DCMR heeft namens provincie Zuid-Holland de BP Raffinaderij in Rotterdam onder verscherpt toezicht gesteld. Dit meldt DCMR op haar website. Aanleiding zijn enkele ernstige incidenten, een zware overtreding die tijdens een inspectie is geconstateerd en de manier waarop het bedrijf met deze zaken is omgegaan.

Zo vond er in 2020 onder meer een lekkage van waterstoffluoride plaats. In 2021 was er een stroomstoring in de controlekamer, waarop een klachtengolf volgde over een zwavel-/petroleumgeur bij het weer opstarten van een aantal installaties. Verder is een zware overtreding geconstateerd met betrekking tot koel- en blusleidingen van enkele gasopslagbollen. Dit werd door DCMR Milieudienst Rijnmond geconstateerd tijdens een Brzo-inspectie in september 2020.

Onderzoek en extra inspecties

De houding en het gedrag van BP tijdens inspecties en bij de afhandeling van incidenten geven de provincie en DCMR niet het vertrouwen dat incidenten in de toekomst worden voorkomen. Opgevraagde informatie en documenten komen moeizaam beschikbaar en bij incidenten krijgen inspecteurs geen of minimaal toegang tot de controlekamer.

Via verscherpt toezicht willen de provincie en DCMR de naleving en het gedrag van BP weer op het gewenste niveau krijgen. DCMR voert een verdiepend gedragsonderzoek veiligheidscultuur uit, zoals gebruikelijk bij verscherpt toezicht. Ook zal DCMR extra en verdiepende inspecties uitvoeren op onder andere de koel- en blusinstallaties en onderhoudssystemen.

DCMR-directeur Rosita Thé is geen voorstander van centralisatie van veiligheid- en milieutoezicht. Liever ziet ze betrokken maar strenge toezichthouders die met BRZO-bedrijven meedenken hoe ze veiliger kunnen werken. ‘Waar nodig moeten we de stok hanteren, maar als we de veiligheidscultuur in een bedrijf echt willen verbeteren, werkt de dialoog beter.’

In de vijftig jaar dat de DCMR Milieudienst Rijnmond bestaat, is de wereld behoorlijk veranderd. Veel assets van de bedrijven in het gebied hebben inmiddels een vergelijkbare leeftijd en in die periode is ook veel nieuwe bedrijvigheid en technologie ontstaan. Waarmee risicobeheersing een andere focus krijgt en moet meebewegen met zowel ageing als innovatie.

Alweer bijna tien jaar geleden moest de vergunningverlener, toezichthouder en handhaver zichzelf opnieuw uitvinden. De tekortkomingen en near misses bij tankopslagbedrijf Odfjell riepen Kamervragen op en leidden zelfs tot een evaluatie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). Die trok harde conclusies die neerkwamen op onvoldoende aandacht voor milieu en veiligheid bij het bedrijf, zowel bij het management als bij de Raad van Commissarissen. Ook wees de raad nadrukkelijk op tekortkomingen bij de inspectiediensten, zowel op het vlak van werkwijzen als samenwerking.

Onafhankelijk

Voor DCMR-directeur Rosita Thé is het Odfjell-dossier vooral een les uit het verleden. Haar carrière bij DCMR startte vijf jaar geleden. ‘Toch merk ik dat het O-woord hier nog erg gevoelig ligt’, zegt Thé. ‘De conclusies uit het rapport van de OvV veroorzaakten destijds een schokgolf door de organisatie. Men werkte en werkt hier nog steeds met de grootste inzet om de veiligheid te borgen en het milieu in het Rijnmondgebied te beschermen. Dat daar fouten in kunnen worden gemaakt, is menselijk. Je moet er natuurlijk wel van leren. De aanbevelingen uit het rapport zijn dan ook allemaal overgenomen en in de organisatie ingebed.’

Veel van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad hadden te maken met de samenhang tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving en vooral het belang van onafhankelijkheid in het inspectiewerk. Men trok de analogie van de slager die zijn eigen vlees keurt door en stelde voor vergunningverlening enerzijds en handhaving en toezicht anderzijds te scheiden.

Specialisatie

Thé: ‘Nu hebben we twee aparte afdelingen met twee aparte bestuurders om alle schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Ook de samenwerking tussen de inspectiediensten, een van de andere aanbevelingen uit het rapport, is inmiddels een stuk verbeterd. DCMR is tenslotte niet de enige partij die de industriële veiligheid controleert. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de Inspectiedienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houden op hun beurt toezicht op de brandveiligheid en arbeidsomstandigheden. De diensten stemmen weer af met het openbaar ministerie om ook de strafrechtelijke handhaving te betrekken bij de zogenaamde BRZO+ samenwerking. Om het lijstje compleet te maken zitten ook Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de waterschappen en Staatstoezicht op de Mijnen in het overlegorgaan.’

Rosita Thé (DCMR): ‘Het is een beetje een achterhaalde gedachte om alles centraal te willen uitvoeren.’

Het is niet geheel toevallig dat Thé ook voorzitter is van de landelijke samenwerking. De grootste milieudienst van het land heeft de meeste BRZO-bedrijven in zijn portfolio. ‘De concentratie chemiebedrijven is zeer hoog in het Rotterdam-Rijnmondgebied. Inmiddels is DCMR bovendien verantwoordelijk voor het toezicht op de Zeeuwse industrie. Die stap vloeit voort uit de verbeterplannen naar aanleiding van het OvV-onderzoek. Na Odfjell is namelijk afgesproken dat het toezicht op de risicobedrijven wordt geconcentreerd bij zes gespecialiseerde inspectiediensten.’

Decentraal

Ook de vorig jaar in het leven geroepen Commissie van Aartsen werpt zich inmiddels op verbetering van het vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)-stelsel. De commissie kreeg van staatssecretaris van Milieu Stientje van Veldhoven de opdracht te adviseren over versterking van milieutoezicht en -handhaving. Van Veldhoven wil met name weten hoe de onafhankelijkheid en deskundigheid van toezichthouders, in het bijzonder omgevingsdiensten, kan worden versterkt. Ook wil de staatssecretaris weten hoe het stelsel van handhaving en toezicht eenvoudiger, effectiever en transparanter kan.

veiligheidThé zegt niet dat er niks te verbeteren valt, maar waarschuwt ervoor om het stelsel weer helemaal om te gooien. ‘Het is ook een beetje een achterhaalde gedachte om alles centraal te willen uitvoeren. Kijk maar wat er nu gebeurt bij de Belastingdienst. Daar is de menselijke maat verdwenen door ogenschijnlijk gelijkwaardige zaken op één hoop te gooien.’ Thé pleit er dan ook voor om vanuit het opgebouwde stelsel van omgevingsdiensten nu verder te bouwen en de samenwerking en kwaliteit verder te versterken.

‘De uitvoering van het toezicht van de BRZO-bedrijven is nu veel beter dan ten tijde van Odfjell en bijvoorbeeld Chemiepack. Bij de grote dossiers trekken de toezichthouders gezamenlijk op en zetten hun specifieke expertise in om bedrijven te controleren en ondersteunen. De voorbeelden waar de OvV destijds zijn advies op baseerde, zijn inmiddels ook achterhaald. Daar hebben we nu talloze voorbeelden voor terug van bedrijven die snelle sprongen maken en open en transparant samenwerken. Incidenten op het gebied van veiligheid en milieu hebben doorgaans te maken met menselijke fouten. Wil je die fouten in de toekomst voorkomen, dan zit de oplossing ook vaak bij die mensen.’

Advies

De veiligheidscultuur van bedrijven is volgens Thé niet altijd in getallen uit te drukken. ‘Onze inspecteurs komen regelmatig over de vloer bij bedrijven en doorzien, dankzij jaren van ervaring, snel hoe veiligheid is geborgd. Dat zie je bijvoorbeeld al bij het melden van incidenten. Sommige bedrijven melden zelfs de kleinste incidenten en bellen gelijk terug als we informatie nodig hebben. De bedrijven met een goed doorwrochte veiligheidscultuur belonen vaak ook mensen die near misses melden. Liever drie keer voor niets ingegrepen dan een keer een incident, redeneren ze. Er zijn zelfs bedrijven die intern strengere normen hanteren dan de wet voorschrijft. Uiteraard moeten wij nog steeds controleren of ze ook daadwerkelijk aan de zelf opgelegde normen voldoen. Maar alleen de stok hanteren als het fout gaat, werkt niet. Zo is onze ervaring.’

Naast toezichthouden is DCMR ook veel bezig met advisering over vergunningverlening. ‘Het invullen van zo’n aanvraag is niet eenvoudig en bedrijven worstelen vaak met hoofd- en bijzaken. Door vooraf voorlichting te geven ontlasten we niet alleen de bedrijven, maar zijn we er ook zeker van dat ze hun tijd kunnen steken in de zaken die bijdragen aan de veiligheid. Het doel is tenslotte niet het op orde hebben van de papieren, maar het borgen van de veiligheid.’

Toezichtlast

Intussen merkt Thé dat de burger een stuk kritischer is geworden en risico’s anders inschat dan een aantal jaren geleden. ‘Dat is ook niet vreemd. We delen een klein gebied met miljoenen mensen. Het is soms ook best wonderlijk hoe dicht mensen op de industrie wonen. Vroeger hoorde je uit die omliggende dorpen minder klachten vandaan komen omdat de meeste mensen bij diezelfde industrie werkten. Dat is inmiddels wel veranderd.’

Rosita Thé (DCMR): ‘Wij begrijpen dat het voor bedrijven lastig is al die bordjes draaiende te houden.’

veiligheid

 

Mensen stellen terecht vragen als er stoffen als PFAS of andere zeer zorgwekkende stoffen in het milieu terechtkomen. ‘Binnen BRZO+ hebben we een gremium gevonden waar we dit soort informatie kunnen uitwisselen om er gezamenlijk van te leren. De industrie werkt op zijn beurt meer samen met wetenschappers en overheden in Safety Delta Nederland. Al bij de oprichting drongen we er op aan om ook bij de besprekingen aan tafel te komen. Anders loop je het risico dat de partijen allemaal mooie plannen bedenken en dat de overheden dan moeten zeggen: dat kan helemaal niet. Dan denken we liever van tevoren mee om er zeker van te zijn dat we in lijn liggen.’

Intellectueel eigendom

Tegelijkertijd ziet de industrie ook steeds meer op zich afkomen. Bedrijven geven aan te zuchten onder de toezichtlast en vragen wat ze zelf kunnen doen om het vertrouwen te winnen. Thé gaat daar gedeeltelijk in mee. ‘Het huidige tijdsgewricht is best complex voor BRZObedrijven. Naast verscherpte wetgeving, bijvoorbeeld rondom zeer zorgwekkende stoffen, vraagt de maatschappij ook of ze hun CO2-uitstoot wil beperken en circulaire processen inricht. Wij begrijpen ook wel dat het voor bedrijven lastig is al die bordjes draaiende te houden. We horen dan ook nog wel eens de wens om een met de luchtvaart vergelijkbaar toezicht in te richten. Wat ze niet moeten vergeten is dat het jarenlang overleg en opbouwen van vertrouwen vergde voor ILT en de luchtvaart tot een just culture kwam. Een groot deel van het opgebouwde vertrouwen is gebaseerd op transparantie. En dat zie ik nog niet altijd terug bij de chemische industrie. We snappen ook wel dat bedrijven soms hun intellectueel eigendom moeten beschermen. Maar waar het om gevaarlijke stoffen en processen gaat, moeten ze in onze ogen meer openheid van zaken geven.’

Transparantie

Andersom geldt dat volgens Thé overigens ook. ‘Wij moeten ook onze processen transparant en openbaar toegankelijk maken. Daar zijn we mee bezig met het inrichten van altijd actuele digitale vergunningen. In de toekomst moeten bedrijven alle uitstaande vergunningen op één plek kunnen inzien. In het meest ideale geval kunnen bedrijven daar ook zelf hun eigen vergunningen aanvragen. Dan hoeven wij alleen te kijken of ze dat goed hebben gedaan.’

Een goed voorbeeld van de toenemende transparantie vond Thé bij kunststofproducent Ducor. Toen de Plastic Soup Foundation plastic korrels vond in de Londenhaven, trok ze aan de bel bij DCMR. ‘Ducor heeft direct het boetekleed aangetrokken en actie ondernomen om de korrels op te ruimen en spills in de toekomst te voorkomen. Ook buiten haar eigen bedrijfsgrenzen. Doordat het bedrijf zo open en transparant was, kon DCMR samen met de gemeente Rotterdam en Ducor optrekken om het probleem bij de wortel aan te pakken. Dit soort acties dragen meer bij aan het opbouwen van vertrouwen dan het tekenen van convenanten. Al is dat natuurlijk een begin.’

Zeventig procent van de zeventig geïnspecteerde producenten van lijmen, harsen en kitten en groothandels van chemische producten overtreden de regels. Dat meldt de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De inspecties in deze bedrijfstak waren gericht op blootstelling aan gevaarlijke stoffen. En dan in het bijzonder op blootstelling aan carcinogene, mutagene, reproductietoxische stoffen en sensibiliserende stoffen. Dat een groot deel van de geïnspecteerde bedrijven niet voldoet aan de huidige wet- en regelgeving, kan betekenen dat medewerkers onvoldoende beschermd zijn tegen de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Deze bedrijven hebben of een waarschuwing gekregen of er is een eis gesteld om binnen een periode maatregelen te nemen.

Dit jaar zal de Inspectie SZW her- en vervolginspecties uitvoeren. Dan wordt beoordeeld of de in 2020 geconstateerde overtredingen zijn opgeheven. Als dat niet het geval is, gaat de Inspectie boetes opleggen.

Het ministerie van SZW is voornemens de Inspectieafdeling van de gebruiker (IVG) af te schaffen. Bedrijven met een kleinere onderhoudsorganisatie krijgen daardoor weer directe audits van de publieke inspectiediensten. Een ingreep die de audit-druk op bedrijven behoorlijk kan opvoeren.

Bedrijven die gebruik maken van drukapparatuur met een overdruk van meer dan een halve bar moeten deze laten beoordelen, repareren en keuren door speciaal opgeleid personeel. Tot nog toe mogen gebruikers dit zelf doen via de Inspectieafdeling van gebruiker (IVG) en worden ze bijgestaan en gecontroleerd door de zogenaamde conformiteitsbeoordelingsinstantie (NL-CBI).

SZW initieerde onlangs een marktconsultatie om te verkennen of het mogelijk is de IVG’s af te schaffen. De keuringsdiensten van gebruikers (KVG) zouden wel in stand worden gehouden, maar deze accreditatie vraagt om een veel grotere organisatie.

De notified body’s zoals Bureau Veritas vrezen dat de wijziging in het audit-systeem tot onnodige regeldruk bij bedrijven zal leiden. Daarmee stapt kabinet Rutte III af van de belofte om de regeldruk te verlagen. De stap van het ministerie wijkt ook af van de Europese wetgeving die wel ruimte overlaat voor eigen, gecontroleerde en geaccrediteerde inspecties

Terra Inspectioneering gaat de besloten ruimtes met van Vopak in Nederland en België met drones inspecteren. Het bedrijf heeft daarvoor een contract gewonnen.

Met drones en robots gaat Terra Inspectioneering visuele testen, ultrasonisch (wand) diktemetingen en deformatie analyse bij de opslagtanks doen. Voorheen werden deze werkzaamheden uitgevoerd door mensen de besloten ruimtes in te sturen. Een gevaarlijke en tijdrovende klus. Drone-inspecties maken het werk veiliger en verhogen de beschikbaarheid van opslagtanks. Ook is de inspectietijd tot wel zestig procent korter volgens Terra Inspectioneering.

De drone- en robotinspecties hebben zich in pilotprojecten al bewezen bij Vopak. Het doel is nu om de technologie volledig uit te rollen. Uiteindelijk wil het bedrijf helemaal geen mensen meer besloten ruimtes in sturen.

Bij Shell Pernis is een fakkel geïnspecteerd met een drone. Dit is uniek omdat speciale voorzieningen zijn vereist voor deze vluchten in de buurt van Airport Rotterdam-The Hague.

Bekijk de video over de inspectie met de drone.