RWE neemt deel aan offshore wind tender Hollandse Kust West. Onderdeel van het bod is 600 megawatt elektrolysecapaciteit voor de productie van groene  waterstof,  e-boilers voor verwarming en batterijopslag.

RWE neemt deel aan de Nederlandse offshore wind tender voor Hollandse Kust West (HKW). Het bedrijf heeft biedingen ingediend voor zowel HKW locatie VI als HKW locatie VII. De locaties liggen in de Noordzee, ongeveer 53 kilometer uit de Nederlandse kust. Beide velden zullen elk meer dan 760 megawatt (MW) aan offshore windcapaciteit leveren. Daarnaast streeft het door RWE beoogde ontwerp voor HKW locatie VI naar een netto positief effect voor het ecosysteem van de Noordzee.

Ecologie

RWE’s concept voor het ontwerp van HKW VI beperkt de negatieve effecten van offshore wind op flora en fauna – boven én onder de zeespiegel. Er worden bijvoorbeeld innovatieve oplossingen gerealiseerd om vogels en vleermuizen veilig tussen de turbines en onder het rotor oppervlak door te laten vliegen. Verder wil RWE het gebied opnieuw laten verwilderen door er kunstmatige riffen en drijvende tuinen aan te leggen. Dit zal het leefgebied verbeteren, de voedselketen versterken en ten goede komen aan alle soorten, zoals vogels, vissen en zeezoogdieren. De bescherming van de fauna is ook tijdens de bouw een belangrijk punt: om de verstoring door het plaatsen van monopile funderingen tot een minimum te beperken, zal RWE een speciale vibro heitechniek toepassen.

Elektrolyzer

RWE combineert het HKW VII offshore wind park met een 600 megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof op land, waarbij zowel waterstof als elektriciteit geleverd wordt aan bestaande en nieuwe klanten en de industrie. Verder wil de onderneming e-boilers bouwen voor warmtevoorziening voor woonwijken, batterijopslag en laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen realiseren. Een groot deel van de investeringen wordt gepland in de provincies Groningen en Brabant. Daarnaast is RWE ook van plan om de commerciële toepassing van nieuwe technologieën te versnellen, door een groot aantal innovatieve bedrijven en startups te ondersteunen bij het demonstreren van hun innovatie in een operationele omgeving. Het uiteindelijke doel van het bedrijf is om de vraag naar energie af te stemmen op het flexibele opwekprofiel van het windpark en zo bij te dragen aan de netstabiliteit.

In het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) dat minister Sigrid Kaag van Financiën naar de Tweede Kamer stuurde, adresseert het kabinet ook de groene transitie. Zo hervormt het kabinet de energiebelastingen en scherpt men de CO2-heffing voor de industrie en de vliegbelasting aan. Ook de nieuw aangekondigde offshore windparken (1,25 miljard euro) en bestaande waterstofinitiatieven (73 miljoen euro) staan in het voorstel voor Europese steun.

De EU-landen werden het in 2020 eens over een coronaherstelfonds van 750 miljard euro. De EU helpt met dit geld landen bij het herstel van hun economie na de coronacrisis. EU-landen kunnen aanspraak maken op het geld door plannen uit te voeren waarmee zij hun economieën sterker en weerbaarder maken. De EU eist dat lidstaten minstens 37 procent van de uitgaven besteden aan klimaatgerelateerde investeringen.

Het Nederlandse conceptplan bestaat uit 39 maatregelen, waarvan 23 investeringen en 16 hervormingen. De focus van de plannen ligt onder meer op klimaat, digitalisering, volkshuisvesting, kansengelijkheid, en de arbeidsmarkt.

Groene transitie

Het conceptplan bevat een pakket aan maatregelen die de groene transitie in Nederland moeten bevorderen. Zo hervormt het kabinet de auto- en energiebelastingen en scherpt men de CO2-heffing voor de industrie en de vliegbelasting aan.

Het kabinet stelt ook voor te investeren in groene waterstof. Het voorstel Groenvermogen van de Nederlandse economie investeert in een groene-waterstof-ecosysteem met klein- en grootschalige demonstratieprojecten, een R&D-programma en een human capital programma. Het voorstel moet toepassingen van groene waterstof in de chemie, transport en zware industrie versneld mogelijk via innovatie en kostenreductie.

De indieners van het plan willen starten met een aantal kleinschalige projecten van maximaal vijftig megawatt. Deze moeten regionale ketens ontwikkelen van productie, opslag, transport en toepassing van groene waterstof. Vervolgens wil men een aantal faciliteiten bouwen voor grootschalige productie van waterstof  (totaal 300 megawatt) .

Als laatste stelt men voor één of meerdere faciliteiten te bouwen voor grootschalig gebruik van groene waterstof in processen die nu nog afhankelijk zijn van aardgas. De demonstratiefaciliteiten moeten de haalbaarheid demonstreren van grootschalige (circa 100 megawattt) elektrolyse en toepassing van waterstof.

Offshore wind

Een belangrijk onderdeel van de Nederlandse aanpak voor de energietransitie is de inzet op windenergie op zee. Om extra windenergie op zee mogelijk te maken wijst het kabinet in het Programma Noordzee 2022-2027 windenergiegebieden aan. Met ruimte voor 10,7 gigawatt extra windenergie tot en met 2030 (tot een totaal van 21 gigawatt in 2030). Het realiseren van extra windenergie veroorzaakt wel inpassingskosten voor andere sectoren. Onder andere de netversterking op land zal extra kosten met zich meebrengen.

Keuzes

Alle voorstellen samen tellen op tot een hoger bedrag (7,7 miljard euro) dan waar Nederland aanspraak op kan maken (4,7 miljard euro). Op basis van de inbreng van de Tweede Kamer, de consultatie van de belanghebbenden, en de dialoog met de Europese Commissie werkt het kabinet aan het opstellen van een finaal plan. Het streven is om dit in juni 2022 aan de Tweede Kamer te presenteren.

 

Havenbedrijf Rotterdam heeft een tweehonderd meter lange diepzeekademuur in de Arianehaven (Maasvlakte) overgedragen aan de Sif Group. In de funderingselementen van de kademuur zijn allerlei slimme sensoren opgenomen. Deze kunnen onder meer het zettingsgedrag en de bovenbelasting in de gebruiksfase op de kademuur registreren.

Sif fabriceert grote stalen buizen die worden gebruikt als funderingen voor offshore windturbines en olie- en gasplatforms. Aan de kade van Sif op de Maasvlakte worden deze monopiles met lengtes tot 120 meter en een diameter tot 11 meter, geladen door gigantische offshore installatieschepen. Eenmaal offshore worden de monopiles in de zeebodem geheid als fundatie voor bijvoorbeeld windturbines.

De Sif kade is speciaal ontworpen voor onder andere het ontvangen van de zogenaamde jack-up schepen die hun poten op de havenbodem zetten en zichzelf omhoog drukken ten behoeve van het laden van de fundaties of andere onderdelen.

BASF verkoopt 25,2 procent van het offshore windturbinepark Hollandse Kust Zuid door aan Allianz. In september nam BASF een belang van 49,5 procent in het park over van Vattenfall. BASF betaalde daar toen 0,3 miljard euro voor.

BASF wil wel het grootste deel van de energie die wordt geproduceerd door haar oorspronkelijk verworven aandeel in Hollandse Kust Zuid blijven ontvangen. Het bedrijf gaat deze elektriciteit gebruiken om de chemische productie op locaties in heel Europa te ondersteunen. De Verbund-site van BASF in Antwerpen gaat het meest profiteren van de duurzame energie.

De bouw van windpark Hollandse Kust Zuid begon afgelopen zomer en zal naar verwachting in 2023 volledig operationeel zijn. Het is dan het grootste offshore windpark ter wereld met 140 windturbines en een totaal geïnstalleerd vermogen van 1,5 gigawatt. Hollandse Kust Zuid wordt het eerste volledig commerciële offshore windpark ter wereld dat geen enkele subsidie ontvangt voor de geproduceerde stroom.

Het groene waterstof proefproject PosHYdon krijgt 3,6 miljoen euro uit het Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) subsidiefonds. PosHYdon is de eerste offshore groene waterstofpilot op een operationeel platform ter wereld. Met deze subsidie kan het consortium met de pilot van start gaan.

PosHYdon integreert drie energiesystemen op de Noordzee: offshore wind, offshore gas en offshore waterstof en zal plaatsvinden op het Q13a-A platform van Neptune Energy. Dit producerende productieplatform is het eerste volledige geëlektrificeerde platform op de Nederlandse Noordzee en ligt circa dertien kilometer voor de kust van Scheveningen.

Om groene waterstof te kunnen maken, zal zeewater op het platform worden omgezet in gedemineraliseerd water. Dit water wordt vervolgens door middel van elektrolyse omgezet in waterstof. Daarbij wordt stroom van wind gebruikt om deze groene waterstof te produceren. De pilot heeft als doel om ervaring op te doen met het integreren van werkende energiesystemen op zee en het vervaardigen van waterstof in een offshore omgeving. Daarnaast testen de onderzoekers de efficiency van een elektrolyzer met een variabele voeding vanuit offshore wind en bouwt men kennis op in de kosten, van zowel de installatie offshore als van het onderhoud.

De groene waterstof zal worden bijgemengd met het gas en via de bestaande gaspijpleiding richting de kust getransporteerd worden. De 1 MW electrolyser zal maximaal 400 kilo groene waterstof per dag produceren.

Systeemintegratie Noordzee

René Peters, Business Director Gas Technologies TNO: ‘PosHYdon is het ultieme voorbeeld van systeemintegratie op de Noordzee. In veel studies wordt waterstof ‘the missing link’ voor de energietransitie genoemd en wordt er veel over de mogelijkheden gesproken. Maar hier, voor de kust van Scheveningen, gaat het daadwerkelijk plaatsvinden. PosHYdon zal ons veel leren over de te zetten vervolgstappen richting grootschalige groene waterstofproductie op zee.’

Peters vervolgt: ‘Groene waterstofproductie offshore maakt het ook mogelijk dat grootschalige windparken ver op zee kunnen worden ontwikkeld. Offshore elektrolyzers zetten dan windenergie direct om naar groene waterstof, dat vervolgens via bestaande gasinfrastructuur de kust bereikt. Daardoor kunnen offshore windprojecten sneller gerealiseerd worden tegen significant lagere kosten voor de maatschappij.’

Jacqueline Vaessen, Managing Director Nexstep, nationaal platform voor hergebruik en ontmanteling: ‘Samen met een aantal operators en TNO is dit idee zo’n jaar of twee geleden voortgekomen uit een brainstormsessie van de ‘Re-purpose’ werkgroep binnen Nexstep. Vervolgens hebben we gekeken wat de beste locatie zou zijn en zijn toen op de Q13a-A van Neptune Energy uitgekomen. Aangezien dat platform al geheel middels groene stroom geëlektrificeerd is.’

 

Vattenfall en BASF hebben overeenstemming bereikt over de verkoop van 49,5 procent van het offshore windpark Hollandse Kust Zuid voor een bedrag van 0,3 miljard euro. Inclusief de bijdrage aan de bouw, zal de totale investering van BASF uiteindelijk 1,6 miljard euro bedragen. Afronding van de transactie wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2021 en is afhankelijk van de goedkeuring door de relevante autoriteiten.

De bouw van windpark Hollandse Kust Zuid start in juli 2021 en zal naar verwachting in 2023 volledig operationeel zijn. Het is dan het grootste offshore windpark ter wereld met 140 windturbines en een totaal geïnstalleerd vermogen van 1,5 Gigawatt. Hollandse Kust Zuid wordt het eerste volledig commerciële offshore windpark ter wereld dat geen enkele subsidie ontvangt voor de geproduceerde stroom.

Vattenfall zal zijn aandeel van de productie onder andere gebruiken om zijn klanten in Nederland van fossielvrije elektriciteit te voorzien. BASF zal zijn deel van de elektriciteit gebruiken om de chemische productie op locaties in heel Europa te ondersteunen.

PPA

BASF verwerft de elektriciteit van het windpark voor zijn eigendomsaandeel via een power purchase agreement. Het stelt BASF in staat om innovatieve en emissiearme technologieën toe te passen op verschillende van zijn productielocaties in Europa. De Verbund-productielocatie van BASF in Antwerpen gaat het meest profiteren van de duurzame energie. De Antwerpse locatie is de grootste chemische productielocatie in België en de op één na grootste BASF productielocatie ter wereld.

Levering aan andere Europese BASF-locaties is afhankelijk van de ontwikkeling van regelgeving voor duurzame energie. Met het windpark wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het behalen van de Nederlandse doelstellingen op het gebied van de opwekking van duurzame energie en vermindering van broeikasgassen. BASF heeft in Nederland ruim 1.500 mensen in dienst, die op verschillende locaties producten voor tal van sectoren ontwikkelen, produceren en verkopen.

Transformatie

Martin Brudermüller, voorzitter van de raad van bestuur van BASF SE: ‘Dit windpark is een belangrijke bouwsteen om onze locatie Antwerp Verbund en andere Europese locaties van hernieuwbare elektriciteit te voorzien. Het is de eerste grote investering van BASF in installaties voor hernieuwbare energie. Door deze investering waarborgen we aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit uit hernieuwbare bronnen voor BASF, wat een belangrijk element is van onze transformatie naar klimaatneutraliteit.’

Anna Borg, president en CEO van Vattenfall: ‘Vattenfall en BASF delen de doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen binnen onze bedrijfsvoering af te bouwen. Met deze samenwerking bewijst Vattenfall eens te meer dat overeenkomsten met industriële partners een sleutelrol spelen bij het versnellen van de Europese energietransitie in de verschillende sectoren. Ik ben er bijzonder trots op dat we tegelijkertijd óók de levering van fossielvrije elektriciteit aan onze Nederlandse klanten kunnen veiligstellen.’

Met Diederik Samsom zit sinds een jaar een echte bèta op één van de belangrijkste Europese stoelen. Een prima timing ook. Het momentum voor een stevig Europees klimaatbeleid lijkt beter dan ooit. Het gaat goed met offshore-wind en waterstof komt er aan. Alleen lijkt de circulaire economie een decennium achter te lopen. ‘Ik wacht nog op een gevoel van urgentie.’ Diederik Samsom is 8 december een van de sprekers in de openingstalkshow van de European Industry & Energy Summit 2020.

Je kunt zeggen dat Diederik Samsom als kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans voor het eerst in zijn loopbaan direct aan de knoppen zit. ‘Dat klopt inderdaad,’ reageert hij. ‘Ook vroeger bij Greenpeace dachten we veel verschil te maken, maar dat konden we niet van dag tot dag vaststellen. Het was altijd even afwachten wat ons effect zou zijn.’ En ja, hij heeft korter geleden een grote rol gehad als partijleider van de PvdA bij het tot stand komen van kabinet Rutte II. Maar hij verkoos toen om zelf in de kamer te blijven, als fractievoorzitter.

Nu in zijn huidige rol als kabinetschef kan hij zelf architect zijn van de Europese Green Deal, samen met Timmermans. En ook daadwerkelijk het beleid uitvoeren. ‘Zelden heb ik op een plek gezeten waar ik zoveel verschil kon maken.’

Vergroening en modernisering

De timing lijkt haast perfect. ‘Laten we eerlijk zijn. Klimaatbeleid is twintig jaar lang sappelen geweest. Mijn hele volwassen leven heb ik me leren voorbereiden op uitstel, teleurstelling en tegenslag. De afgelopen tijd – zeg de laatste vijf jaar – is dat echt veranderd.’ Een combinatie van drie factoren spelen daarbij een rol. ‘Zo is er het laatste decennium sprake van versnelde innovatie. Denk aan offshore-wind, zonne-energie, elektrische auto’s en dus ook batterijtechnologie. Ik verwacht dat de versnelling het komende decennium doorzet. Komende tien jaar zou zo maar het decennium van innovatie kunnen worden.’

Daarnaast is volgens Samsom het maatschappelijke klimaat veranderd. ‘Met name onder invloed van jongeren. De beweging rond Greta Thunberg heeft zich echt verbreed en genesteld in de samenleving.’ Én we zijn in Europa veel beter geworden in samenwerken, stelt hij. ‘Ondanks al het gemopper. Als je kijkt hoe de financiële crisis van 2009 werd bestreden, dan herinneren we ons allemaal het gedoe met Griekenland. En de ellende die we met elkaar hadden. Nu is de opdracht vele malen groter. Een herstelpakket voor heel Europa. Dat heeft in juni ook echt vier dagen van de regeringsleiders gevraagd, maar toen was het ook geregeld. Een ongekende extra investering, die ook richting vergroening en modernisering van de samenleving gaat.’

Elon Musk

Dat is allerminst vanzelfsprekend. De vraag is meermalen gerezen: Is de huidige crisis goed of juist slecht voor de nodige transitie? Samsom is optimistisch. Het is nu echt anders. ‘Er was al eens eerder een maatschappelijke opleving van klimaaturgentie. Vlak voor de financiële crisis. Aangezwengeld door Al Gore, met An Unconvenient Truth. Ik was toen Kamerlid en dacht echt: nu gaat het gebeuren. Maar toen viel Lehman Brothers om. We werden eerst afgeleid door de kortetermijnnoodzaak om de crisis te repareren. Daarna kwamen er ook – vooral nationale – herstelpakketten. Daar zat wel veel groene retoriek in, maar geen echte actie.’

SamsomHet ontbrak vooral aan de mogelijkheden. ‘Herstellen doe je via businesscases. Offhore-wind was in die tijd nog stervensduur. Datzelfde gold voor zonne-energie en alle andere innovatieve technologie. De eerste tien jaren van deze eeuw waren op het vlak van innovatie buitengewoon teleurstellend. Die hebben eigenlijk alleen de iPhone opgeleverd.’

In het tweede decennium is een enorme inhaalslag gemaakt. ‘De Chinezen zijn als een malle gaan investeren in zonne-energie. Dat leverde een kostencurve op die adembenemend stijl naar beneden liep. Elon Musk heeft zich enorm kwaad gemaakt over de auto-industrie en heeft met Tesla iets bijzonders neergezet. En in Europa is offshore-wind veel betaalbaarder geworden.’

Extra impulsen

De ontwikkelingen in Amerika en China lijken grootser dan in Europa. Waarom zijn hier geen bedrijven als Tesla die de boel kunnen opschudden? ‘De structuur van de Europese samenleving is gewoon anders. Waarin je wel gelukkiger kunt zijn dan elders in de wereld. Dat blijkt uit alle onderzoek. Daar zou ik zeker geen afscheid van nemen. Dat betekent wel dat rechttoe-rechtaaninnovatie hier minder gemakkelijk vorm krijgt. Vergeet niet: China is een land met de omvang van een continent, met een doorzettingsmacht zonder weerga. Het kan innovatie er gewoon doorheen duwen. Amerika heeft een ondernemersklimaat dat bedrijven oplevert met de grootte van een continent. Denk bijvoorbeeld aan de big four, Apple, Google, Amazon en Facebook.’

Toch is Samsom optimistisch over de kracht van Europa. ‘We zitten er tussenin met een uniek model van losse landen en met bedrijven van een bescheidener omvang. Offshore-wind is hier toch van de grond gekomen. En met batterijen gaat het ook goed. De European Battery Alliance levert al de eerste resultaten op. Dat kunstje willen we ook herhalen met waterstof. Daarom zetten we nu vol in op elektrolyzer-technologie. Europa heeft zich wel gerealiseerd dat haar model veel extra inspanning vereist om tot resultaten te komen. Vanuit de Green Deal geven we daar extra impulsen aan.’

Alert blijven

Samsom is erg blij met de plannen van Europese gastransportbedrijven om een continentale waterstofruggegraat aan te leggen. Dat kan voor driekwart bestaan uit huidige aardgasverbindingen. ‘Als je bestaande gasleidingen kunt refitten om er grote hoeveelheden waterstof door te transporteren, maak je een enorme stap. Voordeel van waterstof ten opzichte van elektriciteit is dat je het gemakkelijker kunt opslaan en goedkoper over lange afstanden kunt transporteren. Maar, je moet het nog wel maken.’

Diederik Samsom: ‘Klimaatbeleid is twintig jaar lang sappelen geweest. De afgelopen tijd is dat echt veranderd.’

Samsom – van huis uit natuurkundige – is techneut genoeg om zich niet in kritiekloos optimisme mee te laten sleuren. ‘Op het vlak van groene waterstofproductie zijn er nog twee belangrijke uitdagingen. Er moet elektrolyzer-technologie komen en de prijs van groene stroom moet omlaag. Dat laatste loopt inmiddels als een zonnetje. In Portugal maken ze nu al zonnestroom voor 1,7 cent per kilowattuur. Al drie maal zo goedkoop als elektriciteit uit de goedkoopste fossiele centrale. En de prijs daalt nog steeds. Dan ga je concurreren met aardgas. Maar er moet nog wel het een en ander gebeuren. Bedrijven moeten wel zelf de investeringen doen. Als Europa willen we ze dan graag ondersteunen.’

Helemaal als bedrijven en landen gaan samenwerken. ‘Het lijkt me niet verstandig als 27 landen het allemaal zelf gaan doen. Maar met waterstof kan het hard gaan als landen als Frankrijk en Duitsland gaan samenwerken, zoals nu op het gebied van waterstof. Nederland en België kunnen beter maar alert blijven, hoewel de ligging straks natuurlijk veel voordelen kan opleveren.’

Suf

Overigens ligt niet alle focus van Europa op groene waterstof. ‘We houden eveneens gasreforming in combinatie met CCS (blauw) op de radar en ook bijvoorbeeld methaanpyrolyse (turquoise). Het afvangen van en opslaan van CO2 is misschien niet de meest elegante methode, maar ik denk dat we het wel nodig hebben. Er is zoveel koolstof in de lucht geschoten dat we ook negatieve emissies nodig hebben.’

Al met al wel heel veel aandacht voor waterstof. ‘Ook bij waterstof loert de hype om de hoek. In de hypecurve zit ook een ontluisteringsfase. Die kan tot de ondergang leiden van een veelbelovende technologie. Hier in Brussel lopen gelukkig veel experts rond. Die laten zich echt niet gek maken. Waterstof is gewoon een goed sluitstuk in een energievoorziening die steeds meer is gebaseerd op stromingsbronnen. Bovendien is waterstof een waardevolle basisgrondstof voor de chemie.’

In de industrie is al een markt voor waterstof en die groeit alleen maar. ‘Dat waterstof een grote toegevoegde waarde in de industrie heeft, is evident.’ Daar liggen de grotere  mogelijkheden dan bijvoorbeeld in de bebouwde omgeving. ‘Als natuurkundige ga ik ook altijd uit van de exergie van een brandstof. Met waterstof kan je duizend graden Celcius maken. Je kunt er een raket mee naar de maan sturen. Dan is het suf om met zo’n gigantische brandstof een kamer op twintig graden te brengen. Daar zijn andere oplossingen veel beter geschikt voor. Bijvoorbeeld restwarmte van vijftig graden.’

Urgentie

Met Diederik Samsom zit een echte bèta – zo blijkt maar weer – op een van de belangrijkste Europese stoelen. Minder uniek dan het klinkt. ‘In en rond de Europese Commissie wemelt het van de expertise. Daar was ik echt positief door verrast. Met Den Haag is er nog een ander verschil. Afwezigheid van hijgerigheid maakt het een stuk gemakkelijker om gestaag door te werken en goed werk te leveren. Ik hoef niet meer constant over mijn schouder te kijken of ergens een been is uitgestoken of een camera is opgesteld.’

Meer tijd voor de echte inhoud dus. ‘Daarbij komt dat de Green Deal verder strekt dan alleen energie. De Deal gaat ook over biodiversiteit, natuur, landbouw en andere vervuilingen dan alleen de emissie van CO2. We maken integrale plannen. Ik weet zeker dat de chemie daar ook behoefte aan heeft. Daardoor wordt het beleid ook bestendiger. Omdat alles elkaar dan niet bijt, maar juist versterkt.’

Onderdeel is ook het grondstoffenvraagstuk, waaronder het recyclen van materialen. ‘Heb je oneindig veel energie tot je beschikking, dan kun je alle plastics weer terug stampen tot de originele chemische bouwstenen. Maar dat is niet zo. Vol overgave richten we ons daarom ook op andere routes om plastics te hergebruiken, zonder dat we ze helemaal afbreken. Dan maak je een veel kortere bocht.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

Samsom

Diederik Samsom: ‘Ik heb nog steeds het idee van een vergadering die bijna is afgelopen, als iemand zijn vinger opsteekt en vraagt: moeten we ook nog iets met circulaire economie?’

Nog steeds wordt slechts een klein deel van de kunststoffen hergebruikt. ‘Ik denk dat de circulaire economie een decennium achterloopt op duurzame energie. Ik wacht nog op een gevoel van urgentie. Het lijkt een vergadering die bijna is afgelopen, en dat iemand zijn vinger opsteekt en vraagt: moeten we ook nog iets met circulaire economie? En dat dan iedereen snel zijn koffer pakt. “Volgende keer gaan we het er over hebben.” Ik hoop dat de chemie en andere betrokken sectoren het been ook hier snel bijtrekken. Zoals dat al wel gebeurt op het vlak van energie-efficiëntie, verduurzaming en bijvoorbeeld elektrificatie.’

Haasje-over

Een onderdeel van de Green Deal is ook dat er een CO2-heffing komt aan de buitengrenzen. Met haar systeem voor emissiehandel is Europa al strenger dan de rest van de wereld. ‘Tot nu toe hebben we daarom in het ETS-systeem vrije rechten toegekend aan Europese bedrijven. Dat is goed voor het gelijke speelveld met bedrijven van andere continenten die producten importeren. Maar niet goed voor het klimaat. Daarom gaan we het nu omdraaien. De producenten buiten Europa moeten aan de Europese eisen voldoen. Zo niet, dan moeten ze een CO2-heffing betalen op te importeren producten. Natuurlijk zijn ze daar niet blij mee aan de andere kant van het water. Maar ik vind ook dat Europa iets minder naïef moet worden.’

Ook heeft hij de klachten uit de industrie wel gehoord. Kan dit de export schaden? ‘Europa loopt op veel terreinen voor in de wereld. Op het gebied van milieu, veiligheid, arbeidsomstandigheden en meer. Regelmatig heeft dat tot discussies geleid met bedrijven. Maar elke keer zijn we er ook uitgekomen. Dus daar maak ik me geen grote zorgen over. Het is juist de bedoeling dat de rest van de wereld ook volgt. Zoals zo vaak.’

Als afzonderlijke landen, zoals Nederland, ook nog afzonderlijke CO2-heffingen willen invoeren, vindt Samsom prima, maar misschien niet nodig. ‘Nederland wil met een extra CO2-heffing een verschil dichten. Ze wil 49 procent CO2-reductie in 2030 terwijl de Europese Unie op veertig procent koerste. Maar inmiddels heeft Europa haasje-over gedaan naar 55 procent. Wel kan Nederland volgend jaar al beginnen, terwijl de invoering in Europa – zoals vaak – meer tijd nodig heeft. Koplopers zorgen er vaak voor dat anderen volgen.’

European Industry & Energy Summit 2020

Tijdens European Industry & Energy Summit 2020 op 8 en 9 december zenden wij uit vanuit vier studio’s: Amsterdam, Eemshaven (Groningen Seaports), Rotterdam (Plant One Rotterdam) en Geleen (Brightsite Chemelot Campus).  We bespreken thema’s als Europese plannen, waterstof, infrastructuur, innovatie en systeemintegratie. Verschillende partners presenteren in side-events hun visie op onderwerpen als CCUS, elektrificatie, elektrochemie, energiebesparing- en opslag, en veel meer.

Inschrijven voor de livestreams is kosteloos (pay as you like).

De Wind Meets Industry coalitie lanceert een actieagenda die de elektrificatie van de industrie en verdere uitrol van wind op zee kan versnellen. De samenwerking tussen VEMW, NWEA, Energie-Nederland en Topsector Energie & Industrie koppelt de opgaven van zowel de industrie als de windsector.

VEMW is positief over de focus van de overheid op vraagstimulering via onder meer de verbrede SDE++. De focus stimuleert verduurzaming van de industrie maakt tegelijkertijd de verdere groei van duurzaam aanbod mogelijk. De opties voor het ontwikkelen van nieuwe Nederlandse duurzame bronnen zijn beperkt. Daarom is de verdere uitrol van windparken belangrijk voor een succesvolle energietransitie.

De industrie is een grote potentiële afnemer van nieuwe, duurzame windenergie. Zeker wanneer zij succesvol kan elektrificeren. Met andere woorden: de industrietransitie en energietransitie gaan hand in hand. Daarvoor moet de verdere ontwikkeling van duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar aanbod wel gelijke trend houden met de afzetmogelijkheden in de industrie. De Wind Meets Industry coalitie wil vraag en aanbod bij elkaar brengen door samen te werken vanuit gedeelde, transparante kennis en expertise.

Randvoorwaarden ontbreken

De Wind Meets Industry coalitie lanceerde een actieagenda die een aantal acties bevat om de succesvolle elektrificatie van de industrie en verdere uitrol van wind op zee mogelijk te maken. Elektrificatie in de industrie is namelijk niet mogelijk zonder het creëren van een aantal cruciale randvoorwaarden. De elektriciteitsinfrastructuur moet tijdig beschikbaar zijn en de SDE++ moet de onrendabele top van elektrificatie-opties adresseren.

Verder spelen er nog een aantal andere belemmeringen, zoals de hoogte van de elektriciteitsprijs en oplopende netwerkkosten. Daarnaast is er een behoefte aan toenemende flexibiliteit, ook aan de vraagzijde. De coalitie wil dat er meer kennisuitwisseling plaatsvindt ten aanzien van flexibiliteit en vraagt om een stimulerend beleidskader. De coalitie wil daarom samen met de overheid en de netbeheerders deze actieagenda gaan uitvoeren. Er is regie nodig om de benodigde infrastructuur tijdig te realiseren en een stabiel wettelijk kader te creëren dat investeringszekerheid voor bedrijven in Nederland op de lange termijn faciliteert.

Morgen om tafel

Voorzitter van VEMW Gertjan Lankhorst: ‘De industrie heeft in de toekomst veel groene stroom nodig. Niet alleen om te elektrificeren, maar ook voor CCUS en groene waterstof. De uitdaging is om deze vraag naar elektronen op een slimme manier te matchen met het aanbod aan windenergie. Dat kan alleen door als sectoren snel met elkaar om aan tafel te zitten. We hebben daarbij ook de netbeheerders en de overheid nodig.’

Over de toekomstige  samenwerking zei Lankhorst: ‘Tijdens het Klimaatakkoord hebben we elkaar al beter leren kennen en nieuwe coalities zijn al ontstaan. De regionale koploperprogramma’s in verschillende industriële clusters zijn nu klaar met hun cluster energiestrategieën. Wij willen dus morgen met de netbeheerders en de overheden aan tafel om te werken aan een succesvolle implementatie van de gezamenlijke verduurzamingsplannen.’

RVO lanceert een nieuwe duurzame innovatieregeling met de naam Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI). De regeling richt zich op projecten voor ‘Wind op zee’, ‘Hernieuwbare energie op land’, ‘Gebouwde omgeving’ en de ‘Industrie’.

De Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de MMIP’s die aan de basis liggen van de MOOI-regeling. Zij kunnen in 2020 mogelijke indieners adviseren bij het vinden van goede partners en samenwerkingsverbanden. Ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ondersteunt mogelijke aanvragers met advies, toegang tot netwerken en informatie over energie-innovatie en de voorwaarden van de MOOI-regeling.

Budget

Voor de vier thema’s van de MOOI-regeling is in totaal 65 miljoen euro beschikbaar. Daarvan krijgt het thema Wind op Zee 10,1 miljoen, hernieuwbaar op land 10,9 miljoen en de gebouwde omgeving 27 miljoen euro. Innovaties die de industrie verduurzamen kunnen aanspraak maken op totaal 17 miljoen euro.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de MOOI-regeling moeten projecten een flinke omvang hebben van een nog nader te bepalen bedrag. Aanvragers moeten een innovatieplan voorleggen met daarin Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden (Smart) opgestelde mijlpalen om de voortgang te kunnen volgen. In het project moet duidelijk sprake zijn van een integrale aanpak. Daarom moeten meerdere bedrijven uit de innovatieketen aangesloten zijn bij het project. Dit zijn bij voorkeur organisaties vanuit verschillende disciplines en consortia.

Aanvragen

Samenwerkende partijen kunnen vanaf begin 2020 tot midden april de eerste schetsen van hun voorstel indienen bij RVO.nl. In deze vereiste voorronde toetst RVO of de aanvraag aansluit op de regeling.

RVO.nl geeft dan met een adviescommissie advies over het plan en de voorgestelde samenwerking. Soortgelijke projecten kunnen met elkaar in contact worden gebracht, waar de Topconsortia van Kennis en Innovatie (TKI) bij kunnen helpen. De partijen kunnen de adviezen verwerken in hun definitieve aanvraag. De voorronde sluit naar verwachting in april en de definitieve indiening in september.

BOW Terminal uit Vlissingen breidt haar offshore windactiviteiten uit met een nieuw logistiek knooppunt in de Eemshaven. Het bedrijf gaat zich in Groningen richten op de heavy lift, decommissioning, oil & gas en offshore wind.

De nieuwe terminal komt langs een in totaal 525 meter lange kade in de Wilhelminahaven te staan. Het havenbekken Wilhelminahaven heeft een diepte van zestien meter en is daarom geschikt voor diepzeevaartuigen. ‘Met het oog op de energietransitie in West-Europa en het aantal geplande projecten in het gebied is deze uitbreiding voor BOW Terminal een logische stap om aan de behoeften van haar diverse klanten te voldoen’, zegt directeur Ludolf Reijntjes.