Ondanks alle klimaatdoelstellingen blijft aardgas voorlopig onze grootste energiebron. Steeds meer daarvan moet uit het buitenland komen. Dat gebeurt onder meer door meer import van LNG (vloeibaar aardgas). Gate terminal, een joint venture van Gasunie en Vopak, verhoogt daarom de capaciteit op de Maasvlakte.

Francis Voermans

Nederland moet in 2050 het gebruik van fossiele brandstoffen naar bijna nul hebben gereduceerd. Dat betekent onder meer dat we af moeten van aardgas: nu de bron van 40 tot 45 procent van het energieverbruik en de brandstof voor zo’n negentig procent van alle huizen.

Hoewel er al zo’n twintig jaar klimaatbeleid wordt gevoerd, is er vooralsnog geen sprake van een vermindering van het gasverbruik. Het totale verbruik schommelt sinds halverwege de jaren zeventig tussen zo’n veertig à vijftig miljard kubieke meter per jaar en een significante daling is nog niet ingezet.

Wel is er een grote verschuiving in waar het vandaan komt. Tot een paar jaar geleden was dat voornamelijk uit eigen bodem. Het Groningse gasveld, en later ook de kleine velden, leverde genoeg gas om in de eigen vraag te voorzien, plus nog ongeveer eenzelfde hoeveelheid voor export. Vanwege aardbevingen besloot de overheid om de gaswinning in Groningen terug te schroeven en in 2022 helemaal te stoppen. Dan wordt er alleen nog gas gewonnen uit de kleine velden. Hierdoor is Nederland sinds 2018 een netto importeur geworden van aardgas. Dat wil zeggen dat er nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid gas Nederland uitgaat, maar dat de invoer nog veel groter is. Vanwege het goede netwerk met veel capaciteit is Nederland een aantrekkelijk land om gas doorheen te transporteren.

Schommelingen

Het grootste deel van het gas komt uit Noorwegen en Rusland per pijpleiding. Een deel van de import gebeurt per schip, waarbij het gas in vloeibare vorm (LNG) wordt vervoerd. Het aandeel van LNG is niet zo groot, maar het is wel van groot strategisch belang. Via LNG kan ook gas uit immense velden in Qatar en Australië worden geimporteerd. En uit de VS, dat steeds meer gas exporteert dat wordt gewonnen uit schalie, of één van de andere twaalf LNG-producerende landen.

In Nederland is één plek waar LNG­schepen kunnen aanlanden: Gate terminal op de Maasvlakte. De terminal bestaat uit drie opslagtanks, drie aanlegsteigers, drie laadplaatsen voor tankwagens en een omgeving waar LNG wordt omgezet in aardgas. De terminal is sinds 2011 in bedrijf en heeft een capaciteit van twaalf miljard kubieke meter per jaar (bcm). Die capaciteit werd de eerste jaren maar mondjesmaat benut, maar de laatste jaren is de doorzet fors gestegen. Daardoor ontstond in 2019 het idee om de interesse in de markt te peilen voor uitbreiding van de terminal. Die bleek er te zijn. In juli van dit jaar kondigde Gate terminal aan de capaciteit met 0.5 bcm te vergroten en in oktober maakte het bekend nog één bcm extra capaciteit te installeren.

Stefaan Adriaens (Gate terminal): ‘Het aantal schepen dat op LNG vaart is snel toegenomen.’

De uitbreiding betreft enkel de proces­equipment voor hervergassing van het LNG. Gate terminal bekijkt momenteel met welke engineering contractor het gaat werken. Vanaf oktober 2024 kan de terminal 13.5 bcm per jaar verwerken. Dat is ongeveer een derde deel van de Nederlandse gasvraag, maar zoveel wordt er niet ingevoerd, zegt Stefaan Adriaens van Gate terminal. ‘Bij periodes zitten we op de volle capaciteit van de terminal. Afgelopen mei was een record, toen is de terminal volledig benut. Op jaarbasis verwerken we zo’n vijftig tot zestig procent van onze capaciteit. Er zitten veel schommelingen in de vraag.’

Compenseren

Het grootste deel van de nieuwe capaciteit is gecontracteerd door Uniper. Vanaf oktober 2024 wordt het Duitse energie­bedrijf de grootste gebruiker van de terminal met een langetermijncontract voor een capaciteit van vier bcm. Met nu nog tien megawatt aan elektriciteitsproductiecapaciteit uit kolen en bruinkool in Europa, staat het bedrijf onder druk om de activiteiten te verduurzamen. Bijna al deze centrales moeten voor 2030 sluiten, waaronder de 1070 megawatt MPP3-centrale op de Maasvlakte in 2029. Uniper is momenteel bezig om de kolencentrale in Scholven om te bouwen naar een gasgestookte centrale. ‘Gas is momenteel de meest effectieve manier om te ontkolen. (…) Het zorgt voor back-up voor de energietransitie en is de ideale partner voor vluchtige hernieuwbare energiebronnen. Ons gasportfolio is een pijler van de energietransitie’, aldus Uniper CEO Klaus-Dieter Maubach in mei.

Het grootste deel van het LNG dat bij Gate terminal aanlandt, wordt na hervergassing in het Nederlandse gasnetwerk gepompt. Zo kan het verder door Europa worden vervoerd. De Maasvlakte is niet de enige plek waar de importcapaciteit wordt uitgebreid. Door heel Europa wordt flink geïnvesteerd in de gasinfrastructuur (zie kader). Dat moet compenseren voor de lagere productie: De hoeveelheid gas die in de EU-landen wordt gewonnen is de laatste tien jaar gehalveerd. De EU importeert nu negentig procent van het aardgas.

Transport

Wat die importafhankelijkheid kan betekenen voor de prijs, hebben we de afgelopen tijd ervaren. De gasprijs is het laatste half jaar sterk gestegen met in oktober pieken tot ruim boven de euro per kuub. Die hoge prijzen komen vooral door de lage voorraden na een lange koude winter vorig jaar en minder opbrengst van windmolens, in combinatie met dat Rusland geen extra gas leverde. Maar ook de LNG-markt dreef de prijs op. De vraag in Azië, en dan vooral in China, steeg door allerlei factoren, zoals het economisch herstel na de Covid-crisis, een koude winter en het vervangen van kolen door gas. De prijs is inmiddels weer wat gedaald, maar de krapte op de markt houdt waarschijnlijk nog wel even aan. Het online komen van extra LNG-importcapaciteit kan daar weinig aan veranderen. Hoewel de gasvraag in Europa stabiel blijft of licht gaat dalen, blijft wereldwijd het gasverbruik stijgen tot ongeveer 2040, zo is de verwachting. De grote uitbreiding van de LNG-productie in Qatar, waar de komende jaren aan wordt gewerkt, is niet voldoende om aan de stijgende vraag te voldoen, voorspelt Shell in haar LNG Outlook. Meer investeringen in nieuwe LNG-productie zijn nodig.

De gestegen LNG-prijs is slecht nieuws voor trucks en schepen op LNG. Het gebruik van LNG als transportbrandstof vormt een klein deel van het geheel. Bij Gate terminal gaat het om zo’n vijf tot tien procent. ‘Maar het is een groeimarkt. Het aantal schepen dat op LNG vaart, is snel toegenomen en er komen ook steeds meer trucks op LNG’, zegt Adriaens.

Biogas

Rijden op LNG was tot voor kort goedkoper dan rijden op diesel. ‘In de twaalf jaar dat wij LNG leveren, is het altijd aanzienlijk goedkoper geweest dan diesel, maar nu is dat even niet zo. We hopen dat dat weer terugkomt’, zegt Herbert Boender van Rolande, dat veertien van de dertig LNG-tankstations opereert die Nederland momenteel telt. Dat aantal groeit nog wel, zegt Boender, maar het bedrijf richt de pijlen momenteel meer op Duitsland en België. ‘We willen de komende tijd tien nieuwe stations per jaar erbij bouwen, de meeste in Duitsland. Daar is het transport op LNG laat op gang gekomen, maar nu gaat het snel. Omdat vrachtwagens in vijf tot zeven jaar worden afgeschreven, kan het snel gaan.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
LNG

(c) Adobestock

Herbert Boender (Rolande): ‘Bio-LNG is de enige duurzame optie voor zwaar wegtransport die nu beschikbaar is.’

Rolande ziet het rijden op LNG als opstap naar bio-LNG, een brandstof met – nagenoeg – geen CO2-emissie. Nu al kunnen klanten kiezen voor een blend met twintig procent bio-LNG. Maar de ambities van Rolande reiken verder. ‘Met trucks op LNG maken we een kleine stap in CO2-reductie. Met bio-LNG kan het lukken om de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 te halen. Een LNG-truck kan zonder problemen overschakelen op bio-LNG.’

Afvalstromen

Het bedrijf importeert bio-LNG uit Scandinavië. Sinds kort wordt het ook in Nederland gemaakt. In Amsterdam nam Nordsol onlangs een installatie in gebruik, die biogas omzet in bio-LNG. Het bedrijf werkt samen met Shell en Renewi. Renewi zamelt organisch afval in, verwerkt het en zet het om in biogas. Shell stelt het bio-LNG beschikbaar aan trucks bij haar LNG-tankstations in Nederland. De installatie werkt met de iLNG-technologie van Nordsol, waarbij het zuiveren van het methaan en het afkoelen tot -162 graden zijn geïntegreerd. Dit maakt kleinschalige bio-LNG productie mogelijk. De installatie kan zo’n 3.400 ton bio-LNG per jaar produceren. Het doel van Nordsol is om in 2025 meerdere installaties met een totale capaciteit van 25.000 ton bio-LNG operationeel te hebben.

Ook Rolande wil zelf bio-LNG produceren. Het bedrijf heeft plannen in Leeuwarden en Duitsland, in samenwerking met andere partijen. ‘We willen niet volledig afhankelijk zijn van inkoop. Door als afnemende partij mee te investeren, kunnen we het verschil maken bij investeringsbeslissingen’, aldus Boender.

Niet alle vrachtwagens kunnen op bio-LNG rijden, daarvoor zijn niet genoeg afvalstromen beschikbaar. Maar een significant aandeel is zeker mogelijk. ‘De Nederlandse overheid voorziet biogasprojecten voor de productie van twee bcm. Wij vinden dat dit moet worden ingezet waar het de meeste CO2-reductie oplevert en waar geen alternatieven voorhanden zijn. Dat is in de zware industrie en in het zware wegtransport. Alternatieven als elektrisch rijden en waterstof komen er ook, maar bio-LNG is de enige duurzame optie voor zwaar wegtransport die nu beschikbaar is.’

Veel investeringen in gasinfrastructuur

Op veel plaatsen in Europa wordt de importcapaciteit uitgebreid. In België verdubbelt Fluxys de capaciteit van de terminal in Zeebrugge: van de huidige capaciteit van 9 bcm in twee fasen naar 17 bcm in 2026. De LNG-terminal van Polskie LNG in Polen wordt uitgebreid van 5 bcm tot 8,3 bcm. Begin dit jaar is in Kroatië een nieuwe LNG-terminal in gebruik genomen met een capaciteit van 2,3 bcm.In Duitsland zijn er plannen voor twee nieuwe terminals. De Hanseatic Energy Hub studeert op een terminal in Stade, die met name gas moet leveren aan de productiesite van Dow. Gasunie, Vopak en Oiltanking overwegen een LNG-terminal te bouwen in Brunsbüttel.

De Isle of Grain terminal in Engeland wordt uitgebreid tot ruim 25 bcm, waarmee het de grootste terminal in Europa wordt. Engeland is na Spanje de grootste LNG-importeur van Europa. Ook komt er extra capaciteit via nieuwe FSRUs (Floating Storage and regasifications units) bij Griekenland, Cyprus en Polen.

Ondertussen worden ook invoermogelijkheden per pijpleiding vergroot. Zo is sinds begin dit jaar de Trans Adriatic Pipeline (TAP) in gebruik, het laatste stuk van de Zuidelijke gascorridor, die gas van Azerbeijan brengt naar Griekenland, Bulgarije en Italië. Vanaf eind 2022 gaat de nieuwe Baltic Pipe in bedrijf, die wordt aangesloten op de gasinfrastructuur van Noorwegen in de Noordzee en loopt naar Denemarken en Polen.

De omstreden pijpleiding Nordstream 2 tussen Rusland en Duitsland is gereed en wacht alleen nog op een vergunning van de Duitse toezichthouder voordat er gas mag worden getransporteerd.

Half april start Gasunie met de pilot waarbij ze een boorgat vult met waterstof. De voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang.

Het doel van de testen is om aan te tonen dat het boorgat, de leidingen, afdichtingen enzovoorts geschikt zijn voor de toepassing van waterstof. Wereldwijd zijn er vier locaties waar waterstof al wordt opgeslagen in zoutlagen. Gasunie voert de tests uit in nauwe afstemming met SodM en TNO. De eerste testen worden uitgevoerd op locatie A8 omdat hier al wel een boorgat, maar nog geen caverne is aangebracht.

De eerste materialen voor de pilot zijn inmiddels aangevoerd op locatie. De pilot neemt twee tot drie weken in beslag. Gedurende een paar dagen zal er 24 uur worden doorgewerkt.

Hystock

Gasunie onderzoekt met het Hystock-project of het mogelijk is waterstof op te slaan in de zoutcavernes in Zuidwending. De klanten van Gasunie gebruiken de zoutcavernes als peakshaver. Het gas kan zeer snel in de cavernes worden gebracht om na een aantal uren weer te worden ingezet, als duurzame bronnen te weinig elektriciteit produceren. Die rol kan waterstof ook vervullen. Sterker nog, door overtollige windstroom om te zetten in waterstof, wordt de businesscase voor windenergie een stuk gunstiger.

Henk Abbing, directeur Hystock: ‘Hoewel waterstofopslag in feite niet veel anders zou moeten zijn dan gasopslag, heb je wel andere compressoren, afsluiters, casings, leidingen en veiligheidskleppen nodig. Omdat daar nog niet veel ervaring mee is, moeten we de afzonderlijke onderdelen, maar ook de systemen valideren en beproeven.

 

 

Braskem, een Braziliaanse producent van biopolymeren, heeft zijn opslagplaats voor biopolymeren (bioplastics) verplaatst van Antwerpen naar Rotterdam. Hiermee wordt de Nederlandse havenstad volgens Braskem de grootste doorvoerder van bioplastics in Europa.

Het petrochemische bedrijf ziet een belangrijke rol weggelegd voor Rotterdam. Daarom heeft het zijn opslagplaats voor biopolymeren verplaatst. Het nieuwe opslagcentrum wordt de aanvaarroute van alle biopolymeren voor de Europese en Aziatische markt.

Europa speelt een belangrijke rol in de strategie van Braskem om duurzamer te worden. De onderneming wil in 2030 een afname van 15 procent CO2-uitstoot van hun bedrijfsproces hebben. In 2050 wil Braskem CO2-neutraal zijn. Sinds 2008 is de CO2-uitstoot van het bedrijf al met 21 procent verlaagd.

Ook richt de producent van biopoymeren zich op plastic afval. Zo moet het productportfolio in 2025 uit 300.000 ton productoplossingen met gerecycled materiaal bestaan. In 2030 is dat 1 miljoen ton.

 

Foto: Braskem’s petrochemisch complex in Triunfo, Brazilië. Credit: Braskem

Volgens de kersverse Plant Manager of the Year Mirjam Verhoeff (DSM) vergeten bescheiden techneuten nog wel eens hun trots te tonen. ‘Willen we jongeren enthousiasmeren om bij ons te komen werken, dan moeten we ons meer laten zien.’ En er is straks nog veel meer om trots op te zijn. Digitalisering gaat de industrie ingrijpend veranderen. ‘Een operator als app-designer, hoe cool is dat?’

In dit nummer

Shell investeert honderden miljoenen euro’s in Moerdijk. Het concern vervangt gedurende vijf jaar een groot aantal oude fornuizen van de stoomkraker.

Voor de flessen van Coca-Cola Nederland is in 2021 geen nieuw plastic meer nodig. Ze zijn gemaakt van honderd procent gerecycled plastic.

Het thema ‘Open de poort’ leek een beetje lastig in een tijd waar sociale distantie de norm is geworden. Toch zetten Petrochem en de VNCI tijdens Deltavisie 2020 de deur op een kiertje om de industriële thema’s te bespreken.

Michiel Flier, managing director van Vesta Terminals in Antwerpen en Vlissingen, vertelt over de impact van corona, de flexibilisering van terminals en een uitbreiding waar hard aan wordt gewerkt.

Thema: Asset management

In het PrimaVera-project wordt naar de hele onderhoudsketen gekeken: van het verzamelen van data tot het implementeren van predictive maintenance in een organisatie en hoe mensen met onderhoudsbeslissingen omgaan.

Dit en meer leest u in Petrochem, 6 oktober bij u op de mat en tijdelijk online door te bladeren!

Taqa heeft toestemming gekregen om meer gas op te slaan in de Gasopslag Bergermeer. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft dat vorige week bekendgemaakt.

Om de opslagcapaciteit te vergroten wil Taqa de druk van 133 bar verhogen naar 150 bar. Hierdoor kan meer aardgas in het leeg geproduceerde reservoir kan worden opgeslagen. Met de uitbreiding van de opslagcapaciteit kan Taqa efficiënter gebruik maken van de installaties. Het bedrijf verwacht de extra capaciteit in het laatste kwartaal van 2020 te gaan benutten.

De Gasopslag Bergermeer voorziet nu in de gemiddelde jaarlijkse gasbehoefte van 2,5 miljoen Nederlandse huishoudens. Door de uitbreiding worden dat 3 miljoen huishoudens. Dit is belangrijk omdat de binnenlandse gasproductie op termijn terugloopt terwijl er voorlopig nog behoefte blijft aan gas als energiebron.

De installatie hoeft niet verbouwd te worden. Deze is al ontworpen om de extra hoeveelheid gas te kunnen verwerken.

Met het isoleren van verwarmde tanks bij tankopslagbedrijven valt veel energie te besparen. Ook het verwarmen van de tanks kan beter. Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door Postfossil in opdracht van DCMR.

Veel tanks met bijvoorbeeld stookolie of palmolie erin moeten worden verwarmd anders wordt het product hard of slecht van kwaliteit. In Nederland zijn lang niet alle tanks geïsoleerd. Daarbij is tankwandisolatie niet voldoende om van een goed geïsoleerde tank te kunnen spreken. Ook via een tankdak gaat namelijk veel warmte verloren. Eén verwarmde tank zonder dakisolatie gebruikt evenveel energie als driehonderd huishoudens per jaar voor verwarming. Als deze tank dakisolatie zou hebben, is dat de helft.

Uit het onderzoek blijkt ook dat energie kan worden bespaard door tanks met warm water te verwarmen en niet met stoom. Daar is vooral veel winst mee te boeken als de warmte in de vorm van restwarmte van bedrijven komt of uit geothermie of wordt geproduceerd met behulp van een warmtepomp. DCMR berekent  nog wat dit voor CO2-besparing zou kunnen opleveren.

In Nederland heeft een groot aantal bedrijven de wettelijke plicht energiebesparende maatregelen te nemen, die binnen vijf jaar zijn terug te verdienen. DCMR controleert bedrijven hierop. Bedrijven met tankopslag zijn echter meestal bedrijven die vallen onder de emissiehandel (ETS). Voor deze bedrijven geldt de verplichting niet.

Vorig jaar kondigde het Nederlandse tankopslagbedrijf Standic aan een nieuwe chemie opslagterminal te bouwen in Antwerpen. Onlangs arriveerden de eerste opslag silo’s bij het 5de Havendok in Port of Antwerp. De tien silo’s werden in Noord-Holland gebouwd en over het water naar Antwerpen vervoerd.

Standic heeft al een terminal in Dordrecht, maar wilde uitbreiden in de Antwerpse haven. De terminal krijgt in de eerste fase een opslagcapaciteit van circa 95.000 kubieke meter. In potentie kan het bedrijf nog uitbreiden naar 230.000 kuub. De oplevering staat gepland in het eerste kwartaal van 2021.

De investeringsbijdrage voor de nieuwe opslagterminal bedraagt zo’n 200 miljoen euro. Net als bij de terminal in Nederland, ligt de focus op de distributie van chemieproducten en chemische nichemarkten. De grootte van de opslagtanks variëren van 500 tot 3500 kubieke meter.

Op de linkedIN pagina van Standic zijn livebeelden te zien van het transport van de silo’s.

 

Opslagtanks voor olie raken in hoog tempo vol. Door de coronacrisis blijven vliegtuigen aan de grond en auto’s op de parkeerplek voor het huis. Ondertussen komt er door een ruzie tussen Rusland en Saoedi-Arabië juist extra olie op de markt. De verwachting is dat opslagtanks binnen enkele maanden allemaal vol zitten. Wat dan?

Het is ongekend hoeveel vraag naar olie is weggevallen vanwege het coronavirus. Daardoor kwamen de olieprijzen al begin dit jaar onder druk. De OPEC-landen wilden de olieproductie beperken als ook landen die geen lid zijn van de OPEC dat zouden doen. Rusland weigerde waarop Saoedi-Arabië besloot de productie juist op te schroeven om de prijs te laten dalen.

Termijnhandel

Er is een overproductie van olie en er is maar één uitweg: opslaan. De opslagtanks worden nog sneller gevuld door de prijsstructuur die nu op de termijnmarkt ontstaat legt Patrick Kulsen van marktonderzoeksbedrijf en adviesbureau Insights Global uit. Op het platform tankterminals.com houdt het bedrijf een wereldwijde database bij waarin alle opslagterminals staan. ‘In de oliemarkt heb je termijnhandel. Dat betekent dat je olie nu kunt kopen voor een levering over bijvoorbeeld een jaar. In die tussentijd moet je de olie wel opslaan. Die markt is versneld doordat handelaren de olie nu voor een lage prijs kunnen kopen en op de termijnbeurs voor een hoge prijs kunnen verkopen. De markt is in contango, waardoor de tanks in no-time vol gaan.’

Enkele maanden

Bij ‘in no-time’, moeten we volgens Kulsen denken aan een half jaar ‘of sneller’. Ook onderzoeksbureau Rystad Energy denkt dat tanks op land binnen enkele maanden allemaal gevuld zijn. Als dat gebeurt, kan er nog worden uitgeweken naar olietankers, maar die opslag is duurder. Ook is de capaciteit waarschijnlijk niet voldoende. Veel Very Large Crude Carriers (VLCC) zijn al in gebruik. Daarnaast zijn de kosten voor het huren van een VLCC binnen een maand gestegen van ongeveer 20.000 dollar naar tussen de 200.000 en 300.000 dollar.

Productie stoppen

Wat als er geen opslag meer over is? Dan wordt de olieprijs zo laag dat het voor producenten geen zin meer heeft om olie uit de grond te halen. Kulsen: ‘Velden die relatief duur zijn, worden als eerste gestopt. Denk aan de velden in de VS waar schalieolie uit wordt gehaald.’

Het herstel van de oliemarkt zal nog een hele tijd duren. Kulsen voorspelt een paar jaar. ‘Corona is als oorzaak uniek, maar er gebeuren altijd wel dingen waardoor de markt uit balans raakt. Als we naar het verleden kijken, denk ik dat het twee tot drie jaar duurt voor het weer normaal is.’

Nu door de coronacrisis vliegtuigen aan de grond blijven en auto’s nauwelijks meer rijden, ontstaat er een overschot aan olie. Volgens onderzoeksbureau Rystad Energy ontstaat er vanaf april een onbalans van tien miljoen vaten per dag en neemt de behoefte aan opslag voor olie toe. Het bureau denkt dat er de komende maanden een tekort aan opslagcapaciteit ontstaat.

Rystad Energy schat dat momenteel 76 procent van de wereldwijde olieopslagcapaciteit al vol is. Binnen enkele maanden zouden volgens het bureau de opslagterminals op land vol zijn. Olie kan dan nog op olietankers worden opgeslagen, maar ook die capaciteit is waarschijnlijk niet voldoende. Veel Very Large Crude Carriers (VLCC) zijn al in gebruik. Ook zijn de kosten voor het huren van een VLCC in vergelijking met vorige maand enorm gestegen van ongeveer 20.000 dollar naar tussen de 200.000 en 300.000 dollar.

De onderzoekers van Rystad Energy vinden dat het aanbod van vloeistoffen moet worden verlaagd.

De havens van Antwerpen en Zeebrugge starten onderhandelingen over een mogelijke fusie. Uit onderzoek is gebleken dat verregaande samenwerking beide havens robuuster maakt op bestaande domeinen, werkgelegenheid verankert, de rol in de regio versterkt. Daarnaast kunnen de havens door een fusie sneller en beter in kunnen spelen op toekomstige uitdagingen.

Sinds begin 2018 voeren de havenbesturen van Antwerpen en Zeebrugge gesprekken met het oog op intensievere samenwerking. Deze gesprekken vormden de aanleiding voor een gezamenlijk economisch complementariteits- en robuustheidsonderzoek aan consultancybureau Deloitte en Laga. Daaruit bleek dat lopende samenwerkingen tussen beide havens weinig impact hebben omwille van bestaande concurrentie, een te beperkte scope en weinig engagement. Beide havens zijn echter in hoge mate complementair en delen dezelfde externe uitdagingen.

Win-win

Uit het onderzoek blijkt dat verregaande samenwerking beide havens robuuster maakt op bestaande domeinen, werkgelegenheid verankert en de rol in de regio, en bij uitbreiding internationaal, versterkt. Daarnaast laat verregaande samenwerking toe sneller en beter in te spelen op toekomstige uitdagingen zoals schaalvergroting, energietransitie, innovatie en digitalisering. Ook het cliënteel van beide havens staat positief ten opzichte van verregaande samenwerking. Deloitte concludeert dat samenwerking enkel win-win oplevert voor beide havens als wordt ingezet op verregaande integratie tussen beide havenbesturen.
De havens zijn nu gesprekken gestart ‘met het oog op een (gefaseerde) opbouw van een mogelijke fusie’. De verwachting is dat het gehele traject een doorlooptijd van twee jaar heeft.