Nu de coronapandemie op haar laatste benen loopt, komt de klimaatcrisis weer op het voorplan. Dat het een echte crisis is, werd de laatste maanden steeds duidelijker door extreem weer zowat overal ter wereld: verschroeiende droogte en bosbranden in de Verenigde Staten, Canada en Siberië, extreme regenval en overstromingen in Europa en China. Alhoewel droogte en regenval tegengestelde fenomenen zijn, worden ze toch beide veroorzaakt door de opwarming van de aarde: die leidt namelijk tot een sterke toename van extreem weer in alle richtingen.

Titanic

Begin augustus bracht het IPCC haar zesde klimaatrapport uit. Volgens het rapport is de aarde door menselijk handelen al 1,1 graad opgewarmd. Die opwarming kan deze eeuw verder oplopen tot 5 graden en dat is een regelrecht catastrofescenario. Het IPCC heeft door geduldig onderzoek nagenoeg alle onzekerheden over de klimaatverandering uit de weg geruimd. Waar we uitkomen blijft echter de grote vraag, want er rest één onzekerheid en dat is het gedrag van de mensheid en de hoeveelheid broeikasgassen die deze nog zal uitstoten.

Wat betreft die uitstoot werden er tot nog toe vooral veel rapporten geschreven met grootse plannen, maar in de praktijk is er vooral aangemodderd en gebeurde er op het terrein heel weinig. Er werd vooral creatief gerekend en gecommuniceerd, om de anderen en misschien ook zichzelf iets wijs te maken. De papieren beloften en duurzaamheidsrapporten blijken een soort theater: voor het bedrijf een handig communicatiemiddel, voor het communicatiebureau een broodwinning zoals een ander. Samen de kluit belazeren door de indruk te geven dat er wat gebeurt. Zoals Greta Thunberg terecht opmerkte is dit soort “activiteit” zeer negatief, nog erger dan geen actie eigenlijk. Het is zoals het orkest op de Titanic dat slaapliedjes speelde zodat iedereen rustig bleef. Pas toen het schip ernstig slagzij maakte, brak de paniek uit, maar was het al te laat voor actie.

Ontkenning

De grote olie majors hebben de laatste decennia miljarden uitgegeven aan de beïnvloeding van de publieke opinie tegen klimaatmaatregelen. Er is zeer doelbewust desinformatie verspreid, onzekerheden in de klimaatmodellen werden uitvergroot en ontkenners van de klimaatverandering werden financieel ondersteund. Dit is in 2019 door Naomi Oreskes van Harvard University en anderen aangetoond in hun rapport “America misled: how the fossil industry deliberately misled Americans about climate change”. Aan iedereen vertellen dat klimaatverandering fictie is, terwijl je eigen wetenschappers het omgekeerde beweren, dat is immoreel en je betaalt er vroeg of laat de prijs voor. Er zit een vloedgolf aan gerechtelijke acties tegen big oil aan te komen.

De oliemaatschappijen vervuilden immers niet enkel de lucht, ze vervuilden ook het informatielandschap. Ze wisten heel goed dat hun product schade aanrichtte en hebben doelbewust de maatschappij belogen. Hun doelstelling was duidelijk: vermijden dat er actie komt, zodat alles kan blijven zoals het is. We hebben op die manier al dertig jaar tijd verloren sinds het eerste klimaatrapport van het IPCC in 1990. Kostbare tijd die we nu duur betalen, want het moet nu allemaal in hoog tempo veranderen en de fossiele investeringen zullen snel waardeloos worden. Het is onbegrijpelijk dat er nog steeds geld wordt uitgegeven aan olie- en gasexploratie terwijl de meeste olie en gas gewoon in de grond moet blijven zitten. De oliemaatschappijen leven dus nog steeds in een staat van ontkenning.

Schouders eronder

Het nieuwste IPCC-rapport is niet deprimerend, integendeel, het is hoopgevend. Het rapport stelt dat we onze toekomst nog in handen hebben. Als we de uitstoot snel naar nul brengen, kunnen we de opwarming nog beperken tot minder dan 2 graden. Maar dan moeten we nu wel doortastend handelen, want de leefbaarheid van de aarde staat op het spel. De hele fossiele sector moet deel van de oplossing worden in plaats van de kern van het probleem. Van obstructie naar constructie, want de hand moet nu echt aan de ploeg. De pandemie heeft ons geleerd dat we grote uitdagingen aankunnen, als we er maar onze schouders onder zetten. Genoeg getreuzeld en geleuterd, hoog tijd voor echte klimaatactie.

 

Prof. Wim Soetaert is verbonden aan InBio.be, expertisecentrum voor industriële biotechnologie en biokatalyse van de Universiteit Gent.

De wereld zucht inmiddels langer dan een jaar onder de gevolgen van de uitbraak van het Covid-19 virus. En terwijl vaccinatie, testen en beperkende maatregelen langzaamaan een uitweg lijken te bieden, staat de industrie voor het volgende stopseizoen. Inmiddels zijn de RIVM-maatregelen wel bekend. Met de eindstreep in zicht, is het vooral zaak mensen scherp te blijven houden.

Terug naar eind maart 2020. Grote industriële sites van onder andere Gunvor, Shell, Borealis, OCI Nitrogen en BioMCN waren net uit bedrijf genomen voor een turnaround of zouden dat gaan. Nouryon, nu Nobian, haalde bovendien de warmtekrachtcentrale Delesto uit de mottenballen.

In Nederland was net de eerste besmetting geweest van Covid-19 en het virus greep snel om zich heen. Veel bedrijven hadden het ‘point of no return’ al overschreden en besloten door te gaan met de werkzaamheden. Zonder turnaround kon men niet veilig produceren. En men was bovendien bang dat het doorschuiven van deadlines uiteindelijk tot chaos zou leiden in het tweede stopseizoen, na de zomervakantie. Van de bedrijven die hun stop in het voorjaar planden, besloot alleen Gunvor zijn turnaround uit te stellen. Begin juni begonnen de bedrijven uiteindelijk toch aan de werkzaamheden die ze in maart al wilden uitvoeren.

Harnold Braam (Stork): ‘Bedrijven staan voor uitdagende tijden met aging assets, globalisering en een transitie naar schone energie en circulaire grondstoffen.’

covid

(c) Mourik Industry

Standaard

Shell Pernis had de twijfelachtige eer om als een van de eerste bedrijven een turnaround voor te bereiden onder de gewijzigde omstandigheden. Het bedrijf pakte de handschoen samen met de contractors voortvarend op en vertaalde de RIVM-maatregelen naar procedures en protocollen. Een inspanning die met dankbaarheid werd ontvangen door de rest van de industrie. Al snel werden de Shell-maatregelen de defacto standaard voor de Covid19-procedures. En met resultaat: de stops leverden geen grote uitbraken op.

Ook dit jaar staan er weer behoorlijk wat turnarounds op de planning of zijn zelfs al gaande. Huntsman, Nobian, Lyondell, Air Liquide en Shin-Etsu zijn op het moment van schrijven volop bezig en dan volgen nog ExxonMobil, Teijin Twaron en een aantal bedrijven op het Chemelot-terrein. Om er maar een paar te noemen.

Innovatie

Voor Dennis Zijlmans, directeur projecten en turnarounds van Mourik Industry, breekt dan ook weer een intensieve tijd aan. ‘Vergeleken met vorig jaar zijn we wel veel beter voorbereid op wat komen gaat’, zegt Zijlmans. ‘Niet dat we zomaar aan de slag zijn gegaan. Wat dat aangaat brengt een crisis ook het beste in mensen naar boven. Samen met de opdrachtgevers, maar ook met de brancheorganisatie van dienstverlenende bedrijven Vomi, harmoniseerden we de coronamaatregelen. Juist doordat onze mensen vaak van opdrachtgever naar opdrachtgever gaan, konden ze ook weer best practices delen met de opdrachtgevers.’

Naast de standaardmaatregelen, zoals anderhalve meter afstand houden, handhygiëne, mondkapjes op de werkplaats en spatschermen in de kantine, werden al snel ook andere ervaringen gedeeld. ‘Zo gebruikte Shell al snel volgelaatschermen die voldoende bescherming tegen het virus boden, zonder het zicht te belemmeren. Andere bedrijven namen dat al snel over. We vroegen ook onze flexleveranciers op hun beurt na te denken over het inperken van besmettingsrisico’s. Je hebt er tenslotte niets aan als alles op de site veilig is geregeld terwijl men wel met zijn allen in een huisje zit en in grote groepen in busjes wordt vervoerd. We creëerden de inmiddels bekende bubbels waar viertallen niet alleen samen werkten, maar ook samen woonden, aten en werden vervoerd.’

Een technische innovatie die ook in de toekomst vaker kan worden toegepast is het gebruik van een speciale bril die beelden kan opnemen. ‘Soms zijn er wel acht man op een site aanwezig voor de technische schouw’, zegt Zijlmans. ‘Je wilt toch van tevoren weten of je extra maatregelen moet nemen, of de maatvoering klopt of dat je materieel wel kunt plaatsen. Nu mochten er hoogstens vier man aanwezig zijn. Door één man met een virtual reality bril uit te rusten, konden de andere zeven vanaf een scherm meekijken. Ze konden hem vragen bepaalde delen extra goed te bekijken terwijl ze eventuele afwijkingen direct konden vastleggen in de software. Zelfs als we straks weer wel met acht man tegelijk mogen komen, bespaart zo’n oplossing een hoop tijd en geld.’

Leren

Business unit director Harnold Braam van Stork ziet dat er in zijn werkgebied, met name Noord-Nederland, wel wat meer druk ligt op het huidige stopseizoen. ‘Het stopseizoen heeft een heel uitgesproken verloop met een piek vóór en na de zomervakantie. Vorig jaar besloot een aantal bedrijven vanwege de onzekerheden rondom corona bepaalde werkzaamheden toch vooruit te schuiven. Dat werk komt er nu bij, waardoor de piek extra hoog wordt. Daarnaast zien we meer ad hoc werkzaamheden omdat een aantal capex- en opex-budgetten vrijvallen.’

Aan werk dus geen gebrek, terwijl corona wel voor extra uitdagingen zorgt om technisch personeel binnen te halen. ‘Local voor local lukt helaas niet altijd meer’, zegt Braam. ‘We moeten onze flexibele schil verder uit Europa halen. Dat betekent wel dat iemand eerst in quarantaine moet en daarna getest, vóórdat hij aan het werk kan. Wil iemand in de vakantie terug naar zijn gezin, dan moet hij opnieuw hetzelfde traject ondergaan. Dat betekent dat je mensen soms een maand kwijt bent. Dat is qua planning een uitdaging. We zijn dan ook op microniveau scenario’s aan het doorlopen om de plannen b, c en d klaar te hebben liggen. Want wat doe je als een projectmanager of hoofd planner ineens besmet is, of een besmet kind heeft?’

Die functies zou je misschien ook nog wel op afstand kunnen uitvoeren. Een goede lasser kan in dat opzicht misschien nog wel crucialer zijn voor het slagen van een project dan een manager. ‘En hoe ga je om met een besmetting binnen een team? Stuur je dan een heel team naar huis? Tegelijkertijd kan je geen tweede team achter de hand houden voor als het mis gaat.’

covid

(c) Mourik Industry

Uitdaging

Gelukkig ziet Stork dat de opdrachtgevers ook meedenken en bijvoorbeeld investeren in sneltestcapaciteit. ‘Tegelijkertijd kunnen we mensen niet verplichten zo’n test te laten uitvoeren. Alle scenario’s hiervoor liggen klaar.’

Ondanks, of misschien wel dankzij deze bijzondere omstandigheden ziet Braam extra saamhorigheid ontstaan tussen zowel de industriële dienstverleners als de asset owners. ‘Zo’n crisis brengt je ook terug naar de basis van samenwerking. We zitten nu eenmaal in hetzelfde schuitje en dus moeten we de uitdagingen rondom corona samen oplossen. Op een gegeven moment maakt het ook niet uit onder welk bedrijfslogo je op een bedrijfsterrein werkt. We zijn er met zijn allen bij gebaat dat de assets optimaal worden benut. Bedrijven staan voor uitdagende tijden met aging assets, globalisering en ook nog eens een transitie naar schone energie en circulaire grondstoffen. Alleen door samen te werken, zorgen we ervoor dat de Nederlandse industrie schoner wordt én concurrerend blijft.’

Mentaal

Ivo van Vliet, algemeen directeur van ENGIE Services West Industrie, merkt wel dat er meer aandacht nodig is voor de mentale aspecten van de coronacrisis. ‘Vergeet niet dat we vorig jaar nog niet echt wisten waar we mee te maken hadden. Mensen waren niet alleen bang zelf besmet te raken, maar ook hun familieleden te besmetten. Collega’s hebben zich echt onveilig gevoeld en we zullen het komende seizoen meer aandacht moeten geven aan het mentale aspect.’

Ook het feit dat je veel minder in teams werkt, doet wat met mensen. ‘Het is toch een verschil of je elkaar alleen via Teams ziet of even op het werk kunt overleggen. Juist nu we aan het einde lijken te komen van de crisis, valt het mensen zwaarder om de basisregels te blijven volgen. We moeten mensen dus opnieuw wijzen op hygiëneregels, het houden van afstand en dragen van mondmaskers. Dat werkt overigens beter als je dat persoonlijk kunt doen. Wat dat aangaat werkten de coronacoaches die we inzetten zeer motiverend.’

Van Vliet wil ook een pluim geven aan de opdrachtgevers, die hun zorgplicht zeer serieus hebben genomen. ‘We hebben echt samen kunnen nadenken over het veilig kunnen uitvoeren van onze werkzaamheden. Normaal gesproken heb je voor bijna iedere werknemer wel een evenknie van de opdrachtgever op de site rondlopen. Nu overlegden we hoeveel mensen minimaal nodig waren om een klus veilig en kwalitatief uit te kunnen voeren. Door extra hulpmiddelen en gereedschappen in te zetten konden we vaak ook met minder mensen uit. Daarnaast namen we samen de scope van projecten kritisch onder de loep. Kritieke systemen en wettelijke keuringen kregen daarbij voorrang. Gezamenlijk besloten we een aantal werkzaamheden niet uit te voeren of uit te stellen. Volgend jaar kan het stopseizoen dan ook wel eens een stuk drukker worden.’

Hendrik Huisman (Spie): ‘Het is bewonderenswaardig hoe flexibel het personeel met de nieuwe omstandigheden omging.’

Voorbereiding

Sectordirecteur Hendrik Huisman van Spie zag ook dat zowel de contractors als de opdrachtgevers creatief met de beperkingen omgingen. ‘We merkten al snel dat we sommige werkzaamheden in krappe ruimtes niet veilig tegelijkertijd konden uitvoeren. Dus besloten we ze dan maar in shifts na elkaar te laten werken. Wat wel betekende dat sommige werknemers ’s avonds of ’s nachts nog bezig waren. Het is bewonderenswaardig hoe flexibel het personeel met de nieuwe omstandigheden omging. We zagen eigenlijk alleen maar begrip voor de genomen maatregelen.’

Huisman ziet eveneens genoeg noodgrepen die ook buiten coronatijd goed zijn om voort te zetten. ‘Omdat de toolbox-meetings niet binnen konden plaatsvinden, bouwden de steigerbouwers een aantal tenten op de site waarin steeds kleine groepjes de laatste veiligheidsinstructies kregen. Die keuze zorgde er tevens voor dat de besprekingen sneller verliepen en mensen snel weer aan het werk konden. Ook prettig was dat we noodgedwongen veel meer tijd moesten nemen voor de werkvoorbereiding. Door de planning naar voren te halen, konden we potentiële logistieke problemen al van tevoren ondervangen. Bovendien werkten we met een veel gedetailleerdere planning dan we gewend waren. Die inspanning aan de voorkant, win je uiteindelijk terug tijdens de uitvoering.’

 

Openingsfoto: Spie

Roel De Vil was nog niet heel lang naar Ineos overgestapt toen corona zich aandiende. En dat midden in een turnaround. De plantmanager kreeg het uiteindelijk samen met de contractors voor elkaar de stop goed af te ronden. Ineos werd zelfs een belangrijke leverancier van handgels. ‘Zo zie je dat een crisis ook het beste in mensen naar boven kan halen. Al moeten we oog blijven houden voor de impact van deze crisis op de menselijke psyche.’

De switch die plantmanager Roel De Vil vorig jaar maakte van Nippon Shokubai naar Ineos kwam vooral voort uit ambitie. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Ik had nood aan nieuwe zuurstof. Na veertien jaar Nippon Shokubai, waarvan zes jaar als plantmanager, wilde ik een nieuwe uitdaging aangaan. We hadden een stevig nieuwbouwproject achter de rug, met de nodige organisatorische naweeën. Gelukkig pakte het team dit zeer goed op. Daarmee was de grootste uitdaging een succes geworden, maar wat doe je daarna? Wetende dat er nog een twintig jaar actieve loopbaan volgt? Het was tijd voor iets nieuws.’

De Vil nam dan ook in goede verstandhouding afscheid van het Japanse bedrijf en maakte de overstap naar het Britse Ineos. Geografisch was de zet niet zo spannend. Ineos zit immers op dezelfde site als Nippon Shokubai. Wat betreft bedrijfscultuur en onderlinge verhoudingen veranderde er wel veel. Wat dat laatste betreft is het grootste verschil dat Nippon Shokubai klant was bij Ineos wat betreft dienstverlening en energielevering op de site in Zwijndrecht. De omvang van Ineos is weliswaar groter, maar De Vil zal meer rekening moeten houden met zijn on-site klanten zoals Borealis, Kurarai, en Nippon Shokubai.

Sportmentaliteit

Dat de cultuur anders is, lijkt voor de hand liggend. ‘Een Japans bedrijf wordt nu eenmaal anders geleid dan een Brits bedrijf’, zegt De Vil. ‘Maar Ineos verschilt in meerdere opzichten van de traditionele chemiebedrijven. Het bedrijf is in privéhanden en niet beursgenoteerd. En hoewel chemie de boventoon voert, investeert Ineos ook in diverse sportteams en bouwt het momenteel een 4X4 als alternatief voor de verloren gegane Land Rover Defender (Ineos Grenadier, red.).’

Roel De Vil (Ineos): ‘Ik denk dat de chemie de afgelopen maanden kon laten zien hoe belangrijk haar maatschappelijke rol is.’

Ineos-eigenaar Sir Jim Ratcliffe investeerde in een eigen wielerteam, sponsort het Mercedes Formule 1-team, is eigenaar van twee voetbalteams en heeft een zeilteam dat meedoet aan de America’s Cup. De Vil: ‘Dat sportieve en competitieve zie je ook in de bedrijfscultuur. Jonge ambitieuze mensen die instappen in het bedrijf krijgen de kans om mee te doen aan een uitdagende race. In het driejaarlijkse programma traint Ineos talenten in zowel persoonlijke ontwikkeling als leiderschap. Met als einddoel een zeven dagen durende ren- en fietstocht door de woestijn van Namibië. Zo’n tocht laat zien dat zelfs het schier onmogelijke mogelijk is. Die sportmentaliteit vind je door alle lagen van het bedrijf. De directie verwacht van zijn medewerkers dan ook doorzettingsvermogen, teamwork en ondernemerschap, terwijl er gelukkig ook ruimte overblijft om veel te lachen!’

Corona

Die positieve cultuur kwam misschien wel extra goed uit toen Covid-19 uitbrak. Voor De Vil een extra lakmoesproef om zijn leiderschapskwaliteiten te tonen. ‘We waren net aan een onderhoudsstop begonnen toen de eerste gevallen van corona bekend werden. Op de site zaten Poolse stellingbouwers en Kroatische pijpfitters die direct naar huis wilden. Gelukkig kon dit gat met andere lokale contractors worden dichtgefietst. Terwijl we de shiften heel snel moesten omwisselen, dachten we tegelijkertijd na over de maatregelen die we konden nemen om besmettingen te voorkomen. Let wel, het was maart toen we met de shutdown startten en we hadden nog geen idee hoe ernstig dit virus zou worden. Naast de inmiddels bekende maatregelen als social distancing, gebruik van mondmaskers en handgel organiseerden we onze eigen interne contacttracers. Die polsten vertrouwelijk zowel bij de contractors als de eigen organisatie de gezondheid van de werknemers en namen snel maatregelen als de ziektebeelden op corona leken. Wie niet op de site aanwezig hoefde te zijn, moest zoveel mogelijk thuiswerken. Waarbij we als management wel hebben uitgesproken dat de kapiteins zolang mogelijk op het schip blijven.’

Uiteindelijk lukte het om de verloren tijd in te halen en rondde het team de turnaround op tijd en zonder besmettingen af. ‘Wel tegen iets hogere kosten dan we van tevoren hadden gepland, maar ook die vielen gezien de situatie behoorlijk mee.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
ineos

Ineos Zwijndrecht

Handgel

Dat een crisissituatie ook het beste uit mensen naar boven kan halen, bewees Ineos, net als overigens een aantal andere chemiebedrijven, met de levering van handgels. De Vil: ‘Vooral in het begin kampten ziekenhuizen en zorgcentra met ernstige tekorten aan alcoholische handgels. Op onze site begonnen we in sneltempo handgel te maken. Ook andere vestigingen in Duitsland, Engeland en Frankrijk konden hun productie in tien dagen tijd omstellen naar de productie van alcohol. De bedrijfsleiding besloot de handgels gratis aan te bieden en vroeg de sites of zij wisten waar die gel het hardste nodig was. Uiteindelijk is voor meer dan een miljoen euro aan handgels verspreid onder zorgcentra, maar bijvoorbeeld ook aan voedselbanken, gehandicaptenzorg en bijzonder onderwijs. Onze collega’s hebben zich echt ingezet om de gel daar te krijgen waar de nood hoog was.’

Inmiddels is Ineos een nieuwe divisie rijker: Ineos Hygienics. Dus het opportunisme gaat hand in hand met de sociale rol van de chemiedivisie. ‘Ik denk dat de chemie de afgelopen maanden kon laten zien hoe belangrijk haar maatschappelijke rol is’, zegt De Vil. ‘De hygiënische producten die onze branche levert, voorkomen besmettingen. Tegelijkertijd moeten we blijven aantonen dat we veiligheid en het milieu serieus nemen. Als we dat niet onder controle hebben, kan het opgebouwde imago in één keer weer omslaan.’

Aging assets

Wat betreft milieu is het nieuwbouwproject Project One het meest in het oog springend. De nieuwe ethaankraker zal de best presterende zijn op het gebied van koolstof- en energie-efficiëntie. Terwijl de propaan dehydrogenation (PDH)-unit voornamelijk op groene stroom zal draaien. De waterstof die bij het dehydrogeneringsproces vrijkomt, kan het bedrijf weer inzetten als brandstof. Maar deze installaties komen op de rechteroever van de Haven van Antwerpen.

De Vil: ‘Hier in Zwijndrecht hebben we uiteraard een andere dynamiek want we willen met onze aging assets aan een volledig nieuwe fabriek gelijkwaardige prestaties halen. We investeren jaarlijks zeer grote bedragen in het vernieuwen en betrouwbaarder maken van onze assets. Helaas luidde de coronacrisis ook een economische crisis in en staan kapitaalsinvesteringen onder druk. De boodschap van CEO Jim Ratcliffe was in ieder geval duidelijk: ‘Don’t bring our assets at risk’.’

De investeringen komen zowel de omgeving als de veiligheid ten goede, maar uiteindelijk is dit ook een zakelijke overweging. ‘Ons imago kan drastisch veranderen als we ons werk niet goed doen. En dus moeten we ook onze installaties zo efficiënt mogelijk inrichten. De oplopende prijzen voor emissiehandel leggen daarbovenop een extra uitdaging om de CO2-voetafdruk te verlagen. Zo bedrijven we een aardgasgestookte warmtekrachtinstallatie die onze processen van stoom en elektriciteit voorziet. We bekijken nu of we het beste de CO2 kunnen afvangen of de installatie juist op waterstof te stoken. Dat eerste is niet geheel nieuw voor ons. We vangen al tien jaar de CO2 af die bij de productie van etheenoxide vrijkomt en voeren dat af naar Beco2. Die maken er onder meer droog ijs mee, wat wel eens een belangrijke rol zou kunnen spelen in het transporteren van Covid-19 vaccins.’

Roel De Vil: ‘Momenteel is de grootste uitdaging om mensen gemotiveerd te houden die thuiswerken of hun routines op de site moeten omgooien.’

Samenwerking

Een andere manier om de efficiency van de site te verhogen, is de uitkoppeling van restwarmte naar de gebouwde omgeving. ‘Technisch is het mogelijk, maar net als bij de inzet van waterstof geldt dat het bedrijfsleven wel ruggensteun nodig heeft om projecten vlot te trekken. We delen de site met verschillende derde partijen en halen daar veel synergievoordeel uit. Maar het lage fruit is nu wel geplukt. Willen we echt nog stappen maken, dan moeten we de maatschappelijke baten ook meenemen in onze investeringsoverwegingen. We kunnen 150 graden stoom naar de gebouwde omgeving transporteren, maar dat is niet onze hoofdtaak. We moeten dan ook nog meer samenwerken met publieke partijen.’

Risk based maintenance

De Vil verwacht wel meer ondersteuning te krijgen vanuit technologische hoek. ‘Met name op het gebied van inspecties zien we steeds meer mogelijkheden om het beste uit de installaties te halen. Tot nog toe voeren we nog veel onderhoud volgens vaste tijdslimieten uit. We kunnen echter steeds meer gebruikmaken van online of onsite metingen en daarmee risk based inspections uitvoeren. Langzamerhand zullen we dan het tijdgebonden onderhoud overhevelen naar een risicogebaseerde aanpak. Het feit blijft dat als je honderd procent zeker wilt zijn dat een drukvat integer is, je hem moet leegmaken en inspecteren. Als we dit echter voor alle assets moeten doen, zou dit echter bijna ondoenlijk worden. We kunnen hetzelfde veiligheids- en betrouwbaarheidsniveau bereiken met andere, slimme technieken. We maken ook steeds meer gebruik van drones voor inspecties op hoogte, zodat je geen dure en tijdrovende steigers hoeft te bouwen voor een schouwing.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

ineos

De Vil paste onlangs dan ook de maintenanceorganisatie aan. ‘Inspectie is één van de vier pijlers waarop de nieuwe organisatie is gefundeerd. Het klassieke preventieve en correctieve onderhoud verschuift steeds meer naar risk based maintenance. We doen dit niet alleen voor onze eigen assets, maar leveren ook maintenance als dienst voor onze site-
genoten. Die volgende stap in de volwassenheid van de maintenanceorganisatie vraagt ook om duidelijke prestatie-indicatoren en een striktere uitvoering van de werkzaamheden.’

Motiveren

De Vil ziet zijn eigen rol in deze complexe, continu veranderende omgeving vooral als facilitator. ‘Ik ben niet de voorman die voor de troepen uitloopt’, zegt hij. ‘Noem mijn aanpak maar ondersteunend leiderschap. Liever maak ik mensen sterker zodat ze groeien in hun functie en verantwoordelijkheden. Het geeft me de meeste voldoening als ze zo kunnen groeien dat ze een volgende stap kunnen zetten in de organisatie. Momenteel is de grootste uitdaging om mensen gemotiveerd te houden die thuiswerken of hun routines op de site moeten omgooien vanwege corona. Dat vraagt extra energie van mensen en als leiding moet je dit herkennen en erkennen. Het raakt mensen emotioneel als ze afgesneden zijn van hun collega’s of elke dag de coronamaatregelen strikt moeten respecteren. Een goed leider heeft ook daar oog voor.’

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren? Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

Delamine heeft haar turnaround succesvol afgerond. ‘Er is veilig en conform de planning gewerkt en niemand heeft corona opgelopen’, staat in een bericht op de website van Chemiepark Delfzijl. Opvallend is dat het werken in kleine groepen tijdens de stop heel goed is bevallen.

Tijdens de turnaround was op piekdagen 250 man op de site aan het werk. Zij hebben 150 inspecties uitgevoerd, bijna driehonderd klussen aangepakt en verschillende tie-ins gemaakt voor de nieuwe crystallizer. Deze 25 meter hoge en 84 ton wegende kolom gaat een processtroom verder indampen en bespaart het bedrijf overall een hoop energie. Dankzij een slim ontwerp in combinatie met de juiste materiaalkeuze is een efficiënt gebruik van de restwarmte in opeenvolgende processtappen mogelijk.

Het oorspronkelijke plan was om de kritallisator al bij de voorjaarsstop in gebruik te nemen. De aanvoer van de installatie uit Spanje was vanwege corona echter vertraagd. Daardoor kon Delamine de kristallisator pas inhijsen tijdens de turnaround in het najaar.

Kleinschalige kick-off meetings

Naast de gebruikelijke veiligheidsregels hebben Delamine en vaste onderhoudscontractor Stork diverse extra maatregelen genomen om corona-proof te werken. Zo begonnen ze een week voorafgaand aan de stop al met kleinschalige kick-off meetings. Op die manier bleven rijen bij de poort en daarmee de contactmomenten zo klein mogelijk.

Dat bleek bijzonder gunstig uit te pakken. Omdat de groepen kleiner waren, was er een heel direct contact met de mensen mogelijk. Bovendien had het overgrote deel van de mensen in de week voor de start van de turnaround al een toegangspas en persoonlijke beschermingsmiddelen. Delamine en Stork overwegen daarom het werken in kleine groepen in toekomstige stops te handhaven.

Spreiden van lunchpauzes

Ook andere chemiebedrijven geven aan te overwegen om corona-gerelateerde maatregelen mee te nemen bij toekomstige stops. ‘Niet iedereen hoeft tegelijkertijd de fabriek uit als de fluit gaat’, stelt Jan van IJperen, turnaround event manager bij Shell, over het spreiden van lunchpauzes. ‘Als je het goed organiseert, kan de ene groep best apart van de andere pauze nemen, zonder dat het werk sterk wordt beïnvloed. Spreiding helpt voor de veiligheid, want er zijn minder mensen tegelijk aan het lopen. Maar je krijgt ook geen opstoppingen bij de koffieautomaat of rookhokken. Uiteindelijk ben je dan misschien wel effectiever.’

Vergunningenbalie

Air Liquide in Rozenburg was eveneens zeer te spreken over het effect van sommige maatregelen die ze invoerde bij de stop aan een van haar waterstof- en koolmonoxide-installaties in mei en juni. Het verplaatsen van de vergunningenbalie bijvoorbeeld. Site manager Philippe Engels: ‘Deze balie stond altijd vlak naast de controlekamer. Die hebben we daar weggenomen en in een aparte container gezet. Zo hoefden contractors niet meer vlakbij de controlekamer te komen. Dat bracht daar veel rust.’

Er is een kloof tussen wat kan in onderhoud en wat er vanuit wetgeving moet. Dat bleek tijdens de eerste maanden van de coronacrisis. Sabic in Geleen kon bijvoorbeeld aantonen dat het veilig kon blijven produceren, toch werd ze door de toezichthouder gedwongen verplichte keuringen uit te voeren. Is het tijd voor een nieuwe blik op inspectietermijnen en de planning van onderhoud? In onze online talkshow Industrielinqs LIVE van 8 oktober spraken we hierover.

Sabic in Geleen was eind februari klaar voor de turnaround van haar kraker. Maar toen brak de coronacrisis uit. Contractors lieten weten zich niet meer comfortabel te voelen en dat ze niet konden garanderen dat ze genoeg mensen konden mobiliseren. ‘We moesten risico’s van procesveiligheid en de integriteit van de installaties afwegen tegen gezondheidsrisico’s van medewerkers’, zegt site director John Bruijnooge. ‘We vonden het niet verantwoord om de stop door te laten gaan.’

Sabic had in condition based maintenance en risk based inspection geïnvesteerd om de integriteit van zijn assets te borgen. Sabic’s eigen Inspectiedienst van Gebruiker (IVG) analyseerde samen met de conformiteitsbeoordelingsinstantie (NL-CBI) dat een paar maanden langer doordraaien geen additionele en significante veiligheidsrisico’s zou opleveren. Het Saoedische chemiebedrijf zou dan ook zeker veilig door kunnen werken om de site alsnog uit bedrijf te nemen als dit veilig en verantwoord was. Zo’n drie maanden na de officiële uiterste keuringsdatum. ‘We kregen geen toestemming’, zegt Bruijnooge. Sabic had al wel een plan B klaarliggen en zette de fabriek alsnog voor 1 juli stil.

Weinig nut

Volgens Bruijnooge heeft hij van deze periode geleerd dat er nog wat werk te doen is richting de overheid. ‘Ik snap dat er een overheid nodig is die positief kritisch meekijkt zodat we niet te grote sprongen maken en niet te gemakkelijk omgaan met bepaalde risico’s. Maar als risk based inspection, metingen en inspectietechnieken niet ingezet mogen worden om de risicobepaling duidelijker te maken en te leiden tot nieuwe inzichten en installaties toch om de paar jaar open moeten, heeft het weinig nut te investeren in die technieken.’

Gerlof Sijnstra (Bureau Veritas): ‘Als je kunt laten zien dat jouw installatie integer is en je zit in een bijzondere situatie, dan moet uitstel van keuringen mogelijk zijn.’

Technical manager industrie Gerlof Sijnstra van NL-CBI Bureau Veritas begrijpt de frustratie van Bruijnooge. ‘Ik kan me niet voorstellen dat bedrijven zo ver de randjes opzoeken dat een installatie na de uiterste keuringsdatum niet meer veilig zou zijn. Er zijn veel mogelijkheden binnen de overheid om inspectietermijnen op te rekken met bijvoorbeeld termijnflexibilisering, maar dat doe je niet even op een namiddag. Zeker niet als je in voorbereiding zit op een stop.’

Snel aanpassen

Als je kunt laten zien dat jouw installatie absoluut integer is en je zit in een bijzondere situatie zoals de coronacrisis, dan moet uitstel van keuringen mogelijk zijn volgens Sijnstra. Wouter van Gerwen, expert bij Bilfinger Tebodin, vindt zelfs dat we van de hele grote turnarounds af moeten. ‘Het bestaat gewoon niet dat alle componenten in je fabriek op dezelfde datum kritisch zijn. Ik denk dat we veel kunnen leren van de vliegtuigindustrie. Als er een nieuw vliegtuigtype op de markt komt, wordt er in het begin veel geïnvesteerd in onderhoud. Tegelijkertijd wordt continu geanalyseerd of dat onderhoud wel nodig was. Per component worden vervolgens de intervallen aangepast. En als een component dat diep in de motor zit vaak onderhoud nodig blijkt te hebben, wordt het ontwerp aangepast. Je wilt onderdelen ook snel kunnen wisselen door ze modulair te maken.’

Het is een denkwijze die Bruijnooge wel aanspreekt, maar hij ziet wel een probleem. Het geïnstalleerd vermogen op zijn site staat er namelijk al een jaar of veertig. Bij nieuwe fabrieken wordt tijdens het ontwerp inmiddels wel gekeken of er een stuk modulair, redundancy of bypass kan worden ingebouwd.

Niet inspecteren

Met het idee van Van Gerwen komen er minder grote onderhoudsstops, maar wel regelmatiger kortere onderhoudsinspecties. Sijnstra is zelfs van mening dat we ons af moeten vragen of je bepaalde toestellen wel inwendig moet inspecteren. ‘Zo moeten wij elke zes jaar LPG tanks bij benzinestations inspecteren. We hebben daar nog nooit wat gevonden en we gaan er ook nooit vinden. Hetzelfde geldt voor accumulatoren, een soort expansievaten bij pompen. Ik ken een offshorebedrijf dat van ellende de herkeuringen maar niet deed, want dat was duurder dan ze elke zes jaar vervangen. Dat soort waanzin moet je er ook eerst uithalen.’

Data voorhanden

Vooralsnog moesten de bedrijven die de afgelopen maanden een turnaround hadden gepland zich houden aan de wettelijke inspectietermijnen. De stop van Sabic is goed verlopen en het bedrijf heeft er toch ook weer van geleerd. Bruijnooge: ‘Wij proberen procesproductieparameters zoals druktemperatuur en flow nu ook te gebruiken om iets te zeggen over de integriteit van onze installaties. Het zijn parameters die je elke dag bekijkt, maar over tijd kan je ze zien bewegen. Hier liggen kansen. Wij hebben hier al interessante resultaten mee behaald. Welke data is er nog meer voor handen waar een asset engineer ook naar kan kijken?’

Inspectieafdeling van gebruiker op de tocht

Het ministerie van SZW is voornemens de Inspectieafdeling van de gebruiker (IVG) af te schaffen. Bedrijven met een kleinere onderhoudsorganisatie krijgen daardoor weer directe audits van de publieke inspectiediensten. Een ingreep die de audit-druk op bedrijven behoorlijk kan opvoeren.Bedrijven die gebruik maken van drukapparatuur met een overdruk van meer dan een halve bar moeten deze laten beoordelen, repareren en keuren door speciaal opgeleid personeel. Tot nog toe mogen gebruikers dit zelf doen via de Inspectieafdeling van gebruiker (IVG) en worden ze bijgestaan en gecontroleerd door de zogenaamde conformiteitsbeoordelingsinstantie (NL-CBI).SZW initieerde onlangs een marktconsultatie om te verkennen of het mogelijk is de IVG’s af te schaffen. De keuringsdiensten van gebruikers (KVG) zouden wel in stand worden gehouden, maar deze accreditatie vraagt om een veel grotere organisatie. De notified bodies zoals Bureau Veritas vrezen dat de wijziging in het audit-systeem tot onnodige regeldruk bij bedrijven zal leiden. Daarmee stapt kabinet Rutte III af van de belofte om de regeldruk te verlagen.

De stap van het ministerie wijkt ook af van de Europese wetgeving die wel ruimte overlaat voor eigen, gecontroleerde en geaccrediteerde inspecties.

Mijn vorige column in mei van dit jaar (Never waste a good crisis) ging over de coronacrisis en hoe deze ook positieve neveneffecten had op vlak van milieu en algemene levenskwaliteit. Nu staan we aan het begin van de langverwachte tweede golf. Die steekt even fel van wal wat betreft exponentiële groei, voorlopig nog met veel besmettingen en relatief weinig doden, maar dat kan snel veranderen.

Een groot verschil met de eerste golf is dat er van positieve neveneffecten geen sprake meer is. Er zijn nu vooral negatieve effecten, effecten die minder worden veroorzaakt door het virus zelf, maar vooral door de maatregelen ertegen. Het publieke leven komt grotendeels tot stilstand en de economie wordt langzaam doodgeknepen. In hoeverre het middel niet erger is dan de kwaal, is nog maar de vraag. De publieke discussie hierover is ook een belangrijk verschil met de eerste golf. In de eerste golf heerste vooral angst en gelatenheid. Zelfs de Italianen die zoals bekend geen vertrouwen hebben in hun overheid, gingen gedwee in een draconische lockdown, ook al ging dat geheel tegen hun aard en gewoontes in. Uit angst om het vege lijf te redden, maar ook uit een zelden geziene solidariteit en verantwoordelijkheidszin van de bevolking.

Tabakspandemie

Vandaag woedt er echter een grote discussie over de proportionaliteit tussen de maatregelen en de omvang van het probleem. Die discussie is goed, de waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Diezelfde vraagstelling dient ook te worden gesteld voor veel andere problemen. Er zijn tal van problemen in de wereld die elk jaar opnieuw miljoenen doden eisen, maar waar helemaal niets tegen wordt ondernomen, dat is gewoon business as usual. Voor een virus met een relatief beperkt aantal slachtoffers wordt echter de hele wereld op zijn kop gezet. Hierop kan natuurlijk worden geantwoord dat het aantal doden nog veel hoger zou zijn zonder doortastende maatregelen. Dat is mogelijk, maar het Zweedse tegenvoorbeeld spreekt wat mij betreft boekdelen.

Er valt gewoon geen lijn te trekken in de proportionaliteit tussen een probleem en de maatregelen. Neem nu het voorbeeld van tabak, het dodelijkste consumentenproduct dat ooit op te markt is gebracht. Tabak veroorzaakt wereldwijd elk jaar opnieuw acht miljoen doden. Het is niet alleen dodelijk, maar ook nog eens erg verslavend en toch is het op elke straathoek te koop. Politici weifelen enorm om het tabaksgebruik terug te dringen, ze worden immers grondig beïnvloed door de tabakslobby en de economische belangen van de tabaksindustrie. Reclame voor tabak is in vele landen nog de gewoonste zaak van de wereld en elke ontradingscampagne van de overheid wordt op gewiekste wijze tegengewerkt door zeer goed gefinancierde organisaties van de tabaksindustrie. Het resultaat is dat wereldwijd het aantal doden nog elk jaar stijgt, het is niet overdreven om te spreken van een wereldwijde tabakspandemie.

Smaak te pakken

Als dezelfde daadkracht waarmee dit virus te lijf wordt gegaan ook aan de slag werd gelegd om de tabakspandemie een halt toe te roepen, dan leefden we in een veel betere wereld. Het verschil in respons zit hem dus niet in de omvang van het probleem, maar in de aard van het probleem. In tegenstelling tot tabak is het virus een gemeenschappelijke vijand zonder vrienden, lobbyisten of economische belangen. Er kan zonder tegenspraak hard tegen worden opgetreden, met politici in een heldenrol. Van een gebrek aan daadkracht is hier geen sprake, eerder van een teveel.

In feite is de coronacrisis een technisch beheersbaar probleem dat binnenkort zal verdwijnen als eenmaal de vaccins beschikbaar worden. De grote vraag is wat er zal gebeuren na deze pandemie, of we iets zullen geleerd hebben uit deze crisis. Keert alles terug naar het oude of wordt er deze keer echt gewerkt aan een nieuwe en betere wereld? De klimaatcrisis is hier de grote gorilla in de kamer. Vele malen gevaarlijker en moeilijker beheersbaar dan het coronavirus en dat probleem zal volgend jaar zeker niet opgelost raken. Politici zijn duidelijk aan zet in de klimaatproblematiek. Benieuwd of ze op vlak van daadkracht de smaak te pakken hebben gekregen.

Vloeibaar aardgas (LNG) blijft centraal staan om de continuïteit van de wereldwijde aardgasvoorziening te waarborgen. Dat zegt de International Energy Agency (IEA) na het uitbrengen van een nieuw LNG-rapport. Het vloeibare gas speelde een belangrijke rol in de aanpassing van de sector aan de daling van de wereldwijde vraag naar gas in de eerste helft van 2020.

Het internationale energieagentschap verwacht een daling van de wereldwijde vraag naar gas van drie procent. Ofwel 120 miljard kubieke meter (bcm). De grootste jaarlijkse daling die ooit is geregistreerd, sinds de publicatie van het Global Gas Security Review. Het rapport benadrukt dat de LNG-handel sterk afneemt ten opzichte van het hoge niveau van 2018. Covid-19 heeft wel invloed op de historische vraagdaling, Maar de sterke daling is grotendeels het resultaat van overschotten in de markt. Tegelijkertijd zijn investeringen tot stilstand gekomen. Zo zijn er dit jaar nog geen nieuwe liquefactieprojecten aangekondigd, terwijl 2019 een record aan projecten kende.

Flexibiliteit

In de vertraagde gasmarkt blijft LNG een centrale rol spelen bij het in evenwicht brengen van de mondiale markten. Het vloeibare gas creëert voldoende flexibiliteit om mee te veren met fluctuaties in de gasvraag. De gasproducenten en exporteurs werden in de eerste helft van het jaar geconfronteerd met een ongekende daling van de wereldwijde vraag naar gas. Als antwoord daarop daalde de maandelijkse wereldwijde export tussen januari en juli 2020 met zeventien procent.

Het IEA is in de eerste editie van de Global Gas Security Review vijf jaar geleden begonnen met het bijhouden van de flexibiliteit in de LNG-markten. Sindsdien zag het agentschap een opmerkelijke verbetering in een reeks flexibiliteitsmaatstaven voor deze markt. ‘Dankzij de toegenomen leveringszekerheid kon de markt zich aanpassen aan de historische vraagschok die zich in de eerste helft van 2020 voordeed’, aldus IES-directeur Fatih Birol.

Gasverbruik daalt

De wereldwijde vraag naar gas is in de eerste helft van 2020 naar schatting met vier procent gedaald. Die daling kwam door de combinatie van de Covid-19-crisis en een uitzonderlijk milde winter op het noordelijk halfrond. De meeste dalingen in het gasverbruik waren te zien in volwassen markten in Europa, Noord-Amerika en Azië. Samen zijn deze markten goed voor meer dan tachtig procent van de verwachte daling van de wereldwijde vraag naar aardgas in 2020.

In het tweede kwartaal van 2020, toen de lockdowns wereldwijd op hun hoogtepunt waren, daalden de spotprijzen voor aardgas in alle grote gasverbruikende regio’s tot hun laagste niveau in tien jaar. In het derde kwartaal lieten de prijzen daarentegen een sterke stijging zien, ondersteund door aanpassingen aan het aanbod en vraagherstel.

Covid-crisis

De vraag naar aardgas zal naar verwachting in 2021 met drie procent, of ongeveer 130 bcm, toenemen. De recente heropleving van Covid-19 en het vooruitzicht van een langdurige pandemie verhogen echter de onzekerheid over het tempo van het herstel in 2021. Het herstel van de wereldwijde vraag naar gas in 2021 zal waarschijnlijk worden ondersteund door snelgroeiende markten in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. De meer volwassen markten zouden zich geleidelijk moeten herstellen en sommige zullen wellicht pas in 2022 of later terugkeren naar hun niveau van 2019.

Toen corona een paar maanden geleden om zich heen begon te grijpen, kwamen berichten naar buiten dat opslagtanks snel vol zouden zitten. Michiel Flier, managing director van Vesta Terminals in Antwerpen en Vlissingen, herkent de berichten, maar plaatst er ook een kanttekening bij. Hij vertelt over de impact van corona, de flexibilisering van terminals en een uitbreiding waar hard aan wordt gewerkt.

Tijdens de coronacrisis stonden op een gegeven moment veel vliegtuigen aan de grond en veel auto’s bleven op de parkeerplaats staan. Brandstoffen die ineens niet meer werden gebruikt, moesten toch ergens worden opgeslagen. Bij opslagtanks zou het daarom tegen de daken aanklotsen. Michiel Flier herkent de berichten, maar wil er ook een kanttekening bij maken. ‘Corona was een factor die bijdroeg aan de grote vraag naar opslag. Maar al voor corona begon, was de markt na een aantal moeilijkere jaren gedraaid. Dat kwam door de beperkte vraag naar een aantal producten door de warme winter en vervolgens met name door de geopolitieke situatie. Saoedi-Arabië, Rusland en de Verenigde Staten wilden hun spierballen laten zien en schroefden hun productie van ruwe olie op. Hierdoor kwam er een overaanbod aan producten de markt op en ging de prijs van ruwe aardolie onderuit. Dat leidt automatisch tot een grotere vraag naar tankopslag.’

Pieken en dalen

Dat is kassa, denk je als buitenstaander. Bedrijven zitten met grote hoeveelheden aardolie of brandstoffen in hun maag die ze ergens moeten opslaan, terwijl er weinig plek over is. Toch werkt dat bij Vesta Terminals niet zo. ‘Wij waarderen structurele relaties’, legt Flier uit. ‘Allereerst zijn contracten vaak voor langere termijn. Maar daarnaast betekent het niet dat als het jou uitkomt en jouw klant omhoog zit, je de klant tegen de muur zet. Als de marktomstandigheden minder gunstig zijn, willen we dat klanten ook bij ons blijven. Je zoekt naar een balans om niet afhankelijk te zijn van pieken en dalen in de markt. Als je kiest voor de hoogste bieder en die is een jaar later weer weg, dan heb je daar relatief weinig aan gehad. We moeten zowel in goede als in slechte tijden kijken naar een structureel businessmodel.’

Flexibel

Daarbij hoort ook een flexibele tankterminal. De investeringen van de afgelopen jaren hebben grotendeels als doel gehad om tanks voor meerdere producten in te kunnen zetten. Flier: ‘Als een markt tegenzit voor je klant, maar op een ander product zijn marktomstandigheden beter, heeft dat waarde voor een klant en voor ons. Daar willen we op in kunnen spelen. We willen de inhoud van onze tanks heel makkelijk kunnen switchen en leidingsystemen om kunnen zetten. De meeste van onze tanks zijn inmiddels al voor meerdere producten inzetbaar. Tanks die in het verleden alleen voor diesel geschikt waren, hebben we nu bijvoorbeeld uitgerust met warmtespiralen en aansluitingen om stikstofdekens te leggen, waardoor er ook biobrandstoffen in kunnen worden opgeslagen. Daar is een toenemende vraag naar.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

vesta terminals

Michiel Flier (Vesta Terminals): ‘Al voor corona begon, was de markt na een aantal moeilijkere jaren gedraaid.’

Uitbreiding

In Antwerpen worden nu ook vijf splinternieuwe tanks gebouwd die moeten bijdragen aan de flexibiliteit. De tanks kunnen elk 30.000 kubieke meter opslaan. Ze komen deels in plaats van bestaande tankage die wat ouder is. ‘Nieuwbouw is in dit geval een betere optie voor ons dan renovatie. Met de nieuwbouw vergroten we onze capaciteit en zijn we meer flexibel.’

De nieuwe tanks zijn geschikt voor (bio)jet fuel, diesel, en HVO (hydrotreated vegetable oil, red.). Opslag van jet fuel is nieuw voor Vesta Terminals. Het is een uitbreiding van haar portfolio en sluit mooi aan bij de grotere vraag naar vliegtuigbrandstoffen. Ook kocht het bedrijf een aantal jaar geleden al een stuk pijpleiding van de Nato. Flier: ‘Die pijpleiding is aangesloten op de meeste belangrijke vliegvelden in Noordwest-Europa. Wij worden daarmee onderdeel van de infrastructuur voor deze belangrijke industrie.’

Bedrijfsnoodplan

Ondanks corona loopt de uitbreiding volgens schema. Dat is een bewuste keuze geweest volgens Flier. ‘We hadden een heel pakket aan projecten waar we mee bezig waren. We hebben gekeken met welke we veilig door kunnen gaan. Projecten waar veel mensen op een klein oppervlakte aanwezig moesten zijn, zijn bijvoorbeeld uitgesteld. Ook hebben we al onze contractors gevraagd om een coronaveiligheidsplan. Op basis daarvan zijn projecten wel of niet doorgezet. De uitbreiding in Antwerpen blijkt heel goed te managen met het houden van afstand en andere regels.’

Michiel Flier: ‘De term social distancing is eigenlijk fout.’

Corona is een onderwerp wat Fliers werk momenteel erg beheerst. Er wordt gewerkt met een minimale bezetting op de terminals en veel kantoorpersoneel werkt thuis. Op de terminals is het bedrijfsnoodplan in werking gezet en zijn een hoop maatregelen genomen om veilig door te kunnen werken. ‘Behalve aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen, hebben we een serie afstands- en hygiëneregels. Ook hebben we kantoren aangepast zodat we veilig kunnen werken. Zo zijn bijvoorbeeld de toiletten en wasbakken aangepast en zijn handdoekrollen vervangen door papieren handdoekjes.’

Foute term

Maar naast dit soort praktische zaken hebben Flier en zijn team vooral zorg besteed aan hoe het met het personeel gaat. ‘Hoe gaat het met mensen op de terminal en met de mensen die thuis zitten? We willen onze waardering laten zien voor iedereen. Ook proberen we goed in de gaten te houden of het goed gaat met mensen. Dat is niet altijd zo. Je hebt persoonlijke problemen en sommige problemen tussen collega’s die zich normaal bij de koffieautomaat oplossen, doen dat nu niet. Het geeft een andere dynamiek als je elkaar niet ziet.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
vesta terminals

Vesta Terminals Antwerpen

Een performance psycholoog is er onder andere bij betrokken. Hij helpt om sterkere teams te bouwen. ‘Op een gegeven moment hadden wij een gesprek en hij vatte de situatie mooi samen door te stellen dat de term social distancing eigenlijk fout is’, vertelt Flier. ‘We moeten een fysieke afstand houden om besmettingen te voorkomen, maar juist geen sociale afstand. Die wil je juist zo klein mogelijk houden. Dat hebben we gebruikt om te kijken hoe we ondanks een fysieke afstand toch bij elkaar kunnen zijn.’

Pubquiz

Daarop is onder andere een filmpje gemaakt waarvoor iedereen een foto kon insturen van hoe ze erbij zaten tijdens het werken. Er komen laptops op de keukentafel voorbij, huisdieren en kinderen. Flier: ‘Het was bedoeld om iedereen een hart onder de riem te steken en om het groepsgevoel te houden. Vervolgens hebben we ook een online pubquiz gedaan op een vrijdagavond, waarbij we veel hebben gelachen. Daarnaast verzorgen we ook maaltijden voor het personeel op de terminals.’

Flier noemt het zijn grootste uitdaging op het moment om de gevolgen van deze crisis op te pakken. ‘Wat kunnen we uit deze situatie leren en hoe kunnen we een sterker bedrijf worden? Aan de andere kant is het ook een uitdaging om te zorgen dat onze projecten tot een goed einde komen, terwijl we alweer doordenken aan de volgende stappen die we als bedrijf willen zetten na de huidige uitbreiding. Die zijn nog niet in een fase dat we dat kunnen delen, maar we hebben een aantal mooie stappen in ons hoofd zitten.’

Feiten en cijfers

  • Vesta Terminals is een Nederlands bedrijf met hoofdkantoor in Utrecht en eigendom van Mercuria Energy Trading en Sinomart.
  • De terminals in Antwerpen en Vlissingen hebben samen 1,2 miljoen kuub opslagcapaciteit.
  • De terminal in Antwerpen is de grootste en kan een grote range producten opslaan zoals feedstocks voor chemie en alle soorten (bio)brandstoffen.
  • In Vlissingen wordt de terminal vooral gebruikt voor de opslag van diesel, biodiesel en nicheproducten.
  • Samen met de Haven van Antwerpen en chemiebedrijf Ineos is Vesta Terminals bezig om een nieuwe kademuur te realiseren waardoor het bedrijf de infrastructuur aan de waterkant verder kan ontwikkelen. Het is de tweede kade waaraan de terminal de grootste producttankers ter wereld (160.000 ton) kan ontvangen.

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren? Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

Tweederde van de bedrijven in de procesindustrie verwacht in 2030 volledig autonoom te werken. De uitbraak van het coronavirus versnelt investeringen in industriële autonomie. De voortzetting van bedrijfsactiviteiten zonder dat werknemers hierbij aanwezig moeten zijn, krijgt nu meer prioriteit. Dat blijkt uit wereldwijd onderzoek van Omdia namens Yokogawa onder 504 besluitvormers binnen bedrijven in de procesindustrie in juni en juli 2020.

Van de respondenten verwacht 64% hun voornaamste activiteiten in 2030 volledig autonoom te verrichten. Op het moment heeft 89% van de bedrijven plannen om de mate van autonomie in hun bedrijfsvoering te verhogen. Daarbij zegt 64% semi-autonoom of autonoom te werken of in een pilot verwikkeld te zijn. 67% verwacht een aanzienlijke automatisering van de besluitvormingsprocessen voor fabrieksactiviteiten in 2023. De komende drie jaar verwachten bedrijven vooral veel te investeren in cyberveiligheid (51%), cloud, analyses en big data (47%) en kunstmatige intelligentie (42%).

Corona

Uit het onderzoek blijkt dat de uitbraak van het coronavirus een enorme stimulans is voor industriële autonomie. De voortzetting van bedrijfsactiviteiten zonder dat werknemers hierbij aanwezig moeten zijn, krijgt nu meer prioriteit. Een meerderheid van de respondenten verwacht meer in autonomie te investeren als direct gevolg van Covid-19. Er is vooral geïnvesteerd in werken op afstand en service op afstand. Daarnaast is door bedrijven in de conventionele energieopwekkende en (petro)chemische industrie meer geïnvesteerd in de veiligheid van werknemers dan in andere industrieën.

Regionale trends

De investeringen in nieuwe technologieën en de ontwikkeling richting industriële autonomie verschillen regionaal. Het onderzoek toont aan dat het aandeel bedrijven in Azië-Pacific dat prioriteit geeft aan investeringen in autonome bedrijfssystemen 18 tot 27% hoger ligt dan in andere regio’s. 71% van de respondenten in Azië-Pacific verwacht over tien jaar volledig autonoom te werken. In Noord-Amerika is dat 58% en in West-Europa 56%.

VDL Groep en Koninklijke DSM starten een joint venture die kwalitatief hoogwaardige medische mondmaskers gaat maken. De bedrijven produceren voor het eerst filtermateriaal  in Nederland. De nieuwe gemeenschappelijke onderneming, Dutch PPE Solutions, biedt bij de start werkgelegenheid aan enkele tientallen medewerkers in Helmond en Geleen.

Beide bedrijven investeren meerdere miljoenen in de aanschaf van machines en het bouwen van een productielocatie voor meltblown polypropyleen. Dit is de kritische filterlaag in medische gezichtsmaskers die virussen filtert. Ook investeert men in de productie van gezichtsmaskers. De joint venture start in oktober 2020 in Helmond met de productie van medische maskers, type FFP2. De meltblown polypropyleenfabriek in Geleen is naar verwachting operationeel vanaf april 2021.

Eerste in Nederland

De gemeenschappelijke onderneming helpt in het voorzien in de urgente behoefte om de wereldwijde, grootschalige productie en leveringsketens van persoonlijke beschermingsmiddelen te diversifiëren. En de afhankelijkheid van een beperkt aantal producenten te verminderen. Deze eerste permanente productiefaciliteit voor kritisch filtermateriaal in Nederland zorgt voor meer veerkracht wanneer de vraag naar gezichtsmaskers toeneemt.

Dutch PPE (Personal Protective Equipment) Solutions is een onderneming die DSM’s specialistische expertise van materialen combineert met de kennis van productie en processen van VDL. De samenwerking voorziet met dit initiatief in de voortdurende en urgente vraag naar gezichtsmaskers en filtermateriaal. De prioriteit ligt in eerste instantie bij de gezondheidszorg. De productie wordt stapsgewijs uitgebreid met gezichtsmaskers voor professionals in andere sectoren zoals het openbaar vervoer, scholen en onderwijsinstituten en bedrijven in heel Europa.

Duurzaamheid

PPE wil voornamelijk snel, betrouwbaar en stabiel hoognodige medische gezichtsmaskers produceren. Tegelijkertijd kijken DSM en VDL naar innovatieve en duurzame manieren om de groeiende afvalberg van gebruikte gezichtsmaskers terug te dringen. Bijvoorbeeld door gedurende de productontwikkeling te onderzoeken in hoeverre circulair afbreekbare materialen kunnen worden gebruikt.

Voorzien in eigen behoeften

President-directeur Willem van der Leegte van VDL Groep: ‘De coronacrisis heeft de voorbije maanden aangetoond dat een pandemie zich niet laat sturen. En dat het belangrijk is dat werelddelen gaan voorzien in de eigen behoeften. Daardoor zijn we het aan onszelf verplicht om dicht bij huis zekerheden te creëren. Dat geldt zeker voor persoonlijke beschermingsmiddelen voor medewerkers in de zorg en natuurlijk ook voor andere beroepsgroepen.’

Hoogwaardige productieketen

Pieter Wolters, directeur van DSM PPE Plus BV en vice-president DSM Innovation: ‘De wereldwijde vraag naar medische gezichtsmaskers en kritische filters om mensen te beschermen tegen corona overstijgt het beperkte aanbod. Daarnaast is de behoefte aan betrouwbare leveringsketens groter dan ooit. Ik ben er trots op dat we door onze samenwerking met VDL Groep in staat zijn om in Nederland een betrouwbare, duurzame en hoogwaardige productieketen op te zetten. Daarmee is Europa minder afhankelijk van leveringen van andere continenten. Dutch PPE Solutions is een purpose-led commerciële onderneming. Dit markeert een nieuwe fase die voortbouwt op DSM’s eerdere initiatieven om te helpen om op eigen bodem medische mondmaskers, desinfectiemiddel en teststaafjes te maken toen de nood hoog was en onmiddellijke acties nodig waren in de strijd tegen corona.’