Scholt Energy zet een thermisch zoutbad bij VDL Weweler in als noodvermogen voor het Nederlandse elektriciteitsnetwerk. Het bad kan automatisch meer of minder elektriciteit verbruiken om te helpen vraag en aanbod op het net in balans te houden.

Met het groeiende aanbod wind- en zonne-energie, neemt de invloed van weersomstandigheden op het energieaanbod toe. Wil de industrie in de toekomst gebruik kunnen blijven maken van betrouwbare betaalbare stroom, dan moet ze flexibeler worden door bijvoorbeeld af te schakelen op momenten van schaarste. Dat schreven onderzoekers van DNV GL recent in een publicatie. Uit onderzoek bleek echter dat de kosten hiervan nog onduidelijk zijn en de ‘sense of urgency’ mist. Daarbij komt ook nog eens dat het veel vraagt van de industrie om systemen hier goed voor in te richten.

Zoutbad

Scholt Energy en VDL Weweler is het toch al gelukt hiermee te starten. VDL Weweler produceert in Apeldoorn onderdelen voor de truck-, trailer- en bedrijfswagenmarkt. In zijn fabriek heeft het bedrijf een thermisch zoutbad voor metaalbewerking. Het regelbare vermogen (energievraag) van dit industriële proces is vergelijkbaar met dat van zo’n 1.000 huishoudens.

Scholt Energy verzorgt met haar toegang tot specifieke energiehandelsmarkten de vraagsturing voor dit proces. Het zoutbad is met software gekoppeld aan de markt voor noodvermogen van de landelijk netbeheerder in Nederland. Op het moment dat vraag en aanbod op het elektriciteitsnetwerk uit balans dreigen te raken, volgt een stuursignaal. Scholt zorgt ervoor dat het zoutbad vervolgens geautomatiseerd meer (bij een overaanbod) of minder (bij een tekort) elektriciteit gaat verbruiken. Via de systemen van Scholt Energy wordt ook de beschikbare capaciteit bewaakt en worden uiteindelijk de vergoedingen verrekend. VDL krijgt namelijk een vergoeding voor het extra beschikbaar stellen van noodvermogen.

Procescontinuïteit

De continuïteit van het proces van VDL komt niet in gevaar door de ingreep. Het zoutbad moet altijd binnen bepaalde temperatuurmarges blijven, daarmee wordt rekening gehouden als er wat verandert het gebruik van elektriciteit.

Enexis Netbeheer, TenneT, provincie Groningen en Groningen Seaports gaan samen de benodigde infrastructuur voor de industrie te versnellen. Zo willen ze voorkomen dat netbeheerders en industrie op elkaars plannen moeten wachten (het kip-ei-probleem).

De industrie heeft op basis van het Klimaatakkoord een doelstelling om 14,3 Mton CO2-reductie te realiseren in 2030. De industrie vertegenwoordigt ruim de helft van de totale energievraag in Nederland. De wijze waarop de CO2-reductie in de industrieclusters wordt gerealiseerd, heeft grote impact op de benodigde infrastructuur. Verduurzaming leidt immers tot een grotere elektriciteitsvraag en daarvoor is uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk noodzakelijk.

Het convenant dat de partijen hebben gesloten focust op zich op een deel van de verduurzamingsinitiatieven zoals opgenomen in de Concept CES Industrietafel Noord-Nederland, namelijk de gebieden Delfzijl, Eemshaven en de kleine industrie verspreid over de noordelijke regio. De verwachte energievraag gaat van 390 MW in 2020 naar 2630 MW in 2030. De verwachte energievraag is dus bijna zeven keer zo groot.

‘Dit convenant biedt onze industrie meer zekerheid over het tijdig verkrijgen van de benodigde infrastructuur’, zegt Cas König, CEO van Groningen Seaports. ‘We zijn blij dat we met deze intensievere vorm van samenwerking tussen overheid, netbeheerders en Groningen Seaports cruciale stappen kunnen zetten voor het halen van de klimaatdoelen. Hiermee houden we ons gebied duurzaam aantrekkelijk voor de op stapel staande investeringen en de vestiging van nieuwe bedrijven.’

Startup DENS, voortgekomen uit Team FAST dat bekend is van de mierenzuurmotor, ziet een mooie kans voor de mierenzuurtechniek bij generatoren en waterstof tankstations. Binnenkort komt de startup met een schone generator die mierenzuur omzet in waterstof en vervolgens elektriciteit.

Hoewel waterstofgas een schone brandstof kan zijn, is het ook licht ontvlambaar en explosief. Het moet daarom worden opgeslagen in kostbare tanks die een hoge druk aankunnen. Door mierenzuur als tussenschakel toe te passen, wil DENS de nadelen van waterstof ondervangen. Mierenzuur is een vloeistof die gewoon kan worden getankt, net als benzine of diesel. DENS noemt het daarom ook wel hydrozine.

De ervaring die eerder werd opgedaan met Team Fast leidde in 2018 tot een pilot in samenwerking met bouwbedrijf BAM Infra. Een flinke hydrozinetank voedde toen een schone generator die twee weken lang stroom bij de verbouwing van de N211 leverde.

Eind augustus. Ik keer terug van een deugddoende vakantie in Frankrijk, net bezuiden de Périgord, een van die groene en quasi ongerepte natuurparels van Europa. Wat me opviel: er staan daar geen windmolens. Die tref je wel massaal aan op en rond de uitgestrekte akkers van Picardië en de Beauce rond Chartres, de twee grote graangebieden van Frankrijk.

En terecht staan er bijna geen windmolens in de Périgord en de Lot & Garonne, ze zouden die groene glooiende vergezichten alleen maar verstoren. Je moet goed plannen waar je windmolens neerpoot en ze in overeenstemming brengen met het heersende landschap. Afwegen is daarbij de kunst.

Terugschroeven

Onder het neuriën van ’t Is weer voorbij die mooie zomer van Gerard Cox landen we weer thuis, maar amper is september ingezet of wij Belgen worden opgeschrikt met de mededeling dat in de komende winter het licht wel eens zou kunnen uitgaan. Hallo? Zijn we in de 21ste eeuw of gaan we echt honderd jaar terug, toen de leveringszekerheid van stroom alles behalve gewaarborgd was en er herhaaldelijk, soms dagelijks, stroompannes waren? Zitten we met een kink in de kabel? Eigenlijk wel.

Blijkt dat komend najaar onvoorzien vier van onze zes Belgische kerncentrales niet zullen kunnen produceren wegens geplande, maar vooral niet-geplande onderhoudswerken. En dan duikt het ‘worst scenario’ op en dat heet het activeren van een afschakelplan. Een plan waarbij voor heel België wordt bepaald welke regio’s, steden, industriegebieden op welke tijdstippen hun stroomvoorziening zullen moeten terugschroeven. Beetje hallucinant, zeker voor de economische bedrijvigheid, maar in het land van het surrealisme verbaast dat zelfs niet meer.

Alhoewel, het bedrijfsleven maakt zich behoorlijk zorgen en vooral omwille van het ontbreken van ook naar enige spoor van langetermijnvisie inzake energievoorziening voor dit land. ‘De overheid besliste in 2003 om tegen 2025 de stroomopwekking uit kernenergie vaarwel te zeggen. Geen probleem als er tijdig voldoende alternatieven worden voorzien’, blijft Wouter De Geest van BASF benadrukken. ‘Maar door geen beslissingen te nemen over die alternatieven, en dan hebben we het over een paar duizenden megawatt vermogen, zitten we nu de facto met een keuze voor het verlengen van de nucleaire optie. Ik stel ook vast dat er geen enkel project is qua stroomopwekking dat in de steigers staat. Aantal aanvragen of plannen voor alternatieven, zoals gascentrales: nul-komma-nul. Vooruitzien, is dat zo moeilijk? Doen wij toch permanent in de bedrijfswereld?’

De Geest vreest dat internationale energiegroepen de Belgische overheid in een wurggreep kunnen krijgen om subsidiëring voor alternatieven voor de kernenergie af te dwingen.

Visie

Zal het licht effectief uitgaan in België? Allicht niet, want we kunnen nog stroom importeren vanuit sommige buurlanden. De Fransen hebben nog marge, net als de Duitse stroomproducenten, al zal daar wel een behoorlijke prijs voor moeten worden betaald. Want er geldt natuurlijk het spel van vraag en aanbod. Wie zal daarvoor opdraaien? Vooral de particuliere verbruiker en de kleinere bedrijven die geen belangrijke grote energiecontracten kunnen afsluiten, omdat ze te klein zijn.

De prijsvooruitzichten variëren van +250 procent tot +35 procent in de eerste wintermaanden van 2019. Of het zo’n vaart zal lopen is niet zeker. De twee grote energieproducenten van België zoeken koortsachtig naar bijkomende capaciteit en mikken op de heropstart van centrales die in de mottenballen werden gestoken. Duitsland heeft al toegezegd om ons Belgen te depanneren. Niet onlogisch, want wij depanneren hen ook door het Belgisch hoogspanningsnet ter beschikking te stellen om goedkope Duitse windstroom te transporteren naar zuidelijker gelegen industriegebieden.

Maar hoe krijg je het energiehuishouden van een land weer onder controle? De Geest heeft zich al herhaaldelijk in het publieke debat daarover geroerd, als CEO van de grootste chemiespeler van België en als voorzitter van de chemiefederatie. Straks krijgt hij wellicht de kans om nog zwaarder op dat thema in te spelen en te duwen in de richting van een langetermijnvisie inzake een economisch betaalbare energiebevoorrading en leverzekerheid. Hij wordt in november voorzitter van ondernemingsfederatie VOKA (Vlaams Netwerk van Ondernemingen), dat achttienduizend bedrijven in Vlaanderen en Brussel verenigt. Geen klein clubje.

Foto: Maarten Sepp

Circular Energy wil via een uitgifte van aandelen 5 miljoen euro bij elkaar krijgen om haar eerste offshore installatie te financieren. De installatie is bedoeld om op de Noordzee schone elektriciteit uit gas op te wekken.

De conceptuele ontwerpfase is afgerond. Zodra de financiering rond is, kan het bedrijf starten met het opstellen van de belangrijkste ontwerptekeningen en specificaties. Circular Energy is reeds begonnen met biedingsrondes voor belangrijke onderdelen van de installatie. De geselecteerde leveranciers zullen participeren in het detailontwerp.

Circular Energy is een Nederlands bedrijf dat met de productie van schone stroom, de energievoorziening op de Noordzee stabiel wil houden. Het bedrijf doet dit door het ontwikkelen van kleine gasvelden, het gas om te zetten in stroom en de stroom naar de kust te transporteren door gebruik te maken van de infrastructuur van offshore windparken. De CO₂ wordt afgevangen en opgeslagen in hetzelfde gasveld.

Waterkracht heeft de potentie om bijna de halve wereld te voorzien van elektriciteit, zeggen energiewetenschappers van de Universiteit Utrecht. Maar omdat het potentieel slecht in kaart is gebracht was dit tot op heden nog niet bekend. De onderzoekers publiceerden hun resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Energy.

Waterkracht vertegenwoordigt ongeveer 72 procent van de wereldwijde hernieuwbare elektriciteit en levert op dit moment zestien procent van alle elektriciteit in de wereld. Waterkracht kan, afhankelijk van de locatie, nog veel meer leveren, en dus een mogelijk alternatief vormen voor fossiele brandstoffen. Bovendien is waterkracht zeer flexibel en in staat tot energieopslag en kan daarom een aanvulling zijn op zonne- en windenergie. Desondanks was informatie over potentiële toekomstige waterkracht op wereldniveau in termen van potentieel en kosten veel minder toegankelijk dan voor andere hernieuwbare energiebronnen.

Potentieelschatting slecht toegankelijk

Voorheen kwam de meeste informatie over de wereldwijde bijdrage van waterkracht van enquêtes van nationale overheden. De onderliggende onderzoeksmethode was veelal onbekend en van uiteenlopende kwaliteit. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Wageningen University & Research hebben dit flink verbeterd met een consistente methodologie die met behulp van zeer hoge resolutiekaarten bijna vier miljoen individuele locaties over de hele wereld evalueert. Op deze manier vonden de onderzoekers 60.000 geschikte locaties die samen, in potentie, 9.49 PWh/jr (petawattuur per jaar) kunnen leveren. Ter vergelijking, het wereldwijde elektriciteitsverbruik in 2016 is ongeveer twintig petawattuur per jaar.

Voor- en nadelen

Voor ontwikkelde regio’s zoals Europa of Noord-Amerika geven de bestaande enquêtes een redelijk beeld van het waterkrachtpotentieel. Maar dit is anders voor ontwikkelingsregio’s, zoals Afrika en Azië, waarvoor vrijwel geen goede gegevens beschikbaar zijn. De Utrechtse onderzoekers laten zien dat er in Afrika, Zuid-Amerika en Azië nog zo’n vijf petawattuur economisch kan worden geproduceerd. Er kleven echter ook nadelen aan waterkracht, zoals voor natuur en broeikasgasemissies. Zo produceren sommige waterreservoirs bijvoorbeeld methaan, wat een negatieve impact heeft op het klimaat. De onderzoekers hebben zich in deze studie alleen gefocust op het energiepotentieel, maar ze menen dat deze nieuwe inzichten waardevol zijn in het vinden van gebalanceerde oplossingen die rekening houden met klimaat, mensen en biodiversiteit.

Producent van siliciumcarbide ESD-SIC en energiebedrijf Engie gaan een unieke samenwerking aan. Engie mag vanaf nu bepalen wanneer het bedrijf wel of niet produceert. Omdat ESD haar productieproces per direct kan aan of uitschakelen, kan ze dus produceren wanneer er bijvoorbeeld veel zonne- en windenergie beschikbaar is. De productie kan uit wanneer de stroomvraag groot is, of er weinig zon en wind is.

Tot voor kort kocht en verkocht ESD-SIC stroom op de onbalansmarkt. Het kocht bij zodra er een overschot aan stroom op het net was. De productie werd afgeschakeld zodra er zeer hoge prijzen worden gerekend omdat er onverwacht te weinig stroom wordt geproduceerd. Op dat moment werd de stroom die eerder voor de productie was ingekocht weer verkocht. De energiebehoefte van ESD-SIC is zo groot dat we op deze manier voor het Nederlandse stroomnet een neutraliserend effect hebben. De twee inkopers die het bedrijf in dienst had, bespaarden ESD  zodoende veel geld.

Energietransitie

Toch is energie-inkoop niet de core business van ESD. Na een lange zoektocht heeft het bedrijf in Engie een energiebedrijf gevonden die mag ingrijpen in de energiehuishouding van ESD. Plat gezegd kan het energiebedrijf in de off-peak nu bepalen wanneer ESD al dan niet produceert. Op deze manier heeft het energiebedrijf een geweldig instrument in handen om vraag en aanbod van met name duurzaam opgewekte energie in het elektriciteitsnet te reguleren. Door de enorme groei van duurzaam opgewekte energie zal de komende jaren steeds meer van dit soort oplossingen nodig zijn om overschotten niet te laten vervliegen. Elektrochemische processen kunnen zodoende een essentiële rol spelen in de energietransitie.

In de Eerste en Derde Haven van Scheveningen kunnen zeeschepen voortaan gebruik maken van walstroom. Op 8 maart is de nieuwe walstroominstallatie door de gemeente, bedrijven en omwonenden symbolisch aangesloten.

Deze schepen, met een lengte tot 126 meter, kunnen voortaan gebruik maken van acht nieuwe aansluitpunten in de Eerste Haven en twee aansluitpunten in de Derde Haven. Dankzij de walstroomvoorziening hoeven zeeschepen die in de haven liggen geen dieselaggregaat meer te laten draaien om elektriciteit op te wekken. Dat is goed voor de luchtkwaliteit én reduceert de geluids- en trillingsoverlast voor omwonenden. Daarmee levert de walstroomvoorziening een bijdrage aan de leefbaarheid in de haven. Ze levert groene stroom, afkomstig uit Nederlandse bronnen.

De gemeente Den Haag financierde het ontwerp en de realisatie, inclusief vijf jaar onderhoud en exploitatie, via het Actieplan Luchtkwaliteit van het Rijk. De rederijen die de walstroom afnemen, waren nauw bij het traject betrokken om de voorziening veilig te maken voor gebruikers en passanten op de kade.

Energieverdeler

De Klaver Giant Groep is door de Gemeente Den Haag geselecteerd om als hoofdaannemer de totale walstroominstallatie te realiseren en te onderhouden. Siemens was binnen het Design & Build traject partner van de Klaver Giant Groep voor het leveren van de laagspanningscomponenten en de behuizing voor de energieverdeler, inclusief de omkeerschakelaars die de walstroom kunnen omzetten van 50 Hz naar 60 Hz. Van der Sijs Techniek & Automatisering was partner voor het ontwerp en de assemblage van de energieverdeler met de Siemens-componenten. “Deze walstroomvoorziening geeft concreet invulling aan de klimaatdoelstellingen van Parijs”, zegt Hans van Spronsen van Siemens Energy Management.

Port of Den Helder gaat voor bijna anderhalf miljoen euro walstroom aanleggen. De provincie Noord-Holland heeft maandag 23 januari een subsidie van 500.000 euro toegekend aan het project dat onder meer zorgt voor een flinke reductie van de Co2-uitstoot.

Doel is dat schepen na afmeren in de civiele haven overschakelen op walstroom in plaats van te blijven draaien op de eigen motoren. Dit zorgt voor een flinke reductie van emissies en meteen ook voor minder geluid in de haven. Het gaat om het gebied tussen Moormanbrug en de Koopvaardersschutsluis, Nijverheidskade en Spoorweghaven.

Mede door het aanleggen van walstroom kan de haven verder ontwikkeld worden en kan de ruimte intensiever worden gebruikt. Zo kunnen de Nijverheidskade en de Spoorweghaven beter worden gebruikt voor langliggers. De ligplaatsen voor de Moormanbrug kunnen dan beter en effectiever worden ingezet voor de offshore en voor het (de)mobiliseren van goederen en crew-changes, het sterke logistieke punt van Den Helder.

Dankzij een subsidie van de provincie Noord-Holland gaan dit jaar twaalf projecten van start die zich richten op meer duurzame Noord-Hollandse zeehavens. De projecten leveren een bijdrage aan de verbetering van de luchtkwaliteit, een efficiënter gebruik van de schaarse ruimte in de zeehavens en het stimuleren van de circulaire economie.

Voorbeelden van deze verduurzamingsprojecten zijn een installatie voor het terugwinnen van fosfaat, een installatie voor de verwerking van restladingen van tankschepen, de aanleg van een tankponton voor de alternatieve brandstof LNG en het aanleggen van walstroom.

Gezamenlijk ontvangen de initiatiefnemers een bijdrage van de provincie van 3,3 miljoen euro. Zelf investeren de initiatiefnemers ruim 14,5 miljoen euro. Door de uitvoering van deze projecten worden de havens van Den Helder en het Noordzeekanaalgebied verder verduurzaamd en meer toekomstbestendig. Tevens dienen de projecten als inspiratiebron voor andere havens en ondernemers.