van Gent, Hogeschool Zeeland en Evides Industriewater.

BASF Antwerpen kan ondanks de coronacrisis door produceren. Het bedrijf heeft de afgelopen dagen een piek in het vrachtverkeer op haar site gezien, omdat sommige klanten aan het hamsteren waren. Hoewel de productie door kan gaan, gaat niet alles volgens planning. Bij lopende projecten gaat alleen nog door wat essentieel is voor de bedrijfscontinuïteit.

De chemie is in België aangewezen als vitale sector. BASF Antwerpen maakt vooral basischemicaliën waarvan sommigen worden gebruikt in producten waar nu veel behoefte aan is, zoals handgel en zeep. Het bedrijf maakt zelf op het moment op kleine schaal ook handgels. De afgelopen dagen zag BASF een piek in het vrachtverkeer op de site. ‘We zagen dat sommige van onze klanten aan het hamsteren waren’, zegt een woordvoerder. ‘Dat zie je nu wel wegebben. Nu zitten we weer in een normale situatie zoals voor het coronavirus.’

Personeel

Het chemiebedrijf draait momenteel met een minimale bezetting. Iedereen die thuis kan werken, werkt thuis. Volgens de woordvoerder bleek het op sommige plaatsen een uitdaging om de 1,5 meter afstand van elkaar te houden. ‘Denk bijvoorbeeld aan de controlekamer. Daarom werken we echt met een minimale bezetting. Wie in een productieomgeving werkt en niet per se fysiek aanwezig hoeft te zijn, proberen we thuis trainingen te laten doen.’

Projecten

Dat heeft ook gevolgen voor (lopende) projecten. BASF heeft besloten om alleen de projecten door te laten gaan die essentieel zijn voor de bedrijfscontinuïteit. Dringende onderhoudswerkzaamheden gaan daarom gewoon door. Of geplande onderhoudsstops ook doorgaan, kan het bedrijf nu nog niet zeggen.

Planningen zullen bij een aantal projecten anders gaan lopen dan was bedacht. Dat geldt bijvoorbeeld voor het EO2-project. BASF investeert meer dan vijfhonderd miljoen euro in de bouw van een tweede grote ethyleenoxide-fabriek en verschillende installaties voor ethyleenoxide-derivaten. ‘Dit is een groot project dat je niet zomaar kunt stoppen’, aldus de woordvoerder. ‘Maar ook daar kijken we wat echt essentieel is en welk werk we eventueel nog een paar maanden kunnen uitstellen. We werken veel met contractoren samen, die natuurlijk ook hun coronabeleid hebben. Wij moeten ook aan de gezondheid van die medewerkers denken.’

Chemiebedrijf BASF is begonnen met de bouw van een nieuwe grote productielocatie in Zuid-China. Het gaat om een investering van maar liefst tien miljard dollar. De nieuwe productielocatie in Zhanjiang, provincie Guangdong, zal technische kunststoffen en thermoplastisch polyurethaan (TPU) produceren.

Vanaf 2022 zal de fabriek voor technische kunststoffen een jaarlijkse capaciteit hebben van 60.000 ton. Daarmee wil BASF voldoen aan de groeiende vraag, met name in de automobielindustrie, elektronica en elektromobiliteit. Dit verhoogt de totale capaciteit van BASF in de regio Azië-Stille Oceaan tot 290.000 ton per jaar. De volledig geïntegreerde site, ofwel Verbund-vestiging is een volledige dochteronderneming van BASF.

Volledig in handen

BASF had het voornemen al bevestigd in een intentieverklaring in juli 2018. Volgens de chemiereus is het haar grootste investering ooit en wordt het onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van BASF geëxploiteerd. Daarmee is BASF de het eerste chemiebedrijf die een grote productielocatie in China volledig in handen heeft.

De groep heeft momenteel zes zogenoemde grote Verbund-vestigingen wereldwijd, twee in Europa (Antwerpen en Ludwigshafen), twee in Noord-Amerika en twee in Azië. Daar komt nu dus een bij in China.

BASF investeert meer dan vijfhonderd miljoen euro in haar Antwerpse Verbund-site. Het bedrijf bouwt er een tweede grote ethyleenoxide-fabriek en investeert daarnaast in verschillende installaties voor ethyleenoxide-derivaten. De gefaseerde opstart van de nieuwe installaties begint in 2022.

BASF breidt hiermee de productiecapaciteit van ethyleenoxide en ethyleenoxide-derivaten in Antwerpen uit. Daarmee verhoogt het concern de productiecapaciteit met zo’n vierhonderdduizend ton per jaar. De uitbreidingen in derivaten omvatten niet-ionische surfactanten, glycolethers voor toepassingen in de automobielsector en andere alkoxylaten. Met een uitbreiding van de methyltriglycol-capaciteit kan BASF aan de groeiende behoefte van hoogwaardige remvloeistoffen in Europa en Azië voldoen.

BASF heeft momenteel Europese ethyleenoxide-installaties in Antwerpen en Ludwigshafen met een totale capaciteit van 845.000 ton per jaar. Daarmee is het concern de grootste producent van ethyleenoxide-derivaten in deze regio.