TEHO Ropes Europe en BioBTX werken samen om afgedankte landvasten die voor de scheepvaart worden gebruikt, te recyclen. BioBTX gaat er in Delfzijl hoogwaardige drop-in chemicaliën van maken, waarmee nieuwe hoogwaardige kunststoffen kunnen worden gemaakt.

TEHO Ropes Europe is leverancier van synthetische landvasten, staalkabels en afmeerapparatuur. Het bedrijf wil haar klanten de mogelijkheid bieden hun landvasten die aan het einde van hun levensduur zijn, te recyclen. De mogelijkheden daarvoor zijn op dit moment beperkt. De lijnen bestaan vaak uit verschillende soorten polymeren, wat het lastig maakt om ze te recyclen.

BioBTX heeft een technologie ontwikkeld om chemische bouwstenen te produceren uit gerecyclede materialen en hernieuwbare bronnen. Het bedrijf verwacht in het derde kwartaal van 2024 haar eerste fabriek op commerciële schaal in gebruik te kunnen nemen. De fabriek – PETRA Circular Chemicals Plant – wordt gebouwd op Chemiepark Delfzijl, en kan een breed scala aan hernieuwbare en gerecyclede materialen verwerken. Ook meertouwen blijken een geschikte grondstof voor de plant te zijn.

Het streven is voorlopig om 1.000 ton afgedankte landvasten te verwerken in de BioBTX-fabriek, als een van de eerste gecontracteerde grondstoffen. Beide partijen gaan samenwerken om het volume meertouwen verder omhoog te brengen.

Polystyrene Loop is failliet. De non-profit organisatie met meer dan zeventig partijen uit achttien landen uit de hele waardeketen van polystyreenschuim, zette zich in voor recycling van HBCD-houdend polystyreenafval.

Afgelopen jaar nam PolyStyreneLoop in juni haar demofabriek in Terneuzen voor het recyclen van 3.300 ton geëxpandeerd polystyreenafval (EPS) officieel in gebruik. De fabriek kan afgedankt EPS-isolatiemateriaal met een fysisch recyclingproces (CreaSolv-technologie) omzetten in nieuwe grondstoffen. Onzuiverheden als cement of andere bouwresten, evenals het verouderde additief HBCD, worden daarbij veilig verwijderd.

De organisatie wist dat de opschaling van de nieuwe technologie vanaf de pilotschaal een uitdaging zou zijn. Een aantal onverwachte problemen vertraagden het opstarten. Bovendien hadden de ongekende gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar, met Covid-gerelateerde problemen en stijgende energieprijzen, impact op de liquiditeit. Directie en raad van commissarissen hebben zich ingespannen de financiën te herstructureren, maar dit is niet gelukt.

Vlamvertrager

De organisatie stelt dat de behoefte aan een recyclingproces voor HBCD-houdend polystyreenschuim blijft en hoopt dat een andere partij of partijen de handschoen opneemt om het werk voort te zetten. De komende jaren komt een grote stroom broomhoudend polystyreenafval vrij bij de sloop van woningen die vanaf de jaren 60 zijn gebouwd. Dit bouwpiepschuim werd gebruikt om huizen te isoleren en bevatte uit brandveiligheidsoverwegingen de broomhoudende vlamvertrager HBCD. Deze persistent organic pollutant (POP) is in Europa sinds 2015 verboden, omdat die niet afbreekbaar is in het milieu.

De pilotinstallaties van Impact Recycling en Uppact zijn gearriveerd in de Eemshaven. De installaties verwerken visnetten en ander maritiem kunststof afval van verwerker Beck & verburg tot polypropyleen, polyethyleen en gemengde halffabricaten.

Onlangs arriveerde de pilot machine van Impact Recycling vanuit het Verenigd Koninkrijk in de Eemshaven. Deze machine kan via de zogenaamde innovatieve BOSS-techniek kunststof (vis)netmateriaal recyclen polyetheen en polypropeen. De techniek gebruikt zogenaamde oscillatietechniek voor het scheiden van de twee polymeren.

Impact Recycling wil ook nieuwe verbindingen leggen met andere partijen in de circulaire keten. Het afval dat niet voor Impact Recycling geschikt is, net als twee reststromen, zal bij andere duurzame partners worden verwerkt.

Uppact

Ook Uppact bouwt op dit moment in de loods van Bek & Verburg een test- en demonstratiefaciliteit. Hun Australische pilot machine, the UnWastor, kwam recent in de Eemshaven aan. De komende maanden test Uppact verschillende stromen afvalplastic en -textiel met deze machine. De machine maalt de afvalstroom, dat smelt door de wrijvingswarmte. Het kunststofmengsel kan vervolgens worden gebruikt als dakpan, treeplank of plantenbak.

Uppact wil vooral afval uit de eigen regio upcyclen. De kunststofresten komen van de Waddenvereniging, de Jutfabriek Terschelling, NHL Stenden en Bek & Verburg. Ook verwerkt men reststromen van het UMCG en andere ziekenhuizen. Uiteindelijk wil men al het niet-recyclebare plastic en textiel afval in Nederland (en ook daarbuiten) op regionale basis circulair maken. De eerste twee grote verwerkingsinstallaties staan gepland voor 2023, waarvan de eerste met een geplande capaciteit van 15.000 ton per jaar in de Eemshaven komt.

Bron: Groningen Seaports

Een consortium van bedrijven in de Eemshaven wil een oplossing bieden voor afgeschreven rotorbladen van windturbines. Onder de naam Decom North gaan de bedrijven afgeschreven windturbines ontmantelen om vervolgens van de rotorbladen korrels te maken.

Windmolenbladen bestaan voornamelijk uit composiet. En hoewel ze schone energie opwekken, vormen ze na hun productieve leven een dilemma omdat er niets meer mee te beginnen valt. Verschillende bedrijven, onderwijsinstellingen en organisaties slaan echter de handen ineen om recycling tóch mogelijk maken.

De bedrijven van het consortium Decom North vormen samen een complete waardeketen van ontmanteling tot nieuw product. Zij ontmantelen de afgeschreven windmolens en vervoeren de rotorbladen naar een toekomstige recyclingfabriek in of bij de Eemshaven. Daar worden de bladen in stappen verkleind tot er korrels overblijven. Die vormen de grondstof voor nieuwe producten, zoals oeverbeschoeiingen, mallen, bruggen en kraanmatten.

Proeffabriek

Binnen enkele jaren zijn de honderden windmolens op zee ten Noorden van de Eemshaven onderdeel van het integrale recyclingsysteem. Een proeffabriek nabij de terminal moet dan op volle toeren draaien. Totdat het zover is, wendt het consortium zich tot Neocomp in Bremen. Dat bedrijf verwerkt de glasvezels en kunsthars uit geknipte rotorbladen in cement.

Het consortium Decom North bestaat uit: Buss Terminal, Mammoet, Lubbers Transport, DHSS Eemshaven, Bek & Verburg, Nehlsen metaalrecycling, CRC Industries, SCS Logistics/Shipco Transport en Nedcam Solutions.

Het NextGen District in de haven van Antwerpen heeft de eerste twee pioniers binnen: Triple Helix en Bolder Industries. Samen investeren ze ongeveer 100 miljoen euro in hun nieuwe fabrieken. Na het aanvragen van de nodige vergunningen willen de twee tegen 2023-2024 operationeel zijn.

Op de voormalige 88 hectare van General Motors in de haven van Antwerpen komt een hotspot voor circulaire economie: het NextGen District. Het wordt een plek waar de proces- en maakindustrie end-of-life-producten een nieuw leven geven, circulaire koolstofoplossingen onderzoeken en testprojecten met hernieuwbare energie uitvoeren.

Het Antwerpse bedrijf Triple Helix gaat er een pilotfabriek bouwen om polyurethaanschuim, afkomstig van onder meer afgedankte matrassen, isolatiepanelen en autostoelen samen met gebruikte PET uit de retail- en voedingsindustrie om te zetten in polyolen en amines. Deze chemische stoffen kunnen dan opnieuw worden ingezet, onder meer bij de productie van nieuwe polyurethaan-producten. De fabriek zal volledig circulair werken en in haar eigen energiebehoeftes voorzien.

Pyrolyse-fabriek

Het Amerikaanse Bolder Industries heeft een gepatenteerd proces ontwikkeld dat chemische stoffen uit afgedankte autobanden haalt. De producten BolderBlack en BolderOil zijn geschikt voor hergebruik in rubber, plastic en petrochemische producten. In het terugwinningsproces wordt 98 procent van de materialen van de band gebruikt. Maar liefst 75 procent van de vaste stoffen en vloeistoffen vinden hun weg terug naar nieuwe banden, rubberproducten en kunststoffen.

Bolder Industries heeft al een pyrolyse-fabriek in Maryville (Missouri). In 2020 breidde het bedrijf de productiecapaciteit uit met een tweede productielijn. Daarmee ging de capaciteit van 24 ton per dag naar 60 ton per dag.

Ineos Styrolution investeert in een pilotplant die polystyreen gaat recyclen. Het bedrijf werkt daarbij samen met Recycling Technologies. De fabriek komt in Swindon (Verenigd Koninkrijk) te staan en moet in de tweede helft van 2022 operationeel zijn.

De depolymerisatie technologie van Recycling Technologies draait om een fluidised bed reactor. Deze brengt polystyreenafval terug naar virgin styreen zodat dit weer kan worden ingezet als grondstof bij de productie van nieuw polystyreen. Er is dus geen sprake van down cycling.

Indaver

Ook Indaver investeert in een fabriek die polystyreen terug kan omzetten in styreen. De afvalbeheerder steekt er 100 miljoen euro in. De fabriek in Antwerpen gaat post-consument polystyreen, zoals wegwerpverpakkingen, via een gepatenteerde depolymerisatietechnologie recyclen. De opstart van de fabriek is gepland in 2023.

Een groot deel van het geproduceerde r-styreen gaat naar een nabijgelegen vestiging van Trinseo in Tessenderlo. Dit bedrijf maakt er PS-harsen van, voor zuivelverpakkingen en andere toepassingen. Trinseo heeft met Indaver een overeenkomst gesloten om gedurende tien jaar minimaal vijftig procent van het r-styreen dat Indaver produceert af te nemen.

PolyStyreneLoop

Ook PolyStyreneLoop, een non-profit organisatie met meer dan zeventig partijen uit achttien landen uit de hele waardeketen van het polystyreenschuim, zet zich in voor hergebruik van polystyreen. In juni nam PolyStyreneLoop officieel haar demofabriek in Terneuzen voor het recyclen van 3.300 ton geëxpandeerd polystyreenafval (EPS) in gebruik. Deze fabriek zet afgedankt EPS-isolatiemateriaal met een fysisch recyclingproces (CreaSolv-technologie) om in nieuwe grondstoffen. Onzuiverheden als cement of andere bouwresten, evenals het verouderde additief HBCD, worden veilig verwijderd. De coöperatie werkt er ook aan om geëxtrudeerd polystyreen (XPS of Styrofoam) te gaan recyclen.

Het omzetten van heterogene afvalstromen in chemische bouwstenen, zonder uitstoot en nog betaalbaar ook. Op 8 december tijdens de European Industry & Energy Summit gaat technostarter DOPS bij de allereerste Dragons’ Den of Transition op zoek naar Dragons die de ontwikkeling van een proeffabriek mogelijk kunnen maken. Ook zoekt het bedrijf coaching op haar groeiambities.

Innovatie vraagt ​​om meer dan eens over het hek durven kijken. Dat deden de oprichters van de technische start-up DOPS Recycling Technology ook. Een enige tijd geleden ontwikkelde technologie voor de productie van cokes in de staalindustrie werd daar nog niet toegepast. Directe Carbon Immobilisatie (DCI) bleek echter een uitstekende basis voor het recyclen van heterogeen organisch afval.

Grondstoffen

Het is een proces op basis van pyrolyse en hoge temperaturen. In twee stappen zet de DCI-technologie heterogene afvalstromen om in bouwstenen voor de chemie. Met name syngas uit waterstof en koolmonoxide, maar ook vaste koolstof, metalen en mineralen.

Een groot voordeel van het proces is dat er geen voorscheiding van organisch afval nodig is. Het is letterlijk een alleseter. Biomassa, plastic afval, papier, agrofoodresten, rioolslib en alle mengsels die deze componenten bevatten; het proces zet alles om in bruikbare grondstoffen. Volgens Wiebe Pronker, een van de vier oprichters van DOPS, kan dat op een betaalbare manier. En belangrijker nog, het proces kent geen uitstoot van CO2 of stikstofverbindingen. En het breekt moeiteloos PFAS af en ook bijvoorbeeld dioxines. DOPS voert momenteel uitgebreide experimenten uit in het laboratorium.

Hulpvraag

Ondertussen werkt DOPS ook aan de volgende stappen. Wiebe Pronker: ‘We ontwerpen een testreactor ter grootte van een zes meter lange container. Hiermee willen we onze technologie demonstreren aan potentiële klanten in realistische omgevingen. Daarom zijn we op zoek naar financiering voor de ontwikkeling, bouw en inbedrijfstelling van deze proeffabriek. We verwachten een budget van minimaal twee miljoen euro nodig te hebben.’

DOPS zoekt ook andere hulp. ‘Tegelijkertijd zoeken we coaching voor een triple digit jaarlijks groeitraject. Om onze technologie in Nederland en ook internationaal te verspreiden.’

European Industry & Energy Summit 2021

De Dragons’ Den of Transition is het slotevenement van de European Industry & Energy Summit 2021 (EIES2021).
>Meer informatie over het evenement op 7 en 8 december in Rotterdam Ahoy

CE Delft onderzocht in hoeverre  recycling en biobased plastics de CO2-uitstoot van de plasticsindustrie kan terugdringen. Als alle mogelijke acties worden doorgevoerd, blijkt het mogelijk om de CO2-emissie per kilo kunststof te halveren in 2030.

In opdracht van Federatie NRK en PlasticsEurope Nederland onderzocht CE Delft de verwachte vermindering van de CO2-uitstoot van de productie en de afdanking van rubber- en kunststofproducten in Nederland. Daarvoor rekende het onderzoeksbureau scenario’s door voor 2030 met daarin het effect van mechanische recycling, chemische recycling, biobased plastics en efficiëntie in de productie.

Daarnaast rekenden de onderzoekers zes praktijkcases door om de macro-scenario-analyse te illustreren. Hierin nam men ook mee dat kunststof en rubber vaak in de toepassing klimaatvoordelen realiseren. Zo maakt kunststof een vliegtuig lichter en dus energiezuiniger. Ook voorkomen veel plasticvoedselverpakkingen voedselbederf.

Recycling

Als alle mogelijke acties worden doorgevoerd blijkt het mogelijk om de CO2-emissie per kilo kunststof te halveren in 2030. Daarvoor is echter veel meer kunstofinzameling voor recycling nodig en veel meer recyclaattoepassing. Om dit op korte termijn te realiseren, is een steviger overheidsbeleid nodig. Met duidelijke regels voor zowel inzameling van plastic afval voor recycling als voor toepassing van recyclaat. En dat liefst op Europees niveau.

Routekaart

In het rapport wordt er van twee scenario’s uitgegaan; reductie via autonome doorontwikkeling en een via de ambitieuze transitieagenda. In deze transitie agenda zijn doelen opgesteld voor inzet van duurzame grondstoffen als recyclaat en biobased, maar ook voor een verbetering van de kwaliteit. Tastbare routekaarten zoals die voor de inzet van recyclaat maken de transitieagenda toepasbaar. Dit laatste scenario biedt de grootste reductie van CO2-emissie met een halvering van de uitstoot. Dat scenario gaat niet vanzelf, er moet aan een aantal flinke voorwaarden worden voldaan.

Zoals een aantal jaren geleden veel projecten werden opgezet om biobrandstoffen te maken van plantaardig materiaal, schieten nu diverse projecten om afval om te zetten in allerlei grondstoffen als paddestoelen uit de grond. Zo richten verschillende bedrijven zich op het verwerken van afvalplastic dat niet geschikt is voor recycling. En zelfs CO2 is straks een nuttige materiaalstroom.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

Het Circular Materials Center in Kortrijk (West-Vlaanderen) krijgt begin volgend jaar een volledig uitgebouwde recyclelijn om cursisten en bedrijven intensief op te leiden en vertrouwd te maken met de nieuwste recycleprocessen voor kunststoffen in een circulaire economie. De exploitatie van deze ‘circulaire fabriek’ is gegund aan opleidingsorganisatie Plastiq.

De ‘circulaire fabriek’ is een complete recyclelijn voor opleidingsprogramma’s en demonstratieprojecten rond de best beschikbare recycletechnieken voor het circulair gebruik van kunststoffen. Dit moet het mogelijk maken om kunststofafval en bepaalde reststromen binnen de kunststofproductie te verwerken tot grondstoffen voor hergebruik in nieuwe kunststofmaterialen. De installatie is naar verwachting in de eerste maanden van 2022 operationeel en wordt modulair opgebouwd uit een vermaler, meng- en doseersystemen, granulator en een profiel- en plaatextruder.

Plastiq zet de opleidingsinfrastructuur in voor de training en coaching van studenten, werkzoekenden, werknemers en bedrijven uit de kunststoffensector. De ‘circulaire fabriek’ staat in het recent geopende Circular Materials Center in Kortrijk. Dit onderzoeks- en opleidingscentrum voor de kunststoffen- en textielsector is een gezamenlijk initiatief van POM West-Vlaanderen, Centexbel, KU Leuven en Plastiq.

De investering in de ‘circulaire fabriek’ maakt deel uit van het EFRO-project Upskill dat de komende twee jaar acht miljoen euro investeert in hoogstaande opleidingsinfrastructuur om te beantwoorden aan de vraag van bedrijven naar divers talent met de noodzakelijke technische en digitale skills.