De energietransitie vraagt om goed opgeleide jonge mensen met een brede blik. Zij staan straks in het oog van de industriële transformatie. Denk bijvoorbeeld aan Paco Rutten die zich bij ISPT onder andere bezig houdt met de elektrificatie van de industrie en circulaire grondstoffen. Tijdens de opening van het iLinqs-festival op 22 juni deelt hij zijn visie en zijn drive.

Volgens Paco Rutten gaat de industrie er in de toekomst echt anders uitzien. ‘Een belangrijk deel van de installaties worden vervangen door nieuwe veel duurzamere fabrieken. Die bijvoorbeeld elektrisch aangedreven worden.’

Professionele vaardigheden

Paco Rutten voelt sterk de uitdaging van de transitie. Hij wil daar graag ook onderdeel van zijn. ‘Door in deze sector bezig te zijn, kan ik er aan bijdragen.’

Hij neemt ook deel aan het Nationaal Energie Traineeschip. Elke vrijdag komen young professionals van verschillende werkgevers bij elkaar voor trainingen, excursies, presentaties van experts en meer. Ze worden getraind in professionele vaardigheden en ze leren vooral ook veel van elkaar.

Energiebalans

Trainee Paco Rutten leert door het netwerk ‘de complexiteit van de energietransitie respecteren. Dat gebeurt vanzelf als je elke vrijdag mensen treft die in een ander domein van de transitie werken. Denk bijvoorbeeld aan RVO of een waterschap. Zij maken ook deel uit van de totale energiebalans. Bij ISPT krijg ik een slechts een deeltje mee.’

iLinqs

Tijdens het iLinqs festival op 22 en 23 juni 2022 vieren we de industrie in de Onderzeebootloods in Rotterdam.  Het wordt tijd om de industrie in het spotlicht te zetten als stabiele, creatieve en vooral ook aantrekkelijke sector voor nieuwe generaties. Daarom nemen Industrielinqs en iTanks het initiatief om samen met verschillende andere partners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, de VNCI en Deltalinqs het eerste Festival van de Industrie te organiseren: iLinqs.

Schrijf hier kosteloos in voor het festival.

 

Het Noord-Brabantse Pyrochem-project wil de chemische recycling van plastic afval en de pyrolyse van andere reststromen optimaliseren en opschalen. De ambitie: vanaf 2030 jaarlijks één miljoen ton afvalplastic verwerken tot nieuwe grondstoffen voor de chemische industrie.

Plastic afval dat nu niet geschikt is om te recyclen, is vaak te vervuild of bestaat uit meerdere lagen. Alleen al in Nederland verbrandt men daardoor jaarlijks 629 kiloton plastic afval. In het Pyrochem project ontwerpt Waste4ME een demonstratiefabriek met een capaciteit van 35 kiloton. Daarnaast ontwikkelen de projectpartners een Waste2Chem open innovatiecluster. Hier kunnen MKB’ers tegen gunstige voorwaarden gebruik maken van de faciliteiten en het netwerk van de Pyrochem projectpartners. De partners van het Pyrochem project willen vanaf 2030 jaarlijks één miljoen ton plastic chemisch recyclen tot waardevolle grondstoffen. Dat reduceert elk jaar 1,7 miljoen ton CO2-equivalenten en bespaart 550 kiloton aan aardolie.

Samenwerking

Port of Moerdijk biedt een locatie voor vestiging van pyrolyse-installaties op commerciële schaal. Waste4ME maakt een ontwerp voor de proeffabriek en test vijf afvalstromen afkomstig van afvalverwerker Renewi. Van der Kooy deelt zijn faciliteiten en kennis rond het recyclen van oliën en vetten. De Green Chemistry Campus legt de verbinding met het circulaire ecosysteem in de regio. En biedt een locatie voor pyrolyse-activiteiten op demoschaal. De Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) ontwikkelt het innovatiecluster en Avans Hogeschool biedt kennis op het gebied van pyrolyse en Life Cycle Analysis.

Het Pyrochem project heeft een waarde van 2,9 miljoen euro.

 

Zes projecten in Zuid-Holland krijgen zeven miljoen euro subsidie uit het EU herstelfonds. Alle zes projecten richten zich op circulaire chemie in het Rotterdamse havengebied.

Een van de projecten is dat van Asbetter Acids. Deze start-up bouwt een demonstratiefabriek die 60.000 ton asbestcement dakplaten gaat verwerken en tegelijkertijd 170.000 ton industriële restzuren neutraliseren. Uit de reststromen worden zo veel mogelijk materialen teruggewonnen voor bijvoorbeeld de cement- en betonindustrie. Het ontwerp voor de demofabriek die in Rotterdam komt te staan, moet in september 2022 gereed zijn. Daarna volgt de aanbesteding voor de bouw van de fabriek. Het project vergt een investering van 60 tot 70 miljoen euro.

Lignine-olie

Ook is er subsidie voor Vertoro, met haar tien kiloton demofabriek in de haven van Rotterdam. Deze fabriek gaat lignine-houdende biomassa omzetten in cellulose, suikers en zogenoemde Goldilocks. Dit laatste is een ruwe lignine-olie en een alternatief voor aardolie. Met de demofabriek wil Vertoro de opschaling demonsteren van een continu productieproces. Het is de cruciale tussenstap naar een later te bouwen commerciële fabriek. Vertoro wil de nu verkregen twee miljoen subsidie gebruiken voor de engineering, vergunningen en het grondwerk van deze fabriek van 250 kiloton per jaar. Deze gaat zo’n 125,000 ton Goldilocks-olie produceren, en daarnaast 50,000 ton cellulose-ethanol. De demofabriek moet in 2023-2024 klaar zijn. Daarna volgt rond 2025-2026 de opschaling van de demofabriek naar 250.000 ton met extra modules.

Recycling turbinebladen

Een ander project dat subsidie heeft gekregen, is van Circular Recycling Company. CRC zet een supply-chain op voor vezel versterkt thermohardend composiet. Denk daarbij aan turbinebladen van windmolens, boten en interieurs van treinen. Aan het einde van hun levensduur zijn deze producten door hun gemengde samenstelling moeilijk te recyclen. CRC wil ze als grondstof laten dienen voor nieuwe producten. Een recycling plant op Maasvlakte II gaat dit realiseren. Deze fabriek gaat zowel technieken voor mechanische als chemische recycling combineren.

HDPE-reststromen

OBBOTEC gaat met de subsidie onder andere een installatie bouwen die 1 kiloton vervuilde HDPE-reststromen opwerkt tot schone, kleurloze gerecyclede HDPE-korrels. Dit doet het bedrijf met selectieve plastic extractie. Dit SPE-proces zit tussen mechanische en chemische recycling naar monomeren in. Het is eigenlijk een geavanceerde vorm van chemische recycling omdat polymeren intact blijven. Met de technologie worden reststromen van plastics opgelost en vervuilingen door filtratie en wasstappen verwijderd.

Vervuild slib

Het vijfde project is gericht op het verwerken van vervuild slib uit de Rotterdamse haven én overblijfselen van huishoudelijk afval. Xirqulate maakt er een grondstof van waar de keramische industrie bakstenen mee kan produceren. Het bedrijf werkt nog aan een proof of concept op praktijkschaal.

Ook Xycle/Harbour Oil gaat met de subsidie werken aan een gedetailleerd procesontwerp. Het wil met een veelbelovende technologie plastics verwerken die moeilijk of niet mechanisch te recyclen zijn. Het gaat dan om maritieme plastics, gemengde en vervuilde kunststoffen en meerlaagse voedselplastics. Xycle/Harbour Oil voorziet een procesinstallatie op praktijkschaal in het Haven Industrieel Complex in Rotterdam.

Foto: Paul Nettles

Shell en Enerkem vormen het  langverwachte waste-to-chemicals-project  om tot waste-to-jet. Door toekomstige overheidsdoelstellingen en toenemende vraag naar duurzame brandstoffen voor de luchtvaart besluiten de bedrijven hiertoe, samen met  Port of Rotterdam.  Ook Air Liquide participeert in het project als leverancier van industriële gassen.

Vooral een combinatie van de technologieën is veelbelovend. Het proces van Enerkem creëert ultra-schoon syngas uit afval. De Fischer-Tropsch-technologie van Shell kan dit syngas weer opwaarderen tot duurzame vliegtuigbrandstof.

2025/2026

De vergunningsaanvraag voor het herziene project moet eind 2021 worden ingediend. Indien goedgekeurd zal de productie starten in 2025/26.

 

Met Diederik Samsom zit sinds een jaar een echte bèta op één van de belangrijkste Europese stoelen. Een prima timing ook. Het momentum voor een stevig Europees klimaatbeleid lijkt beter dan ooit. Het gaat goed met offshore-wind en waterstof komt er aan. Alleen lijkt de circulaire economie een decennium achter te lopen. ‘Ik wacht nog op een gevoel van urgentie.’ Diederik Samsom is 8 december een van de sprekers in de openingstalkshow van de European Industry & Energy Summit 2020.

Je kunt zeggen dat Diederik Samsom als kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans voor het eerst in zijn loopbaan direct aan de knoppen zit. ‘Dat klopt inderdaad,’ reageert hij. ‘Ook vroeger bij Greenpeace dachten we veel verschil te maken, maar dat konden we niet van dag tot dag vaststellen. Het was altijd even afwachten wat ons effect zou zijn.’ En ja, hij heeft korter geleden een grote rol gehad als partijleider van de PvdA bij het tot stand komen van kabinet Rutte II. Maar hij verkoos toen om zelf in de kamer te blijven, als fractievoorzitter.

Nu in zijn huidige rol als kabinetschef kan hij zelf architect zijn van de Europese Green Deal, samen met Timmermans. En ook daadwerkelijk het beleid uitvoeren. ‘Zelden heb ik op een plek gezeten waar ik zoveel verschil kon maken.’

Vergroening en modernisering

De timing lijkt haast perfect. ‘Laten we eerlijk zijn. Klimaatbeleid is twintig jaar lang sappelen geweest. Mijn hele volwassen leven heb ik me leren voorbereiden op uitstel, teleurstelling en tegenslag. De afgelopen tijd – zeg de laatste vijf jaar – is dat echt veranderd.’ Een combinatie van drie factoren spelen daarbij een rol. ‘Zo is er het laatste decennium sprake van versnelde innovatie. Denk aan offshore-wind, zonne-energie, elektrische auto’s en dus ook batterijtechnologie. Ik verwacht dat de versnelling het komende decennium doorzet. Komende tien jaar zou zo maar het decennium van innovatie kunnen worden.’

Daarnaast is volgens Samsom het maatschappelijke klimaat veranderd. ‘Met name onder invloed van jongeren. De beweging rond Greta Thunberg heeft zich echt verbreed en genesteld in de samenleving.’ Én we zijn in Europa veel beter geworden in samenwerken, stelt hij. ‘Ondanks al het gemopper. Als je kijkt hoe de financiële crisis van 2009 werd bestreden, dan herinneren we ons allemaal het gedoe met Griekenland. En de ellende die we met elkaar hadden. Nu is de opdracht vele malen groter. Een herstelpakket voor heel Europa. Dat heeft in juni ook echt vier dagen van de regeringsleiders gevraagd, maar toen was het ook geregeld. Een ongekende extra investering, die ook richting vergroening en modernisering van de samenleving gaat.’

Elon Musk

Dat is allerminst vanzelfsprekend. De vraag is meermalen gerezen: Is de huidige crisis goed of juist slecht voor de nodige transitie? Samsom is optimistisch. Het is nu echt anders. ‘Er was al eens eerder een maatschappelijke opleving van klimaaturgentie. Vlak voor de financiële crisis. Aangezwengeld door Al Gore, met An Unconvenient Truth. Ik was toen Kamerlid en dacht echt: nu gaat het gebeuren. Maar toen viel Lehman Brothers om. We werden eerst afgeleid door de kortetermijnnoodzaak om de crisis te repareren. Daarna kwamen er ook – vooral nationale – herstelpakketten. Daar zat wel veel groene retoriek in, maar geen echte actie.’

SamsomHet ontbrak vooral aan de mogelijkheden. ‘Herstellen doe je via businesscases. Offhore-wind was in die tijd nog stervensduur. Datzelfde gold voor zonne-energie en alle andere innovatieve technologie. De eerste tien jaren van deze eeuw waren op het vlak van innovatie buitengewoon teleurstellend. Die hebben eigenlijk alleen de iPhone opgeleverd.’

In het tweede decennium is een enorme inhaalslag gemaakt. ‘De Chinezen zijn als een malle gaan investeren in zonne-energie. Dat leverde een kostencurve op die adembenemend stijl naar beneden liep. Elon Musk heeft zich enorm kwaad gemaakt over de auto-industrie en heeft met Tesla iets bijzonders neergezet. En in Europa is offshore-wind veel betaalbaarder geworden.’

Extra impulsen

De ontwikkelingen in Amerika en China lijken grootser dan in Europa. Waarom zijn hier geen bedrijven als Tesla die de boel kunnen opschudden? ‘De structuur van de Europese samenleving is gewoon anders. Waarin je wel gelukkiger kunt zijn dan elders in de wereld. Dat blijkt uit alle onderzoek. Daar zou ik zeker geen afscheid van nemen. Dat betekent wel dat rechttoe-rechtaaninnovatie hier minder gemakkelijk vorm krijgt. Vergeet niet: China is een land met de omvang van een continent, met een doorzettingsmacht zonder weerga. Het kan innovatie er gewoon doorheen duwen. Amerika heeft een ondernemersklimaat dat bedrijven oplevert met de grootte van een continent. Denk bijvoorbeeld aan de big four, Apple, Google, Amazon en Facebook.’

Toch is Samsom optimistisch over de kracht van Europa. ‘We zitten er tussenin met een uniek model van losse landen en met bedrijven van een bescheidener omvang. Offshore-wind is hier toch van de grond gekomen. En met batterijen gaat het ook goed. De European Battery Alliance levert al de eerste resultaten op. Dat kunstje willen we ook herhalen met waterstof. Daarom zetten we nu vol in op elektrolyzer-technologie. Europa heeft zich wel gerealiseerd dat haar model veel extra inspanning vereist om tot resultaten te komen. Vanuit de Green Deal geven we daar extra impulsen aan.’

Alert blijven

Samsom is erg blij met de plannen van Europese gastransportbedrijven om een continentale waterstofruggegraat aan te leggen. Dat kan voor driekwart bestaan uit huidige aardgasverbindingen. ‘Als je bestaande gasleidingen kunt refitten om er grote hoeveelheden waterstof door te transporteren, maak je een enorme stap. Voordeel van waterstof ten opzichte van elektriciteit is dat je het gemakkelijker kunt opslaan en goedkoper over lange afstanden kunt transporteren. Maar, je moet het nog wel maken.’

Diederik Samsom: ‘Klimaatbeleid is twintig jaar lang sappelen geweest. De afgelopen tijd is dat echt veranderd.’

Samsom – van huis uit natuurkundige – is techneut genoeg om zich niet in kritiekloos optimisme mee te laten sleuren. ‘Op het vlak van groene waterstofproductie zijn er nog twee belangrijke uitdagingen. Er moet elektrolyzer-technologie komen en de prijs van groene stroom moet omlaag. Dat laatste loopt inmiddels als een zonnetje. In Portugal maken ze nu al zonnestroom voor 1,7 cent per kilowattuur. Al drie maal zo goedkoop als elektriciteit uit de goedkoopste fossiele centrale. En de prijs daalt nog steeds. Dan ga je concurreren met aardgas. Maar er moet nog wel het een en ander gebeuren. Bedrijven moeten wel zelf de investeringen doen. Als Europa willen we ze dan graag ondersteunen.’

Helemaal als bedrijven en landen gaan samenwerken. ‘Het lijkt me niet verstandig als 27 landen het allemaal zelf gaan doen. Maar met waterstof kan het hard gaan als landen als Frankrijk en Duitsland gaan samenwerken, zoals nu op het gebied van waterstof. Nederland en België kunnen beter maar alert blijven, hoewel de ligging straks natuurlijk veel voordelen kan opleveren.’

Suf

Overigens ligt niet alle focus van Europa op groene waterstof. ‘We houden eveneens gasreforming in combinatie met CCS (blauw) op de radar en ook bijvoorbeeld methaanpyrolyse (turquoise). Het afvangen van en opslaan van CO2 is misschien niet de meest elegante methode, maar ik denk dat we het wel nodig hebben. Er is zoveel koolstof in de lucht geschoten dat we ook negatieve emissies nodig hebben.’

Al met al wel heel veel aandacht voor waterstof. ‘Ook bij waterstof loert de hype om de hoek. In de hypecurve zit ook een ontluisteringsfase. Die kan tot de ondergang leiden van een veelbelovende technologie. Hier in Brussel lopen gelukkig veel experts rond. Die laten zich echt niet gek maken. Waterstof is gewoon een goed sluitstuk in een energievoorziening die steeds meer is gebaseerd op stromingsbronnen. Bovendien is waterstof een waardevolle basisgrondstof voor de chemie.’

In de industrie is al een markt voor waterstof en die groeit alleen maar. ‘Dat waterstof een grote toegevoegde waarde in de industrie heeft, is evident.’ Daar liggen de grotere  mogelijkheden dan bijvoorbeeld in de bebouwde omgeving. ‘Als natuurkundige ga ik ook altijd uit van de exergie van een brandstof. Met waterstof kan je duizend graden Celcius maken. Je kunt er een raket mee naar de maan sturen. Dan is het suf om met zo’n gigantische brandstof een kamer op twintig graden te brengen. Daar zijn andere oplossingen veel beter geschikt voor. Bijvoorbeeld restwarmte van vijftig graden.’

Urgentie

Met Diederik Samsom zit een echte bèta – zo blijkt maar weer – op een van de belangrijkste Europese stoelen. Minder uniek dan het klinkt. ‘In en rond de Europese Commissie wemelt het van de expertise. Daar was ik echt positief door verrast. Met Den Haag is er nog een ander verschil. Afwezigheid van hijgerigheid maakt het een stuk gemakkelijker om gestaag door te werken en goed werk te leveren. Ik hoef niet meer constant over mijn schouder te kijken of ergens een been is uitgestoken of een camera is opgesteld.’

Meer tijd voor de echte inhoud dus. ‘Daarbij komt dat de Green Deal verder strekt dan alleen energie. De Deal gaat ook over biodiversiteit, natuur, landbouw en andere vervuilingen dan alleen de emissie van CO2. We maken integrale plannen. Ik weet zeker dat de chemie daar ook behoefte aan heeft. Daardoor wordt het beleid ook bestendiger. Omdat alles elkaar dan niet bijt, maar juist versterkt.’

Onderdeel is ook het grondstoffenvraagstuk, waaronder het recyclen van materialen. ‘Heb je oneindig veel energie tot je beschikking, dan kun je alle plastics weer terug stampen tot de originele chemische bouwstenen. Maar dat is niet zo. Vol overgave richten we ons daarom ook op andere routes om plastics te hergebruiken, zonder dat we ze helemaal afbreken. Dan maak je een veel kortere bocht.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

Samsom

Diederik Samsom: ‘Ik heb nog steeds het idee van een vergadering die bijna is afgelopen, als iemand zijn vinger opsteekt en vraagt: moeten we ook nog iets met circulaire economie?’

Nog steeds wordt slechts een klein deel van de kunststoffen hergebruikt. ‘Ik denk dat de circulaire economie een decennium achterloopt op duurzame energie. Ik wacht nog op een gevoel van urgentie. Het lijkt een vergadering die bijna is afgelopen, en dat iemand zijn vinger opsteekt en vraagt: moeten we ook nog iets met circulaire economie? En dat dan iedereen snel zijn koffer pakt. “Volgende keer gaan we het er over hebben.” Ik hoop dat de chemie en andere betrokken sectoren het been ook hier snel bijtrekken. Zoals dat al wel gebeurt op het vlak van energie-efficiëntie, verduurzaming en bijvoorbeeld elektrificatie.’

Haasje-over

Een onderdeel van de Green Deal is ook dat er een CO2-heffing komt aan de buitengrenzen. Met haar systeem voor emissiehandel is Europa al strenger dan de rest van de wereld. ‘Tot nu toe hebben we daarom in het ETS-systeem vrije rechten toegekend aan Europese bedrijven. Dat is goed voor het gelijke speelveld met bedrijven van andere continenten die producten importeren. Maar niet goed voor het klimaat. Daarom gaan we het nu omdraaien. De producenten buiten Europa moeten aan de Europese eisen voldoen. Zo niet, dan moeten ze een CO2-heffing betalen op te importeren producten. Natuurlijk zijn ze daar niet blij mee aan de andere kant van het water. Maar ik vind ook dat Europa iets minder naïef moet worden.’

Ook heeft hij de klachten uit de industrie wel gehoord. Kan dit de export schaden? ‘Europa loopt op veel terreinen voor in de wereld. Op het gebied van milieu, veiligheid, arbeidsomstandigheden en meer. Regelmatig heeft dat tot discussies geleid met bedrijven. Maar elke keer zijn we er ook uitgekomen. Dus daar maak ik me geen grote zorgen over. Het is juist de bedoeling dat de rest van de wereld ook volgt. Zoals zo vaak.’

Als afzonderlijke landen, zoals Nederland, ook nog afzonderlijke CO2-heffingen willen invoeren, vindt Samsom prima, maar misschien niet nodig. ‘Nederland wil met een extra CO2-heffing een verschil dichten. Ze wil 49 procent CO2-reductie in 2030 terwijl de Europese Unie op veertig procent koerste. Maar inmiddels heeft Europa haasje-over gedaan naar 55 procent. Wel kan Nederland volgend jaar al beginnen, terwijl de invoering in Europa – zoals vaak – meer tijd nodig heeft. Koplopers zorgen er vaak voor dat anderen volgen.’

European Industry & Energy Summit 2020

Tijdens European Industry & Energy Summit 2020 op 8 en 9 december zenden wij uit vanuit vier studio’s: Amsterdam, Eemshaven (Groningen Seaports), Rotterdam (Plant One Rotterdam) en Geleen (Brightsite Chemelot Campus).  We bespreken thema’s als Europese plannen, waterstof, infrastructuur, innovatie en systeemintegratie. Verschillende partners presenteren in side-events hun visie op onderwerpen als CCUS, elektrificatie, elektrochemie, energiebesparing- en opslag, en veel meer.

Inschrijven voor de livestreams is kosteloos (pay as you like).

Om een circulair initiatief in de chemische industrie te starten, heeft Bilfinger Tebodin deelgenomen aan het project “THRIVE”. In de loop van het vorige jaar werkten consultants en ingenieurs van Bilfinger Tebodin samen met promovendi van verschillende universiteiten in Nederland. Zij wilden een circulair initiatief creëren en uitvoeren in de Nederlandse chemische industrie: Changing the Chemical Industry – Barriers for Green Behaviour.

THRIVE en Bilfinger Tebodin begonnen met het identificeren van de barrières voor de Nederlandse chemische industrie om circulair te gaan. Ze hebben diepteinterviews gehouden met 22 chemische bedrijven. De gegevens die deze interviews opleverden vormden de basis voor een platform ontwikkeld waarop chemische bedrijven elkaar kunnen vinden. Op dit platform kunnen de bedrijven gegevens uitwisselen en kennis delen op gebied van circulaire aspecten van productie en processen. Ook kunnen ze om samenwerken aan circulaire initiatieven en synergiën  creëren.

De volgende stap is het implementeren van het platform. Er worden hierover gesprekken gevoerd.

Hoewel ik de wereld van de chemie nu al bijna een decennium heb verlaten, blijf ik het chemielandschap afturen naar evoluties. De voorbije maanden is de chemie blijkbaar drukdoende met een positionering in het denken en communiceren over de transitie naar de circulaire economie.

En daar wordt op ingespeeld. Donderdag 19 april organiseert Industrielinqs een congres rond Het Nieuwe Produceren met accent op ‘upcycling’ en een week later roept de Belgische chemiesector haar leden samen voor het jaarevent rond het thema ‘circulaire economie’.

Futuristisch

Circulaire economie is vooralsnog een mooie, maar ook nastreefbare droom. Stellen we ons eens voor dat we nauwelijks nog grondstoffen moeten ontginnen om blijvend producten te maken die onze wereldgemeenschap dienstig zijn. Het moet een droom zijn voor onderzoekers om daar aan mee te sleutelen. Gelukkig, en dat pleit voor de sector, heeft de chemie niet gewacht op studiedagen om de hand aan de spreekwoordelijke ploeg te slaan. Het is overigens al langer dat het kringloopidee werd verwoord. Eerst schuchter in het Brundtlandrapport van 1987 waarbij voor het eerst de duurzaamheidsgedachte werd verwoord. In 2002 lanceerden William McDonough en Michael Braungart hun cradle-to-cradle-concept. Ze formuleerden het in een boek met de toen nog futuristische titel Remaking the way we make things.

Openheid

Vandaag is hun concept onderwerp van tal van studies en initiatieven zowel binnen de chemische ondernemingen als ertussen. Ook in Vlaanderen is het besef dat de chemie voor een enorme transitie staat al van voor 2010 gegroeid. In stilte is in 2016 de speerpuntcluster voor chemie en kunststoffen Catalisti gelanceerd als een samenwerkingsverband tussen overheid, ondernemingen en onderzoeksinstellingen, waaronder de belangrijkste Vlaamse universiteiten. Zelf noemen ze dat een ‘triple helix’, Wim Raaijen zou spreken van een proactieve coalitie voor industriële innovatie.

Catalisti ontstond uit de eerder opgezette competentiepools of de platforms Flanders Innovation hub for Sustainable Chemistry en Flanders’PlasticVision. Daar werden de samenwerkingsmogelijkheden afgetoetst en die hebben geleid tot Catalisti waarin nu zo’n honderd bedrijven, vijf Vlaamse universiteiten en onderzoekinstellingen uit diverse sectoren strategisch samenwerken volgens het ‘open innovatie’-principe, waarbij kennis wordt gedeeld over de bedrijfsgrenzen heen. Er is bewust gekozen voor die openheid, omdat de opgave die moet leiden tot de circulaire economie zo immens groot is dat alleen kennisdeling die verre horizon van een andere economie dichterbij kan brengen.

Realisatie

In 2017 heeft Catalisti al zeventien onderzoeksprojecten opgestart die onder meer te maken hebben met klimaatverandering, stoffenvalorisatie en biobased economie. Met twee initiatieven haalde het cluster de Vlaamse pers. In december 2017 is het SPICY-project gelanceerd (Sugar-based chemicals and Polymers through Innovative Chemocatalysis and engineered Yeast). Doel is de chemische industrie voorzien van nieuwe of betere processen om suikers te transformeren in verbindingen met toegevoegde waarde. De komende vier jaar – en daarvoor zijn overheidsgelden ter beschikking gesteld – zullen de universiteiten van Leuven, Gent en Hasselt samenwerken met VITO (Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek), VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) en Bio Based Europe Pilot Plant. In de adviesraad van dit project vinden we zowel chemie- en biotechbedrijven als voedingsproducenten. En dat is op zich al een doorbraak.

Het tweede project dat de pers haalde, was de opstart eind maart van een pilootlijn voor het hergebruik van zacht PU-schuim uit matrassen. Daarvoor heeft Recticel, Belgische producent van isolatiematerialen, zijn Sustainable Innovation Departement ingezet. Catalisti speelde bijna letterlijk de katalysator tussen textiel- en chemiebedrijven, machinebouwers en onderzoekers. Misschien is het hergebruik van matrassenvulling als geluidsisolatiemateriaal nog niet de echte circulaire economie, maar het valoriseert stoffen die tot nu toe op de afvalberg terecht kwamen. Of ikzelf nog de realisatie van de circulaire economie zal meemaken, is zeer de vraag, want snel zal het niet gaan. De cirkel is een mooi, maar door de perfectie ook geen makkelijk figuur. Al heb ik ook de transitie meegemaakt van de analoge naar de digitale wereld in amper enkele decennia.

Unilever gaat samen werken met startup Ioniqa en PET-producent Indorama om PET-afval weer om te zetten in zuivere plastic bouwstenen. Voor gebruik in voedselverpakkingen.

Ioniqa ontwikkelde een gepatenteerde technologie dat al het PET‐afval – waaronder ook gekleurde verpakkingen – kan omzetten in zuivere plastic grondstoffen. De technologie heeft de proeffase goed doorstaan. Onder andere in een proefinstallatie bij Plant One in Rotterdam. De technologie wordt nu door diverse bedrijven getest.

Eindeloos

PET wordt veel gebruikt voor de productie van plastic verpakkingen. Wereldwijd wordt ongeveer twintig procent van dit materiaal gerecycled. De rest wordt verbrand, belandt op de vuilstortplaats of in de natuur. Unilever is een samenwerking aangegaan met PET-fabrikant Indorama en Ioniqa, een spin-off van de Technische Universiteit Eindhoven, om dit probleem aan te pakken.

De technologie van Ioniqa breekt PET-afval, zoals gekleurde flessen tot basismoleculen af, waarbij de kleur en andere verontreinigende stoffen worden verwijderd. Vervolgens zet Indorama de moleculen in haar fabriek van Indorama weer om in zuivere plastic grondstoffen. Als de testen op industriële schaal goede resultaten opleveren, kan in de toekomst al het plastic worden hergebruikt voor de productie van hoogwaardige voedselverpakkingen. De drie samenwerkende bedrijven denken dat deze volledig circulaire oplossing een industriële transformatie teweeg kan brengen. De nieuwe technologie kan eindeloos worden toegepast.

Transformatie

In 2017 heeft Unilever toegezegd dat tegen 2025 al haar plastic verpakkingen herbruikbaar, recyclebaar of composteerbaar zullen zijn. Chief R&D Officer David Blanchard Met de nieuwe samenwerking wil Unilever een nieuwe duurzame verpakkingsoplossing dichterbij brengen. Chief R&D Officer David Blanchard: ‘We streven ernaar enkel verpakkingen te creëren die passen binnen een circulaire wereld. Deze innovatie is met name bijzonder, omdat het een oplossing biedt voor een van de grootste hedendaagse uitdagingen: het geschikt maken van alle soorten gerecycled plastic voor het verpakken van voedsel. Het volledig circulair maken van de PET‐stroom zou immers een grote mijlpaal zijn in het vervullen van deze ambitie. Niet alleen Unilever zou hierbij gebaat zijn; het zou een transformatie betekenen van de gehele industrie.’

Circulair materiaal

Tonnis Hooghoudt, oprichter en CEO van Ionica is ook verheugd met de samenwerking: ‘Zo kunnen we onze unieke oplossing voor PET‐plastic opschalen. Via onze samenwerking kan de innovatieve technologie van Ioniqa het PET‐afval daadwerkelijk omzetten in een circulair materiaal dat zijn waarde behoudt na gebruik door de consument.’

Meer over Ioniqa

Rubia 100% Natural Colours vestigt zich op de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom. Het bedrijf produceert natuurlijke kleurstoffen voor de tapijt-, textiel-, en kledingindustrie en heeft een gepatenteerde technologie ontwikkeld om kleuren uit planten te halen. Op de Campus wil Rubia 100% Natural Colours samen met het Kleuren Applicatie Centrum (KLAC) van Avans Hogeschool en ROC West-Brabant nieuwe, innovatieve technieken ontwikkelen.

Rondom Steenbergen telen boeren in opdracht van Rubia 100% Natural Colours planten als meekrap en wouw. Deze planten, die hier van oudsher al worden verbouwd, bevatten natuurlijke kleurstoffen die het bedrijf er met een gepatenteerd proces uit haalt.

De CO2-footprint van Rubia 100% Natural Colours is positief – tijdens het proces waarin de kleurstoffen worden geproduceerd, wordt er meer CO2 geabsorbeerd dan dat er vrij komt. Daarnaast is de product life cycle volledig circulair. Het bedrijf werkt volgens het Cradle to Cradle principe en behaalde in 2012 het C-2-C certificaat.

Het studententeam TU/ecomotive van de TU Eindhoven heeft een volledig circulaire auto ontwikkeld. Vorige week presenteerde het team het ontwerp voor deze wagen, Noah genaamd. De auto wordt vervaardigd uit recyclebare materialen die makkelijk kunnen worden gescheiden.

TU/ecomotive ontwikkelt elk jaar een innovatieve elektrische auto. Het chassis, carrosserie en interieur van Noah worden volledig gemaakt van bio-based materialen. De auto zal rond de driehonderdvijftig kilo gaan wegen en heeft plek voor twee personen. Noah wordt elektrisch aangedreven met zes modulaire batterijen die makkelijk kunnen worden vervangen en opgeladen. Noah kan een snelheid behalen van ongeveer 100 kilometer per uur en heeft een bereik van 240 kilometer. Met de auto wil het team laten zien dat circulariteit in complexe producten niet slechts toekomstmuziek is maar vandaag de dag al kan worden toegepast. Aan het einde van zijn levenscyclus is Noah volledig recyclebaar.

Keuring

Het team legt dit jaar extra focus op het ontwerp van de auto en rijervaring. Noah wordt daarom ook een zogenoemde connected car. Dit houdt in dat het voertuig kan worden geopend met een mobiel door de ingebouwde NFC scanners en hierdoor direct alle voorkeuren van de bestuurder kan instellen. Dit maakt Noah geschikt voor carsharing, iets dat het team ziet als een noodzaak voor de toekomst van mobiliteit.

Om Noah een echte auto te noemen laat TU/ecomotive hem ook keuren door de RDW. Tijdens deze keuring wordt de auto onder andere beoordeeld op degelijkheid en veiligheid voordat hij op de openbare weg mag. Het team werkt samen met de RDW tijdens het ontwerp- en productieproces om de kans op problemen tijdens het testen te minimaliseren.

Tijdens een evenement in de zomer van 2018 gaat het team met Noah door Europa trekken om de auto te laten zien aan het grote publiek.