Opgetogen is hij zeker, helemaal nu de omgevings­vergunning binnen is. John McNally mag als CEO van Project One de komende jaren de veelbesproken ethaankraker van Ineos bouwen in de Antwerpse haven. Een miljardeninvestering die de Europese chemie qua omvang in decennia niet heeft gezien. Alle kritiek ten spijt wordt die significant schoner dan welke Europese kraker ook. McNally: ‘Wachten we op de ultieme auto, of willen we nu al vooruit?’

John McNally deelt een grafiek, want beelden zeggen vaak meer dan woorden. Bovenin een grillige lijn met in de huidige maanden enorme pieken. Het is de gasprijs in Europa. ‘Kijk nu naar die grijze lijn onderin’, verzoekt hij. ‘Die is stabiel en laag. Dat is de prijs van aardgas in de Verenigde Staten.’

Dat de prijs van ethaan gekoppeld is aan die van aardgas, hoeft dus geen probleem te zijn voor de ethaankraker van Ineos die straks in de Antwerpse haven verrijst, impliceert de project­directeur. ‘Ook niet als de gasprijzen in Europa hoog blijven. We kunnen ethaan overal vandaan halen. Uit de gaswinning in de Noordzee, uit Noorwegen, maar zeker ook uit de Verenigde Staten. Nu al importeren we veel ethaan uit de VS naar fabrieken in Schotland in Noorwegen. Dat wordt straks alleen maar meer.’

Een derde

Ethaan is een bijproduct van de aardgaswinning en werd vroeger als “nutteloos gas” afgefakkeld. Alleen methaan telde. McNally: ‘Gelukkig zijn we erachter gekomen dat ook ethaan een waardevol product is.’ Bijvoorbeeld als grondstof van etheen, ofwel ethyleen, misschien wel de belangrijkste bouwsteen in de chemie. Als gevolg van de schaliegasrevolutie zijn al verschillende ethaankrakers gebouwd in de Verenigde Staten. In Europa zijn enkele krakers inmiddels zo aangepast dat ze onder andere ook ethaan als grondstof kunnen inzetten, zoals de aangepaste kraker van Total in Antwerpen. Maar een speciaal ontworpen ethaankraker was er nog niet. En daar brengt Ineos de komende jaren dus verandering in. De nieuwe kraker moet in 2026 in gebruik zijn.

John McNally (Ineos): ‘We stoten straks slechts een derde uit van wat nu gemiddeld is bij Europese krakers.’

Traditioneel draaien krakers vooral op nafta, één van de producten uit een aard­olieraffinaderij. De productie van ethyleen uit ethaan is veel directer. Simpel gezegd ontstaat er uit iedere molecuul ethaan een molecuul ethyleen (C2H4) en een molecuul waterstofgas (H2). Bijkomend voordeel is dat de waterstof, die in grotere hoeveelheden vrijkomt dan bij het kraken van nafta, als brandstof kan fungeren. Daar heeft Ineos ook voor gekozen. McNally: ‘Met de waterstof kunnen we meteen al zestig procent van het aardgas vervangen dat we normaal nodig zouden hebben. Omdat we consistent hebben gekozen voor de best beschikbare technieken van vandaag, stoot de kraker straks 58 procent minder CO2 uit dan de tien procent schoonste concurrerende installaties in Europa. En het verschil met een doorsnee kraker is nog veel groter. We stoten straks slechts een derde uit van wat nu gemiddeld is bij Europese krakers.’

Groene waterstof

Het is zelfs goed mogelijk dat de kraker tegen 2036 zelfs helemaal CO2-neutraal is. ‘De kraker is zo ingericht dat deze volledig op waterstof als brandstof kan draaien. Als straks veel meer groene waterstof beschikbaar komt in Antwerpen, kunnen we uiteindelijk ook de overige veertig procent vervangen.’

McNally schat in dat het na ingebruikname van de kraker in 2026 het een decennium kan duren voordat er voldoende betaalbare groene waterstof beschikbaar is. ‘Echt goed inschatten kan ik dat natuurlijk niet. Het zou zo maar heel snel kunnen gaan met waterstof. Wellicht dat blauwe waterstof, waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, ook een rol kan spelen. Import uit landen waar relatief goedkoop waterstof kan worden geproduceerd, sluit ik ook niet uit.’

ineos

Voor zichzelf ziet Ineos ook mogelijkheden voor de productie van groene waterstof. Expertise op het gebied van elektrolyse, de kerntechnolgie hiervoor, is volop aanwezig. Zo is dochterbedrijf Inovyn met diens chloorproductie een belangrijke industriële operator in elektrolyse in Europa.

Een paar maanden geleden kondigde CEO Jim Ratcliffe aan dat het chemieconcern de komende jaren twee miljard euro investeert in de productie van groene waterstof. De eerste fabrieken wil Ineos de komende tien jaar bouwen in Noorwegen, Duitsland en België, terwijl ook investeringen zijn gepland in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Een eerste project in België, waarvoorhet bedrijf samenwerkt met een consortium van zes partners, is het power-to-methanol­project voor de productie van groene methanol.

Suikerbieten

Veel aanstekelijke ambities dus. Toch heeft Ineos de nodige kritiek over zich heen gekregen na de aankondiging van de enorme investeringen in de Antwerpse haven. ‘Het is heel belangrijk om de keuzes uit te leggen. Natuurlijk zijn er altijd mensen die kritisch blijven. Maar we hebben veel energie gestoken in communicatie. We laten zien dat de investeringen gezond zijn voor de regionale economie. Het vernieuwt het petrochemische cluster in Antwerpen en levert veel werkgelegenheid op. Met Project One brengen we ongeziene vernieuwing in de petrochemische cluster in Antwerpen na een periode van stilstand. Het is 25 jaar geleden dat Europa nog een dergelijke investering kon aantrekken. Elders in de wereld zoals in China, de VS en het Midden-Oosten wordt massaal geïnvesteerd in soortgelijke nieuwe installaties. Willen we onze industrie ‘offshoren’ en afhankelijk worden van import uit regio’s waarvan we de milieuvoorschriften zelf niet in de hand hebben? Vergeet niet dat de vergunningsprocedure in Vlaanderen strenger is dan waar dan ook. Daar hebben we het onszelf misschien niet gemakkelijker mee gemaakt. Maar we wisten dat we met hoge standaards te maken kregen. Our eyes were wide open.’

‘Onze ethaankraker zal eerder in de verre toekomst als laatste overblijven, the last one standing.’

Veel aandacht ging naar het beantwoorden van vragen. Waarom bijvoorbeeld in deze tijd nog een kraker bouwen met fossiele bronnen als grondstof? Het antwoord van McNally is dat er op korte en middellange termijn nog geen betere alternatieven zijn. ‘We kunnen natuurlijk de ultieme auto willen, maar blijven we daar nog decennia op wachten of willen we nu al klimaatwinst boeken door de best mogelijke technologie van vandaag in te zetten? Natuurlijk zijn bijvoorbeeld biogrondstoffen interessant. Zo is het jammer dat bio-ethaan nog niet bestaat. Productie van ethyleen via bio-ethanol is zeker een interessante route. Maar met de volumes van deze kraker is dat niet realistisch. Suikerbieten vormen wellicht de beste bron voor bio-ethanol. Maar toch geen serieuze optie voor grootschalige chemie. Voor de productievolumes van de nieuwe kraker, zou je al de volledige agrarische oppervlakte van Vlaanderen nodig hebben voor de suikerbieten.’

Elektrisch aangedreven

Met meer dan gemiddelde aandacht volgt McNally de ontwikkelingen op het gebied van circulaire grondstoffen en bijvoorbeeld elektrificatie. Veel grote chemiebedrijven onderzoeken de mogelijkheden van elektrische fornuizen. Vandaag zijn industrieel schaalbare elektrische krakers nog verre toekomstmuziek, stelt McNally. ‘Ze veronderstellen bovendien gigantische hoeveelheden beschikbare energie. Maar zijn elektrische fornuizen in de toekomst wel realiseerbaar, dan sluit ik niet uit dat Ineos daar bij eventuele vervolginvesteringen serieus naar kijkt.’

ineos

John McNally van Ineos – Copyright Bart Dewaele

Hij benadrukt dat Ineos nu de meest realistische stap zet. Eentje die voor het klimaat een enorme stap voorwaarts is en ook verschillende mogelijkheden biedt voor vervolgacties. Niet alleen op het gebied van waterstof, maar ook op andere vlakken. Zo zullen veel onderdelen, denk aan pompen en afsluiters, elektrisch aangedreven zijn. Dat alleen biedt kansen voor vergroening.

Last one standing

Ineos zet breder in op elektrificatie, in combinatie met duurzaam opgewekte stroom. ‘Alle extern betrokken stroom voor Project One zal afkomstig zijn van offshore windparken.’ Begin januari sloot het chemiebedrijf nog een overeenkomst met energiebedrijf Eneco. De komende tien jaar neemt Ineos 250 gigawattuur stroom af van het grootste Belgische offshore windpark Seamade in de Noordzee. De hernieuwbare energie is bestemd voor Belgische en Duitse vestigingen van Ineos. Dit is overigens het derde contract voor windenergie op rij dat Ineos aangaat. In combinatie met eerder overeenkomsten komt de afname van Belgische offshore windparken in totaal op 750 gigawattuur per jaar.

Dat de komende decennia krakers verdwijnen, is volgens de projectdirecteur zeker niet uitgesloten. Maar de kraker van Ineos zal daar hoogstwaarschijnlijk niet bij zijn. ‘Onze ethaankraker zal eerder in de verre toekomst als laatste overblijven, the last one standing.’

Vlaggenschip

Aan vertrouwen dus geen gebrek. Vertrouwen dat continu wordt gevoed, bijvoorbeeld door grote ingenieursbureaus. Ineos zit momenteel in de afrondende fase van de selectie voor de EPC-contractor. ‘De bedrijven die daarvoor in aanmerking komen, zijn natuurlijk wel bekend. Maar nog meer dan normaal doen ze hun best om hier bij te zijn. Het is een uniek project met een investering van ruim drie miljard euro. Helemaal voor Europa. Een vlaggenschip.’

Nederland sluit zich alsnog aan bij de coalitie van landen die op korte termijn willen stoppen met directe overheidssteun voor internationale fossiele energieprojecten. In Glasgow heeft Nederland hiertoe een verklaring getekend, zo schrijft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer. Vorige week gaf het demissonaire kabinet nog aan niet te tekenen en dat deze kwestie aan een volgend kabinet is, wat tot protest in de Kamer en bij verschillende milieuorganisaties leidde.

De ondertekening betekent dat het kabinet in 2022 zal werken aan nieuw beleid voor het beëindigen van internationale overheidssteun aan de fossiele energiesector. Dit geldt in het bijzonder voor de exportkredietverzekering (ekv). Het streven is dit voor eind 2022 te implementeren. Ook hoopt het kabinet dat zoveel mogelijk andere landen de verklaring ook willen ondertekenen, om een gelijk speelveld te behouden voor Nederlandse bedrijven en hun buitenlandse concurrenten.

Begin voorjaar was de overname van DSM Resins & Functional Materials een feit. ‘Wow, was mijn eerste reactie, toen ik zag hoeveel specifieke kennis op het gebied van materialen beschikbaar is binnen Covestro. Dat kan verschillende ontwikkelingen enorm versnellen.’ Managing director Covestro Nederland Aukje Doornbos ziet vooral veel mogelijkheden.

De aanleiding voor een interview kan tegenwoordig zo maar een bericht zijn op social media. LinkedIn in dit geval. De bijdrage ging over DSM, dat onlangs aankondigde de laatst overgebleven materiaalactiviteiten in een apart onderdeel te bundelen en in de etalage te zetten. De laatste der Mohikanen. Vanaf de aankoop van Gist Brocades (en de latere overname van de Roche Vitamins business) veranderde het bedrijf zich in meer dan twintig jaar van basischemie- en materialenproducent naar een grote speler in wat je kunt samen vatten onder het kopje life science. Met enige fantasie: Gist Brocades 2.0.

Alom veel respect voor DSM als nationaal recordhouder transformatie. Want de historie en de totale make-over gaan nog veel verder terug, naar de Staatsmijnen. Ook veel lof voor het feit dat het bedrijf telkens frontrunner is op het gebied van innovatie en verduurzaming. Met veel erkenning in tal van internationale benchmarks.

Toch valt er ook wel een kritische noot te plaatsen, met name als je verduurzaming bekijkt in een groter geheel, vanuit volledige industriële ketens bijvoorbeeld. DSM heeft door zich door de decennia heen telkens versterkt in de onderdelen waarin veel aanknopingspunten liggen voor innovatie en verduurzaming. Denk aan ingrediënten voor voeding en gezondheidsproducten. In de basischemie- en kunststoffenproductie – die in verschillende deals zijn afgestoten – zijn er weliswaar ook mogelijkheden, maar die zijn schaarser en vragen wellicht om grotere, complexere acties.

Het gaat dus niet alleen over de toekomst van DSM, maar ook over het nalatenschap. Vanuit het grotere industriële systeem is het van belang hoe de kopers de voormalige DSM-onderdelen voortzetten.

Aukje Doornbos (Covestro): ‘Er is heel veel aandacht geweest voor de cultuurverschillen. Er wordt ook echt met interesse geluisterd.’

Sterk dna

Een van de commentaren op het LinkedIn-bericht kwam van Aukje Doornbos, sinds april managing director van Covestro Nederland. Volgens haar profiel op LinkedIn werkte ze daarvoor – op een maand na – zeventien jaar in verschillende functies bij DSM. Zij ging dus in het afgelopen voorjaar mee met de recente verkoop van DSM: De overgang van de activiteiten op het gebied van Resins & Functional Materials (RFM) naar Covestro. De voorlaatste groep der Mohikanen, zou je kunnen zeggen.

Doornbos begrijpt de kritische noot wel. Ze heeft met heel veel plezier en bezieling bij DSM gewerkt. Met overtuiging ook. ‘DSM heeft een heel sterk dna waarin de passie voor verduurzaming, de wereld beter te maken, heel belangrijk is. Ik had het erg naar mijn zin’, stelt ze. Dan kun je alleen maar hopen dat de nieuwe eigenaar daar ook ruimte voor geeft.

doornbos

Op dat vlak is Doornbos optimistisch gestemd. Ze is vanaf het begin betrokken geweest bij de overname, zelfs een paar maanden eerder dan bijna al haar collega’s. ‘Ik moest een tijdje echt mijn lippen stijf op elkaar houden.’ Tijdens het overnameproces en ook in de afgelopen zes maanden binnen Covestro heeft ze veel respect gevoeld. ‘Er is heel veel aandacht geweest voor de cultuurverschillen. Er wordt ook echt met interesse geluisterd. Hoe vaak heb ik de vraag gekregen: ‘Hoe doen jullie dat dan?’ Over en weer willen we veel van elkaar leren.’

Iedereen lijkt er van doordrongen dat veel fusies en overnames niet goed uit de verf komen door cultuurverschillen. Want die verschillen zijn er zeker. Zelfs sommige stereotypen blijken te kloppen. Doornbos: ‘Binnen DSM waren we gewend om iets minder strak op de beslissingen te zitten. Dat zit wat meer in de Nederlandse en misschien ook wel Limburgse cultuur. Dat geeft flexibiliteit. Covestro heeft meer strakke processen. Dat kennen we van de Duitse cultuur. Ja is ja en nee is nee. Dat geeft wel veel duidelijkheid.’ Maar over alles is open te praten en weinig is van tevoren in beton gegoten. ‘Behalve over de inrichting van SAP. Daar moesten we wel in mee’, glimlacht ze.

Versnellen

Het lijkt er sterk op dat Covestro delen van het DSM-dna omarmt. Toen het chemiebedrijf zich in 2015 afscheidde van Bayer, had het innovatie en verduurzaming meteen hoog in het vaandel staan. De gedrevenheid die de voormalig DSM-ers binnenbrengen kan die ambitie nog meer impulsen geven. Doornbos: ‘Met RFM waren we mondiaal koploper op verschillende gebieden, bijvoorbeeld in het vervangen van zorgwekkende stoffen en het introduceren van producten op basis van hernieuwbare grondstoffen. En neem bijvoorbeeld het onderdeel Niaga, waarbij we heel ver gaan met de recycling van tapijt. We gaan dan ook echt naar veranderingen in het product tapijt zelf. Design for sustainability.’

Doornbos verwacht dat deze posities binnen Covestro juist nog meer zijn uit te breiden. ‘Binnen DSM had ik toch soms het gevoel dat beschikbaar kapitaal eerder in andere onderdelen werd geïnvesteerd. Hier bij Covestro lijkt veel meer mogelijk, alleen al op het gebied van investeringen. Er is bijvoorbeeld een miljard euro beschikbaar voor diverse investeringen met een focus op circulariteit. Wow, was mijn eerste reactie, toen ik zag hoeveel specifieke kennis op het gebied van materialen beschikbaar is binnen Covestro. Dat kan verschillende ontwikkelingen enorm versnellen.’

Individueel bewijsdrang

Het was in het overnameproces ook opgevallen dat bij RFM veel vrouwen belangrijke posities bekleedden. Doornbos zelf en bijvoorbeeld ook Mirjam Verhoeff, Plant Manager of the Year 2019. ‘Daar is bij DSM heel veel op gestuurd. Sowieso op meer diversiteit, dus niet alleen meer vrouwen op belangrijke posities. Daarbij gaat het om goede rolmodellen. Helen Mets heeft op dat vlak binnen DSM heel veel betekent. Tegelijkertijd moeten we uitkijken dat we niet te veel in categorieën gaan denken. Inclusiviteit is niet alleen een kwestie van vinklijstjes. Hoewel ik graag rolmodel wil zijn, sta ik niet met een spandoek ‘Vrouw met twee kinderen’. Bij inclusiviteit gaat het er ook om hoe je met elkaar omgaat. Hoewel ik nu in een team zit met minder vrouwen dan eerder, voelt het wel inclusiever. Er is veel meer sprake van een hecht team en minder individuele bewijsdrang.’

Samenwerking

Ook in omvang lijkt het voormalige DSM RFM groot genoeg om een rol van betekenis te spelen binnen Covestro. ‘Het hoofdkantoor voegt wat dat betreft ook daad bij het woord. Zo is zestig procent van het management van het onderdeel Coatings & Adhesives voormalig DSM.’

‘Heel veel mensen hebben het gevoel dat er voor hen is besloten. En dat is natuurlijk ook een hele reële emotie.’

Voor het eerst wordt Covestro vol zichtbaar in de Nederlandse chemie, met vestigingen in Hoek van Holland, Geleen, Waalwijk, Zwolle en Amsterdam. Weliswaar is het concern al langer vijftig procent eigenaar van Lyondell­Basell op de Maasvlakte, maar Covestro is niet betrokken bij het opereren van de fabriek. Aan Doornbos nu de taak om Covestro Nederland op de kaart te zetten met bijbehorende infrastructuur. ‘Uiteraard zoeken we ook veel samenwerking met Antwerpen, waar Covestro een grote productielocatie heeft. Bijvoorbeeld op het gebied van corporate communicatie gaan we veel samen doen. Van een Benelux-organisatie is echter geen sprake geweest. Er zijn te veel specifieke zaken per land. Bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

doornbos

Reële emotie

Al met al was het afgelopen jaar – sinds de aankondiging op 30 september 2020 – een emotionele achtbaan voor Doornbos en haar collega’s die de overstap maakten. ‘Ik vergelijk het wel eens met een verhuizing van het ene mooie dorp naar het andere mooie dorp. De nieuwe buren zijn heel vriendelijk, maar het is natuurlijk wel erg wennen. En nog steeds zijn we soms op zoek naar waar de melk staat in de lokale supermarkt.’

Ze is er zich ook van bewust dat het voor haar gemakkelijker is geweest dan voor haar collega’s, omdat ze vanaf het begin dichter op het vuur zat. ‘Heel veel mensen hebben het gevoel dat er voor hen is besloten. En dat is natuurlijk ook een hele reële emotie. Daarom zijn we ook heel open over het proces geweest. Mensen moeten ook de tijd en ruimte krijgen. Er is vanuit Covestro ook alles aan gedaan om op 1 april iedereen welkom te laten voelen. Vanwege de overname hebben we gelukkig nauwelijks medewerkers verloren.’

Ineos investeert meer dan twee miljard euro in de productie van groene waterstof in heel Europa. Het bedrijf bouwt daarvoor in de komende tien jaar fabrieken in België, Noorwegen en Duitsland. Ook zijn investeringen gepland in het VK en Frankrijk.

De eerste installatie die Ineos bouwt, is een 20 MW-elektrolyzer. Hiermee kan het bedrijf schone waterstof produceren door middel van elektrolyse van water, aangedreven door koolstofvrije elektriciteit in Noorwegen. Dit project leidt tot een minimale reductie van naar schatting 22.000 ton CO2 per jaar door de ecologische voetafdruk van de activiteiten van Ineos in Rafnes te verkleinen en als hub te dienen voor de levering van waterstof aan de Noorse transportsector.

Duitsland

In Duitsland is Ineos van plan om een 100 MW elektrolyzer op grotere schaal te bouwen om groene waterstof te produceren op de locatie in Keulen. Waterstof uit de installatie gebruikt ze bij de productie van groene ammoniak. Het Keulen-project resulteert in een vermindering van de CO2-uitstoot van meer dan 120.000 ton per jaar. Het biedt ook kansen om E-Fuels te ontwikkelen via Power-to-Methanol-toepassingen op industriële schaal.

Ineos ontwikkelt andere projecten in België, Frankrijk en het VK en het bedrijf verwacht verdere partnerschappen aan te kondigen met toonaangevende organisaties die betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwe waterstoftoepassingen.

Infrastructuur

In november 2020 lanceerde Ineos een nieuw bedrijf als onderdeel van dochterbedrijf Inovyn, dat een exploitant is van elektrolyse. Het nieuwe bedrijfsonderdeel is opgericht voor de ontwikkeling en opbouw van groene waterstofcapaciteit in heel Europa, ter ondersteuning van het streven naar een koolstofvrije toekomst.

Het Ineos-waterstofbedrijf krijgt zijn hoofdkantoor in het VK hebben en heeft als doel capaciteit op te bouwen om waterstof te produceren in het Ineos-netwerk van locaties in Europa, naast partnerlocaties waar waterstof de decarbonisatie van energie kan versnellen.

Ineos is ook van plan nauw samen te werken met Europese regeringen om ervoor te zorgen dat de nodige infrastructuur wordt aangelegd voor waterstof.

Foto: Ineos in Rafnes. Credit: Ineos

Zoals een aantal jaren geleden veel projecten werden opgezet om biobrandstoffen te maken van plantaardig materiaal, schieten nu diverse projecten om afval om te zetten in allerlei grondstoffen als paddestoelen uit de grond. Zo richten verschillende bedrijven zich op het verwerken van afvalplastic dat niet geschikt is voor recycling. En zelfs CO2 is straks een nuttige materiaalstroom.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

Als de Nederlandse industrie haar CO2-uitstoot tegen 2030 flink omlaag wil hebben gebracht, zijn er ingrijpende veranderingen in productieprocessen nodig. Het vraagt bijvoorbeeld om innovaties die de energievraag omlaag brengen. Maar ook om nieuwe processen waarmee afvalstromen weer grondstoffen worden. Splitsen we in de toekomst CO2 met plasma en scheiden we mengsels dan in een horizontale kolom?

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

Eerder dit jaar vertelden Sebastiaan Guzik en Nickel van de Mortel van Sitech in een artikel aan Industrielinqs dat het best wel wat voeten in de aarde had om met draadloze sensoren assets te monitoren. Wat kan er nu al met draadloze sensoren, wat zijn de ontwikkelingen en moeilijkheden?

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

Niet-gouvernementele organisaties (NGO), maar ook particulieren, zoeken steeds vaker de rechtsgang om bedrijven te dwingen hun emissies versneld terug te dringen. Na het succes van de Urgenda-klimaatzaak tegen de Nederlandse staat, zijn ook Shell en Tata Steel gedaagd door respectievelijk Milieudefensie en verontruste burgers. Beide bedrijven hebben al aangekondigd fors te investeren in verduurzaming van de productie. De behaalde successen lijken voor de NGO’s naar meer te smaken.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

Industrielinqs Projecten Special 2021: Een special waarin we aandacht schenken aan nieuwbouwprojecten, uitbreidingen en revitalisaties. Groene projecten en innovaties. Digitalisering en investeringen. Elektrificatie en elektrochemie.  

In 2019 besloot Industrielinqs om een jaarlijkse update te maken over investeringsprojecten en innovatie in de industrie en energiesector. Reden was dat in Nederland en Vlaanderen weer volop investeringsprojecten op de rol stonden en staan. Nadat door de vorige crisis vanaf 2008 het investeringsniveau enorm was ingezakt, wordt er sinds 2014 weer volop gebouwd en gemoderniseerd. De investeringsoverzichten in onze bladen groeiden met de maand. Nu we na een heftige periode met het coronavirus weer meer de blik naar voren kunnen richten, zien we onderwerpen als innovatie en verduurzaming weer naar boven drijven. Ook lijken veel investeringsprojecten in deze sectoren door te gaan.

Het chemiecluster onder de vlag van North Sea Port heeft vergaande plannen om zijn CO2-emissies stevig terug te dringen. Zeeland Refinery zit misschien het meest aan de voorkant van de fossiele keten, maar doet aan ambities niet onder voor de rest. ‘Koolwater­stoffen hebben we nog lang nodig’, zegt energy transition manager Koen van Leuven. ‘Maar dan wel van biogene of circulaire bronnen. De beschikbaarheid van groene waterstof is daarbij essentieel.’

Het zal geen verbazing wekken dat de vijf Nederlandse chemieclusters op hun eigen manier bezig zijn met de transitie van fossiele brand- en grondstoffen naar emissieloze alternatieven. Afhankelijk van de geografie en het soort processen binnen de clusters zijn er wel degelijk verschillen te vinden in aanpak. Zo ook voor North Sea Port, het cluster dat zich uitstrekt over Zeeland, West-Brabant en sinds niet al te lange tijd ook Gent.

De drie grootste Nederlandse bedrijven in het gebied, Dow Terneuzen, Yara Sluiskil en Zeeland Refinery in Vlissingen-Oost, zijn van oudsher sterk fossiel gedreven. En eerlijk gezegd blijven ze dat nog wel even. De bedrijven hebben zich wel gecommitteerd aan de Europese emissie­doelstellingen voor 2030 en 2050 en zien met name oplossingen in schoon fossiel, groene waterstof en elektrificatie. De samenwerking van de bedrijven in Smart Delta Recources (SDR) leidde al tot uitwisseling van waterstofgas tussen Dow naar Yara. Maar de plannen voor de nabije en verre toekomst gaan veel verder.

Slagen maken

Koen Van Leuven van Zeeland Refinery vertegenwoordigt misschien we de meest hard to abandon industrietak: raffinage. Toch is het niet voor niets dat hij drie jaar geleden is aangesteld als energy transition manager. ‘Het klinkt misschien raar om een raffinaderij in stand te houden in een economie waar fossiele brandstoffen worden uitgefaseerd’, zegt Van Leuven. ‘Maar ik denk dat we onze assets nog lang kunnen blijven inzetten voor de verwerking van alternatieve brandstoffen van biogene oorsprong of gerecyclede koolwaterstoffen. Tot die tijd is het voor ons vooral de uitdaging om onze bestaande processen zo energie-efficiënt mogelijk te maken en de eigen emissies zoveel mogelijk terug te dringen.’

Van Leuven merkt dat de aandacht voor CO2-reductie bij de aandeelhouders TotalEnergies en Lukoil snel is gegroeid. ‘Met ETS-prijzen boven de zestig euro per ton worden de businesscases voor verduurzaming al heel wat realistischer. Maar we verwachten dat die prijs nog wel eens stukken hoger kan worden. Voor de haalbaarheid van onze interne projecten rekenen we al met prijzen tot honderd euro. Als andere grote mondiale uitstoters zoals de Verenigde Staten en China vergelijkbare maatregelen nemen, trekken we het mondiale speelveld gelijk en kunnen we in Europa snel grote slagen maken.’

zeeland refinery

Koen Van Leuven (Zeeland Refinery): ‘We onderzoeken tegelijkertijd de haalbaarheid van een 150 megawatt elektrolyzer.’

Hydrocracker

De site lijkt in ieder geval op papier een voorsprong te hebben. Ondanks dat de plant alweer 47 jaar geleden is gebouwd, is het een van de jongste Europese raffinaderijen. Die ‘jonge’ leeftijd maakt het ook een van de meest energie-efficiënte raffinaderijen, wat nog eens werd versterkt door een investering in een derde hydrocracker reactor. Van Leuven: ‘Dankzij die derde reactor verlengen we niet alleen de standtijd van de hydrocracker, maar besparen we ook behoorlijk wat energie. Door de nieuwe configuratie is het namelijk mogelijk de kraker op lagere temperatuur te bedrijven, wat gunstig is voor de levensduur van de katalysator, maar dus ook voor het energieverbruik. Inmiddels hebben we de nodige aanpassingen gedaan om eventuele uitkoppeling van restwarmte uit onze installaties mogelijk te maken. Als er partijen opstaan die een nuttige toepassing hebben voor deze warmte, kunnen we ze redelijk eenvoudig aankoppelen.’

Waterstof

Energie-efficiency mag een belangrijke pijler zijn in de trias energeticas, het is niet genoeg om de emissiedoelstellingen te halen. ‘We ontkomen er niet aan om ook schoon fossiel in te zetten in onze processen’, vervolgt Van Leuven. ‘Een hydrocracker gebruikt nu eenmaal veel waterstof, wat tot nu toe de grijze variant is. Via steam methane reforming maken we een syngas dat we vervolgens scheiden in waterstof en kooldioxide. Deze CO2 kunnen we ook afvangen en transporteren en opslaan. Inmiddels hebben we daarvoor vergevorderde plannen, met als werktitel Azur. Het project voorziet in het cryogeen afvangen van CO2 uit rookgassen middels toepassing van de door Air Liquide ontwikkelde Cryocap­technologie. Belangrijk verschil met de eerder traditionele afvangtechnologie op basis van bijvoorbeeld amine-absorptie is dat bij de regeneratie van het amine veel energie in de vorm van stoom nodig is. De cryogene technologie kan volledig elektrisch verlopen, zodat het proces geen extra directe emissies oplevert. Bijkomend voordeel is dat de CO2 daarbij vloeibaar wordt, wat het eenvoudiger maakt om het per schip of vrachtwagen te transporteren. Studies hebben uitgewezen dat het voorlopig niet rendabel is om een pijpleiding aan te leggen in ons gebied. Om het gas dan toch te kunnen afvoeren en offshore ondergronds op te slaan, moeten we het verzamelen en afvoeren. Dat kan dan alleen maar met vloeibare CO2.’

Methanol

Hoewel blauwe waterstof een aanzienlijke bijdrage levert aan emissiebeperking van de raffinaderij is het volgens Van Leuven slechts een tussenstap op het verduurzamingspad dat is ingeslagen. ‘We onderzoeken tegelijkertijd de haalbaarheid van een honderdvijftig megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof. Om de ontwikkelingen omtrent de opkomende waterstofeconomie te faciliteren, is het zinvol om een regionale waterstofbackbone aan te leggen die later kan worden gekoppeld aan nationale of internationale waterstofnetwerken. Zo kunnen we produceren voor zowel eigen gebruik als voor de bedrijven in de omgeving. Overigens hebben ook Air Liquide in Terneuzen en Yara in samenwerking met Ørsted in Sluiskil plannen voor elektrolyzers zodat we een robuust systeem krijgen waar we elkaar kunnen versterken. Want we hebben in de toekomst veel waterstof nodig.’

zeeland refinery

Van Leuven: ‘De overheid kan de energietransitie zeker versnellen met specifieke financiële steun voor waterstof.’

CCS is niet het einddoel. Van Leuven: ‘Met een toenemend aanbod van groene waterstof wordt het ook aantrekkelijker om de kooldioxide te gebruiken als basis voor de productie van bijvoorbeeld methanol. Maar ook als we biogene of circulaire grondstoffen gaan inzetten, hebben we veel waterstof nodig. De plannen liggen dan ook al klaar om de productie van groene waterstof op te schalen. Natuurlijk moeten we daarbij wel de businesscase in de gaten houden. Grof gezegd is het prijsverschil tussen grijze en blauwe waterstof een factor twee, terwijl het verschil tussen grijs en groen een factor vier is. Nu helpt een hogere ETS-prijs wel mee, maar als de overheid serieus is met haar ambities kan ze de energietransitie zeker versnellen met specifieke financiële steun voor waterstof.’

Grensoverschrijdend

Steun krijgt Zeeland Refinery zeker vanuit de twee aandeelhouders. ‘Zowel TotalEnergies als Lukoil zien de site in Zeeland als een pioniersraffinaderij voor de energie- en grondstoffentransitie. Beide bedrijven zijn zich terdege bewust van het feit dat de hele raffinaderij­branche moet veranderen, wil ze significant blijven. Zeker tot 2030 zal met name het zware transport en vliegverkeer nog koolwaterstoffen gebruiken omdat er niet veel alternatieven zijn. Maar met groene ammoniak of wellicht toch elektriciteit komen die er wel aan. We moeten die tijd dan ook gebruiken om onze site langzaamaan richting andere producten te verschuiven, zoals grondstoffen voor de productie van kunststoffen of chemicaliën. Als we dat doen op basis van biogene grondstoffen, vergt dat wel weer extra investeringen in de voorbehandeling van de koolwaterstoffen. Gewassen zijn nu eenmaal complexer dan aardolie en sommige stoffen moet je er uit halen voordat je ze bijvoorbeeld in de kraker voedt. Maar het voordeel van een relatief kleine raffinaderij is dat je snel kunt aanpassen aan dit soort veranderende marktomstandigheden.’

Tegelijkertijd ziet het bedrijf steeds meer grensoverschrijdende samenwerkingen. Want waar Yara eerst alleen kunstmest produceerde, begeven ze zich nu mondiaal ook richting de energiemarkt. Van Leuven: ‘We kunnen dat als bedreiging zien, maar ik denk dat we juist veel aan elkaar kunnen hebben om voldoende volume te krijgen voor een volwassen waterstofmarkt. Hetzelfde geldt voor Dow en ArcelorMittal. We werken al allemaal samen in Smart Delta Resources en vinden steeds meer van dit soort grensoverschrijdende samenwerkingen.’