Van oorsprong is Nordsol een technologiebedrijf. Het ontwikkelde een technologie om op zeer kleine schaal en toch economisch haalbaar bio-LNG te maken. Maar inmiddels is het bedrijf doorgegroeid naar een allround bio-LNG-expert, met stevige ambities.

Het doel is om in 2025 meerdere installaties met een totale capaciteit van 25 kiloton bio-LNG operationeel te hebben. De eerste fabriek van Nordsol in Amsterdam, met een capaciteit van ongeveer 3,4 kiloton bio-LNG per jaar, staat er al. Een tweede fabriek in Wilp gaat in 2023 ongeveer 2,4 kiloton bio-LNG per jaar produceren. En zo moeten er nog veel meer installaties volgen.

Het concept van de eerste twee fabrieken is ongeveer hetzelfde. In beide gevallen is er een afvalverwerker die biogas levert en een energiebedrijf dat bio-LNG afneemt, met Nordsol als schakel daartussen. ‘Die twee werelden zijn compleet verschillend’, vertelt Léon van Bossum, commercieel directeur van Nordsol. ‘Wij zagen een paar jaar geleden al snel in dat het lastig zou worden onze technologie in zo’n onvolwassen markt te zetten. We moesten die twee werelden met elkaar verbinden, zelf lef tonen en een belangrijke rol als schakel gaan spelen om de bio-LNG-markt in beweging te krijgen.’

Prijsgarantie

Aan de vraag ligt het niet, de energiewereld zit te springen om bio-LNG, stelt Van Bossum. ‘Elektrisch rijden gaat met zwaar lange-afstandtransport niet. Dan ben je een te groot deel van je laadcapaciteit kwijt aan batterijen. Misschien gaat in de toekomst waterstof nog een rol spelen, maar op dit moment is bio-LNG een goed alternatief voor diesel.’

Nordsol stapte daarom eerst naar energiebedrijven toe en vond Shell bereid om als launching customer een lange termijn afnamecontract te garanderen. ‘Shell zag in dat het nodig was om een garantie te geven en ook risico naar zich toe te trekken om op die manier toegang te krijgen tot bio-LNG. Zo kwam de onzekerheid van die nieuwe markt niet bij de biogasproducent te liggen, en ook niet bij ons.’

Léon van Bossum: ‘We moesten twee werelden met elkaar verbinden, zelf lef tonen en een belangrijke rol als schakel gaan spelen om de bio-LNG-markt in beweging te krijgen.’

Vervolgens kon Nordsol met een prijsgarantie naar de biogas-producenten toe, waaronder Renewi. Deze afvalverwerker had lange tijd haar biogas omgezet in elektriciteit, maar het oude subsidieregime voor warmtekrachtkoppeling liep bijna af. Het bedrijf stond voor de keuze: gaan we er groengas van maken of bio-LNG? ‘We gaven aan dat we een lange termijn prijsgarantie kunnen geven, eigenlijk net zoals met de subsidietrajecten. Bovendien namen wij zelf de verantwoordelijkheid voor de technologie. Dit businessmodel zorgde ervoor dat Renewi, Shell en Nordsol bij elkaar zijn gekomen. En dat we de allereerste bio-LNG-plant van Nederland konden realiseren.’

Optimaliseren

De fabriek in Amsterdam is in vijftien maanden gebouwd en werd vorig jaar in oktober opgestart. ‘Natuurlijk kom je met zo’n eerste plant nog problemen tegen die je moet oplossen, maar het was mooi om te zien dat het proces functioneert. En vooral dat er een hoogwaardige kwaliteit bio-LNG uit komt. Shell heeft bepaalde eisen waar de brandstof aan moet voldoen en we zien dat de kwaliteit daar ver boven ligt.’

Nordsol is het proces nog altijd aan het optimaliseren. ‘Daarvoor hebben we zeer geavanceerde plant information software geïnstalleerd, die gebruikelijk is in de olie- en gasindustrie op heel grote plants.’ Van Bossum lacht: ‘We kunnen daarmee ook op onze kleine postzegel-plant alle data analyseren en dat helpt ons om het proces verder te optimaliseren. Waar kan het nog slimmer, nog efficiënter?’

De tweede fabriek van Nordsol in Wilp gaat vanaf 2023 ongeveer 2,4 kiloton bio-LNG per jaar produceren.

Die kennis neemt het bedrijf mee naar een tweede project in Wilp. Daar vormt Nordsol eveneens de schakel, in dit geval tussen afvalverwerker Attero en energiebedrijf Titan. Met Titan als lange termijn afnemer van het geproduceerde bio-LNG maakt Nordsol meteen het palet van brandstoffen voor zwaar transport compleet. Want waar Shell zich met de geproduceerde bio-LNG richt op wegtransport, gaat Titan het straks leveren aan de scheepvaart.

Gigantisch grote vergister

Een heel andere insteek krijgt de samenwerking met DBG Bio Energy. Dit bedrijf bouwt in Delfzijl een fabriek die afval uit de papierindustrie gaat omzetten in onder andere bio-LNG. Het heeft vertrouwen in de bio-LNG-markt en wil het stuur zelf in handen hebben, stelt Van Bossum. ‘DBG neemt alleen de technologie om biogas om te zetten in bio-LNG bij ons af, en bovendien alle kennis om het project mogelijk te maken. Die kennis hebben we opgedaan omdat we eerder de verantwoordelijkheid hadden genomen voor het eerste project in Amsterdam. En daar kwam heel veel bij kijken, want we waren op allerlei vlakken de eerste: met vergunningen, regelgeving, veiligheidseisen en accijnzen.’

Nordsol is voor DBG Bio Energy dus meer dan alleen een technologieleverancier. ‘Al in het voortraject zijn we nauw betrokken en we helpen ook met regelgeving en de afzet van de bio-LNG. Maar dat doen we dan als partner, niet als mede-eigenaar van de installatie.’ DBG Bio Energy mikt naar eigen zeggen op een capaciteit van 15 kiloton bio-LNG per jaar en wil eind 2022 de productie opstarten. ‘Ze gaan in Delfzijl een gigantisch grote vergister plaatsen. Dus dat betekent dat we meerdere installaties naast elkaar moeten zetten om die capaciteit te kunnen leveren. Het grote voordeel van meerdere procestreinen is dat je de beschikbaarheid hoog houdt. Je hebt dan immers redundancy en hoeft niet alles stil te leggen als je een keer onderhoud hebt.’

Verstoring

Verdere groei voorziet Nordsol voorlopig vooral in Nederland. ‘We willen verantwoord groeien. In eerste instantie richten we ons daarom op de Nederlandse markt, want er zijn hier veel vergisters en er is ook een sterke vraag naar bio-LNG. Datzelfde zien we overigens ook in Duitsland, dus we zitten daar met sommige projecten ook al in een early phase. Daarnaast kijken we naar België om zelf projecten te ontwikkelen. Maar we zijn eveneens in gesprek met partijen buiten deze drie landen want er is veel interesse voor de technologie. Dat zouden vergelijkbare projecten als met DBG Bio Energy kunnen worden.’

Léon van Bossum: ‘Wij hebben onze technologie volledig afgestemd op de specifieke karakteristieken van biogas.’

De enige verstoring in het lange termijn groeiproces ziet Van Bossum in Duitsland, waar een aantal partijen centrale vervloeiingsfabrieken bouwt. Deze maken op grote schaal bio-LNG door gas uit het aardgasnet te halen en om te zetten in bio-LNG. Dit gas bestaat voor het overgrote deel uit administratief vergroend aardgas en een klein deel groengas dat op andere plaatsen is geïnjecteerd. Hoewel het geen echte bio-LNG is die ze maken, klopt het op papier wel. ‘Nou is Duitsland een enorm grote markt, dus er is voldoende vraag naar bio-LNG. Maar het is voor ons een verstoring want nu blijven sommige bedrijven die biogas produceren deze ontwikkeling afwachten, terwijl wij eigenlijk willen versnellen.’

Het lijkt een prima manier om snel grote hoeveelheden bio-LNG te genereren en zo de markt tot wasdom te brengen, maar Van Bossum heeft moeite met de kromme logica erachter. ‘Wat je eigenlijk met zo’n centrale vervloeiing doet, is dat je eerst biogas opschoont naar 95 tot 97 procent methaan. Vervolgens meng je er stikstof bij om laagcalorisch gas te krijgen en dat injecteer je in het aardgasnetwerk. Op een centrale locatie haal je dan weer gas uit het netwerk om het opnieuw te gaan reinigen. Er zit vocht in, hogere koolwaterstoffen en ook de stikstof moet eruit. En je werkt met aardgas wat vergeleken met biogas best wel een vies complex gas is. Je reinigt dus dubbel en je hebt ingewikkeldere technologie nodig om al die componenten er weer uit te halen.’

Karakteristieken

Gas van goede kwaliteit opschonen, vervuilen en daarna weer opschonen, staat ook haaks op de filosofie van Nordsol. ‘Je wilt de energie in biogas zo efficiënt mogelijk omzetten in een vorm die het meest waardevol is voor de energietransitie. Daarom hebben wij onze technologie juist volledig afgestemd op de specifieke karakteristieken van biogas. Er zijn namelijk grote verschillen tussen biogas en aardgas. Zoals gezegd is de compositie van aardgas vele malen complexer dan die van biogas. Eigenlijk is biogas een veel puurdere gasvorm. Een ander belangrijk verschil is dat biogasproductie per locatie aanzienlijk kleiner in capaciteit is dan aardgasproductie. Bovendien schommelt de capaciteit van een vergister, afhankelijk van welke feedstock er binnen komt. Het is geen stabiele productie, zoals bij een aardgasbron. Ook de economische huishouding is compleet verschillend. Ten opzichte van aardgas is biogas een kostbaar product. Het is zonde om dat te gebruiken als energiebron van je proces, dus energieverliezen willen we absoluut voorkomen.’

Koelmedium

In plaats van domweg de bekende processen in de fossiele industrie te downscalen, heeft Nordsol daarom een proces ontworpen dat helemaal is geoptimaliseerd voor verwerking van ruw biogas uit een vergister. Dit bestaat grof gezegd voor zestig procent uit methaan en veertig procent uit CO2. Een voorbehandeling haalt er nog wat onzuiverheden uit, afhankelijk van wat de feedstock is. Daarna volgt het hoofdproces: het scheiden van het methaan en de CO2. Dit is dezelfde membraantechnologie die wordt toegepast om groengas te maken. ‘Het verschil is echter dat wij dit opwaarderingsproces heel nauwkeurig kunnen doen. Met onze gepatenteerde technologie kunnen we een heel hoog methaangehalte uit die membraantechniek halen. Waar je normaal gesproken tussen de drie en zeven procent CO2 in het productgas overhoudt, houden wij nog maar een paar honderd ppm aan CO2 over.’

De tweede stap is het vervloeien, waarbij het gas in een warmtewisselaar eerst heel gecontroleerd wordt gekoeld zonder de faseverandering naar een vloeistof. Het gas komt hierdoor in de zogenaamde superkritische fase. ‘Speciaal voor deze stap maken we het methaan tijdens het opwaarderingsproces zo extreem schoon. We willen namelijk voorkomen dat er componenten in het gas zitten die eerder uitvriezen, want dan krijgen we verstoppingen in de warmtewisselaar. Pas na de warmtewisselaar, als we van druk afgaan en het gas flashen, wordt het vloeibaar. Ook daarmee voorkomen we dat er verstoppingen ontstaan en houden we de uptime van de plant zo hoog mogelijk. De afwezigheid van vloeistoffen in de warmtewisselaar zorgt voor het uitblijven van sterke temperatuurgradiënten en dus minder risico van materiaalmoeheid en lekkages.’

Bijzonder is dat Nordsol bij het vervloeien methaan gebruikt als koelmedium. ‘We koelen dus methaan met methaan. Het voordeel daarvan is dat je op die manier dezelfde koelcurves hebt wat resulteert in minder energieverlies. Het is een heel efficiënte manier van koelen en zorgt ervoor dat ons energieverbruik aanzienlijk lager is dan dat van vergelijkbare processen in de markt. Bovendien kunnen we bij schommelende productievolumes het koelmedium gemakkelijk bij- en afschakelen, we produceren het immers zelf. Los daarvan, een van de grote voordelen van het proces is ook dat het een geheel continu proces is, wat leidt tot een continue biogasinname zonder flaring.’

Keuze

Renewi en inmiddels ook Attero zijn de eerste industriële vergisters die de technologie en het businessmodel van Nordsol hebben omarmd. En Van Bossum verwacht dat andere vergisters zullen volgen. ‘Oorspronkelijk werd alle biogas via een warmtekrachtkoppeling omgezet in elektriciteit. De afgelopen tien jaar is een deel van de vergisters overgestapt op de productie van groengas, dat ze injecteren in het aardgasnet. Maar er zijn ook veel vergisters die nog in het oude subsidieregime van warmtekrachtkoppeling zitten. Die lopen binnen een aantal jaren uit de subsidie en staan net als Renewi voor de keuze: zetten we ons biogas om in groengas of in bio-LNG? Dat zijn de partijen waar wij ons het meest op richten.’

 

Groengas versus bio-LNG
De beste manier om het zware lange afstand transport te verduurzamen, is door biogas om te zetten in bio-LNG, stelt Van Bossum. ‘Als je in die sector met een volledig groen product komt ten opzichte van diesel, creëer je ontzettend veel groenwaarde. Vergelijk dat met verduurzaming van het aardgasnetwerk. Dan maak je alleen de stap van grijs gas naar groen gas. Wij proberen in een keer de stap van diesel naar bio-LNG te krijgen, met als transitiebrandstof LNG.’
Daarnaast heeft bio-LNG een sociale waarde, vindt Van Bossum. ‘Groengas is een SDE-subsidievariant. Ons model is erop gericht onafhankelijk te zijn van dit soort subsidies.’ En dat kan, want de vraag naar bio-LNG is groot, stelt Van Bossum. ‘De biovariant is nu misschien nog nieuw, maar de infrastructuur rond LNG is al dertig jaar in ontwikkeling. Er zijn inmiddels heel wat vrachtwagens die op LNG rijden en er is ook al een flink aantal tankstations in Europa waar LNG kan worden getankt. De markt is er en groeit bovendien hard. Combineer dat met de vraag naar een honderd procent groene variant, dan leidt dit ook financieel tot een betere waardering van bio-LNG ten opzichte van groengas.’

De pas geopende fabriek van Nordsol in Amsterdam heeft inmiddels ook de eerste commerciële lossing van bio-LNG achter de rug. Uit de analyse voorafgaand aan de verlading bleek dat de kwaliteit van het bio-LNG uitstekend is. Naar verwachting gaat de nieuwe installatie zo’n 3.400 ton bio-LNG per jaar produceren.

De bio-LNG-installatie van Nordsol is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen Renewi, Shell en Nordsol. De drie initiatiefnemers hebben elk hun eigen aandeel in de productie van biobrandstof. Renewi zamelt in heel Nederland organisch afval in, zoals verlopen producten uit supermarkten. De recycler verwerkt het afval en zet het om in biogas. De nieuwe bio-LNG-installatie van Nordsol werkt het biogas vervolgens op tot bio-LNG. Dit scheidingsproces vereist geen warmte of chemicaliën, is energie-efficiënt en maakt compacte installaties mogelijk. Tot slot stelt Shell de bio-LNG beschikbaar aan haar klanten bij LNG-tankstations in Nederland.

Zelfbedieningsproces

De installatie is ontworpen voor 24/7 onbemand bedrijf en bewaking op afstand. Het lossen is dan ook een zelfbedieningsproces dat wordt uitgevoerd door de chauffeur van de brandstoftruck, niet door gespecialiseerde operators. Dit is een van de zeer innovatieve aspecten van de bio-LNG-installatie.

Tankopslagbedrijf VTTI neemt het bio-energieproject in Tilburg over van Re-N Technology Group. In 2023 wil het bedrijf een nieuwe biogasinstallatie hebben gebouwd.

De nieuwe installatie krijgt een capaciteit van 17 megawatt en genereert onder meer 23 miljoen kubieke meter biogas per jaar. De installatie verwerkt organisch afval en nevenstromen met een anaeroob vergistingsproces. Een deel van het biogas wordt opgewerkt tot groen gas dat aan het net wordt geleverd. Een ander deel gebruikt VTTI om de installatie van stroom te voorzien en als warmte om het afval van de installatie verder te verwerken tot organische meststoffen.

VTTI ziet de overname van het project als een nieuwe stap doordat ze de markt voor groen gas betreedt. Het bedrijf zegt dat de overname perfect past in zijn strategie om zijn productportefeuille te diversifiëren, en om actief te werken aan hernieuwbare energieoplossingen.

De stikstofproblematiek leek de plannen van Stercore om een biogasfabriek te bouwen in Emmen te dwarsbomen. De Provincie Drenthe lijkt nu alsnog overtuigd dat de fabriek geen negatieve impact heeft. De vergunning is in aantocht. 

Het Drentse Stercore wil groen gas en biogebaseerde carbon produceren uit hernieuwbare grondstoffen zoals mest en digestaat uit co-vergisters. Het groene gas wil ze vervolgens leveren aan het naastgelegen Emmtec-industrieterrein of op het gasnetwerk. De CO2 die bij het productieproces vrijkomt, wordt vloeibaar gemaakt en geleverd aan de glastuinbouw. Lees hier in een uitgebreid artikel wat het bedrijf doet.

Berekeningen

Nadat er vorig jaar  januari één bezwaar was gekomen op de aanvraag van de vergunning heeft Stercore extra informatie aangeleverd. Vervolgens liet de publicatie van de vergunning op zich wachten. Lang genoeg om in de stikstofdiscussie te worden getrokken toen halverwege afgelopen jaar de PAS werd ingetrokken.

Bij de eerste vergunningsaanvraag voor de fabriek had Stercore ingezet op 0,05 mol stikstofdepositie per hectare per jaar (N/ha/jaar). Op het gebied van de stikstofdepositie zaten ze toen goed, want onder de PAS hoefden bedrijven die daaronder zaten geen vergunning aan te vragen op dat gebied. Een bijdrage onder de 1 mol N/ha/jaar moest er melding van maken en voor een bijdrage van meer dan 1 mol N/ha/jaar was een vergunning vereist.

Volgens berekeningen van adviesbureau Tauw heeft het bedrijf nog maar een hele geringe stikstofuitstoot. Tauw kwam zelfs  uit op 0,00 mol stikstofdepositie per jaar op het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, dat zeven kilometer verderop ligt.

Verstrekking

De provincie Drenthe ontving de nieuwe informatie van Stercore. Zij gaf in eerste instantie echter aan dat ze de berekeningen niet goed kon controleren. Inmiddels is dat wel gedaan en de provincie lijkt de berekeningen over te nemen. Niets lijkt de verstrekking van de vergunning nu nog in de weg te staan.

Nu alle vergunningen rond zijn, is het de planning dat de bouw van een  grootschalige biogasinstallatie op Chemelot begin 2020 aanvangt. Zitta Biogas kan dan eind 2021 of begin 2022 de installatie opstarten. Inmiddels is het bedrijf begonnen met het intekenen van de benodigde mest.

De installatie gaat zevenhonderdduizend ton mest per jaar verwerken. Daarvan maakt Zitta Biogas Chemelot ongeveer zestig miljoen kubieke meter biogas, met daarnaast nog gedroogde mestkorrels en zuiver water. Het bedrijf werkt met langjarige overeenkomsten. Daardoor is de leverancier gegarandeerd van een continue afname van zijn mest, jaarrond, tegen een vast tarief.

OCI Nitrogen wordt afnemer van het biogas voor de productie van ammoniak en kunstmest. En levert restwarmte die nodig is om de biogasinstallatie efficiënter te laten draaien. Zitta Biogas gebruikt de restwarmte voor het op temperatuur houden van de vergisters en voor het drogen van het digestaat tot organische mestkorrels. Dit verbetert de efficiency van de installatie aanzienlijk ten opzichte van conventionele biogasinstallaties.

Twaalf vergisters

De vergisting vindt plaats in twaalf vergisters met een totaalvolume van 84.000 kubieke meter. Omdat reststromen worden verwerkt tot organische mestkorrels, worden alle nutriënten uit de mest in geconcentreerde vorm beschikbaar gemaakt voor de landbouw. Zo wordt er 4,5 miljoen kilo fosfaat als droge meststof geëxporteerd naar landen die om fosfaat verlegen zitten. Ook wordt ongeveer twee miljoen kilo stikstof afgevangen en opgewerkt tot geconcentreerde vloeibare kunstmest.

Zitta Biogas Chemelot is opgericht door Re-N technology. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de ontwikkeling en exploitatie van biogasinstallaties. Het exploiteert in Sterksel al een biogasinstallatie en zal verantwoordelijk zijn voor zowel de ontwikkeling en de realisatie als de exploitatie van de biogasinstallatie op Chemelot in Geleen.

Zitta Biogas Chemelot kan verder met haar plannen voor een grootschalige biogasinstallatie in Geleen nu een SDE+ aan het project is toegekend. De installatie krijgt een capaciteit van 700.000 ton dierlijke meststoffen per jaar en kan daaruit ongeveer 60 miljoen kubieke meter biogas produceren, met daarnaast nog gedroogde mestkorrels en zuiver water.

Zitta Biogas Chemelot is opgericht door Re-N technology. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de ontwikkeling en exploitatie van biogasinstallaties. Het exploiteert in Sterksel al een biogasinstallatie en zal verantwoordelijk zijn voor zowel de ontwikkeling en de realisatie als de exploitatie van de biogasinstallatie op Chemelot in Geleen.

OCI Nitrogen wordt afnemer van het biogas voor de productie van ammoniak en kunstmest én levert restwarmte die nodig is om de biogasinstallatie efficiënter te laten draaien. De restwarmte wordt gebruikt voor het op temperatuur houden van de vergisters en voor het drogen van het digestaat tot organische mestkorrels. Hiermee wordt de efficiency van de installatie significant verbeterd ten opzichte van conventionele biogasinstallaties.

Haalbaarheid

De vergisting vindt plaats in twaalf vergisters met een totaalvolume van 84.000 kubieke meter. Omdat reststromen worden verwerkt tot organische mestkorrels, worden alle nutriënten uit de mest in geconcentreerde vorm beschikbaar gemaakt voor de landbouw. Zo wordt er 4,5 miljoen kilo fosfaat als droge meststof geëxporteerd naar landen die om fosfaat verlegen zitten. Ook wordt ongeveer twee miljoen kilo stikstof gevangen en opgewerkt tot geconcentreerde vloeibare kunstmest.

De Provincie Limburg heeft al een omgevingsvergunning verleend aan het project. De haalbaarheid was onder andere nog afhankelijk van de zogeheten Stimulering Duurzame Energie (SDE+). De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kende deze subsidie eind juni vorig jaar niet toe, maar heeft die beslissing herzien omdat de financiële haalbaarheid van de plannen inmiddels beter onderbouwd is. Zitta Biogas Chemelot kan met de toekenning van de SDE+ weer verder met de ontwikkeling van het project. Een definitieve investeringsbeslissing volgt nog.

De subsidie die OCI Nitrogen samen met Re-N Technology had aangevraagd voor de realisatie van een grootschalige biogasinstallatie is niet toegekend. De fabriek zou worden gebouwd in Geleen, met een capaciteit van 700.000 ton dierlijke meststoffen per jaar. De installatie zou daaruit ongeveer 40 miljoen kubieke meter biogas produceren voor de kunstmestproductie van OCI Nitrogen.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft de SDE+ regeling niet toegekend. Niet alleen OCI Nitrogen en Re-N Technology, maar ook Provincie Limburg, Chemelot en de betrokken veehouders vinden dit besluit jammer. Alle partijen zijn het erover eens dat de toezegging van subsidie noodzakelijk is om het project verder te kunnen ontwikkelen. OCI Nitrogen beraad zich nu op een mogelijk vervolg.

Lees hier meer over het project.

 

Het Goudse chemiebedrijf Croda heeft de Responsible Care-prijs gewonnen omdat ze maximaal heeft nagedacht over hoe de reststroom glycerine efficiënt benut kan worden. Door het project ‘Quarterback’ heeft Croda deze afvalstroom volledig opgeheven en ingezet als energiedrager voor de vergisting van biogas. Het bedrijf werd hiervoor op 1 juni beloond met de Responsible Care-prijs van de VNCI.

Het project is slim opgezet, het is integraal aangepakt en ondersteund door het moederbedrijf. Een enthousiast, mooi voorbeeld van nadenken vanuit de eigen keten. De besparing is relatief klein, maar een goed voorbeeld van Responsible Care. Het project heeft geleid tot 14 procent waterbesparing voor het bedrijf als geheel en een 6,5 procent CO2-reductie. Bovendien vindt er circa 7700 ton minder glycerinetransport per jaar plaats. Positief is ook het belang dat het bedrijf hecht aan het erbij betrekken van de lokale omgeving: aan de bewoners is zorgvuldig uitgelegd wat er in het proces ging veranderen.

De jury is onder de indruk van het project. Juryvoorzitter Gert-Jan de Geus: ‘Croda werkt hard aan het neerzetten en tonen van leiderschap in het kader van Responsible Care. Het project is een goed voorbeeld waarin het langetermijndenken heeft geresulteerd in een project met een langere terugverdientijd, maar met ondersteuning vanuit corporate en de vasthoudendheid van de projectleiding en directie resulteert in een uitstekend RC-project.’

Over de Responsible Care-prijs

De VNCI reikt de Responsible Care-prijs jaarlijks uit aan het meest inspirerende en aansprekende project uit de Nederlandse chemische industrie. Het winnende project moet zorgen voor een substantiële verbetering van prestaties voor veiligheid, gezondheid, milieu, duurzaamheid of ketenbeheer, de kernwaarden van het Responsible Care-programma. De winnaar dingt ook mee naar de internationale Responsible Care Award van Cefic.