Gasunie huurt de komende vijf jaar een drijvende LNG-installatie (FSRU) van het Amerikaanse New Fortress Energy. Deze brengt vloeibaar aardgas naar de Eemshaven waar het de LNG omzet in aardgas. De installatie is ook geschikt voor de opslag van gas. Het is de tweede FSRU die Gasunie heeft gecontracteerd. Eind april maakte het bedrijf al bekend dat het een FSRU van de Belgische rederij Exmar heeft gehuurd.

Met deze tweede drijvende LNG-installatie breidt Gasunie-dochter EemsEnergy Terminal haar nieuwe LNG-terminal in de Eemshaven verder uit. Daardoor kan nu in totaal acht miljard kubieke meter LNG worden omgezet in aardgas.

De eind april gestarte tender voor marktpartijen leidde tot overweldigende belangstelling. In deze niet-bindende fase hebben al meer dan vijftien partijen hun interesse getoond in het gebruik van de terminal en is de vraag vier keer zo groot als het aanbod. Deze partijen kopen het LNG-gas in en gebruiken de nieuwe drijvende terminals om al deze winter vloeibaar aardgas naar Nederland te kunnen brengen. Ze hebben tot 10 juni de tijd om hun interesse om te zetten in een bindend contract.

Alternatief

Beide schepen worden in augustus in de Eemshaven verwacht. Zodra de twee drijvende installaties zijn afgemeerd, volgt het technisch gereed maken, de aansluiting op het al bestaande gasnetwerk in de Eemshaven en tenslotte de aanvoer van de LNG. Beide installaties zullen naar verwachting dit najaar operationeel zijn. Vanuit de Eemshaven regelt Gasunie Transport Services verder voor het transport van gas via het landelijke gasleidingnet.

De drijvende installaties zullen in ieder geval de komende vijf jaar worden ingezet als tijdelijk alternatief voor Russisch gas. Tegelijkertijd onderzoeken de partijen de mogelijkheid voor de bouw van een vaste terminal aan land. Die terminal zal op den duur ook kunnen worden ingezet voor de aanlanding van groene waterstof.

Optimalisatie GATE

Medio maart maakte Minister Jetten van Energie en Klimaat bekend dat het Nederlandse kabinet samen met Gasunie onderzoekt hoe de importcapaciteit voor LNG in Nederland op korte termijn kan worden vergroot. De import van LNG kan bijdragen aan minder afhankelijkheid van gas uit Rusland. Gasunie is hierover al enige tijd intensief met het kabinet in overleg. Naast Eemshaven zal ook de bestaande GATE terminal op de Maasvlakte in Rotterdam worden geoptimaliseerd om meer LNG te kunnen realiseren. Eemshaven en Rotterdam samen zullen dan de LNG-capaciteit in Nederland verdubbelen.

De provincie Groningen en de gemeente Het Hogeland willen de Eemshaven uitbreiden door een bedrijventerrein te ontwikkelen in de Oostpolder. Hiermee willen provincie en gemeente vooral werkgelegenheid creëren.

De gemeente en provincie richten zich met name op bedrijven uit de sectoren waterstof, batterijen, datacenters, windenergie, automotive en ook op nieuwe vormen van high tech bedrijven. Op het moment wordt aan een masterplan gewerkt voor de Oostpolder. Een terrein van circa 600 hectare. Ook worden gesprekken gevoerd met direct omwonenden.

De provincie en gemeente stellen vier voorwaarden aan de nieuwe ontwikkeling van de Oostpolder. De woonfunctie in de omliggende dorpen moet zoveel mogelijk behouden blijven. De milieunormen uit de structuurvisie (voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit, zoals geur en stof) zijn hierbij het uitgangspunt. In de derde plaats moeten er goede overgangszones komen, als groen-blauwe buffers tussen het bedrijventerrein en de huizen. Ten slotte is het uitgangspunt voor de inrichting van het bedrijventerrein dat het nieuwe windpark behouden blijft.

Ruimte

Groningen Seaports ondersteunt de plannen laat ze op haar website weten. ‘Door uitbreiding ontstaat weer ruimte voor de marktvraag, want op dit moment hebben we te maken met schaarste aan grond in de Eemshaven. We kunnen in de Eemshaven, maar ook in Delfzijl, nauwelijks aaneengesloten kavels aanbieden. Deze uitbreiding in de Oostpolder maakt de komst van bedrijven, die veel ruimte nodig hebben, mogelijk. En daarmee wordt vanzelfsprekend werkgelegenheid gecreëerd’, zegt Groningen Seaports-CEO Cas König.

Het plangebied van de Oostpolder sluit aan de noordzijde aan op het bestaande bedrijventerrein Eemshaven en wordt verder begrensd door de spoorlijn (westzijde), de dijk en lintbebouwing van Oudeschip (zuidzijde) en de N33 (oostzijde).

Energiebedrijven RWE en Innogy onderzoeken de bouw van een groene waterstoffabriek met een capaciteit tot 100 megawatt. De installatie is gepland op het terrein van de Eemshavencentrale van RWE. Het nabijgelegen windpark Westereems van Innogy gaat de stroom voor de fabriek leveren. De eerste bevindingen van het onderzoek komen in het najaar.

Het demi-water dat bij de elektriciteitsproductie door de Eemshavencentrale vrijkomt, is bruikbaar voor de waterstofproductie. Daarnaast kan de Eemshavencentrale ook groene stroom voor de productie van waterstof leveren, wanneer die op biomassa gaat draaien. Momenteel bouwt RWE  de centrale om  van kolen naar biomassa. Deze combinatie maakt dit een interessante locatie voor een waterstofcentrale.

Windpark Westereems, dat naast de Eemshaven centrale ligt, is met 52 turbines (meer dan 100 megawatt) een van de grootste windparken op het land van Nederland.

Derde aankondiging

Het is de derde grote waterstoffabriek in de Eemsdelta die binnen een jaar is aangekondigd. Ook Engie en Gasunie onderzoeken de haalbaarheid van een 100 Megawatt-installatie. Nog eerder ontvouwden Nouryon en Gasunie al plannen voor een waterstoffabriek in Delfzijl.

 

 

BOW Terminal uit Vlissingen breidt haar offshore windactiviteiten uit met een nieuw logistiek knooppunt in de Eemshaven. Het bedrijf gaat zich in Groningen richten op de heavy lift, decommissioning, oil & gas en offshore wind.

De nieuwe terminal komt langs een in totaal 525 meter lange kade in de Wilhelminahaven te staan. Het havenbekken Wilhelminahaven heeft een diepte van zestien meter en is daarom geschikt voor diepzeevaartuigen. ‘Met het oog op de energietransitie in West-Europa en het aantal geplande projecten in het gebied is deze uitbreiding voor BOW Terminal een logische stap om aan de behoeften van haar diverse klanten te voldoen’, zegt directeur Ludolf Reijntjes.