OCI investeert in een uitbreiding van haar importterminal voor ammoniak in de haven van Rotterdam. In een eerste fase gaat het om een verdrievoudiging van de importcapaciteit, maar het bedrijf wil met een nieuwe derde tank naar 3 miljoen ton overslag per jaar toe.

In een eerste fase gaat de capaciteit van 400 kiloton naar maximaal 1.200 kiloton per jaar. Deze uitbreiding realiseert OCI met relatief goedkope upgrades van de bestaande infrastructuur van OCI. De totale investeringskosten voor deze fase worden geschat op minder dan 20 miljoen dollar. Naar verwachting is deze eerste uitbreiding in 2023 klaar.

Voor de tweede fase heeft OCI een basis engineeringpakket afgerond voor de bouw van een nieuwe ammoniaktank op de terminal. Deze maakt een toename van de overslag tot boven de 3 miljoen ton per jaar mogelijk. Hiervoor moet ook de aanlegsteigerinfrastructuur worden uitgebreid. OCI wil nog dit jaar met de activiteiten voor vergunningverlening beginnen.

Hub

OCI Nitrogen beschikt sinds 2011 over de ammoniakterminal in de haven van Rotterdam. In 2015 en 2016 zijn de twee ammoniaktanks op de terminal volledig gerenoveerd. Dit zorgde toen al voor een verdubbeling van de capaciteit.

De terminal ligt strategisch en kan de opkomende vraag naar ammoniak voor het bunkeren van zeeschepen vergemakkelijken. Ook kan de terminal een hub zijn voor waterstof die wordt geïmporteerd in de vorm van ammoniak uit regio’s met voldoende aardgas en hernieuwbare bronnen, zoals het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

De scheepvaart is momenteel goed voor bijna 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, maar is een van de moeilijkst te decarboniseren sectoren vanwege de kosteneffectiviteit van zware stookolie en verspreid tanken. Ammoniak en methanol, twee van OCI’s kernproducten, zijn alternatieve producten die de decarbonisatie van de maritieme industrie kunnen stimuleren.

Sif Group, KCI the engineers, GE Renewable Energy en Pondera willen in Rotterdam een demonstratieproject opzetten om te bekijken of een volledig commercieel offshore, off-grid gecentraliseerd windpark voor de productie van groene waterstof op zee haalbaar is. Het project heet AmpHytrite.

In het memorandum of understanding die de drie partijen hebben gesloten, beslaat het project drie fases. Fase één omvat een conceptstudie waarin projectteams van KCI, Sif, Pondera en GE Renewable Energy een haalbaarheidsstudie uitvoeren naar offshore, off-grid gecentraliseerde productie van groene waterstof.

Tijdens de tweede fase wordt een kleinschalige onshore-eenheid op de Maasvlakte 2-terminal van Sif geïnstalleerd. Deze eenheid krijgt een capaciteit van ongeveer 750 ton groene waterstof per jaar en wordt uitsluitend aangedreven door de Haliade-turbine ter plaatse, alsof het offshore en off-grid is. Dit demonstratieproject is naar verwachting in 2023 klaar voor operationeel gebruik en tests.

Het doel van de tweede fase is om een kleinere versie van de hoofdfase te ontwikkelen en te bouwen als proof of concept, waarbij de volledige complexiteit van offshore en off-grid productie wordt nagebootst. De derde fase omvat het opschalen van het concept tot een windpark op volledige schaal, offshore en off-grid, met behulp van de in fase 2 geteste technologie.

Afnameprofiel

Met het project wordt de complexiteit van een gecentraliseerde productie-unit voor de offshore en off-grid productie van groene waterstof gesimuleerd. Daarbij wordt het hele proces bestudeerd: van de groene elektronen geleverd door de wind turbine generator tot het benodigde afnameprofiel voor de waterstofafnemer aan de wal.

Biobrandstoffenproducent Argent Energy vervijfvoudigt haar productiecapaciteit in de Amsterdamse haven met de bouw van twee nieuwe lijnen. Het bedrijf produceert nu 100.000 ton biodiesel per jaar en breidt dit uit naar 540.000 ton.

De fabriek in de Amsterdamse haven zet organisch afval- en reststromen, zoals plantaardige vetten en oliën, om in biodiesel. In 2018 nam Argent de fabriek (Biodiesel Amsterdam) over van Simadan. Het bedrijf wil met de opschaling een bijdrage leveren aan het verduurzamen van wegtransport en scheepvaart, en mogelijk op termijn ook luchtvaart.

Voor de uitbreiding van de capaciteit worden twee nieuwe productielijnen en een waterzuivering gebouwd. Ook komen er meer opslagtanks. Eind vorig jaar kondigden Argent Energy en Port of Amsterdam al aan samen ruim twintig miljoen euro te investeren in twee nieuwe kades en een steiger. De twee nieuwe laad- en loskades vervangen de huidige aanlegsteigers bij de biodieselfabriek in de Hornhaven, de steiger is nieuw. De bouw ervan is al begonnen en moet medio 2024 klaar zijn.

Dankzij landaanwinning ontstaat ook één hectare nieuw terrein. Dit wil Argent Energy gebruiken voor de bouw van een 130.000 kubieke meter opslagfaciliteit voor hernieuwbare producten, zoals biodiesel op basis van organische afvalstromen. Hiermee kan het bedrijf haar opslagcapaciteit opschalen naar zo’n 230.000 vierkante meter.

Productieproces

Voor de uitbreiding in Amsterdam is gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuw en innovatief productieproces, waarmee de efficiëntie van het proces is verhoogd. Het bestaande productieproces van Argent Energy bestaat uit meerdere stappen. Allereerst worden de vrije vetzuren in afvalvetten en -oliën met methanol omgezet in biodiesel. Dit proces vindt plaats onder zure omstandigheden. Zwavelzuur wordt daarom als katalysator aan de reactie toegevoegd. Het tweede belangrijke bestanddeel van de grondstof zijn glyceriden. Deze reageren juist onder basische omstandigheden tot biodiesel. Ook dit gebeurt met methanol. Om de basische omstandigheden te creëren wordt kaliumhydroxide (KOH) toegevoegd. Met vacuümdestillatie wordt de biodiesel vervolgens gezuiverd tot een kwaliteit die voldoet aan de hoogste standaarden voor biodiesel.

Gunvor heeft vergevorderde plannen om in Rotterdam een biobrandstoffenfabriek te bouwen. De nieuwe installatie moet plantaardige en dierlijke oliën en vetten gaan omzetten naar 700.000 ton hernieuwbare gasolie per jaar.

Het gaat om een voorbehandelingseenheid en een hydrogeneringsinstallatie die uit twee productietreinen bestaat, elk met een capaciteit van circa 350.000 ton per jaar. En daarnaast nieuwe aansluitingen op een aantal opslagtanks en het tankenpark, en aansluitingen op de utility-systemen en bestaande procesinstallaties op de site in de Europoort.

Gunvor kocht de Rotterdamse raffinaderij in 2016 van Kuwait Petroleum en kwam direct met plannen om de raffinaderij te integreren in zijn supply chain en handelsplatform. De raffinaderij werd onderdeel van een wereldwijde handelsketen en daarom moesten de installaties een grote variëteit aan ruwe oliën kunnen verwerken in plaats van alleen olie uit Koeweit.

Smeerolie

Het bedrijf wilde indertijd ook een delayed coker unit (DCU) voor de productie van schone scheepsbrandstoffen bouwen, maar legde het project in 2018 stil. De vergunning voor de DCU wordt nu ingetrokken voor de bouw van de hydrogeneringsinstallatie.

Met de productie van smeermiddelen stopte Gunvor al snel na de overname. Het bedrijf zat niet in die handel en bovendien was er een flinke investering nodig om een hogere kwaliteit smeerolie te kunnen produceren. De nieuwe installaties moeten op de plek van de voormalige smeeroliefabriek komen te staan.

Xycle bouwt een fabriek in Rotterdam die 20.000 ton niet-mechanisch recyclebaar plastic per jaar gaat omzetten in pyrolyse-olie. De bouw van de installatie in de Europoort begint in het vierde kwartaal van dit jaar.

Xycle is een joint venture van NoWit, Patpert Teknow Systems en Vopak. Het bedrijf heeft veertien jaar gewerkt aan de pyrolyse-techniek, waarbij gemengd plastic wordt verhit zonder dat er zuurstof bij komt. Het verbrandt dan niet, maar valt uiteen en kan weer worden ingezet als grondstof.

In India is de capaciteit van het proces sinds 2012 steeds verder opgeschaald. Van 50 kilo per dag in een batch naar 10 ton per dag in een continu proces. In 2018 volgde een testinstallatie in Moerdijk. Daarin zijn meer dan 35 verschillende plastic afvalstromen getest. En nu neemt Xycle de volgende stap. De joint venture verwacht in het derde kwartaal van dit jaar de omgevings- en bouwvergunning te ontvangen. Zo kan eind dit jaar de bouw van de installatie beginnen, waarna deze naar verwachting in het vierde kwartaal van 2023 operationeel zal zijn.

Ambities

Xycle begint nu met een installatie die jaarlijks 20 kiloton plastic omzet in ongeveer 20 miljoen liter pyrolyse-olie, maar de ambities reiken verder. Op termijn wil het bedrijf op verschillende plekken in de wereld fabrieken exploiteren met een capaciteit van 80 tot 100 kiloton per jaar. Het bedrijf claimt dat de installatie self-supporting is. Hij draait op de brandstof die de machine zelf produceert.

ENGIE, OCI en EEW werken samen aan een grootschalige op waterstof gebaseerde waardeketen in Noord-Nederland. De eerste fase van het project bestaat uit een elektrolyse-installatie van 100 MW. Deze moet vanaf 2025 waterstof produceren voor de productie van e-methanol uit biogeen CO2, en voor lokale andere sectoren. Het is al het vierde aangekondigde waterstofproject in het noorden van Nederland.

Het HyNetherlands (HyNL) project verbindt afzonderlijke partijen en industrieterreinen op drie verschillende locaties. De productiefaciliteit voor waterstof (ENGIE) komt op de locatie van de Eems elektriciteitscentrale in de Eemshaven te staan. De 100 MW elektrolyse-installatie wordt aangedreven met een capaciteit van 200 MW uit offshore windturbines.

In Farmsum wordt een installatie voor het vastleggen van koolstof (EEW) geïntegreerd met de bestaande waste-to-energy installatie. Hier zal biogeen CO2 uit de verbrandingsgassen van de productielijnen van de installatie worden gehaald. Groningen Seaports levert de CO2-logistiek en -infrastructuur. In het Delfzijl chemiepark in Farmsum combineert de BioMCN-productiefaciliteit voor methanol (OCI) vervolgens het biogeen CO2 met waterstof voor de productie van e-methanol.

De installaties van ENGIE (productie) en OCI/BioMCN (afname) krijgen een aansluiting op het waterstofnetwerk dat Gasunie door heel Nederland en Noord-Duitsland ontwikkelt. Het overgrote deel van het nationale netwerk voor waterstof bestaat uit pijpleidingen die momenteel worden gebruikt voor het transport van aardgas.

Opschalen

De langetermijnvisie voor HyNL is om een steeds grotere rol te vervullen in de decarbonisatie van de industriële en transportsectoren in de regio. Er liggen al plannen om de productiecapaciteit van de elektrolyse-installatie op te schalen van 100 MW in 2025 naar 1,85 GW in 2030 of kort daarna.

Vooralsnog hebben de projectpartners subsidies aangevraagd bij de Europese instellingen. ENGIE wil na de zomer een EPC-contractor voor de elektrolyse-installatie selecteren. Een definitieve investeringsbeslissing volgt in het derde kwartaal van 2023.

Eemshydrogen en NortH2

Ook RWE heeft plannen voor een waterstofketen in Noord-Nederland. Het project Eemshydrogen draait in de eerste fase om een 50 MW-elektrolyser in de Eemshaven, die direct wordt gekoppeld aan RWE’s windpark Westereems. Dit windpark heeft een opgesteld vermogen van 162 MW. De groene waterstof gaat ook in dit geval naar BioMCN (OCI). Daarnaast is RWE van plan eveneens groene waterstof aan Evonik te leveren.

Bovendien is er ook nog het ambitieuze waterstofproject NortH2. Initiatiefnemers van NortH2 zijn Gasunie, Shell Nederland en Groningen Seaports. Eind 2020 sloten RWE en Equinor zich als partners aan, en in maart dit jaar kwamen Eneco en OCI erbij. Het is de bedoeling dat een waterstoffabriek in de Eemshaven 1 GW groene waterstof aan de OCI-fabrieken in Nederland gaat leveren. Nieuwe windparken op zee wekken daarvoor groene stroom op en kunnen qua capaciteit stapsgewijs uitgroeien. Van 1 GW in 2027, naar 4 GW tegen 2030, tot meer dan 10 GW in 2040. In 2040 wil het consortium op die manier één miljoen ton groene waterstof per jaar produceren.

Djewels

En dan is er nog het Djewels-project van Gasunie en HyCC, waarbij OCI via BioMCN ook al betrokken is bij het aan elkaar knopen van de waardeketen met windenergie, waterstof- en methanolproductie. Bij Djewels gaat het om een 20 megawatt elektrolyser op Chemiepark Delfzijl die ongeveer 3.000 ton groene waterstof per jaar gaat maken. Gasunie en HyCC verwachten voor het einde van dit jaar een finale investeringsbeslissing te nemen. Doel is dat de 20 MW waterstoffabriek in 2024 de eerste groene waterstof aan BioMCN zal leveren.

De bouw van de nieuwe MXDA-fabriek van Mitsubishi Gas Chemical in Rotterdam is officieel begonnen. De eerste spades gingen vorige week symbolisch in de grond. De fabriek krijgt een capaciteit van 25 kiloton en moet medio 2024 in productie gaan. De fabriek wordt gebouwd op het terrein van Huntsman.

Mitsubishi Gas Chemical produceert al MXDA sinds 1970 met een zelfontwikkeld proces. In totaal heeft het bedrijf vier MXDA-fabrieken gebouwd, waarvan er nu nog twee operationeel zijn. De fabriek in Niigata (1993) en Mizushima (2008) produceren samen zo’n 40 kiloton per jaar. Vanuit deze Japanse fabrieken worden momenteel klanten over de hele wereld voorzien van MXDA.

Het bedrijf verwacht dat de vraag naar het product vanaf 2022 de bestaande capaciteit zal overstijgen. Daarom besloot het een nieuwe fabriek te realiseren. Rotterdam kwam daarbij het beste uit de bus om vooral klanten in Europa maar ook in het oosten van de VS te kunnen voorzien van MXDA.

Anticorrosie-eigenschappen

MXDA wordt voornamelijk gebruikt in epoxycoatings voor infrastructuurtoepassingen vanwege de uitstekende anticorrosie-eigenschappen. In deze sector is Europa de grootste markt voor MXDA. De twee bestaande fabrieken in Japan zijn tot de opstart van de nieuwe fabriek volledig in bedrijf en blijven de eveneens groeiende markten in Azië bedienen.

Mitsubishi heeft voor de vestiging in Rotterdam een dochteronderneming opgericht: MGC Specialty Chemicals Netherlands. Het heeft Bilfinger Tebodin ingeschakeld voor de engineering, inkoop en bouw (EPCm) van de nieuwe fabriek.

Trinseo bouwt in Tessenderlo een fabriek voor de chemische recycling van polystyreenafval. De demofabriek gaat via vergassingstechnologie maximaal 15 kiloton polystyreenvlokken per jaar verwerken tot pure styreen. Als alles volgens planning verloopt, begint de bouw van de fabriek eind dit jaar.

Eind vorig jaar al sloot Trinseo voor het project contracten met Synova en Worley. Synova levert de technologie voor het recyclen van het plastic afval. Deze komt oorspronkelijk bij TNO (ECN) vandaan. Het is indertijd ontworpen om allerlei soorten afval en biomassa om te zetten in gas en staat bekend onder de naam Milena. Om het gas dat uit de installatie komt onder meer van teer te zuiveren, werd ook de Olga-technologie ontwikkeld.

Worley brengt expertise in op het gebied van engineering, inkoop en constructie. Het bedrijf werkt aan de front-end engineering en het ontwerp van de fabriek. Het gaat specifiek om de engineering van de grondstoffen, opslag, condensatie- en destillatiegebieden, de nutsvoorzieningen en de hete olie-eenheid. Het contract omvat ook het maken van een kostenraming voor het project.

Indaver

Ook Indaver investeert in een fabriek die polystyreenafval terug kan omzetten in styreen. De afvalbeheerder steekt er 100 miljoen euro in. De opstart van deze fabriek in Antwerpen is gepland in 2023. Trinseo neemt een groot deel van het geproduceerde r-styreen af van Indaver. Volgens de overeenkomst neemt Trinseo gedurende tien jaar minimaal vijftig procent van het r-styreen dat Indaver produceert af.

Het gerecyclede styreen wil Trinseo gebruiken voor de productie van nieuw polystyreen of styreenderivaten, waaronder ABS (acrylonitrilbutadieenstyreen) en SAN (styreenacrylonitril). Dit zijn slagvaste en duurzame, thermoplastische polymeren. Ze worden bijvoorbeeld toegepast bij de productie van auto-onderdelen en medische apparaten.

Avantium heeft de eerste paal geslagen voor haar FDCA-fabriek op Chemie Park Delfzijl. De fabriek gaat jaarlijks 5 kiloton furaandicarbonzuur produceren, de belangrijkste bouwsteen voor de honderd procent plantaardige, recyclebare kunststof PEF. Het is de bedoeling dat de bouw eind 2023 is voltooid, zodat PEF vanaf 2024 op de markt kan komen.

Voor de grondstoffen van de FDCA-fabriek heeft Avantium een overeenkomst gesloten met landbouwcoöperatie Tereos. Deze levert fructose siroop die honderd procent bio-based is. De suikers in de siroop zijn afkomstig van onder meer suikerbieten, suikerriet, tarwe, mais, aardappelen, houtmeel of houtsnippers.

Afnemers zijn onder andere chemiebedrijf Toyobo (Japan), polyesterfolieproducent Terphane (VS), drankenbottelaar Refresco (Nederland) en de internationale leverancier van harde verpakkingen Resilux (België). Voor het polymeriseren van FDCA naar PEF heeft Avantium een overeenkomst gesloten met Selenis, een bedrijf dat wereldwijde actief is op het gebied van speciale polyesterproducten.

Vier procesunits

De FDCA-fabriek bestaat uit vier procesunits. De eerste unit dampt de fructosestroop in, waarna deze bij hogere druk en temperatuur, in aanwezigheid van methanol, wordt gedehydrateerd. In de tweede unit reageert het gevormde tussenproduct bij verhoogde druk en temperatuur met zuurstof tot ruwe FDCA. De derde unit zuivert het ruwe FDCA met waterstofgas. Verschillende bijproducten reageren hierbij tot minder nadelige stoffen of tot stoffen die bij de volgende stap kunnen worden afgescheiden. Vervolgens wordt FDCA in een fysische stap verder gezuiverd en gedroogd zodat het eindproduct, zuivere FDCA, ontstaat.

Demonstratiefabriek

De nieuwe FDCA-fabriek wordt gebouwd nabij Avantium’s pilot bioraffinaderij, die glucose en lignine produceert uit non-food biomassa. En nabij haar tweede demonstratiefabriek, die glucose omzet in plantaardige mono-ethyleen glycol (MEG), een duurzame grondstof voor de chemische industrie.

Gasunie, HES International en Vopak ontwikkelen samen een importterminal voor groene ammoniak als waterstofdrager op de Maasvlakte. Nog dit kwartaal begint het werk aan het basisontwerp van de importterminal, die de naam ACE Terminal zal gaan krijgen. Het streven is dat de terminal vanaf 2026 operationeel is.

Naast de productie van groene waterstof in Nederland, zal er in Noordwest-Europa ook behoefte zijn aan grootschalige import van groene waterstof om aan alle toekomstige vraag te kunnen voldoen. Groene ammoniak als waterstofdrager zal hierin een belangrijke rol spelen. Waterstof kan na verbinding met stikstof in de vorm van ammoniak eenvoudiger en veilig in grotere hoeveelheden worden getransporteerd, opgeslagen en weer worden omgezet naar groene waterstof. Daarnaast is groene ammoniak ook direct toepasbaar als CO2-vrije brandstof voor bijvoorbeeld de scheepvaart of als grondstof voor bijvoorbeeld de productie van kunstmest.

Locatie

De drie partners hebben een locatie op de Maasvlakte in Rotterdam op het oog. Daar kunnen schepen vanuit de gehele wereld aanleggen om groene ammoniak, en in de beginfase mogelijk ook blauwe, te lossen. Bovendien kan op die locatie gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur en de logistieke faciliteiten van de Rotterdamse haven. Op het terrein is ook ruimte voor de ontwikkeling van een installatie waar ammoniak weer kan worden omgezet naar waterstof. In de toekomst zal deze installatie worden aangesloten op het landelijke waterstofnetwerk van Gasunie waarmee de toekomstige waterstofmarkt in Noordwest-Europa kan worden bediend.

Krachten bundelen

HES beschikt op de Maasvlakte over een strategische locatie met kadecapaciteit en directe toegang vanaf zee. Gasunie heeft een infrastructuur met bestaande opslagtanks en pijpleidingen. Vopak heeft met zes ammoniakterminals over de hele wereld ruime ervaring in het veilig opslaan van ammoniak. Door deze krachten te bundelen, kunnen de partners binnen enkele jaren de importlocatie voor groene ammoniak in Rotterdam kunnen realiseren. Het uiteindelijke investeringsbesluit moet nog worden genomen en zal worden gebaseerd op onder andere klantcontracten en de benodigde vergunningen inclusief een m.e.r.-procedure.

Uitgangspunt is een onafhankelijke en open access infrastructuur waarbij de partners zelf geen eigenaar zullen zijn van de groene ammoniak. Binnenkort start een marktconsultatie waarin geïnteresseerde partijen hun interesse kenbaar kunnen maken voor de aanvoer, opslag en doorvoer van groene ammoniak en waterstof. Er lopen op dit moment al verkennende gesprekken met internationale marktpartijen.