Sabic Innovative Plastics kondigde een jaar geleden aan in Bergen op Zoom een biomassa-installatie te willen bouwen. Plan was om dit jaar met de bouw te beginnen zodat de centrale begin 2025 in gebruik kan worden genomen. Milieuorganisaties hebben bij de provincie Noord-Brabant echter een bezwaarschrift ingediend tegen de komst van de biomassacentrale.

Het doel van Sabic is om de warmtevoorziening in haar productieprocessen in Bergen op Zoom te verduurzamen. Het bedrijf heeft verschillende mogelijkheden onderzocht en het gebruik van biomassa als brandstof bleek op korte termijn de meest geschikte en haalbare oplossing voor een CO2-gunstige warmtevoorziening.

Sabic wil in de nieuwe installatie resthout uit duurzame bosbouw verstoken. Denk aan grote productiebossen in Europa en Noord-Amerika, waar bouwmateriaal en papier wordt geproduceerd. Deze bossen groeien minimaal zo snel aan als er jaarlijks wordt gekapt. Voor het resthout uit deze bossen is energieproductie een nuttige toepassing. De biomassa wordt per binnenvaartschip aangevoerd. Uitgebreide filter- en reinigingssystemen moeten de uitstoot van stikstof en fijnstof beperken tot onder de vergunningseisen.

Te ruime stikstofrechten

En bij dat laatste gaat het vooral fout. Volgens de milieuorganisaties, waaronder Mobilisation for the Environment (MOB) en de Brabantse Milieufederatie, heeft het chemiebedrijf veel te ruime stikstofrechten toegekend gekregen. Daar blijft de geplande biomassacentrale gemakkelijk binnen. Op papier lijkt er dan geen stikstoftoename te zijn, maar in werkelijkheid is die er wel. En daar willen de milieuorganisaties een stokje voor steken.

In december liep RWE met haar Amercentrale tegen een soortgelijk bezwaar aan. RWE had in 2019 een vergunning aangevraagd om de centrale in Geertruidenberg verder op biomassa te kunnen overschakelen. MOB spande hier echter een rechtszaak tegen aan, en met succes. Eind vorig jaar vernietigde de Rechtbank Oost-Brabant de eerder verstrekte Wnb-vergunning (Wet natuurbeheer). Dit deed ze omdat ze vindt dat het niet altijd toegestaan moet zijn te salderen met in het verleden vergunde, maar niet feitelijk benutte emissieruimte.

RWE had, net als Sabic, een natuurvergunning met ruime stikstofrechten. Dat kwam omdat een van de ovens van de centrale al jaren stil stond. De stikstofruimte van deze oven was onbenut en RWE dacht die te kunnen gebruiken om extra biomassa bij te stoken. De rechter vond echter dat de provincie de overtallige stikstofrechten had moeten intrekken bij het herzien van de vergunning in 2019. Op dat moment was de oven al gesloten. De provincie moet de vergunning nu opnieuw beoordelen en krijgt daar zes maanden de tijd voor.

Grote gevolgen

De uitspraak kan grote gevolgen hebben. De stikstofcrisis gaf al problemen bij projecten van bedrijven die zich nieuw willen vestigen of geen stikstofruimte over hadden, maar kan zich nu ook uitbreiden naar bedrijven die een natuurvergunning met ruime stikstofrechten op zak hebben. MOB heeft inmiddels haar pijlen al gericht op Sabic en de geplande biomassacentrale in Bergen op Zoom.

Gasunie heeft de drie destillatiekolommen voor de nieuwe stikstoffabriek in Zuidbroek succesvol geïnstalleerd. Na vervolgwerkzaamheden begint begin 2022 de testfase en aansluitend is de ingebruikname gepland. 

Ongeveer drie weken geleden is begonnen met het plaatsen van de grote installatiedelen die het hart vormen van de stikstofinstallatie te Zuidbroek. Deze activiteit is afgelopen onlangs afgerond met het plaatsen van de derde grote destillatiekolom. In de komende periode krijgt de staalconstructie voor de nieuwe grote hal verder vorm. Daarna worden alle grote, nieuwe onderdelen met elkaar verbonden worden via leidingwerk en kabels. Deze werkzaamheden duren tot  eind dit jaar.

Mengstation

Het mengstation, waar de geproduceerde stikstof wordt gemengd met geïmporteerd hoog-calorisch gas tot Groningen-kwaliteit aardgas, is intussen gereed en wordt momenteel getest en in gebruik genomen. Met de werkzaamheden die de komende tijd zullen plaatsvinden, heeft de fabriek al ongeveer de aanblik die het na afronden van de bouw in 2022 zal hebben. Waarbij de drie grote kolommen van 65 meter hoogte het meest in het oog springen.

Laagcalorisch gas

Om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk te brengen naar nul, is de uitbreiding van de stikstofinstallatie nabij Zuidbroek een noodzakelijke maatregel. Door aan geïmporteerd gas uit Noorwegen en Rusland stikstof toe te voegen, kan van dit hoogcalorisch gas, laagcalorisch gas worden gemaakt. Dat is dezelfde kwaliteit als het Gronings gas en daarmee geschikt voor onder andere onze verwarmingsketels en gasfornuizen. Vanaf het moment dat de stikstofinstallatie Zuidbroek volledig beschikbaar is, kan de gaswinning uit Groningen vanuit het Groningenveld tot een minimum worden beperkt.

Stikstofinstallatie

De uiteindelijke installatie beslaat een terrein van ongeveer 12 hectare en krijgt een capaciteit van 180.000 kubieke meter stikstof per uur, waarmee maximaal 10 miljard kubieke meter aardgas op de gewenste kwaliteit kan worden gebracht. De verwachte planning van ingebruikname is in april 2022. Met de bouw is een investering van 500 miljoen euro gemoeid.

De bouw van de stikstoffabriek in Zuidbroek ter vervanging van het Gronings gas, is in volle gang. Met de installatie van de drie benodigde destillatiekolommen start nu de constructie van ‘het hart’ van deze nieuwe fabriek. De komende dagen worden de kolommen naar Zuidbroek (provincie Groningen) vervoerd.

Nu het grondwerk klaar is, het ondergrondse leidingwerk is aangelegd en de fundaties klaarliggen, kan de bouw van het procesgedeelte van de stikstoffabriek starten. De kolommen die hiervoor worden geïnstalleerd, vormen het hart van de fabriek. Deze 65 meter lange kolommen, waarin stikstof wordt geproduceerd, hebben een gewicht van ongeveer 270 ton per stuk. In de kolommen wordt bij temperaturen van minus 185 graden Celsius stikstof uit de buitenlucht gescheiden van de zuurstof.

Onlangs zijn de drie kolommen vanuit China in de haven van Delfzijl aangekomen en overgezet op transport per binnenschip naar Veendam. In de komende dagen ze op transport naar de locatie in Zuidbroek. Een groot gedeelte van dit uitzonderlijk transport vindt op de eigen bouwweg plaats. In Zuidbroek vindt vervolgens ook direct de installatie plaats.

Laagcalorisch gas

Om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk te brengen naar nul, is de uitbreiding van de stikstofinstallatie nabij Zuidbroek een noodzakelijke maatregel. Door aan geïmporteerd gas uit Noorwegen en Rusland stikstof toe te voegen, kan van dit hoogcalorisch gas, laagcalorisch gas worden gemaakt. Dat is dezelfde kwaliteit als het Gronings gas en daarmee geschikt voor onder andere onze verwarmingsketels en gasfornuizen. Vanaf het moment dat de stikstofinstallatie Zuidbroek volledig beschikbaar is, kan de gaswinning uit Groningen vanuit het Groningenveld tot een minimum worden beperkt.

Stikstofinstallatie

De uiteindelijke installatie beslaat een terrein van ongeveer 12 hectare en krijgt een capaciteit van 180.000 kubieke meter stikstof per uur, waarmee maximaal 10 miljard kubieke meter aardgas op de gewenste kwaliteit kan worden gebracht. De verwachte planning van ingebruikname is in april 2022. Met de bouw is een investering van 500 miljoen euro gemoeid.

Hoofdfoto: Overzicht fabriek met drie destillatiekolommen. Credit: Gasunie

Onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) bouwden een kleine plasma-reactor die vloeibare kunstmest maakt met behulp van zon, water en lucht. ‘De installatie is eenvoudig, duurzaam en zeer efficiënt’, zegt TU/e-onderzoeker Fausto Gallucci. ‘We willen de reactor nu op de markt brengen, zodat hij beschikbaar komt voor boeren over de hele wereld.’

Stikstof is een van de drie belangrijkste macronutriënten die planten gebruiken om te groeien (naast fosfor en kalium). In 2015 werd ongeveer een op de twee mensen gevoed met voedsel dat werd geteeld met behulp van stikstofhoudende meststoffen. Dit aandeel zal de komende jaren nog verder toenemen. Hoewel kunstmest in de ontwikkelde wereld ruim voorhanden is, is het in ontwikkelingslanden een stuk minder gangbaar.

Niet-thermische plasma

De zogenaamde Leap Agri reactor maakt gebruik van plasmatechnologie. Plasma is de vierde toestand van de materie en bestaat uit geïoniseerde atomen en moleculen. Het plasma dat in de kunstmestfabriek wordt gebruikt is niet-thermisch. Terwijl de elektronen die de reactie aandrijven extreem hoge temperaturen bereiken, blijft het gas dat de reactie omringt relatief koel. Dit bespaart uiteraard energie. Het maakt plasmatechnologie een aantrekkelijk alternatief voor de traditionele manier om stikstof te produceren: het zogenaamde Haber-Bosch-proces. Daarvoor zijn zowel hoge druk als hoge temperaturen vereist. Het Haber-Bosch-proces verbruikt naar schatting 1 tot 2 procent van de totale energie in de wereld.

Stikstoffixatie

Om stikstofhoudende meststoffen te maken in een plasmareactor gebruikt men een proces dat bekend staat als stikstoffixatie. Dit is nodig omdat N2, een gas dat ruimschoots beschikbaar is in de lucht, chemisch inert is. Dit maakt het moeilijk voor planten om het te gebruiken. Stikstoffixatie lost dit probleem op. Het zet de stikstof (N2) uit de lucht om in NOx, dat op zijn beurt met zuurstof en water reageert tot nitraat (NO3-). Dit nitraat is een ingrediënt voor vloeibare meststof. Om het fixatieproces op gang te brengen, moeten de N2-moleculen eerst worden ‘geactiveerd’ via een elektrische lading. Dit verbreekt de bindingen die de stikstofatomen bij elkaar houden, waardoor een plasma ontstaat. In het geval van de Leap Agri-reactor levert een zonnepaneel de elektriciteit voor de plasmavorming, een goedkope, duurzame bron en ruim beschikbare bron in ontwikkelingslanden.

Hoewel de technologie ultramodern is, is de toepassing erg low-tech. ‘We stuurden onze plasmareactor naar het National Agricultural Research Organisation (NARO) in Uganda, die nog nooit met plasmatechnologie had gewerkt’, zegt Gallucci. ‘Ze konden binnen een maand kunstmest produceren. Ons systeem is kleinschalig, eenvoudig en zeer snel. Zodra je het aanzet, is het een kwestie van seconden voordat het kunstmest begint te produceren. Dat maakt het ook heel flexibel: je laat het alleen draaien als de zon schijnt en je kunstmest nodig hebt.’

Hoog nitraatgehalte

Het proces is zeer efficiënt: het levert een vloeibare meststof op met een hoog nitraatgehalte dat gemakkelijk door planten kan worden opgenomen. In Oeganda is een analyse gemaakt door NARO-onderzoekster Stella Kabiri, die deze meststof vergeleek met andere gangbare meststoffen op de plaatselijke markt. Daaruit bleek dat het nitraatgehalte circa 20 procent bedraagt. Dat is respectievelijk 14, 42 en 51 procentpunten hoger dan de vaste meststoffen ammoniumnitraat, NPK en Urea.

‘Op dit moment zijn de kosten van de minireactor nog vrij hoog (zo’n 70.000 euro). Maar Gallucci verwacht dat de prijs aanzienlijk zal dalen zodra hij op grotere schaal wordt geproduceerd.

Meer in het vat

Gallucci is samen met een aantal partners de TU/e-spin-off 4th State Technologies begonnen om de minireactor op de markt te brengen. Hij verwacht dat het apparaat binnen de komende drie tot vijf jaar beschikbaar zal zijn, nadat het noodzakelijke certificeringsproces is afgerond. De spin-off gaat ook andere veelbelovende toepassingen van plasmatechnologie onderzoeken, zoals het afvangen en hergebruiken van CO2 voor de chemische industrie.

Het Adviescollege Stikstofproblematiek heeft maandagmiddag haar advies gegeven voor oplossingen voor de lange termijn. Er moet tegelijkertijd worden gewerkt aan natuurherstel en de reductie van de stikstofuitstoot, waarbij de vrijblijvendheid er vanaf moet.

Het Adviescollege heeft in haar rapport een aantal doelen geformuleerd. Zo moet in 2030 de uitstoot van stikstof zijn gehalveerd ten opzichte van 2019. Daarnaast moet de uitstoot in 2040 zodanig zijn teruggebracht dat de Natura-2000 gebieden onder de kritische depositiewaarde zijn gebracht. Dit is de grens waarboven de natuur serieuze schade ondervindt van de stikstofuitstoot. Als dat allemaal lukt, kan de natuur zich in 2050 hebben hersteld.

De doelen moeten worden vastgelegd in wet- en regelgeving. ‘Alleen met voldoende juridische borging kan geloofwaardig uitvoering worden gegeven aan de PAS-uitspraak van de Raad van State’, stelt het Adviescollege.

Verschil aanpak stikstofoxide en ammoniak

Het Adviescollege maakt in haar rapport nadrukkelijk onderscheid tussen de aanpak van de twee soorten stikstof: stikstofoxide (NOx) en ammoniak (NH3). NOx wordt vooral veroorzaakt door verbranding van fossiele brandstoffen en slaat meestal over een grote afstand neer. NH3 wordt veroorzaakt door biologische processen, met name in de landbouw. NH3 verspreidt zich in de lagere luchtlagen en slaat daardoor dichter bij de bron neer. Het Adviescollege stelt daarom een generieke aanpak voor voor NOx en een gebiedspecifieke voor NH3.

Maar ook piekbelasters, zoals industriële bedrijven, zee- en luchthavens, die stikstofoxide uitstoten en een groot effect hebben op natuurgebieden moeten onderdeel uitmaken van de gebiedspecifieke aanpak.

Aanpak industrie

Voor de industrie beveelt het Adviescollege aan om de reductie van NOx te integreren in de afspraken in het klimaatakkoord en de vorderingen goed te monitoren. Dat geldt ook voor afspraken die in het kader van het Schone Lucht Akkoord zijn gemaakt. Daarnaast moet de industrie versnellen in de transitie naar duurzame energie. Leidt dit niet tot een reductie van vijftig procent in 2030 dan moeten de eisen omhoog. Ook wil het college dat piekbelasters en verouderde installaties worden gehandhaafd op best beschikbare techniek.

Energiebedrijven

Voor energiebedrijven geldt dat door de overgang naar zonne- en windenergie emissies rap zullen afnemen. ‘We adviseren de eisen die gelden voor grote stookinstallaties ook toe te passen op kleinere biomassa-installaties’, zei voorzitter van het Adviescollege Johan Remkes tijdens een persbijeenkomst.

Daarnaast is het advies om SDE+-subsidies voor de kleine biomassa-installaties te beëindigen. Het moet minder interessant worden om een installatie onder 50 megawatt te bouwen. De nieuwe biomassa-installaties, die een SDE+ subsidie aanvragen, zijn vooral kleinere installaties. Deze installaties hoeven aan minder strenge emissie-eisen te voldoen en ook is het voor biomassa-installaties met een vermogen onder 15 megawatt niet nodig om een omgevingsvergunning aan te vragen. Daarom wordt er nu vaak voor gekozen om meerdere kleinere biomassa-installaties te bouwen in plaats van één grote. De kleinere biomassa-installaties emitteren op een lagere hoogte, wat resulteert in een relatief hogere depositie op het Nederlands grondgebied in vergelijking met grote biomassa-installaties.

Vandaag start minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat de bouw van een mengstation voor aardgas in Zuidbroek. Deze installatie wint stikstof uit de lucht en mengt dit met hoogcalorisch gas. Zo ontstaat laagcalorisch gas wat wél bruikbaar is voor Nederlandse consumenten en bedrijven. Dit is één van de maatregelen die ervoor zorgt dat het Groningenveld al in 2022 kan sluiten. Zuidbroek levert vanaf 2022 jaarlijks zeven miljard kubieke meter bruikbaar aardgas op.

Het hoogcalorische gas voor het mengstation in Zuidbroek komt uit het buitenland en uit kleine gasvelden in Nederland. De installatie haalt lucht naar binnen en scheidt stikstof en zuurstof. De zuurstof verlaat de installatie en de stikstof wordt bij het hoogcalorisch gas gevoegd. Het resultaat is laagcalorisch gas. Dit pseudo-Groningengas kunnen consumenten en bedrijven gebruiken in hun bestaande apparatuur.

Stikstof Wieringermeer

Gasunie nam eind 2019 nog de uitbreiding van de bestaande installatie in Wieringermeer in gebruik. Daarmee verhoogde de stikstofcapaciteit al met 80.000 kuub per uur. De installatie In zuidbroek voegt daar straks nog eens 180.000 kuub per uur extra stikstof aan toe. Naast deze stikstoffabrieken staat er ook nog een in Ommen. Ook het hoogcalorische gas van de Gate Terminal kan met stikstof uit een locale installatie naar Groningenkwaliteit worden omgezet.

Zuidbroek

Air Products bouwt de stikstofinstallatie bij Zuidbroek. De installatie beslaat een terrein van ongeveer twaalf hectare en krijgt een capaciteit van 180.000 kuub stikstof per uur. Deze capaciteit is ruim tien keer groter dan de bestaande stikstofinstallatie in Zuidbroek. Het stikstofmengstation is gegund aan een joint venture van Visser & Smit Hanab en A.Hak Leidingbouw.

Reductie Groningengas

In 2022 gaat het mengstation in Zuidbroek van start en komt het eerste gas uit de installatie beschikbaar. Het maakt een reductie mogelijk van het Groningengas van ongeveer zeven miljard kuub per jaar, tot tien miljard in een koud jaar. Dit is bijna dertig procent van het binnenlands verbruik. Het nieuwe mengstation komt te staan naast een bestaande installatie en gaat circa vijfhonderd miljoen euro kosten.

Grootverbruikers

In januari 2018 heeft de minister 200 industriële grootverbruikers van G-gas per brief aangegeven dat de voorziening van G-gas wordt afgebouwd en zij tot 2022 (4 jaar) de tijd hebben om daarop maatregelen te treffen. Inmiddels is dat aantal teruggebracht tot de negen grootste verbruikers.

De stikstofproblematiek raakt vele sectoren maar met name die van landbouw, industrie en verkeer. De MIA\Vamil-regeling kan helpen door fiscaal voordeel te bieden bij een besluit bedrijfsmiddelen die stikstof verminderen aan te schaffen.

Voor de industrie zijn er sinds 2020 diverse nieuwe bedrijfsmiddelen op de Milieulijst bijgekomen voor stikstof (NOx)- en fijnstofreductie. Er is meer informatie beschikbaar over stikstofreducerende bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan en in aanmerking komen voor fiscaal voordeel.

Ten aanzien van het verkeer stimuleert de MIA\Vamil-regeling diverse bedrijfsmiddelen die stikstof verminderen door elektrisch vervoer te stimuleren of NOx-reductiesystemen voor schepen, voertuigen en mobiele werktuigen.

Energie-investeringsaftrek

Ook de Energie-investeringsaftrek (EIA) biedt financiële mogelijkheden wanneer u besluit energiebesparende maatregelen in te zetten die leiden tot besparing van fossiele grondstoffen, door het inzetten van stikstof als hulpstof. Meer informatie hierover zijn te vinden onder code 32000 en 42000 in de Energielijst.

Landbouw

De Milieulijst bevat verschillende bedrijfsmiddelen die emissies van ammoniak (een verbinding van stikstof en waterstof) naar de omgeving sterk reduceren of de vorming van ammoniak aan de bron verminderen of voorkomen. Ook stimuleert de MIA\Vamil-regeling bedrijfsmiddelen die emissies verminderen bij het toedienen van meststoffen of in het teeltproces.

De beslissing van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat om de gaswinning in het Groningenveld drastisch terug te dringen kon op veel steun rekenen. Met een toenemend aantal aardbevingen in de regio Groningen was de maat vol en besloot de minister in te grijpen. Wiebes beloofde de productie komend gasjaar terug te brengen naar volumes van onder de twaalf miljard kubieke meter per jaar. Tegelijkertijd vroeg de minister TSO Gasunie Transport Services (GTS) te onderzoeken hoe ze zo’n productieverlaging zo pijnloos mogelijk kon laten verlopen.

GTS kwam met goed nieuws, maar zette zichzelf wel voor een behoorlijke uitdaging. Uitbreiding in de stikstofproductie voor de productie van pseudo G-gas was de oplossing, maar dan moest men ook snel schakelen.

Het finaal advies van GTS zal Wiebes goed zijn bevallen, vooral omdat zelfs de negen grootste industriële G-gas gebruikers niet hoefden over te stappen op H-gas. Zoals wellicht bekend heeft het gas uit het Groningenveld een lagere calorische waarde dan de meeste gasbronnen. Overgaan op gas met een hogere calorische waarde zou dan ook niet onlogisch zijn, ware het niet dat bedrijven een H-gas aansluiting moeten krijgen en hun gasapparatuur moeten aanpassen.

Het alternatief dat GTS aanbood, was een enorme uitbreiding van de stikstofcapaciteit. Het bijmengen van stikstof is namelijk niet nieuw voor GTS: in de Wieringermeer mengt men al langer gas uit andere velden – denk aan de Noordzee, Noorwegen en Rusland – met stikstof. Deze installatie heeft echter een capaciteit van 230.000 kuub stikstof per uur. Het voorstel aan de minister was om de bestaande installatie uit te breiden met tachtigduizend kuub per uur.

Tegelijkertijd startte men met de bouwplannen voor een geheel nieuwe installatie in Zuidbroek die in 2022 nog eens 180.000 kuub per uur kan produceren. Met de huidige uitbreiding kan Gasunie een extra vijf miljard kuub hoogcalorisch gas omzetten in Groningen-kwaliteit. In 2022 komt daar nog eens zeven miljard kuub bij. Volgens Gasunie kan de productie van het Groningenveld dan terug naar nul.

Vergunning

‘Zo’n belofte van een minister stelde ons wel voor uitdagingen, zegt manager installations Noord-Holland Joris Bongenaar van Gasunie. ‘We voeren wel vaker complexe projecten uit, maar de tijdsdruk maakte dit project extra uitdagend. Om de belofte van de minister waar te maken, hadden we ongeveer anderhalf jaar de tijd, inclusief het aanvragen van vergunningen. Dit vroeg dan ook om intensieve samenwerking tussen de leden van het projectteam en soms om creatieve oplossingen.’

Zo kon Gasunie de vergunningprocedure versnellen door het mengstation ondergronds te bouwen. ’Door die keuze konden we een omgevingsneutrale vergunning aanvragen, waar een lichter vergunningstraject aan vast zat. Dat nam niet weg dat we pas in maart de eerste schop in de grond konden zetten. En dat terwijl de deadline op 1 januari 2020 stond.’

Openhartoperatie

Wat betreft stikstoflevering was het project misschien nog het meest eenvoudig. Lindegas produceerde het gas al op het terrein van Tata Steel en wilde investeren in een extra compressor. Het mengstation zelf vormde een grotere uitdaging. Bongenaar: ‘We beheren op de locatie Wieringermeer twee mengstations: één om verschillende H-gassen te kunnen mengen en één waar we H-gas met stikstof omzetten in G-gas. Mengstation 1 dateert uit de jaren tachtig terwijl mengstation 2 in de jaren negentig is gebouwd. We besloten een nieuw mengstation 2 te bouwen terwijl het oude mengstation in bedrijf bleef. We konden de capaciteit immers niet missen. Je kunt zo’n project het best vergelijken met een open hart-operatie terwijl de patiënt door jogt. We werkten met zware machines op één meter afstand van de werkende, bestaande installatie, die onder de BRZO-regelgeving valt. Het vergde dan ook heel wat afstemming met de contractors, technici en engineers om de operatie veilig uit te voeren. Maar het is gelukt. Uiteindelijk hoefden we de oude installatie maar twee weken uit productie te halen om het nieuwe mengstation aan te sluiten.’

Commissioning

Het mengen van stikstof met aardgas is op het eerste gezicht niet heel ingewikkeld, maar de kwaliteitsbandbreedte van het eindproduct G-gas is redelijk nauw te noemen. ‘Eenvoudig gezegd zetten we twee pijpen tegenover elkaar en mengen we de gassen in een lus. Dit proces wordt geregeld met kwaliteitsmeters, die precies weten hoeveel stikstof erbij moet. Die meten de kwaliteit van het H-gas, waarna de intelligente systemen de mengverhoudingen berekenen en stikstof doseren. Het eindresultaat moet ook weer worden gemeten waarna het gas wordt aangeboden aan het net. Mocht de kwaliteit ondermaats zijn, dan wordt het gas afgevangen in een off spec-lus, waardoor dit niet in het netwerk terecht komt. Dit gas wordt daarna gemengd met de volgende batches. Overigens koppelden we het nieuwe mengstation ook met het H-gas mengstation via een off spec-lus. Op die manier kunnen we sneller herstellen uit een situatie waarbij off spec-gas ontstaan is en hebben we bovendien meer back-upcapaciteit.’

‘Hoewel het proces redelijk eenvoudig klinkt, hebben we eerlijk gezegd een bijzonder complexe procesplant neergezet. ’Het feit dat we meer verschillende soorten gasstromen willen converteren, is met name regeltechnisch uitdagend. De laatste stappen in de commissioning-fase hebben dan ook met name te maken met het inregelen van de nieuwe software.’

Multidisciplinair

Hoewel de laatste optimalisatieslagen nog worden uitgevoerd, is de extra mengcapaciteit wel al beschikbaar. Bongenaar: ‘We hebben met man en macht gewerkt om de deadline te halen. Veel konden we naar voren halen door slim na te denken met multidisciplinaire teams. We gebruikten lasrobots om zowel de snelheid te vergroten als de kwaliteit te borgen. Maar soms moet je ook gewoon uren maken om bij te blijven in de projectplanning. We kijken terug op een geslaagd project waar de klant niets van heeft gemerkt. En het mooie is: de kennis die we hier hebben opgedaan, kunnen we straks weer toepassen bij het mengstation in Zuidbroek.’

De stikstofproblematiek leek de plannen van Stercore om een biogasfabriek te bouwen in Emmen te dwarsbomen. De Provincie Drenthe lijkt nu alsnog overtuigd dat de fabriek geen negatieve impact heeft. De vergunning is in aantocht. 

Het Drentse Stercore wil groen gas en biogebaseerde carbon produceren uit hernieuwbare grondstoffen zoals mest en digestaat uit co-vergisters. Het groene gas wil ze vervolgens leveren aan het naastgelegen Emmtec-industrieterrein of op het gasnetwerk. De CO2 die bij het productieproces vrijkomt, wordt vloeibaar gemaakt en geleverd aan de glastuinbouw. Lees hier in een uitgebreid artikel wat het bedrijf doet.

Berekeningen

Nadat er vorig jaar  januari één bezwaar was gekomen op de aanvraag van de vergunning heeft Stercore extra informatie aangeleverd. Vervolgens liet de publicatie van de vergunning op zich wachten. Lang genoeg om in de stikstofdiscussie te worden getrokken toen halverwege afgelopen jaar de PAS werd ingetrokken.

Bij de eerste vergunningsaanvraag voor de fabriek had Stercore ingezet op 0,05 mol stikstofdepositie per hectare per jaar (N/ha/jaar). Op het gebied van de stikstofdepositie zaten ze toen goed, want onder de PAS hoefden bedrijven die daaronder zaten geen vergunning aan te vragen op dat gebied. Een bijdrage onder de 1 mol N/ha/jaar moest er melding van maken en voor een bijdrage van meer dan 1 mol N/ha/jaar was een vergunning vereist.

Volgens berekeningen van adviesbureau Tauw heeft het bedrijf nog maar een hele geringe stikstofuitstoot. Tauw kwam zelfs  uit op 0,00 mol stikstofdepositie per jaar op het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, dat zeven kilometer verderop ligt.

Verstrekking

De provincie Drenthe ontving de nieuwe informatie van Stercore. Zij gaf in eerste instantie echter aan dat ze de berekeningen niet goed kon controleren. Inmiddels is dat wel gedaan en de provincie lijkt de berekeningen over te nemen. Niets lijkt de verstrekking van de vergunning nu nog in de weg te staan.

Het economisch bureau van ABN-Amro voorspelt een krimpende industriële productie in 2020. In 2019 was de industrie al met één procent gekrompen. In 2020 voeren handelsspanningen, maar ook de stikstof- en PFAS-crisis de druk op. De economen van ABN-Amro verwachten dat de industrie 1,5 procent zal krimpen.

Wereldwijde handelsspanningen en een kwakkelende Duitse auto-industrie zorgde voor een  enigszins teleurstellend 2019 voor de Nederlandse industrie. Het gevolg was een krimp van de industriële productie met één procent. De wereldwijde productiedaling eist nog steeds zijn tol. Ook het negatieve sentiment onder ondernemers zal volgens ABN AMRO in 2020 effect blijven hebben op de Nederlandse industrie.

Industriële productie

ABN-Amro verwacht dat de industrie ook in het komende jaar met 1,5 procent zal krimpen. Zo is duidelijk sprake van minder bedrijvigheid en neemt het aantal exportorders af. In 2020 zal vooral de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China doorslaggevend zijn voor een mogelijk herstel van de productie. ABN AMRO verwacht dat de handelsspanningen dit jaar afnemen, waarna de Nederlandse industriële productie licht kan aantrekken.

Stikstof en PFAS

Ook de stikstof- en PFAS-problematiek drukt op de industriële sector. Zo staat de metaalbewerking volgens ABN AMRO een moeilijk jaar te wachten. De stikstof- en PFAS-problematiek is nadelig voor bouwprojecten, wat resulteert in een daling van de vraag naar metaalproducten.

De stikstof- en PFAS-problematiek zorgt ook voor een dalende vraag naar bouwmachines en bouwmaterieel, zoals hijs- en hefwerktuigen. Deze daalt in het komende jaar ook met twee procent. De elektrotechniek, waarvan de bouw een belangrijke eindmarkt is, wordt ook getroffen door de ontwikkelingen. In 2020 bevindt dit segment zich nog steeds in moeilijk vaarwater en krimpt naar verwachting ook met twee procent.