De 31 lidstaten van de Raad van Bestuur van het Internationaal Energieagentschap zijn overeengekomen zestig miljoen vaten olie uit hun noodreserves vrij te geven. Daarmee geven ze een krachtig signaal aan de mondiale oliemarkten dat er geen tekort aan voorraden zal zijn als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne.

De ministers merkten op dat de inval van Rusland zich afspeelt tegen een achtergrond van reeds krappe mondiale oliemarkten. Maar ook verhoogde prijsvolatiliteit en commerciële voorraden die zich op het laagste niveau sinds 2014 bevinden. Bovendien kunnen producenten niet op korte termijn voor extra aanbod zorgen.

De leden van het IEA hebben noodvoorraden van 1,5 miljard vaten. De aankondiging van een eerste vrijgave van zestig miljoen vaten, of vier procent van die voorraden, komt overeen met twee miljoen vaten per dag gedurende dertig dagen. De gecoördineerde onttrekking is de vierde in de geschiedenis van het IEA, dat in 1974 werd opgericht. Eerdere collectieve acties werden ondernomen in 2011, 2005 en 1991.

Grote speler

Rusland speelt een buitenproportionele rol op de mondiale energiemarkten. Het is ’s werelds op twee na grootste olieproducent en de grootste exporteur. Zijn uitvoer van ongeveer vijf miljoen vaten ruwe olie per dag vertegenwoordigt ongeveer twaalf procent van de wereldhandel. En zijn ongeveer 2,85 miljoen vaten aardolieproducten per dag vertegenwoordigen ongeveer vijftien procent van de wereldhandel in geraffineerde producten. Ongeveer zestig procent van de Russische olie-export gaat naar Europa en nog eens twintig procent naar China.

Steun Oekraïne

De ministers hebben vandaag besloten dat de energievoorziening niet mag worden gebruikt als politiek dwangmiddel, noch als bedreiging voor de nationale en internationale veiligheid. Het secretariaat van het IEA zal de mondiale olie- en gasmarkten nauwlettend blijven volgen en aanbevelingen blijven doen aan de Raad van Bestuur, onder meer over eventuele extra noodvoorraden olie, indien nodig.

De Raad van Bestuur moedigde tevens alle lidstaten aan alles in het werk te stellen om Oekraïne te steunen bij de levering van olieproducten, en beval regeringen en consumenten aan hun conserveringsinspanningen te handhaven en op te voeren.

Andere leveranciers

De ministers bespraken ook de aanzienlijke afhankelijkheid van Europa van Russisch aardgas en de noodzaak om die afhankelijkheid te verminderen door uit te kijken naar andere leveranciers, onder meer via LNG. En om te blijven streven naar een goed beheerde versnelling van de overgang naar schone energie. Donderdag zal het secretariaat van het IEA een 10-puntenplan bekendmaken voor de wijze waarop de Europese landen hun afhankelijkheid van Russische gasleveranties tegen volgende winter kunnen verminderen.

Nederland sluit zich alsnog aan bij de coalitie van landen die op korte termijn willen stoppen met directe overheidssteun voor internationale fossiele energieprojecten. In Glasgow heeft Nederland hiertoe een verklaring getekend, zo schrijft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer. Vorige week gaf het demissonaire kabinet nog aan niet te tekenen en dat deze kwestie aan een volgend kabinet is, wat tot protest in de Kamer en bij verschillende milieuorganisaties leidde.

De ondertekening betekent dat het kabinet in 2022 zal werken aan nieuw beleid voor het beëindigen van internationale overheidssteun aan de fossiele energiesector. Dit geldt in het bijzonder voor de exportkredietverzekering (ekv). Het streven is dit voor eind 2022 te implementeren. Ook hoopt het kabinet dat zoveel mogelijk andere landen de verklaring ook willen ondertekenen, om een gelijk speelveld te behouden voor Nederlandse bedrijven en hun buitenlandse concurrenten.

In zijn energiemonitor ziet senior Energie-econoom Hans van Cleef van ABN Amro de vraag naar olie en gas herstellen. Zowel OPEC als het IEA stellen hun verwachtingen opwaarts bij terwijl olievoorraden tot hun gebruikelijke niveaus slinken.

De afgelopen weken schommelde de olieprijs in een relatief smalle bandbreedte. Tot dusverre werd het opwaarts prijspotentieel als gevolg van hogere vraagverwachtingen (in de VS en Azië) tegengewerkt door tegenvallend economisch herstel in Europa en hogere olieproductie door OPEC+. Maar eerder deze week stegen de olieprijzen toch door als gevolg van de aanhoudende dalingen van de Amerikaanse oliereserves en hoop op verder economisch herstel.

Zowel de OPEC als het Internationaal Energieagentschap (IEA) hebben hun verwachtingen ten aanzien van de vraag naar olie in 2021 opwaarts bijgesteld. Het aantrekken van de vraag zal volgens de OPEC met name in de tweede helft van het jaar plaatsvinden, als de effecten van de vaccinatieprogramma’s steeds meer zichtbaar worden.

OPEC+ verhoogt olieproductie

Nu de vraag naar olie herstelt, is er volgens OPEC+ langzaam maar zeker meer ruimte voor een stijging van het aanbod. Tijdens het overleg van begin april werd dan ook besloten dat OPEC+ de productie gaat verhogen. Of beter gezegd, minder gaat verlagen. Het productieverlagingsakkoord wordt immers afgebouwd.

Voorraden normaliseren

In 2020 daalde de vraag naar olie sterk als gevolg van de maatregelen om covid-19 te bestrijden. Tijdens de tweede helft van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 heeft OPEC+ de productie dusdanig laag gehouden, dat er eigenlijk een tekort ontstond. Als gevolg hiervan moest er worden geput uit de tijdens de eerste helft van het jaar opgebouwde ruime oliereserves. Vanaf augustus 2020 lieten de OESO-voorraden dan ook een daling zien en zijn deze terug op het 5-jaars gemiddelde.

Gasprijs even hoog

Opvallend ten opzichte van de afgelopen twee jaar is het feit dat de gasprijs medio april nog steeds relatief hoog is. De kou in de afgelopen weken speelde daarbij een rol, maar ook de opbouw van nieuwe voorraden zijn hierin van belang. De opbouw van gasvoorraden blijft achter ten opzichte van het patroon van de laatste twee jaar. De vraag naar aardgas blijft daarom langer hoog, maar zal afnemen zodra de voorraden op peil zijn en gevuld voor het nieuw winterseizoen.

Ook wijst het IEA in haar recente Gas Market Report op de kwetsbare groeiverwachtingen voor de rest van dit jaar. Net als bij de oliemarkt is de verwachting dat de vraag naar aardgas verder zal aantrekken op het moment dat de economie verder herstelt, en de invloed van covid-19 steeds verder afneemt.

Gasprijsramingen iets verhoogd

Als gevolg van de koude weersomstandigheden en daarmee samenhangend de hogere vraag naar aardgas, is het prijsherstel dat we voor de tweede helft van het jaar hadden voorzien reeds een feit. Hoewel de prijs iets kan dalen op het moment dat de voorraden weer zijn aangevuld, zal de prijs gemiddeld genomen toch iets hoger komen te liggen in 2021.

Kijk hier voor de volledige energiemonitor

Onlangs maakte BP bekend voor 2030 beduidend minder op fossiele bronnen te willen leunen. Eerder kondigde het al de verkoop aan van haar overgebleven chemie aan Ineos. Twee decennia terug leek het concern ook al van gedaante te willen veranderen. De term Beyond Petroleum bleek echter al gauw een wassen neus. De nieuwe poging lijkt serieuzer. Hoe zit het met andere oliebedrijven? Willen ze net als BP richting duurzame energie of slaan ze juist een andere weg in?

In juli 2000 lanceerde British Petroleum (BP) een spraakmakende communicatiecampagne van tweehonderd miljoen dollar, ontworpen door reclamebureau Ogilvy & Mather. Het moest het concern als milieuvriendelijk te positioneren. BP introduceerde een nieuwe slogan, Beyond Petroleum, en veranderde zijn zeventig jaar oude logo in een vrolijke groen en gele zonnestraal.

Al gauw kwam er veel kritiek op de campagne. BP bracht niet in praktijk wat het predikte. Zelfs verre van dat! Het concern gaf in 1999 slechts 45 miljoen dollar uit om het zonne-energiebedrijf Solarex te kopen. Een microscopische aanwinst in vergelijking met de 26,5 miljard dollar die het investeerde om Arco te kopen voor uitbreiding van de oliebooractiviteiten. En dat veranderde niet. BP is bijvoorbeeld ook het bedrijf achter het controversiële teerzandproject in Alberta, Canada. En na de olieramp in de Golf van Mexico zag de greenwashing-campagne van BP er nog minder gladjes uit.

Veertig procent

De nieuwe poging, nu al in de Britse pers Beyond Petroleum 2.0 genoemd, lijkt serieuzer. Ook meer in lijn met huidige grote maatschappelijke ontwikkelingen. Zo staat het klimaat beduidend hoger op de maatschappelijke en politieke agenda dan twintig jaar geleden. Bovendien heeft de coronacrisis de kwetsbaarheid van de oliesector pijnlijk blootgelegd. De olievraag kan door een pandemie of andere wereldwijde gebeurtenissen in korte tijd enorm dalen, zonder dat die daarna automatisch weer snel herstelt. Inmiddels kruipt de olieprijs wat uit het dal, maar met name het vliegverkeer zal veel tijd nodig hebben om te herstellen. En daarmee ook de vraag naar kerosine. Wellicht zal het zakelijke verkeer nooit helemaal op het oude niveau komen doordat bijvoorbeeld online communicatievormen een enorme impuls hebben gekregen. Klimaatargumenten zullen die trend alleen maar versterken.

Oliebedrijven houden er rekening mee dat zij de coronacrisis nog jaren voelen. Shell voorziet pas in 2023 weer olieprijzen van zestig dollar. BP toonde nog pessimistischer prognoses, waarin de olieprijs pas in 2025 begint op te klimmen vanaf vijftig dollar, en waarin de aardgasprijs op het huidige, enorm lage niveau blijft. Een momentum lijkt geboren.

Ook voor beleggers; zij snakken naar nieuw elan. En dat lieten ze begin augustus ook blijken. BP presenteerde belabberde kwartaalcijfers, zelfs slechter dan verschillende concurrenten. Maar het signaal dat BP afgaf bleek zwaarwegender. De concrete ommezwaai die bestuursvoorzitter Bernard Looney aankondigde, werd door beleggers zo goed ontvangen dat de koers direct met 6,5 procent steeg. Met de aankondiging is BP het eerste olie- en gasbedrijf dat openlijk minder fossiel wil worden. In 2030 wil het bedrijf veertig procent minder olie en gas produceren dan nu.

Voorzichtiger

Het concern moet anders dan in 2000 nog wel de daad bij het woord voegen. Het is immers nog niet verder dan relatief progressieve oliegiganten als Shell en Total en ook de wat kleinere concerns als Equinor en Repsol op het gebied van duurzame opwekking. Vooralsnog zijn alleen de statements en de doelstellingen van BP steviger. En dan is het belangrijk dat het deze keer niet bij een dure reclamecampagne blijft.

Wel zijn de doelstellingen duidelijker dan twintig jaar geleden en dus ook meetbaarder. En ze lijken ook concreter en voortvarender dan die van bijvoorbeeld Shell, dat de lijst aanvoerde voordat BP met haar plannen naar buiten kwam. Ook Shell wil haar eigen bedrijfsvoering klimaatneutraal maken. Daarnaast wil het bedrijf de uitstoot die ontstaat door de verbranding van haar producten voor een belangrijk deel compenseren: 65 procent minder in 2050. Dat betekent dat Shell gaat samenwerken met de lucht- en scheepvaart om alternatieve brandstoffen te vinden. Ook zal een belangrijk deel van de ‘nettonulstrategie’ op compensatie en opslag van CO2 leunen, via nieuwe technieken of beproefde methoden zoals bomenplant.

In 2050 wil BP netto geen broeikasgassen meer uitstoten. Weliswaar heeft Shell dat ook toegezegd, maar dat concern zoekt het deels in compensatie.

Het grote verschil met BP is dat Shell – misschien wel tot 2050 – geen afscheid neemt van olie en met name aardgas, wat ze als een belangrijke transitiebrandstof ziet. Voor Shell is het vooral en-en. Want naast haar bestaande activiteiten heeft het Nederlands-Britse concern grote plannen met onder andere waterstof en windparken.

Het lijkt erop dat Shell van fouten in het verleden wil leren. Al in de jaren negentig had het concern grote plannen met waterstof, verkocht het duurzaam opgewekte stroom aan consumenten en wilde het fors investeren in zonne-energie. Achteraf was dat op de meeste gebieden te vroeg en bovendien wekte het “fossiele” imago van het bedrijf ook veel argwaan en wantrouwen op. Misschien dat Shell daardoor wat voorzichtiger is geworden. Niet in de ambities, maar wel in de communicatie.

Compensatie

In tegenstelling tot Shell en veel andere relatief progressieve oliemaatschappijen lijkt BP helemaal afscheid te willen nemen van fossiel. Het concern heeft daarbij ook een aardig tempo voor ogen. Neemt BP zijn nieuwe klimaatplan echt serieus, dan moet het nu al versnellen. Zo wil het de komende vijf jaar de CO2-uitstoot van zijn olie- en gasproductie met twintig procent verminderen. In 2030 wil het jaarlijks vijf miljard dollar investeren in niet-fossiele activiteiten, die daarmee moeten vertienvoudigen, en wil het veertig procent minder olie en gas produceren dan nu.

BP wil veranderen van een internationale oliemaatschappij in een geïntegreerd energiebedrijf, een ambitie die overigens ook weleens door Shell is uitgesproken. BP wil straks bijvoorbeeld ook de energievoorziening regelen voor landen, steden en instellingen en het aantal laadpalen voor elektrische auto’s vernegenvoudigen. In 2050 wil BP netto geen broeikasgassen meer uitstoten. Weliswaar heeft Shell dat ook toegezegd, maar dat concern zoekt het dus deels in compensatie.

 

BP

 

 

 

 

 

 

BP introduceerde in 2000 een nieuwe slogan, Beyond Petroleum, en veranderde zijn zeventig jaar oude logo in een vrolijke groen en gele zonnestraal. 

 

BP heeft blijkbaar een totale transformatie voor ogen. Meer volgens het voorbeeld van DSM, dat zich in een halve eeuw van mijnbouwbedrijf, via bulkchemie in een producent van fijnchemische en lifescience-producten transformeerde. Het concern krijgt daarvoor veel lof. Ook omdat het erin slaagde om de laatste jaren veel omzetverhoging uit – op duurzaam gerichte – innovatie te halen. Die ontwikkeling begon in 2006. Op dat moment kwam vijf procent van de sales van DSM uit innovatie. Vorig jaar was dat 21 procent. De snelheid van innovatie is de laatste jaren verviervoudigd. Daarnaast is de winstgevendheid van de omzet uit innovatie significant hoger dan de lopende activiteiten, stelt het concern.

Groeibriljant

Tegelijkertijd zijn daar vanuit macro-economisch perspectief ook kanttekeningen bij te plaatsen. DSM verkocht veel van haar traditionele activiteiten, aan onder andere Sabic, OCI Nitrogen en Lanxess. Innovatie is in de segmenten waarin DSM zich momenteel begeeft gemakkelijker. Door gericht bedrijven te acquireren en ook onderdelen te verkopen, schoof de producent de laatste decennia steeds meer op in de keten. Van basismaterialen naar speciale producten, waardoor het concern steeds dichter bij de klant kwam te staan.

Nu staan de meeste nieuwe eigenaren van voormalige DSM-activiteiten inmiddels bekend als innovatiegerichte bedrijven. Zo zet Sabic momenteel stappen op het gebied van chemische recycling van kunststoffen, biomassa als grondstof en de elektrificatie van haar processen. En ook de andere opvolgers zitten niet stil. Dat heeft er deels ook mee te maken dat deze bedrijven zich volledig focussen op basischemie. En dan blijkt met de nodige aandacht ook meer mogelijk te zijn. De chemie heeft daar al meer voorbeelden van gegeven. Een bedrijf als Covestro heeft dat bijvoorbeeld ook laten zien, na haar afscheiding van Bayer. Ze ontwikkelde zich van ondergeschoven kindje tot groeibriljant met innovatieve en duurzame ambities. Beleggers wisten dat al zeer te waarderen.

Grotere stappen

Dat BP haar chemietak aan Ineos verkoopt, hoeft dus niet per se negatieve gevolgen te hebben voor de innovatiekracht van de chemie als sector. Belangrijk is vooral wat de nieuwe eigenaar Ineos met de chemie-onderdelen gaat doen. Wellicht kan het verschillende efficiëntieslagen maken door nog meer integratie van activiteiten. Bijvoorbeeld in Vlaanderen, waar BP fabrieken in Geel heeft staan en Ineos fors aan het uitbreiden is in Antwerpen.

tekst gaat verder onder de afbeelding

BP

Als BP al in 2030 veertig procent minder olie en gas produceert dan nu, wat gaat het concern dan met de activiteiten op dat vlak doen?

Wel is duidelijk dat Ineos veel van haar grondstoffen uit de schaliegaswinning wil gaan halen. Of dat een positieve ontwikkeling is in de verduurzaming van bijvoorbeeld de chemiesector in Europa, wordt her en der betwist. Vooralsnog lijken bedrijven als Sabic, BASF, Nouryon en Covestro grotere stappen te zetten in de verduurzaming van de chemie.

Stap te ver

De grootste macro-economische onzekerheden liggen echter op een ander terrein. Als BP al in 2030 veertig procent minder olie en gas produceert dan nu, wat gaat het concern dan met de activiteiten op dat vlak doen? Is dan veertig procent van haar bestaande velden uitgeproduceerd? Gaat BP eigenhandig kranen dichtdraaien en uiteindelijk ook die van de raffinaderijen, in bijvoorbeeld de Europoort?

Of gaat het concern nog renderende olie- en gasactiviteiten verkopen? In dat geval is het alleen maar een verandering van eigenaar en kan BP steeds meer haar handen schoonwassen. De wereld hoeft er op het gebied van duurzaamheid onder de streep niet beter van te worden. Zeker niet als de activiteiten in handen komen van partijen die het klimaat minder ernstig nemen.

Uiteraard hangt veel af van hoe de markt zich in de toekomst gaat bewegen. Als de vraag naar fossiele brandstoffen structureel gaat afnemen, dan ontstaat er een volstrekt andere dynamiek. Dan wordt het ook essentieel hoe snel BP en andere – al dan niet transformerende – bedrijven alternatieven voor fossiele brandstoffen succesvol in de markt zetten.

Dat kan overigens zeer markant worden. BP kan dan in de precaire situatie terechtkomen dat zij als bekeerling eigenhandig de bijl aan haar oorspronkelijke wortel kan leggen. Iets dat voor Shell en nagenoeg alle andere olie- en gasbedrijven nog een stap te ver lijkt.

Vertoro heeft haar proeffabriek in Geleen in gebruik genomen. Hiermee kan de startup de afvalstof lignine verwerken tot groene olie die kan dienen als grondstof voor bioplastics, chemicaliën en brandstoffen.

Lignine wordt vaak gezien als een moeilijk product waar weinig mee kan worden gedaan. Het geeft bomen hun stevigheid en komt vrij als restproduct bij de productie van papier of bio-ethanol. Lignine wordt nu meestal verbrand. Vertoro zet het echter om in lignine olie waardoor het een grondstof wordt voor bioplastics, chemicaliën en brandstoffen.

Vervanger fossiele olie

Vertoro deed de afgelopen drie jaar succesvolle proeven met verschillende soorten lignine-rijk materiaal en is nu toe aan de volgende stap. Ze wil bewijzen dat lignine een goede vervanger kan zijn van fossiele olie. In de nieuwe installatie kan het bedrijf sneller en grotere bruikbare batches maken. Tot wel 150 liter per dag.

Demoplant

Voor de volgende schaal, een demoplant, gaat Vertoro samenwerken met Sekab in Zweden. ‘In de toekomst wordt er dan wellicht een commerciële plant gebouwd in Geleen, zegt Dannie van Osch, chief business officer bij Vertoro. ‘Daarnaast willen we onze recepten in licentie uitgeven zodat wereldwijd lignine verwerkt kan worden tot duurzame olie.’

De proeffabriek van Vertoro staat in de Multi Purpose Pilot Plant op de Brightlands Chemelot Campus. Hier kunnen ondernemers samen met onderzoekers chemische processen en innovatieve materialen testen en in beperkte hoeveelheden produceren.

Bekijk in de video die wij vorig jaar over Vertoro maakten hoe het bedrijf lignine omzet in olie.

De Industrie draait doorrrr! Maar hoe? Tijdens de tweede Industrielinqs LIVE gaan we op 6 mei (09:00 – 10:30 uur)  in op de olie-industrie en de koppeling met de chemie.

Het gaat de komende maanden mogelijk spannend worden als verschillende raffinaderijen hun productie mogelijk terug moeten schroeven. Met name de vraag naar kerosine en benzine is enorm gekelderd. De vraag naar diesel minder omdat alle vitale sectoren diesel als brandstof gebruiken voor hun vrachtwagens, bestelwagens en ambulances. Kunnen raffinaderijen nog wat aan de knoppen draaien?

En hoe afhankelijk is de chemie van de olie-industrie? Immers de vraag naar chemische producten daalt veel minder hard. Is dit een tijd om over een versnelde ontkoppeling na te denken? Biomassa, aardgas en plastic-afval bieden alternatieven.

Kraker

Aan de digitale tafel ontvangen Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger verschillende gasten uit de industrie en andere experts. Waaronder Frank Kuijpers, mondiaal Sabic’s hoogste man op het gebied van sustainability. Onder zijn hoede gaat de kraker in Geleen steeds meer afvalplastic als grondstof gebruiken. Ook prof. Earl Goetheer van TNO en de TU Delft zal aanschuiven. Lees hier een interview met hem.

Aan de digitale tafel zal verder Tom van Aken, CEO van Avantium aanschuiven. Dat Nederlandse bedrijf bouwt in Delfzijl een bioraffinaderij en gaat ook asfalt uit lignine, een restproduct van biomassa, produceren. En uiteraard is het ook interessant hoe de raffinagesector zelf tegen de extreme huidige omstandigheden aankijkt. Daarom zit ook Erik Klooster, directeur van VNPI aan tafel.

Schrijf je nu in. Deelname is kosteloos en we zenden deze keer uit vanuit Microsoft Teams!

 

 

 

Het is haast een voldongen feit. Tankopslagbedrijf Vopak verwacht dat zijn opslagtanks voor olie de komende tijd voller zullen raken door de scherp gedaalde olieprijzen. De bezettingsgraad van de opslagtanks van Vopak kwam in het eerste kwartaal uit op 86 procent, zo meldt het concern bij de presentatie van de kwartaalcijfers. Die veertien procent ‘leegstand’ loopt momenteel in enorm tempo vol. Is het niet voor, dan wel na raffinage. Maar wat gebeurt er als alles in het hele opslag- en distributiesysteem vol zit? Dat kan verstrekkende gevolgen hebben.

Het hele mondiale oliesysteem kraakt in zijn voegen. De vraag naar kerosine en benzine is door de wereldwijde corona-maatregelen enorm gekelderd. Eerder spraken de OPEC-leden al af om in mei minder olie te produceren. Too little, too late. Nu al zijn er negatieve prijzen op de oliemarkt, omdat producenten hun olie nergens meer kwijt kunnen. Terecht suggereert Saoedi-Arabië om productie verminderingen eerder en wel direct willen doorvoeren. ‘Er moet iets gedaan worden aan dit bloedbad’, vertelde een Saoedische beleidsmaker aan Wall Street Journal.  ‘Maar mogelijk is het al een beetje te laat.’ Een beetje??? En voeg er gerust aan toe: veel te weinig.

Onvermijdelijke overschot

Alle olietankers zitten tot aan de nok vol, er worden zelfs oude olietankers uit de mottenballen gehaald om als opslag te fungeren. Pijpleidingen zijn ook volledig gevuld en er is nog maar weinig ruimte in opslagtanks. Misschien dat alle vliegtuigen in de wereld volgetankte moeten worden en ook alle benzineauto’s. Daar zit ook een kleine bonus aan. De prijzen zijn nu laag… Voor vliegmaatschappijen is het daarom interessant om zoveel mogelijk opslag te huren, want de kerosine is nu bijzonder goedkoop. Wellicht een druppel op de gloeiende plaat.

De centrale vraag: kan het systeem het überhaupt aan? Want vol is vol. Er loopt wel wat uit, maar lang niet genoeg om bijvoorbeeld alle raffinaderijen te laten draaien. Ongetwijfeld zullen installaties worden stilgelegd. Oliebedrijven moeten daar nu toch al rekening mee gaan houden. En dat heeft ook consequenties in de chemische industrie. Heeft die straks voldoende beschikking over grondstoffen. De vraag naar chemische producten staat veel minder onder druk en op  bepaalde gebieden neemt die juist toe. Denk aan ontsmettingsmiddelen en kunststoffen voor mondkapjes en pakken in de zorg. Mogelijk is een deel van het zwaardere nafta om te buigen van benzine naar chemische bouwstenen, maar er kan niet onbeperkt aan de knoppen worden gedraaid. Vitale sectoren houden de dieselvraag nog redelijk op peil, maar het onvermijdelijke overschot aan kerosine, benzine, stookolie en bitumen… Waar moet het allemaal heen?

Prijzenoorlog

Meer zorgen maak ik me over wat allemaal voor de raffinage gaat gebeuren, als die deels stil komt te liggen. De olieproducerende landen kunnen niet blijven bekvechten. Het stopt gewoon een keer. De negatieve prijzen zijn nog ad hoc, maar ze zijn wel een signaal. Het vliegverkeer komt voorlopig niet op gang en ook het autoverkeer zal niet snel op het oude niveau komen. Het fysieke systeem en de markt zal de producenten dwingen om de productie rigoureus terug te schroeven.

Maar wat dan?  De rijkere olielanden kunnen het misschien nog even uithouden. Maar wat gebeurt er bijvoorbeeld Indonesië, Mexico, Brazilië en wat met Venezuela. Het zijn niet alleen relatief arme landen, maar ook nog eens minder stabiel. Ook is bekend dat het humeur van Poetin meebeweegt met de olieprijs. Een kat in nood maakt vreemde sprongen. Dat bleek de laatste tijd eens te meer in de prijzenoorlog waarin Rusland en Saoedi-Arabië verwikkeld raakten.

Armoebestrijding

Al eerder pleitte ik voor een systeembenadering van de corona-crisis. We moeten het virus zeker niet onderschatten, maar we moeten ons bij de maatregelen wel goed afvragen welke gevolgen ze nog meer hebben. De ziekte moet zeker bestreden worden. En het is geen keuze tussen gezondheid en economie. Maar als je iets breder durft te kijken zijn zaken als armoebestrijding en wereldvrede in het geding. En daarmee ook de gezondheid van miljarden mensen…

 

Nu door de coronacrisis vliegtuigen aan de grond blijven en auto’s nauwelijks meer rijden, ontstaat er een overschot aan olie. Volgens onderzoeksbureau Rystad Energy ontstaat er vanaf april een onbalans van tien miljoen vaten per dag en neemt de behoefte aan opslag voor olie toe. Het bureau denkt dat er de komende maanden een tekort aan opslagcapaciteit ontstaat.

Rystad Energy schat dat momenteel 76 procent van de wereldwijde olieopslagcapaciteit al vol is. Binnen enkele maanden zouden volgens het bureau de opslagterminals op land vol zijn. Olie kan dan nog op olietankers worden opgeslagen, maar ook die capaciteit is waarschijnlijk niet voldoende. Veel Very Large Crude Carriers (VLCC) zijn al in gebruik. Ook zijn de kosten voor het huren van een VLCC in vergelijking met vorige maand enorm gestegen van ongeveer 20.000 dollar naar tussen de 200.000 en 300.000 dollar.

De onderzoekers van Rystad Energy vinden dat het aanbod van vloeistoffen moet worden verlaagd.

De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in december gemiddeld 2,6 procent hoger dan in december 2018, meldt het CBS. Een maand eerder waren de producten van de industrie vrijwel even duur als een jaar eerder.

In december 2019 kostte een vat ruwe North Sea Brent olie bijna 59 euro. Dat is ongeveer 15 procent meer dan een jaar eerder. In november 2019 was de prijs voor een vat ruwe olie bijna 57 euro, ruim 2 procent lager dan in november 2018.

De ontwikkeling van de afzetprijzen in de industrie hangt sterk samen met de prijsontwikkeling van ruwe aardolie. Producten van de aardolie-industrie waren in december 12,2 procent duurder dan in december 2018. In november lagen de prijzen 5,4 procent lager dan in november 2018.

Ook in de chemische industrie hangt de afzetprijs over het algemeen samen met de olieprijs. De afzetprijzen van de chemische industrie waren in december 4,2 procent lager dan een jaar eerder. In november was de prijsdaling 7,3 procent. In de meeste overige bedrijfsklassen van de industrie lagen de prijzen in december 2019 hoger dan een jaar eerder.

Afzetprijzen industrie stijgen in december

Vergeleken met november zijn de afzetprijzen van de industrie in december met 0,3 procent gestegen. De prijzen op de binnenlandse markt namen met 0,6 procent toe, die op de buitenlandse markt stegen met 0,1 procent.

De Nederlandse olie- en gasindustrie wil in twee jaar de methaanuitstoot op zee halveren. Om dat te kunnen meten, zijn betrouwbare cijfers nodig. TNO verrichtte daarom offshore metingen bij de gasplatforms in de Noordzee. De gemeten methaanwaarden blijken netjes overeen te komen met de door de industrie gedeelde cijfers.

In augustus tekende de olie- en gasindustrie een convenant om de uitstoot van methaan op de Noordzee in twee jaar tijd te halveren. De olie- en gasmaatschappijen nemen tot het eind van 2020 diverse maatregelen. Die grijpen in op het proces van gaswinning.

Uit onafhankelijke metingen bij vijftig platforms in de Nederlandse wateren blijkt dat de gedeelde cijfers van de industrie kloppen. Daar voelt de sector zich door gesterkt. ‘Goed dat de metingen van TNO bevestigen dat de rapportage van methaanemissies door de olie- en gassector een betrouwbaar beeld opleveren van onze uitstoot, vertelt Jo Peters, secretaris generaal van branchevereniging Nogepa. ‘Nu is het voor ons zaak de emissies van onze activiteiten verder te reduceren.’

Duurzame stroom

Voor die reductie van emissies zijn diverse mogelijkheden. Zo zet de branche op dit moment een deel van het geproduceerde aardgas nog direct in voor de energievoorziening op de offshore platforms. Overschakelen op duurzame stroom leidt al tot een flinke reductie van de uitstoot van CO2. Bovendien is het een effectieve optie om de methaanemissies terug te dringen.

In het convenant hebben beide partijen afgesproken samen verder te onderzoeken wat de randvoorwaarden zijn om elektrificatie van offshore-installaties mogelijk te maken. Daarnaast gaan ze onderzoeken op welke wijze na 2020 verdere emissiereductie mogelijk is.