We moeten niet raar opkijken als Covestro uiteindelijk naast chemieproducent ook een belangrijke recycler wordt. Afvalplastic, biomassa en CO zullen de nieuwe grondstoffen worden voor de chemische industrie. En ook “dead dog” CO2 wordt gereanimeerd.

Een paar jaar geleden baarde Covestro opzien met het gebruik van CO2 als grondstof. In het Duitse Dormagen slaagde het chemiebedrijf erin twintig procent van de grondstof op basis van aardolie te vervangen door kooldioxide voor de productie van grondstoffen voor polyurethaanschuim. Een ultieme vorm van recycling, zo lijkt het.

Verwachtingen

Toch temperde chief technology officer Klaus Schäfer het enthousiasme enigszins in een eerder interview. Zoals het een technicus betaamt. De situatie in Dormagen is uitzonderlijk. Er is veel zuivere CO2 beschikbaar en vooral een overvloed aan energie uit een exotherm proces in een naastgelegen fabriek. “CO2 is een dead dog“, zei Schäfer destijds. Er is een enorme hoeveelheid energie nodig om het weer tot leven te wekken, om er een chemische bouwsteen of brandstof van te maken. En dan moet dat ook nog met de juiste katalysator gebeuren. Volgens de CTO van Covestro moeten we geen overdreven verwachtingen hebben dat de recycling van CO2 op industriële schaal heel snel van de grond zal komen.

Eenvoudiger bouwsteen

Toch zijn er nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld als het gaat om het gebruik van rookgassen uit de staalindustrie. Samen met ArcelorMittal en diverse andere partners, waaronder kennisinstellingen, onderzoekt Covestro de mogelijkheden om koolmonoxide (CO) en kooldioxide om te zetten in chemische bouwstenen. Uit een tussentijds rapport bleek onlangs dat de mogelijkheden veelbelovend zijn. Vooral voor regio’s waar chemische industrie en staalindustrie dicht bij elkaar liggen.

Een andere opvallende conclusie is dat een mengsel van CO, CO2 en waterstof de beste resultaten oplevert. Schäfer, die CO in het eerdere interview had omschreven als een “levendige puppy”, ziet het als een mooi mengsel. ‘Koolmonoxide heeft een veel hoger energieniveau dan kooldioxide en is daarom een veel makkelijker te verwerken chemische bouwsteen. Ik weet dat chemici het anders zouden omschrijven, maar je zou kunnen zeggen dat CO2 energie leent van CO.’

CCS

Het lijkt erop dat Duitse chemiebedrijven zich meer richten op het hergebruik van CO2 dan op ondergrondse opslag, zoals in gasvelden voor de Nederlandse kust. Schäfer is zich ervan bewust dat de situatie grotendeels de oplossingen dicteert. Hij is dan ook minder kritisch over de CCS-plannen van bijvoorbeeld de havens van Rotterdam en Antwerpen. ‘In Duitsland zijn er gewoon minder mogelijkheden, dus moeten we op zoek naar andere oplossingen’, aldus Schäfer.

Levenscyclus

Hergebruik van CO2 is een van de paden die Covestro wil bewandelen om volledig circulair te worden. Die ambitie sprak topman Markus Steilemann vorig jaar al uit. Het chemieconcern wil zijn productiefaciliteiten wereldwijd ombouwen naar alternatieve grondstoffen, zoals biomassa, maar vooral ook kunststofafval en hernieuwbare energie. Uiteindelijk zal Covestro naast producent van chemicaliën ook een innovatieve recycler worden. De producten moeten ook steeds beter worden voorbereid op latere recycling.

Chemische recycling is daarbij een belangrijk speerpunt. Hierbij worden afvalplastics weer afgebroken tot kleinere chemische moleculen. Deze dienen als grondstof voor bestaande chemische processen. In tegenstelling tot mechanische recycling, waarbij de chemische structuur van de polymeren behouden blijft, staat chemische recycling nog in de kinderschoenen.

Maar het is een belangrijke stap in de richting van massale recycling van kunststoffen, stelt Schäfer. Bij mechanische recycling breekt de polymeerstructuur van kunststoffen na een aantal keren af. Bovendien zijn verschillende kunststoffen gewoon niet recycleerbaar. Het voordeel van chemische recycling is dat je kunststoffen terugbrengt tot het oorspronkelijke molecuul of tussenproduct, dat je vervolgens kunt gebruiken als drop-in oplossing in het productieproces. Op die manier kan de levenscyclus van deze producten steeds opnieuw beginnen.

Blockchain

De circulaire ambities van Covestro vergen nog veel innovaties, en niet alleen op het gebied van chemische procestechnologie en bijvoorbeeld katalysatoren. Ook nieuwe ICT-oplossingen kunnen een bijdrage leveren. Zo is Covestro nauw betrokken bij het Nederlandse bedrijf Circularise. Dit bedrijf heeft op basis van blockchain een methode ontwikkeld om de herkomst van materialen te traceren. Tegelijkertijd worden de privacy en vertrouwelijkheid van gegevens gewaarborgd. Op die manier kan elke producent en consument de herkomst van de materialen nagaan.

Site Antwerpen

Naast alternatieve grondstoffen zoals afgedankte materialen, CO2 en biomassa is ook hernieuwbare energie noodzakelijk om tot een echt circulaire economie te komen. Covestro zal zijn productie daar dan ook geleidelijk op overschakelen. In een eerste stap betrekt het bedrijf 45 procent van zijn elektriciteitsbehoefte voor de Antwerpse site uit windenergie, geleverd door het Belgische onderdeel van energiebedrijf Engie. Vanaf 2025 zal het bedrijf ook een aanzienlijk deel van zijn elektriciteit voor zijn fabrieken in Duitsland betrekken van een windmolenpark in de Noordzee dat wordt gebouwd door de Deense energieleverancier Ørsted.

De overname van DSM Resins & Functional Materials (RFM) door Covestro was begin april een feit. Daarmee begon het traject pas echt. ‘We zijn ons er van bewust dat tachtig procent van de overnames en fusies niet mislukken door een gebrek aan een goede businesscase of synergiën, maar door het onvoldoende erkennen van cultuurverschillen’, stelt Michael Friede die de overname namens Covestro leidde. Er wordt volgens hem alles wordt aan gedaan om deze de komende tijd wel te laten slagen. Want er is wel een ‘perfect match’.

Laten we beginnen met de overeenkomsten. Want die zijn er zeker. Lange tijd was Bayer Material Science het vijfde wiel aan de wagen. Het grote Bayer legde de afgelopen decennia steeds meer nadruk op medicijnen en producten voor landbouw en de menselijke gezondheid. Al eerder scheidde Lanxess zich af en in oktober 2015 was het de beurt aan Covestro. Friede: ‘Het voelde haast als een ontsnapping. Begrijp me niet verkeerd, we hebben veel aan Bayer te danken en we zijn trots op ons verleden, maar we moesten echt onze eigen weg vinden. Als een puber die zich los moest maken van zijn ouders. Het voelde goed. Vanaf het begin was de cultuur opener en er borrelden veel nieuwe ideeën op.’

De sfeer was vanaf het begin ook iets meer internationaal, extra aangewakkerd door de eerste topman, de Brit Patrick Thomas. ‘Markus Steilemann volgde hem op, maar daarmee is het bedrijf niet per se weer honderd procent Duits geworden. We streven naar diversiteit in het bedrijf. Ook in de raad van bestuur. Zo is onder andere de vrouwelijke chief commercial officer Sucheta Govil van Brits-Indiaas komaf.’

Michael Friede (Covestro): ‘Hoe creëren we het best mogelijke team? Die vraag moet voorop staan.’

De timing van de verzelfstandiging was haast perfect. De economie begon zich vanaf 2014 wereldwijd weer op te richten en Covestro deed het met focus op verduurzaming en innovatie – misschien zelfs onverwacht – goed op de beurs. De productie van materialen heeft het op het vlak van vernieuwing en het creëren van extra waarde immers altijd moeilijker gehad dan bijvoorbeeld activiteiten in de life sciences.

Last man standing

Voor DSM vormden de commerciële mogelijkheden van lifescience-producten ook een belangrijke reden om zich er de laatste decennia steeds meer op te concentreren. Een volgende stap in de transitie van het concern. Want het transformatieproces van het oorspronkelijk Nederlands Limburgs bedrijf gaat heel ver terug. Naar de Dutch State Mines, waar de naam oorspronkelijk voor staat. Van de productie van steenkool, via basischemie, transformeerde het bedrijf zich tot de huidige speler op het gebied van life sciences. Het kocht onder andere eind jaren negentig Gist Brocades en verkocht begin deze eeuw zijn bulkchemie aan Sabic. Daarna deed het steeds meer activiteiten van de hand op het gebied van materialen en chemicaliën.

Inmiddels staat er in Geleen, het grote DSM-bolwerk van weleer bijna geen installatie meer van DSM. DSM RFM was binnen het bedrijf zo ongeveer the last man standing, als het gaat om de productie van materialen.

Al langer had Covestro een oogje op het DSM-onderdeel laten vallen. Friede: ‘We proberen DSM al jaren te overtuigen dat het uitstekend bij ons zou passen. Een perfect match. Bij Covestro ademen we materialen.’

Westelijke richting

Er is nog een andere belangrijke overeenkomst. Zowel Covestro als DSM, dus ook het onderdeel RFM, is purpose driven, zoals dat mooi heet. Beide concerns lijken zich zeer bewust van hun maatschappelijke rol en richten zich op verduurzaming en innovatie. Dat heeft ook zijn weerslag op de culturen van de twee bedrijven. Friede: ‘Daar vinden we elkaar sowieso. We hebben allebei een sterke focus naar voren. De overname is gericht op de langere termijn. Het is geen acquisitie van private equity om snel munt uit een overname te slaan. We hebben geen plannen om fabrieken of researchafdelingen te sluiten. Te meer omdat de activiteiten van RFM en Covestro nauwelijks overlappen, maar vooral aanvullend zijn. De productie van harsen is zeer welkom binnen de ketenactiviteiten van Covestro.’

overname

(c) Covestro

Door de overname verschuift het zwaartepunt van Covestro ietwat in westelijke richting. In de Antwerpse haven heeft het concern al een grote productiesite en op de Maasvlakte is Covestro voor vijftig procent eigenaar van de PO11-fabriek, die wordt gerund door partner LyondelBasell. Van de 24 vestigingen van RFM bevinden zich er zes in Nederland. Daarnaast zijn productielocaties in Duitsland, Spanje de VS en Azië. Maar onmiskenbaar is dat de aanwezigheid in de Benelux significant groter wordt, met vestigingen in Hoek van Holland, Geleen, Waalwijk, Zwolle en Amsterdam.

Volgens Friede bieden de Nederlandse vestigingen ook veel aanknopingspunten voor de innovatie. Denk aan de productie in Hoek van Holland, waar onder leiding van Plant Manager of the Year 2020 Mirjam Verhoeff onder andere materialen worden gemaakt voor 3D-printen. En denk ook aan Niaga op Chemelot in Geleen. Fried: ‘Bij Covestro is veel respect voor de RFM-innovaties zoals bijvoorbeeld de technologie van Niaga voor de recycling van tapijten. Die activiteiten willen we graag internationaal laten groeien.’

Transparantie

Covestro lijkt zich zeer bewust van de valkuilen van een overname. Uit onderzoek blijkt dat tachtig procent van overnames en fusies mislukken ten aanzien van de doelstellingen vooraf. En dat ligt bijna altijd aan de cultuurverschillen. Friede: ‘Na de huidige wittebroodsweken, gaan we straks ongetwijfeld door enkele valleien. Daarbij moet veel aandacht blijven voor de cultuurverschillen, willen we het beste uit beide werelden halen. Transparantie is daarbij heel belangrijk en we vragen daarbij ook hulp van buiten. Hoe creëren we het best mogelijke team? Die vraag moet voorop blijven staan.’

Duitse polymerenproducent Covestro en Nederlandse binnenvaartcoöperatie NPRC werken samen om de zouttransportvloot op de Rijn om te bouwen naar schepen die op waterstof varen. Dat maakten de partijen begin februari bekend. Twee jaar geleden werd al bekend dat NPRC ook met chemiebedrijf Nouryon (inmiddels Nobian genaamd) binnenvaarttransport op groene waterstof onderzoekt.

In termen van transportvolume is zout de belangrijkste grondstof voor de Covestro-vestigingen in Noordrijn-Westfalen. Covestro en NPRC willen twee waterstofschepen in de vaart brengen vanaf 2024. Daarbij kijken zij eerst naar de technische en economische haalbaarheid van het project. Zo wordt het technisch ontwerp van de romp geoptimaliseerd, zodat de schepen zelfs bij laagwater kunnen worden ingezet. Ook onderzoeken de partijen de mogelijkheid om groene waterstof uit Covestro’s eigen chloorelektrolyse te gebruiken om de binnenschepen te bunkeren.

Ketenverantwoordelijkheid

Covestro wil haar bedrijf volledig in lijn brengen met de circulaire economie en op lange termijn broeikasgasneutraal produceren. Daarbij wil ze ook indirecte emissies verminderen. CEO van NPRC Femke Brenninkmeijer ziet de samenwerking met de polymerenproducent als een geweldig voorbeeld van de kansen die zich voordoen als alle stakeholders in de logistieke keten zich verbinden tot duurzaamheid. ‘Dit partnerschap met Covestro biedt een solide en betrouwbare basis voor onze coöperatie van individuele binnenvaartondernemers om de enorme investering aan te gaan die nodig zijn om om te schakelen naar zero-emissie vervoer. Deze vorm van gezamenlijke ketenverantwoordelijkheid is naar mijn idee de toekomst van innovaties in de logistiek.’

Rijn-Alpencorridor

Het internationale project maakt deel uit van het RH2INE-Initiatief (Rhine Hydrogen lntegration Network of Excellence) van onder andere het Duitse ministerie van Economische Zaken van Noordrijn-Westfalen en de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Doel is een klimaatneutrale transportroute op de Rijn-Alpencorridor en zo invulling geven aan de Europese Green Deal. RH2INE streeft ernaar om, ook met andere partners uit het consortium, tussen Rotterdam en Keulen meerdere waterstofschepen in de vaart te hebben.

15 miljoen euro

Ook met Nobian in Delfzijl onderzoekt NPRC of ze een binnenvaartschip voor honderd procent op waterstof kan laten varen. De groene waterstof wordt lokaal geproduceerd door Nobian. De intentie is om binnen enkele jaren het schip m.s. Antonie, van Lenten Scheepvaart, zout te laten vervoeren van Nobians zoutfabriek in Delfzijl naar de Botlek in Rotterdam. Dit initiatief maakt onderdeel uit van de Green Deal van (demissionair) minister van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat). De minister heeft vijftien miljoen euro beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling en productie van schonere scheepsmotoren voor de binnenvaart.

Covestro heeft de eerste levering duurzame benzeen ontvangen van Total. Het chemiebedrijf zet dit in als grondstof voor aniline, waarmee ze vervolgens MDI (difenylmethaandi-isocyanaat) produceert. Dit is de basis voor polyurethaan hardschuim, dat wordt gebruikt in bijvoorbeeld isolatiemateriaal.

Het duurzame benzeen, ISCC Plus-gecertificeerd, is geproduceerd door het platform van Total Raffinage en Petrochemie in het Franse Normandië. Van daaruit is het vervoerd naar de Antwerpse vestiging van Covestro.

‘Door de samenwerking met Total ondersteunen wij onze klanten in de hardschuimsector om hun productie nog duurzamer te maken en zich ook als een duurzame speler te positioneren,’ zegt Daniel Meyer, wereldwijd verantwoordelijk voor het segment Polyurethanen bij Covestro. ‘Zij kunnen deze drop-in oplossing onmiddellijk in hun bestaande productieprocessen gebruiken zonder dat hiervoor technische aanpassingen nodig zijn.’

Op dinsdag 8 december is Klaus Schäfer, CTO bij Covestro, een van de sprekers tijdens de openingstalkshow van de European Industry & Energy Summit 2020. Wij spraken hem in een eerdere editie van Petrochem over CO2, inzet van koolstof en duurzame ambities van de industrie.

Covestro, het vroegere Bayer MaterialScience, wil leiderschap tonen als het gaat om de inzet van koolstof in hoogwaardige producten en ook op het vlak van energie-efficiëntie. Toen wij chief technology officer (CTO) Klaus Schäfer spraken was hij een dagje op de Maasvlakte in Rotterdam naar aanleiding van een innovatief investeringsproject. Op hun gezamenlijke productielocatie bouwen LyondellBasell en Covestro een nieuwe verbrandingsinstallatie en een biologische verwerkingsfabriek van afvalstromen. Met deze investering van maar liefst 150 miljoen euro moet het afvalwater van de bestaande fabrieken op de site op een biologische manier worden omgezet in warmte. Dat kan dan weer ter plekke in de vorm van stoom worden ingezet in de bestaande productieprocessen op de Maasvlakte-site. Met de nieuwe installaties verwachten de twee bedrijven de CO₂-uitstoot van het productieproces met 140.000 ton per jaar te verminderen. Dat is een reductie van twintig procent.

De CTO van Covestro is duidelijk verguld met deze nieuwe investering. Misschien ook omdat de twee bedrijven met het project technologisch en innovatief duidelijk hun nek uitsteken. Schäfer: ‘Als je het benadert vanuit de people, planet, profit gedachte, dan zit de plus vooral in de eerste twee. Op het gebied van het milieu is het natuurlijk een geweldig project en de investering levert ook nieuwe banen op. Alleen op het gebied van winst houdt het eigenlijk nog niet echt over. Het is een grensgeval. We verliezen er geen geld op, maar het levert ook niets op.’ Dat kan overigens wel veranderen. Bovendien lopen de bedrijven met de investering op de Maasvlakte voor op toekomstige Europese en Nederlandse regelgeving. Verwacht wordt dat soortgelijke investeringen sowieso moeten worden gedaan.

Dode hond

Met een  nuchtere blik kijkt Schäfer naar de duurzame ambities van de chemische industrie en van Covestro in het bijzonder. Vooral doen wat nu technisch mogelijk en economisch haalbaar is, lijkt zijn credo. Zo haalde het concern een paar jaar geleden de internationale pers met de installatie die CO2 omzet in polyurethaan, in het Duitse Dormagen. Twintig procent van het uiteindelijke product heeft kooldioxide als grondstof. Schäfer: ‘CO2 is een dode hond, je kunt er weinig mee. Om kooldioxide te activeren, heb je immers heel veel energie nodig. Dat is misschien mogelijk als er exotherme processen in de buurt zijn waarvan we de energie kunnen gebruiken, zoals in Dormagen.’ Covestro heeft samen met de Universiteit van Aken een katalysator ontwikkeld die de activeringsenergie voor CO2 verlaagt om een chemische reactie te laten plaatsvinden. De ontwikkelde katalysator is in dit geval de sleutel tot succes.

Er wordt momenteel veel gesproken over elektrochemische routes en ook Covestro onderzoekt ze uitvoerig. Vooral voor de langere termijn. ‘Laatst vertelde een deskundige van een collega-bedrijf me dat de productie van waterstof via elektrochemische weg nog achtmaal duurder is dan de gangbare route.’

Nieuwe machines

Zelf heeft de CTO op de kortere en middellange termijn veel verwachtingen van koolmonoxide. ‘Dat is meer een jong hondje. Daar kun je chemisch al meer mee dan met CO2. We onderzoeken onder andere hoe we van CO2 eerst CO kunnen maken, om zodoende veel meer mogelijkheden te hebben. We zoeken daarnaast een samenwerking met de staalindustrie, omdat in hoogovens naast veel CO2 ook veel CO vrijkomt.’

Hier passen wederom relativerende, nuchtere woorden. Innovatieve processen leveren vaak ook andere producten op. ‘We moeten onze klanten goed kennen en ze helpen met de nieuwe producten te leren omgaan. Vaak zijn ze enthousiast als we duurzamere producten leveren. Dat enthousiasme wordt echter een stuk minder als ze horen dat ze hun installaties moeten aanpassen of zelfs nieuwe machines nodig hebben. Daarom is het natuurlijk belangrijk dat we ze daar dan ook in ondersteunen.’

 

Bron: Petrochem 10-2018

European Industry & Energy Summit 2020

Tijdens European Industry & Energy Summit 2020 op 8 en 9 december zenden wij uit vanuit vier studio’s: Amsterdam, Eemshaven (Groningen Seaports), Rotterdam (Plant One Rotterdam) en Geleen (Brightsite Chemelot Campus).  We bespreken thema’s als Europese plannen, waterstof, infrastructuur, innovatie en systeemintegratie. Verschillende partners presenteren in side-events hun visie op onderwerpen als CCUS, elektrificatie, elektrochemie, energiebesparing- en opslag, en veel meer.

Inschrijven voor de livestreams is kosteloos (pay as you like).

Een nieuw te bouwen ontziltingsinstallatie in de haven van Antwerpen zal vanaf begin 2024 brak dokwater oppompen en omzetten in hoogwaardig proceswater voor de chemiesector. Daardoor hoeven chemiebedrijven voor bepaalde productieprocessen niet langer drinkwater uit het Albertkanaal te gebruiken. Dit zou in de opstartfase al een besparing betekenen van miljoenen liters drinkwater per jaar.

De Amerikaanse investeringsmaatschappij Avaio, in samenwerking met Aecom, sloot een intentieverklaring met Covestro om de waterfabriek op de terreinen van het chemiebedrijf te bouwen. De installatie zal via een pijpleiding ook het naburige Evonik bevoorraden en is erop voorzien dat ook andere chemiebedrijven erop kunnen aansluiten.

In de chemiesector is water een cruciale schakel in de productieprocessen. Drinkwater wordt daarbij vooral gebruikt als noodzakelijke grondstof. Maar ook voor stoomproductie of als koelwater om de veiligheid van de installaties te garanderen. Met de bouw van een nieuwe waterfabriek in de haven van Antwerpen hoeven industriebedrijven hiervoor niet langer drinkwater uit het Albertkanaal te gebruiken, maar kunnen ze overschakelen op water uit de havendokken

Minder drinkwater

Daardoor kunnen Covestro en Evonik hun drinkwatergebruik met liefst 98 procent terugdringen. Beide chemiebedrijven zullen drinkwater enkel nog gebruiken voor sanitaire toepassingen. De ontziltingsinstallatie heeft de capaciteit om een jaarlijkse waterbesparing te realiseren die gelijk is aan de gemiddelde drinkwaterconsumptie van ongeveer 40.000 gezinnen van vier personen. Bovendien is het mogelijk om de waterfabriek – en de daarmee samenhangende drinkwaterbesparing – nog verder uit te breiden. De initiatiefnemers zijn daarover in onderhandeling met andere bedrijven en in overleg met Port of Antwerp.

Kwaliteits- en milieuvoordelen

De omzetting van dokwater naar proceswater vermindert niet enkel de druk op de drinkwatervoorziening maar biedt ook kwaliteits- en milieuvoordelen. Zo is de zoutlast, of de concentratie aan mineralen, van proceswater vijf keer lager dan van drinkwater. Doordat het water minder zout bevat is het beter geschikt voor chemie-installaties. Dat betekent minder watergebruik, minder afvalwater en minder chemicaliën voor waterbehandeling.

Avaio en Aecom willen begin volgend jaar starten met de aanvraag van de nodige vergunningen. Avaio verwacht medio 2022 te kunnen beginnen met de bouw van de installatie. Die zou twee jaar later, in 2024, operationeel moeten zijn. De investeerders streven ernaar om de ontziltingsinstallatie te laten draaien op groene stroom. De waterfabriek is ook uitgerust met de juiste technologie om in een latere fase gezuiverd afvalwater te gaan hergebruiken.

Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder essenscia vlaanderen, sectorfederatie van de chemie en life sciences: ‘Chemie- en farmabedrijven hebben het verbruik van drink- en grondwater de voorbije tien jaar al fors teruggedrongen. Met een efficiëntieverhoging van liefst 35 procent. We produceren dus meer met minder water. Met dit unieke project zorgt de chemiesector opnieuw voor een grote vermindering van het drinkwaterverbruik, volledig in lijn met de ambities van de Blue Deal van de Vlaamse regering.’

DSM verkoopt haar tak voor duurzame coatingharsen aan Covestro voor 1,6 miljard euro. De verkoop past in de lijn van DSM, dat zich steeds meer richt op voeding, gezondheid en duurzaam leven.

De omzet van de verkochte tak (Resins & Functional Materials) was in 2019 1 miljard euro. Door de overname wordt Covestro een van grootste leveranciers op het gebied van duurzame coatingharsen.
Markus Steilemann, CEO van Covestro: ‘Deze overname is een belangrijke stap in onze bedrijfsstrategie. RFM (Resins & Funtional Materials, de tak die wordt overgenomen, red.) versnelt de groei van ons bedrijf. Door de combinatie van onze sterke innovatiecapaciteiten, duurzame productportfolio’s en complementaire technologieën en klantindustrieën, zullen we aanzienlijke waarde ontsluiten. Tegelijkertijd is deze overname ook een belangrijke stap om innovatie te stimuleren op weg naar een circulaire economie.’

De afronding van de transactie wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2021 en is afhankelijk van de goedkeuring van de regelgevende instanties, inclusief de goedkeuring van de mededingingsautoriteiten.

Innovatieve ontwikkelingen als industrie 4.0 en bijvoorbeeld de inzet van CO2 als grondstof vragen om een nuchtere aanpak. Juist dan kunnen er stappen worden gezet, ook in een ambitieus chemiebedrijf als Covestro. CTO Klaus Schäfer over digitalisering: ‘Misschien is de komende stap voor de meeste mensen kleiner dan voorgaande grote veranderingen.’

Onlangs was de chief technology officer (CTO) van Covestro, Klaus Schäfer, een dagje op de Maasvlakte in Rotterdam om de officiële aankondiging bij te wonen van een innovatief investeringsproject. Op hun gezamenlijke productielocatie bouwen LyondellBasell en Covestro een nieuwe verbrandingsinstallatie en een biologische verwerkingsfabriek van afvalstromen. Met deze investering van maar liefst 150 miljoen euro moet het afvalwater van de bestaande fabrieken op de site op een biologische manier worden omgezet in warmte. Dat kan dan weer ter plekke in de vorm van stoom worden ingezet in de bestaande productieprocessen op de Maasvlakte-site. Met de nieuwe installaties verwachten de twee bedrijven de CO₂-uitstoot van het productieproces met 140.000 ton per jaar te verminderen. Dat is een reductie van twintig procent.

De CTO van Covestro is duidelijk verguld met deze nieuwe investering. Misschien ook omdat de twee bedrijven met het project technologisch en innovatief duidelijk hun nek uitsteken. Schäfer: ‘Als je het benadert vanuit de people, planet, profit gedachte, dan zit de plus vooral in de eerste twee. Op het gebied van het milieu is het natuurlijk een geweldig project en de investering levert ook nieuwe banen op. Alleen op het gebied van winst houdt het eigenlijk nog niet echt over. Het is een grensgeval. We verliezen er geen geld op, maar het levert ook niets op.’ Dat kan overigens wel veranderen. Bovendien lopen de bedrijven met de investering op de Maasvlakte voor op toekomstige Europese en Nederlandse regelgeving. Verwacht wordt dat soortgelijke investeringen sowieso moeten worden gedaan.

Scherper

Het past in ieder geval prima bij de strategie van Covestro, het vroegere Bayer MaterialScience. Het concern wil leiderschap tonen als het gaat om de inzet van koolstof in hoogwaardige producten en ook op het vlak van energie-efficiëntie. Voormalig topman Patrick Thomas stelde zelfs openlijk de vraag of de politieke doelstellingen voor de industrie op het vlak van CO2-reductie en energie-efficiëntie misschien significant scherper kunnen. Een geluid dat de laatste tijd wel vaker wordt gehoord, maar nog niet veel uit de monden van topmensen van grote bedrijven. Of dat moeilijk is en om lef vraagt? ‘Nee’, stelde Thomas een paar jaar geleden. ‘Het lijkt me juist veel moeilijker om te volgen dan te leiden.’

Volgende stap

Een visionaire CEO weet doorgaans veel mensen te inspireren. Het is echter onder andere aan de technici om goede ideeën te verwezenlijken. En om er nuchter en verstandig naar te kijken. Zo ook aan Klaus Schäfer, de hoogste technicus van het bedrijf.

Nuchter is hij bijvoorbeeld over de digitalisering van de industrie en de volgende stap: Industry 4.0 en het gebruik van big data. Digitalisering is immers niet iets van de laatste tijd. Al decennialang is het proces gaande. ‘Misschien is de komende stap voor de meeste mensen kleiner dan voorgaande grote veranderingen’, stelt hij. Natuurlijk zullen er andere kwaliteiten nodig zijn, maar dat zullen de mensen aankunnen. ‘Indertijd was de overstap van pneumatische naar elektronische aansturing van productie-installaties ook een grote stap. De overgang naar DCS-systemen vroeg ook veel van de flexibiliteit van mensen. Misschien wel meer dan nu nodig is. Dat is allemaal goed gegaan, dus de volgende stap redden we ook.’

Onderhoud

Op het gebied van technologie is er op dit vlak ook weinig nieuws onder de zon. Sinds jaren verzamelt het bedrijf al productiegegevens op verschillende locaties. ‘Onze sites, onder andere in Antwerpen, zijn op een hoog niveau gedigitaliseerd. We hebben al modellen voor chemische reacties en de gezondheid van installaties. Belangrijk is nu dat we de data die we op elke plaats in de wereld verzamelen, daadwerkelijk gaan ophalen en wereldwijd met elkaar verbinden.’

Covestro wil de informatie op grote schaal gebruiken bij de verbetering van processen. Om de digitalisering van nieuwe productiefaciliteiten te bevorderen, heeft Covestro daarom het mondiale programma Optimized System Integration (OSI 2020) gelanceerd. Het hart van OSI 2020 is het nieuwe Integrated Plant and Engineering Platform. In de nabije toekomst zullen belangrijke datasystemen van operationele activiteiten worden verbonden met dit platform. Schäfer: ‘Het moet zorgen voor één duidelijke uniforme benadering.’

Van daaruit zijn er veel mogelijkheden. Zo is het de bedoeling om zogenoemde digital twins te creëren voor alle Covestro-productielocaties. Dat zijn virtuele versies van de fabrieken. Het is zeer handig om een digitaal equivalent van een installatie te hebben. Op die manier kunnen ontwerpers en bijvoorbeeld datawetenschappers – vaak op afstand – samen met operationele mensen werken aan de optimalisatie van fabrieken en bijvoorbeeld ‘wat als’-scenario’s ontwikkelen. Zo kunnen ontwerpfouten worden opgespoord, bijvoorbeeld tijdens de bouwfase van een fabriek, het onderhoud en de revisie van installaties. Het maakt het ook mogelijk om bijvoorbeeld op grond van data-analyse de productiecapaciteit te vergroten.

Betere integratie

Het verder digitaliseren van de productie wereldwijd is één van de drie niveaus waarop Covestro verder wil digitaliseren. Schäfer: ‘Het volgende niveau is de interface met klanten.’ Chemiebedrijven zijn vaak onderdeel van grote productieketens en staan bijna nooit aan het einde daarvan. Ze staan niet in directe verbinding met de consument. ‘Er heeft nog nooit bij ons een consument een grote zak met MDI gekocht.’ Door datasystemen van verschillende partners in de keten aan elkaar te koppelen, kunnen veel meer processen op elkaar worden afgestemd. Zo kan een chemiebedrijf nog beter reageren op gewenste specificaties. ‘Ook maakt het co-creatie gemakkelijker. Samen met klanten nieuwe producten ontwerpen, waarbij bijvoorbeeld innovaties in kunststoffen kunnen worden meegenomen.’

Schäfer haalt zo’n innovatie uit zijn binnenzak tevoorschijn. Een zwart plaatje met het formaat van een mobiele telefoon. ‘Wat is dit, denk je?’ Hij tikt er een paar keer op. Het klinkt en voelt als een stukje metaal. Aluminium, om preciezer te zijn. Maar dat is het natuurlijk niet. Schäfer: ‘Het is composiet uit onze nieuwe fabriek in Zuid-Duitsland. Een innovatie van een kleine onderneming die we hebben opgeschaald. Dit materiaal kan metalen behuizingen van bijvoorbeeld laptops en smartphones vervangen, of frames van racefietsen. Het is goedkoper en ook duurzamer dan lichte metalen.’ Toepassingsgebieden te over. Denk ook aan auto’s die door de toepassing van kunststoffen al veel lichter zijn geworden. Natuurlijk is het succes van dergelijke materialen afhankelijk van onder andere de producenten van consumentenartikelen. Die moeten het in hun producten willen gebruiken. Een betere integratie van digitale systemen kan daar uiteraard bij helpen.

Alibaba

Met het derde niveau van verdere digitalisering begeeft Covestro zich op het vlak van nieuwe businessmodellen. ‘Als we meer gegevens hebben van bijvoorbeeld de installaties van onze klanten, dan kunnen we vanuit onze expertise suggesties doen om hun processen te verbeteren. Momenteel hebben we met vijf klanten een programma lopen. Het wordt een community voor het delen van ideeën. Op die manier kunnen we gezamenlijk nieuwe businessmodellen ontwikkelen.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
digitalisering

Schäfer: ‘We moeten onze klanten goed kennen en ze helpen met de nieuwe producten te leren omgaan.’

Wel komt dan het intellectuele eigendom ter sprake. Want van wie is welke kennis en informatie? En hoe beveilig je dat? ‘Dat is zeker een belangrijk onderwerp. We moeten daar goede systemen voor ontwikkelen en ons vooral laten inspireren door andere sectoren. Denk bijvoorbeeld aan het Amerikaanse patiëntensysteem in de zorg. Informatie wordt uitgewisseld, maar wel gedepersonaliseerd. Dat kan natuurlijk ook met gevoelige informatie in industriële ketens.’

Ook wordt het mogelijk om beter te reageren op andere, relatief nieuwe businessmodellen zoals Alibaba. ‘Steeds meer zijn schepen varende warenhuizen. Klanten kunnen onder andere via Alibaba materialen van een schip kopen.’ Met name bij serieproductie kunnen verschuivingen optreden. ‘Daarbij zijn er twee mogelijkheden: made to forecast en made to order. Er zal steeds meer flexibiliteit van de batchproductie worden gevraagd om hier optimaal en sneller op te reageren.’

Dode hond

Met een eveneens nuchtere blik kijkt Schäfer naar de duurzame ambities van de chemische industrie en van Covestro in het bijzonder. Vooral doen wat nu technisch mogelijk en economisch haalbaar is, lijkt zijn credo. Zo haalde het concern een paar jaar geleden de internationale pers met de installatie die CO2 omzet in polyurethaan, in het Duitse Dormagen. Twintig procent van het uiteindelijke product heeft kooldioxide als grondstof. Schäfer: ‘CO2 is een dode hond, je kunt er weinig mee. Om kooldioxide te activeren, heb je immers heel veel energie nodig. Dat is misschien mogelijk als er exotherme processen in de buurt zijn waarvan we de energie kunnen gebruiken, zoals in Dormagen.’ Covestro heeft samen met de Universiteit van Aken een katalysator ontwikkeld die de activeringsenergie voor CO2 verlaagt om een chemische reactie te laten plaatsvinden. De ontwikkelde katalysator is in dit geval de sleutel tot succes.

Er wordt momenteel veel gesproken over elektrochemische routes en ook Covestro onderzoekt ze uitvoerig. Vooral voor de langere termijn. ‘Laatst vertelde een deskundige van een collega-bedrijf me dat de productie van waterstof via elektrochemische weg nog achtmaal duurder is dan de gangbare route.’

Nieuwe machines

Zelf heeft de CTO op de kortere en middellange termijn veel verwachtingen van koolmonoxide. ‘Dat is meer een jong hondje. Daar kun je chemisch al meer mee dan met CO2. We onderzoeken onder andere hoe we van CO2 eerst CO kunnen maken, om zodoende veel meer mogelijkheden te hebben. We zoeken daarnaast een samenwerking met de staalindustrie, omdat in hoogovens naast veel CO2 ook veel CO vrijkomt.’

Hier passen wederom relativerende, nuchtere woorden. Innovatieve processen leveren vaak ook andere producten op. ‘We moeten onze klanten goed kennen en ze helpen met de nieuwe producten te leren omgaan. Vaak zijn ze enthousiast als we duurzamere producten leveren. Dat enthousiasme wordt echter een stuk minder als ze horen dat ze hun installaties moeten aanpassen of zelfs nieuwe machines nodig hebben. Daarom is het natuurlijk belangrijk dat we ze daar dan ook in ondersteunen.’

Zojuist kreeg ik het droevige bericht dat Richard Northcote, Chief Sustainability Officer van chemiebedrijf Covestro, van woensdag op donderdagnacht onverwacht is overleden. Vorige week hadden we nog een mailwisseling… Het voelt als: ‘Vanochtend zag ik hem nog lopen’.

Richard was een van de grote internationale pleitbezorgers van een duurzame chemie. Vooral de term ‘Carbon Productivity’ hoort bij hem. Begin vorig jaar mocht ik hem daarover interviewen voor het artikel ‘Hoe koolstof koolstof kan besparen’. Hij sprak toen ook bij ons congres Duurzaam Geproduceerd. Het draaide volgens hem om de juiste mind set: Door koolwaterstoffen effectief in te zetten, kunnen juist heel veel brandstoffen en grondstoffen worden bespaard. Denk bijvoorbeeld aan kunststoffen die auto’s lichter maken en materialen die huizen isoleren.

Journalistiek

Richard kwam bij mij over als een gedreven, enthousiaste en vooral ook sympathieke man. Ik heb hem als journalist ook als zeer toegankelijk ervaren, ondanks zijn positie in de Raad van bestuur van Covestro. Wellicht dat daarbij meespeelde dat zijn roots in de journalistiek lagen. Richard is 58 jaar oud geworden. Zie ook het officieel bericht van Covestro.

Wim Raaijen

Polymeerproducent Covestro heeft haar omzet het afgelopen boekjaar met 18,8 procent zien toenemen tot 14,1 miljard euro.

Op groepsniveau steeg de EBITDA (winst vóór belastingen, rente, afschrijvingen en buitengewone lasten) tot 3,4 miljoen euro, een stijging van 70,6 procent vergeleken met het vorige jaar. Het nettoresultaat verdubbelde van 795 miljoen naar 2,0 miljard euro.

Voor 2018 verwacht Covestro een solide groei in de voornaamste klantensectoren zoals de auto-industrie, de meubelindustrie, de bouwsector en de elektro- en elektronicasector. Het bedrijf beschouwt hier vooral de maatschappelijke trend naar grotere duurzaamheid als een groeimotor. ‘In steeds meer industrieën zoeken klanten in toenemende mate naar duurzame oplossingen en dat is precies wat wij bieden’, zegt CEO Patrick Thomas. Covestro wil de komende jaren aanzienlijk meer investeren om blijvend voordeel te halen uit de verwachte groei in de voornaamste klantensectoren.

Digitalisering

De polymeerproducent heeft de Duurzame Ontwikkelings-doelstellingen van de Verenigde Naties in haar strategie opgenomen. Uiterlijk in 2025 wil Covestro 80 procent van haar uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling besteden in activiteiten die een bijdrage leveren aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen.

Daarnaast wordt digitalisering al stuwende factor voor innovatie beschouwd. Markus Steilemann (Chief Commercial Officer en toekomstig CEO van Covestro): ‘Met ons integrale programma maken wij gebruik van de kansen die digitalisering biedt en daar focussen we in ons bedrijf volledig op. Zo leggen wij nieuwe samenwerkingsvormen met onze klanten vast.’ Een voorbeeld is een digitale marktplaats (die binnenkort wordt gelanceerd), die de toegang tot basisproducten vereenvoudigt en die klanten met Covestro en andere leveranciers zal verbinden. Naar verwachting zullen deze nieuwe digitale businessmodellen, zoals de digitale marktplaats, tegen eind 2019 een omzet tot één miljard euro genereren.