De bedrijven op Chemelot hebben vorig jaar hun totale broeikasgasemissie met zeven procent verlaagd van 5,66 naar 5,24 megaton CO₂-equivalenten bij gelijkblijvende productie. Fibrant leverde hieraan een belangrijke bijdrage via een substantiële lachgasreductie. Omdat deze investering medio vorig jaar is afgerond, zal het effect daarvan ook nog merkbaar zijn in een verdere reductie in 2022.

Ten opzichte van ijkjaar 1990 namen de emissies af met 27 procent. Sinds 1990 nam de bedrijvigheid op Chemelot echter toe. Gecorrigeerd voor deze toename daalde de emissie per eenheid geproduceerd product met veertig procent.

Lachgas

Caprolactam-producent Fibrant investeerde vorig jaar 42 miljoen euro in verlaging van de lachgasuitstoot. Bij verbranding van ammoniak in de nitrietfabriek kwam lachgas vrij en ook de HSO en HPO-fabrieken produceerden als bijproduct Stikstofoxide (lachgas). Lachgas is een 265 keer sterker broeikasgas dan kooldioxide.

Nieuwe katalysatoren ontbinden het broeikasgas nu in stikstof en zuurstof. Om dat mogelijk te maken investeerde het bedrijf in nieuwe reactoren en een nieuw proces regeneratieve thermische oxidatie genaamd.

Het milieujaarverslag 2021 van Chemelot met deze en andere informatie wordt begin juni gepubliceerd.

Bij een rondje langs de duurzame investeringsplannen van een aantal grote petrochemische bedrijven viel me een aantal dingen op. Ten eerste willen er nog weinig als petrochemisch bedrijf te boek staan, maar worden ze liever energiebedrijf genoemd. Misschien aanvullend aan die bevinding: ze waren nog heel petrochemisch. Want hoewel het indrukwekkend is hoeveel tijd en geld de industrie besteedt aan waterstof, biobrandstoffen en CCUS, de investeringen in zowel fossiele upstream- als downstream-activiteiten waren minstens zo groot. Ook niet heel gek als olieprijzen de pan uitrijzen en overheden met de handen in het haar zitten vanwege krapte op de gasmarkt.

Ten tweede viel de diversiteit aan oplossingen voor dat ene grote klimaatprobleem op. Bedrijven zetten voorzichtige passen richting elektrificatie, het aantal circulaire projecten lijkt wel de afvalstromen te overtreffen en emissiearme producten hebben echt een green premium gekregen. In alle plannen speelt groene waterstof wel een of andere rol.

Meebetalen

Voor het Eemsdeltavisie congres (4 november, CIC Farmsum) kozen we voor het thema ‘truth or dare’. De industrie wordt uitgedaagd om sprongen vooruit te maken zonder soms maar ook te weten waar ze uiteindelijk landt. Je kunt nog zulke mooie vergezichten schetsen, de dagelijkse werkelijkheid is soms wat weerbarstiger. Eigenlijk is er maar één ding zeker: niet alle mooie plannen slagen. En dat kan de industrie er eigenlijk niet bijhebben, gezien het wankele imago.

Ik sprak er onlangs nog over met een Nederlandse politicus, die bij veel Kamerleden een aversie proefde tegen de industrie. De volksvertegenwoordigers luisteren, zoals het hoort, naar hun achterban. Maar die achterban weet ook niet goed wat ze wil. Eigenlijk weten veel partijen vooral wat ze níet willen. Geen windturbines in de tuin, geen biomassa in de centrales en geen emissies, van welke aard dan ook, van de industrie. Ga dan maar eens vertellen dat Tata Steel straks alle extra windenergie zal opsouperen als de staalgigant overstapt op groene waterstof. Goed nieuws natuurlijk voor de directe omgeving van de hoogovens, maar de rest van Nederland zal zich afvragen waarom ze daar aan meebetalen.

Keuzes maken

Aan de andere kant framen veel Kamerleden technische oplossingen als panacee. Kernenergie, liefst een thoriumcentrale, de waterstofeconomie of zelfs kernfusie lossen de klimaatcrisis wel op. Allemaal afleiding om de echte grote keuzes door te schuiven naar de volgende generatie.

Het eerlijke verhaal voor de petrochemische industrie is dat ze keihard haar best doet om het CO2-schip te keren. Maar dat de wereld tegelijkertijd in paniek raakt als de energieprijzen verachtvoudigen. De wereld zal langzaam aan het idee moeten wennen dat de goedkope energiebronnen die het klimaat bedreigen plaatsmaken voor op het oog duurdere alternatieven. Wind en zon zijn dan wel gratis, wind- en zonne-energie zijn dat verre van. Aan de andere kant: reken maar eens uit wat klimaatadaptatie kost.

Verduurzaming en decarbonisatie hebben baat bij hoge energie­prijzen, maar zoals nu blijkt, zitten daar ook grenzen aan. Een aantal grote energieverbruikers schroeft de productie noodgedwongen terug of stopt zelfs geheel tot de prijzen weer op concurrerend niveau zitten. Met als gevolg dat dezelfde productie verschuift naar concurrenten in gebieden met minder stringente CO2-normen.

De werkelijkheid is dat er niet één oplossing is voor de energie- en grondstoffentransitie. En dat er weinig revoluties geweldloos verlopen. Het is de vraag welke industriële of politieke ‘influencers’ durven op te staan om dit eerlijke verhaal te vertellen. Het is misschien niet de mooiste boodschap, maar dan kunnen er wel keuzes worden gemaakt. Welke negatieve gevolgen die keuzes ook mogen hebben: niks doen levert meer problemen op.

 

Wegens vakantie van hoofdredacteur Wim een commentaar van collega David van Baarle. Reageren? david@industrielinqs.nl

Het chemiecluster onder de vlag van North Sea Port heeft vergaande plannen om zijn CO2-emissies stevig terug te dringen. Zeeland Refinery zit misschien het meest aan de voorkant van de fossiele keten, maar doet aan ambities niet onder voor de rest. ‘Koolwater­stoffen hebben we nog lang nodig’, zegt energy transition manager Koen van Leuven. ‘Maar dan wel van biogene of circulaire bronnen. De beschikbaarheid van groene waterstof is daarbij essentieel.’

Het zal geen verbazing wekken dat de vijf Nederlandse chemieclusters op hun eigen manier bezig zijn met de transitie van fossiele brand- en grondstoffen naar emissieloze alternatieven. Afhankelijk van de geografie en het soort processen binnen de clusters zijn er wel degelijk verschillen te vinden in aanpak. Zo ook voor North Sea Port, het cluster dat zich uitstrekt over Zeeland, West-Brabant en sinds niet al te lange tijd ook Gent.

De drie grootste Nederlandse bedrijven in het gebied, Dow Terneuzen, Yara Sluiskil en Zeeland Refinery in Vlissingen-Oost, zijn van oudsher sterk fossiel gedreven. En eerlijk gezegd blijven ze dat nog wel even. De bedrijven hebben zich wel gecommitteerd aan de Europese emissie­doelstellingen voor 2030 en 2050 en zien met name oplossingen in schoon fossiel, groene waterstof en elektrificatie. De samenwerking van de bedrijven in Smart Delta Recources (SDR) leidde al tot uitwisseling van waterstofgas tussen Dow naar Yara. Maar de plannen voor de nabije en verre toekomst gaan veel verder.

Slagen maken

Koen Van Leuven van Zeeland Refinery vertegenwoordigt misschien we de meest hard to abandon industrietak: raffinage. Toch is het niet voor niets dat hij drie jaar geleden is aangesteld als energy transition manager. ‘Het klinkt misschien raar om een raffinaderij in stand te houden in een economie waar fossiele brandstoffen worden uitgefaseerd’, zegt Van Leuven. ‘Maar ik denk dat we onze assets nog lang kunnen blijven inzetten voor de verwerking van alternatieve brandstoffen van biogene oorsprong of gerecyclede koolwaterstoffen. Tot die tijd is het voor ons vooral de uitdaging om onze bestaande processen zo energie-efficiënt mogelijk te maken en de eigen emissies zoveel mogelijk terug te dringen.’

Van Leuven merkt dat de aandacht voor CO2-reductie bij de aandeelhouders TotalEnergies en Lukoil snel is gegroeid. ‘Met ETS-prijzen boven de zestig euro per ton worden de businesscases voor verduurzaming al heel wat realistischer. Maar we verwachten dat die prijs nog wel eens stukken hoger kan worden. Voor de haalbaarheid van onze interne projecten rekenen we al met prijzen tot honderd euro. Als andere grote mondiale uitstoters zoals de Verenigde Staten en China vergelijkbare maatregelen nemen, trekken we het mondiale speelveld gelijk en kunnen we in Europa snel grote slagen maken.’

zeeland refinery

Koen Van Leuven (Zeeland Refinery): ‘We onderzoeken tegelijkertijd de haalbaarheid van een 150 megawatt elektrolyzer.’

Hydrocracker

De site lijkt in ieder geval op papier een voorsprong te hebben. Ondanks dat de plant alweer 47 jaar geleden is gebouwd, is het een van de jongste Europese raffinaderijen. Die ‘jonge’ leeftijd maakt het ook een van de meest energie-efficiënte raffinaderijen, wat nog eens werd versterkt door een investering in een derde hydrocracker reactor. Van Leuven: ‘Dankzij die derde reactor verlengen we niet alleen de standtijd van de hydrocracker, maar besparen we ook behoorlijk wat energie. Door de nieuwe configuratie is het namelijk mogelijk de kraker op lagere temperatuur te bedrijven, wat gunstig is voor de levensduur van de katalysator, maar dus ook voor het energieverbruik. Inmiddels hebben we de nodige aanpassingen gedaan om eventuele uitkoppeling van restwarmte uit onze installaties mogelijk te maken. Als er partijen opstaan die een nuttige toepassing hebben voor deze warmte, kunnen we ze redelijk eenvoudig aankoppelen.’

Waterstof

Energie-efficiency mag een belangrijke pijler zijn in de trias energeticas, het is niet genoeg om de emissiedoelstellingen te halen. ‘We ontkomen er niet aan om ook schoon fossiel in te zetten in onze processen’, vervolgt Van Leuven. ‘Een hydrocracker gebruikt nu eenmaal veel waterstof, wat tot nu toe de grijze variant is. Via steam methane reforming maken we een syngas dat we vervolgens scheiden in waterstof en kooldioxide. Deze CO2 kunnen we ook afvangen en transporteren en opslaan. Inmiddels hebben we daarvoor vergevorderde plannen, met als werktitel Azur. Het project voorziet in het cryogeen afvangen van CO2 uit rookgassen middels toepassing van de door Air Liquide ontwikkelde Cryocap­technologie. Belangrijk verschil met de eerder traditionele afvangtechnologie op basis van bijvoorbeeld amine-absorptie is dat bij de regeneratie van het amine veel energie in de vorm van stoom nodig is. De cryogene technologie kan volledig elektrisch verlopen, zodat het proces geen extra directe emissies oplevert. Bijkomend voordeel is dat de CO2 daarbij vloeibaar wordt, wat het eenvoudiger maakt om het per schip of vrachtwagen te transporteren. Studies hebben uitgewezen dat het voorlopig niet rendabel is om een pijpleiding aan te leggen in ons gebied. Om het gas dan toch te kunnen afvoeren en offshore ondergronds op te slaan, moeten we het verzamelen en afvoeren. Dat kan dan alleen maar met vloeibare CO2.’

Methanol

Hoewel blauwe waterstof een aanzienlijke bijdrage levert aan emissiebeperking van de raffinaderij is het volgens Van Leuven slechts een tussenstap op het verduurzamingspad dat is ingeslagen. ‘We onderzoeken tegelijkertijd de haalbaarheid van een honderdvijftig megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof. Om de ontwikkelingen omtrent de opkomende waterstofeconomie te faciliteren, is het zinvol om een regionale waterstofbackbone aan te leggen die later kan worden gekoppeld aan nationale of internationale waterstofnetwerken. Zo kunnen we produceren voor zowel eigen gebruik als voor de bedrijven in de omgeving. Overigens hebben ook Air Liquide in Terneuzen en Yara in samenwerking met Ørsted in Sluiskil plannen voor elektrolyzers zodat we een robuust systeem krijgen waar we elkaar kunnen versterken. Want we hebben in de toekomst veel waterstof nodig.’

zeeland refinery

Van Leuven: ‘De overheid kan de energietransitie zeker versnellen met specifieke financiële steun voor waterstof.’

CCS is niet het einddoel. Van Leuven: ‘Met een toenemend aanbod van groene waterstof wordt het ook aantrekkelijker om de kooldioxide te gebruiken als basis voor de productie van bijvoorbeeld methanol. Maar ook als we biogene of circulaire grondstoffen gaan inzetten, hebben we veel waterstof nodig. De plannen liggen dan ook al klaar om de productie van groene waterstof op te schalen. Natuurlijk moeten we daarbij wel de businesscase in de gaten houden. Grof gezegd is het prijsverschil tussen grijze en blauwe waterstof een factor twee, terwijl het verschil tussen grijs en groen een factor vier is. Nu helpt een hogere ETS-prijs wel mee, maar als de overheid serieus is met haar ambities kan ze de energietransitie zeker versnellen met specifieke financiële steun voor waterstof.’

Grensoverschrijdend

Steun krijgt Zeeland Refinery zeker vanuit de twee aandeelhouders. ‘Zowel TotalEnergies als Lukoil zien de site in Zeeland als een pioniersraffinaderij voor de energie- en grondstoffentransitie. Beide bedrijven zijn zich terdege bewust van het feit dat de hele raffinaderij­branche moet veranderen, wil ze significant blijven. Zeker tot 2030 zal met name het zware transport en vliegverkeer nog koolwaterstoffen gebruiken omdat er niet veel alternatieven zijn. Maar met groene ammoniak of wellicht toch elektriciteit komen die er wel aan. We moeten die tijd dan ook gebruiken om onze site langzaamaan richting andere producten te verschuiven, zoals grondstoffen voor de productie van kunststoffen of chemicaliën. Als we dat doen op basis van biogene grondstoffen, vergt dat wel weer extra investeringen in de voorbehandeling van de koolwaterstoffen. Gewassen zijn nu eenmaal complexer dan aardolie en sommige stoffen moet je er uit halen voordat je ze bijvoorbeeld in de kraker voedt. Maar het voordeel van een relatief kleine raffinaderij is dat je snel kunt aanpassen aan dit soort veranderende marktomstandigheden.’

Tegelijkertijd ziet het bedrijf steeds meer grensoverschrijdende samenwerkingen. Want waar Yara eerst alleen kunstmest produceerde, begeven ze zich nu mondiaal ook richting de energiemarkt. Van Leuven: ‘We kunnen dat als bedreiging zien, maar ik denk dat we juist veel aan elkaar kunnen hebben om voldoende volume te krijgen voor een volwassen waterstofmarkt. Hetzelfde geldt voor Dow en ArcelorMittal. We werken al allemaal samen in Smart Delta Resources en vinden steeds meer van dit soort grensoverschrijdende samenwerkingen.’

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt 6,8 miljard euro vrij voor extra CO2-reductie om de klimaatdoelen in het vizier te houden. Tegelijkertijd wil ze ETS-plichtige bedrijven verplichten energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend.

De afgelopen jaren nam het kabinet forse maatregelen en kondigde nieuwe maatregelen aan om de CO2-uitstoot te verminderen. Desondanks is een extra inspanning nodig om de doelstelling van 49 procent broeikasgasreductie in 2030 (t.o.v. 1990) in het vizier te houden. Daarom investeert het kabinet 6,8 miljard euro extra in klimaatmaatregelen zonder lastenverzwaringen.

Extra CO2-reductie in de industrie

De industrie mag vanaf 2050 bijna geen schadelijke stoffen meer uitstoten. Het kabinet werkt aan maatregelen om de emissies, zoals de uitstoot van lachgas, naar beneden te brengen. Ook breidt het kabinet de plicht om energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, uit naar grote industriële (ETS-)bedrijven. Er worden middelen vrijgemaakt zodat gemeenten en omgevingsdiensten de handhaving van deze plicht kunnen verbeteren.

1,3 miljard voor toekomstige energie-infrastructuur

De overheid wil dat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Infrastructuur voor schone energie is hiervoor essentieel. Daarom reserveert het kabinet 1,3 miljard euro voor energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de klimaat- en energietransitie. Dit bestaat uit subsidie voor een warmtetransportnet in Zuid-Holland. En 750 miljoen euro voor het ombouwen van delen van het bestaande gasnet tot een landelijke ‘Waterstof backbone’ die de Nederlandse industrieclusters verbindt.

Hulp bij verduurzamen

De overheid komt Nederlanders die duurzame keuzes maken tegemoet in de kosten. Daarom worden bestaande subsidieregelingen uitgebreid zodat consumenten een tegemoetkoming van 1000 tot 2100 euro kunnen krijgen voor de aanschaf van een hybride warmtepomp. Ook werkt het kabinet maatregelen uit gericht op extra stimulering van (betaalbare) elektrische auto’s en helpt het kabinet (MKB-)bedrijven bij verduurzaming door de aanschaf van elektrische bestelbussen te subsidiëren. Ook verhoogt het kabinet het budget van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) met drie miljard euro.

ArcelorMittal wil steenkool vervangen door hoogwaardige biokool als grondstof voor zijn staalproductieproces. ArcelorMittal start hiervoor in Gent een proefproject.

Het Nederlandse bedrijf Perpetual Next levert de biokolen dat het produceert met haar hoogtemperatuur torrefactietechnologie. De samenwerking start met een eerste levering van 30.000 ton biokool voor de hoogoven in Gent. Uiteindelijk is de levering opschaalbaar naar 350.000 ton biokool op jaarbasis.

Verdubbeling

Voor de productie van staal worden kolen ingezet, om onder meer ijzer uit ijzererts te halen.De wereldwijde staalproductie in 2020 bedroeg 1,86 miljard ton ruwstaal. Daarvan werd zeventig procent geproduceerd in hoogovens die fossiele steenkool gebruiken. Verwacht wordt dat de vraag naar staal tegen 2050 zal zijn verdubbeld ten opzichte van het huidige niveau. Bij een ongewijzigd beleid leidt dat tot een verdubbeling van de CO2-uitstoot.

Torrefactie

De torrefactietechnologie van Perpetual Next zet biomassa om in biokool met dezelfde eigenschappen als fossiele steenkool. De biomassa is afkomstig uit door FSC-gecertificeerde bossen. De technologie zet de grondstoffen via een thermisch raffinageproces om in biokolen. Hierdoor ontstaat een relatief betaalbare hernieuwbare grondstof met een hoge energiedichtheid. De gepatenteerde technologie is eigendom van Perpetual Next.

 

De CO2-voetafdruk van de supersterke vezel Twaron is 28 procent lager ten opzichte van 2014. Dit blijkt uit een recent uitgevoerde life cycle analysis (LCA), in opdracht van Twaron-producent Teijin Aramid. 

De reductie is volgens Teijin het resultaat van jarenlange focus op duurzaamheid. Vooral procesverbeteringen en de overgang naar honderd procent hernieuwbare elektriciteit, speelden een belangrijke rol.

Europese windenergie

Om de ambitie naar een zero footprint kracht bij te zetten, schafte Teijin Aramid zogenoemde Guarantees of Origin (GO’s) aan. Deze GO’s zijn onderdeel van het Europese Energie Certificaten Systeem (EECS). Met de aankoop van deze GO’s voor Europese windenergie dekt Teijin Aramid honderd procent van het totale verwachte elektriciteitsverbruik van de Nederlandse productielocaties voor 2021.

‘We zijn ervan overtuigd dat we op de goede weg zijn naar een zero footprint in 2050. Door minder energie te verbruiken, te investeren in groene energie en meer te recyclen, dragen we direct bij aan een betere wereld voor toekomstige generaties’, stelt CEO Peter ter Horst

Recycling

Recycling van de aramidevezel is al tientallen jaren een speerpunt van Teijin. Momenteel investeert het bedrijf fors in pilots om de fysische, chemische en mechanische recycling uit te breiden. De productielocaties in Delfzijl, Emmen en Arnhem werken nauw samen om de technologie te verfijnen. De eerste laboratoriumproeven zijn veelbelovend en het is nu tijd om op te schalen naar grotere proeven.

Teijin heeft de ambitie om nog meer materiaal terug te winnen uit de markt, om verbranding en storting van aramide-houdend afval te voorkomen. Dankzij geavanceerde recyclagetechnieken kan de grondstof opnieuw worden gebruikt, waardoor de koolstofvoetafdruk na verloop van tijd nog aanzienlijk wordt verkleind.

Pulp

Elke kilo gerecycled aramide bespaart ongeveer vier kilogram CO2 bij de productie van pulp. Teijin streeft ernaar de cirkel te sluiten met nieuwe logistieke partnerschappen om nog meer materiaal uit de markt terug te winnen.

 

Caprolactamproducent Fibrant stoot sinds woensdag jaarlijks 0,6 megaton CO2-equivalenten minder uit. Dit staat gelijk aan 341.000 personenauto’s. Het Ministerie van EZK hielp Fibrant, als onderdeel van de Urgenda-maatregelen. Met een renteloze lening van 30 miljoen euro maakte ze de verduurzaming van het productieproces versneld mogelijk.

Fibrant, gelegen op de Chemelot site in Sittard-Geleen, is producent van Caprolactam, de grondstof voor nylon. Bij de productie van een kilo Caprolactam komt in Europa gemiddeld 6,5 kilo CO2-equivalentenvrij, waaronder lachgas. Het opwarmend effect van lachgas is 298 keer zo groot als dat van koolstofdioxide. Fibrant investeerde, in samenwerking met voormalig eigenaar DSM, 42 miljoen Euro om de lachgas uitstoot met 75 procent te beperken. Met een carbon footprint van 3,3 kilo CO2-equivalenten behoort Fibrant naar eigen zeggen nu tot de beste van Europa.

Fibrant is onderdeel van industrieterrein Chemelot en versterkt met de reductie de hoofddoelen van de Chemelot-strategie: de meest duurzame, veilige en competitieve materialen- en chemiesite van Europa te worden. De 0,6 megaton aan CO2-equivalenten die Fibrant minder uitstoot, is 10 procent van de totale Chemelot-emissie, 30 procent van de Chemelot-ambitie tot 2030 en ruim 4 procent van de opgave van de totale Nederlandse industrie tot 2030.

Lees later meer over dit project op onze website.

Shell en Enerkem vormen het  langverwachte waste-to-chemicals-project  om tot waste-to-jet. Door toekomstige overheidsdoelstellingen en toenemende vraag naar duurzame brandstoffen voor de luchtvaart besluiten de bedrijven hiertoe, samen met  Port of Rotterdam.  Ook Air Liquide participeert in het project als leverancier van industriële gassen.

Vooral een combinatie van de technologieën is veelbelovend. Het proces van Enerkem creëert ultra-schoon syngas uit afval. De Fischer-Tropsch-technologie van Shell kan dit syngas weer opwaarderen tot duurzame vliegtuigbrandstof.

2025/2026

De vergunningsaanvraag voor het herziene project moet eind 2021 worden ingediend. Indien goedgekeurd zal de productie starten in 2025/26.

 

We moeten niet raar opkijken als Covestro uiteindelijk naast chemieproducent ook een belangrijke recycler wordt. Afvalplastic, biomassa en CO zullen de nieuwe grondstoffen worden voor de chemische industrie. En ook “dead dog” CO2 wordt gereanimeerd.

Een paar jaar geleden baarde Covestro opzien met het gebruik van CO2 als grondstof. In het Duitse Dormagen slaagde het chemiebedrijf erin twintig procent van de grondstof op basis van aardolie te vervangen door kooldioxide voor de productie van grondstoffen voor polyurethaanschuim. Een ultieme vorm van recycling, zo lijkt het.

Verwachtingen

Toch temperde chief technology officer Klaus Schäfer het enthousiasme enigszins in een eerder interview. Zoals het een technicus betaamt. De situatie in Dormagen is uitzonderlijk. Er is veel zuivere CO2 beschikbaar en vooral een overvloed aan energie uit een exotherm proces in een naastgelegen fabriek. “CO2 is een dead dog“, zei Schäfer destijds. Er is een enorme hoeveelheid energie nodig om het weer tot leven te wekken, om er een chemische bouwsteen of brandstof van te maken. En dan moet dat ook nog met de juiste katalysator gebeuren. Volgens de CTO van Covestro moeten we geen overdreven verwachtingen hebben dat de recycling van CO2 op industriële schaal heel snel van de grond zal komen.

Eenvoudiger bouwsteen

Toch zijn er nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld als het gaat om het gebruik van rookgassen uit de staalindustrie. Samen met ArcelorMittal en diverse andere partners, waaronder kennisinstellingen, onderzoekt Covestro de mogelijkheden om koolmonoxide (CO) en kooldioxide om te zetten in chemische bouwstenen. Uit een tussentijds rapport bleek onlangs dat de mogelijkheden veelbelovend zijn. Vooral voor regio’s waar chemische industrie en staalindustrie dicht bij elkaar liggen.

Een andere opvallende conclusie is dat een mengsel van CO, CO2 en waterstof de beste resultaten oplevert. Schäfer, die CO in het eerdere interview had omschreven als een “levendige puppy”, ziet het als een mooi mengsel. ‘Koolmonoxide heeft een veel hoger energieniveau dan kooldioxide en is daarom een veel makkelijker te verwerken chemische bouwsteen. Ik weet dat chemici het anders zouden omschrijven, maar je zou kunnen zeggen dat CO2 energie leent van CO.’

CCS

Het lijkt erop dat Duitse chemiebedrijven zich meer richten op het hergebruik van CO2 dan op ondergrondse opslag, zoals in gasvelden voor de Nederlandse kust. Schäfer is zich ervan bewust dat de situatie grotendeels de oplossingen dicteert. Hij is dan ook minder kritisch over de CCS-plannen van bijvoorbeeld de havens van Rotterdam en Antwerpen. ‘In Duitsland zijn er gewoon minder mogelijkheden, dus moeten we op zoek naar andere oplossingen’, aldus Schäfer.

Levenscyclus

Hergebruik van CO2 is een van de paden die Covestro wil bewandelen om volledig circulair te worden. Die ambitie sprak topman Markus Steilemann vorig jaar al uit. Het chemieconcern wil zijn productiefaciliteiten wereldwijd ombouwen naar alternatieve grondstoffen, zoals biomassa, maar vooral ook kunststofafval en hernieuwbare energie. Uiteindelijk zal Covestro naast producent van chemicaliën ook een innovatieve recycler worden. De producten moeten ook steeds beter worden voorbereid op latere recycling.

Chemische recycling is daarbij een belangrijk speerpunt. Hierbij worden afvalplastics weer afgebroken tot kleinere chemische moleculen. Deze dienen als grondstof voor bestaande chemische processen. In tegenstelling tot mechanische recycling, waarbij de chemische structuur van de polymeren behouden blijft, staat chemische recycling nog in de kinderschoenen.

Maar het is een belangrijke stap in de richting van massale recycling van kunststoffen, stelt Schäfer. Bij mechanische recycling breekt de polymeerstructuur van kunststoffen na een aantal keren af. Bovendien zijn verschillende kunststoffen gewoon niet recycleerbaar. Het voordeel van chemische recycling is dat je kunststoffen terugbrengt tot het oorspronkelijke molecuul of tussenproduct, dat je vervolgens kunt gebruiken als drop-in oplossing in het productieproces. Op die manier kan de levenscyclus van deze producten steeds opnieuw beginnen.

Blockchain

De circulaire ambities van Covestro vergen nog veel innovaties, en niet alleen op het gebied van chemische procestechnologie en bijvoorbeeld katalysatoren. Ook nieuwe ICT-oplossingen kunnen een bijdrage leveren. Zo is Covestro nauw betrokken bij het Nederlandse bedrijf Circularise. Dit bedrijf heeft op basis van blockchain een methode ontwikkeld om de herkomst van materialen te traceren. Tegelijkertijd worden de privacy en vertrouwelijkheid van gegevens gewaarborgd. Op die manier kan elke producent en consument de herkomst van de materialen nagaan.

Site Antwerpen

Naast alternatieve grondstoffen zoals afgedankte materialen, CO2 en biomassa is ook hernieuwbare energie noodzakelijk om tot een echt circulaire economie te komen. Covestro zal zijn productie daar dan ook geleidelijk op overschakelen. In een eerste stap betrekt het bedrijf 45 procent van zijn elektriciteitsbehoefte voor de Antwerpse site uit windenergie, geleverd door het Belgische onderdeel van energiebedrijf Engie. Vanaf 2025 zal het bedrijf ook een aanzienlijk deel van zijn elektriciteit voor zijn fabrieken in Duitsland betrekken van een windmolenpark in de Noordzee dat wordt gebouwd door de Deense energieleverancier Ørsted.

European Industry & Energy Summit (EIES) 2021 heeft dit jaar plaats in Rotterdam Ahoy. Op 7 en 8 december staat de energie- en grondstoffentransitie van de Europese industrie centraal in plenaire talkshows en verscheidene side events.

Het ziet er naar uit dat de komende maanden meer mogelijk wordt voor fysieke evenementen. De organisatie van EIES verwacht daarom dat de 2021-editie weer met publiek kan worden georganiseerd. Wel heeft de 100% online versie van 2020 aangetoond dat streaming nieuwe mogelijkheden biedt ook niet meer is weg te denken. Met een combinatie van fysiek en online zal het bereik van het evenement verder kunnen groeien. In 2019 had het evenement 650 fysieke inschrijvingen. In 2020 melden 1250 mensen zich aan voor het online evenement, uitgezonden vanuit vier studio’s in Nederland.

Verscheidenheid

Als alle versoepelingen rond Covid het toelaten, zal Rotterdam Ahoy het fysieke middelpunt zijn van plenaire sessies en verschillende side events en break-outs. Via een netwerk-app kan iedereen ook de verschillende livestreams volgen. In Ahoy is ook ruimte voor een expositie met standwalls van partners. Het evenement gaat uit van de community-of-communities gedachte. Naast de plenaire sessies van de organisatie zelf, organiseren verschillende partners hun eigen side events en break outs.

Thuishaven

EIES wil ideeën, technologie, plannen en projecten stimuleren om de uitdaging van de klimaatverandering aan te gaan door alle relevante partijen en expertise uit heel Europa samen te brengen. De Summit richt zich op een verscheidenheid aan onderwerpen zoals emissievrije waterstof, chemische recycling, energie-efficiëntie, elektrificatie, afvang, gebruik en opslag van koolstof, biogebaseerde ketens en meer.

De keuze voor Rotterdam Ahoy versterkt de ambitie van de organisatie om door te groeien met het evenement. Bovendien is Rotterdam een thuishaven en enorme Europese hub voor industriële activiteiten en infrastructuur.

Neem voor meer informatie over het evenement contact op met Janet Robben, janet@industrielinqs.nl.