Eind augustus. Ik keer terug van een deugddoende vakantie in Frankrijk, net bezuiden de Périgord, een van die groene en quasi ongerepte natuurparels van Europa. Wat me opviel: er staan daar geen windmolens. Die tref je wel massaal aan op en rond de uitgestrekte akkers van Picardië en de Beauce rond Chartres, de twee grote graangebieden van Frankrijk.

En terecht staan er bijna geen windmolens in de Périgord en de Lot & Garonne, ze zouden die groene glooiende vergezichten alleen maar verstoren. Je moet goed plannen waar je windmolens neerpoot en ze in overeenstemming brengen met het heersende landschap. Afwegen is daarbij de kunst.

Terugschroeven

Onder het neuriën van ’t Is weer voorbij die mooie zomer van Gerard Cox landen we weer thuis, maar amper is september ingezet of wij Belgen worden opgeschrikt met de mededeling dat in de komende winter het licht wel eens zou kunnen uitgaan. Hallo? Zijn we in de 21ste eeuw of gaan we echt honderd jaar terug, toen de leveringszekerheid van stroom alles behalve gewaarborgd was en er herhaaldelijk, soms dagelijks, stroompannes waren? Zitten we met een kink in de kabel? Eigenlijk wel.

Blijkt dat komend najaar onvoorzien vier van onze zes Belgische kerncentrales niet zullen kunnen produceren wegens geplande, maar vooral niet-geplande onderhoudswerken. En dan duikt het ‘worst scenario’ op en dat heet het activeren van een afschakelplan. Een plan waarbij voor heel België wordt bepaald welke regio’s, steden, industriegebieden op welke tijdstippen hun stroomvoorziening zullen moeten terugschroeven. Beetje hallucinant, zeker voor de economische bedrijvigheid, maar in het land van het surrealisme verbaast dat zelfs niet meer.

Alhoewel, het bedrijfsleven maakt zich behoorlijk zorgen en vooral omwille van het ontbreken van ook naar enige spoor van langetermijnvisie inzake energievoorziening voor dit land. ‘De overheid besliste in 2003 om tegen 2025 de stroomopwekking uit kernenergie vaarwel te zeggen. Geen probleem als er tijdig voldoende alternatieven worden voorzien’, blijft Wouter De Geest van BASF benadrukken. ‘Maar door geen beslissingen te nemen over die alternatieven, en dan hebben we het over een paar duizenden megawatt vermogen, zitten we nu de facto met een keuze voor het verlengen van de nucleaire optie. Ik stel ook vast dat er geen enkel project is qua stroomopwekking dat in de steigers staat. Aantal aanvragen of plannen voor alternatieven, zoals gascentrales: nul-komma-nul. Vooruitzien, is dat zo moeilijk? Doen wij toch permanent in de bedrijfswereld?’

De Geest vreest dat internationale energiegroepen de Belgische overheid in een wurggreep kunnen krijgen om subsidiëring voor alternatieven voor de kernenergie af te dwingen.

Visie

Zal het licht effectief uitgaan in België? Allicht niet, want we kunnen nog stroom importeren vanuit sommige buurlanden. De Fransen hebben nog marge, net als de Duitse stroomproducenten, al zal daar wel een behoorlijke prijs voor moeten worden betaald. Want er geldt natuurlijk het spel van vraag en aanbod. Wie zal daarvoor opdraaien? Vooral de particuliere verbruiker en de kleinere bedrijven die geen belangrijke grote energiecontracten kunnen afsluiten, omdat ze te klein zijn.

De prijsvooruitzichten variëren van +250 procent tot +35 procent in de eerste wintermaanden van 2019. Of het zo’n vaart zal lopen is niet zeker. De twee grote energieproducenten van België zoeken koortsachtig naar bijkomende capaciteit en mikken op de heropstart van centrales die in de mottenballen werden gestoken. Duitsland heeft al toegezegd om ons Belgen te depanneren. Niet onlogisch, want wij depanneren hen ook door het Belgisch hoogspanningsnet ter beschikking te stellen om goedkope Duitse windstroom te transporteren naar zuidelijker gelegen industriegebieden.

Maar hoe krijg je het energiehuishouden van een land weer onder controle? De Geest heeft zich al herhaaldelijk in het publieke debat daarover geroerd, als CEO van de grootste chemiespeler van België en als voorzitter van de chemiefederatie. Straks krijgt hij wellicht de kans om nog zwaarder op dat thema in te spelen en te duwen in de richting van een langetermijnvisie inzake een economisch betaalbare energiebevoorrading en leverzekerheid. Hij wordt in november voorzitter van ondernemingsfederatie VOKA (Vlaams Netwerk van Ondernemingen), dat achttienduizend bedrijven in Vlaanderen en Brussel verenigt. Geen klein clubje.

Foto: Maarten Sepp

Als ik midden december Wouter De Geest (CEO van BASF Antwerpen) tref voor onze columnbabbel heeft hij er drukke dagen opzitten. Anderhalve maand al zet hij alle zeilen bij om de Belgische beleidsmakers duidelijk te maken dat een volledige kernuitstap in 2025 wel eens nefast zou kunnen zijn voor de industrie van België. Hij vreest, bij gebrek aan een becijferd plan, voor de competitiviteit van de energie-intensieve industrie. Wat is er aan de hand?

Subsidiëringstraatje

In 2003, en dat is veertien jaar geleden, beslist een paarse federale regering (liberalen en sociaal-democraten) om in 2025 het land kernenergievrij te maken. Deze belofte wordt in 2015 herbevestigd door de huidige Belgische federale coalitie, waarin de sociaal-democraten zijn vervangen door de christen-democraten en de Vlaams Nationalisten (centrum-rechts). De uitstap wordt zelfs verankerd in een wet. In november 2017 herbevestigt de politieke wereld in Brussel de kernuitstap en wordt een zogenaamd Energiepact afgesloten tussen vier energieministers, één federale en drie gewestelijke, want het energiebeleid in Belgenland is een ‘beetje’ verkaveld. Wind en zon moeten de kernenergie vervangen.

Op dat moment schiet Wouter De Geest uit zijn krammen. Ondanks zijn contacten in de politieke wereld als voorzitter van de Belgische federatie voor life sciences (Essenscia) verschijnt hij met interviews in de media om duidelijk te maken dat het Pact geen implementatieplan voorziet, waardoor de volledige kernuitstap in 2025 echt een ‘black out’ kan veroorzaken.

De Geest: ‘Vooreerst hebben we er geen probleem mee dat we kernenergie verlaten en zoeken naar alternatieven. Wat me ongelofelijk stoorde, maar ook sterk verontruste in de Belgische aanpak, is dat er sinds 2003 niets, maar dan ook niets, is gebeurd om die kernuitstap in route te brengen en een alternatief traject uit te tekenen met haalbare én betaalbare doelstellingen. Onze eerste bekommernis is leveringszekerheid van de energiebevoorrading. Op dit moment komt nog meer dan vijftig procent van de stroomvoorziening in België uit kernenergie. Als we tegen 2025 alle kerncentrales willen sluiten, moeten we alternatieven hebben en voor liefst 3600 megawatt capaciteit. Met de windprojecten op de Noordzee en de zonnepanelenpromotie krijgen we dat gat niet gedicht. Gascentrales kunnen helpen, maar ongeveer één per jaar bouwen – zoals experts becijferden – met alle nodige investeringsplannen en vergunningsprocedures is onhaalbaar. Bovendien zijn er niet meteen energiegroepen die zomaar bereid zijn om in dure gasgestookte centrales te investeren en dan raken we in het subsidiëringstraatje. En als we dan toch de subsidieweg moeten kiezen, wat gaat dat de energieverbruikers kosten? Wat is betaalbaar? Het Energiepact geeft daar geen duidelijkheid over.’

Europees beleid

Voor Wouter De Geest heeft de politieke elite in België nagelaten om een duidelijk traject uit te tekenen en heeft ze de consequenties, ook qua kosten, vooruitgeschoven. ‘Pijnlijke besluitloosheid’, noemt hij het en hij verwijst naar de Duitse aanpak waar kanselier Merkel na de kernramp in Fukushima (eind 2011) de Duitse kernuitstap op de agenda zette en die meteen ook liet plannen. Eerst door de vervuilende bruinkoolcentrales meer te laten draaien, maar ze geleidelijk te vervangen door alternatieve energie (vooral wind en zon). Met voldoende duurzame investeringen kan Duitsland nu de bruinkoolcentrales beginnen afbouwen. ‘Ze hadden een routeplan en hebben het consequent gevolgd. Hebben we in België niet. Daarom pleiten wij voor het tijdelijk operationeel houden van de twee jongste kerncentrales. Als onze overheden voldoende hadden geluisterd naar onze stellingen en onze bekommernissen, dan hadden ze hun deadline gehaald.’

Heeft dat dan concrete gevolgen, wilde ik aan het einde van het gesprek nog weten. De Geest: ‘Begin december kostte 1 megawattuur in Duitsland amper 15 euro dankzij de overvloedige windenergie, bij ons in België lag die prijs op 57 euro. Energiebevoorrading en concurrentiële energieprijzen behoren tot de essentiële randvoorwaarden waarbinnen industriële activiteiten moeten gedijen. De kernuitstap is dus misschien wel haalbaar, maar of hij ook betaalbaar is, baart me zonder goed plan grote zorg. Wij moeten blijven gaan voor een Europees beleid, gebruikmakend van de sterktes van iedere lidstaat op het vlak van hernieuwbare energie. Onze uiteindelijke doelstelling wordt bepaald door de afspraken over het klimaat.’